De halve maan is het teken van de islam, zoals het kruis dat is voor het christendom en de Davidsster voor het jodendom. De halve maan, of wassende maan, is al sinds mensenheugenis een religieus symbool. Zo kwam het voor in de cultus van Astarte, godin van de vruchtbaarheid, die al sinds de vroegste oudheid bekend was in het hele Midden-Oosten.
Later werd de halve maan het symbool van het Oost-Romeinse, Byzantijnse rijk. De kern daarvan bestond uit Klein-Azië, het tegenwoordige Turkije, met als hoofdstad Byzantium, dat later Constantinopel heette. Het teken van de halve maan was echter ook bekend bij de Turkse Ottomanen die in 1453 Constantinopel veroverden, dat nu Istanboel is.
Vandaag de dag komt de halve maan voor op de vlaggen van landen waarvan de inwoners overwegend moslims zijn, zoals Maleisië, Pakistan, Tunesië en Turkije. Het Arabische woord voor halve maan of wassende maan is ‘hilal’.
woensdag 8 september 2010
Een God, Drie Religies – Deel 16
woensdag 1 september 2010
Een God, Drie Religies – Deel 15
Het altaar is een verhoogde plaats, bedoeld om een god offers te brengen en hem te aanbidden. Altaren ontstonden op plekken waarvan omwonenden geloofden dat ze bewoond werden door geesten en goden. Om hen gunstig te stemmen brachten de gelovigen hen geschenken, offers, die ze op het altaar plaatsten.
Aanvankelijk was een altaar niet veel meer dan een paar stenen. Maar toen mensen tempels gingen bouwen als huis voor de goden werd ook het altaar veel mooier. Meestal bestond het uit een rechthoekige steen, soms liggend met een uitholling, zoals in het antieke Israël, soms rechtop, zoals in het antieke Egypte. De Grieken en Romeinen bouwden hun altaren bijna overal, bij hun eigen huis, in of voor tempels en op heilige plaatsen in de natuur.
De eerste christenen kenden geen altaar. Voor de avondsmaaltafel kwam het Latijnse woord ‘altare’ in gebruik. De herkomst van dit woord is niet helemaal duidelijk, maar de geleerden houden het er op dat het verwijst naar het branden van offers. Sindsdien heeft het altaar een centrale plaats in de kerk gekregen. In de rooms-katholieke kerk is dat nog steeds zo. De viering van het Avondmaal is in deze kerk uitgegroeid tot de eucharistie, het belangrijkste onderdeel van de eredienst, de heilige mis. In de protestantse eredienst staat het preken over de Bijbel centraal.
woensdag 25 augustus 2010
Een God, Drie Religies – Deel 14
Vandaag heeft Herman Frijlink het voor de laatste maal over God. In deze bijdrage gaat het over Allah.
Allah is het Arabische woord voor God. Zoals er in Kanaän al een Jahweh was voordat Hij een verbond sloot met de Israëlieten, zo was er in Arabië al een God die Allah heette voordat de islam ontstond door toedoen van Allah’s profeet Mohammed. Voor gelovige moslims is Allah de enige echte God, precies zoals de christenen en joden hun God en Jahweh zien als de enige echte. Allah’s betekenis staat beschreven in de Koran.
Dit heilige boek legt veel nadruk op het unieke van Allah. Daardoor is polytheïsme, veelgoderij, een onvergeeflijke zonde, een doodzonde. Dat is ook de reden waarom moslims het christelijke idee van de drie-eenheid veroordelen. God, zegt de Koran, is de Schepper van de wereld. Hij is almachtig maar ook vol genade en zal over de mensen oordelen als de wereld ten einde loopt.
Staat de Bijbel vol met verwijzingen naar Gods liefde, de Koran kent maar twee passages waarin de liefde tussen God en mens staat beschreven. Veeleer ligt de nadruk op Allah’s onbegrijpelijke almacht, waaraan de gelovigen zich dienen te onderwerpen. De overgave, islam, aan Allah is de essentie van het geloof.
Elke moslim, hoe vrij hij zich ook mag gedragen, onderschrijft de geloofsbelijdenis: er is geen God dan Allah en Mohammed is Zijn profeet. Moslims gaan er van uit dat er niets gebeurt zonder de wil van Allah. Als ze het over de toekomst hebben voegen ze er automatisch ‘Inshallah’ aan toe. Inshallah is een samentrekking van In sha’a ilah, zo God wil.
Een God, Drie Religies – Deel 13
Here God.
Het feit dat de Hebreeuwse Bijbel het eerste deel vormt van de christelijke Bijbel geeft al aan dat het christendom veel gemeen heeft met het jodendom, ook al zijn de verschillen minstens even groot. Zo heeft het christendom het Hebreeuwse, Israëlitische idee van God de Schepper en de Heerser over het Heelal overgenomen. God is niet van deze wereld maar bemoeit zich wel met de gang van zaken. Hij is, menen de gelovigen, eeuwig, onveranderlijk, alwetend en almachtig.
Verder ziet de christelijke Bijbel God, Jahweh, als een God van wie geen tastbaar beeld bestaat. Hij is bij uitstek een God van rechtvaardigheid en genade en liefde. En daarop beoordeelt Hij ook Zijn Volk.
De God van het Nieuwe Testament van de christelijke Bijbel is dezelfde als die van het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel. Het Nieuwe Testament vloeit logisch voort uit het Oude. Het gaat er bijvoorbeeld van uit dat Jezus de profeet is die al in het Oude Testament wordt aangekondigd. Als profeet voorspelde hij al de verwoesting van de joodse tempel, zijn eigen dood, zijn verheffing tot de status van Gods Zoon en zijn terugkomst als Messias, verlosser. Het Nieuwe Testament onderscheidt God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.
woensdag 11 augustus 2010
Een God, Drie Religies – Deel 12
Vandaag laten we Herman Frijlink verder aan het woord over God. In deze bijdrage gaat het over Jahweh.
Jahweh was niet vanaf het begin al de God van de Bijbel. In het Bijbelboek Exodus staat dat ook bevestigd. Voor Hij de God van Israël werd, was Hij de god van wind, vuur en water. Dat veranderde toen Hij Zijn naam openbaarde aan Mozes en Zijn beloften aan Abraham bevestigde door een verbond te sluiten met Zijn nakomelingen, de Israëlieten. Toen deze zich definitief hadden gevestigd in Kanaän, nu Israël of Palestina, kregen ze ook te maken met de godsdienst van de mensen die er al woonden, zodat het verbond met Jahweh direct op de proef werd gesteld. De Hebreeuwse Bijbel, het Oude Testament van de christelijke Bijbel, is te zien als een soort verslag van de manier waarop een reeks van profeten en koningen de verering van Jahweh veilig stelde ten koste van de cultus van Baäl en zijn vrouwelijke tegenhanger Astarte. Deze cultus was afkomstig uit Tyrus, gelegen in het huidige Libanon.
