Op zondag 9 september 2018 had in Korbeek-Dijle de inhuldiging plaats van het oud-strijdersbeeld “OVER LEVEN” van beeldhouwer Tjerrie Verhellen. Hierbij foto van de terugkerende soldaat met rugzak, en accordeon aan de voet.
zondag 16 september 2018
woensdag 1 juli 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 14
Vranckx Petrus Josephus
(Jefke Vraët)
° Korbeek-Dijle 7.12.1881 + Korbeek-Dijle 17.8.1936
Zoon van Désiré Vranckx en Maria Ludovica Verreydt (Mie Vraët).
Trouwde met Euphrasie Hardy uit Donk (Mol). Ook zij werd genoemd naar haar schoonmoeder: Sie Vraët.
Jefke en Sie hadden acht kinderen, waarvan de jongste twee (geboren na de oorlog): Irma (x Jules Vanderwegen) en Marcel (x Martha Trappeniers).
Jefke was een broer van Marie Vranckx (x Constant Vranckx) en een kozijn van Prosper, Constant, Octavie (x Jozef Vanderlinden) en Emiel Vranckx.
Jefke was soldaat bij het 13de Linieregiment 1ste Bataljon 1ste Kompanie
Wederopgeroepen eind juli 1914 werd zijn regiment ingeschakeld bij de verdediging van de vesting Namen. Hij werd krijgsgevangen genomen op 24.8.1914 in de omtrek van Ermeton (Floreffe). Hij verklaart hierover: “Door een zeer groote hoeveelheid Duitschers ingesloten, waren wij genoodzaakt tot overgaaf met de gansche kompanie, er was geen ander middel.”
Carolus Verbist van Bertem, van dezelfde eenheid als Vranckx, bevestigt dit getuigenis.
Weggevoerd naar Duitsland verbleef Jozef Vranckx tijdens zijn krijgsgevangenschap in het kamp van Hameln, ten zuiden van Hannover.
Vereerd met 1 frontstreep.
Vranckx Prosper
(Tiske va Koëpes)
° Korbeek-Dijle 25.4.1880 + Korbeek-Dijle 29.12.1966
Zoon van Jozef Vranckx en zijn eerste vrouw Catharina Luyten.
Trouwde in 1907 met Seraphine Ruelens uit Korbeek-Dijle, een dochter van Louis Ruelens (Piëke de Garde).
Tiske en Seraphine kregen vijf kinderen, alle vijf geboren vóór de oorlog. De oudste was Jules die als politiek gevangene omkwam in Essen in Duitsland in 1944. Hij was de vader van Mina Vranckx. De tweede jongste was Leonie die trouwde met Jef Verstraeten.
Prosper was een volle broer van Constant, een halfbroer van Octavie (x Jozef Vanderlinden) en Emiel, en een kozijn van Jefke en Marie Vranckx (x Constant Vranckx).
Prosper was soldaat bij het 13de Linieregiment.
Wederopgeroepen eind juli 1914 en met zijn regiment ingeschakeld bij de verdediging van Namen, werd hij op 24.8.1914 krijgsgevangen genomen.
Hij verklaart hierover: “Op 24 augustus 1914 rond Ermeton (Namen) gedurende eene verkenning in het dorp omsingeld door de vijandelijke overmacht, de majoor alleen kon vluchten omdat hij te paard was; wij werden met ongeveer 25 man omsingeld, de overgebleven onzer kompanie, en moesten ons na verdediging overgeven. Kommandant Drentels die vooruitgegaan was met eenige mannen zagen wij niet meer terug en wij waren door een grote overmacht omsingeld voor wij het zelven wisten. Eenige Duitschers werden nog afgeschoten, maar dit koste bijna ons aller leven bij de overgave (de witte vlag opgestoken).”
Prosper verklaart ook nog: “Ik ken niemand meer (als getuige). Ik ben ongeletterd en heb een slecht geheugen door den oorlog.”
