Posts tonen met het label India. Alle posts tonen
Posts tonen met het label India. Alle posts tonen

woensdag 20 december 2017

Gard Vermeulen stuurt ons zijn verhaal van uit Noord-India–deel 2

Goede morgen.

Deze reis zit vol bezoeken aan verfijnde gebouwen zoals de burchten van Jodhpur, Udaipur en zeker de Taj Mahal; verder met de busreizen door dorpjes en tussen velden; ook met natuurmomenten zoals de woestijnnacht waarover ik eerder vertelde en de tijgersafari in Rathambore Nationaal Park. De reis zit zo vol als een lekkere pens. Dat brengt wel mee dat ik nauwelijks de tijd vind om je wat te schrijven.

Vanmorgen stond ik al om kwart voor zes aan de ingangspoort van de Taj Mahal, het grafmonument voor de vrouw van Sjah Jahan, die in de zestiende eeuw in het kraambed bleef van haar veertiende kind. Dit is het meest gefotografeerde gebouw van India en je kent het van de traditionele foto’s, al of niet met prinses Diana of onze Filip en Mathilde er voor.

image

Vandaag weent het gebouw in een mistige herfstdag. Ik probeer het toch even anders te zien. “Dit is de maand van de mist,” vertelde mij een gids, “en je mag van geluk spreken dat je er nog zoveel van merkt, want in dit seizoen kan je evengoed niets zien.”

Nu (het is elf uur in de voormiddag) zit ik dus aan mijn PC’tje, maar ik weet niet wanneer ik de e-mail kan versturen. Straks, om zes uur vertrek ik naar de nachttrein die me tegen morgenochtend zes uur in Varanasi moet brengen. Dat is de laatste stad die ik in India bezoek. Daarna volgt nog een week in Nepal.

Maar laat me nog wat vertellen over dit land. Al eeuwenlang is dit werelddeel als een lappendeken versplinterd in stukjes koninkrijken en prinsdommen. De Hindoe Radja’s en Maharadja’s (de laatsten zouden we ‘koning van de koningen’ kunnen noemen) werden in het noorden verdreven door de Moslim Sjahs en Moguls die uit Mongolië kwamen aanstormen. Nu nog leven er veel moslims in die streken. Vanaf de jaren 1500 kwamen westerlingen langs: de Portugezen in Goa aan de westkust van Zuid-India, de Fransen in Pondicherry aan de oostkust. Begrijpelijk dat je in die streken nog vrij veel katholieken vindt. De Engelsen kwamen uit Afghanistan aanzetten en brachten eerst het noorden onder hun controle. Zij sloten onevenwichtige contracten, stelden dubieuze rechtssystemen in, beloonden wie lief was en hun gewoontes overnamen, straften wie vasthield aan eigen wetten en tradities. Hun koningin werd “keizerin van India”. Zij paaiden de onderdanen met veel ‘pomp and glory’.

Zij eisten ook massale militaire inzet van de Indische vorsten tijdens de eerste wereldoorlog. Miljoenen rukten uit, honderdduizenden doden liggen in Belgie, Frankrijk, Turkije, Noord-Afrika. Sterven mochten ze, moedig tot onvervaard. Officier worden konden ze niet. Zo groeide tussen de twee weeldoorlogen het gevoel van onderdrukking en het recht op onafhankelijkheid, onder meer onder het vreedzame verzet van de advocaat Mahatma Gandhi. Kort na de tweede wereldbrand werd Brits India onafhankelijk, maar tegelijk, tegen de wil van Gandhi, gesplitst in een Hindoe-staat India en een Moslimstaat West- en Oost-Pakistan. Dat laatste scheurde zich later af onder de naam Bangladesh.

Onmiddellijk na de onafhankelijkheid begon er een stroom vluchtelingen van Moslims naar Pakistan en van Hindoes in de omgekeerde richting. Ook hier vielen tientallen miljoenen doden door honger of in vinnige vechtpartijen. De kolonisatie had voordelen en zeker ook nadelen voor dit land. Ik laat het oordeel wat het zwaarst weegt aan de Indiërs. Eén ding is zeker: ze naaiden het lappendeken samen tot een min of meer georganiseerd en kleurig patchwork.

Wie India zegt, gebruikt onvoorstelbare grote getallen. Er leven nu ongeveer 1,23 miljard mensen en er komen er elk jaar dertig miljoen bij. Men verwacht dat de Indiërs tegen het jaar 2050 talrijker zullen zijn dan de Chinezen en dat hun economie groter zal zijn. Dan zullen zij wellicht de eerste wereldmacht zijn!

