donderdag 13 oktober 2011

Negentien nieuwe seminaristen

(Gelezen In Tertio Van 21 September 2011)

Hieronder de samenvatting in tabelvorm van een artikel van Emmanuel Van Lierde.

Week 2011-40 - Tabel seminaristen 2011

Ezel

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem

Laat mij hem voor de gemakkelijkheid Zia noemen. Geen gebruikelijke naam, omdat hij verblijft in een land ver van hier.

Zoals gewoonlijk werd hij ook deze morgen ingespannen en beladen met alles wat mensen niet willen en kunnen dragen. En ik kan je verzekeren: het was niet weinig. Hij had - zoals de mensen vaak zeggen - koppig kunnen zijn en kunnen denken: als iedereen een beetje draagt wordt het voor mij ook aangenamer. Maar zo was hij niet. Hij wist dat het zijn taak en opdracht was, hij wist dat hij op die manier een hulp en toeverlaat was voor heel wat mensen. Hij maakte zich geen voorstellingen hoe het zou zijn als hij dit werk niet moest doen. Hij maakte zich geen zorgen, hij droeg ze. Want hij was ervan overtuigd dat je meer zorgen kan maken dan dragen. Zo dom was hij dus ook niet. Ik zou zelfs durven zeggen: er zijn mensen die daar iets van kunnen leren.

Als we al eens beginnen met te berekenen wat onze rug kan dragen, zullen we merken dat het minder is dan we dachten. Als we al eens leren zien wat anderen voor ons willen dragen, zullen we niet meer bezwijken onder het gewicht. Als we al eens leren ontdekken dat er een groot verschil is tussen “zorgen maken” en “zorgen dragen”, zou er al een heel pak van onze schouders vallen. Onze opslagplaatsen met lasten liggen barstensvol. Elke dag dragen we een beetje, maar niet alles tegelijk. Sommige dingen zullen blijven liggen, maar er zijn gelukkig ook nog de anderen. En voor de rest: in alle rust en stilte wachten tot de volgende dag. Zo dacht Zia er tenminste over.

zondag 18 september 2011

Woordspelingen

(van Renilda)

-Politici zijn niet altijd present maar ze zijn toch van de partij.

-Aan de rand van het water zat een dikke hengelaar zijn lijn te verzorgen.

-Toen ik de prijs van de sla zag kreeg ik een krop in de keel.

-Mijn tante ging met mij naar de dierentuin. Daar zitten veel apen. Mijn oom was er ook bij.

De Meidagen 1940 In Korbeek-Dijle

Belgiê had verschillende verdedigingslinies opgezet tegen de dreigende Duitse inval:

-een eerste Belgische verdedigingslinie langs de Belgisch-Nederlandse grens met het fort van Eben-Emael

-een linie langs het Albertkanaal en de Maas

-de K.W.-linie tussen Koningshooikt en Waver waarvan de vier gevechtsbunkers in Korbeek-Dijle deel uitmaakten; zij werden aangeduid als LW2 (Ormendaal), LW3 (Veeweide), LW4 (Stationsstraat) en LW5 (Kleinebroekstraat) (LW = Leuven-Waver)

-een linie langs de Dender en de Schelde.

Op de KW-linie nam het Belgisch leger stelling in van Koningshooikt tot Leuven en het Britse leger van Leuven tot Waver. Het Franse leger verdedigde de zone ten zuiden van Waver.

De Britten die in Korbeek-Dijle de zones van LW2, LW3 en LW4 verdedigden behoorden tot het 2de Bataljon van het North Staffordshire Regiment. De zone van LW5 tot het centrum van Neerijse werd verdedigd door Schotse militairen: het 6de Bataljon van het Gordon Highlanders Regiment. De zone van LW1 (aan de nieuwe stuw op de Dijle in Egenhovenbos) werd ook verdedigd door een Schots bataljon.

