Posts tonen met het label Hedwig Van Peteghem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hedwig Van Peteghem. Alle posts tonen

woensdag 1 februari 2012

Pannenkoeken

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Er worden heel wat inspanningen gedaan om mensen bij elkaar te brengen. Wat men ook beweert: de mens heeft daar nood aan. In een kring zitten, op verhaal komen, wel en wee delen… Het is een oeroud gebruik dat enkel maar een modern plunje heeft gekregen: in onze tijd staat er meestal een tafel in het midden, geen kampvuur.

Mensen bij elkaar brengen om pannenkoeken te eten. Van het goede te veel? Integendeel, om te smullen doen we graag wat moeite. Maar het gaat om meer. Elkaar ontmoeten is niet meer alleen zijn en stilaan ontdekken dat we allemaal wel met iets zitten. En dat alleen lucht al op. Doe daar nog wat lekkers bij en het gaat als vanzelf. Niet dat we allemaal zo zwaar beladen zijn: maar tussen pot en pint - om die uitdrukking maar te gebruiken - legt de mens een stukje van zijn hart bloot, wat vreugde en wat pijn. Alleen blijf je er toch maar mee zitten. Plezante dingen voor jezelf houden maakt niet gelukkig, de minder plezante zeker niet.

De pannenkoeken lokken ons naar buiten en onrechtstreeks krijgt ons hart ook wat lucht. Het doet me spontaan denken aan het deeg. Voor pannenkoeken moet er geen gist bij, die moeten niet rijzen. Maar mensen staan terug op, komen terug in beweging. En zo zijn we goed bezig. Voor ik het vergeet: breng je portemonnee mee, want je steunt op die manier heel veel mensen.

woensdag 25 januari 2012

Paddenoverzet

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Elk jaar opnieuw zijn er mensen bereid om padden en kikkers veilig over te zetten. Een prachtig initiatief, want deze kleine beestjes zijn nu eenmaal niet opgewassen tegen de snelheid en het overwicht van het verkeer. Gelukkig zijn er mensen die aan hun kant staan, want het is niet vanzelfsprekend in guur en koud weer - en soms met weinig resultaat - de padden een handje toe te steken om zo hun toekomst te verzekeren. Bovendien weten die beesten van niets en verwachten ze ook geen steuntje. Ze zitten niet op ons te wachten. De inzet van onze kant is totaal belangeloos en vraagt veel geduld en een stukje medeleven. Of hebben we het moeilijk om aan de starre blik van die grote ogen te weerstaan?

Soms vraag ik me af: zijn we in staat dezelfde houding tegenover mensen aan te nemen? Mensen die misschien even weerloos en kwetsbaar zijn, mensen die er misschien ook niet om vragen geholpen te worden, maar weer vooruit zouden kunnen met een klein gebaar van een luisterend oor of een warme hand. Het zijn alleszins al mooie woorden, maar het mag er niet bij blijven. Spijtig genoeg wordt deze mensen ook soms een pad in hun korf gezet.
Gelukkig zien we ook het tegendeel, als we maar op een andere manier leren kijken. Want zo’n opkikkeringetjes gebeuren in stilte, omdat ze in de diepte van het hart ontspringen. Wie het gelaat van de ander als een spiegel beschouwt zorgt ervoor dat de ander er goed uit ziet.

woensdag 18 januari 2012

Lichter worden

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Je merkt het al, als het tenminste niet te bewolkt is, dat de dagen beginnen te lengen. Ze worden wat lichter. Het gewicht van de winterse kou, waardoor we dichter bij elkaar kruipen voor de warmte, schuift langzaam van ons af. Wonderlijk hoe de natuur zich niet langer dan nodig terugtrekt in de zwaarte van de aarde, juist lang genoeg om op krachten te komen. Het gebeurt bijna vanzelf.

Het doet me denken aan wat zo dikwijls verborgen gedragen wordt: stille ontgoocheling, die te pijn doet om met de buitenwereld te delen, het leven dat tegendraads werkt door ziekte of ingedeukte verwachtingen, het gevoel niet meer mee te tellen. Iedereen komt het in min of meerdere mate tegen, maar het weegt voor elke mens even zwaar: het ijzige wintergevoel niet vooruit te kunnen of te mogen. Is dat het leven maar?

