Posts tonen met het label Luc Van Looy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Luc Van Looy. Alle posts tonen

woensdag 10 juni 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Onze taak

Onze taak is de noden te zien en er op in te gaan. De geloofwaardigheid van het evangelie, van Christus’ leven, ligt in onze handen. Mensen zien ons bezig, zien ons bidden, zien ons zorg dragen en zeggen hopelijk: ‘Waarachtig deze man of vrouw is een rechtvaardige’ (Lc 23,47).

Onze taak is leven geven, doen zien, doen inzien, geïnspireerd door de houding van Jezus. Leven geven aan mensen die het niet hebben: aan armen, aan uitzichtlozen, aan mensen zonder toekomst, aan ongelovigen, aan mensen die niemand vertrouwen, aan mensen die vastzitten aan de materie.

Onze taak is het mensen gelukkig te maken. Dit lukt enkel wanneer we zijn als nederigen van hart, zachtmoedigen, hongerenden naar gerechtigheid, barmhartigen, zuiveren van hart, vredestichters. Dit kan niet zonder Jezus. In de Bergrede zegt Hij: ‘Jullie zijn gelukkig als ze jullie uitschelden en vervolgen en je van allerlei kwaad betichten vanwege Mij’ (Mt 5,11).

Onze taak is op pad te gaan, door Christus gezonden, zonder iets mee te nemen, enkel het woord vrede mogen we meenemen (Lc 10,5). Vrede brengen is ‘geluk’ brengen: ‘Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden’ (Mt 5,9).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 3 juni 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Inzicht

Deze gave gaat in tegen alle oppervlakkigheid. Het intellect is niet tevreden met uiterlijke verschijningen, met materiële beslommeringen of interesses. Het zoekt het mysterie en wenst het geheim van de mens te ontdekken, te erkennen en te begrijpen in de andere en in de natuur. Het zoekt het goede in moeilijke situaties en ontwikkelt een positieve kijk op de dingen. Het leest, exploreert, zonder vlugge conclusies te trekken.

Het intellect zoekt, maar geeft niet toe aan een ‘ongeveer’, of jammert niet over situaties. Nooit zegt het: ‘Och, er is toch niets aan te doen.’ Het zoekt verder, naar de kern van de zaak, naar objectiviteit.

Intellect is de gave van het stil-staan, van kijken met gesloten ogen. Zo zoekt het naar waarheid, recht, zuiverheid. De bron of voedingsbodem van het intellect is het Woord van God. Want is het er uiteindelijk niet om te doen Christus te kennen, ook in al zijn menselijkheid? Christus nodigt immers uit om verder na te denken. Hij opent horizonten, nieuwe perspectieven.

Uiteindelijk geeft het intellect een versnelling meer aan de mens.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 27 mei 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Jongeren en hun vragen

Jongeren zoeken een warm nest, vriendschap en gemeenschap.

In deze kring willen ze iets bijleren, zich spiegelen aan anderen, hun hart toevertrouwen aan het hart van mensen die hen vertrouwen. Intimiteit tegelijk met een onderdompeling in de grote samenleving, is wat ze zoeken. Ze zijn, zoals tijdens de Wereldjongerendagen, bereid om in de intimiteit van de aanbidding bij God te zitten, maar ook om mee te zingen en te dansen met de massa.

Voor volwassenen is het van belang te weten wat jongeren zoeken, elk moment opnieuw. Daarom moeten ze bij hen aanwezig zijn. Alleen wie ‘present’ is, met hart en ziel, kan het juiste woord op het juiste moment tegen de juiste persoon spreken.

Dat is een grote taak voor ouders, opvoeders, leerkrachten, schoolbestuurders en jeugdleiders.

Jongeren verlangen uitgedaagd te worden, ook op het vlak van geloof. Wie de lat te laag legt, bereikt maar kort succes. Om te stimuleren moet de lat juist iets hoger liggen dan wat een jonge mens zonder veel inspanning kan realiseren. Dit is het basisprincipe van onderwijs en wetenschappelijke opleiding, waarom zou dat dan ook niet gelden voor de geloofsverkondiging?