Langzamerhand slaagden de Hebreeuwse profeten er in, soms met, soms zonder de hulp van de koningen, deze cultus terug te dringen en de leer van Jahweh er van te zuiveren. Het kwam er op neer dat ze Jahweh vereenzelvigden met El, de belangrijkste god van de toenmalige inwoners van Kanaän. Zo namen ze ook het idee over dat Jahweh een jaloerse God is, die volgens de gelovigen groter is dan enig ander god, precies zoals ook de leer van de islam het zegt: Allahoe akbar, Arabisch voor ‘God is groter’. Een ander voorbeeld van overnemen en zich beter voelen is dat de religies in het toenmalige Midden-Oosten allemaal een versie kenden van het scheppingsverhaal dat veel lijkt op het scheppingsverhaal in de Hebreeuwse Bijbel. Overnemen en zich beter voelen is de rode draad in de geschiedenis van God.
woensdag 21 juli 2010
Een God, Drie Religies – Deel 11
Geschiedenis
Het begin van de geschiedenis van God valt samen met het begin van de beschaving zoals wij die kennen. De historici zijn het er over eens dat deze moet zijn begonnen in de periode dat de aarde na de laatste IJstijd opwarmde, zeg maar zo’n 10.000 jaar v.C.. Die temperatuursverhoging maakte het menselijk bestaan gemakkelijker in een veel groter gebied dan voordien het geval was. Dat betekende bijvoorbeeld dat de mensen die zich tot dan toe uitsluitend in leven hadden gehouden met de jacht en het verzamelen van vruchten en noten de landbouw begonnen te ontdekken. Daardoor konden de volgende generaties hun nomadische bestaan langzaamaan verruilen voor het leven op een vaste woonplaats. Zo ontstonden kleine gemeenschappen, versterkte plaatsen, die na lange tijd uitgroeiden tot kleinere en grotere steden.
Vruchtbaarheid was voor deze nomaden en landbouwers van levensbelang. Daarom waren godinnen aanvankelijk belangrijker dan goden. Maar geleidelijk aan veranderde dat en maakten de godinnen plaats voor goden. Deze ontwikkeling liep voor een deel parallel aan het ontstaan van steden en de ontwikkeling van een centraal gezag dat grote gebieden beheerste. Zij nam enkele duizenden jaren in beslag en speelde zich onder andere af in India, Egypte en het Midden-Oosten, met name Mesopotamië. Dat woord stamt af van het Grieks en betekent tussen de rivieren, de Eufraat en de Tigris, in het hedendaagse Irak. De meeste geleerden zijn het er over eens dat Ur de stad was waar Abraham vandaan kwam. Hij was het met wie God, Jahweh een verbond sloot.
dinsdag 29 juni 2010
Een God, Drie Religies – Deel 10
Vandaag laten we Herman Frijlink verder aan het woord over God. In deze bijdrage spreekt hij over de Namen van God.
Joden, christenen en moslims geven God verschillenden namen. Jahweh, Adonaj, Jehova of El heet hij in de Hebreeuwse Bijbel. De christelijke Bijbel vertaalt deze namen in God, Heer of Here en voegt er enkele aan toe: Jezus, Christus en Heilige Geest. God heet Allah voor moslims, ook wel Al-Aziz, Al-Hakim, Al-Alim, Shahid om maar een paar namen te noemen.
De joden noemen God afwisselend El of Elohim of Jahweh. De joden vonden de naam Jahweh zo heilig dat ze hem sinds de 3de eeuw v.C. niet meer uitspraken bij het voorlezen, maar vervingen door Adonaj. Dat betekent Heer. Omdat het Hebreeuwse schrift geen klinkers kent wist na verloop van tijd niemand meer met zekerheid hoe je JHWH uitsprak. In de middeleeuwen echter begonnen de geleerden het Hebreeuwse schrift te voorzien van klinkers. Ze gebruikten voor JHWH de klinkers van Adonaj. Door deze vergissing ontstond de naam Jehova naast die van Jahweh.
De Griekse en Latijnse vertalingen van de Hebreeuwse Bijbel namen voor JHWH het woord Adonaj over. Daardoor kennen de christenen Jahweh vooral als Heer of Here.
Het woord God is afgeleid van het Indo-Europese Ghuto. Het Indo-Europees is de stamtaal van alle Europese talen in Europa en de Verenigde Staten, van vele talen in Azië, bijvoorbeeld Perzisch, en van in onbruik geraakte talen als Sanskriet en Latijn. Gods zoon is Jezus, die ook Christus heet. Christus is Grieks voor gezalfde. Hij vormt samen met Zijn Vader en met de Heilige Geest de drie-eenheid. God is drie personen maar in essentie één.
Het Arabisch woord voor God is Allah. Arabische christenen gebruiken het woord dus even goed als de moslims, al zien ze God verschillend. Het woord Allah is samengesteld uit het lidwoord ‘al’ en het zelfstandige naamwoord ‘ila’. Dit is verwant aan het Hebreeuwse woord voor God, ‘el’. In bijna alle Semitische talen, dus ook het Arabisch en het Hebreeuws, is ‘el’ het oudste woord voor God. De Koran en de Hadith eren Allah met het beschrijven van ‘de 99 mooiste namen’, die voor moslims aanleiding zijn tot vroom mediteren en reciteren. Dat laatste betekent luidop lezen, voordragen. Enkele ervan zijn: de Ene en Enige, de Echte Waarheid, de Wijze, de Ziener, de Almachtige, de Alwetende, de Weldoener.
woensdag 23 juni 2010
Een God, Drie Religies – Deel 9
Vandaag laten we Herman Frijlink aan het woord over God. In een reeks van zes bijdragen zal hij uitweiden over God en achtereenvolgens spreken over:
-Overeenkomsten en verschillen (in deze bijdrage)
-Namen van God
-Geschiedenis
-Jahweh
-Here God
-Allah
God is een bovenmenselijk wezen, dat volgens gelovigen aanbidding en verering eist en moet krijgen. Veel mensen geloven echter niet dat zo’n wezen bestaat. Die staan te boek als atheïst. Anderen weten het gewoon niet. Dat heet een agnosticus. Weer anderen geloven in meer dan één god en zijn dan polytheïst. En tenslotte zijn er honderden miljoenen mensen die geloven in één god, of ze nu jood, christen of moslim zijn. Die staan bekend als monotheïst. De joden menen dat hun god Jahweh de enige ware god is. Maar de moslims denken er weer anders over en menen dat hun god Allah de enige ware is. Dit meningsverschil was en is een belangrijke oorzaak van veel ruzie, vijandschap en oorlog, tot op de dag van vandaag. De oorlogen in Irak en Afghanistan zijn er duidelijke voorbeelden van, zij het dat die ook andere oorzaken hebben, vooral economische.