Weggevoerd naar Duitsland verbleef Prosper Vranckx tijdens zijn krijgsgevangenschap in het kamp van Altengronau ten N.O. van Frankfurt.
Hij werd gerepatrieerd op 7.1.1919.
Vereerd met 1 frontstreep.
Vrijdags Guillaume Joseph
(Jom va Woikes)
° Oud-Heverlee 2.12.1893
Zoon van Joannes Franciscus Vrijdags (Woikes) en Florentine De Greef
Soldaat bij het 10de Linieregiment 1ste Bataljon 2de Compagnie
Werd krijgsgevangen genomen op 23.8.1914 te Boninne (sector Marchovelette) ten N. van Namen
Vrijgekomen op 2.1.1919
Met onbepaald verlof op 30.9.1919
Na de verklaringen van twee medestrijders: Jules Schoolmeesters uit Bertem en Louis Bruelemans uit Kortrijk-Dutsel in 1936: “Omsingeld door de vijand verplicht ons over te geven met de compagnie op 23.8.1914 rond 16 uur op het steunpunt van Neumoulin (Boninne)”, werd aan Guillaume Vrijdags 1 frontstreep toegekend op 23.7.1936
10 % invaliditeit wegens ziekte opgedaan ingevolge de oorlog
Vereerd met: 1 frontstreep
Overwinningsmedaille
Herinneringsmedaille
In een verhaal over soldaat René Bergmans in Vlaamse Stam, tijdschrift voor familiegeschiedenis, van jan-feb-mrt 2015 beschrijft Raoul Jans onder andere de levensomstandigheden in de kampen van Munster en
Soltau. Louis Berthels, Arthur Buekenhout en Constant Vranckx verbleven in Soltau, en Henri Letellier en Leon Van Geel in Munster. Ziehier een fragment uit dit verhaal:
Na de val van de stad Luik werden grote groepen soldaten gevangen genomen en naar Duitsland overgebracht. In veewagens werden de meesten van hen naar Hannover getransporteerd en verdeeld over Munster, Celle en Soltau. Het was een eindeloze reis waarvoor geen bevoorrading was voorzien.
René Bergmans kwam terecht in Munster. Munster was een Duits legerkamp dat er – gezien het vertrek van de Duitse troepen – nu verlaten bij lag. Sommigen werden ondergebracht in de lege barakken maar de meesten onder hen werden samen gedreven op een omheind terrein waar een tiental tenten inderhaast waren opgericht. In deze tenten waarin men na veel slagen en stompen vijfhonderd man kreeg werden achthonderd gevangenen samengeperst. Het kwam er die eerste maanden inderdaad op neer dat niets klaar was om zoveel krijgsgevangenen te ontvangen.
Hier bleef René Bergmans twee maanden lang om dan te worden overgeplaatst naar Soltau. Daar hadden de eerste krijgsgevangenen het zowaar nog slechter gehad. Zij werden samengedreven op een stuk vlakke heide waarop zij zelf nog de eerste barakken moesten oprichten. Zonder gebouw om in te schuilen, kroop men ’s nachts dicht bij elkaar om het toch een beetje warm te krijgen. In verslagen uit die periode leren we dat men ’s morgens een kom koffie kreeg en 300 gram brood, een rantsoen dat later naar 250 gram werd gebracht. ’s Middags een slappe soep van koedarmen of beetwortelsoep en ’s avonds nog eens koffie of een soort afkooksel van meel uit bonen. Twee maal per week kwamen schilwachten het kamp binnen gestormd om mensen op te halen voor allerlei werkcommando’s.
Tot hier mijn verhaal over de Korbeekse Oud-strijders van Wereldoorlog I.
Cyriel Letellier
woensdag 24 juni 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 13
Van Geel Leon Frans
(Leon va Soeë)
° Korbeek-Dijle 15.12.1893 + Korbeek-Dijle 4.11.1973
Zoon van Franciscus (Soeë) Van Geel en Elisabeth Hendrika Tuyls
Trouwde in 1923 met Rosalie Boghe uit Haasrode. Zij kregen twee zonen en een dochter.