Jongeren zitten met vragen. Ze vinden dikwijls geen woorden om ze goed uit te drukken. Veel minder misschien nog hebben ze de vertrouwenspersonen bij wie ze zich stamelend kunnen uiten. Wie is hen nabij en stelt de juiste vragen zoals Jezus deed in zijn ontmoeting met de Samaritaanse vrouw aan de waterput? Hij werd voor haar bron van levend water.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 20 mei 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Inzet voor arm en klein

Solidariteit veronderstelt een mentaliteit die eigenbelang overstijgt. Een nabijheid bij zieken en armen, gevoeligheid voor de grote problemen van armoede en onderdrukking, leidt tot concrete bewogenheid tegenover noodlijdende mensen. Dat bevordert een geest van gelijkwaardigheid onder mensen. Solidariteit duikt ook op bij grootschalige problemen zoals rampen, onderontwikkeling, hongersnood, uitbuiting. Ze inspireert allerlei initiatieven, bevordert vrijwilligerswerk en bouwt aan een nieuwe relatie tussen persoon en maatschappij. Dat gebeurt zowel dichtbij als veraf, op grote en op kleine schaal.

Voor een christen betekent het ook bewust deelnemen aan het breken van het brood in de eucharistie. Het breken van het brood is een uitnodiging tot delen met de mens in nood. De geëngageerde christen vindt daarin de inspiratie om zich ten dienste te stellen van de mens in nood. Het lot van alle broeders en zusters wordt daarmee beschouwd als een gedeelde verantwoordelijkheid voor elke christen. Niemand wordt geroepen tot een leven van uitsluitend gebed of verkondiging, de dienst aan de evenmens in nood is een essentieel en integraal deel van het christelijk engagement.

Na een nacht van gebed, trok Jezus eropuit om de mens in zijn reële situatie te ontmoeten, te bemoedigen en te genezen. Zelfs de contemplatieve monnik en slotzuster beleeft de dienst aan de wereld op een heel intense, weliswaar eigen, manier. Spontaan dienstbetoon wordt zelfs beschouwd als een duidelijk teken van een authentieke roeping.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 13 mei 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Maria door Vlaanderen gedragen

De Kerk heeft Maria steeds veel eer bewezen. Het gelovige volk vond in haar een grote toegankelijkheid tot het diepste mysterie dat in elke mens verborgen zit. De relatie met God wordt inderdaad door Maria bemiddeld. Johannes getuigt dat zij het was die de aanzet gaf voor het eerste wonderlijke teken in Kana. De wijn die uit de waterkannen geschonken werd, was de allerbeste.

Doorheen de geschiedenis van het Vlaamse volk, en niet alleen bij ons, heeft Maria in de huiskamer haar plaats gekregen. Op de schouw staat het beeldje van Maria. Maar ook in het openbaar wilde de gelovige gemeenschap getuigenis afleggen. Maria werd in processie door de door de straten van dorpen en steden gedragen. Kapelletjes, groot en klein, werden gebouwd en aan de gevel van woningen hing men Mariabeelden in een kleine nis.

De volksdevotie rond de processies heeft heel wat kunst- en ambachtsontwikkeling meegebracht. Er werden muziekstukken voor de fanfare en Marialiederen gecomponeerd, er werden uniformen voor de groeperingen gemaakt, zonder te spreken over de prachtige gewaden voor het Mariabeeld zelf. Overal werden grotten van Lourdes gebouwd, families kwamen samen in het huis waar de processie voorbij trok en vierden het Mariafeest aan tafel. Deze traditie mag niet verloren gaan en dient, waar mogelijk, op een of andere wijze voortgezet te worden. Op Moederdag mag de ‘grote moeder’ niet in de schaduw komen te staan.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 6 mei 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: De eerste gemeenschap start rond Maria

In haar aanwezigheid in het Cenakel, wellicht ook bij het avondmaal – alhoewel het nergens gezegd wordt – maar zeker toen de leerlingen samen waren na de verrijzenis, zien we de vorming van de eerste christengemeenschap rond Maria. Waarom? Zij verwees als moeder steeds weer naar haar zoon. De leerlingen beschouwden, contempleerden, Jezus in haar.

Diezelfde leerlingen, behalve Johannes, waren allemaal weggelopen of ze hadden afstand gehouden. Maria integendeel was de weg van het kruis gegaan. Zij had veel intenser meegeleefd met wat Jezus overkomen was dan de leerlingen. Zij had ook een diepere beleving van het gebeuren van de verrijzenis. Dit alles was voorspeld bij de opdracht in de tempel en het woord van Simeon: ‘Ook door uw ziel zal een zwaard gaan’ (Lc 2,35), en was een gevolg van de gebeurtenis in Kana en haar meestappen heel de tijd met hem. Op twaalfjarige leeftijd was Jezus zoek, de ouders ondergingen lijdzaam dat Hij hun ontglipte. Onder het kruis leed ook zij onder de zweep van de Romeinse soldaten.