We kunnen zo weinig doen… tenzij iemand, net als de aankomende lente, wat lichtstralen binnenbrengt, wat meer warmte geeft. Het negatieve verdwijnt er niet door, maar het wordt omgeven, zodat ook het laatste hoopje hoop niet verloren gaat. Misschien verwachten we allemaal wel een luisterend oor of een troostende hand. Omdat we weten hoe goed het kan doen, loont het zeker de moeite zelf zo’n oor of zo’n hand te zijn. Het vraagt niet meer moeite dan de lente die de aarde terug op krachten brengt: wat licht en wat warmte en de nodige tijd.

woensdag 11 januari 2012

Januskop

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Janus was in het oude Rome de beschermgod van ingangen en deuren, van elk begin, van de eerste dag van elke maand en van de eerste maand van het jaar. Hij werd dan ook voorgesteld met twee gezichten. Het ene was gericht naar het oude, het andere naar het nieuwe. Naar hem is onze maand januari genoemd.
Ook al geloven we al lang niet meer in die god, onderhuids laat hij zijn invloed nog altijd gelden en draaien we voortdurend met onze kop. Want over vroeger wordt nog heel veel verteld, ook dat het toen beter was. Hoe “beter” het vroeger was, des te sterker wordt de vrees voor wat ons nog allemaal te wachten staat. Tenzij wij aan de kop van Janus durven draaien en vooruit leren kijken, richting toekomst. “Ons moeder mag het niet weten”, maar het oude is versleten, of liever gezegd: verteerd tot een goede humuslaag waarin wij vernieuwd voedsel vinden om te groeien. De bloem en de vruchten: dat is voor later, dat is toekomst, daar zien we naar uit. Wanneer onze zintuigen te veel zijn afgesteld op al het slechte dat in onze wereld gebeurt, kunnen wij ook deze, samen met onze Januskop, draaien zodat wij merken hoeveel goeds er is. Het mooie loont de moeite, en kost ook moeite; het slechte gebeurt bijna vanzelf. Wie twee gezichten heeft zou er één moeten verliezen: hopelijk kies je voor het goede.

woensdag 4 januari 2012

Nieuw-jaar

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Elk jaar wensen we elkaar het beste. We menen dat (hopelijk) ook. Maar als we hat voorbije jaar overschouwen, wat is daar dan van uitgekomen?

Wat was er dan zo nieuw? Elk huisje had weer zijn kruisje. Net zoals andere jaren was het weer druk en konden we niet alles realiseren waar we van droomden.

Zo mijmerend geraken we meer en meer in de mist. Blijft het dan altijd bij het oude?

Gelukkig niet. Want het nieuwe ligt niet in alles wat er op het eerste zicht gebeurt. Alles heeft inderdaad zijn tijd. Er is een tijd van groei en een tijd van verval. Het nieuwe ligt in fijngevoelige vingerwijzingen: niet dat er iets gebeurt, maar hoe we er mee omgaan.

Misschien zijn het niet de feiten die ons leven veranderen, maar wel wat wij er mee doen.
Hoe dragen wij ons verdriet, hoe omringen we dat van een ander? Hoe beleven we onze vreugde, en geven we ze ook door aan de ander?

Wondere dingen ontspruiten in eenvoudige aandacht.
En het nieuwe jaar in een hartelijk gebaar.

donderdag 29 december 2011

Driedimensionaal licht

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Kerstmis is geënt op het lang vervlogen feest van de winterzonnewende, een jaarlijks keerpunt in de gang van de natuur. De mensen zagen en ondervonden aan den lijve dat de duisternis niet het machtigst was. De dagen die stilaan beginnen te lengen is een eerste teken dat het licht en het leven sterker is dan de donkerte. Dat is de troost en de zekerheid die de natuur ons biedt. Het blijft geen winter, de zon zal terug warmte geven, het groen zal als nieuw leven triomferen. Ondertussen moeten we het nog even doen met flinterdunne stralen.

Gelukkig kunnen we als mens de natuur een stuk naar onze hand zetten. We hebben maar op een knopje te drukken en het is licht. Op allerlei manieren houden wij zo goed mogelijk de duisternis buiten. Meer nog: ook onze pijn, ook onze taken kunnen verlicht worden. We slagen erin het leven voor veel mensen aangenaam of minstens draaglijker te maken. Wetenschap en techniek zijn voor de mens een goede zaak… ook al merken we dat hier ook nadelen aan zijn.
Blijkbaar is dit licht niet voldoende om gelukkig te zijn. Zalig is het als licht een geschenk wordt dat mij ongevraagd aangeboden wordt. Het enige wat ik moet doen is: het licht binnenlaten ook als het onverwacht en onbegrijpelijk is. Het is ongelooflijk dat het grootste licht komt van een kind dat weerloos in een kribbe ligt en van meet af aan met de dood bedreigd wordt. Van Hem, van mensen die zijn spoor volgen, mogen we redding verwachten. De mens in al zijn eenvoud kan mijn leven groot maken. De kracht ligt in de tederheid en de hulpeloosheid. Wie zich door die kracht laat voeden, maakt het leven goddelijk. Maar zoek het niet in grootse projecten of in spectaculaire daden. Vooral in wat klein en broos is komt God aan het licht. Met Hem kunnen wij de wereld verbazen. Zalig licht om jou mens te laten worden. Wil jij lichtdrager zijn?