Soldaat-milicien van de lichting 1913 bij het 10de Linieregiment 1ste Bataljon 1ste Compagnie
Opnieuw onder de wapens op 1.8.1914
De 22ste augustus 1914 gingen wij in tirailleurslinie langs het veld naar Wartet (ten N.O. van Namen, nog meer oostwaarts dan Boninne en ten N. van Marches-les-Dames) toen wij achter een heuvel de Duitsers ontdekten. Na ons een drie kwartier verdedigd te hebben waren wij plots door de vijand omsingeld en zijn wij er, tussen het dorp en de Maas, gevangen genomen geweest met een 65 mannen van ons bataljon, tussen 6 en 8 uur ’s avonds. Daarna zijn wij vervoerd naar het kamp van Munster (ten oosten van Soltau, halverwege tussen Hannover en Hamburg).
Teruggekeerd uit krijgsgevangenschap op 31.12.1918
Met onbepaald verlof op 30.9.1919
Vereerd met 1 frontstreep
Verstraeten Victor
(Torre Verstrote)
° Korbeek-Dijle 7.2.1879 + Korbeek-Dijle 23.12.1963
Zoon van Jan Baptist Verstraeten en Maria Ludovica Vandermueren
Trouwde in 1905 met Anna Maria Rosalia Letellier uit Korbeek-Dijle. Zij kregen vier kinderen, twee dochters en twee zonen, vóór de oorlog en nog een zoon na de oorlog.
Victor Verstraeten was soldaat bij het 13de Linieregiment (Vestingen).
Hij werd krijgsgevangen genomen te Ermeton (Namen) op 24.8.1914. Hijzelf getuigt hierover op 12.2.1933:
Op 24 Augustus 1914 na gedurig gevochten te hebben met de Duitschers, bleven er nog 56 man over van het bataljon. Wij hadden te Florennes (later verbeterd in Ermeton-sur-Biert) een huis versterkt en zijn verplicht ons over te geven nadat dit laatste in brand geschoten was en wij omsingelt waren door een overmacht van vijanden. Major Baudot gaf het bevel van overgave.
Het feit dat Victor Verstraeten zich eerst vergist had van plaats waar hij werd gevangen genomen – naar eigen zeggen omdat hij de streek niet zo goed kende – heeft heel wat over-en-weer-geschrijf veroorzaakt omdat de militaire overheid geloofwaardige verklaringen eiste met het oog op de toekenning van 1 frontstreep aan de gewezen krijgsgevangenen.
Vereerd met 1 frontstreep.
Vranckx Constant
° Korbeek-Dijle 29.5.1883 + Flobecq 19.5.1940
Zoon van Jozef Vranckx en zijn eerste vrouw Catharina Luyten.
Trouwde in 1910 met zijn nicht Maria Vranckx (een zus van Jozef Vranckx = Jefke Vraët). Zij kregen zes kinderen, waarvan de jongste drie waren: Seraphine, die trouwde met Karel Kriegels, Jozef, die trouwde met Maria Decoster uit Bertem, en Mariette, die als 8-jarig meisje samen met haar ouders omkwam bij een luchtbombardement in Flobecq op 19.5.1940.
Constant was een volle broer van Prosper Vranckx (Tiske va Koëpes) en een halfbroer van Octavie Vranckx (x Jozef Vanderlinden) en van Emiel Vranckx (Mille va Koëpes), In zijn jonge jaren was hij landbouwer.
Trad in dienst als vrijwilliger met premie op 1.10.1903. De premie bedroeg 1.500 fr (bepaald door het K.B. van 1.10.1902).
Op 30.9.1905 met onbepaald verlof.
Op 1.8.1914 terug onder de wapens bij het 13de Linieregiment
Op 24.8.1914 krijgsgevangen genomen en naar het kamp van Soltau in Duitsland gevoerd. Soltau ligt halverwege tussen Hamburg en Hannover, ten oosten van Bremen.