Overeenkomsten en verschillen
De belangrijkste overeenkomst tussen de Hebreeuwse Bijbel, de christelijke Bijbel en de Koran is dat ze alle drie zijn gebaseerd op het idee dat God zichzelf openbaart en dat mensen Hem niet kunnen begrijpen met hun verstand maar alleen door hun geloof. Maar hoe belangrijk deze en andere overeenkomsten ook zijn, wie en wat God is verschilt per godsdienst. Ook binnen de verschillende godsdiensten bestaan er veel, soms grote verschillen over het begrip van God. Dat is bij joden niet anders dan bij christenen en moslims. De Nederlandstalige uitdrukking ‘zoveel hoofden, zoveel zinnen’ is een treffende uitdrukking voor die grote verscheidenheid in gedachten, ideeën en woorden over de Enige Ware God. Joden geloven dat God zich openbaarde door het volk Israël te bevrijden uit slavernij en door het verbond dat Hij met zijn volk sloot vast te leggen in de wetten van Mozes. Christenen menen dat God zich openbaart in leven, dood en wederopstanding van Jezus, Gods Zoon. En moslims geloven dat God zich openbaarde door zich direct te richten tot de profeet Mohammed en in de Koran waarin deze openbaringen zijn opgeschreven.
dinsdag 15 juni 2010
Een God, Drie Religies – Deel 8
Vandaag laten we Herman Frijlink verder aan het woord over het christendom
Het christendom is evenals het jodendom en de islam van oudsher een bron van bittere disputen op het scherp van de snede over wat nu wel en niet de ware leer zou zijn. Het verschil tussen orthodox en niet-orthodox is inherent aan de geschiedenis van de godsdiensten. De vroeg-christelijke kerkelijke gezagsdragers trachtten de voortdurende bedreiging van de eenheid te bezweren door middel van kerkelijke vergaderingen, synodes of concilies geheten. Op die manier legden ze vast welke boeken wel en niet in de Bijbel hoorden en legden ze de inhoud van het christelijke geloof vast door zich af te zetten tegen afwijkende denkbeelden van minderheden in de geloofsgemeenschap, daarmee niet zelden het vuur van de onvrede aanwakkerend.
In 732 stopten de christenen onder aanvoering van Karel Martel de uitbreiding van de islam in het Westen door de slag bij Poitiers te winnen. Daarna drongen ze de islam geleidelijk aan terug tot ze, in dit geval de christelijke Spaanse koningen, in 1492 het laatste moslimbolwerk Granada veroverden.
In het Oosten trachtten de christenen terrein te winnen door met behulp van zogenaamde kruistochten het Heilige Land en vooral Jeruzalem te veroveren.. Uiteindelijk lukte dat niet. Integendeel. De islam breidde zich uit over de Balkan door veroveringen van de Turken. Zij kwamen pas in 1529 tot stilstand voor de poorten van Wenen.
In de vroege middeleeuwen groeide het gezag van de kerk in Europa onstuitbaar, vaak ten koste van dat van de vorsten. De paus van Rome werd zo machtig dat hij in conflict kwam met de patriarch van Constantinopel, omdat deze het gezag van de Romeinse paus niet accepteerde. Dit leidde in 1054 tot een breuk in de christelijke geloofsgemeenschap, waarbij de oosters-orthodoxe kerk zich afscheidde. In het Westen ontstond daardoor de katholieke kerk.
In de volgende eeuwen bleven er in het Westen voortdurend bewegingen opduiken die zich verzetten tegen de leer van de kerk en het gezag van de paus, of het nu de Hussieten, de Albigenzen of de Katharen waren. De Katharen leven voort in het woord ketter. De katholieke kerk bestreed deze bewegingen te vuur en te zwaard. Dat verhinderde niet dat gelovigen bleven protesteren tegen misstanden in de kerk, zodat het in de 16de eeuw toch tot een scheuring kwam. Deze religieus-politieke revolutie staat bekend als de Reformatie en stond onder leiding van mensen als Maarten Luther en Johannes Calvijn.
De Reformatie en de bestrijding ervan door de katholieke kerk gingen gepaard met veel oorlog en ellende in heel Europa. Sindsdien is het christendom in het Westen gesplitst in het protestantisme en het katholicisme. Het protestantisme in het Westen heeft zich verder opgesplitst in steeds kleineren eenheden, hoewel de religieuze verschillen voor buitenstaanders klein en minimaal zijn of onbegrijpelijk. Daarnaast zijn er groeperingen die streven naar hereniging.
Het christendom heeft vorm gegeven aan de Westerse beschaving en heeft zich, met vredige en gewelddadige middelen, verspreid over de hele wereld.
dinsdag 8 juni 2010
Een God, Drie Religies – Deel 7
Vandaag laten we Herman Frijlink aan het woord over het christendom
Het christendom is de godsdienst die gebaseerd is op de leer van Jezus Christus. Zijn volgelingen staan daarom bekend als christenen. Ze geloven dat Jezus Christus mens is maar als zoon van God toch ook God is en ze laten zich leiden door de Heilige Geest die eveneens God is. Ze geloven dus in een God die een drie-eenheid is. Net als het jodendom en de islam is het christendom een monotheïstische godsdienst, ook al lijkt de drie-eenheid van God daar mee in tegenspraak. Dat is althans de opvatting van de moslims, in navolging van de profeet Mohammed
Het christendom ontstond in het jaar 30 n.C., toen de discipelen en apostelen van Jezus Christus zijn leer begonnen te verspreiden vanuit het toenmalige Israël. De kern van Christus’ leer is het idee dat God zijn hemelse koninkrijk ook op aarde zal vestigen en dat hij overal is waar mensen zijn liefde zoeken en een relatie met hem willen aangaan door op hem en zijn liefde te vertrouwen. Dat is de goede boodschap, het evangelie, van Jezus Christus. Die leer bezorgde hem de vijandschap van de joodse priesters en schriftgeleerden die tijdens zijn leven de baas waren in Israël, zij het onder het oppergezag van de Romeinen. Ze zagen kans om hem wegens opruiing tegen de Romeinse keizer aan te klagen bij de stadhouder Pontius Pilatus. Deze veroordeelde hem tot de dood door kruisiging, een gebruikelijke vorm van terechtstelling bij de Romeinen.
Christus’ discipelen en apostelen geloofden dat hij de derde dag na de kruisiging is opgestaan uit zijn graf. Voor hen was deze opstanding uit de doden het teken dat God zijn relatie met de mensen die zijn liefde zoeken te allen tijde wil voortzetten. Ook is de opstanding het teken dat zij die geloven eveneens zullen opstaan uit de doden, als de wereld ten einde loopt, en dat ze van God het eeuwige leven zullen krijgen als beloning voor hun geloof en gedrag tijdens hun aardse bestaan.