Vooral met het dagboek van het Britse 2de Bataljon van het North Staffordshire Regiment hebben onze oorlogsrechercheurs de chronologische oorlogsfeiten tussen 10 en 17 mei 1940 kunnen reconstrueren:

-in de vroege ochtend van vrijdag 10 mei 1940 vallen de Duitsers België binnen en op een paar uren wordt het fort van Eben-Emael uitgeschakeld (met het geheime wapen van de “holle lading”); pas dan mogen Britse en Franse troepen het ‘neutrale’ België ter hulp komen

-zaterdag 11 mei: een Engelse tankdivisie komt toe in Korbeek-Dijle en trekt over de Dijle in oostelijke richting

-zondag 12 mei: een Engelse infanterievoorhoede trekt eveneens in oostelijke richting over de Dijle

-om 17.30 u komt het 2de Bataljon van het North Staffordshire Regiment toe in Korbeek-Dijle en neemt er stelling in: één compagnie per bunker LW2 tot LW4 en één compagnie in reserve; het hoofdkwartier wordt gevestigd in de Hollestraat; een compagnie telt 100 tot 150 manschappen

-de Engelse militaire overheid geeft het bevel tot ontruiming van het dorp

-maandag 13 mei: de manschappen graven zich in

-de Dijlebrug wordt klaar gemaakt voor vernietiging door een compagnie van de Royal Engineers

-een peloton bestaande uit lichte rupsvoertuigen neemt positie in aan de overzijde van de Dijle, evenals een peloton van de compagnie rond de bunker van de Stationsstraat

-vijandelijk contact van de Engelse tankdivisie die op 12 mei over de Dijle trok, zo’n 20 mijl (ongeveer 32 kilometer) ten oosten van de Dijle

-dinsdag 14 mei: ’s morgens grote vijandelijke luchtactiviteit: geen slachtoffers bij het Engelse bataljon in Korbeek-Dijle (wel twee burgers in Bertem en één in Leefdaal)

-de tankdivisie die ten oosten van de Dijle reeds vijandelijk contact had de dag voordien trekt zich terug onder vijandelijke druk tussen 13.30 u en 14.30 u. Het opblazen van de Dijlebrug werd met 1 uur uitgesteld om twee achtergebleven tanks toe te laten de brug over te steken

-om 15.30 u wordt de brug opgeblazen

-vijandelijke patrouilles worden waargenomen; de nacht verloopt rustig

-woensdag 15 mei: in de vroege morgen zwaar artillerievuur ten zuiden van Sint-Joris-Weert

-12.00 u: een kapitein van de compagnie aan de Stationsstraat wordt ernstig gewond in de nek door een booby trap (een valstrikbom) in een huis, geplaatst door een burger waarvan er verscheidenen nog steeds in het dorp verblijven

-rond 14.30 u valt de Ormendaalcompagnie binnen vuurbereik van de vijandelijke artillerie en mortieren en het vuren verplaatst zich geleidelijk naar het hoofdkwartier in de Hollestraat

-op hetzelfde moment bereikt een vijandelijke patrouille van twee Duitsers per motorfiets het uiteinde van de Stationsstraat (kant Oud-Heverlee); ze worden neergeschoten door de Engelse compagnie van LW4 (een dode en een gewonde)

-stilte van 17.00 u tot 20.30 u

-20.30 u tot 21.30 u: zwaar versperringsvuur komt op hoofdkwartier en op Ormendaalcompagnie en ook op het dorp

-21.30 tot 23.00 u: tijdelijke kalmte

-21.45: de dode Duitser en de gewonde Duitse officier worden opgehaald

-donderdag 16 mei: vanaf 8.00 u met tussenpozen tot 11.45 u: vijandelijke artillerie op het hoofdkwartier; onderluitenant R.C. Le Tissier wordt gedood en vier man gewond; Le Tissier wordt voorlopig begraven in de zuid-westelijke hoek tussen de Hollestraat en de Nijvelsebaan onder een appelboom (zie ook Nawoord)