In de watten leggen

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Ik heb het zelf nooit meegemaakt, maar geloof wat die man mij vertelde. In zijn kindertijd - heel wat jaren geleden dus - bestond op school de gewoonte zich met hart en ziel voor te bereiden op Kerstmis. Iedereen was ervan overtuigd dat het een marteling moest zijn voor dat pasgeboren kind om in zo’n hard stro te slapen. De zuster zei dat we hat leven van dit kind iets zachter konden maken. Hoe ging dat in zijn werk?

Telkens men een goede daad gedaan had - wat ging van een vriendelijk woord tot een helpend gebaar - mocht men een plukje watten in de kribbe leggen. Hoe meer goeds we deden, des te rustiger en vrediger zou het kind kunnen slapen. Het klinkt misschien wat naïef, maar toch brachten deze kinderhanden op hun manier de blijde boodschap van het kerstgebeuren. Goed zijn voor anderen gaat verder dan problemen oplossen en maatschappelijk werk doen. Het zorgt ervoor dat het leven nieuw kan worden, dat God met ons kan zijn. Het is weten en geloven dat we niet op eigen krachten moeten draaien. Je hoeft geen krachtpatser of heilige te zijn om de kerstboodschap in daden om te zetten. Kerstmis waarmaken in je leven is de mensen in de watten leggen omdat men dankbaar is om dit leven. Kerstmis vieren is blij zijn dat we gebruik mogen maken van zijn licht om een hemel op aarde te maken. Het begint bij kleine en onbeduidende dingen: een kind, een kribbe, een ster. Haal wat watten bij de apotheker en laat aan de mensen rondom jou maar voelen dat Kerstmis geen verzinsel is.

woensdag 14 december 2011

Rechtsomkeer

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem

Reeds lang was ik onderweg. Door de drukte van de auto’s en de dagelijkse bezigheden heen zag ik nauwelijks nog een hand voor de ogen. De mensen die ik tegenkwam waren al even gehaast. Er was nog veel werk aan de winkel. De spanning stond zo op hun gezicht te lezen. Een drukke agenda joeg hen op. En blijkbaar waren ze zelf niet in staat aan de rem te trekken. Er was nog zoveel te doen… en allemaal met goede bedoelingen: kinderen van de school halen, boodschappen doen, eten klaarmaken en zorgen dat alles in orde is voor de volgende dag. Want het zou weer zwaar worden.
Toen ik eindelijk op mijn bestemming was, dacht ik: en nu even rust. Maar het vooruitzicht verdween al snel toen iemand op mijn schouders tikte en vroeg of ik een momentje had. Ik keek naar mijn horloge alsof deze zou beslissen over mijn beschikbare tijd. Maar veel kans kreeg ik niet: of ik hem even kon depanneren. Z’n dochter stond al meer dan twee uur te wachten aan het station op 40 minuten daar vandaan en zag geen mogelijkheid alleen thuis te raken. Ze zou waarschijnlijk in paniek zijn. Het zou een pak van zijn hart zijn als deze vervelende situatie achter de rug zou zijn. Hij had het al aan verschillende voorbijgangers gevraagd, maar hij kreeg steeds opnieuw het gekende antwoord.

Ik stond voor de keuze. Had ik dan meer tijd dan anderen? Ik moest toch ook mijn dagprogramma afwerken. Waren er geen mensen die iets minder te doen hadden? Zou ik niet van mij laten profiteren? Een ding maakte mij wel gelukkig. Vandaag had ik toch een gesprek gevoerd: van mens tot mens. In zijn ogen kon ik de zorg voor zijn dochter lezen. Kon dat volstaan om hem uit de nood te helpen? Rechtsomkeer maken, mijn plannen overhoop gooien om hem gerust te stellen en een gelukkige avond te bezorgen? Medemensen kunnen - gelukkig maar - zo’n wending aan je leven geven dat je er stil van wordt.

donderdag 8 december 2011

Bij de tandarts

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem

Het was weer zover. Na de gebruikelijke ongemakken en kleine pijnscheuten zag ik mij genoodzaakt naar de tandarts te gaan. Er zijn aangenamere dingen in het leven, maar er was geen ontkomen aan. Het was kiezen tussen de natuurlijke pijn door slechte tanden of de genezende pijn die de tandarts mij bezorgt. Want je stapt niet noodzakelijk met minder pijn naar buiten. Ook herstel kan zeer doen.

