Posts tonen met het label heerlijkheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label heerlijkheid. Alle posts tonen

woensdag 18 november 2015

De heerlijkheid Corbeek over Dijle - deel 7

In Vlaamse Stam nr.3 van mei-juni 2004 verscheen een “Genealogie Goubau” van de hand van Leo Lindemans. Ik heb de internetvondsten hiermee geconfronteerd en sporadisch aangevuld.

A. Jean-François Goubau, heer van Beveren. Geboren in Antwerpen op 24.5.1646.

Trouwde met Marguerite-Cécile-Catherine Gerardi.

Hij kocht het kasteel “Cortewalle” in Beveren-Waas in 1671, maar omstreeks het einde van de 18de eeuw, ruim honderd jaar later, ging het door huwelijk over op graaf Xavier van Brouckhoven de Bergeyck.

Uit het onderschrift van het wapenschild Goubau blijkt nog een andere band tussen de Goubau’s en de van Brouckhovens, via Bergeyck. Bergey(c)k is een Nederlandse grensgemeente tussen het Nederlandse Valkenswaard en het Belgische Lommel.

Week 2015-46 - Goubau Wapenschild

De jongste zoon van Jean-François Goubau en Marguerite-Cécile-Catherine Gerardi was:

B. Pierre-Ferdinand-Joseph Goubau, heer van Courtenwalle en van Zyssele, groot-baljuw van Beveren voor de hertog van Arenberg

° Beveren 10.11.1680

+ 23.8.1749

x te Mechelen met Marie-Lucrèce-Anne-Antoinette-Catherine Bernaerts

° Roermond en er gedoopt in de kathedraal op 31.12.1677

+ 12.4.1725

Langs de familie Bernaerts was de familie de Wapenaert (bestemmelinge van het overlijdensbericht) verwant met de familie Goubau.

Zij hadden zeven kinderen (vier dochters en drie zonen). Hun oudste zoon was:

C. Henri-Léopold Goubau, heer van Courtenwalle en van Zyssele, kapitein in het regiment van Arenberg sinds 1762, majoor-bevelhebber van de stad en de haven van Nieuwpoort, daarna intendant (beheerder van de financiën) van de hertog van Arenberg

° Beveren 16.11.1704

+ 4.5.1768

x Judith-Josephe de Fuhrmann de Kiaysau, afkomstig van Pommeren (landstreek langs de Oder, nu deels Duits en deels Pools)

Zij hadden zes kinderen: vijf zonen en een dochter. Hun oudste zoon: zie D.; hun jongste zoon: zie E.

D. Ambroïse-Léopold-Antoine Goubau de Corbeek-Dyle, heer van Courtenwalle, kapitein in het regiment van Murray, in dienst van Oostenrijk. Hij had de adellijke titel van “jonkheer”.

° stad Luxemburg 1748

+ 10.10.1828

x te Korbeek-Dijle op 25.7.1780 met Claire-Charlotte-Josephe Crabbeels-d’Ormendael, dochter van Urbain-François Crabbeels-d’Ormendael, drossaard van Aarschot (en voorlaatste heer van Corbeek-Dyle), en van Dorothée-Henriette Jacobs, dame van Corbeek en van Ormendael. Claire of Clara Crabbeels overleed in 1803, kinderloos.

Ambroïse was lid van de militaire loge L’Union Indissoluble (= Onverbreekbare Unie) van het regiment Murray.

In 1811 beviel de ongehuwde 29-jarige Judoca Cappuyns, een dochter van burgemeester en koster van Korbeek-Dijle Guilielmus Cappuyns, te Mechelen, van een dochter van wie de 63-jarige weduwnaar Ambrosius Goubau onmiddellijk het vaderschap erkende. Het kind in kwestie was Julia Goubau die later zou trouwen met Remy-Prosper Honnorez. De adellijke Ambrosius vertikte het te trouwen met het burgermeisje Judoca, maar zij bleef wel zijn levensgezellin tot aan zijn dood.

E. Benoît Goubau de Corbeek Dyle, majoor van Zijne Majesteit de Keizer van Oostenrijk. In het overlijdensbericht wordt hij “baron” genoemd (omdat hij met een barones trouwde? De andere Goubau’s waren jonkheer.)