Na de kruisiging en de dood nam zij Jezus op in haar armen (piëta). Zij is erbij bij het bezoek van de Verrezene aan de leerlingen. Zij heeft constant deel aan het luisteren naar zijn Woord en aan het ‘delen van zijn brood’. Gevraagd over zijn moeder zegt Jezus: ‘Mijn moeder en broers zijn diegenen die het Woord horen en het beleven.’ Maria heeft heel haar leven geluisterd en ernaar geleefd.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 29 april 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Doe maar wat Hij u zeggen zal

Het wonder op de bruiloft in Kana is een manifestatie van Jezus (Joh 2, 1-12). Het gaat niet enkel over water en wijn op een bruiloft, wel over een gelegenheid om de messiaanse wijn aan te bieden. Maria staat voor de mensheid die op verlossing wacht. De wijn is de verwijzing naar het nieuwe Sion. Maria staat voor het volk dat tekenen – mirakelen – wil zien. Jezus brengt het op niveau van zijn goddelijke opdracht, ontvangen van de Vader. Niet een mens, zelfs niet Maria, bepaalt zijn uur. Wel de Vader. Niet vrienden of familie leiden ons leven, God doet dat. Maria en Jezus benaderen het moment op twee verschillende niveaus: wijn voor de genodigden en de wil van de Vader. De verwijzing naar het Laatste Avondmaal is hier aanwezig. Maria is middelares: van ‘vlees’ naar ‘Geest’. ‘Leg alles in handen van Jezus: doe wat hij u zal zeggen.’ Dat heeft Maria reeds gedaan, ze heeft haar eigen lichaam gegeven als moeder voor de redding van de wereld. Hier wordt de samenwerking Jezus-Maria publiek. Het water dat diende voor de zuivering wordt wijn voor de eucharistie, een heel nieuwe zuivering, die niet stil staat bij de zonden maar ze vergeeft. We kijken hier niet naar het verleden maar naar de toekomst. De kleinen komen centraal te staan, alleen de dienaren wisten het. Zij zijn de eersten in het nieuwe verbond. Zij vroegen niets!

In het boek Exodus zegt het volk Israël tegen Mozes: ‘Alles wat de Heer zegt zullen wij volbrengen’ (Ex 19, 8a). Laten we ons uitdagen door deze woorden en ons afvragen wat Hij ons zegt en hoe wij erop kunnen antwoorden.

Paus Franciscus zegt hierover: ‘Wij staan vandaag voor de uitdaging een passend antwoord te geven op de dorst naar God bij vele mensen… Als ze in de kerk geen spiritualiteit vinden die hen geneest, hen bevrijdt en hen vervult van leven en vrede en hen tegelijkertijd oproept tot een solidaire verbondenheid en missionaire vruchtbaarheid, worden ze uiteindelijk bedrogen door een aanbod dat niet humaniseert en geen eer geeft aan God (Evangelii gaudium, nr.89). Het gaat dus niet enkel over een individuele opdracht maar ook over de gemeenschap van de Kerk die ‘alles wat God zegt moet volbrengen’.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 22 april 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Liefde, diep in ons gegrift

Het verhaal van Jezus’ lijden, sterven en verrijzenis is telkens opnieuw beklijvend. Hoezeer een bepaalde mentaliteit vandaag zou willen reageren tegen de aanwezigheid van God, van Christus, toch blijft het een verhaal dat de hele wereld aanspreekt. Het past zodanig op ons mensenleven dat we het telkens weer opnieuw willen horen. Wat sommigen ook beweren, de getuigenissen van de leerlingen dat Christus leeft zijn als een kracht die de hele wereld inpalmt. En die kracht vermindert niet met de tijd.

Is dit misschien het beste bewijs dat wij mensen eigenlijk niet enkel tevreden zijn met wat ons alle dagen omringt? Het lijkt telkens weer dat wij zoeken naar wat van boven is, naar het mysterie, naar God. We mogen misschien soms twijfelen aan het bestaan van God, we horen wel eens zeggen dat de verrijzenis een fabeltje is, toch duikt in ons binnenste telkens weer de vraag op naar zijn levende aanwezigheid.

