woensdag 4 december 2019

Groeten uit Namibië - deel 2


De parken van Namibië

Goede dag.

Vooreerst moet ik

Sinds mijn vorige brief ben ik Namibië van zuid naar noord doorgetrokken. Ik ben net in het Etosha nationaal park aangekomen.

Ik zal best eerst wat vertellen over het land. Het is bijna dertig maal groter dan België, met slechts 2,5 miljoen inwoners. Het lijkt wel leeg. In 1907 hebben de Duitse kolonisten de drie eerste gebieden tot nationaal park verklaard: De Namib woestijn, de Naukluft woestijn en Etosha. Dat laatste park heeft wat water, is een beetje groener, maar de twee anderen krijgen minder dan honderd millimeter water per jaar. Over bijna een vergissing recht zetten. Een attente dame liet mij opmerken dat de dieren die in Hout Baai gevoerd worden geen otters zijn maar Kaapse Pelsrobben. Mijn dank aan de dame en mijn verontschuldiging aan alle lezers.gans de lengte van de kuststrook aan de Atlantische Oceaan reikt de woestijn, soms vijftig soms vijfhonderd kilometer diep landinwaarts. Dat is niet allemaal zand en zandduinen. Er komen meer rotsen voor, soms vlakten die ooit onder water gestaan hebben en een dunne kleilaag hebben achter gelaten. Nu eens is een veld nauwelijks begroeid, dan weer ziet men wat dorre struiken of groene boompjes. Het landschap wisselt af, maar als men vele dagen over stoffige wegen raast, dan wordt het toch wel wat saai. Als men zo snel een algemene blik werpt op de woestijn, lijkt ze dood. Maar een woestijn moet men in detail bekijken.

Ik ben diep in de Sesriem canyon afgedaald. Het heet ook een kloof, een kleiner broertje van die waarover ik je verleden keer schreef. De Sesriem kloof is ongeveer dertig meter diep en met zes riemen (lederen touwen waarmee men een span paarden ment.) kon men vroeger drinkwater ophalen. De kloof is niet ontstaan door aardbevingen of zo, maar door de erosie van de rivier onderin. Op de wanden kan men haar geschiedenis aflezen zoals men met de ringen van de bomen de leeftijd bepaalt. Als je op de kloofwand een laag ziet met kleine keitjes, dan weet je dat er toen een periode met normale regenval was. Vind je een laag met grove keien, dan duidt dit op een perioden van overvloedige en hevige regenval. Er zijn ook lagen met enkel fijn zand. Dat waren de droge jaren.

Een paar dagen geleden heb ik een wandeling gemaakt over rotsen en keien en in de brandende zon (De wandeling heeft me enkele dagen lang een stijf en pijnlijk been bezorgd.) naar een overhangende grot. Daar hebben de voorouders van vijfduizend tot tweeduizend jaar geleden rotsschilderingen achtergelaten. De oudste tekeningen tonen dieren van toen: een olifant, een neushoorn, een wildebeest en gazellen. Allen lopen ze in de richting van een echte bron. Latere tekeningen tonen de familie of de clan: de vader, de moeder en vier kinderen. De eerste Europese voorbijganger keek naar de witte figuur in het midden en oordeelde dat dit een vrouw was . Hij noemde haar en zij heet nog: “The White Lady” ook al weet men nu dat het een shamaan is, een genezer die door dansen in trance komt en stof opjaagt dat in zijn zweet de benen en het onderlijf kleurt. De donkere figuur wat verder is duidelijk een vrouw.

Een morgen lang ben ik in de woestijn geweest om de kleine dieren op te zoeken. Twee gidsen met negen toehoorders. De ene gids deed het woord terwijl de andere in de omgeving wandelde en de groep dichterbij riep als er interessante dieren te vinden waren. Het begon echter met een plant: de tamarinde. Ik herinner me nog dat er in de tuin van de zusterschool (nu parking van de parochiale gebouwen) in Korbeek-Dijle tegen de speelplaats een tamarinde stond. In de woestijn is hij maar een meter hoog. Hij heeft geen water nodig, hij leeft echt van de hemelse dauw, die elke morgen neerdaalt, hier op minder dan een kilometer van de oceaan. Zijn takjes hebben groefjes waarin het vocht zachtjes condenseert en afloopt. De druppels worden opgevangen door insecten die dorst hebben. De bloemen zijn overvloedig en de zaadhulzen rollebollen samen in de wind tussen de knoestige takken. Het is een schuilplaats tegen roofdieren én een beschermplaats tegen de hoge temperaturen (meer dan veertig graden) voor de kleinere dieren.

