woensdag 20 december 2017

Kerstballen voor De Warmste Week

Op de kerstmarkt in WZC Ter Meeren in Neerijse op zondag 3 december 2017 verkocht KVLV Korbeek-Dijle 133 gehaakte kerstballen. De opbrengst, met enkele giften inbegrepen 273 euro, werd geschonken aan De Eglantier in Leefdaal.

Week 2017-51 - Kerstmarkt

Phil Bosmans spreekt tot ons - Wat ik nog zeggen wou (2)

Waarom wilde God door mij troosten,

een weg wijzen en geborgenheid bieden? Ik bleef toch

zo dikwijls onder de maat.

Ik kreeg een litteken mee, waarin mijn grote zwakheid

en grote armoede geschreven stonden als een

blijvende herinnering aan mijn fundamentele onmacht.

Zo wist ik, dat wat ik in mijn leven ten goede deed,

God gedaan heeft, ondanks mezelf.

Ik had Montfort ontmoet en in Maria,

de Maagd der Armen, een lieve Moeder gevonden.

Ik had van pater Jan Frans, te jong van kanker gestorven,

twee dingen geleerd en onthouden: ‘Het huis, dat je op

deze wereld bouwt, is een illusie.’ En dit: ‘Alleen dingen,

waarmee je sterven kunt, hebben waarde om mee te

leven. Dat was God en de vriendschap.’

God heeft ons niet gemaakt voor de dood.

Wij zijn kinderen van het licht, kinderen van de dag.

Wij behoren niet aan nacht en duisternis, niet aan de

dood. God brengt ons allen over en door de dood heen

naar een land waar de tijd stilstaat en de liefde geen

grenzen kent. De dood kan ons niet scheiden. Alleen de

dood van de liefde breekt alle banden. Waar de liefde

sterft, worden de demonen wakker en komen mensen

in de hel, hier en nu, elke dag opnieuw, zoals we zien

om ons heen en ’s avonds op tv. Daarom moeten we

ten koste van alles verhinderen dat de liefde sterft.

Uit het boek Kijk naar de zon! samengesteld door Peter Ausloos

Gard Vermeulen stuurt ons zijn verhaal van uit Noord-India–deel 3

Van bruisend leven naar rustige natuur.

Drie dagen geleden ben ik de grens overgestoken van India naar Nepal, de plotse overgang van kleurig stadsleven naar een groen natuurpark, van het drukke, luidruchtige Varanasi (vroeger: Benares) naar het stille Chitwan.

Varanasi is de droom van elke gelovige Hindu, de heiligste plaats van hun godsdienst en de aardse deur naar het Nirwana, hun hemel voorbij de dood. De stad stikt in de bedevaarders, de toeristen, de kooplui, de passanten en al de lokale mensen die de eersten helpen te overleven. Met twee tot drie miljoen zijn ze en wringen ze zich allen tegelijk, samen met de heilige koeien, door de veel te nauwe straatjes en in de duizenden winkeltjes. In vergelijking is een mierennest een strak georganiseerde samenleving.

Acht van elke tien Indiërs belijden het Hindu-geloof. Zij kennen duizenden goden, waarvan drie er bovenuit torenen: Brahma, schepper van de kosmos en oppergod, Vishnoe de bewaarder en operator van de wereld, en Shiva de vernietiger ervan. Gek dat de hoofdgod nauwelijks vereerders telt! Daarnaast vereren sommigen nog andere goden. Ik noem alleen Ganesh, de god van het gelukkig toeval en de beschermer van de reizigers.

Varanasi is de stad aan Shiva toegewijd. Langs de Ganges lopen kilometerlange trappen naar rivier af. Dat zijn de Ghats. De grote paleizen of tempels of hotels of privé-huizen die er bovenuit torenen zijn eigenaars van die trappen en richten er in wat zij willen. Bij de tempels is dat een avondritueel, een mooie, kleurrijke, muzikale en geurige choreografie van priesters als dank voor de dag aan Shiva.

Overdag zitten in de omgeving saddhoe’s, mannen die zichzelf heilig verklaren. Sommigen zijn echte godzoekers, anderen zijn verklede bedelaars, verlate hippies, of vredelievende westerlingen.