Pasen betekent dat Christus niet in de dood kon blijven. Hij kon niet zonder ons. Hij moest bij ons terugkomen. Het betekent evenzeer dat wij niet zonder hem kunnen. Hoezeer we ons ook van hem verwijderen, het verlangen naar hem komt telkens weer terug. Zou dat zoiets zijn als een verliefdheid, een liefde die diep in ons gegrift staat? Paus Franciscus spreekt van een verliefdheid als basis, als conditie, voor iemand die de boodschap van het evangelie wenst door te geven. We kunnen niet anders dan naar dit grote verhaal van lijden, dood en verrijzenis te luisteren!

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 15 april 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Een Kerk die naar buiten treedt

De geschiedenis maakt ons duidelijk dat in cultuur en kunst de Kerk prominent aanwezig is, dat ze in onderwijs en ziekenzorg een leidende rol heeft gespeeld. Precies omdat ze midden tussen de mensen staat. Niet dat de mensen altijd hun mantels als een rode loper uitspreiden voor de Kerk. Dat hoeft ook niet. De kerkelijke aanwezigheid op het publieke forum is niet zonder spanning. Ze vergt ook inspanning. De dagbladen en televisie-uitzendingen illustreren dit goed. Het is moeilijk in publiek te spreken, en toch moet dit gebeuren. Ondanks het bewustzijn dat zijn lijden en dood in zicht waren, klom Jezus op de ezel en trad Hij voor het voetlicht.
Spreken is moeilijk, vooral wanneer je zelf kwetsbaar bent. En wie is dat niet? ‘Spreken is zilver’ zegt men, ‘en zwijgen is goud’. Toch moet men als gelovige naar buiten komen, niet met zichzelf, maar met diegene die de wil doet van de Vader. Hij heeft het lijden van al de slachtoffers van de zonde van Adam op zich genomen ofschoon Hij zelf zonder zonden was. Zo heeft Hij ons verlost. Hoe moeilijk dit ook is en hoe schril het soms afsteekt bij wat we er zelf van kunnen maken of bij datgene waarmee we dag na dag geconfronteerd worden, het is wel degelijk van belang dat we de verlossende boodschap van Jezus moedig verkondigen.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 8 april 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Thuiskomen in vreugde

Op een biechtstoel zou moeten staan: ‘Welkom.’ En in de biechtstoel moet een vriendelijke vader zitten die al lang op de uitkijk is naar zijn verloren zoon of dochter. Hij is niet curieus om te vernemen wat men opbiecht, maar de biechteling heeft er nood aan zijn of haar verhaal te vertellen om ervan af te zijn. God zelf keek ernaar uit. Met veel geduld, zoals Sint-Ambrosius zegt: ‘God was niet tevreden na de schepping van het licht, van de dieren, van de wateren, van de zee. Zeven dagen lang zocht Hij naar iets wat hem vreugde zou schenken. Toen Hij de mens geschapen had zei Hij: ‘Dit is waar ik naar gezocht heb. Eindelijk kan ik God zijn, want de mens is het schepsel van wie ik de zonde kan vergeven.’

Bij het buitenkomen van de biechtstoel zou het woord ‘Vreugde’ moeten staan. ‘We zijn weer thuis.’ Maar let wel. Gos is barmhartig maar Hij is ook rechtvaardig. ‘Als God alleen maar rechtvaardig zou zijn, zou Hij ophouden God te zijn. God overstijgt met zijn barmhartigheid en vergeving de gerechtigheid. Wie fouten maakt, zal zijn straf moeten ondergaan, maar dit is niet het laatste woord, wel het begin van een bekering, omdat men de tederheid van de vergeving mag ervaren’ (Paus Franciscus in Misericordiae vultus – Het gelaat van de barmhartigheid, nr.21). we hebben allemaal wel de ervaring van te wachten op iemand, een zoon of een dochter, een vriend of een vriendin, een medewerker of buur. Wanneer die dan uiteindelijk thuiskomt of wanneer we weer in gesprek gaan, dan gebeurt er zoiets als een omhelzing. Dan worden alle tranen weggewist, of maken ze plaats voor tranen van vreugde. Dat gebeurt in het sacrament van de verzoening: Christus wacht op jou, vertel hem hoe het met je gaat, welke je onvrijheden zijn, waar je aan vasthangt, waarvan je je moet – wilt – bevrijden. Wat is het dat je vreugde wegneemt? En neem dan je plaats op in de gemeenschap. ‘We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden’ (Lc 15, 32).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 1 april 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Gods verwachtingen