Telkens opnieuw sta ik versteld van hoe gedwee wij bij een tandarts zijn… als een lam dat naar de slachtbank wordt geleid. We gaan rustig liggen en doen alles wat gevraagd wordt. We slagen erin soms een uur lang onze mond open te houden. En zonder enige vorm van weerstand laten we de tandarts maar boren en slijpen. We vertrouwen er ten volle op dat het kunstwerk dat daar gerealiseerd wordt goed zal zijn, zeer goed zelfs. En dat terwijl we helemaal niet kunnen zien of controleren wat er allemaal gebeurt. We zijn er gerust in. Het is bovendien onvoorstelbaar hoe een tandarts erin slaagt je zomaar een uur het zwijgen op te leggen. Terwijl hij/zij rustig de gebeurtenissen van de voorbije weken evalueert, kan ik alleen maar antwoorden met een horizontale of verticale knik. Geen enkele vorm van protest bieden we, behalve misschien een pijnlijke stuiptrekking. Voor je plezier hoef je er niet naar toe te gaan, maar je kan er zoveel leren. Jezelf uit handen geven, vol overgave, en weten dat je in goede handen bent.

Waarom moeten we eerst altijd negatieve ervaringen meemaken vooraleer we dit kunnen? Op elk moment van de dag mogen we er zeker van zijn dat er iemand is die zorg voor ons draagt, iemand waar we met heel ons doen en laten terechtkunnen. Het vraagt een beetje oefening, maar te weten dat je je mag laten drijven op de diepste kracht van het leven, een God die zich over je buigt, dat is zalig. Of kunnen we die missen als kiespijn?

Donker en licht

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem

Als de dagen wat grijzer worden en de zon wat minder kansen krijgt, steken dromen gemakkelijker de kop op. Alsof zij het licht bewaren, alsof zij wat klaarheid moeten brengen. Die dromen zijn eeuwenoud. We vinden het afschuwelijk dat het recht van de sterkste zoveel slachtoffers blijft maken, ook binnen eigen rangen. Oorlog spelen blijft een harde realiteit en uit zich soms - gecamoufleerd in kleine gebaren - in ons eigen leef- en werkmidden. Mensen worden op allerlei manieren misbruikt… en er wordt zo weinig aan gedaan. Als het wat donkerder wordt in ons leven, licht de hoop op beter feller op.

We dromen ervan dat er vrede komt op aarde, en dat er alleen nog maar mensen zijn van goede wil. We kijken uit naar een ster die alle duisternis doorbreekt. We gaan op zoek naar nieuw leven dat ons al het negatieve doet vergeten. We zijn al dat slecht nieuws beu. We wachten op een Redder, iemand die eindelijk eens komt laten zien dat mensen tot schonere dingen in staat zijn dan lust en geweld. Wie goed rondkijkt zal zien dat die droom al een deel is uitgekomen. De vele acties die gebeuren voor mensen aan de rand, de stille en langdurige zorg voor je partner, het weigeren mee te doen aan roddel en pesterijen: het zijn zoveel voorbeelden dat het niet zomaar om een dwaze droom gaat. Het licht is sterker dan de duisternis.

We mogen geloven dat er een redder komt, maar niet in alle pracht en praal, niet met een grote mond en veel machtsvertoon. Zoals jij een engel bent als je geduldig en machteloos aan iemands zijde staat, zoals jij hoop kan brengen in een warboel van angst en onzekerheid: naar zo iemand mogen we uitkijken, iemand die ons laat zien wat ‘mens-worden’ in feite is. Maar omdat we onszelf geen blaaskes zouden wijsmaken, krijgen we nog vier weken de kans. Want dat is advent: er alles aan doen om het Licht te laten binnenkomen.

woensdag 23 november 2011

Refrein

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem

Zingen is een heel intense bezigheid. Niet alleen omdat het wat kunst en kunde vraagt, maar vooral omdat het ons dieper bij het leven brengt. Alsof we het niet op een gewone manier gezegd krijgen. We willen de krachtlijnen die we dagelijks ervaren - met dieptes en hoogtes, met spanningen en rust, langzaam of snel - uitdrukken, met aangepaste ademstoten. Zingen dringt diep tot in de wortels van het leven door, het raakt ons tot in ons binnenste… ook al is het ene lied het andere niet. Treffend vind ik ook dat je niet veel van muziek moet kennen om te kunnen zingen. Tijdens de afwas of al harkend in de tuin heb ik geen notenbalken nodig. Ook om te leven heb ik geen bijsluiter nodig, alhoewel: het zou soms wel iets gemakkelijker zijn. Het is opvallend hoe mensen al zingend zo verbonden kunnen raken: één stem uit duizenden monden.

