Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

woensdag 12 september 2012

Woordenboek Van De Familienamen In Belgie En Noord-Frankrijk – deel 4

van Frans Debrabandere

(Johan) Devriese: naam voor de Fries, inwoner van Friesland (afgeleid van “Vries”-land).

(Valeer) Neckebrouck: afgeleid van de plaatsnaam “Nekkersbroek”: een moerasland waarop volgens het volksgeloof nikkers of watergeesten rondwaren.

woensdag 5 september 2012

Woordenboek Van De Familienamen In Belgie En Noord-Frankrijk – deel 3

van Frans Debrabandere

(Philip) Debruyne: bijnaam naar de bruine kleur van haar, huid of kleding.

(André) Schotsmans: volksnaam voor de Schot, iemand uit Schotland (vergelijk Engelsman)

maandag 6 augustus 2012

Nederlands, Logisch?

Het meervoud van slot is sloten.

Maar toch is het meervoud van pot geen poten.

Evenzo zegt men altijd: een vat, twee vaten,

maar zal men zeggen: een kat, twee katen?

Wie gisteren ging vliegen, zegt heden: ik vloog,

dus zegt u misschien van wiegen: ik woog.

Nee, pardon, want ik woog is afkomstig van wegen,

maar… is nu: ik voog, een vervoeging van vegen?

En dan een woord zoeken, vervoegt men: ik zocht,

en dus hoort bij vloeken misschien ook: ik vlocht.

Alweer mis, want dit is afkomstig van vlechten,

maar “ik hocht” is geen juiste vervoeging van hechten.

Bij roepen hoort riep, maar bij snoepen geen sniep.

Bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.

En evenmin hoort bij slopen, ik sliep!

Want dat is afkomstig van het schone woord “slapen”.

Maar zeg nu niet weer “ik riep” bij het rapen.

Want dit komt van roepen en u ziet terstond,

zo draaien we vrolijk in een kringetje rond.
Van raden komt ried, maar van baden geen bied.

Dit komt weer van bieden, ik hoop dat u ’t ziet.

Ook komt hiervan “bood”, maar van wieden geen “wood”.

U ziet, de verwarring is akelig groot.

Nog talloos veel voorbeelden zijn te geven,

want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij “leven”.

Men spreekt van: wij drinken, en hebben gedronken,

maar niet van “hinken” wij hebben gehonken.

’t Is: ik weet en ik wist, zo vervoegt men dat.

Maar schrijft u niet bij vergeten, vergist.

Dat is een vergissing, ja, moeilijk, dat is ‘t.

Het volgende geval is bijna te bont.

Bij slaan hoort: ik sloeg, niet ik sling of ik slond.

Bij gaan hoort: ik ging, niet ik goeg of ik gond.

Bij staan hoort: ik stond, niet ik stoeg of ik sting.

En noemt u een mannetjesrat soms een rater?

Dat gaat wel op voor een kat en een kater.

(Mij bezorgd door Ria Servaes)

woensdag 27 juni 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 15

Hasselt:

Afgeleid van Middelnederlands hasel ‘hazelaar’ met het verzamelsuffix -t, dat bij voorkeur aan namen van struiken en bomen gehecht wordt. De betekenis is dus ‘plaats waar hazelaars groeien’. Hasselt komt ook meermaals als gehuchtnaam voor in de Limburgse Kempen en als bestanddeel in de Oost-Vlaamse gemeentenamen Ophasselt en Nederhasselt.

Mechelen:

Mechelen zou een afleiding zijn uit maal (West-Germaans mathl of mahla) waarbij de afleiding machlin leidde tot mechlin. Het oude woord betekent ‘vergaderplaats, rechtsdag, gerechtszitting, openbare vergadering’ en duidde de plaats aan waar de vrije Franken samenkwamen om recht te spreken. Daar dit gebruik al door Karel de Grote beperkt werd, dateren de met mahla gevormde namen waarschijnlijk uit de Merovingische tijd. Mechelen zou dus een vergaderplaats geweest zijn voor de mannen uit de omliggende Merovingische nederzettingen.