Uitgerekend volgens het overlijdensbericht werd hij geboren op 20.3.1746 (maar dat kan niet want hij is een jongere broer van Ambroïse; elders staat °1755, wat geloofwaardiger is; de nabestaanden hebben zich waarschijnlijk vergist met de geboortedatum van een naamgenoot)

+ in zijn kasteel van Corbeek op 4.11.1835 *

x barones Adelaïde de Behm

Zij hadden twee kinderen:

Hun zoon Benoît werd eveneens legerofficier in Oostenrijkse dienst.

Hun dochter Wilhelmine-Gertrude trouwde met Ernest de Salomon de Friedberg, Keizerlijk en Koninklijk Raadgever en Vice-President te Lemberg.

Dezen hadden een zoon: Edouard de Salomon de Friedberg.

Benoît was, zoals zijn broer Ambroïse, lid van de militaire loge L’Union Indissoluble van het regiment Murray. Of dat verenigbaar is met de vermelding in zijn overlijdensbericht dat hij voorzien was van geestelijke bijstand, blijft een open vraag. Het is ook vreemd dat Ambroïse en Benoît logebroeders waren terwijl hun broer, Joseph-Ernest Goubau, kanunnik was in Leuven en hun zus Thérèse Goubau kloosterzuster in de ‘abbaye noble de Herckenrode’ in Kuringen (bij Hasselt).

· Het is onduidelijk hoe het komt dat Benoît Goubau eigenaar was van een kasteel in Korbeek-Dijle in 1835. Het kasteel van Korbeek-Dijle werd gebouwd tijdens het bewind van Urbanus Franciscus Crabbeels d’ Ormendael rond 1750, en normaal gesproken was deze de bouwheer. Het was broer Ambrosius Goubau die in 1780 trouwde met Clara Crabbeels, dochter van Urbanus Franciscus. Zo zou Ambrosius eventueel het kasteel kunnen geërfd hebben. Maar hoe werd zijn broer Benoît eigenaar na Ambrosius’ dood in 1828? Had de familie Goubau het kasteel misschien gekocht van de familie Crabbeels toen die in financiële nood was? Of had zijzelf het kasteel laten bouwen?

En was de titel “de Corbeek Dyle” van Ambrosius en Benoît Goubau te verklaren door hun eigendom van het kasteel en andere goederen in Corbeek Dyle?

Wat er ook van zij, later kwam het kasteel in elk geval in handen van Julia Goubau, de dochter van Ambrosius, en haar man Remi-Prosper Honnorez.

Cyriel Letellier

(Volgende week herneem ik deel 2 omdat de nummering bij de namen ontbrak)

woensdag 11 november 2015

De heerlijkheid Corbeek over Dijle - deel 6

V.Het adellijke geslacht GOUBAU

Eind 2014 bezorgde Maarten Tits mij onderstaand overlijdensbericht van baron Benoît Goubau de Corbeek Dyle, geplukt van internet. Ook de bestemmelinge van het bericht in 1835 was er bij: Mademoiselle E. De Wapenaert, rue de l’Eglise à Termonde.

Week 2015-45 - Goubau Doodsbrief0001

Vertaling:

Juffrouw,

De Heer Ernest de Salomon de Friedberg, Keizerlijk & Koninklijk Raadgever en Vice-President te Lemberg, Mevrouw Wilhelmine de Salomon de Friedberg, geboren Goubau en de Heer Edouard de Salomon de Friedberg, stellen U in kennis van de dood van respectievelijk hun Vader, Schoonvader en Grootvader, de Heer Baron Benoît Goubau de Corbeek Dyle, Majoor van Zijne Majesteit de Keizer van Oostenrijk, overleden in zijn Kasteel van Corbeek op 4 November 1835, in de ouderdom van 89 jaren 7 maanden en 15 dagen, voorzien van geestelijke bijstand.