Torren kunnen op hout kauwen en bij de vertering er van water overhouden. Spinnen graven hun holletjes en vangen de kevers. Hun lichaam brengt vocht aan voor de rover. Spinnen worden slachtoffer van hagedissen en kameleons. Zij worden dan weer verslonden door roofvogels. Zo bouwt het vocht zich op in een piramide. Zo vertellen mij de gidsen. Zij zeggen niet wie later de roofvogels opeet.

Wat verder kantelt de gids een steen. Wat kleine kevertjes vluchten. Verder zie ik niets. Tot de gids mij een kopje wijst met twee uitstulpingen zo groot als een kopspeld. Hij noemt het de hoorntjes van een jonge mannetjesslang.; Hij wijst naar de verdikking van de staart en toont twee piepkleine penisjes. Toch verklaart de Engelsman naast mij dat een jonge man met twee penissen een aartsgevaarlijke combinatie is. De gids vertelt dat een slang niet gevaarlijk is als ze zich niet bedreigd voelt. Hij vertelt hoe hij ooit plots oog in oog stond met een cobra. Beiden verstijfden tot het serpent tot besluit kwam dat die andere figuur geen gevaar vormde en tussen zijn benen ontsnapte. Eigenaardig dat Frans, een gids die ik twee dagen eerder ontmoette, precies dezelfde ervaring had meegemaakt. Jurgen porde dit slangetje van zo’n twee handlengten lang op. Het gleed verschrikt weg, kwam even aan mijn schoenen snuffelen en ging dan weer slapen in de schaduw naast de voeten van nog een Brit.

Nadat een jeep even was klem gereden in het zand, door de andere er weer werd uitgesleept, plaatste de gids ons voor een raadsel: wat zien jullie hier? Na even zoeken en wennen ontdekte ik een kameleon naast een schilfer rots. Op die vlakke open plek was het dier zo goed als onzichtbaar. Het was nog fris in de jonge morgen en de mistlaag hing nog over de vlakte. Het dier was verkleumd en bewoog traag. Maar de gids had verleidelijke meelwormen mee. De ogen van het dier draaiden boven zijn kop als twee onafhankelijke zoeklichten van een politieauto. Als alles veilig bevonden was, draaiden ze naar één punt en fixeerden de prooi. De lichaamslange tong van het dier schoot vooruit, omarmde de meelworm oor een doodskus ven schrokte hem op.

Toen namen de gidsen ons mee naar een zanderig plateau en wezen een klein zwart lijntje aan, één centimeter lang. En een lichter vlekje, een duimnagel groot. Zij raakten het met hun stokje aan en oeps! Daar verscheen een buisje van dertig centimeter dat hevig wriemelde en zijwaarts snelde. De bochten in hun lichaam en de plaatsen die het aanraakt laten een sidewinder snel zijwaarts rennen. Wat meer is, minder dan de helft van hun lijf raakt de hete bodem voor een fractie van een seconde. Zo verbranden ze zich niet. Enkele meter verder groef het diertje zich weer in tussen de takken van een struik.

Nog een laatste ervaring. De gidsen vinden een klein gaatje in het zand, kleiner dan een muizenholletje. Jurgen schuift handenvol zand weg, blijft het pijpje volgen, vind er twee, kiest eentje, schept meer zand weg, grijpt plots iets vast en als het zand tussen zijn vingers wegglijdt blijft een bleke diertje nasidderen. Doorheen zijn huid zijn de ribben zichtbaar. Van binnenuit kleuren ingewanden helder blauw en groen en rood. De twee grote zwarte ogen van een Paimato, een Namibische Duingekko, staren ons aan. Het tere beestje kan het gewicht van het zand boven hem niet dragen, maar bouwt zijn holletje in één enkele zandlaag en hoopt op de eigen sterkte van de zandlaag om overeind te blijven en het gewicht te schragen. Jurgen peutert met zijn vinger een klein holletje en laat het beestje ver der werken. Het begint inderdaad ijverig met de voorpootjes het zand naar achteren te schuiven, maar de bovenlaag stort in. Jurgen redt het diertje van onder de lawine en er volgt een nieuwe poging. Bij de vierde lukt het. Nu beginnen ook de achterpootjes het zand verder weg te schuiven en de staart zwiept het wijd open. Na tien seconden is het hele diertje verdwenen.