Door het doopsel worden wij geïnitieerd in het leven en de vriendschap van Christus. Daardoor wordt het duidelijk dat de gemeenschap van de gedoopten rond hem samenkomt. We worden geloofsgenoten van hem en van elkaar. De vriendschap met Christus en ons lidmaatschap van het volk van God doen ons ontdekken dat God geen ver verwijderd wezen is. God is op zoek naar ieder mens, maar velen moeten een steun in de rug krijgen om hem te herkennen. Aan ons vraagt Hij om de berg op te gaan om te bidden, zoals Jezus zelf deed na zijn doop en regelmatig aan het einde van de dag. Maar Hij vraagt ook onze stem te verheffen op het publieke forum, in de samenleving, waar de kans zich aandient en waar het nuttig is onze stem te laten horen en op te komen voor het evangelie. En wat is dat dan? Wanneer de leerlingen vragen wat ze moeten doen, zegt Jezus: ‘Geloven in diegene die Mij gezonden heeft’, en later: ‘Dit draag Ik jullie op: dat je elkaar liefhebt’.

Daarover gaat het dus als gedoopten: geloven in de Vader, elkaar liefhebben, meedoen met de gemeenschap van de gelovigen. Dat zal zich het beste uitdrukken in de wekelijkse eucharistieviering en door bij de mensen te getuigen van ons christen-zijn.P

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 25 maart 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Liefde opent het perspectief van Gods Koninkrijk

Wanneer we in het Onzevader bidden ‘uw rijk kome, uw wil geschiede’, dan komt dat nadat we ‘uw naam worde geheiligd’ gebeden hebben. We erkennen dat eigenlijk alles van God afhangt. Dit hebben we gezien in het Oude Testament wanneer Mozes de slang omhoog hield om het volk bijeen te houden (Nu 21, 4-9).

De evangelist Johannes herinterpreteert dat verhaal in het licht van Jezus’ kruisdood (Joh 3, 14). Zoals de slang zal men Jezus omhoog heffen aan het kruis. Door zijn zelfgave bewerkt Hij verzoening en verwerft Hij eeuwig leven. Net als iedereen die in hem gelooft.

De komst van Jezus wijst erop dat de tijd gekomen is om God aan het woord te laten. Hij zegt vaak dat het ‘Koninkrijk van God ophanden is’ (Mc 1, 15). De naam die we aan dit Koninkrijk kunnen geven is ‘liefde’, vanuit het eerste en het tweede gebod. Jezus is gekomen om ons bewust te maken van de liefde van God en ons uit te nodigen deze liefde door te geven.

Om dat te kunnen moeten we herboren worden in de Geest. Daarover zegt paus Franciscus: ‘De Heilige Geest heeft een oneindige verbeelding, juist als Geest van God is Hij in staat om zelfs de meest complexe en onontwarbare knopen van de menselijke geschiedenis te ontwarren’ (Evangelii gaudium, nr. 178).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 18 maart 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Diepste pastorale motivatie

Het komt erop aan dat wij ‘verbonden met Jezus zoeken wat Hij zoekt, liefhebben wat Hij liefheeft. Uiteindelijk zoeken wij de glorie van de Vader, wij leven en werken ‘tot lof van de heerlijkheid van zijn genade’ (Ef 1,6). Als wij ons helemaal en altijd willen inzetten, dienen we iedere andere motivatie te overstijgen. Dit is het uiteindelijke motief, het diepste, het grootste, de hoofdreden en de ultieme zin van al de rest. Het is de glorie van de Vader die Jezus heeft nagestreefd zijn leven lang’ (Evangelii gaudium, nr.267).

Ik vraag mij af tijdens deze voorbereidingstijd naar Pasen in het bijzonder, welk gebed eigenlijk het onze zou moeten zijn: ‘Uw rijk kome, uw wil geschiede.’