Laat me nog even in het huidige India blijven. In mijn vorige brief vertelde ik al van de gearrangeerde huwelijken. Dat valt niet altijd mee. De ober van het vorige hotel, een kerel van tweeëntwintig jaar, vertelde me dat hij zeer ontevreden was met zijn vrouw. Zij is, zo zei hij, snibbig en zurig, maar hij wou nog wel een tweede kind. Scheiden gebeurt niet vaak in dit land en is zeker een grote schande, zonder kans om een andere relatie te beginnen.

Daarenboven trekt het meisje bij de schoonouders in. Laat daar in het gezin ook een rangorde zijn: De grootouders eerst, dan de ouders, dan de oudere broers. Die hiërarchie moet ook door de schoondochter onderhouden worden. De vrouw van de oudste broer zal zich nooit zonder sluier vertonen als de vrouw van de jongere broer het ziet. Aan de jongere valt natuurlijk het hardere en vuilere werk ten deel. Zij mag dan weer zonder sluier gezien worden, maar mag de oudere schoonzus niet aanspreken zonder dat haar man erbij is. Ik besef dat deze traditionele gewoontes en protocollen stilaan verpulveren in een samenleving van gezamenlijke scholen, jeans, moto’s en tablets. Maar toch …

Tweede deel.

Kaboem! De nachttrein naar Varanasi is vandaag geannuleerd. Het vliegtuig zit al vol. De reisleiding kiest er voor om met de bus te gaan: 560 km. Twaalf uur in de bus, grotendeels in de nacht. Maar dat lijkt nu het meest betrouwbare middel. Ik herken de zorgen als de reisleider: in zulke situatie beslissingen moeten nemen.

Laat me ondertussen, nog iets vertellen over Rathambore NP. Tot in 1970 was deze 400 km2 het jachtgebied van Maharadja’s en andere VIPs. Dertigduizend tijgers zijn er geschoten in zeventig jaar! Nu leven er nog amper veertig, ééntje per tien vierkante kilometer. Overdag verstoppen deze nachtjagers zich en slapen. Dus, neen, er was geen tijger op de afspraak met deze gekke toerist. Wel kreeg ik antilopen te zien, met deze trotse bok met prachtig gewei.

image

Ook nog wat beren en wilde varkens, pauwen en apen. En beleefde ik een heerlijke frisse ochtend in een pracht van een herfstlandschap.

Slot

Om halfdrie vannacht ben ik toegekomen in het hotel. Straks vertrek ik op verkenning van Varanasi, de heilige hindoestad aan de Ganges. Ondertussen probeer ik dit te versturen.

Tot later.

Gard

Gard Vermeulen stuurt ons zijn verhaal van uit Noord-India–deel 3

Van bruisend leven naar rustige natuur.

Drie dagen geleden ben ik de grens overgestoken van India naar Nepal, de plotse overgang van kleurig stadsleven naar een groen natuurpark, van het drukke, luidruchtige Varanasi (vroeger: Benares) naar het stille Chitwan.

Varanasi is de droom van elke gelovige Hindu, de heiligste plaats van hun godsdienst en de aardse deur naar het Nirwana, hun hemel voorbij de dood. De stad stikt in de bedevaarders, de toeristen, de kooplui, de passanten en al de lokale mensen die de eersten helpen te overleven. Met twee tot drie miljoen zijn ze en wringen ze zich allen tegelijk, samen met de heilige koeien, door de veel te nauwe straatjes en in de duizenden winkeltjes. In vergelijking is een mierennest een strak georganiseerde samenleving.

Acht van elke tien Indiërs belijden het Hindu-geloof. Zij kennen duizenden goden, waarvan drie er bovenuit torenen: Brahma, schepper van de kosmos en oppergod, Vishnoe de bewaarder en operator van de wereld, en Shiva de vernietiger ervan. Gek dat de hoofdgod nauwelijks vereerders telt! Daarnaast vereren sommigen nog andere goden. Ik noem alleen Ganesh, de god van het gelukkig toeval en de beschermer van de reizigers.

Varanasi is de stad aan Shiva toegewijd. Langs de Ganges lopen kilometerlange trappen naar rivier af. Dat zijn de Ghats. De grote paleizen of tempels of hotels of privé-huizen die er bovenuit torenen zijn eigenaars van die trappen en richten er in wat zij willen. Bij de tempels is dat een avondritueel, een mooie, kleurrijke, muzikale en geurige choreografie van priesters als dank voor de dag aan Shiva.