Het was vooral de apostel Paulus die zich in woord en geschrift afzette tegen bepaalde onderdelen van het jodendom en daardoor van het christendom een religie maakte die zich losmaakte van het joodse geloof. Daardoor zijn de verschillen tussen beide godsdiensten even groot als de overeenkomsten. Het christendom verspreidde zich tot en met de 3de eeuw n.C., over alle delen van het toenmalige Romeinse rijk, dat wil zeggen in het Midden-Oosten, in Noord-Afrika en in het grootste gedeelte van het tegenwoordige Europa. Dat ging niet zonder slag of stoot. Aanvankelijk waren de christenen het doelwit van massale discriminatie, onderdrukking en vervolging. Na de grote brand van Rome in 64 n.C. bijvoorbeeld gebruikte keizer Nero de christenen als zondebok en vermoordde hen op grote schaal.
Daardoor organiseerde de christelijke religie zich aanvankelijk apart van de Romeinse staat en groeide tegen de verdrukking in. Deze eerste ontwikkeling verschilde dus grondig met die van de islam, waarbij het religieus en wereldlijk gezag onafscheidelijk met elkaar waren verbonden.
Al in de 2de eeuw n.C. ontstond een gezagsordening met kerkelijke ambten en met ambtsdragers als priesters en bisschoppen. Vanaf de 3de eeuw n.C. kregen de bisschoppen van enkele grote steden meer macht dan de andere. Dat waren de bisschoppen van Rome, Alexandrië, Jeruzalem, Constantinopel en Antiochië. Constantinopel heet nu Istanboel in Turkije en Antiochië heet nu Antakya, eveneens in Turkije. Deze bisschoppen kregen de titel van patriarch. In 313 n.C. gaf keizer Constantijn de christenen alle rechten die tot dan toe voorbehouden waren aan de aanhangers van de oude Grieks-Romeinse goden. En in 380 maakte keizer Theodosius het christendom tot de officiële staatsgodsdienst.
Tot zover Herman Frijlink.(Wordt vervolgd in het volgende nummer van Kerk en Leven.)
dinsdag 1 juni 2010
Een God, Drie Religies – Deel 6
De diaspora is de Joodse gemeenschap buiten het hedendaagse Israël of de verspreiding van het Joodse volk buiten Israël, te beginnen met de Babylonische ballingschap in 586 v.C.. ‘Diaspora’ is Grieks en betekent letterlijk verstrooiing, verspreiding. De Joden gebruiken zelf het Hebreeuwse woord ‘galut’ dat ballingschap betekent. Ze duiden hiermee op de Babylonische ballingschap in 586 v.C., het begin van de diaspora. In dat jaar veroverden de Babyloniërs het koninkrijk Juda en deporteerden een groot deel van de inwoners naar Babylon.
Toen de Perzische koning Cyrus de Grote Babylonië veroverde gaf hij de Joodse ballingen in 538 v.C. toestemming om Babylon te verlaten. Een deel van hen keerde terug naar het moederland of een ander land in het Midden-Oosten. Zo ontstond de eerste grote Joodse gemeenschap in diaspora al in de Egyptische stad Alexandrië, waar in de 1ste eeuw v.C. 40 procent van de bevolking uit Joden bestond. Een ander deel van de ballingen echter bleef in Babylon.
Na de verwoesting van de Tweede Tempel door de Romeinen verslechterden de omstandigheden in het land dusdanig dat groeiende aantallen inwoners het land verlieten. In de 1ste eeuw n.C. woonden naar schatting al vijf miljoen Joden buiten Palestina. Net als nu woonden er toen al meer Joden buiten Palestina dan er in. Jeruzalem en Palestina bleven echter centraal staan in het leven van de Joden in diaspora. Nadien verspreidden ze zich over een groot aantal landen in Europa en de Verenigde Staten.
In de 19de eeuw begonnen steeds meer Joden terug te keren naar Israël. In 1948 stichtten de Joden de nieuwe staat Israël.
Orthodoxe joden verschillen van mening over de betekenis van de diaspora. De meerderheid steunt het zionistische ideaal over de terugkeer van alle Joden naar Israël, maar een minderheid, o.a. in Antwerpen, ziet in het hedendaagse Israël een goddeloze staat die met zijn bestaan indruist tegen Gods wil.
dinsdag 25 mei 2010
Een God, Drie Religies – Deel 5
Vandaag laten we Herman Frijlink aan het woord over Pinksteren
Pinksteren is het christelijke feest ter herdenking van het neerdalen van de Heilige Geest op Jezus’ discipelen. Het wordt tien dagen na Hemelvaartsdag gevierd en vijftig dagen na het paasfeest. Het is niet zeker wanneer het pinksterfeest voor het eerst werd gevierd. Het staat voor het eerst beschreven in een kerkelijk geschrift uit de 2de eeuw. Het neerdalen van de Heilige Geest vond plaats, zo vertelt de Bijbel, op de dag dat de joden het Wekenfeest, Sjavoeot*, vieren. In het Grieks betekent vijftig dagen ‘pente costes’. In het middeleeuws Nederlands is dit verbasterd tot ‘pinkster’ of ‘sinksen’. Het laatste woord verwijst naar het Franse woord voor vijf ‘cinq’. In Vlaanderen wordt het woord ‘sinksen’ nog gebruikt, bijvoorbeeld voor de pinksterkermis in Antwerpen, beter bekend als de sinksenfoor. In het Duits noemt men Pinkster Pfingsten, in het Frans Pentecôte en in het Engels Pentecost of Whitsunday. Het laatste woord, oorspronkelijk White Sunday, is een herinnering aan de witte kleren van de mensen die tijdens het pinksterfeest werden gedoopt.
*Sjavoeot is het joodse feest om het ontvangen van de Thora, de wetten van Mozes, te vieren, vijftig dagen of zeven weken na het joodse paasfeest, Pesach**. Sjavoeot betekent ‘weken’. Het valt samen met het christelijke pinksterfeest. Zoals de joden het ontvangen van de Thora vieren, zo vieren de christenen het ontvangen van God, de Heilige Geest.
**Pesach is het joodse feest ter herdenking van de bevrijding uit de Egyptische slavernij.
dinsdag 18 mei 2010
Een God, Drie Religies – Deel 4
Vandaag laten we Herman Frijlink aan het woord over Ali
Ali was een beschermeling, neef en schoonzoon van de profeet Mohammed. Voluit heette hij Ali ibn Aboe Talieb. Hij werd de vierde kalief van de islamitische wereld, de plaatsvervanger van de profeet. Dat leidde tot een tweedeling tussen soennieten en sjiieten. De sjiieten zien in Ali de enige ware opvolger van de profeet. De splitsing tussen de twee partijen heeft sindsdien veel onenigheid en ellende veroorzaakt en leidde na de val van Saddam Hoessein, de dictator van Irak, tot een nieuwe confrontatie tussen extreme aanhangers van beide stromingen. Het conflict tussen soennieten en sjiieten is vergelijkbaar met dat tussen de rooms-katholieke kerk en de orthodox-katholieke kerk in de 11de eeuw of met dat tussen de rooms-katholieke kerk en de protestantse kerken in de 16de eeuw.