‘s Morgens komen de gelovigen onderaan de trappen baden in de Ganges. Zo heiligt men zichzelf. Maar of het lichaam rein wordt van dit heilige water waarin riolen uitmonden, de lakens van hospitalen gewassen worden, de overledenen aan een besmettelijke ziekte gedumpt worden, dierenkrengen opgezwollen liggen te rotten, duizenden watervogels hun behoefte doen? Mijn wetenschappelijke geest betwijfelt dit ten sterkste, maar ik heb ook mensen van dit water zien drinken.

Twee van de tientallen ghats zijn voorbehouden voor de crematies. Als iemand overlijdt komt de familie zo haast mogelijk samen. Met de mobiele telefoon is dat meestal binnen enkele uren. Het lichaam wordt dan meteen naar de ghat gedragen en in de rivier gedompeld om gereinigd te worden, zowel lichamelijk als geestelijk. Terwijl men de administratie afhandelt, de crematie regelt, het hout koopt en stapelt, kunnen lichaam en kleren weer opdrogen. De oudste zoon ontvangt met een rietbussel het heilig vuur van Shiva uit de tempel, wandelt vijfmaal rond het lichaam en steekt dan de brandstapel aan. Drie uur later is alles verteerd en neemt de oudste zoon met een aarden kruik water uit de Ganges, giet dat over de as en breekt de kruik stuk als symbool van de breuk tussen de dode en de levende familie. Hier respecteert men het verdriet en is fotograferen verboden. De foto hierbij is van op grote afstand genomen.

image

De heilige koe is geen god, maar wel een vereerd en gerespecteerd symbool. Ze wordt erkend als de oorsprong van alle leven. Ze geeft melk en ruimt afval en vuiligheid op, maar deponeert er evenveel in de plaats. De loslopende dieren zijn een angstwekkend probleem in een drukke stad, maar niemand mag hen doden. Er is zelfs een wet in de maak die de doodstraf toebedeelt aan wie een koe (inbegrepen stier of kalf) doodt, bedoeld of per ongeluk. De bisschoppen waarschuwen dat deze wet gericht is tegen de minderheden: moslims, christenen, heidenen en nog een aantal anderen. De huidige regering is inderdaad fundamentalistisch Hindoe-gelovig. Om de grote steden een beetje meer leefbaar te maken zijn er vele koeien opgepakt en naar het platteland overgebracht. Andere runderen worden geteeld op boerderijen, geven melk, boter, kaas, yoghurt, lassi, enzovoort. Ze blijven op het erf tot ze van ouderdom dood vallen.

Naast de grote meerderheid Hindoes leven er vijftien procent moslims in dit land, Sikhs, Jaïns en twee procent christenen. Al staan individuele hindoes niet vijandig tegenover hun moslim-buren en -collega’s, er is toch stevige weerstand tegen “de moslims”, die bekeken worden als geheime steunpilaren van aartsvijand Pakistan aan de westkant en Bangladesh aan de oostkant, beiden vurige Islamstaten. Ik zei het hierboven al: minderheden worden hier stiekem gepest, vervolgd, met de dood bedreigd en uitgedreven. Ook de katholieke kerk lijdt hieronder: kerken worden geplunderd en afgebrand, aanslagen uitgevoerd op misvieringen, enzovoort.

Nu reis ik nog een weekje door Nepal. Hier biedt het leven veel minder economische kansen, en is het er van de weeromstuit veel rustiger.

Gisteren heb ik met een gids vier uur door het nationaal park gewandeld, daarna er met een jeep doorheen gereden. Een wilde olifant “Ronaldo” stak de weg over en poseerde even, moeder en kind neushoorn zochten voedsel in het struikgewas naast de weg,

image

krokodillen warmden zich op in de zon op het strand, slangenarenden keken toe, makakken speelden voor clown, enkele ijsvogels snelden voorbij, aalscholvers spreidden hun vleugels om ze te drogen. De tijger miste ik op een haartje (Een halve minuut later zag men hem wel.)

Morgen reis ik verder naar Pokhara om er de Himalaya in de omgeving van de Annapurna te bewonderen en dan nog enkele dagen naar de hoofdstad. Daar heb ik een afspraak met de familie. Weldra ben ik weer thuis.