Kortrijk:

De naam zou afstammen van het Gallo-Romaans Coretoriaco afgeleid van Karetaros, waarin de wortel akar ‘lief, schitterend, uitstekend’ zit. De vorm Kortrijk zou te verklaren zijn door analogie met rijk-namen, zoals Frankrijk. De uitspraak Kortrik (voor wat in het Frans Courtrai is) is te vergelijken met Doornik (in het Frans Tournai). Kortrijk zou dus ‘schitterende plaats’ betekenen.

woensdag 20 juni 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 14

Antwerpen:

Betrouwbare verklaringen van de naam gaan ervan uit dat die bestaat uit een oud woord voor ‘tegen’ en een naamwoord dat afgeleid is van het werkwoord ‘werpen’. Het Middelnederlandse element and-, ant- ‘tegen’ treffen we bijvoorbeeld nog aan in antwoord (letterlijk het ‘tegenwoord’, de repliek op een vraag). De Middelnederlandse werkwoordstam werp is bewaard gebleven in werplant = aangeworpen land, aanwas. De andawerp is ‘land dat door mensenhand tegen iets of iemand is opgeworpen’. Het zou daarbij om een dam kunnen gaan of een aarden versterking, opgeworpen tegen een vijandelijke dreiging, mogelijk een versterking uit de 6de-7de eeuw, gebouwd als bescherming tegen de Friese expansie in die tijd. Zij die woonden bij de Andawerp waren Andawerpja, waaruit Antwerpen. Antwerpen betekent dus: ‘bij hen die wonen bij de aarden versterkingswal’.

Brugge:

Brugge betekent niets anders dan brug. ‘Brugge’ komt uit het Germaans brugjo = ‘brug, havenbrug, knuppeldam’(= dam gemaakt met houten palen), te vergelijken met het Oudnoords bryggja = ‘landingsbrug, aanlegsteiger’(Zie Bryggen, de naam van de haven in Bergen, Noorwegen).

Gent:

De oorspronkelijke betekenis aan de basis van de plaatsnaam Gent is dezelfde als die van Oudiers gin, nl.‘mond’ en vandaar ook ‘monding’. Dus: Gent = monding. Gent ligt aan de samenvloeiing van Leie en Schelde. Van dezelfde Indo-Europese wortel zijn tal van namen afgeleid voor plaatsen gelegen aan de monding of de samenvloeiing van waterlopen, bijv. Gennep in Nederland en Genappe, Jemappes en Jemeppe in Wallonië.

woensdag 13 juni 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 13

Aarschot:

Samenstelling van Middelnederlands aer/aren/aern = arend en schot = afgeperkte ruimte. Hierbij denken we aan de lage weiden langs de Demer, waar het vee door omheiningen werd ingesloten. Aarschot betekent dus: schutplaats voor vee waar een arend werd gezien.

Diest:

De naam zou afgeleid zijn van het Indo-Europese dheus dat goddelijk, heilig kan betekenen + achtervoegsel -ta. Dan betekent Diest ‘heilige plaats’.

Als werkwoordstam kan dheus ook betekenen stuiven, draaien, dwarrelen. Diest kan dan verklaard worden als plaats waar het bruist, stuift, draait, m.a.w. als plaats aan een waterkolk.

Tienen:

De naam zou voortkomen uit het Voorgermaans deuniom = wat gevlochten, gebonden is, ofwel = de vereerde, de machtige. Tienen betekent dan: de omheinde, versterkte plaats, ofwel de nederzetting van Deunios, de vereerde, de machtige. De toevoeging lemont in de Franse benaming werd nodig geacht om de plaats te onderscheiden van het naburige Thisnes-lez-Hannut.

woensdag 16 mei 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 12

Drogenbos:

Samenstelling van het adjectief droog met bos. Drogenbos betekent dan: ‘struikgewas op droog terrein’.

Linkebeek:

In oorsprong een waternaam, samengesteld uit beek en linke uit Germaans hlankin, datief enkelvoud van hlanku = krom. Linkebeek betekent dus: ‘kromme, slingerende beek’. De nederzetting ligt in een opvallende bocht van de gelijknamige beek.

Sint-Genesius-Rode:

Rode betekent ‘gerooid bos’. En later werd de patroonheilige toegevoegd.

woensdag 2 mei 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 11

Kraainem:
Samenstelling van kraai en ham, met latere vervanging van -ham door -hem, ‘bocht in een waterloop’, en van daar ook ‘(wei)land aan een meander’. De waterloop in kwestie is de Molenbeek. Kraainem betekent dan ‘bocht met veel kraaien’.

Wezembeek-Oppem:
Wezembeek: Een samenstelling van de Germaanse persoonsnaam Winzo met beek. Wezembeek betekent dan ‘de beek van Winzo’.
Oppem: De naam is een samenstelling van op- ‘hoger gelegen’ met heem. Oppem betekent dan ‘hoger gelegen woning’.
Wezembeek en Oppem vormden al sedert de 12de eeuw één geheel.

Wemmel:
Zou ontstaan zijn uit de Voorgermaanse waternaam Wamalina, waaruit de nederzettingsnaam ontstond Wamalinos, met Indo-Europese wortel (a)wam of (a)wem wat betekent ‘schitterend, uitbuigend’. Dus: Wemmel = ‘de schitterende’.

woensdag 25 april 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 10

Brussel:
Samengesteld uit broek en zele en betekent: woonplaats bij het moeras. Reeds vroeg werd in de Middelnederlandse benaming -ks- geassimileerd tot s.