Overdag zitten in de omgeving saddhoe’s, mannen die zichzelf heilig verklaren. Sommigen zijn echte godzoekers, anderen zijn verklede bedelaars, verlate hippies, of vredelievende westerlingen.

‘s Morgens komen de gelovigen onderaan de trappen baden in de Ganges. Zo heiligt men zichzelf. Maar of het lichaam rein wordt van dit heilige water waarin riolen uitmonden, de lakens van hospitalen gewassen worden, de overledenen aan een besmettelijke ziekte gedumpt worden, dierenkrengen opgezwollen liggen te rotten, duizenden watervogels hun behoefte doen? Mijn wetenschappelijke geest betwijfelt dit ten sterkste, maar ik heb ook mensen van dit water zien drinken.

Twee van de tientallen ghats zijn voorbehouden voor de crematies. Als iemand overlijdt komt de familie zo haast mogelijk samen. Met de mobiele telefoon is dat meestal binnen enkele uren. Het lichaam wordt dan meteen naar de ghat gedragen en in de rivier gedompeld om gereinigd te worden, zowel lichamelijk als geestelijk. Terwijl men de administratie afhandelt, de crematie regelt, het hout koopt en stapelt, kunnen lichaam en kleren weer opdrogen. De oudste zoon ontvangt met een rietbussel het heilig vuur van Shiva uit de tempel, wandelt vijfmaal rond het lichaam en steekt dan de brandstapel aan. Drie uur later is alles verteerd en neemt de oudste zoon met een aarden kruik water uit de Ganges, giet dat over de as en breekt de kruik stuk als symbool van de breuk tussen de dode en de levende familie. Hier respecteert men het verdriet en is fotograferen verboden. De foto hierbij is van op grote afstand genomen.

image

De heilige koe is geen god, maar wel een vereerd en gerespecteerd symbool. Ze wordt erkend als de oorsprong van alle leven. Ze geeft melk en ruimt afval en vuiligheid op, maar deponeert er evenveel in de plaats. De loslopende dieren zijn een angstwekkend probleem in een drukke stad, maar niemand mag hen doden. Er is zelfs een wet in de maak die de doodstraf toebedeelt aan wie een koe (inbegrepen stier of kalf) doodt, bedoeld of per ongeluk. De bisschoppen waarschuwen dat deze wet gericht is tegen de minderheden: moslims, christenen, heidenen en nog een aantal anderen. De huidige regering is inderdaad fundamentalistisch Hindoe-gelovig. Om de grote steden een beetje meer leefbaar te maken zijn er vele koeien opgepakt en naar het platteland overgebracht. Andere runderen worden geteeld op boerderijen, geven melk, boter, kaas, yoghurt, lassi, enzovoort. Ze blijven op het erf tot ze van ouderdom dood vallen.

Naast de grote meerderheid Hindoes leven er vijftien procent moslims in dit land, Sikhs, Jaïns en twee procent christenen. Al staan individuele hindoes niet vijandig tegenover hun moslim-buren en -collega’s, er is toch stevige weerstand tegen “de moslims”, die bekeken worden als geheime steunpilaren van aartsvijand Pakistan aan de westkant en Bangladesh aan de oostkant, beiden vurige Islamstaten. Ik zei het hierboven al: minderheden worden hier stiekem gepest, vervolgd, met de dood bedreigd en uitgedreven. Ook de katholieke kerk lijdt hieronder: kerken worden geplunderd en afgebrand, aanslagen uitgevoerd op misvieringen, enzovoort.

Nu reis ik nog een weekje door Nepal. Hier biedt het leven veel minder economische kansen, en is het er van de weeromstuit veel rustiger.

Gisteren heb ik met een gids vier uur door het nationaal park gewandeld, daarna er met een jeep doorheen gereden. Een wilde olifant “Ronaldo” stak de weg over en poseerde even, moeder en kind neushoorn zochten voedsel in het struikgewas naast de weg,

image

krokodillen warmden zich op in de zon op het strand, slangenarenden keken toe, makakken speelden voor clown, enkele ijsvogels snelden voorbij, aalscholvers spreidden hun vleugels om ze te drogen. De tijger miste ik op een haartje (Een halve minuut later zag men hem wel.)