Ondertussen wens ik je nu al een zalig Kerstfeest. Hou de nieuwjaarsdagen veilig.

woensdag 13 december 2017

Gard Vermeulen stuurt ons zijn verhaal van uit Noord-India–deel 1

India, een wereld apart

Tot het laatste ogenblik heeft de toeroperator mijn reisplannen veranderd. Een gratis verlenging met een dag vind ik een geschenk. Tot blijkt dat die dag in Pushkar zou vallen, een woestijndorp van niets dat slechts één week per jaar beroemd is, namelijk tijdens de kamelenmarkt. Dat gebeurt niet in dit seizoen en dus was die cadeaudag minder positief. Even later werden de dagen nog eens als kaarten door elkaar geschud en valt de vrije dag nu in Kathmandu, in Nepal. Fijn, dat geeft me een dag meer met de familie.

Twee vluchtveranderingen bleken echter minder interessant. Vooral de laatste eindjes. In de terugvlucht kan ik niet meer dezelfde dag thuis komen en moet ik er een nacht bijdoen op de luchthaven. Bij de heenvlucht viel het laatste stuk midden in de nacht en was heel kort, zodat ik na het avondmaal niet meer kon slapen op een veel te harde vliegtuigstoel.

Zo liep ik half slapend door de straten van Delhi, de hoofdstad van India. Vooral in de wirwar van nauwe straatjes in de oude stad is dat levensgevaarlijk. Er rijden nauwelijks fietsen of auto’s, maar des te meer motoren en tuktuks. Die laatste zijn gemotoriseerde driewielers. Theoretisch is het verkeer links en meestal gebeurt het zo. Maar de uitzonderingen maken het levensgevaarlijk. Auto’s zoeken een spleetje dat nipt groot genoeg is voor een tuktuk. Die lijken wel levende wezens: ze blazen zich op of krimpen volgens de behoeften van het moment: waar hun kop doorkan, volgt de rest. De motoren gebruiken een ruimte die bij ons nauwelijks breed genoeg is voor een fiets. Een vingerdikke spatie aan beide zijden is genoeg. Iedereen zwenkt elke richting uit zonder zichtbare signalen te geven. Getoeterd wordt er des te meer, luider, luidst, variabel, dissonant en loeiend. Daartussen laveert dan nog een koe of twee, drie, meestal onverstoord, maar soms boos en agressief. De voetganger probeert al dat gedoe enigszins te ontwijken door zich ergens in een hoekje te plaatsen en tegelijk een koeienvlaai te vermijden. Oef, ik heb het overleefd.

Enkele dagen later in Jodhpur, nam ik zo’n driewieler op weg naar het hotel. Met wat zal ik die rit vergelijken? Met een supersone stuntvlucht van een kamikazepiloot op de grond in het drukste verkeer dat ik al meegemaakt heb! Tussendoor vermeed hij amper de sloot, hotste door putten in de weg, nam hij onverwacht rechts een zijweg vol koeien om een opstopping te vermijden, zwiepte ik van links naar rechts op de achterbank. Gelukkig zat ik geklemd tussen twee medereizigers. Maar snel ging het. En het was goedkoop: 65 eurocent van elke inzittende voor een kwartier doodsangsten.

Na de hoofdstad ging de reis naar west-Rajastan. Een groot deel van deze deelstaat is woestijn en de rest is niet veel vruchtbaarder. Daarmee is het in de geschiedenis economisch wat achter gebleven en heeft meer van zijn tradities bewaard. Al loopt ook nu iedereen met een mobieltje rond. Het gebied is traditioneel overheerst door maharadja’s, die hun macht gewapenderhand en met stevige burchtwallen verdedigden. Hierbij een foto van de burcht van Jodhpur, de gouden stad.

image 

Hun financiers waren de handelaars die zich vestigden in de steden op de kruispunten van de handelswegen. Op de zijderoute, de handel in zilver, goud, opium, specerijen en al wat geld opbracht. Zij bouwden grote, luchtige, luxueuse huizen, waar de wind in speelde om enige afkoeling te brengen tijdens de hete zomermaanden. “Huis van de wind” noemden ze hun optrekjes, “haveli’ in de lokale taal. De stamvader bouwde niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn zonen. De dochters immers verhuisden bij hun huwelijk naar hun man en schoonouders.