Getuigenis (afgelegd op 29.11.1933) van zijn gevangenneming te Bioul op 24.8.1914 na de middag tussen 3 en 4 uur: Wij hebben bezijden het fort van Malonne den pas gehouden (stand gehouden) tot 23.8.1914 – terugtocht op Bioul en aldaar door den vijand omsingeld, en tot overgave gedwongen.
Op 10.1.1919 gerepatrieerd en met verlof tot 10.2.1919.
Met onbepaald verlof op 19.8.1919.
Vereerd met: 1 frontstreep
Overwinningsmedaille
Herinneringsmedaille
Militair ereteken 2de klas voor langdurige goede diensten (toegekend op 1.8.1924)
Na de oorlog was hij plafonneerder.
Op 1.1.1921 nam hij opnieuw dienst in het leger als militair werkman voor de duur van 1 jaar. Hij werd ingedeeld bij het 4de Korps van het Vervoer. De vergoedingen beliepen:
-dagloon: 10,00 fr
-kindergeld: 0,50 fr per dag en per kind, maar 1,00 fr voor dezen onder de 16 jaar
-verblijfsvergoeding: 200,00 fr per jaar voor vrijgezellen en weduwnaars en 600,00 fr per jaar voor gehuwden
Op 1.1.1922 tekende hij bij voor 3 jaar. Op 1.7.1922 werd hij bevorderd tot gespecialiseerd werkman in het Gewestelijk Park van Brussel.
Op 1.1.1925 tekende hij opnieuw bij voor 4 jaar.
Op 1.1.1929 nogmaals voor 4 jaar. En op 1.1.1933 een laatste maal voor 4 jaar.
Met ingang van 1.10.1938 op anciënniteitspensioen.
Wordt vervolgd
woensdag 17 juni 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 12
Vandermueren Leopold Ferdinand
(de Garde)
° Korbeek-Dijle 8.10.1892 + Korbeek-Dijle 6.1.1961
Zoon van Francis Vandermueren (Fander) en Hortense Vanderveken
Trouwde met Aline Van Geel te Korbeek-Dijle op 28.6.1924. Zij kregen vier zonen en twee dochters.
Werd veldwachter van Korbeek-Dijle begin 1922
Soldaat-milicien van de lichting 1912, bij het 10de Linieregiment, van 1.10.1912 tot 30.12.1913
Kamp van 2 tot 15.5.1914
Wederopgeroepen op 29.7.1914
Krijgsgevangen genomen op 23.8.1914
Terug in België op 24.1.1919
Met onbepaald verlof op 28.9.1919
Vereerd met 1 frontstreep
Vandezande August
(den Broeder)
° Oud-Heverlee 6.10.1879 + Korbeek-Dijle 5.6.1945
Zoon van Leon Vandezande en Anna Geyns
Trouwde in 1919 met Julia Fagot uit Korbeek-Dijle. Zij hadden reeds een zoon geboren in 1907.
Is dirigent geweest en levenslang lid van de Fanfare De Weergalm der Zoete Waters
Soldaat in het 2de Regiment Lansiers van de klas 1901
In dienst getreden op 13.6.1901
Afgezwaaid op 14.6.1905.
Op 1.10.1906 overgegaan naar Depot
Op 1.10.1908 overgegaan naar de Artillerie Vestingen van de forten van Luik
Op 1.10.1909 in de Reserve
Op 16.10.1911 naar Depot
Op 16.12.1912 overgegaan naar het Korps Vervoer van de 3de Legerdivisie
Wederopgeroepen op 1.8.1914 werd hij ingezet bij de Artillerie Vestingen en nam deel aan de gevechten van Luik, Aarschot, Haacht, Breendonk, Diksmuide, Sint-Joris, Pervijze, Ramskapelle, Merkem, Stadenberg, Westrozebeke, de Leie en aan de aanval aan het aftakkingskanaal van de Leie.