De expeditie loopt ten einde en er komt een toetje: een rit van vier jeeps over de zandduinen. Het geeft een speciale kick, maar of dit de bescherming van fauna en flora ten goede komt? Ik laat het oordeel hierover aan de chauffeur-gidsen over die ik net met veel zorg over de natuur hoorde vertellen.

Nu moet ik dringend naar het avondmaal. Morgen schrijf ik verder.

Gisteren kwamen we toe in Etosha, vol verwachting om de grote wilde dieren te zien. En inderdaad, een rit van anderhalf uur leverde heel wat op. Oryxen, de gazellen met twee spitse rechte horens, zowel voor mannetjes als vrouwtjes, hadden we al eerder gezien. Springbokken zijn ook overal volop aanwezig. Twee leeuwinnen lagen te zonnen, vonden veertig graden toch van het goede te veel en de ene na de andere vond de schaduw onder een brug lekkerder om te liggen. Later zagen we ze terug in de zon. Tegen de avond kwamen we een andere leeuwin tegen die duidelijk op jacht was. Het zonlicht scheen zo mooi door haar haren.

Enkele zebra’s die op de vlakte grazen, toonden hun verschillen met de bergzebra’s. Die laatsten hebben een witte buik en gestreepte poten. De eersten net andersom. Een kudde Grote Kudu’s liep even met ons mee, maar we zagen geen mannetje met die mooie gekrulde horens.

In de verte waakten impala’s en dichtbij liep er een Kori reuze trapgans, de zwaarste vliegende vogel. O ja, de struisvogels zijn veel groter maar houden zich op de grond. Ze liepen voor ons uit, want zij zijn niet gebonden door de snelheidsbeperking van 30 km per uur voor voertuigen. Mannetjes en vrouwtjes delen beiden het broedproces. In de zwarte nacht zorgt het even zwarte mannetje voor de eieren, in de dag valt het bruine wijfje minder op in het rossige zand als ze op het nest zit.

Aan de waterpoel in het Okaukuejo kamp kon ik van nabij een olifant bekijken en een giraf aan de overkant van de plas. Het is een plezier om telkens de dertig meter naar het water te lopen en er op elk ogenblik van de dag andere dieren te vinden. Gisteravond stond er aan de overkant zelfs een neushoorn, al kon ik die met mijn beperkte camera niet op de foto zetten. Vanmorgen spreidde een giraf haar poten wijd open om er te drinken.

De medereizigers zijn vandaag weer op tocht om nog meer te zien. Ik heb bewust gekozen om te laten bezinken wat ik al heb meegemaakt, om het wild naar bij mij toe te laten komen en rustig naar jullie te schrijven.

Nu stop ik hier. Later meer over wat nog komen zal. Tot dan.

zondag 1 december 2019

Groeten uit Namibië - deel 1


Goede dag.

Dit is het land dat ik wou bezoeken en dan later verder reizen naar Botswana en de Victoria waterval.

Maar de rondreis begon in Zuid-Afrika, in Kaapstad. Ik moest ten laatste dinsdagavond uit Korbeek-Dijle vertrekken en woensdag een halve dag in Kaapstad verblijven om ’s anderendaags de rondreis te beginnen. Maar ik vond een halve dag in Kaapstad toch te weinig en vertrok maandagavond. Ik gebruikte de woensdag om een rondrit te maken in en rond de stad. Het gezelschap was bont: een man uit Bangladesh, die als dokter werkt in Engeland, een tandarts uit Brazilië die zijn praktijk heeft in Australië, een paar Argentijnen die naar Spanje zijn uitgeweken en een koppel uit Wales die in deze woelige politieke Brexittijden liever Welsh en Europeaan zijn dan Brit. Voeg mij daarbij met een Belgisch paspoort en de chauffeur-gids die ooit zeeman was maar het varen heeft laten varen om met vrouw en dochter in zijn geboortestad te wonen. Alle werelddelen in één busje.