Bij mijn bezoek aan de haveli van de familie Patwa stapt een bebaarde jongeman op mij af en vraagt of hij mijn gids mag zijn. Murad is vijfentwintig jaar. Hij ziet er netjes uit en zegt dat hij student is en Engels wil bijleren. Na enig gehaspel boezemt hij mij vertrouwen in en ik aanvaard zijn diensten. 1,35 euro voor een uur. Onderweg kabbelt het gesprek plots langs vreemde wegen.

- Wil je een juweel kopen voor je vrouw, vraagt hij mij. Hij is dus ronselaar voor een juwelenzaak, denk ik.

- Neen, ik ben niet getrouwd, was nooit getrouwd.

Verbaasde ogen.

- Ben jij getrouwd, heb je kinderen.

- Ja hoor, ik heb twee kinderen.

- Op welke leeftijd trouwt iemand gewoonlijk in India?

- Ik kom uit de woestijn. Ik ben getrouwd toen ik veertien was. Dat is daar de gewoonte.

- En je vrouw?

- Dertien

- Jullie zien mekaar nog graag!? Mijn toon hapert tussen bevestiging of vraag.

Weer verbaasde ogen.

- De man ziet het gezicht van zijn vrouw voor de eerste keer de avond na het huwelijk …

- Dus liefde doet er niet toe. Jij hebt niet zelf gekozen?

- In de woestijn zijn het de ouders die …

Veelbetekenende pauze

- Hoe oud zijn je kinderen?

- Het meisje is drie jaar en de jonge negen maanden.

Mijn rekenknobbel doet zijn werk. Ze hebben er dus zeven jaar over gedaan om het eerste kind te krijgen. Toeval? Voorzichtig zijn? Beter weten? De traditionele of de moderne middelen? Ik laat de familiezaken waar ze horen en doe verwoede pogingen om een stoffenwinkel en een juwelenzaak te vermijden. Hierbij een foto van een kamer in de Patwa-haveli in Jodhpur.

image

Na enkele dagen trek ik op een dromedarisrug naar de woestijn. Denk niet aan oneindige heuvels zand. Een plukje kruiden links, een pol gras daar, enkele struiken nog verder verspreid, zand en stenen. Het dier schommelt van links naar rechts. Als men het ritme vind, is het heerlijk rijden, maar dan wordt het onderbroken telkens de weg even helt. Dan wip en schuif ik op het zadel. De nacht breng ik door op een beenhard bed in een grote luxetent. Met privé badkamer en toilet! Vier dagen later is eindelijk alle stijfheid en stramheid verdwenen.

Zo, straks reis ik verder en houd je op de hoogte.

Gard

Chiro KaDee viert Christus-Koning

Op zondag 26 november 2017, feest van Christus-Koning, hield de Chiro van Korbeek-Dijle haar jaarlijkse viering in de kerk. De chiroleden waren massaal aanwezig, en zeer gedisciplineerd, en Maria Maginelle, oud-chiroleidster, ging de viering voor in een taal die de jongeren begrijpen.

Op het einde van de viering kwamen elf jongeren naar voor in de kerk om hun engagementsverklaring als leiding voor de eerste maal af te leggen of te vernieuwen.

Week 2017-50 - 001Week 2017-50 - 002Week 2017-50 - 004

Phil Bosmans spreekt tot ons: Wat ik nog zeggen wou (1)

Lieve mensen, ik ben niet dood. Ik leef en ben nu

helemaal opgenomen in het grote licht dat God

heeft aangestoken in de nacht van de dood: ‘De

verrijzenis van Jezus.’ Dit horen we duidelijk in het

Emmaüsevangelie.

God heeft verrijzenis geschreven in geest en hart van

ieder mens, zoals Hij die geschreven heeft in elk blad

van elke boom, die in de lente juichend weer tot leven

komt. Ik ben dankbaar. God was goed voor mij.

Ik werd geroepen en wist al vlug dat niet ik gekozen

had, maar dat het Gods keuze was. God had mij

gekozen in een dwaze liefde, die ikzelf niet versta en

die ik niet verklaren kan.

Ik ontving het geloof, niet van een bisschop of theoloog,

maar van twee lieve mensen, mijn vader en moeder. God

was vanzelfsprekend, want er was zoveel liefde, zoveel

diepe genegenheid en zorg. Ik geloofde in God zoals een

blinde gelooft in de zon, niet omdat hij ze ziet, maar

omdat hij ze voelt. Ik stelde me geen vragen.