Van 1.8.1914 tot 31.1.1919: 54 maanden aan het front
Met definitief verlof op 1.2.1919
Was getroffen door het oorlogsgas met blijvende schade aan de longen (maar geen officiële invaliditeit)
Vuurkaart niet toegekend omdat slechts 4 maanden en 12 dagen aanwezig bij de krijgsverrichtingen van de bewegingsoorlog (een minimum van 9 maanden was vereist)
Vereerd met: 8 frontstrepen
Oorlogskruis met palm
IJzerkruis
Medaille van de IJzer
Overwinningsmedaille
Herinneringsmedaille
Van Geel Herman Joseph
° Korbeek-Dijle 7.5.1891 + Brémontier-Merval (Frankrijk) 4.7.1977
Zoon van Mattheus Josephus Van Geel en Maria Victoria Mommaerts (reeds overleden op 9.1.1893; Jef Van Geel hertrouwde met Maria Jozefa Berthels)
Herman Van Geel trouwde in 1922 met Mathilde Debontridder van Heverlee-Dries, een dochter van Eduard (Waar) Debontridder en Antoinette Mommens. Na de geboorte van hun eerste kindje (een dochter) namen zij een boerderij over in Normandië. Daar kregen zij nog een dochter en twee zonen.
Sergeant-milicien van de lichting 1911
Onder de wapens op 2.10.1911 bij het 10de Linieregiment (infanterie)
Wederopgeroepen op 29.7.1914
Aanwezig aan het front van 1.8.1914 tot 31.1.1919
Nam deel aan het bevrijdingsoffensief
Gedemobiliseerd op 16.9.1919
Vereerd met: 8 frontstrepen
Oorlogskruis
IJzerkruis
Vuurkruis
Medaille van Ridder in de Orde van Leopold II met zwaarden in 1943
Medaille van Ridder in de Kroonorde met zwaarden in 1950
Medaille van Ridder in de Leopoldsorde met zwaarden in 1960
Medaille van Officier in de Orde van Leopold II met zwaarden in 1969
Medaille van Officier in de Kroonorde met zwaarden in 1974
Wordt vervolgd
woensdag 10 juni 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 11
Jozef Vanderwegen (Jefke Neef) ((1869-1942) woonde op de plaats waar nu Jos Van Neck woont. Hij was getrouwd met Theresia Cammaerts, een dochter van Aëngke Cammoos. Zijn bijnaam ’Jefke Neef’ komt van zijn moeder Maria Theresia Neefs (1828-1910). Zijn vader Franciscus was reeds overleden in 1888. Jefke Neef was de grootvader van Angèle Vanderwegen in Leefdaal, van Magda en Odette Vanderwegen in Bertem en van Jozef Schoolmeesters en Florentine Vanvlasselaer eveneens in Bertem.
Engelbert Darche (den Dars) (1843-1925) woonde waar nu Freddy Stuckens woont. Hij is de stamvader van alle Darche’n uit de verre omgeving en ook van de Lemmens’en met Korbeekse roots.
Jan Baptist Vanden Eynde (Jan Latoer) (1865-1930) woonde waar later zijn zoon Engelbert (de Prins) met Florentine Debontridder en hun kinderen Pië en Charel, en Guske, een broer van Engelbert, woonden. Nog later woonde er de familie Kwanten. Het huis is een tijdje gelden afgebroken.
Op onderstaande foto staat Jefke Neef met zijn koeiengespan vóór zijn huis. Uiterst links op de foto zien we het huis van den Dars en het deels gewit huis wat verder is het huis van Jan Latoer.
Jan Van Neck (1840-1929) was radenmaker en woonde waar nu Tine Van Neck en Maarten Kostermans wonen. Hij was de overgrootvader van Jacqueline Van Neck en Angèle Vanderperren in Leefdaal en van Louis, Frans, Maria, Jan, Jos en Hubert Van Neck in Korbeek-Dijle.
Henricus Cammaerts (Aëngke Cammoos) (1851-1944), grootvader van Vanderwegen’s (zie Jefke Neef), Paeps’en (o.a. meester Jules Paeps), Mommaerts’en en Michiels’en, en stiefgrootvader van vele Letellier’s o.a. mijzelf.
