woensdag 17 februari 2016

Maria Lichtmis: Opdracht Van De Heer In De Tempel

Op zondag 31 januari 2016 vierde KVLV-Korbeek-Dijle haar 105-jarig bestaan met een woord- en communiedienst ter ere van Maria die met Jozef haar zoon Jezus kwam opdragen aan God in de tempel.
Als openingsgebed bad iedereen samen:
God,
vandaag herdenken we hoe uw Zoon naar de tempel
werd gebracht, waar Hij werd gezegend en aan U
werd toegewijd, omdat Hij een mens is zoals wij.
Laat ons in het spoor van Maria en Jozef,
dankbaar zijn om elk nieuw leven.
Leer ons naar elkaar te luisteren
en licht te zijn voor elkaar.
Laat uw licht schijnen over ons, opdat

we het mogen ervaren als een geschenk.
Dan wordt ons huis een echte thuis,
een stukje hemel op aarde.
Dit vragen wij U door Jezus onze Heer.

Na de viering bood KVLV nog een hapje en een drankje aan.

Phil Bosmans spreekt tot ons: De kabouter en de olifant

Bond zonder Naam heeft de vorige decennia grote

inspanningen geleverd in de welzijnssector. Niemand

kan ons kwalijk nemen dat we dit gedaan hebben op

onze eigen manier en in de eigen stijl, zonder veel

vergaderingen, maar zo vlug en zo direct mogelijk de

daad bij het woord gevoegd.

De staat kan cultuurpaleizen en grote ministeries

bouwen, maar bij initiatieven voor kleine, zwakke en

niet-getelde mensen staat hij dikwijls machteloos. De

staat is een olifant wegens zijn logge bureaucratie. Dat

zeg ik al jaren, zonder dat iemand me tegenspreekt.

En een olifant kan met de beste wil ter wereld maar

weinig rekening houden met grassprietjes. In Bond

zonder Naam zie ik de kabouter die dicht bij de gras-

sprietjes staat en waarbij grassprietjes zich veilig

voelen.

Ik treur om de machteloosheid van de staat. De

staat is geen vlugge hulpverlener, soms zelfs een

dwarsligger. In alle regeringsverklaringen staan een

paar ontroerende zinnen over de uitzonderlijke zorg

die men wil hebben voor armen en economisch

zwakkeren. Als dan de koek verdeeld wordt, zijn het de

machtsgroepen die beslissen en hun part opeisen. De

armen zitten nergens mee aan tafel.

Aan enkele ministeries wordt dan toch gevraagd

aandacht te hebben voor de zwaksten en er wordt een

budget toegewezen. Dan komt er geld om commissies

samen te stellen, geld voor universiteiten, voor studie

en onderzoek, geld voor deskundigen die van de ene

naar de andere vergadering lopen, verslagen maken,

congressen en sessies leiden of volgen in binnen- en

buitenland, geld voor mensen achter bergen papier.

Mensen die nooit tussen de armen geleefd hebben.

De hulpverleners die het dichtst bij de armen staan en

er zich het meest voor inzetten, zijn dikwijls het minst

betaald. Er zijn echter heel wat fijne en goedwillende

mensen in de politiek en de administratie die het

anders zouden willen. Ze worden dikwijls door een

sociale en culturele bureaucratie lam gemaakt. Ze

stoten op zoveel wetten, wetjes en reglementjes en

hebben af te rekenen met tegenkrachten, dat ze al

mogen juichen als ze erin slagen de kruimels voor de

armen wat groter te maken. Het is onze grote troost

dat veel van deze mensen die in dienst staan van de

olifant veel sympathie hebben voor de kleine kabouter

en hem ook zoveel mogelijk willen helpen en steunen.

Uit het boek Kijk naar de zon! samengesteld door Peter Ausloos

woensdag 10 februari 2016

De Sint-Hubertus-Vereering te Leefdaal–deel 10

Zoals aangekondigd in Kerk & leven van 9 december 2015 dat ik na de publicatie van het boekje “De St-Hubertus-Vereering te Leefdaal” van Paul Leynen wat wetenswaardigheden over Sint-Hubertus zou putten uit de databank van Johan Morris, volgen nu enkele interessante citaten uit de website van Wreed en Plezant.

Eerst en vooral toont Johan Morris er het oorspronkelijk document “Lof Sanck van S. Huybrecht” dat op 3 november 1671 in de kerk van Leefdaal werd gezongen tijdens het pastoorschap van Willem De Metser.

Johan vervolgt:

“De auteur van het lied (waarschijnlijk pastoor Willem De Metser himself, die was immers een gekend dichter en auteur van religieuze liederen) voegt er vooral enkele recente voorvallen aan toe, gekend door de 17e eeuwse Leefdaalse kerkgangers. Die moeten bewijzen dat de verering van deze heilige, ondertussen patroon van de jagers, haast onfeilbaar hondsdolheid, razernij en gelijkaardige kwalen geneest, zoals “razende tandpijn” bijvoorbeeld. Hij noemt enkele genezen dorpsgenoten bij naam, en ook pastoors van het naburige Korbeek-Dijle en Heverlee worden vermeld.”