Later werd alles anders. Ik ging studeren en de

vanzelfsprekende God werd een levensgrote vraag.

Ik studeerde filosofie en theologie en ik begon de

ongelovigen te begrijpen. Ik werd bang God te verliezen.

Langs de weg van de studie kwam Hij niet dichterbij.

Hij trok zich dikwijls terug in de mist. Maar ik bleef

geloven en ik bleef zoeken.

Toen ik op zekere dag armer werd, toen ik ziek werd,

zwakker en machtelozer, toen er plots geen toekomst

meer was, werd alles eenvoudiger. Ik zette mijn hart

vol vertwijfeling wijd open en ging vuriger dan ooit

verlangen naar God.

Toen gebeurde het wonder. Alles werd me gegeven.

Niet ik kende God, maar God liet zich kennen aan mij.

Hij openbaarde zich, niet als een God om over na te

denken, om bang voor te zijn, maar als een God om lief

te hebben, om gelukkig mee te zijn.

Een fantastische God.

Ik heb in mijn leven heel wat mensen ontmoet, heel

veel ongelukkige, ontwortelde en ontspoorde mensen,

waarin God een beroep op me deed en waarvoor God

me liet priester worden. Ik heb God gezien in het

gelaat van mensen. Ik moest voor hen Gods liefde

voelbaar maken. Om dat vol te houden maakte God

ook zijn liefde voor mij voelbaar en tastbaar in zovele

lieve, bijzonder fijne en fantastische mensen, die alles

voor me deden en zorg voor me droegen. Het waren

mensen als engelen. Engelen zijn mensen, die van

Godswege in je leven komen, zomaar, onverwacht

en onverdiend, om je zijn vriendschap, zijn tederheid

voelbaar te maken. Mensen zijn engelen, als ze je door

alles heen in Gods liefde willen bewaren. Velen zijn me

voorgegaan. Anderen leven nog en zijn misschien hier.

Ik dank hen, meer dan ik zeggen kan. Dank voor alles,

waar ik geen woorden voor vind.

Uit het boek Kijk naar de zon! samengesteld door Peter Ausloos

woensdag 6 december 2017

Gelezen In Tertio Van 22 November 2017

Uit een artikel van Geert De Cubber

Paus naar Myanmar en Bangladesh

Paus Franciscus reist naar Azië. Tussen 27 en 30 november brengt hij een bezoek aan Myanmar. Daarna is hij tot 2 december in buurland Bangladesh. De algemene toestand in beide landen is gespannen, zeker na de onlusten in het grensgebied. Bovendien behoren ze tot de allerarmste landen ter wereld.

“De stem van de meest verdrukten”

“Het groeiende fundamentalisme wordt steeds meer zichtbaar in Bangladesh”, stelt Jef Van Hecken, die voor Wereldsolidariteit in het Aziatische land woonde. De zwakke overheid kan het geweld niet indammen. Toch ziet Van Hecken het nakende pausbezoek als een hoopvol signaal.

“Ook moslims positief gestemd over pausbezoek”

“Gewoonlijk wonen in Bangladesh mensen met dezelfde religieuze achtergrond samen in hetzelfde dorp. Zo heb je dorpen waar de grote meerderheid van mensen christen zijn. Het is belangrijk dar ze zich kunnen blijven ontwikkelen met hun eigen – zij het kleine – organisaties.”

Hoopvol

Het pausbezoek kan die minderheid een boost geven. “Aan de reacties hoor ik dat mensen hoopvol uitkijken naar de komst van Franciscus”, vertelt Van Hecken. “Mensen zien de paus als iemand met het hart op de juiste plaats. Niet allen katholieken, maar ook moslims zijn positief gestemd. Zij horen hem elders bemoedigende woorden spreken en hopen dat hij ook in Bangladesh de stem van de meest verdrukten wordt. In elk geval nemen ze Franciscus’ woorden op als steun aan hen. Vooral voor twee groepen hoopt men dat het een verschil kan maken: voor de Rohinghya en voor de kledingarbeidsters. Op 24 november is het precies vijf jaar geleden dat de fabriek van Tasreen Fashion in Dhaka uitbrandde.” Bij die brand kwamen minstens 117 mensen om het leven en waren er meer dan 200 gewonden.

Tot zover Geert De Cubber en Jef Van Hecken.