Corbeek, deze 4 November 1835

Ik kende totnogtoe alleen Ambrosius Goubau, de stamvader van de familie Honnorez in Korbeek-Dijle. Dat Benoît Goubau, een leeftijdsgenoot van Ambrosius, overleden was “in zijn Kasteel van Corbeek” intrigeerde mij, en ook Maarten Tits want hij ging verder op zoek op internet en vond nog heel wat informatie over het geslacht Goubau, waarvan hieronder een samenvatting.

(wordt vervolgd)

Cyriel Letellier

woensdag 4 november 2015

De heerlijkheid Corbeek over Dijle - deel 5

IV.Bezitters van de samengevoegde heerlijke rente van Corbeek met

lage, middelbare en hoge jurisdictie

1. Op 16.10.1660 verkocht Jeroen Oudaert het samengevoegd leen aan zijn kozijn, jonkheer Hendrik van Dongelberge. Deze was reeds sinds 1657 bezitter van het hoog en middelrecht. In 1661 werd hij daarenboven door koning Philips IV tot baron van de baronie Corbeek over Dijle verheven.

Baron Hendrik van Dongelberge overleed op 15.4.1667.

2. Het leen ging over naar zijn oudste zoon Karel Robert van Dongelberge die hem opvolgde als baron van Corbeek over Dijle, heer van Steenbergen, enz… Op 21.12.1686 moest hij een lening aangaan om zijn schulden te betalen. Maar ze was onvoldoende om hem van de ondergang te redden. Hij werd aangeklaagd voor de soevereine Raad van Brabant als eerste door advocaat François Jacobs in 1692.

3. Ingevolge het decreet van 6.1.1696 moesten Corbeek en Steenbergen verkocht worden. Ze werden ingekocht op 8.10.1696 door jonkvrouw Barbara Theresia Hugo, weduwe van advocaat Jacobs, en haar twee kinderen.

Steenbergen werd ingeschreven op naam van dochter Clara Theresia Jacobs, gedoopt in de Sint-Goedelekerk te Brussel op 16.4.1676 en gehuwd met Simon de Herckenrode.

Veel doop-, huwelijks- en overlijdensdata en -plaatsen van de familie Jacobs werden mij bezorgd door Daniel Peeters, een afstammeling van Clara Theresia Jacobs en Simon de Herckenrode.

Corbeek werd ingeschreven op naam van Guilielmus Franciscus Jacobs, gedoopt in de Sint-Goedelekerk te Brussel op 3.3.1674 en gehuwd met Maria Van ‘t Sestich op 15.3.1702 in de O.L.V. van de Finistèrekerk in Brussel. Hij huwde een tweede maal op 21.12.1703 met een de Clercq de Bouvekerke.

Guilielmus Franciscus Jacobs was luitenant-kolonel in het leger van Leopold I, keizer van het Heilige Roomse Rijk. De geestelijkheid van de parochie moest dikwijls aan zijn inmenging weerstaan en de geestelijke overheid was niet altijd bij machte hem tot redelijkheid te bewegen. De familie Jacobs verkeerde net zo min als de van Dongelberges in schitterende financiële toestand en nam alle gelegenheden te baat om zich nieuwe rechten toe te eigenen en er geld uit te slaan. Voortdurende processen in verband met lasten die de heerlijkheid bezwaarden en moeilijkheden van alle aard hadden het leven van Guilielmus Franciscus Jacobs ondermijnd. Hij overleed op 15.2.1731 en werd begraven in Moerzeke..

4. Hij werd op 18.1.1732 opgevolgd in het bezit der heerlijkheid en zijn cijnzen door zijn dochter jonkvrouw Dorothea Henriette Jacobs gehuwd op 6.4.1731 in Moerzeke met jonkheer Urbanus Franciscus Crabbeels d’Ormendael (gedoopt op 23.5.1707 in de Finistèrekerk te Brussel), drossaard der stad en hertogdom Aarschot.

Urbanus Franciscus Crabbeels kwam ook in financiële moeilijkheden door de lasten die de heerlijkheid bezwaarden. Alles kwam weer in proces en in 1739-1740 moest Urbanus Franciscus landerijen verkopen om zijn schulden te kunnen betalen. Hij verkocht ook de jacht van Corbeek aan de hertog van Arenberg.