Hieronder een schilderijtje van zijn huis in rode baksteen.
Henricus Vandezande (Rikske) (1847-1927) woonde op de plaats waar nu Jos Willems woont. Hij was getrouwd met Anna Maria Vandenplas (1850-1936), een zus van Kreulle en Janneke Plas. Rikske was de vader van o.a. Jan va Rikske en de grootvader van o.a. den Teppe va Rikske, Milenie va Rikske (x Boeëngke), Jan Bloes (in Bertem) en vele anderen.
En dan komen we met ons rijmpje bij Kreulle en Janneke Plas en is de cirkel rond.
Het is opvallend dat de meeste boerderijen en boerderijtjes op Ormendaal in de lengterichting loodrecht op de straat werden gebouwd, met de puntgevel tegen de straat, en met de voorgevel naar het zuidoosten gericht. Dat is het geval voor de huizen van Rongé (Kui), Van Ermen (later de Schoen) met aanbouw van een tweede huis in het verlengde door August Vandenplas (Plaske), Vanderwegen (Jefke Neef), Vanden Eynde (Jan Latoer, later de Prins), Vandezande (Rikske), Vandenplas (Kreulle) met aanbouw van een tweede huis in het verlengde door Jan Baptist Vandenplas (Janneke Plas), Pelgrims (den Baa, later het Schuurke), Berthels (Lewie de Scheper, later Stakke de Scheper) en Bruffaerts (den Boer, later de Witten Boer). Er was één vierkantshoeve: het Hof van Lepper, en twee boerderijen in de lengterichting evenwijdig met de straat: deze van Van Neck (Jan, later Frans en nog later Charel en Tist) en deze van Cammaerts (Aëngke Cammoos, later Jef Cammoos).
Wordt vervolgd
woensdag 3 juni 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 10
Vanden Eynde Theofiel
(de Witte Virs, later Bompa)
° Korbeek-Dijle 28.5.1891 + Korbeek-Dijle 26.10.1966
Zoon van Jan Baptist Vanden Eynde (Jan Latoer) en Maria Virginia (Virs) Buekenhoudt
Broer van Marie (x Joseph Massant), Fin (x Jozef Letellier, den Bels), Guillaume (Lammeke, de Zoër), August (Juske), Engelbert (de Prins), Vica (x Adolf Beersaerts, Nolleke Kwint) en Joseph (de Zwore)
Theofiel Vanden Eynde trouwde na de oorlog, op 18.10.1919, met Celine Vanderwegen (Lin van de Koe). Zij kregen een zoon, Jan, en later een kleindochter, Elvire.
Milicien van de lichting 1911, met onbepaald verlof op 6.5.1913
Soldaat bij de 4de Legerdivisie, 10de Linieregiment, heropgeroepen vanaf 24.7.1914
Hij werd erkend als zijnde 54 maanden aanwezig aan het front, van 1.8.1914 tot 31.1.1919
Geen verwondingen opgelopen, niet invalide
Ontslagen uit het leger op 15.8.1919
Vereerd met 8 frontstrepen
Vuurkruis
Oorlogskruis met palmen
IJzerkruis
Herinneringsmedaille
Overwinningsmedaille
Vandenplas Guillaume
° Korbeek-Dijle 10.4.1888 + Oud-Heverlee 27.6.1969
Zoon van Jan Baptist Vandenplas (Janneke Plas) en Theresia Sevenants. Hij was fabriekswerker.
Trouwde met Elisa Antonetta Kahn uit Oud-Heverlee. In maart 1914 gingen zij in de Putstraat wonen, in het huis waar later Mie Taune zou wonen. Hun zoontje geboren in februari 1914 (in Oud-Heverlee) overleed in november 1914 (in Oud-Heverlee) toen Guillaume al aan het front was. Tijdens de oorlog is Elisa Antonetta waarschijnlijk terug bij haar ouders gaan wonen in Oud-Heverlee, Blokkenstraat nr.2. Na de oorlog is ook Guillaume naar daar verhuisd. Zij kregen er nog drie kinderen.