In het Onzevader worden wij binnengeleid in de mentaliteit die Jezus bezielde. We leren zijn pastorale bewogenheid tot de onze te maken, namelijk om je alleen te laten leiden ‘door de wil van hem die Mij gezonden heeft’ (Joh 5,30). De toegankelijkheid van Jezus voor de mensen langs de weg vindt daar zijn oorsprong. Hij verwacht ook van ons dat wij ‘het menselijke leed aanraken en in contact treden met het concrete bestaan van de ander’ (Evangelii gaudium, nr.270), in het bijzonder van de arme en noodlijdende.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 11 maart 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: De vreugde van het evangelie

Het verhaal van Abraham die op vraag van de Heer wegtrekt uit zijn vertrouwde omgeving, heeft in de geschiedenis van de Kerk missionarissen gemotiveerd om uit hun land te vertrekken om het evangelie te brengen ver van huis. Deze missionaire opdracht is vandaag een belangrijk thema voor paus Franciscus. ‘Wij zijn allemaal geroepen tot een nieuw missionair naar buiten treden. Ieder christen en iedere gemeenschap zal dienen te onderzoeken welke weg de Heer vraagt te gaan. Maar allen zijn we geroepen om op deze oproep in te gaan: weg te trekken uit ons eigen comfort om moedig iedereen die verwijderd is van het geloof tegemoet te treden in het licht van het evangelie’ (Evangelii gaudium, nr.20). We herinneren ons ook dat Jezus tegen zijn leerlingen zei: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de buurt’ (Mc 1,38). Eropuit trekken, niet stil zitten, je niet opsluiten in je eigen beslommeringen… zijn allemaal oproepen die we constant horen van paus Franciscus. En hij geeft het voorbeeld. Hij verbindt dit met de vreugde, met gelukkig zijn. ‘Er is meer vreugde in het geven dan in het ontvangen,’ zegt de Schrift. Die vreugde vindt haar oorsprong in de kennis geliefd te zijn door God. De missionaire beweging start ook van die liefde, die we niet voor onszelf alleen kunnen houden, maar moeten doorgeven aan anderen, vooral dan aan die mensen die van liefde of welvaart verstoken blijven, aan de armen, en aan diegenen die ver van geloof of Kerk verwijderd leven. Paus Franciscus noemt dit: ‘Naar buiten treden en het evangelie verkondigen aan iedereen: op alle plaatsen, bij elke gelegenheid, zonder aarzelen, twijfel of angst. De vreugde van het evangelie is voor alle mensen: niemand wordt uitgesloten’ (Evangelii gaudium, nr.23).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

zondag 8 maart 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Nieuwe evangelisatie: catechese en vergeving

Het is opvallend hoe vaak Jezus spreekt over het einde, over her rijk dat zal komen, over glorie en over verdoemenis. Uit onze catechese en homiletiek is de verwijzing naar de ‘uitersten’, naar de uiteindelijke zin van het leven, of beter: naar het leven na de dood, vaak verdwenen. In de gebeden van de eucharistieviering wordt voortdurend daarnaar verwezen. Denk alleen maar aan de formule ‘tot in de eeuwen der eeuwen’. Het perspectief van het rijk der hemelen is nochtans de grote verwachting, de basis van onze hoop.

Een ander vergeten element is de vergeving van de zonden. We lezen er overheen in de teksten van de liturgie. Zonde wordt beschouwd als een oude term: er is geen zonde meer. En toch is het geen oude realiteit. De kranten staan er dagelijks vol van in een samenleving die gebouwd wordt op beschuldiging en repressie. Het Onzevader zegt: ‘Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren.’ Durven wij die laatste zin nog wel uitspreken? Is het waar dat we tegen God zeggen dat wij onze schuldenaren vergeven? Nochtans is dat de boodschap van de Verrezene, Hij heeft de zonde en de dood overwonnen.

De nieuwe evangelisatie is door de bisschoppensynode van 2012 opnieuw in de startblokken gezet. De inspiratie voor hun slotboodschap is de ontmoeting van Jezus met de vrouw aan de put van Jacob. Hij komt bij ons zitten, Hij blijft in het dorp, zodat we zeggen: ‘Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt; we hebben hem zelf gehoord en nu weten we: dit is werkelijk de Redder van de wereld’ (Joh 4,42). Het komt erop aan ‘te erkennen dat Jezus het initiatief neemt om ons te ontmoeten, en dit voor te stellen in al zijn schoonheid en eeuwige nieuwheid aan de afgeleide en verwarde harten en geesten van de mannen en vrouwen van onze tijd, bovenal aan onszelf… Deze schoonheid moet in het bijzonder zichtbaar zijn in de handelingen van de heilige liturgie, bovenal in de zondagse eucharistie… Het is vandaag nodig oases in de woestijn van het leven te scheppen’ (Uit de slotboodschap van de synode in 2012, nr. 3).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 26 februari 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Vlaanderen missieland?