Is hij dan bij machte geweest de Voorburg te bouwen in 1738 en later het kasteel van Corbeek-Dyle, rond 1750? Was er toen de familie Goubau die die taak van hem overnam? Zie verder onder de titel “Het adellijke geslacht Goubau”.

Urbanus Franciscus overleed op 90-jarige leeftijd (*) te Mechelen op 22.3.1787 en werd te Corbeek begraven.

(*) Dit volgens pastoor Bogaerts, maar volgens Daniel Peeters werd Urbanus Franciscus Crabbeels gedoopt in de Finistèrekerk te Brussel op 23.5.1707. In dat geval was hij maar 80 jaar bij zijn overlijden.

5. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Philippus Ludovicus Josephus Crabbeels, toen 50 jaar oud. Deze was de laatste heer van Corbeek uit de feodale tijd.

Zijn zus, Clara Carolina Josepha Crabbeels, geboren te Aarschot op 21.7.1736, trouwde te Corbeek-Dijle op 29.7.1780 met jonkheer Ambrosius Leopoldus Goubau. Zij overleed, kinderloos, te Mechelen in 1803 op de leeftijd van 67 jaar en 5 maanden.

(wordt vervolgd)

woensdag 21 oktober 2015

De heerlijkheid Corbeek over Dijle - deel 3

III.Bezitters der tweede heerlijke rente (dorp en omgeving) met lage

jurisdictie

1. Jan Pynnock, afwisselend: senator en schepen van Leuven en lid der dekenij, tussen 1420 en 1425.

Bewoonde te Corbeek het hof “Cabaret” genaamd, naast de kerk.

2. Machtildis Pynnock, kleindochter van 1.; kwam in het bezit van de heerlijke rente van Corbeek in 1431; trouwde met Niklaas de Keersmaker, afwisselend senator, schepen, lid der dekenij en burgemeester van Leuven, tussen 1430 en 1467. Niklaas overleed op 6.9.1467. Machtildis overleed op 5.3.1483, waarop het leen overging naar 3.

3. Nicolaus de Keersmaker, zoon van 2., afwisselend senator en schepen van Leuven en lid der dekenij tussen 1461 en 1498. Woonde te Leuven in het huis dat later aangekocht werd door Adrianus van Utrecht, de latere paus Adrianus VI, nu het Pauscollege.

Nicolaus had ook de visserij op de Dijle in leen.

Overleden op 10.7.1499, waarop het leen overging naar 4.

4. Oudenaert de Keersmaker, zoon van 3.

Overleden op 18.12.1507, waarop het leen overging naar 5.

5. Andries de Keersmaker, zoon van 4.

Overleden op 19.12.1510, waarop het leen overging naar 6.

6. Wouter van den Tympel, kozijn van 5.; zoon van Wouter van den Tympel (+1471) en Catharina de Keersmaker.

Afwisselend schepen, lid der dekenij en burgemeester van Leuven tussen 1491 en 1532.

Overleden op 2.10.1535, waarop het leen overging naar 7.

7. Ridder Jan van den Tympel, zoon van 6.; afwisselend senator, lid der dekenij, schepen en burgemeester van Leuven tussen 1533 en 1567.

Hij kocht op 8.6.1559 de hoge en middelbare heerlijkheid van Corbeek en nam ze in bezit op 15.6.1562.

Overleden op 1.1.1567. Het leen gaat over naar 8. op 5.2.1567.

8. Olivier van den Tympel, zoon van 7.

Om de gedragingen van Olivier van den Tympel beter te begrijpen zal ik de tijd waarin hij leefde even oproepen met een aantal fragmenten uit de “SESAM Encyclopedie van de wereldgeschiedenis”:

In november 1565 ondertekenden honderden edelen (het eedgenootschap) een document dat in de geschiedenis onder de naam van het ‘Compromis’ bekend is geworden. Later, in 1566, werd er gesproken over een naam voor het eedgenootschap. Brederode kreeg een idee. ‘Men noemt ons bedelaars’, riep hij uit. ‘Laten we die naam aanvaarden! Wij willen de Inquisitie bestrijden, maar trouw aan de koning (Philips II van Spanje) blijven, al brengt men ons tot de bedelstaf. Vivent les gueux!’ – Zo ontstond de naam geuzen.