Morgen reis ik verder naar Pokhara om er de Himalaya in de omgeving van de Annapurna te bewonderen en dan nog enkele dagen naar de hoofdstad. Daar heb ik een afspraak met de familie. Weldra ben ik weer thuis.

Ondertussen wens ik je nu al een zalig Kerstfeest. Hou de nieuwjaarsdagen veilig.

woensdag 13 december 2017

Gard Vermeulen stuurt ons zijn verhaal van uit Noord-India–deel 1

India, een wereld apart

Tot het laatste ogenblik heeft de toeroperator mijn reisplannen veranderd. Een gratis verlenging met een dag vind ik een geschenk. Tot blijkt dat die dag in Pushkar zou vallen, een woestijndorp van niets dat slechts één week per jaar beroemd is, namelijk tijdens de kamelenmarkt. Dat gebeurt niet in dit seizoen en dus was die cadeaudag minder positief. Even later werden de dagen nog eens als kaarten door elkaar geschud en valt de vrije dag nu in Kathmandu, in Nepal. Fijn, dat geeft me een dag meer met de familie.

Twee vluchtveranderingen bleken echter minder interessant. Vooral de laatste eindjes. In de terugvlucht kan ik niet meer dezelfde dag thuis komen en moet ik er een nacht bijdoen op de luchthaven. Bij de heenvlucht viel het laatste stuk midden in de nacht en was heel kort, zodat ik na het avondmaal niet meer kon slapen op een veel te harde vliegtuigstoel.

Zo liep ik half slapend door de straten van Delhi, de hoofdstad van India. Vooral in de wirwar van nauwe straatjes in de oude stad is dat levensgevaarlijk. Er rijden nauwelijks fietsen of auto’s, maar des te meer motoren en tuktuks. Die laatste zijn gemotoriseerde driewielers. Theoretisch is het verkeer links en meestal gebeurt het zo. Maar de uitzonderingen maken het levensgevaarlijk. Auto’s zoeken een spleetje dat nipt groot genoeg is voor een tuktuk. Die lijken wel levende wezens: ze blazen zich op of krimpen volgens de behoeften van het moment: waar hun kop doorkan, volgt de rest. De motoren gebruiken een ruimte die bij ons nauwelijks breed genoeg is voor een fiets. Een vingerdikke spatie aan beide zijden is genoeg. Iedereen zwenkt elke richting uit zonder zichtbare signalen te geven. Getoeterd wordt er des te meer, luider, luidst, variabel, dissonant en loeiend. Daartussen laveert dan nog een koe of twee, drie, meestal onverstoord, maar soms boos en agressief. De voetganger probeert al dat gedoe enigszins te ontwijken door zich ergens in een hoekje te plaatsen en tegelijk een koeienvlaai te vermijden. Oef, ik heb het overleefd.

Enkele dagen later in Jodhpur, nam ik zo’n driewieler op weg naar het hotel. Met wat zal ik die rit vergelijken? Met een supersone stuntvlucht van een kamikazepiloot op de grond in het drukste verkeer dat ik al meegemaakt heb! Tussendoor vermeed hij amper de sloot, hotste door putten in de weg, nam hij onverwacht rechts een zijweg vol koeien om een opstopping te vermijden, zwiepte ik van links naar rechts op de achterbank. Gelukkig zat ik geklemd tussen twee medereizigers. Maar snel ging het. En het was goedkoop: 65 eurocent van elke inzittende voor een kwartier doodsangsten.

Na de hoofdstad ging de reis naar west-Rajastan. Een groot deel van deze deelstaat is woestijn en de rest is niet veel vruchtbaarder. Daarmee is het in de geschiedenis economisch wat achter gebleven en heeft meer van zijn tradities bewaard. Al loopt ook nu iedereen met een mobieltje rond. Het gebied is traditioneel overheerst door maharadja’s, die hun macht gewapenderhand en met stevige burchtwallen verdedigden. Hierbij een foto van de burcht van Jodhpur, de gouden stad.

image 

Hun financiers waren de handelaars die zich vestigden in de steden op de kruispunten van de handelswegen. Op de zijderoute, de handel in zilver, goud, opium, specerijen en al wat geld opbracht. Zij bouwden grote, luchtige, luxueuse huizen, waar de wind in speelde om enige afkoeling te brengen tijdens de hete zomermaanden. “Huis van de wind” noemden ze hun optrekjes, “haveli’ in de lokale taal. De stamvader bouwde niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn zonen. De dochters immers verhuisden bij hun huwelijk naar hun man en schoonouders.