Zou het kunnen zijn dat het leven is als een lied, met heel veel strofen en een steeds weerkerend refrein? De strofen zijn de voorvallen van elke dag, met wat vreugde en wat verdriet. Voor sommige mensen lijken ze zelfs een refrein te zijn. Want altijd opnieuw komen we voor onaangename verrassingen te staan. Houdt dat nu nooit eens op? Waarom blijven mensen elkaar bekampen? Waarom is er zoveel lijden en ellende? Waarom is geluk zo broos en breekbaar? Wie dit telkens opnieuw blijft zingen wordt melancholisch en zelfs depressief. Laat onze ballade dan getekend worden door hoogtes en laagtes, het refrein klinkt als een diepe ondertoon steeds positief, of we het nu willen of niet. Ondanks de moeilijkheden en ongemakken mogen we ontdekken dat het leven de moeite waard is, ondanks de beperkingen en tekorten blijven we geloven in de goedheid van de mens. Als een gloeiend rode draad loopt dit geloof door ons leven, vol vuur. De eentonigheid van de strofen wordt doorbroken door uit volle borst dit refrein mee te zingen.

woensdag 16 november 2011

Een gouden handdruk

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem

Je moet eens naar je handen kijken. Daarin staat vaak een heel leven opgeschreven. Hier en daar een litteken door wat tegenslag of een laagje eelt waardoor je weerbaar wordt en tegen een stootje kunt. De palm is meestal zacht omdat hij iets beschermends heeft: daarmee draag je alles wat klein en breekbaar is. Sommigen kunnen de toekomst erin lezen. Er zijn er met korte nagels omdat ze zichzelf levend zouden kunnen opeten van de spanning. En bovendien: niet alleen jij bent uniek, zelfs elk van je eigen vingers.
Met handen kan je ook veel doen. Natuurlijk gebeuren er negatieve zaken mee, maar we kunnen er nog veel meer goeds mee verwezenlijken. Die klauwen kunnen op de kortste tijd dienbladen worden. Ze kunnen strelen en zalven, helen en beschermen. Sommigen steken ze voor iemand in het vuur of houden ze iemand boven het hoofd. Je kan ze zelfs gebruiken om iets door de vingers te zien. Je kan ze vouwen of gewoon open houden om meer kracht in jezelf toe te laten.
Als je iemand een hand geeft, deel je spontaan een stukje van jezelf. Er zijn geen woorden voor nodig: dit kleine gebaar zegt genoeg. Zoals je iemand in heel zijn persoon uitsluit als je hem een hand weigert te geven. Met handen kan je scheppen, letterlijk en vooral figuurlijk. Daar gebeuren trouwens de meeste wonderen mee. Iemand een hand geven is - zoals een schouderklopje - een klein gebaar waardoor je iemand tastbaar en zichtbaar bevestigt. Handdrukken zijn korte tekens van verbondenheid, want ze stralen een stukje hart uit. Als je iemand een gouden handdruk geeft, laat het dan niet de laatste zijn, maar een om duimen en vingers van af te likken.

Tenslotte, het kan niet anders dan deugd doen als iemand je belooft: ik zal je naam - en alles wat je bent - in de palm van Mijn hand schrijven… voor altijd. Als je dan niet in goede handen bent?!!

woensdag 9 november 2011

Bezield

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

We leven in een tijd waarin alles snel verslijt en onbruikbaar wordt. Wat nieuw is en fris geniet onze voorkeur. Toch gooien we niet alles weg. We vinden in onze woning wel van die dingen, die oud en versleten, ouderwets en onhandig zijn. Maar ondanks alles blijven we ze bewaren. Meer nog: we koesteren ze en dragen er de grootste zorg voor. De waarde ligt trouwens niet alleen in het nut en de bruikbaarheid. Meestal hangen er ook herinneringen aan vast, die ons leven wat kleur en perspectief gegeven hebben… of nog geven. Waarom zou iemand een gebroken vaas met zoveel omzichtigheid herstellen en ze tevreden haar vertrouwd plaatsje op de schouw terug geven? Eigenlijk dient ze nergens nog voor… tenzij om het leven terug op te wekken. Want veel voorwerpen krijgen maar zin en betekenis omdat ze ons verbinden met andere mensen. Een trouwring vertelt een heel verhaal, waar nooit voldoende woorden zullen voor zijn. Hij toont iets van het wel en wee van twee mensen, maar vooral van een band die nooit verloren gaat, wat er ook moge gebeuren. Veel van wat in ons huis staat, zegt iets over de mensen waar wij mee leven of om geven. Ze houden de belevingen vast, die anders al lang vervlogen waren.

