dinsdag 15 juni 2010

Helend hart

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem
Ik was onlangs bij een vroegere kennis op bezoek. Genoeg gespreksstof dus om vervlogen herinneringen boven te halen. En zoals dat mestal gaat: na een verhaal over de meest vanzelfsprekende dingen, kwamen gebeurtenissen naar boven die niet zo vanzelf spraken. Hij had er moeite mee: een collega, die hem nauw aan het hart lag, was totaal onverwachts overleden. Oorzaak: een hartslagaderbreuk. Hijzelf was dan ook maar eens op controle geweest, maar geen probleem. Zijn motor draaide perfect, ook al voelde hij voortdurend die hartverscheurende pijn van een overleden vriend. Maar dat was een ander hart: de motor van het geluk. Bij sommigen is dit hart van goud, bij anderen van zilver; en men beweert zelfs dat er mensen zijn met een hart van steen. Maar laar ons daar ons hoofd niet op breken. Dat goud spreekt veel meer aan. Het gaat om edele gebaren van iemand die warmte geeft, liefde uitstraalt, zorg draagt, tijd maakt, enz. Het is zalig zo’n mensen tegen te komen. Zou het ook niet zalig zijn om zelf zo iemand te zijn of te worden, iemand waar men zich kan aan opkrikken? Ook dit heeft met helen en genezen te maken, maar het is wel van een totaal andere orde. Heil brengen waar mensen zich gebroken voelen of niet aanvaard: dat zijn heilige momenten. Wie zo leeft heeft zo’n groot hart, dat het aan de buitenkant zichtbaar wordt. Is het daarom dat het beeld van het Heilig Hart er zo uitzag?

dinsdag 8 juni 2010

Kinderen

Een opkikkertje van Hedwig Van Peteghem
Kinderen zijn iets machtigs. Hun onschuldige ogen kunnen ons hart zo vertederen dat we er gelukkiger door worden. Hun ongebreidelde fantasie laat ons zien dat de wereld er nog anders kan uitzien. Hun vragen maken ons duidelijk dat niet alles vanzelfsprekend is. Zij kunnen en durven hun gevoelens nog gemakkelijker uiten, waardoor ze minder vastlopen in ontgoochelingen en tegenslagen. We kunnen er zo veel van leren en het meest misschien nog: het leren relativeren. Want daardoor krijgen dromen meer kansen en blijft het geluk voor ons liggen, niet iets wat al voorbij is. Toegegeven, soms is het niet altijd even gemakkelijk, maar er blijft tenminste pit in het leven.
Nog nooit hebben kinderen zo veel belangstelling gekregen als in onze tijd. De kwetsbaarheid en onschuld van een kind zijn bijna heilige begrippen geworden. Misschien wordt er daardoor zo veel van hen verwacht. Want ze moeten toch wel wat kunnen. Zo bestaat het gevaar dat ze stilaan meegezogen worden in de sfeer van prestatie- en geldingsdrang. Economisch gezien is het zelfs zo ver gekomen dat ze meer en meer tot het klantenbestand gaan behoren. Nog nooit hebben kinderen zo jong volwassen moeten zijn.
Af en toe krijgen ze alvast de kans om helemaal zichzelf te zijn, samen met vele anderen.
De volwassenen gaan dan wel even aan de kant staan. Een kinderhand is gauw gevuld. Een handjevol tederheid kan voldoende zijn voor een heel leven.