-12.00 u: het hoofdkwartier wordt verlegd naar het dorp; artillerievuur op hoofdkwartier en op Ormendaal

-14.30 u tot 16.00 u: zeer zware concentratie vuur op de Hollestraat;

-19.30 u: order voor terugtrekking (tactische beslissing als gevolg van de Duitse doorbraak in Sedan en het gevaar voor insluiting)

-21.30 u: begin terugtrekking onder artillerievuur

-22.00 u: de kleine achterhoedeafdelingen van de drie in stelling liggende compagnieën verlaten de rivierlinie

-vrijdag 17 mei: de Duitsers arriveren aan de opgeblazen Dijlebrug

Week 2011-39 - Foto 17 mei 1940 te Korbeek D

Op de foto zien we een groepje Duitsers bij het lichaam van een gedode Duitser dat op de grond ligt; op de achtergrond links de als een huisje geschilderde bunker LW4 en rechts de boerderij van Kamiel Coeckelberghs; achter de boerderij een rookwolk en een gedeelte van de kerktoren; vóór de boerderij het gat waar de Dijlebrug werd opgeblazen. De Duitsers konden de Dijle nog oversteken langs de dam die in de Dijle werd gebouwd om het gebied onder water te zetten.

Nawoord:

Tijdens de “Slag aan de Dijle” in mei 1940 sneuvelden in de Britse sector 275 militairen van het Britse Leger en de Royal Air Force. Raymond Cyril Le Tissier was één van hen. Hij werd geboren op het Kanaaleiland Guernsey op 2 mei 1916, studeerde Frans en Duits aan het Jesus College in Oxford. Hij vervoegde het Britse leger in 1939 en werd 2nd Lieutenant in het 2nd North Staffordshire Regiment. Omwille van zijn talenkennis kreeg hij een staffunctie: tolk en verbindingsofficier.
Le Tissier was ingekwartierd bij de familie Neckebrouck en onderhield in zijn hoedanigheid van verbindingsofficier contact met de onder Engels gezag geplaatste burgerlijke autoriteiten van Korbeek-Dijle. Op 12 mei moest hij de burgemeester en de bevolking van Korbeek-Dijle in kennis stellen van het door de Britse militaire overheid uitgevaardigde evacuatiebevel. Hij sneuvelde op 16 mei. Hij heeft een definitief graf gekregen op het kerkhof van Korbeek-Dijle.

De speurders van en voor Erfgoedkamer Bertem

‘De Bijbel is geen journalistiek en geen geschiedenisboek’

(Gelezen In Tertio Van 14 September 2011)

Uit een vraaggesprek van Frans Crols met Bénédicte Lemmelijn, hoogleraar Oud Testament aan de K.U.Leuven.

Heeft de nieuwe Bijbelwetenschap een theologische relevantie?

“De Bijbel is in de eerste plaats klassieke literatuur, geschreven van uit theologisch perspectief. Even klassiek als Homerus en de Oude Grieken. De Bijbel verhaalt niet hoe het geweest is, wel hoe het zou moeten zijn. De observaties en de conclusies leiden tot de vaststelling dat elk fundamentalisme dat aan een tekst of tekstpassage absoluut gezag en woordelijke onfeilbaarheid toeschrijft, geen voeten in de aarde heeft. Er is niet zoiets als ‘dé Bijbel zegt’. De christenen hebben een zich actualiserende traditie; vele visies op een gegroeide tekst.”

Gelooft u nog na twintig jaar Bijbelstudie?

“Die vraag hoor ik vaak en er wordt al eens spottend over gedaan. Er is een evolutie. Ik ben mijn geloof niet kwijt door de studie van de theologie, maar als je geloof vast hangt aan het letterlijk voor waar aannemen van de Bijbel, dan heb je een probleem. Je moet de weg van het demythologiseren bewandelen.