Bij mijn bezoek aan de haveli van de familie Patwa stapt een bebaarde jongeman op mij af en vraagt of hij mijn gids mag zijn. Murad is vijfentwintig jaar. Hij ziet er netjes uit en zegt dat hij student is en Engels wil bijleren. Na enig gehaspel boezemt hij mij vertrouwen in en ik aanvaard zijn diensten. 1,35 euro voor een uur. Onderweg kabbelt het gesprek plots langs vreemde wegen.

- Wil je een juweel kopen voor je vrouw, vraagt hij mij. Hij is dus ronselaar voor een juwelenzaak, denk ik.

- Neen, ik ben niet getrouwd, was nooit getrouwd.

Verbaasde ogen.

- Ben jij getrouwd, heb je kinderen.

- Ja hoor, ik heb twee kinderen.

- Op welke leeftijd trouwt iemand gewoonlijk in India?

- Ik kom uit de woestijn. Ik ben getrouwd toen ik veertien was. Dat is daar de gewoonte.

- En je vrouw?

- Dertien

- Jullie zien mekaar nog graag!? Mijn toon hapert tussen bevestiging of vraag.

Weer verbaasde ogen.

- De man ziet het gezicht van zijn vrouw voor de eerste keer de avond na het huwelijk …

- Dus liefde doet er niet toe. Jij hebt niet zelf gekozen?

- In de woestijn zijn het de ouders die …

Veelbetekenende pauze

- Hoe oud zijn je kinderen?

- Het meisje is drie jaar en de jonge negen maanden.

Mijn rekenknobbel doet zijn werk. Ze hebben er dus zeven jaar over gedaan om het eerste kind te krijgen. Toeval? Voorzichtig zijn? Beter weten? De traditionele of de moderne middelen? Ik laat de familiezaken waar ze horen en doe verwoede pogingen om een stoffenwinkel en een juwelenzaak te vermijden. Hierbij een foto van een kamer in de Patwa-haveli in Jodhpur.

image

Na enkele dagen trek ik op een dromedarisrug naar de woestijn. Denk niet aan oneindige heuvels zand. Een plukje kruiden links, een pol gras daar, enkele struiken nog verder verspreid, zand en stenen. Het dier schommelt van links naar rechts. Als men het ritme vind, is het heerlijk rijden, maar dan wordt het onderbroken telkens de weg even helt. Dan wip en schuif ik op het zadel. De nacht breng ik door op een beenhard bed in een grote luxetent. Met privé badkamer en toilet! Vier dagen later is eindelijk alle stijfheid en stramheid verdwenen.

Zo, straks reis ik verder en houd je op de hoogte.

Gard

woensdag 15 oktober 2014

Gard Schrijft Ons Vanuit India

Iets meer dan een week ben ik nu in India. Ik schrijf dit op donderdag 2 oktober. Wanneer je dit zal lezen kan ik niet voorspellen. Deze namiddag zijn we veertien Nederlanders en vier Vlamingen) aangekomen in een stoffig grensdorp tussen India en Bhutan. In dit nieuwe hotel is echter geen internet. Ik moet ergens een internetcafé vinden.

Ooit lagen er drie koninkrijken geplet tussen India en China: Nepal, Sikkim en Bhutan. Zij lagen verdoken in het lage gebergte van de Himalaya-keten. Vijf jaar geleden heeft Nepal, na een jarenlange burgeroorlog met Mao-communisten, zijn koning opzij geschoven. Het is nu een republiek met een “regering van nationale eenheid” maar ze zijn in al die tijd nog niet akkoord geraakt over een nieuwe grondwet. België is niet alleen met zulke problemen. Sikkim stond centraal in een grensgeschil tussen de twee grote buren. In een volksraadpleging (Nu ja, een halve, want de vrouwen mochten niet kiezen) hebben de Sikkimnaren gekozen om bij India aan te sluiten onder een speciaal statuut. En Bhutan is nog steeds een koninkrijk. De huidige koning, de vijfde, kiest zelf voor democratie en heeft een parlement en een regering laten verkiezen. Naar dat koninkrijk vertrekken we morgen.