Een God, Drie Religies – Deel 7

Vandaag laten we Herman Frijlink aan het woord over het christendom
Het christendom  is de godsdienst die gebaseerd is op de leer van Jezus Christus. Zijn volgelingen staan daarom bekend als christenen. Ze geloven dat Jezus Christus mens is maar als zoon van God toch ook God is en ze laten zich leiden door de Heilige Geest die eveneens God is. Ze geloven dus in een God die een drie-eenheid is. Net als het jodendom en de islam is het christendom een monotheïstische godsdienst, ook al lijkt de drie-eenheid van God daar mee in tegenspraak. Dat is althans de opvatting van de moslims, in navolging van de profeet Mohammed
Het christendom ontstond in het jaar 30 n.C., toen de discipelen en apostelen van Jezus Christus zijn leer begonnen te verspreiden vanuit het toenmalige Israël. De kern van Christus’ leer is het idee dat God zijn hemelse koninkrijk ook op aarde zal vestigen en dat hij overal is waar mensen zijn liefde zoeken en een relatie met hem willen aangaan door op hem en zijn liefde te vertrouwen. Dat is de goede boodschap, het evangelie, van Jezus Christus. Die leer bezorgde hem de vijandschap van de joodse priesters en schriftgeleerden die tijdens zijn leven de baas waren in Israël, zij het onder het oppergezag van de Romeinen. Ze zagen kans om hem wegens opruiing tegen de Romeinse keizer aan te klagen bij de stadhouder Pontius Pilatus. Deze veroordeelde hem tot de dood door kruisiging, een gebruikelijke vorm van terechtstelling bij de Romeinen.
Christus’ discipelen en apostelen geloofden dat hij de derde dag na de kruisiging is opgestaan uit zijn graf. Voor hen was deze opstanding uit de doden het teken dat God zijn relatie met de mensen die zijn liefde zoeken te allen tijde wil voortzetten. Ook is de opstanding het teken dat zij die geloven eveneens zullen opstaan uit de doden, als de wereld ten einde loopt, en dat ze van God het eeuwige leven zullen krijgen als beloning voor hun geloof en gedrag tijdens hun aardse bestaan.
Het was vooral de apostel Paulus die zich in woord en geschrift afzette tegen bepaalde onderdelen van het jodendom en daardoor van het christendom een religie maakte die zich losmaakte van het joodse geloof. Daardoor zijn de verschillen tussen beide godsdiensten even groot als de overeenkomsten. Het christendom verspreidde zich tot en met de 3de eeuw n.C., over alle delen van het toenmalige Romeinse rijk, dat wil zeggen in het Midden-Oosten, in Noord-Afrika en in het grootste gedeelte van het tegenwoordige Europa. Dat ging niet zonder slag of stoot. Aanvankelijk waren de christenen het doelwit van massale discriminatie, onderdrukking en vervolging. Na de grote brand van Rome in 64 n.C. bijvoorbeeld gebruikte keizer Nero de christenen als zondebok en vermoordde hen op grote schaal.
Daardoor organiseerde de christelijke religie zich aanvankelijk apart van de Romeinse staat en groeide tegen de verdrukking in. Deze eerste ontwikkeling verschilde dus grondig met die van de islam, waarbij het religieus en wereldlijk gezag onafscheidelijk met elkaar waren verbonden.
Al in de 2de eeuw n.C. ontstond een gezagsordening met kerkelijke ambten en met ambtsdragers als priesters en bisschoppen. Vanaf de 3de eeuw n.C. kregen de bisschoppen van enkele grote steden meer macht dan de andere. Dat waren de bisschoppen van Rome, Alexandrië, Jeruzalem, Constantinopel en Antiochië. Constantinopel heet nu Istanboel in Turkije en Antiochië heet nu Antakya, eveneens in Turkije. Deze bisschoppen kregen de titel van patriarch. In 313 n.C. gaf keizer Constantijn de christenen alle rechten die tot dan toe voorbehouden waren aan de aanhangers van de oude Grieks-Romeinse goden. En in 380 maakte keizer Theodosius het christendom tot de officiële staatsgodsdienst.
Tot zover Herman Frijlink.(Wordt vervolgd in het volgende nummer van Kerk en Leven.)

dinsdag 1 juni 2010

Een God, Drie Religies – Deel 6

De diaspora is de Joodse gemeenschap buiten het hedendaagse Israël of de verspreiding van het Joodse volk buiten Israël, te beginnen met de Babylonische ballingschap in 586 v.C.. ‘Diaspora’ is Grieks en betekent letterlijk verstrooiing, verspreiding. De Joden gebruiken zelf het Hebreeuwse woord ‘galut’ dat ballingschap betekent. Ze duiden hiermee op de Babylonische ballingschap in 586 v.C., het begin van de diaspora. In dat jaar veroverden de Babyloniërs het koninkrijk Juda en deporteerden een groot deel van de inwoners naar Babylon.
Toen de Perzische koning Cyrus de Grote Babylonië veroverde gaf hij de Joodse ballingen in 538 v.C. toestemming om Babylon te verlaten. Een deel van hen keerde terug naar het moederland of een ander land in het Midden-Oosten. Zo ontstond de eerste grote Joodse gemeenschap in diaspora al in de Egyptische stad Alexandrië, waar in de 1ste eeuw v.C. 40 procent van de bevolking uit Joden bestond. Een ander deel van de ballingen echter bleef in Babylon.
Na de verwoesting van de Tweede Tempel door de Romeinen verslechterden de omstandigheden in het land dusdanig dat groeiende aantallen inwoners het land verlieten. In de 1ste eeuw n.C. woonden naar schatting al vijf miljoen Joden buiten Palestina. Net als nu woonden er toen al meer Joden buiten Palestina dan er in. Jeruzalem en Palestina bleven echter centraal staan in het leven van de Joden in diaspora. Nadien verspreidden ze zich over een groot aantal landen in Europa en de Verenigde Staten.
In de 19de eeuw begonnen steeds meer Joden terug te keren naar Israël. In 1948 stichtten de Joden de nieuwe staat Israël.
Orthodoxe joden verschillen van mening over de betekenis van de diaspora. De meerderheid steunt het zionistische ideaal over de terugkeer van alle Joden naar Israël, maar een minderheid, o.a. in Antwerpen, ziet in het hedendaagse Israël een goddeloze staat die met zijn bestaan indruist tegen Gods wil.