De profeet trok zich het lot aan van Ali toen diens vader, Aboe Talieb, verarmde, precies zoals deze Mohammed als kind had verzorgd. Toen Allah Mohammed tot zijn profeet had uitverkoren was Ali nog maar tien jaar oud. Hij werd één van zijn eerste en meest toegewijde volgelingen. Hij trouwde met Mohammeds dochter Fatimah. Het echtpaar kreeg twee zonen, Hassan en Hoessein.
Als vertrouweling van de profeet speelde hij als militair commandant een essentiële rol in de veroveringsoorlogen waarmee de toen nieuwe godsdienst zich verspreidde. Daarnaast trad hij op als een soort secretaris en plaatsvervanger. Zo was hij het die de beelden van heidense goden in de Kaäba verbrijzelde toen de inwoners van Mekka de islam accepteerden zonder strijd te leveren. Deze afrekening met oude goden is te vergelijken met passages in de christelijke en joodse Bijbel waarin God bij monde van zijn profeten aankondigt dat hij beelden van heidense goden, afgodsbeelden, zal vernietigen.
Het is niet zeker wat Mohammed zelf over zijn opvolging heeft gezegd. Zeker is wel dat Aboe Bakr de eerste kalief werd. Hij was Mohammeds naaste vriend en vader van Aïsha, een van zijn vrouwen. Ali erkende de autoriteit van Aboe Bakr niet maar legde zich na zes maanden neer bij de feiten. Hij koos voor een rustig leven, gewijd aan religieuze studie. Pas na de moord op Uthman, de derde kalief, liet hij zich overhalen om als vierde kalief de oemma, de geloofsgemeenschap van moslims, te leiden. Bovendien kreeg hij te maken met de opstand van Muawiyah, een verwant van Uthman, die gouverneur van Syrië was geworden. Syrië vormt samen met Libanon en Palestina in de moslimwereld één gebied: Bilad al-Sham. Muawiyah ontweek de strijd met Ali op het slagveld maar slaagde er wel in steeds meer invloed te krijgen. Uiteindelijk werd Ali vermoord in een moskee in Kufah, in het tegenwoordige Irak.
Zijn aanhangers, de sjiieten, menen tot op de dag van vandaag dat Ali in feite de eerste kalief had moeten zijn. Hij staat te boek als de belangrijkste imam van de sjiieten. Sommigen schreven hem zelfs bijna goddelijke eigenschappen toe, maar dat is niet in overeenstemming met wat Ali naliet in zijn geschriften, verzameld door ash Sharif ar-Radi in een boek getiteld Nahj al-balaghak. Dat betekent De weg naar de welsprekendheid.
dinsdag 11 mei 2010
Een God, Drie Religies – Deel 3
Hemelvaartsdag is de feestdag ter viering en herdenking van de hemelvaart van Jezus Christus, veertig dagen na het paasfeest. De Bijbel vertelt hoe Jezus in de periode na zijn opstanding uit het graf nog enkele malen verscheen aan zijn apostelen. Het verhaal gaat verder dat hij in hun aanwezigheid opsteeg naar de hemel en toen achter een wolk verdween. In de Bijbel is een wolk een teken van Gods aanwezigheid. Daarmee keerde Jezus volgens het christelijk geloof terug naar de hemel waar hij vandaan kwam en herenigde hij zich met God, zijn Vader. Deze gebeurtenis betekent voor gelovigen dat zij dankzij hun geloof in Jezus Christus door zijn bemiddeling deel kunnen nemen aan het goddelijke leven in de hemel.
Ook de joodse traditie kent het verschijnsel van een individu dat opgenomen wordt in de hemel. Zo verhaalt het joodse gedeelte van de Bijbel, het Oude Testament, over de hemelvaart van de profeet Elia. En ook de islam kent het verschijnsel van de hemelvaart, met name die van de profeet Mohammed.
Vergoddelijking van vooraanstaande leiders, koningen en keizers is kenmerkend voor de oosterse traditie. Door de veldtochten van Alexander de Grote raakte het idee ook bekend in Europa. De Romeinse keizers namen het over.
dinsdag 4 mei 2010
Een God, Drie Religies – Deel 2
Vandaag laten we Herman Frijlink aan het woord over joods en islamitisch fundamentalisme.
Joods fundamentalisme
Het jodendom kent evenals het christendom uiteenlopende groepen conservatieve religieuzen die vallen onder de definitie van fundamentalisme, te weten het zich strikt houden aan de basis, het fundament, van hun geloof, vaak in combinatie met politieke behoudzucht en fanatisme. Fundamentalisme betekent voor orthodoxe joden volledige gehoorzaamheid aan de wetten en regels van de Thora en de Talmoed, in afwachting van de komst van de Messias, die de gelovige joden zal verlossen van hun onderdrukkers.
Tot aan de Tweede Wereldoorlog ging het geloof in de Messias zover dat de meeste orthodoxe joden niets te maken wilden hebben met de moderne maatschappij, met politiek of met de staat Israël. Dat veranderde door de moord op zes miljoen joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De meeste orthodoxe joden raakten er toen van overtuigd dat Palestina het enige land was waar ze thuishoorden en waar ze zich betrekkelijk veilig konden voelen.
Ook de Zesdaagse Oorlog in 1967 was een belangrijke factor in de politisering van veel orthodoxe joden. Tijdens die oorlog veroverde het Israëlische leger het oostelijke deel van Jeruzalem, inclusief de Tempelberg, en de westelijke Jordaanoever, het hart van Israël uit de oudheid. Gezien door de ogen van orthodoxe joden maakte het leger daarmee een begin met Jahweh’s plan om het Joodse volk te verlossen. Het teruggeven van dit gebied aan de Palestijnen is daarom volgens veel joden, en zeker de fundamentalisten, tegen de wil van God.
Dat alles neemt niet weg dat er nog steeds een groep streng orthodoxe joden is, o.a. in Antwerpen, die weinig moeten hebben van de moderne maatschappij en gekant zijn tegen de staat Israël.
Islamitisch fundamentalisme
Het moderne spraakgebruik heeft het woord fundamentalisme niet alleen in nauw verband gebracht met orthodoxe joden maar ook met orthodoxe aanhangers van de islam. Zij hebben met de christelijke en joodse fundamentalisten gemeen dat ze zich strikt houden aan de basis, het fundament, van hun geloof, vaak in combinatie met politieke behoudzucht en fanatisme. Voor orthodoxe moslims betekent dit volledige gehoorzaamheid aan de wetten en regels van Koran en Hadith.