Reeds in 1943 werd in Frankrijk een boek gepubliceerd met als titel: La France, pays de mission? Kerk is inderdaad missie. Om echter aan het idee ‘missiegebied’ te wennen is meer nodig. Realistisch gezien is het wél zo, vermits vele mensen vervreemd zijn geraakt van het kerkgebeuren en van het evangelie. Past hier de uitspraak van de evangelist Lucas dat we moeten ‘zoeken en redden wat verloren is’ (Lc 19,10)?

De missie-ervaring leert ons dat de kennis van de Schrift essentieel is. Elke bijeenkomst van de gelovigen zou moeten beginnen met een Schriftlezing en commentaar daarop. In onze gemeenschappen ontbreekt vaak een Bijbelcultuur. Vandaar dat we geen woorden hebben om over geloof te spreken. We durven blijkbaar niet uitkomen voor ons geloof, onze vieringen zijn soms vlak en zonder enthousiasme, er wordt dan maar weinig ‘gemeenschap gevierd’. We kunnen nog wel bouwen op een culturele ondergrond die christelijk is en op wat vandaag nog uit een relatief ondiepe ondergrond opgediept kan worden. Maar expliciete verkondiging is echt wel nodig en dringend.

Mensen hebben het recht om Christus te ontmoeten en hem te leren kennen. Groeiende geloofsinteresse is te merken bij sommige jongeren die een frisse nieuwsgierigheid tonen. Nieuwe bewegingen vinden langzaam hun weg en elk jaar dienen zich meer catechumenen aan. De houding van gelovigen is bepalend voor de toekomst van de Kerk in Vlaanderen en de collegialiteit en samenwerking onder de vrijgestelden staat garant voor een geloofwaardige Kerk.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 19 februari 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Kerk-zijn morgen: samen zoeken naar waarheid

De Kerk verlangt dat alle mensen gelukkig zijn. Dat was het ook wat Jezus bedoelde: dat mensen het leven mogen vinden en integraal mens kunnen zijn. Geluk heeft dan ook persoonlijke, relationele, professionele, sociale, politieke en mystieke aspecten. Jezus beleefde dat zelf en daarom voelden andere mensen zich gelukkig bij hem. Hij was letterlijk ‘geloof-waardig’. Een goed mens berekent niet. Een oprecht mens zegt wat hij doet en doet wat hij zegt.

Geloofwaardigheid en waarachtigheid horen samen. Waarachtigheid betekent: in de waarheid staan. Het is een belangrijke taak van de Kerk: samen zoeken naar de waarheid.

Niemand gaat trouwens graag om met leugenaars. Liegen is iets wat een natuurlijke afkeer of walging doet ontstaan. Liegen leidt tot nog meer leugens, om te zeggen dat men niet gelogen had.

De vraag naar waarheid staat nochtans in onze genen geschreven. De Schrift vertelt hoe het volk van God, van Abraham tot Joannes de Doper, op zoek was naar waarheid. Maar het verloor zich dikwijls in leugen en bedrog. Of het verloor zich in wetten en bepalingen waarmee het krampachtig de uitverkiezing van Jahwe wilde vasthouden.

Hoe bevrijdend was de komst van Jezus? Hij heeft laten zien wat de Schepper bedoelde met de mens. Wat is de waarheid in verband met de mens? In Jezus’ leven vinden we ‘antropologie’, de waarheid over de mens.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 12 februari 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Incarnatie

Delen in het leven van de mensen is halt houden bij de zieken en gekwetsten: daar ging de aandacht van Jezus naartoe. Dit principe maakt van de Kerk een gemeenschap die aandacht heeft voor de kleinen, de zieken, eerder dan een gemeenschap die met zichzelf bezig is. Het model van de barmhartige Samaritaan wijst erop dat de in zichzelf gekeerde priester en leviet geen verlossing brachten. Ze waren enkel bezig met zichzelf en met wat de Wet hen gebood of verbood.