Als God in Frankrijk

Ik denk niet dat de uitdrukking ‘leven als God in Frankrijk’ ontstaan is bij de seizoenarbeiders. Ze klinkt eerder wat dromerig en ze hoort helemaal niet thuis in de drukte en de jacht die we dagelijks zien of meemaken. Je moet wel wat fantasie hebben om je als een god te wanen in een vakantieland.
Toch spreekt het tot onze verbeelding. Meer nog, er zijn momenten dat we dergelijke ervaringen ondergaan. Liggend in een zetel, genietend van de zon boven ons en de stille rust rondom ons, alsof alles ons kan gestolen worden, maar dan liefst figuurlijk. Er zijn ogenblikken dat we de zorgen en verantwoordelijkheden aan anderen kunnen en mogen overlaten. We moeten niet altijd alles zelf doen. Wie droomt er niet van, al is het maar voor even, met een gerust hart alle dagelijkse beslommeringen te vergeten? We werken graag, we hebben graag onze bezigheid, maar liefst niet altijd. Want we hebben toch niet alles in de hand.
Even leven als een god is niet alles zelf willen doen, maar de dingen ook laten gebeuren. Het is zoals drijven op de golven, meewaaien met de wind of verwijlen bij het bewegen van de wolken. Het gebeurt, zonder dat we er ook maar een vinger moeten naar uitsteken. Het leven gaat zijn gang en jij mag daar deelgenoot van zijn. Toch geweldig: alsof je uitgenodigd bent op een feest en alleen maar je benen onder tafel moet schuiven. Zo kan het besef groeien dat jij het niet bent die alles doet draaien.
Het klinkt misschien paradoxaal, maar leven als God in Frankrijk is vooral beseffen dat jij niet de Schepper bent. Je bent een schepsel, dat door de Schepper omhelsd wordt. En net zoals God in het scheppingsverhaal tot vijf maal toe ziet dat het goed is, zo mogen wij het leven verder zetten. Zien dat het goed is, waarbij we in elk van de twee betekenissen even veel tijd steken: Ervoor zorgen dat het goed is maar ook geloven en blijven vertrouwen dat dit leven - ook met zijn weerhaken en valkuilen - de moeite waard is. Helemaal niet vermoeiend!

Jezus Geeft Mij Vleugels Als Een Vlinder

Op zondag 16 mei 2010 deden Luka, Merel, Sam en Sophie hun Eerste Communie in Korbeek-Dijle.
Als openingsgebed in de eucharistieviering bad de priester:
Goede Vader,
vandaag zijn we hier samen rond Uw tafel met deze kinderen, prille “vlinders” in Uw schepping.
Zij weten nu reeds dat het in het leven niet alleen aankomt op woorden maar wel op goede dingen te doen.
En zij begrijpen ook dat mensen er zijn voor mekaar, en om elkaar te helpen en te steunen, en niet om mekaar voorbij te willen steken, de eerste te willen zijn of de hoogste te willen geraken.
Mensen zijn er om en voor elkaar.
Goede Vader, wees dicht bij ons wanneer wij ons hiervoor willen inzetten.

Week 2010-22 - Eerste Communie 2010 005 Week 2010-22 - Eerste Communie 2010 001 Week 2010-22 - Eerste Communie 2010 002

Gezinsviering 6 juni 2010

Week 2010-22 - Affiche Gezinsviering 6.6.2010