Het eerste deel van de tocht liep langs de kust van de Atlantische Oceaan, waar op het einde van de vijftiende eeuw de Portugezen een weg zochten naar de kruideneilanden in het Oosten. De Spanjaarden probeerden met Christoffel Columbus in de andere richting, maar beiden hadden hetzelfde doel: de kruiden- en edelstenenhandel uit handen van de Arabieren en Venetianen wringen. Het moet een ontmoedigende tocht geweest zijn. Na lang proberen langs de Afrikaanse kust kwamen de zeevaarders van koning Emanuel aan een kaap, een keerpunt naar de goede wind, Kaap de Goede Hoop, want vandaar liep de kustlijn naar het Noorden. Enkele mijlen verder boog het noodlot de kustlijn weer naar het Zuiden. De Portugezen vonden er een andere kaap, meer zuidelijk: Kaappunt. En weer met goede hoop naar het Noorden. Helaas, … honderden mijlen verder ondervonden ze dat de baai valselijk weer naar het zuiden leidde. Zo heet ze nog steeds de ‘Valse Baai’. Ontmoedigd maar volhardend vonden de zeelui Kaap L’Agulhas. Derde keer, goede keer. Nu ging de kust, o zo tergend langzaam, in de goede richting: oost-noord-oost. Toen ze Sulawesi in Indonesië, Goa in India, Sri Lanka, ja zelfs Korea en Japan hadden bereikt, kwamen de Nederlanders er aan en namen bijna alles weer af. Portugal is de klap nooit meer te boven gekomen.

Aan de Houtbaai van Kaapstad, waar een oud en vies man de otters voedert om toeristen te lokken en fooi te beuren, spreekt een andere mij aan: “Ik ben 72 jaar en heb 25 jaar in het Franse Vreemdelingenlegioen gediend. Nu ben ik arm. Geef je mij asjeblieft een aalmoes.” Armoede is hier troef en toeristen zijn mogelijk wandelende weldoeners.

De twee volgende dagen waren gewoon lange reisdagen om vrijdagnamiddag Namibië binnen te rijden. Toen Europa op het einde van de negentiende eeuw Afrika verdeelde, kwam Namibië in handen van het Duitse keizerrijk. In 1915 tijdens de “Groote Oorlog”, verloor Duitsland de controle en Duits Zuid-West-Afrika werd als protectoraat ‘onder bescherming’ geplaatst van buurland Zuid-Afrika, zoals Rwanda Burundi toevertrouwd werd aan ‘buurland’ België. Beide ‘beschermers’ veranderden de status van de beschermelingen tot ‘kolonie’. Na een langen onafhankelijkheidsstrijd werd “West Zuid-Afrika” in 1980 “Namibië” met uitzondering van de haven van Walvisbaai. Toen vier jaar later het blanke regime in Zuid-Afrika verdween en Mandela aan de macht kwam, werd vriendschap gesloten en kreeg het land ook dat belangrijk stukje terug. De Namibische Dollar is precies gelijk aan de Zuid-Afrikaanse Rand, zoals vroeger de Luxemburgse en de Belgische frank gelijk waren.

Ondertussen zijn wij al enkele dagen in Namibië, een groot land dat vooral dor en droog is. Ook hier zijn de reisdagen lang. Tijd om met de Namibiërs te praten is er niet. Zondag zijn we gaan wandelen langs de Fish River Canyon. Dit is na de Grand Canyon in Corado, VSA, de langste canyon ter wereld. De wanden tonen ondereen de oudste steenlagen, tot 200 miljoen jaren oud. Hogerop liggen de ‘jongere’ lagen zoals die van 120 miljoen jaren, of de lagen uit de ijstijd van enkele honderdduizend jaren oud. Vulkaanuitbarstingen, en aardverschuivingen hebben de aarde doen breken, uit elkaar schuiven, zinken of hellen. Daarna heeft de “Visrivier” zich een weg uitgesleten, tot 250 meter diep.

Toen lang geleden de dieren nog spraken, woonden hier reuzen. Zij speelden met massieve steenblokken van wel honderd ton, bouwden muren en torens, stapelden stenen tot mensenfiguren. Begrijpelijk dat de vroegste mensen dit domein de speelplaats van de reuzen doopten. Tot geleerden kwamen en verklaarden dat de werking van de aarde over de millennia heen dit eigenaardig effect veroorzaakt heeft.