Ook mensen kunnen wij op die manier koesteren. Ze niet bekijken of beoordelen volgens hun bruikbaarheid, ze niet klasseren volgens goed of slecht gezind, dynamisch of versleten, ziek of gezond. Zoals bij een gebroken vaas kunnen wij met veel fijngevoeligheid ook elke mens zich heel laten voelen: niet gebroken, maar tevreden gedragen. Zoals God bij de schepping wat klei nam en er leven inblies, zo kunnen ook wij in elke mens onze ziel leggen en hem of haar nieuw leven geven. Je moet het maar eens proberen, het is de moeite waard.

woensdag 2 november 2011

Een eik

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem

Achteraan in mijn tuin staat een eik, met een zekerheid waar geen mens aan tillen kan. Alsof niets hem kan deren. Toch heeft hij al heel wat doorgemaakt. Zijn soepelheid helpt hem stormen trotseren en door zijn soberheid kan hij droogtes overwinnen. Door alle gebeurtenissen heen blijft hij zijn kracht bewaren. Noch de seizoenen, noch de weersomstandigheden raken hem in zijn binnenste. Momenteel krijgt hij wat meer belangstelling, vooral omdat hij mij verplicht zijn bladeren en vruchten op te ruimen. Ik ben er niet graag bij, want ik heb wel wat andere dingen te doen. Maar het zal hem een zorg wezen. Hij ondergaat gedwee wat hem van nature gegeven is. Zijn ‘prestaties’ van de voorbije zomer laat hij met volle overgave los… om zo nieuwe lente mogelijk te maken. Wat er ook gebeurd is in het verleden, hij zet alles in het werk om nieuwe toekomst mogelijk te maken. Zo houdt de eik ons een spiegel voor, ook al zijn we meer dan een boom.

De laatste tijd treft het me hoe mensen gebukt gaan onder hun verleden. Ze slepen moeizaam de kwetsuren van vroeger mee, waardoor hun leven zich met moeite kan vernieuwen. Het verleden legt een doem op de nieuwe lente die hen aangeboden wordt. Beperkingen, tekorten, zonden, kwetsuren, ongevallen, misbruiken, ontgoochelingen, … (je kan de rij nog veel langer maken): zij zijn als de bladeren die in de herfst van de bomen vallen. Je hoeft ze niet telkens opnieuw mee te slepen. Als het bij bomen zo simpel is, waarom zouden wij het dan moeilijker maken. Met alle respect voor alles wat je meegemaakt hebt wil ik toch luidkeels schreeuwen: het verleden bepaalt de toekomst niet. Er wordt ons een nieuwe toekomst geschonken, tenminste als we onze handen niet gevuld hebben met de scherven van vroeger. Het evangelie een blijde boodschap laten zijn is deze krachtige levensdynamiek elke dag opnieuw zichtbaar maken. En nu ga ik verder bladeren rijven.

woensdag 26 oktober 2011

Allerheiligen

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Het zal je misschien verbazen: in het begin van de zevende eeuw werd Allerheiligen gevierd op 13 mei. Op die dag werden alle christenen herdacht die omwille van hun geloof werden gedood. Rond 730 werd die feestdag uitgebreid tot ‘alle heiligen’, gelovigen die door hun levensstijl hadden laten zien hoe je het leven kan helen. In de negende eeuw werd - vooral onder invloed van de Ierse kerk - de datum naar 1 november verplaatst. Op die manier wou de kerk de heidense praktijken van Samhain (de voorloper van Halloween) doen vergeten, of op z’n minst een nieuwe impuls geven. Want meer en meer was Samhain een feest geworden waarbij de doden herdacht werden. Lichtende uitgekerfde gezichten in rapen of pompoenen zouden de overledenen de weg wijzen. Maar ze dienden vooral om de boze geesten en angstwekkende krachten buiten te houden. Want hoe gemakkelijk verstoren zij de rust van ons leven niet? Zo werd Allerheiligen als het ware geënt op een oud heidens feest.

Vandaag merken we hoe het feest van Allerheiligen in de verdrukking komt door Halloween. Ik heb niets tegen lichtgevende pompoenen, integendeel: ze brengen wat sfeer in donkere dagen en veel mensen zien er naar uit, want het is weer een gelegenheid om te feesten.

Allerheiligen en Halloween belichten eenzelfde gebeuren, maar vanuit een andere invalshoek. Alle rituelen en symbolen van Halloween laten onbewust zien hoe wij het kwade en de boze geesten uit onze huizen en ons leven willen buitenhouden. Betekent dit dat ik gerust mag binnenkomen als er een lichtende pompoen voor je deur ligt? Ik wil het wel riskeren, maar een ding is zeker: de angst voor alles wat ons bedreigt steekt meer en meer de kop op en overspoelt onze levenslust. Allerheiligen daarentegen laat ons zien hoe mensen met hun leven hebben bewezen dat het negatieve nooit het laatste woord heeft. Of beter: hoe je het (hallo)wenen kunt verleren. Liefde vangt de angst met verlichtende handen.

woensdag 19 oktober 2011

Wolken

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Niets is zo zalig als een heldere hemel. Het blauw is vlekkeloos en de zon kan ongeremd haar werk doen. Er gaat een rust van uit, die ons tevreden maakt. Maar ons land heeft weinig van die zuivere dagen. Meestal hangt er wel iets in de lucht: schapenwolkjes of donderwolken of van die uiteengewaaide slierten of gewoon grauw grijs. En als door een blikseminslag verandert ook ons humeur. Neerslag maakt vaak neerslachtig. De zon blijft natuurlijk schijnen en het blauw blijft even helder. Maar dit alles wordt aan onze blik onttrokken door een breed uitgesmeerd wolkendek.