Uit het boekje van Paul Leynen weten we (zie Kerk & leven van 20 januari 2016): “Den 13 April 1654 bracht men Hendrik Gootens, knecht in de herberg Van Espen te Voskapel*, gebonden op een kar naar de kerk van Leefdaal, waar door tusschenkomst van den H. Hubertus hij van de vallende ziekte werd verlost. Uit dankbaarheid kwam de man zijn levenlang jaarlijks op bedevaart terug om, een brandende kaars in de hand, het beeld van den heiligen in de processie te vergezellen.”

*Voskapel is/was een gehucht gelegen op de grens Everberg-Nossegem-Sterrebeek vlakbij de huidige afrit “Sterrebeek” van de E40. (Johan Morris)

Wie zou de tandpijnlijdende pastoor van Korbeek-Dijle kunnen geweest zijn?

Vermits de pastoors in het gedicht vermeld worden na Gotens (1654) mag men veronderstellen dat zij genezen werden van tandpijn tussen 1654 en 1671 (toen het lied in de kerk werd gezongen). Dan komen er drie pastoors van Korbeek-Dijle in aanmerking als de genezen tandpijnlijder: Egidius Verhulst (pastoor van 1647 tot 1656), Hieronymus Lepaige (1656-1669) en Petrus De Wever (1669-1675).

De Sint-Hubertusbroodjes werden op 3 november aan de gelovigen uitgedeeld.

Johan Morris:

“Er kwamen in Leefdaal indertijd zoveel bedevaarders op die broodjes af dat er aan de zijkant van de kerktoren speciaal een doorgeefluik werd gemaakt om ook de grote menigte te kunnen bedienen die geen plaats meer vond in de kerk. Er was tot midden vorige eeuw zelfs een bedevaartswegje dat de pastorij van Leefdaal met Kortenberg (en verder) verbond. Het werd in Leefdaal het “Senteswegske” – het paadje van de Sint – genoemd, maar is bijna helemaal verdwenen door de vele verkavelingen. Alleen de verbinding tussen pastorij (nu parochiezaal) en L. Van Buekenhoudtstraat schiet nog over, amper 150 meter.”

Volgende week volgt de integrale tekst (in hedendaags Nederlands) van de “Lofzang van Sint-Hubertus”. Op de website van Wreed en Plezant vind je de partituur en de instrumentale versie van het lied.

Phil Bosmans spreekt tot ons: Mensen in nood

De eerste sociale werkplaats in ons land begon in een

oud ‘soeplokaal’, aan de familiestraat te Antwerpen.

Hier nam Bond zonder Naam, in zijn eerste groei, het

grootste financiële risico uit zijn bestaan. Vooral de

eerste jaren was het een zware lijdensweg vol onaan-

gename avonturen en ontgoochelingen. Geen geld.

Geen deskundigen. Geen kapitaalkrachtige relaties.

Alleen de Tuur, die vrouw en kinderen had laten zitten

en aan lager wal was geraakt.

De Léon, die een vast adres moest hebben, of hij werd

er weer achter gedraaid.

De Filemon, de abonnee van Merksplas.

De Willem, die zijn moeder slieg.

De Staf, die in 1965 dood viel in de Lange Zavelstraat,

en die men 14 dagen in de ijskast legde, om te zien of

hij geen familie had.

De Karel, die uit ‘het milieu’ kwam.

En de vele, vele anderen.

Ze kwamen van overal.

De Canadees met de baard,

die beweerde filmacteur te zijn.

En Julius, de vaderlandsloze, met zijn fantastisch

geheugen en zijn onvoorstelbare rekenknobbel.

Het waren mensen uit alle rangen en standen.

De notaris die we eerst moesten kleden, de

onderwijzer, de politieagent, de verzekeraar,…

Allemaal mensen met een leven als een roman.

Uit het boek Kijk naar de zon! samengesteld door Peter Ausloos

woensdag 3 februari 2016

De Sint-Hubertus-Vereering te Leefdaal–deel 9

door Paul Leynen

De nieuwe aanwinst prijkte slechts een paar jaren op het hoogaltaar. Omwille van den Devolutie-oorlog drongen de Fransche legers eens te meer in Brabant (1667) en voorzichtigheidshalve werd het werk van De Craeyer afgenomen, opgerold en, samen met andere kostbaarheden der kerk, naar de besloten stad Leuven gevoerd. Welnu in dien zelfden tijd had meester Jacques van der Schueren, voor 800 guldens, aangenomen een nieuw en monumenteel hoogaltaar te ontwerpen en uit te voeren voor de kerk van Leefdaal. Om in dit werk te kunnen worden opgenomen onderging de schilderij aanpassingen van wege meester Van Brempt, te Brussel. Zij was eerst vierkant en werd nu aan het bovenste gedeelte vergroot in vorm van halve cirkel. Aldus kon zij van in de maand Juni 1669 de plaats innemen die zij heden nog zoo prachtig vult in het hoogaltaar. Dit pronkstuk van den Barokstijl werd toen ook in zijn frontispice versierd met de beelden der aartsengelen Michaël en Gabriël van de hand der Quellijns.