Op maandag reden we door een streek die duidelijk vervallen is: lege gebouwen, afspanningen niet onderhouden, ontvolkt. Ooit kweekte boeren hier kuddes karakulschapen. De huid van de lammeren is, tot ze gespeend worden, onvoorstelbaar zacht, haast fluwelen zijde. De jongen werden dus geslacht vooraleer ze de moedermelk verlieten en hun huiden werden rijkelijke bontmantels , capes of attributen. In de jaren 1980 besloten dierenvrienden op te komen tegen deze ‘barbarij’ en spoten elke bontkledij vol onoplosbare verf. Mantel waardeloos. Niemand kocht nog Karakul lamspels. Hier in Namibië werden de kuddes van honderden boeren waardeloos en zij trokken weg. De duizenden landbouwknechten vielen zonder werk en zij trokken weg. Allen vervielen tot armoede. De ongeboren dieren waren met veel inzet van de activisten  gered. En de levende mensen …?

Morgen zien we het eerste van de drie grote nationale parken van Namibië: Het Naukluft NP, door Duitsland in 1907 ingericht. Ik houd je op de hoogte.
Gard


Optreden Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia

Op zondag 10 november 2019 luisterde de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia de eucharistieviering op in de kerk van Korbeek-Dijle, met het mooi gerestaureerde retabel op de achtergrond.



Gelezen in TERTIO van 13 november 2019: Neiging tot het goede

Uit een standpunt van Frederique Vanneuville

Het is een boodschap die paus Franciscus onvermoeibaar en in alle toonaarden herhaalt: bruggen bouwen, geen muren, contact maken, geen geweld, zorg voor de meest kwetsbaren. Zo riep hij de vertegenwoordigers van de katholieke universiteiten vorige week maandag op met hun opleidingen altijd een relationeel en maatschappelijk doel voor ogen te hebben en de nieuwe generaties niet alleen op te leiden tot bekwame professionals, maar ook hun geest, hart en geweten te vormen. Een cruciaal punt, want al moeten we er niet aan twijfelen dat de meeste mensen uit zichzelf deugen, we weten dat die neiging tot het goede sterk onderhevig is aan de richting die leiders of gezagsinstanties wijzen.

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Het geloof in vraag gesteld

Bij jongeren horen we vaak de vraag: ‘Christus wil ik wel aanvaarden, maar het instituut van de Kerk heb ik daarbij niet nodig’. Ze staan dan voor een ernstig dilemma. De band tussen geloof en de wereld stoot op weerstand, vaak wegens het beeld, al dan niet terecht, van een afstandelijke en op zichzelf gerichte Kerk.

De interpretatie van het geloof leidt ook vaak tot verschillende houdingen. Meer devotionele geloofsuitingen staan bijvoorbeeld tegenover de meer geseculariseerde geloofsbeleving. Het is een blijvende uitdaging deze en nog andere stromingen binnen de Kerk in gezonde harmonie samen te brengen. Het is de Geest van God zelf die daarbij te hulp komt. Streven naar complementariteit zal hier het antwoord moeten bieden. Wie zich baseert op de Schrift zal daar de bron vinden van samenwerking. Welke geloofsuitdrukking ook, tenslotte zal ze naar de bron van het evangelie dienen terug te gaan om vruchtbaar te zijn.

Volksdevotie of volksspiritualiteit heeft haar wortels in de cultuur van een volk en is ‘geïncarneerd in de cultuur van eenvoudige mensen’ zegt paus Franciscus. ‘Ze geeft de inhoud weer en brengt die op een symbolische manier tot uiting, veeleer dan door het gebruik van de rede’ (Evengelii gaudium, nr.124). Het volksgeloof kan dus in spanning staan met onze rationalistische samenleving. Rede en symboliek hebben beide hun waarde binnen de geloofsverkondiging. Jezus zelf sprak vaak een symbolische taal, in zijn parabels en door zijn gestes die de nabijheid bij de mensen bevestigde. Gevoel en spontane uitdrukkingen van vreugde en lof hebben een plaats naast de meer reflectieve benadering van de inhoud van het geloof. Een natuurlijk samenspel van de verschillende actoren kan alleen maar de geloofsbeleving verrijken. Dit doet me denken aan twee grote stromen in het Amazonegebied die in elkaar vloeien. Verscheidene kilometers lang kan men het verschil in kleur van het water onderscheiden, maar langzaam vloeien ze volledig in elkaar en vormen ze een brede eenkleurige stroom die gestadig naar de zee vloeit.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 20 november 2019