Al bij al hebben we er niets aan te zeggen. We moeten het nemen zoals het komt. Buiten een paraplu en een onderdak is er geen enkel verweer tegen. Die grijze nevels waaien ook ons leven binnen, zonder dat wij het willen, maar in een andere vorm weliswaar. Niet alles loopt van een leien dakje en niet alles is rozengeur en maneschijn. Er zijn weinig momenten in ons leven dat er geen wolkje aan de lucht is. Zou het trouwens geen ijdele droom zijn? Het Belgisch weer laat ons leven zien zoals het is: hier en daar bewolkt, met af en toe wat neerslag en geregeld een opklaring. Alle elementen - hoe vervelend ze ook lijken - zijn nodig om de natuur ten volle tot leven te laten komen. Wat warmte en wat kilte, wat geluk en wat tegenslag… samen zorgen ze voor het nieuwe leven. Als we ons maar niet blindstaren op de duistere kant van de zaak. Ik geef toe: soms is er wat te veel ellende. Maar wat niemand kan ontkennen, en waar we moeten blijven in geloven is: achter de wolken schijnt altijd de zon. In elke situatie staan mensen met een hart, en in heel de schepping zit een Kracht die liefde is. Meestal verborgen achter het wel en wee van elke dag, maar toch aanwezig als een generator die neerslag en tegenslag vruchtbaar laat zijn.

donderdag 13 oktober 2011

Kamerplanten

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

We hebben graag wat groen in huis. Planten en bloemen doen op hun manier onze woning wat tot leven komen, zij het in alle rust en sereniteit. Hopelijk zijn zij het niet alleen. We kunnen ons moeilijk een leefruimte voorstellen, waar geen teken van leven aanwezig is. Zelfs als wij niet thuis zijn houden zij de wacht. Ze zijn als stille waakvlammetjes die de huiselijke warmte vasthouden.

Natuurlijk vergt alles wat leeft de nodige zorg en aandacht En uit ervaring weten we dat de ene plant de andere niet is. Sommigen hebben veel licht nodig, anderen moeten maar eens om de veertien dagen water hebben. Houden we geen rekening met hun eigen karakter, dan zullen ze het vlug laten zien. Niet alle planten zijn dezelfde, gelukkig maar. Het zou nogal saai zijn. Hun verscheidenheid siert ons huis, maar vraagt ook bijzondere attentie. Sommigen zijn vlug tevreden, anderen hebben speciale zorg nodig. En weer anderen laten direct hun kopje hangen. Het lijken wel mensen te zijn.

Hoe logisch het ook lijkt, regelmatig hebben ze wat water nodig. Bloemen en planten water geven mag geen plicht zijn. Het is een zorgzaam omgaan met de eenvoudige dingen van het leven. Vaak zijn ze ook als een geschenk binnen gekomen. Dergelijke stil-levens in huis hebben gaat verder dan het noodzakelijke of het functionele. Alsof het een ritueel was, gaan we het huis rond en geven elkeen wat nodig is. Zo gaat het ook met mensen. We geven wat ze nodig hebben - de een wat minder dan de andere - zodat ze ten volle tot bloei kunnen komen. Ook zij zijn als een geschenk ons leven binnen gekomen. Bloemen leren ons met mensen om te gaan… en de Schepper van het leven daadwerkelijk te eren.

Ezel

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem

Laat mij hem voor de gemakkelijkheid Zia noemen. Geen gebruikelijke naam, omdat hij verblijft in een land ver van hier.

Zoals gewoonlijk werd hij ook deze morgen ingespannen en beladen met alles wat mensen niet willen en kunnen dragen. En ik kan je verzekeren: het was niet weinig. Hij had - zoals de mensen vaak zeggen - koppig kunnen zijn en kunnen denken: als iedereen een beetje draagt wordt het voor mij ook aangenamer. Maar zo was hij niet. Hij wist dat het zijn taak en opdracht was, hij wist dat hij op die manier een hulp en toeverlaat was voor heel wat mensen. Hij maakte zich geen voorstellingen hoe het zou zijn als hij dit werk niet moest doen. Hij maakte zich geen zorgen, hij droeg ze. Want hij was ervan overtuigd dat je meer zorgen kan maken dan dragen. Zo dom was hij dus ook niet. Ik zou zelfs durven zeggen: er zijn mensen die daar iets van kunnen leren.