Christus was bij dag een en al oor voor zijn mensen en ’s nachts ging Hij op de berg bidden, converseren met zijn Vader. Dat is wat paus Benedictus XVI ons meegaf: ‘De eucharistieviering is niet af indien ze niet gevolgd wordt door dienstbaarheid, door diaconie.’ Het zou geen teken van incarnatie zijn indien we de liefde die we van God ontvangen hebben alleen maar voor onszelf zouden houden en niet doorgeven. Eucharistie is het lichaam van Jezus breken en delen als brood en het bloed drinken als wijn. Zo leren we onszelf te delen met anderen. Toen Hij de voeten van de leerlingen gewassen had, was zijn commentaar: ‘Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat jullie ook zo zouden doen.’ En na de instelling van de eucharistie klonk het: ‘Doe dit tot mijn gedachtenis.’ Toen de menigte te eten moest gegeven worden met vijf broden en twee vissen zei Hij: ‘Geven jullie henzelf te eten.’ Zo concreet raakt God ons aan.

Incarnatie is luisteren, contempleren. Daaruit groeit de pastorale houding van luisteren naar het Woord van God en tegelijkertijd naar de mensen. Reeds in Exodus sprak God: ‘Ik heb de roep van het volk gehoord’ en in het Nieuwe Testament lezen we: de goede herder kende de stem van zijn schapen en de schapen kenden zijn stem. Christus is ook geïncarneerd in de zieke, de arme, de hulpbehoevende. Zei Hij niet: ‘Watje aan de minsten van de mijnen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan’?

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 5 februari 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Geloven is …

Geloven is verder kijken, loslaten, de moed hebben op te trekken.

Geloven is goed weten vanwaar je vertrekt en met wie je op weg gaat.

Geloven is zorgen voor anderen, oog hebben voor anderen. Het verhaal van Kaïn en Abel, al bij het begin van de mensheid, wijst op de verantwoordelijkheid voor het geluk van onze broeders en zusters.

Geloven is ook klaar staan voor de reis, zoals het uitverkoren volk, het avondmaal gebruiken als ze volledig uitgerust zijn voor de tocht, of zoals Elia die veel moest eten omdat de reis lang zou zijn.

Geloven is een relatie opbouwen met God, de Vader van alle mensen, en van bij hem naar de mensen toegaan.

Geloven is de stem erkennen die zegt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem’.

Geloven doet men samen, leert men samen, deelt men samen. Pas dan is de stem te horen die de leerlingen op Tabor hoorden, pas dan is het mogelijk om met hem op te trekken naar Jeruzalem.

Geloven is geen geheim. Mensen moeten kunnen zien wat christenen motiveert om te leven en te handelen.

Geloven is ‘de ogen gefixeerd houden op Jezus’. Dit komt tot uitdrukking in het eucharistisch samenleven in onze gemeenschappen. Bij dat eucharistisch gebeuren hoort ook de voetwassing en Jezus spreekt er met zijn leerlingen over de verhouding tot zijn Vader.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 29 januari 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Met de Herder

We bevinden ons met de apostelen aan de oever van het meer en Jezus spreekt de verantwoordelijke, namelijk Petrus, aan (Joh 21, 15-17): ‘Simon heb je me lief, meer dan de anderen?’ Die antwoordt in naam van al de anderen: ‘U weet, Heer, dat ik u bemin.’

De vraag van Jezus betekent: ‘Ben je nog gebonden aan je zelfzucht, aan je eigen ideeën en grillen of geef je totale prioriteit aan mij, je Schepper en Verlosser? Heb je vertrouwen in mijn leiderschap? Ben ik je vreugde?’ Ons enige goede antwoord daarop luidt: ‘De Heer is mijn Herder en ik wil geen ander, omdat ik weet dat Hij mij langs veilige paden leidt’(Ps 23). Op onze beurt willen we dat geluk ook aanbieden aan kwetsbare mensen. We doen dit enkel en alleen omwille van zijn naam, niet om onze verdiensten te etaleren. Gratis omdat Hij ons roept. Herder zijn van mensen is nooit zomaar een beroep. We zijn gezonden ‘in nomine Patris’, ‘in de naam van de Vader’. Niet uit eigenbelang en zelfs niet in het belang van de Kerk. Geleid door de Vader, kunnen we gerust op weg gaan, ‘naar grazige weiden, naar vredig water, met olie gezalfd, voorzien van een boordevolle beker’(Ps 1), op zoek naar het verloren schaap (Lc 15, 4-6). Met zijn stok en zijn staf gaan we op weg ‘om het verloren dier te zoeken, het gewonde te verbinden, het zieke te sterken’ (Ez 34,16).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)