Wie de tekenen des tijds verstond, besefte dat stormwolken zich samenpakten boven de Nederlanden. Calvinistische predikanten trokken het land door en spoorden het volk aan tot verzet tegen de papisten. De graanprijzen waren al sedert lang aan het stijgen. In verscheidene gebieden heerste zware hongersnood en velen stierven van gebrek. Het gistte onder de massa. In de industriegebieden brak de storm los en vandaar verspreidde hij zich naar de overige delen van het land. De kerken werden bestormd door woedende menigten, die vensters en altaren stuk sloegen en de sinds eeuwen vereerde heiligenbeelden ruw vernielden. De verwoesting was verschrikkelijk, vooral in Antwerpen, waar zich de mooiste kerken van het land bevonden, o.a. de prachtige Lieve-Vrouwekerk; in een paar uur werd het interieur letterlijk in gruizels geslagen.

De volkswoede was even onbeheerst als redeloos en de hoge heren distantieerden zich nadrukkelijk. Maar Philips zwoer een bloedige wraak.

In de nazomer van 1567 hield de hertog van Alva zijn intocht in Brussel. Nauwelijks een maand na zijn aankomst werden de graven van Egmond en Hoorne gevangen genomen op een feest, dat de zoon van de hertog ter ere van hen gaf. Willem van Oranje had zich reeds eerder op de Dillenburg in veiligheid gebracht.

Willem van Oranje

Willem van Oranje werd geboren in 1533 op het slot Dillenburg nabij Wiesbaden uit protestantse ouders. In 1545 werd hij als knaap, voor zijn opvoeding, opgenomen aan het keizerlijke hof van Karel V in Brussel. Hij moest daarvoor wel overgaan naar het katholieke geloof.

In 1554 werd hij benoemd tot opperbevelhebber van de keizerlijke troepen.

Omstreeks 1560: het calvinisme drong binnen en zette de gemoederen in vuur en vlam.

April 1566: het “compromis” werd voorgelegd aan de landvoogdes Margaretha van Parma om de decreten van Segovia te verzachten. Volgens deze decreten zou de Inquisitie haar werk in volle omvang tot de Nederlanden gaan uitstrekken.

Margaretha van Parma werd opzij geschoven als landvoogdes. Zij werd opgevolgd door de hertog van Alva.

In het najaar van 1567 beval Alva de instelling van een speciale rechtbank, die alle oproerkraaiers zou moeten berechten. Dit was de zogenaamde Raad van Beroerte, die van de bevolking weldra de naam ‘Bloedraad’ kreeg. Onder de slachtoffers bevonden zich ook de graven van Egmond en Hoorne, die op 5 juni 1568 naar het schavot werden geleid.

Na de vlucht van Willem van Oranje naar de Dillenburg en in de tijd dat hij er verbleef ging hij over tot het protestantisme.

Toen Den Briel door de Watergeuzen was ingenomen, in de lente van 1572, kwamen een hele reeks steden langs de Nederlandse kust in opstand en verklaarden zich openlijk voor Willem van Oranje. In de zomer van 1572 besloot Willem in te grijpen. Alva deed energieke pogingen om de opstandige Nederlandse provincies weer in bedwang te krijgen. Maar bij Alkmaar werd zijn opgang gestuit.

In het najaar van 1573 trok Alva zich vrijwillig van het Nederlandse toneel terug. Onder een van zijn opvolgers, Alexander Farnese van Parma, kwam op 6 januari 1579 de Unie van Atrecht tot stand, waarbij de zuidelijke provincies zich volledig aan het gezag van Philips II onderwierpen. Ruim twee weken later, op 23 januari, antwoordde Willen van Oranje met de Unie van Utrecht. De provincies Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijssel en Friesland beloofden elkaar bij te staan in de gemeenschappelijke strijd tegen de vreemde indringers.