Jan Baptist Vandenplas (Janneke Plas) (1840-1908) was een broer van Willem Jozef Vandenplas (Kreulle) (1843-1915). Janneke Plas woonde waar nu Karel Goossens woont, op Ormendaal, en Kreulle woonde in het huis dat er naast stond, in het verlengde ervan, tegen de straat.
Kreulle was de vader o.a. van Victor Vandenplas (de vader van August (Plaske) en Edmond (Kaube)), van Moke en Stin die in het ouderlijk huis bleven wonen, en van biersteker Jan Kreulle in Egenhoven.
Oud-strijder Guillaume Vandenplas was dus een kozijn en van Victor Vandenplas, van Moke en Stin, en van Jan Kreulle.
Milicien van de lichting 1909
Soldaat 2de klas bij het 1ste Regiment Artillerie
Op 1.8.1914 wederopgeroepen
Wijze van dienen: zeer goed
43 maanden in “Vuurkaart”-eenheden (= doorgebracht aan het front) waar hij altijd blijk gaf van moed en toewijding
Geen kwetsuren opgelopen
Op 26.11.1918 overgeplaatst naar het 1ste peloton stationspersoneel
Op 15.5.1919 gedemobiliseerd
Vereerd met : 8 frontstrepen
Oorlogskruis met palm
IJzerkruis
Vuurkruis
Bijkomende Palmen
Ridder in de Orde van Leopold II met zwaarden
*
* *
Ik heb Guillaume Vandenplas in Korbeek-Dijle niet meer gekend en uiteraard ook zijn vader Janneke Plas niet, geboren in 1840 en reeds overleden in 1908. Maar door een oud straatrijmpje van Ormendaal kon ik hem nog perfect lokaliseren. Het rijmpje ging als volgt:
Goëdde mei zaa Ronzjei
‘k Em paën in m’n derme zaa Van Erme
Me kaume ze teige zaa Vanderweige
Ze moken uile fars zaa den Dars
’t Es een ieël bende zaa Vanden Ende
Z’em allemool ne stek zaa Ve Neck
Kom me kroëpe achter ’t kaëngke zaad Aëngke
G’et zeiker schrik zaa Rik
En ’t leste kwam Kreulle en Janneke Plas nog zie wat er was.
Ik vertel wat meer over de acteurs in dit straattoneel van rond 1900.
Petrus Rongé (Piër va Kui) (1869-1939), de grootvader van Susanne Wauters en de overgrootvader van Danny Rongé (x Sonja Vanderveken) en Alain Rongé (x Nancy Vanderveken). Piër va Kui hield café in “het huizeke van halfweg” langs de Broekweg, halfweg voor de mensen van Neerijse die naar Leuven stapten.
Hieronder een foto van “het huizeke van halfweg” in het jaar 2003.
Petrus Rongé was een kozijn van mijn grootmoeder Christina De Van en de dooppeter van mijn vader Jozef Letellier.
In het versje kan de beginacteur ook de vader van Petrus Rongé zijn geweest, Jacobus Rongé (Kaube Kui) (1834-1915). Vergelijk met de levensperiode van Van Ermen hieronder.
Petrus Henricus Van Ermen (1831-1911) was afkomstig van Neerijse en waarschijnlijk een oom van Ludovicus Van Ermen (1863-1935) die op de Kleinebroekstraat woonde en ook van Neerijse kwam. Ludovicus Van Ermen was getrouwd met Maria Coleta Bruggemans, een zus van de Mère-broers: Georges, Charel, Victor, Jef en Jules Bruggemans.
Petrus Henricus Van Ermen was de schoonvader van Jozef Vanderstappen (de Schoen) (1862-1938). Deze laatste trouwde achtereenvolgens met twee dochters van Van Ermen. Zij woonden waar later Rik, Teppe en Stakke Schoen woonden.