Dat begon eind jaren zeventig toen de religieuze leider Khomeini in Iran een revolutie op gang bracht waarmee hij de sjah van Perzië verjoeg. Dit leidde tot de vestiging van de islamitische republiek Iran. Die verandering was voor veel mensen in Europa en Amerika aanleiding om te denken dat islam en fundamentalisme van hetzelfde laken een pak zijn.
Die gedachte heeft veel terrein gewonnen doordat aanhangers van de radicale moslimorganisatie Al Quaeda op 11 september 2001 enkele zelfmoordaanslagen pleegden in Amerika, met name op de Twin Towers in New York. Door de aanslagen kwamen bijna 3000 mensen om. Al Quaeda betekent in het Arabisch ‘het fundament’ of ‘de basis’.
Ook de Palestijnse beweging Hamas is een goed voorbeeld van de manier waarop religieus fundamentalisme en politiek elkaar bepalen. Hamas is gesticht door leden van de Moslim Broederschap en religieuze aanhangers van de PLO. De Moslim Broederschap heeft zich vanuit Egypte verspreid over de moslimwereld. Hamas, Arabisch voor ijver, verzet zich tegen de bezetting van de gebieden die Israël heeft veroverd tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 en ijvert voor de vernietiging van de staat Israël en de vestiging van een islamitische Palestijnse staat, bestaande uit de Gaza-strook en de Westelijke Jordaanoever, in de oudheid het hart van Israël.
dinsdag 27 april 2010
Een God, Drie Religies – Deel 1
Het was al een tijdje geleden, maar vandaag laten we Herman Frijlink terug aan het woord, en wel over fundamentalisme.
Fundamentalisme betekent het zich strikt houden aan de basis, het fundament, van een bepaald geloof, vaak in combinatie met politieke behoudzucht en fanatisme. Fundament is afgeleid van het Latijn en betekent ‘bodem’, ‘grondslag’. Fundamentalisme is te vergelijken met orthodoxie. Het belangrijkste verschil is dat fundamentalisme in alle gevallen niet alleen gaat over godsdienst maar ook over maatschappij en politiek en dat orthodoxie meestal alleen over godsdienst gaat.
Overeenkomsten
Joodse, christelijke en islamitische fundamentalisten hebben gemeen dat ze zich verzetten tegen alles wat ze zien als een bedreiging van hun geloof, dat ze de fundamenten van hun geloof voor heilig en onaantastbaar verklaren en dat ze deze fundamenten letterlijk toepassen op alle levensterreinen, inclusief de wetenschap en de politiek. Ook hebben ze het idee gemeen dat godsdienst en politiek niet van elkaar zijn te scheiden.
In de politiek bemoeien joodse, christelijke en islamitische fundamentalisten zich bij voorkeur met moraal, dus met waarden en normen, in het bijzonder met onderwerpen als abortus, seksualiteit, euthanasie. In de wetenschap zijn ze vaak heftig gekant tegen de resultaten van bijvoorbeeld biologisch en archeologisch onderzoek, omdat die iets heel anders zeggen dan wat er in de Tenach, Bijbel of Koran staat. Verder hebben ze meestal weinig op met de moderne maatschappij, met uitzondering van hightechproducten als het mobieltje.
Fundamentalisten vormen slechts een klein deel van alle aanhangers van een godsdienst. Het lijkt alsof het er veel meer zijn doordat ze met hun radicale standpunten en acties alle aandacht naar zich toetrekken ten koste van een grote meerderheid gelovigen die er gematigde standpunten op na houden en niet op de voorgrond treden.
Christelijk fundamentalisme
Aanvankelijk was het woord fundamentalisme niet meer dan de benaming voor een stroming in de Amerikaanse protestants-christelijke kerken in het begin van de 20ste eeuw. Deze stroming ontstond omdat de aanhangers ervan vreesden dat de ontwikkeling van de wetenschap schadelijk was voor de geloofsbeleving, met name voor het geloof in de Bijbel. Zij publiceerden een reeks boeken over de belangrijkste principes van het protestants christelijke geloof onder de titel De Fundamenten. Daarin pleitten ze voor volledige gehoorzaamheid aan de wetten en regels van de Bijbel.
Dit had tot gevolg dat groepen fundamentalisten zich nadien afscheidden van de gevestigde protestants-christelijke kerken en nieuwe kerken, instellingen en scholen stichtten. Soortgelijke ontwikkelingen deden zich voor bij de protestants-christelijke kerken in Nederland. Maar de term fundamentalistisch bleef beperkt tot Amerika. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat, onder andere door de opkomst van de televisie. Amerikaanse fundamentalisten ontdekten dat televisie het beste middel was om hun opvattingen over het geloof te verspreiden. Vanaf de jaren zestig kregen ze ook steeds meer politieke invloed. Hoe sterk die groei is blijkt uit de omstandigheid dat George Bush waarschijnlijk geen president van Amerika zou zijn geworden zonder de steun van christelijk-rechts in het algemeen en van de fundamentalisten in het bijzonder. Tot christelijk-rechts horen niet alleen de fundamentalisten die van oorsprong protestants zijn maar ook conservatieve aanhangers van andere christelijke geloofsrichtingen, bijvoorbeeld de rooms-katholieke kerk in Amerika. Deze voelen zich politiek en maatschappelijk vaak nauw verwant met de protestantse fundamentalisten.
Op die manier breidde de invloedssfeer van het woord fundamentalisme zich verder uit, naar Europa en naar andere godsdiensten, zoals het jodendom en de islam, en in veel mindere mate naar niet-godsdienstige ideologieën als het marxisme.
Tot zover Herman Frijlink.
In een volgende bijdrage komt het joodse en het islamitische fundamentalisme aan bod.
dinsdag 1 december 2009
Eén God, drie religies
Vandaag laten we Herman Frijlink vertellen over David en de Davidsster.
David was koning van het oude Israël van 1012 v.C. tot 972 v.C.. David veroverde Jeruzalem en maakte er de hoofdstad van. Daarnaast is hij bekend als dichter. Veel van de Psalmen uit het gelijknamige Bijbelboek heten ‘van David’ te zijn. Dat betekent echter niet dat hij al die teksten zelf heeft gedicht. Hij en zijn nakomelingen zijn voor joodse gelovigen het symbool van het verbond tussen God en het volk van Israël. Voor christenen is hij een voorouder van Jezus Christus. De herkomst van de naam David is niet duidelijk. Sommige geleerden menen dat David boezemvriend betekent. Anderen houden het op aanvoerder of held.