Op 15 maart 1580 verklaarde Philips II de prins van Oranje vogelvrij. Bij de akte van Afzwering verklaarden de Staten-Generaal in 1581 Philips II vervallen van zijn status als heer der Nederlanden. Drie jaar later, op 10 juli 1584, viel Willem van Oranje na herhaalde mislukte aanslagen ten offer aan de kogels van een sluipmoordenaar.

(wordt vervolgd)

woensdag 14 oktober 2015

De heerlijkheid Corbeek over Dijle - deel 2

II.Bezitters der eerste heerlijke rente (noordelijk deel) met lage

jurisdictie

1. Henricus Van Quaderebbe (Quaderebbe of Quarebbe = Kwerps)

2. Margaretha Van Quaderebbe, dochter van 1.

3. Jan Van Quaderebbe, zoon van 1.; in het bezit der heerlijke rente vanaf 1311

4. Jan Van Diedeghem x Margareta Van Wavre (Diedeghem = Diegem); verkocht zijn erfrente onder Corbeek omstreeks 1382 aan:

5. Bartholomeus ’T Serarnst (een adellijke familie der geslachten van Brussel); was o.a. schepen van Brussel; overleden ca 1406

6. Willem ’T Serarnst, zoon van 5., kwam in het bezit van de erfcijns in 1407 of 1408

7. Bartholomeus ’T Serarnst, ook een zoon van 5., kwam in het bezit van het leen in 1424

8. Willem ’T Serarnst, zoon van 7., kwam in het bezit van de erfcijns in 1440; hij overleed op 28.3.1451

9. Roland ’T Serarnst, zoon van 8., schepen van Brussel, volgde zijn vader op als bezitter der heerlijke rente na diens dood; getrouwd met Joanna Van Wesele, dochter van Jan Van Wesele, dokter in de medicijnen in de stad Brussel en natuurkundige; Joanna was ook groottante van Andreas Van Wesele (Vesalius), de wereldberoemde anatomist (ontleedkundige); Roland ’T Serarnst overleed op 21.8.1506

10. Catharina ’T Serarnst, dochter van 9., volgde haar vader op als bezitter der heerlijke rente na diens dood; trouwde met Hector Van der Noot, schepen en burgemeester van Brussel; Catharina overleed op 10.2.1525

11. Jan en Roland Van der Noot, zonen van 10., volgden hun moeder op als bezitters der heerlijke rente na haar dood; zij waren schepenen en burgemeesters van Brussel

12. Catharina Van der Noot, dochter van Roland Van der Noot, kwam in het bezit van het leen na de dood van haar vader op 25.5.1544; zij trouwde met jonkheer Karel van Brecht, heer van Dieghem; hij was voogd van Catharina en beheerde de erfrente; hij was ook schepen en burgemeester van Brussel; Karel van Brecht werd geboren ca 1518 en overleed op 1.6.1595, na zijn dochter Geertruyt

13. Geertruyt van Brecht, dochter van 12., erfde na 1.9.1586, bij de dood van haar moeder, het leen van Corbeek; trouwde met jonkheer Alexander Oudaert, raadsheer van de Raad van Brabant, senator van Leuven, schepen van Brussel; zij overleed op 6.10.1591.

14. Karel Oudaert, zoon van 13.; volgde zijn moeder op als genieter van de erfrente Corbeek. Hij overleed in Frankfurt am Main in 1610.

15. Catharina Oudaert, dochter van 13., zus van Karel die zij opvolgde, trouwde met jonkheer Philippus Happaert. Philippus kocht de tweede heerlijke rente van Corbeek, tot dan door de van den Tympel’s genoten (zie verder), op 27.9.1628.

16. Jeroen Happaert, zoon van 15.; genaamd Charles Oudaert; verwierf de tweede heerlijke rente van Corbeek bij de dood van zijn vader op 24.4.1632 en de eerste erfcijns van Corbeek van zijn moeder op 27.11.1632.

Zo kwamen de twee heerlijke renten van Corbeek onder één hoofd.

(wordt vervolgd)

Cyriel Letellier

woensdag 7 oktober 2015

De heerlijkheid Corbeek over Dijle - deel 1

De gegevens over het oude Korbeek-Dijle heb ik voor het grootste deel gedistilleerd uit de “Geschiedenis van Corbeek-Dyle” geschreven door pastoor Bogaerts rond 1900.