Meermaals werd de schilderij van De Craeyer uit zijn raam genomen uit rede van zekerheid, tijdens de oorlogen die, in het laatste kwart der 17e en in de eerste jaren der 18e eeuwen, ons land zoo hard teisterden. In 1674 bleef het aldus eenigen tijd bewaard in de kerk van het Begijnhof te Leuven. Gedurende zulke afwezigheden werd dan het leeggelaten vak met de oude afgedankte Sint Hubertus-schilderij ingenomen. Van de vele vluchten had het groot doek natuurlijk veel geleden; ook werd het reeds vroeg gerestaureerd en bijgeschilderd (o.m. in 1706 door Laureis van Mighem, Leuven, in 1746 door meester Dancket).

Vooraleer relikwies van den H.Hubertus te Leefdaal werden ingehuldigd en vereerd, werd er in de kerk aldaar een beeld van den heiligen uitgesteld. Zulk houten en gepolychromeerd beeld, uit 1595, steeds met een rijken mantel overdekt, werd in 1750 vervangen door een nieuwe afbeelding (uitgevoerd door den beeldsnijder Moons, van Brussel) thans nog in de kerk bewaard. Een Sint Hubertus beeldje prijkte nog op den makelaar der kerkdeur in 1645 onder den toren geplaatst.

Vermelden wij nog dat de inkomsten van het Sint-Hubertusoffer voor een groot deel bijdroegen tot den aankoop in 1649, voor 630 Rijnsche guldens, van een zilveren remonstrans en even later van het zilveren relikwiekasje van Sint Hubertus, beide kunstwerken door Laureis Wynants, van Leuven, vervaardigd; naar het pastoreel archief, werd dit relikwieschrijn geplaatst aan den kant van het Evangelie op het hoogaltaar, achter een rechthoekig paneel.

Voorts hebben zij insgelijks de kosten gedekt der belangrijke vernieuwingswerken in de kerk ondernomen in het midden der XVIIIe eeuw: het spannen van een nieuw plafond, het plaatsen van de zijaltaren en, in koor en zijbeuken, van de eiken wandbekleeding in sierlijken Lodewijk XV-stijl, waaraan het innere der kerk van Leefdaal, heden nog, zijn voornaam en stemmig uitzicht te danken heeft.

De godsvrucht tot den H.Hubertus sedert eeuwen ontstaan en onderhouden, de volksche gebruiken en tradities die ermee gepaard gingen vormen, samen met de kunstschatten uit het verleden, een kostbaar erfgoed dat Leefdaal niet mag verwaarloozen noch te loor laten gaan.

Dit werkje heeft, zoo hopen wij toch, al wat de vorige geslachten ons op dat gebied hebben nagelaten in beter licht gesteld. Waarom dit erfdeel dan ook niet naar waarde schatten en, als deel van eigen aard en zeden, in eere houden?

Vossem, Maart 1945.

Eerste Communie: Samen op weg met Jezus

Op zondag 17 januari 2016 was er in Korbeek-Dijle de Startviering van de 1ste Communie met als thema Jezus, de Goede Herder. Joshua Duggan en Wannes Bauters bereiden zich nu voor om op 8 mei 2016 hun Eerste Communie te doen.
Als slotgebed bad de priester en wij allen:
Jezus, Jij bent de Goede Herder.
Jij houdt van ons en leert ons om te houden van elkaar.

Wij zijn blij en dankbaar om deze kinderen
die zich voorbereiden op hun eerste communie.
Samen met alle mensen in de kerk bidden wij:

Goede Vader, leer ons “goede herders” te zijn voor elkaar.
Geef ons aandacht voor de zwakken
en voor wie zich verloren voelen.
Wij bidden Je dat we Jouw en elkaars nabijheid
voelen vooral ook op de momenten
wanneer het ons niet zo goed gaat.
Blijf ons dan juist nabij als de goede herder.
Week 2016-05 - 003Week 2016-05 - 004Week 2016-05 - 006

Phil Bosmans spreekt tot ons: Zonder naam

‘Bond zonder Naam’…
een naam die ons in de mond ligt
en niettemin heel ongewoon is.
Want zovele mensen staan op hun naam.
Maar de echte geschiedenis van mensen
wordt geschreven met de voornaam.
Je bent maar gelukkig in zover voornamen
voor jou betekenis krijgen,
in zover ze een klank in zich dragen
die anders klinkt dan alle andere,
ook al zijn het doodgewone voornamen.
‘Bond zonder Naam’…
in naam van zovelen die alleen worden aangesproken
met de achternaam,
met een administratief volgnummer,
met de letters van een dossier.
Bond zonder Naam moet zonder naam blijven.
Want wij mogen geen ‘naam maken’,
geen beroemdheid worden!
Wij moeten de stille, naamloze kabouter blijven
in naam van zovelen
die nooit met de voornaam genoemd worden
en vergeten zijn in de grootstad,
in de onmenselijkheid van een maatschappij
die zich ‘samen-leving’ noemt.

Uit het boek Kijk naar de zon! samengesteld door Peter Ausloos