David was de zoon van een herder en kwam als jongeman in dienst van Saul, de eerste koning van Israël. Hij had al snel een vooraanstaande positie aan het hof van koning Saul omdat hij de koning tot troost was met zijn zang en muziek en vooral omdat hij er in slaagde de Filistijnen, vijanden van Israël, te verslaan door hun kampioen, de reus Goliath, te doden. Toen zowel koning Saul als zijn zoon Jonathan, Davids boezemvriend, gesneuveld waren op het slagveld werd David koning van Israël.
De Davidsster is het joodse symbool dat bestaat uit twee gelijkzijdige driehoeken die elkaar kruisen zodat er een ster met zes punten ontstaat. In het Hebreeuws heet de ster Magen David. Dat betekent ‘Schild van David’. Het teken is overal terug te vinden waar joden zijn: op synagogen, grafstenen, huizen en andere gebouwen, en ook in winkels, zoals bijvoorbeeld in Antwerpen. De zeshoekige ster is eveneens terug te vinden op de vlag van de staat Israël. De Davidsster is voor de joden wat het Kruis is voor de christenen en de Halve Maan voor de islam. Deze zeshoekige ster is niet altijd het typisch joodse symbool geweest dat het nu is. Pas in de 17de eeuw kwam de Davidsster in gebruik als het typerende symbool van het jodendom. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog verplichtten de Duitsers de Joden in alle landen waar ze de macht hadden tot het dragen van de Davidsster, voorzien van het woord ‘Jood’.
Tot zover Herman Frijlink.
dinsdag 20 oktober 2009
Eén God, drie religies – deel 3
Vandaag laten we Herman Frijlink vertellen over de Kaäba.
De Kaäba is het Heiligdom met de Zwarte Steen van Mekka. Het ligt in het hart van de Grote Moskee. Voor alle moslims is het de heiligste plek ter wereld, zoals de Tempel in Jeruzalem de heiligste plek is voor alle joden. De christenen kennen niet zo’n soort gebouw. De St.-Pieterskerk in Rome komt het dichtst in de buurt, maar dan alleen voor aanhangers van het rooms-katholieke geloof. De Kaäba en de Zwarte Steen vormen het doel van de hadji, de bedevaart waartoe de Koran elke gelovige verplicht.
De Kaäba is 15 meter hoog en heeft een oppervlakte van 10 bij 14 meter. Het interieur bestaat uit drie pilaren en een aantal zilveren en gouden lampen. In de oosthoek ligt de Zwarte Steen. Deze bestaat uit drie stukken als gevolg van een brand in 683 tijdens het conflict over de opvolging van Mohammed. De delen worden in hun oorspronkelijke vorm bijeengehouden door een ring van steen met daaromheen een zware zilveren band. De overlevering wil dat Adam deze steen meekreeg om vergeving voor zijn zonden te krijgen, toen God, Allah, hem verbande uit het paradijs. Het verhaal gaat dat de steen, oorspronkelijk wit, zwart is geworden door de zonden op te nemen van de talloze pelgrims die de steen hebben gekust en aangeraakt. Deze aanrakingen zijn onderdeel van de rondgang rond de Kaäba, die elke pelgrim zeven keer moet maken.
GESCHIEDENIS
De geschiedenis van de Kaäba sinds het ontstaan van de islam is tot in de puntjes beschreven. Veel minder is bekend over de periode die daaraan voorafging. Zeker is wel dat het gebouw, voordat de islam ontstond, diende als heiligdom voor verschillende goden, precies zoals dat het geval was in Kanaän, toen het volk van Israël er ging wonen en Mozes zijn volk de verering van de enige ware God, Jahweh, bijbracht.
Dat de monotheïstische godsdiensten naast de verschillen veel overeenkomsten vertonen is terug te vinden in de taal. Zo is ‘el’ in bijna alle Semitische talen, dus ook het Arabisch en het Hebreeuws, het oudste woord voor god. Een ander voorbeeld is de Assyrische en Babylonische vruchtbaarheidsgodin Ishtar. Dat is de godin die in de joodse en christelijke Bijbel de naam Astarte draagt, een vloek in de ogen van de Hebreeuwse profeten, omdat ze hoorde bij het gesmade veelgodendom en omdat ze een geduchte concurrente was van de enige ware god Jahweh.
In Arabië was dat niet veel anders. Voordat de profeet Mohammed de islam stichtte kenden de inwoners van heel Arabië Al-Ilat, in het Arabisch de Godin. In sommige streken stond ze bekend als de metgezel van Allah, de God, in andere stond ze te boek als zijn dochter. Al-Ilat vormde een trio met Al-uzza, de machtige, en Manat, het lot. Veel van de toenmalige bewoners van Arabië dachten dat deze goden en godinnen dezelfde waren als die van de Grieken en de Romeinen. Zo verbonden ze de verering van Al-uzza aan die voor de Griekse godin Aphrodite en de Romeinse Venus, de godin van liefde en vruchtbaarheid. En Manat werd dezelfde als Nemesis, een wraakgodin. Ze staan vernoemd in de Koran, soera 53: 19-22. De Koran zegt verder dat Abraham en zijn zoon Ismaël de bouwers van de Kaäba waren.
Toen Mohammed in 630 Mekka veroverde beval hij de verwoesting van alle goden- en godinnenbeelden. Ook maakte hij van de Kaäba de officiële gebedsinrichting, de qibla, in plaats van de Tempel in Jeruzalem. In 692 herbouwde Kalief Abdoel Malik het gebouw. Een van zijn opvolgers voorzag het van de Kiswa, een zwart kleed bestaande uit acht gordijnen met daarop in gouden letters de bekende eed van de moslim, ‘Er is geen God dan Allah en Mohammed is Zijn Profeet’. Sultan Moerad IV herbouwde de Kaäba in 1629 omdat het in 1611 beschadigd was door een overstroming. Het gebouw kreeg toen ook twee Kiswas, een rode bedekt door een zwarte. Deze worden elk jaar vervangen. De laatste versieringen met gouden motieven en inscripties van Korancitaten dateren van 1976.
Tot zover Herman Frijlink.
C.L.
dinsdag 13 oktober 2009
Eén God, drie religies – deel 2
Vandaag laten we Herman Frijlink verder vertellen over Abraham en zijn zonen.
ABRAHAM IN DE KORAN
De Koran verwijst herhaaldelijk naar de geschiedenis van het offer van Abraham evenals naar vele andere gebeurtenissen in de christelijke en joodse heilige boeken. Abraham heet voor moslims Ibrahim. Hij komt in maar liefst vijfendertig hoofdstukken aan de orde. De Koran noemt hem Al Chalil, de Vriend van God. Hij is de eerste van de gelovigen in de Enige ware God. In die zin was hij de eerste moslim. Letterlijk betekent dat: ‘iemand die zich overgeeft’. Het is afgeleid van islam dat ‘oveergave’ betekent. Ook staat hij bekend als ‘hanif’. Dat is te vertalen als iemand die niet bij de afgodendienaars hoort, dus monotheïst is. En zo werd Abraham, de stamvader van Israël, de aartsvader van de drie grote monotheïstische religies.