Halle:
Te verklaren uit Germaanse halha = bocht in of van hoogland. Halle ligt beneden op een hoek hoogland aan de samenvloeiing van de Zenne met de Grobbegracht.

Vilvoorde:
Het eerste lid is de Germaans persoonsnaam Filo. Voorde betekent: doorwaadbare plaats. Dus: Vilvoorde = doorwaadbare plaats van Filo.

woensdag 25 januari 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 9

Haacht:

Gaat terug op een afleiding van haag = bosje van kreupelhout met het verzamelsuffix -t. Dus: Haacht = (nederzetting) in of bij een bosje.

Wespelaar:

Verklaard als de samenstelling op laar = woest, minderwaardig grasland met een Voorgermaanse waternaam Wisapa, afgeleid uit Germaans wese = weide met het hydronymische suffix -apa = water. Dus: Wespalaar = woest, minderwaardig gebied aan de Wispe of Weidebeek.

Tildonk:

Mogelijk gaat Tildonk terug op de samenstelling van til/tiel, een ontlening aan volkslatijn tilium (waaruit het Oudfrans til = linde), en donk = zandige opduiking in moerassig terrein, verhevenheid. Dus: Tildonk = verhevenheid bij een linde.

woensdag 18 januari 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 8

Rotselaar:

Is samengesteld uit de Germaanse persoonsnaam Rozo met laar = ‘open plek in het bos’, of later: ‘woeste, onbebouwde grond, heide en minderwaardig grasland’. Dus: Rotselaar = woeste grond van Rozo.

Werchter:

Samenstelling van werf = waterwilg en ter (komt van dra = boom). Dus: Werchter = bij de waterwilg.

De Westgermaanse medeklinkerverbinding ft in werf-ter is in het Oudnederlands overgegaan in cht (Vergelijk Nederlands zacht met Engels soft en Duits sanft).

Wakkerzeel:

Samengesteld uit de Germaanse persoonsnaam Wakko en zele = woning. Dus: Wakkerzeel = woning van Wakko.

woensdag 11 januari 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 7

Wijgmaal:

Waarschijnlijk samengesteld uit het Middelnederlands wijc (Latijn vicus) dat in de toponymie ‘dochternederzetting, gehucht’ ging betekenen en maal dat hier de betekenis heeft van ‘onverdeelde grond van een gemeente in een grensgebied’. Dus Wijgmaal = grensgebied in gemeenschappelijk bezit dat uitgroeide tot een nederzetting.

Wilsele:

Samengesteld uit de Germaanse persoonsnaam Wilo en zele = woning. Dus Wilsele = woning van Wilo.

Wezemaal:

Mogelijk samengesteld uit de Germaanse persoonsnaam Winzo en maal = onverdeeld grensgebied dat ook als gerechtsplaats functioneerde. Dus Wezemaal = plaats waar Winzo woonde of werd terechtgesteld.

woensdag 4 januari 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 6

Kampenhout:

Kampen is volgens Gysseling een datief meervoud van kamp, ontleend aan het Romaans campus = (hoog)vlakte, veld, en wellicht de oorspronkelijke naam van de plaats. Later werd Kampen uitgebreid met hout = bos. Dus, Kampenhout = beboste vlakte.

Buken:

Oorspronkelijk Ten Bueken = plaatsaanduiding bij de beuken. Dus Buken = plaats bij de beuken.

Nederokkerzeel:

Samenstelling van de Germaanse persoonsnaam Hocco en zele = woning. Dus Okkerzeel = woning van Hocco. Later kwam er ‘Neder’ bij om het onderscheid te maken met Overokkerzeel = Steenokkerzeel.

donderdag 29 december 2011

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 5

Kortenberg:

Kortenberg is samengesteld uit de datief enkelvoud van kort, hier op te vatten in de betekenis van ‘klein’, met berg. Dus Kortenberg = kleine berg.

Steenokkerzeel:

Samenstelling van de Germaanse persoonsnaam Hocco met zele. Okkerzeel = woonplaats van Hocco. Ook genoemd Overokkerzeel tegenover Nederokkerzeel. Later werd Okkerzeel uitgebreid met steen, verwijzend naar de steenachtige bodem.

Berg:

In een tamelijk vlakke streek wordt een hoogte vlug een ‘berg’ genoemd. Dus Berg = hoogte, heuvel, verhevenheid.