De vorige week heb ik vooral Sikkim leren kennen. Het ligt dus aan de voet van de Himalaya, de wegen slingeren her en der de bergen op en af als gekookte spaghettislierten. Die wegen zijn vaak smaller dan twee auto’s: kruisen (of voorbijsteken!) is daarmee een helse kunst met het risico om enkele honderden meters lager in de ravijn te belanden. Gelukkig brachten de vier chauffeurs ons met hun jeeps veilig overal heen en terug. Daarenboven ligt de asfalt vol putten en kuilen en vol snelheidsremmers. Waarvoor dat nodig is? Ik weet het niet. De gemiddelde snelheid ligt net onder twintig kilometer per uur. Je moet immers ook over stukken modderweg, tussen geparkeerde wagens, over aardverschuivingen of doorheen beekjes. De bruggen over de rivieren zijn slechts één wagen breed en soms mag er slechts één wagen tegelijk op de brug rijden.

Genoeg geklaagd. Sikkim is een Boeddhistisch landsdeel in een Hindoe-natie. Zijn de mensen er vroom? Ik heb ze niet vaak in een tempel gezien. Maar dat is geen vereiste van hun levensvisie. Als ze het al gestudeerd hebben, kennen ze vier grote waarheden van het Bhoeddissme, waarvan de vierde het achtvoudige pad is. Dat laatste kan je vergelijken met de laatste zeven van de tien geboden: respect voor alle leven, voor de waarheid, voor een gezonde levenswandel (eerbare seksualiteit, sober leven, geen alcohol, niet roken, al heb ik dat wel zien doen.)

Eerlijk is eerlijk. Al heeft Boeddha verklaard dat mensen niet kunnen weten hoe de godenwereld in mekaar zit of zelfs bestaat, toch vereren sommigen een of andere godheid uit de Hindoewereld. Zeker is zeker, nietwaar. Hun aanbidding gaat dan uit naar die favoriete godheid.

Alle kloosters in Sikkim, met een enkele uitzondering, zijn voor monniken. Ik heb niet kunnen vaststellen waarvan ze leven, want ik heb ze niet zien bedelen, zoals door Boeddha voorgeschreven. Ze lopen ook steviger gekleed dan wat de stichter nodig had in het warme laagland. Kloosters van een paar honderden monniken zijn geen uitzondering.

We liepen een gebedsviering binnen en zetten ons op de zijkant. De abt zit op een troon, de anderen, jongeren en ouderen door mekaar, op vier lange rijen naast mekaar en naar mekaar toegewend. Tientallen minuten reciteren zij monotoon de heilige teksten. Sommigen uit het hoofd, sommigen lezen het in de oude boekblokken, anderen gebruiken moderne boeken. De monniken schommelen zachtjes heen en weer om geleidelijk alle gedachten uit hun geest te bannen. Dan schallen plots de hoorns. De trom geeft nu het ritme aan. Een jonge geestelijk laat de kinkhoorn, een gedraaide zeeschelp, zoemen. De abt hanteert een bel en een handtrommeltje. Het lawaai wordt geleidelijk oorverdovend en een kakofonie voor westerse oren. De duivels worden uitgedreven. Ineens valt alles stil en twee jonge monniken haasten zich doorheen de rijen en delen warme thee-met-melk uit. De bezoekers krijgen ook een kop van het goedje. Even later herneemt de sessie, nog luider en met meer overtuiging.

In een ander klooster hebben enkele jonge monniken hun pij opgeschort en spelen Amerikaanse baseball op het voorplein. Wij wonen er een les bij voor novicen. Wij komen net binnen als een acoliet met wierook door de rangen van de nieuwelingen schrijdt. Hetzelfde scenario wordt ingeoefend als in de gebedsdienst elders. Nu zitten de leermeesters vooraan op een rij en de leerlingen voor hen. Ook zij reciteren de teksten van buiten of uit boeken. Ik neem plaats in een vensternis. Rechts van mij zit een laatste rij van slechts zes monniken. Ze lachen, zwijgen, spelen, gapen, frutselen aan hun kledij en kijken geïnteresseerd naar de Europeanen. Ik vermoed dat dit het ezelsbankje is. Precies voor mij zit er een tiener die plots andere woorden begint te schreeuwen doorheen het koor. De protestsong van een rebelse puber?

Hoe dan ook, deze evenementen zijn aangrijpend in hun eenvoud en hun samenspel.

Morgen trekken we Bhutan binnen, tot voor enkele jaren een gesloten gebied. Nu een land dat zich richt op het “Bruto Nationaal Geluk” en probeert dit te verhogen. Ik laat je bij gelegenheid horen hoe dit hun lukt.

Gard Vermeulen