ISAÄK
De tweede aartsvader, de enige zoon van Abraham en Sara, vader van Jacob en Esau. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat hij geleefd moet hebben tussen de 18de en de 16de eeuw v.C. De naam Isaäk is een verbastering van het Hebreeuwse Yitzchak en betekent ‘hij lachte’. In het Arabisch luidt de naam Ishaq.
Zijn naam is een zinspeling op het Bijbelverhaal dat ‘Sara lachte’ toen Abraham haar op gezag van God vertelde dat ze een kind zou krijgen. Ze was toen als 90-jarige immers ver voorbij de leeftijd waarop ze kinderen kon baren. Later zou het leven van haar zoon Isaäk op het spel staan omdat Jahweh Abraham gelastte zijn zoon te offeren. Pas toen deze op het punt stond dit te doen greep Jahweh in en vroeg Abraham een ram te offeren in plaats van zijn enige zoon.
Het christendom ziet in dit verhaal vooral een teken van Abrahams geloof en gehoorzaamheid. Het jodendom ziet het verhaal als een bewijs van Gods genade. De islam ziet Isaäk als een belangrijke profeet. De Koran vermeldt hem 15 keer. Dit heilige boek kent wel het verhaal dat Abraham het bevel van God kreeg om zijn zoon te offeren, maar noemt geen naam. Vlak na het ontstaan van de islam waren de geleerden het niet eens over de vraag of de zoon in het verhaal nu Isaäk heette dan wel Ismaël. Tegenwoordig zijn de moslims er van overtuigd dat het Ismaël moet zijn geweest.
ISMAËL
Zoon van Abraham en Hagar, de Egyptische slavin van Abrahams vrouw Sara. Hij moet hebben geleefd ergens tussen de 18de en 16de eeuw v.C. Zijn naam betekent in het Hebreeuws ‘God hoort’. Dat is een zinspeling op het verhaal dat God Hagars gebed verhoorde door een bron in de woestijn te laten ontspringen omdat Ismaël door watergebrek dreigde om te komen.
Ismaël komt twaalf keer voor in de Koran. De islam ziet hem als een belangrijke profeet. Net als de Bijbel en de Tenach kent de Koran ook het verhaal van Gods opdracht aan Ibrahim, Abraham, om zijn zoon te offeren. De Koran vertelt weinig details maar verhaalt wel dat Ibrahim droomde dat hij zijn zoon moest offeren, ook al wordt niet duidelijk of het om Ismaël dan wel Isaäk gaat. Tegenwoordig zijn de moslims er van overtuigd dat het Ismaël moet zijn geweest.
De joodse overlevering en die van de islam zien Ismaël als de stamvader van de Arabieren. Hij trouwde een Egyptische vrouw en kreeg twaalf zonen. Volgens de islam stamt Mohammed af van Ismaël. Deze, zo gaat het verhaal, herbouwde samen met zijn vader Abraham de Kaäba op de fundamenten van de eerste Kaäba, gebouwd door Adam.
Tot zover Herman Frijlink.
Volgende week meer over de KAÄBA.
C.L.
dinsdag 6 oktober 2009
Eén God, drie religies – deel 1
Vandaag laten we Herman Frijlink vertellen over Abraham.
Abraham is de eerste van de aartsvaders. Hij is voor de gelovigen van jodendom, christendom en islam zo belangrijk dat deze drie godsdiensten samen ook bekend staan als de Abrahamitische religies. De meeste geleerden zijn het er over eens dat hij geleefd moet hebben tussen de 18de en de 16de eeuw v.C. Zijn naam betekent in het Hebreeuws ‘Vader is verheven’. In het Arabisch heet hij Ibrahim. Abraham, aanvankelijk Abram geheten, was afkomstig uit de toenmalige stad Ur. Dat lag in Mesopotamië, tegenwoordig Irak, in het dal van de Eufraat, ten zuiden van het huidige Nasriya, dicht bij de Perzische Golf. Abraham hoorde bij een volk dat bekend is gebleven als de Hebreeën.
ABRAHAM IN DE BIJBEL
Volgens het verhaal van de Bijbel trok hij met zijn familie langs de Eufraat naar het noorden tot hij arriveerde in Haran, een handelscentrum in het noorden van Aram, het huidige Syrië. Op aanwijzen van God reisden hij en zijn familie naar Kanaän, nu Palestina, tot Sichem, nu Nabloes. Omdat er hongersnood in het land was trokken ze verder naar Egypte. Maar daar raakte Abraham in moeilijkheden omdat de farao, de koning van Egypte, Abrams vrouw Sara zo mooi vond dat hij met haar wilde trouwen. Daarop reisde hij met zijn familie terug naar Kanaän. Hij vestigde zich in de buurt van Hebron. Abram en Sara konden aanvankelijk geen kinderen krijgen. Daarom kreeg Abram op aansporen van Sara een kind bij haar Egyptische slavin Hagar. Dat was zijn zoon Ismaël. Toen Abram 99 jaar oud was en Sara 90 zei God dat Abram voortaan Abraham zou heten. Hij beloofde hem dat hij de vader van vele volkeren zou worden, mits hij in God zou geloven als de enige ware god en hem onvoorwaardelijk zou vertrouwen. Ongeveer een jaar later kregen Abraham en Sara hun zoon Isaäk. Het verbond van God met Abraham is te zien als symbool voor het ontstaan van het monotheïsme, het geloof in één god, als reactie op het polytheïsme, het geloof in meer goden.
Voortaan bestond er dus een verbond tussen God en Abraham. Als zichtbaar teken van dat verbond gebood God Abraham dat hij zichzelf en alle mannelijke leden van zijn huishouden moest besnijden en dat hij en zijn nakomelingen voortaan alle mannelijke baby’s moesten besnijden zodra ze acht dagen oud waren.
Niet lang nadat Abraham Hagar en Ismaël had weggestuurd stelde God Abrahams geloof op de proef. Hij eiste van hem dat hij Isaäk , zijn enige zoon, zou offeren aan God. Abrahams geloof in God was zo groot dat hij de daad bij het woord wilde voegen. Maar net had hij zijn zoon op het altaar vastgebonden en het mes geheven om hem te slachten, toen God ingreep en zei dat hij zijn geloof in God nu afdoende had bewezen en dat hij in plaats van zijn zoon een ram moest offeren. Het jodendom gebruikt het woord ‘binden’ in plaats van ‘offeren’.
Veel geleerden menen dat dit verhaal laat zien hoe dierenoffers de plaats moesten innemen van mensenoffers, die toentertijd niet ongebruikelijk waren bij godsdiensten van naburige volken.
Tot zover Herman Frijlink.
Volgende week meer over: ABRAHAM IN DE KORAN, over ISAAK en over ISMAEL.
C.L.