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 4

Sterrebeek: Genoemd naar een waternaam, samengesteld uit Middelnederlands stert ‘staart’ en beek. De bovenloop van de bewuste beek is als een staart die een hoek van 60 graden vormt met de benedenloop.

Nossegem: Ontstond uit de verbinding van de Germaanse persoonsnaam Nothso, gevolgd door het verzamelsuffix -inga, met heem (= woonplaats). Dus: Nossegem = woonplaats van de lieden van Nothso.

Zaventem: Blijkens de oudste attestatie geen heem-naam. De huidige uitgang -em ontstond door analogie met talrijke gemeentenamen op -(h)em. Zaventem is afgeleid van een Voorgermaanse waternaam met de wortel sabh- ‘uitbuigend’, waaruit Sabhantia ‘de bochtige’. Zaventem (= de bochtige) ligt in een opvallende bocht van een beek.

donderdag 8 december 2011

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 3

Loonbeek: Een samenstelling van Loon, datief meervoud van lo (= soms ‘bosgebied’, soms ‘poel’), met beek. Loonbeek betekent dus zoveel als ‘beek die door kreupelbosjes vloeit’.

Huldenberg: Een samenstelling van de Germaanse persoonsnaam Hildo met berg. Huldenberg betekent dus ‘berg van Hildo’.

Overijse: IJse is oorspronkelijk een waternaam die op de nederzetting is overgegaan. Over wil hier zeggen ‘hoger gelegen’, ter onderscheiding van het lager gelegen Neerijse. Overijse betekent dus ‘hoger gelegen nederzetting aan de IJse’.

woensdag 23 november 2011

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 4

Sint-Joris-Weert: Weert betekent ‘land omsloten door rivierarmen’. Sint-Joris verwijst naar de patroonheilige.

Sint-Agatha-Rode: Rode betekent ‘gerooid bos’. Sint-Agatha verwijst naar de patroonheilige.

Ottenburg: Een samenstelling van de Germaanse persoonsnaam Otto met burg (= vesting). Dus: Ottenburg = vesting van Otto.

woensdag 16 november 2011

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 3

Leuven: Gaat mogelijk terug op een Voorgermaanse nederzettingsnaam Lubhanion, afgeleid van de persoonsnaam Lubhanos, waarin de Indo-Europese wortel leubh = lief. Leuven betekent dan ‘woonplaats van Lubhanos’ = ‘woonplaats van de geliefde’.

De naam kan echter ook afgeleid zijn van een Voorgermaanse waternaam Lubana, een afleiding van hetzelfde leubh met het hydronymische suffix -ana. In dat geval is de betekenis ‘nederzetting bij het lieflijke water’.

Herent: Een afleiding van heren = haagbeuk, met een plaatsbepalend suffix -t. Herent betekent dan: ‘plaats met veel haagbeuken’.

In sommige Vlaamse en Brabantse dialecten noemt men de haagbeuk nog steeds: hereleer, herentree, herentril, hert en dergelijke.

Winksele: Samenstelling van de Germaanse persoonsnaam Winiko en zele. Dus Winksele = ‘woning van Winiko’.

woensdag 9 november 2011

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 2

Bierbeek: Ofwel afgeleid van het Germaanse birnu = beer of mest, op beer gelijkende modder, verbonden met beek geeft dat: Bierbeek = modderige beek of beek in een moerasgebied.

Ofwel is het eerste lid Germaans birka = berk. Bierbeek betekent dan: Berkenbeek = beek waarlangs veel berken groeien.

Lovenjoel: Is een verkleinwoord van Lovanium, de Latijnse vorm van Leuven, gevormd met het achtervoegsel -inion, dat later is vervangen door -iniol. Dus Lovenjoel = klein Leuven.

Opvelp: Velp is oorspronkelijk een waternaam, afgeleid van felwa = wilg, met het Voorgermaanse suffix -apa = water; dus velp = wilgenbeek (= beek waarlangs veel wilgen groeien). Op- betekent stroomopwaarts. Dus Opvelp = plaats aan de wilgenbeek, stroomopwaarts van Neervelp.

woensdag 2 november 2011

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 1

Vaalbeek: In oorsprong een waternaam, samengesteld uit het Middelnederlands vale, geelachtig, en beek. Dus Vaalbeek = vale, geelachtige beek.

Blanden: Het betreft waarschijnlijk een Romaanse samenstelling uit beal/bial (uit middeleeuws Latijn bella ‘mooi’) met landa = beboste streek. Dus Blanden = mooie beboste streek.

Haasrode: Haasrode is geëvolueerd uit de samenstelling met genitief-s van de Germaanse persoonsnaam Haguhard en rode. Dus Haasrode = het gerooide bos van Haguhard.