Grijpt God in de geschiedenis in?

“De kern van de Bijbel is dat God ingrijpt in de geschiedenis, in die zin dat hij met mensen begaan is, dat hun lot hem niet koud laat. De vraag is dan wie die God is. Is hij de gewelddadige God van sommige verhalen in de Bijbel? De Bijbelse parabels en teksten zijn mensenverhalen, van mensen voor mensen over een God die niemand ‘vatten’ kan. Wat we weten is een behoedzaam vermoeden. Niemand weet zeker wie of wat God is. Het is de gelovige overtuiging van christenen dat God in liefde betrokken is bij de mensen. En daarom komt hij in sommige Bijbelse verhalen soms ook gewelddadig op voor zijn volk. Vergelijk het met een weekendfilm, met een patroon van goed en kwaad. Als de slechte man die zijn weerloze vrouw slaat, aan het einde verongelukt, zijn we opgelucht omdat we ons in de plaats van het slachtoffer stellen. De Bijbelse verhalen over plagen en uittocht zijn geschreven voor onderdrukte mensen die in Babylon in ballingschap leefden. Ze waren blij en opgelucht te horen dat God gewelddadig was tegen de verdrukkende farao. Vanuit ons perspectief - wij ontwaken elke ochtend voor een lekker ontbijt - is dit bloeddorstig en onsympathiek, maar dit is alleen maar zo omdat wij in die ‘luxepositie’ afstand kunnen nemen. Daardoor zijn we in staat ook het andere perspectief te bekijken. De Bijbel is literatuur geschreven vanuit een theologisch perspectief. Geloven is een keuze.”

Vraag en Antwoord

(Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem)

Waarschijnlijk geniet je elke avond ook van een of andere quiz op tv. Het verbaast me telkens opnieuw hoeveel vragen er kunnen gesteld worden en vooral hoe weinig antwoorden ik ken. De mensen op het scherm weten gelukkig meer. Je zou voor minder, als je ziet welke prijzen eraan vasthangen. Ik vermoed dat ze zich voldoende voorbereiden en lange dagen encyclopedieên en kranten doorbladeren. Logischerwijze gaat het om vragen waar ook een duidelijk antwoord op is: historische data, wetenschappelijke gegevens of wiskundige berekeningen. Hiervoor kunnen we inderdaad voldoende trainen… iets wat ik zelf waarschijnlijk te weinig doe.

Door mijn hoofd gonzen vooral vragen waar geen antwoord op is. Het vervelende - dat zal je zelf ook al ervaren hebben - is dat je toch zoekt, en dat je blijft piekeren en zo veel andere dromen stuk maakt. Tot je moegedubd en blindgestaard de vraag loslaat: machteloos en stil, en daardoor ont-spannen. En dan duikt er een antwoord op, uit een totaal andere hoek en misschien naast de kwestie. Maar er is een oplossing in zicht. Mijn vragen ontstaan uit mijn verwachtingen, waardoor mijn toekomst aan banden gelegd wordt. Maar het leven gaat zijn eigen weg, soms veel ruimer en sterker dan ik had kunnen dromen. Ondertussen blijven nachtmerries mij kwellen. Want welk antwoord is er op ongeneeslijke ziektes, op onrecht en psychisch geweld? Welk antwoord is er op de dood? Ik ken het wel, maar het vraagt een dagelijkse training om dit antwoord te kunnen geven. De prijs is onbetaalbaar. Welke vraag zal God ons stellen als we ons geleasd leven - of een stukje ervan - terug moeten inleveren?

Woordspelingen

(van Renilda)

-Vóór mij uit liep een leuk meisje in shorts en ik versnelde mijn pas. Maar toen ik haar gezicht zag nam ik toch liever de benen.

-Zodra het schoentje past is het uit de mode.

-Een moeder van twaalf kinderen: Buiten verwachting gaat alles goed.

-Sommige nichten solliciteren alleen naar nevenfuncties.