Als we al eens beginnen met te berekenen wat onze rug kan dragen, zullen we merken dat het minder is dan we dachten. Als we al eens leren zien wat anderen voor ons willen dragen, zullen we niet meer bezwijken onder het gewicht. Als we al eens leren ontdekken dat er een groot verschil is tussen “zorgen maken” en “zorgen dragen”, zou er al een heel pak van onze schouders vallen. Onze opslagplaatsen met lasten liggen barstensvol. Elke dag dragen we een beetje, maar niet alles tegelijk. Sommige dingen zullen blijven liggen, maar er zijn gelukkig ook nog de anderen. En voor de rest: in alle rust en stilte wachten tot de volgende dag. Zo dacht Zia er tenminste over.

zondag 18 september 2011

Vraag en Antwoord

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Waarschijnlijk geniet je elke avond ook van een of andere quiz op tv. Het verbaast me telkens opnieuw hoeveel vragen er kunnen gesteld worden en vooral hoe weinig antwoorden ik ken. De mensen op het scherm weten gelukkig meer. Je zou voor minder, als je ziet welke prijzen eraan vasthangen. Ik vermoed dat ze zich voldoende voorbereiden en lange dagen encyclopedieên en kranten doorbladeren. Logischerwijze gaat het om vragen waar ook een duidelijk antwoord op is: historische data, wetenschappelijke gegevens of wiskundige berekeningen. Hiervoor kunnen we inderdaad voldoende trainen… iets wat ik zelf waarschijnlijk te weinig doe.

Door mijn hoofd gonzen vooral vragen waar geen antwoord op is. Het vervelende - dat zal je zelf ook al ervaren hebben - is dat je toch zoekt, en dat je blijft piekeren en zo veel andere dromen stuk maakt. Tot je moegedubd en blindgestaard de vraag loslaat: machteloos en stil, en daardoor ont-spannen. En dan duikt er een antwoord op, uit een totaal andere hoek en misschien naast de kwestie. Maar er is een oplossing in zicht. Mijn vragen ontstaan uit mijn verwachtingen, waardoor mijn toekomst aan banden gelegd wordt. Maar het leven gaat zijn eigen weg, soms veel ruimer en sterker dan ik had kunnen dromen. Ondertussen blijven nachtmerries mij kwellen. Want welk antwoord is er op ongeneeslijke ziektes, op onrecht en psychisch geweld? Welk antwoord is er op de dood? Ik ken het wel, maar het vraagt een dagelijkse training om dit antwoord te kunnen geven. De prijs is onbetaalbaar. Welke vraag zal God ons stellen als we ons geleasd leven - of een stukje ervan - terug moeten inleveren?

Communicatie

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Het is bijna onvoorstelbaar hoeveel mogelijkheden er vandaag de dag zijn om te communiceren, om van gedachten te wisselen of informatie door te geven. Het is een ontzettende vooruitgang dat wij elkaar op elk moment kunnen bereiken en altijd beschikbaar zijn, al was het maar om te vragen welke appels ik moet meebrengen van de supermarkt. Als we ongerust zijn, wanneer iemand van de huisgenoten te lang wegblijft, kunnen we met enkele drukken op de toetsen poolshoogte nemen van de situatie. Terwijl we vroeger maandenlang moesten wachten op een brief uit een ver land, is het nu een kwestie van minuten om met elkaar te spreken. Grenzen en tijd worden met de nieuwe technologieën buiten spel gezet. De enige barrière is het toestel dat we gebruiken en de afstand tussen mensen. Zo’n ontmoeting is altijd onrechtstreeks.

De vooruitgang op vlak van communicatie kan ook de directe ontmoetingen bevorderen, maar niet helemaal vervangen. De elementen die een goed gesprek opwarmen zijn onvervangbaar. Mimiek zegt vaak meer dan woorden. Oogcontact geeft nog een extra dimensie. Om de stilte niet te vergeten. Want die spreekt vaak boekdelen. In een direct contact is er meer tijd: een sfeer om bij elkaar te zijn op goede en minder goede momenten.

Als ik het woord ‘communicatie’ hoor denk ik - misschien zonder reden - aan communicerende vaten. Het is goed dat wij op gelijke golflengte zitten, ook al zit de ene persoon in de put, en de andere niet. Spreken en luisteren is altijd een kwestie van delen… Een beetje zeggen: Dit is mijn lichaam gebroken voor jou: communie in zijn alledaagse vorm.