Een “heerlijkheid” was een territoriaal gebied dat na de Franse Revolutie de naam “gemeente” kreeg. In het Frans was een heerlijkheid: une seigneurie.

In de feodale tijd waren er drie niveaus in het gezag over de territoriale gebieden, respectievelijk bevoegd voor de hoge, de middelbare en de lage jurisdictie (=rechtspraak).

Voor de hoge en de middelbare jurisdictie was de heerlijkheid Corbeek over Dijle ondermeer onderhorig aan de meiers van Herent en Leuven en voor de lage jurisdictie stond ze onder het bestuur van de dorpsheer.

Onder de hoge jurisdictie vielen bijvoorbeeld: misdaden die konden leiden tot lijfelijke straffen.

Onder de middelbare bijvoorbeeld: misdrijven bestrafbaar met boetes.

Lage jurisdictie betrof de vervulling van de wettelijke voorschriften (cijnzen en lasten).

Van in de 14de eeuw was het Corbeekse heerlijk recht met lage jurisdictie verdeeld tussen de bezitters van twee erfrenten: de ene geheven op goederen in het noordelijk deel van Corbeek gelegen (Ormendaal en Veeweide), de andere op meer zuidwaarts gelegen goederen (in en rond het dorp). De toestand met twee dorpsheren duurde tot 1632. En vanaf 1660 had de enige dorpsheer naast de lage ook de middelbare en hoge jurisdictie.

I.Opeenvolgende bezitters van de hoge en middelbare jurisdictie

1. Philips I van Croÿ (1435-1511), heer van Chièvres, kocht de jurisdictie over Corbeek over Dijle op 26.9.1505 voor hemzelf en zijn nakomelingen. Hij trad in genot ervan op 1.7.1506.

2. Willem II van Croÿ (1458-1521), heer van Chièvres en adviseur van Karel V, zoon van 1., kreeg de rechten van zijn vader op 15.6.1507.

3. De rechten werden door het Beheer der Domeinen teruggekocht in mei 1550.

4. Corbeek met zijn hoog en middelrecht werd in juni 1559 verkocht aan de hoogste bieder: Jan van den Tympel, bezitter der tweede rente (zie verder).

5. In juni 1562 nam Maximiliaan Scheyfve de heerlijkheid (het hoog en middelrecht) in bezit. Hij was de neef van de schoonzuster van Claude de Liedekerke, de vrouw van Olivier van den Tympel, zoon van Jan van den Tympel.

Maximiliaan overleed in 1608.

6. Vrouwe Claude de Liedekerke, alias Anna Hannaert, kwam in het bezit van de heerlijkheid Corbeek (het hoog en middelrecht) in 1610.

7. Op 4.7.1614 werd het hoog en middelrecht recht van Corbeek over Dijle door het Beheer der Domeinen teruggekocht.

8. Bij de nieuwe verpanding op 29.8.1630 was Karel Fortunatus Van der Straeten de hoogste bieder.

9. Op 8.5.1638, waarschijnlijk na de dood van 8., had er een nieuwe verpanding plaats: de heer Taolly, in naam van de weduwe van Karel Van der Straeten, bekwam de heerlijkheid (hoog en middelrecht).

10. Op 5.2.1644 werd het heerlijk hoog en middelrecht verkocht. Koper was: jonkheer Jean Charles Streignaert, alias Jean Charles de Hemricourt, die behoorde tot de Brusselse adel.

11. In 1657 verkocht 10. de heerlijkheid (het hoog en middelrecht) aan Hendrik van Dongelberge, heer van Corbeek over Dijle, Steenbergen, enz… Deze kwam in 1660, zoals verder zal blijken, in het bezit van alle rechten (hoge, gemiddelde en lage rechtspraak) over het ééngemaakte leen Corbeek over Dijle.

Bij akte van 17.8.1661 werd de heerlijkheid van Corbeek over Dijle door koning Philips IV van Spanje tot baronie verheven. En Hendrik van Dongelberge werd baron van Corbeek over Dijle, heer van Steenbergen, enz…

(wordt vervolgd)

Cyriel Letellier