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Een levenslang engagement

De context waaruit de mensen komen, de geschiedenis die de verschillende landen doormaken, bepaalt het gezinsleven in de samenleving. Er is tijdens de gezinssynode van 2015 veel aandacht besteed aan de vluchtelingensituatie in diverse landen van de wereld, niet alleen in West-Europa. Hoe kunnen de mensen in vluchtelingenkampen een gezond en sereen familieleven uitbouwen? Hoe kunnen ze aandacht besteden aan de opvoeding van de kinderen als overleven de eerste zorg is voor de ouders? Wanneer vrees en de ervaring van terreur het leven beheerst van deze vluchtende gezinnen, hoe kan men dan verwachten dat ze het evangelie als uitgangspunt nemen? Die vragen zorgden tijdens de synode soms voor spanningen. Bijvoorbeeld tussen bisschoppen die eerder zoeken naar zekerheid, en dus de doctrine voorop stellen, tegenover anderen die pastoraal denken vanuit de moeilijke situatie van veel gezinnen. Paus Franciscus heeft de nadruk gelegd op de noodzaak tot luisteren om vandaar te vertrekken op zoek naar pastorale begeleiding. ‘Het is niet genoeg te horen,’ zei hij, ‘je moet ook luisteren’. De aanwezigheid van de paus heeft de sfeer zeker beïnvloed. Hij was aanwezig in alle plenaire vergaderingen en was graag bij ons in de koffiepauze.

Deze synode heeft niet willen oordelen, zeker niet veroordelen. Men sprak veel over de moeilijkheid om jongeren te bewegen een levenslange beslissing te nemen en te opteren voor het huwelijk. Gelovigen zouden moeten begeleid worden om de zin van het kerkelijk huwelijk te begrijpen en ervoor te opteren. Dat is een taak die de synode meegaf aan de kerkgemeenschappen van de hele wereld, onder de leiding van de bisschoppen ter plaatse. In de bisdommen zou men meer aandacht moeten geven aan de voorbereiding van het huwelijk.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 13 november 2019

Ingetogen bloemstuk met berkenschors


Beste KVLV-leden,
                                              



Op donderdag 28 november 2019 zijn jullie om 19.30u welkom in de parochiale gebouwen van Korbeek-Dijle voor onze bloemschikles:

                          Ingetogen bloemstuk met berkenschors

Onze lesgeefster Nicole Hersmus maakte voor ons volgende voorbeeldstukjes 
Benodigdheden:

-  +/- 70 cm dikke ijzerdraad 2 mm. (bv. giardino 2.0 mm x 25 meter 191101)

-  Schors van berk minimaal 2 stroken (bv. 70x5 cm misty white 10 stuks)

-  Stukje isolatieplaat (30 x 25 cm en 2 cm dik)

-  ½ blok Oasis

- Anchortape oasis

- Warmlijm en koudlijm

- Houten prikkers

- Kleine spelden, ijzer zwart (bv. 30 x 0.85 mm)

- Stukje plastic voor rond oasis

- eventueel dunne ijzerdraad voor hortensia toefjes,

- 4 wasspelden

- snoeischaar en mesje

- eventueel kerstdecoratie: kaarsen, kerstballetjes, …

 (het “druppel”stukje kan eventueel als alternatieve deurkrans gebruikt worden)



Bloemen:

- als hoofdbloem kleine roosjes of trosroosjes of andere fijne bloem

- Horstensia/Chrysant/Sedum (herfstbloemen maar niet primair)

- Cordylineblad zwart (alternatief maar in het groen, aspidistra)

- Bijmaterialen (malusappeltjes/kastanje/zwarte besjes hedera etc.)



Omdat de berkenschorsstroken moeilijk te vinden zijn, brengt onze lesgeefster Nicole dit mee voor alle deelnemers. Als je nog andere benodigdheden wenst te bestellen, vermeld dit dan bij inschrijving. Inschrijven voor deze bloemschikles is dus noodzakelijk en moet gebeuren bij Inge ten laatste op 18 november 2019 (016/202017 of ingeletellier@hotmail.com ). De betaling gebeurt de les zelf.





Wij kijken alvast uit naar jullie komst !





                                                                       Veel groetjes van het Korbeekse KVLV- bestuursteam