Wordt vervolgd
woensdag 27 mei 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 9
Meulemans Joseph
(Zjef va Dolf)
° Korbeek-Dijle 28.2.1893 + Heverlee(?) (vóór 10.3.)1937
Zoon van Adolf Meulemans (Dolf Verhoeve) en Catharina Vermeulen.
Broer van Jules Meulemans (Zjuul va Dolf).
Trouwde nog vóór de oorlog (op 27.9.1913) met Pauline Zwarts uit Egenhoven, een zus van Hector Zwarts (Torre Jut). Hun dochtertje Marie-Louise werd geboren op 16.2.1914. Zij woonden in de Groenstraat in Heverlee. Pauline Zwarts overleed reeds in 1920 en Joseph Meulemans hertrouwde met Melanie Emma Dupaix uit Leuven. Ook met haar had Joseph een dochter, Helen, geboren op 2.7.1923. In 1937 woonden zij in de Guido Gezellelaan te Heverlee.
Als vrijwilliger naar het leger gegaan.
Soldaat-milicien van de lichting 1913 bij het 13de Linieregiment.
Diende bij de Administratietroepen in het Militair Hospitaal van Leuven.
Op 1.8.1914 opnieuw aanwezig in het 13de Linieregiment.
Op 28.10.1914 gekwetst en afgevoerd naar het hospitaal van Chilbeshurt in Engeland.
Op 30.5.1915 vervoegt hij opnieuw het 13de Linieregiment.
Oorlogsinvalide
Vereerd met: 8 frontstrepen
Militair kruis
Oorlogskruis
IJzerkruis
Overwinningsmedaille
Herinneringsmedaille
Medaille van de IJzer (postuum)
Mommaerts Franciscus Julius Tiberius
° Korbeek-Dijle 7.1.1891 + Brest 14.1.1919 Ongehuwd
Zoon van Jozef Mommaerts (Zjef va Jan Cisses) en Mathilde Coeckelberghs.
Oudere broer van Louis Mommaerts (de Pachter va Coeckelberghs).
Milicien van de lichting 1911.
Soldaat bij het 10de Linieregiment.
Krijgsgevangen genomen in de buurt van Namen op 23.8.1914.
Door de Duitsers weggevoerd naar het Kriegsgefangenen Lager van Hameln in de provincie Hannover.
Per boot gerepatrieerd op 20.12.1918. Omdat de Spaanse griep was uitgebroken op de boot moest deze een tijd in quarantaine blijven liggen voor de haven van Brest in Frankrijk. Uiteindelijk is Jules Mommaerts overleden aan de Spaanse griep in het militair hospitaal van Brest op 14.1.1919. Hij werd aldaar begraven op het militair kerkhof. Zijn graf werd in de jaren 1980 overgebracht naar het Belgisch militair kerkhof van Sainte-Anne-d’Auray op ongeveer 150 km ten Z.-O. van Brest. Hierbij een foto van Gaston Mommaerts bij het graf van zijn oom Jules Mommaerts.
Ruelens Karel Jozef
(Sjarel va Taune, later Sjarel Buuk)
° Korbeek-Dijle 12.12.1893 + Leuven 24.2.1970
Zoon van Antonius Ruelens en Ludovica Van Weyenberg.
Werkte bij de NMBS.
Trouwde in 1920 met Maria Theresia Mommens (Merie Buuk), een dochter van den Buuk, en zo werd Sjarel va Taune: Sjarel Buuk. Zij kregen drie zonen en twee dochters. Een zesde kindje, een zoontje, stierf drie dagen na zijn geboorte.
Brigadier-milicien van de lichting 1913 bij de legerdivisie Zware Artillerie, 3de Regiment. Nog in militaire dienst op 15.9.1913.
Was 52 maanden aanwezig aan het front; geen kwetsuren; niet invalide.
Vereerd met: 8 frontstrepen
Vuurkruis
Oorlogskruis
IJzerkruis
Herinneringsmedaille
Overwinningsmedaille
Wordt vervolgd
woensdag 20 mei 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 8
Lava Achiel
(de Smed)
° Kanegem 30.12.1879 + Korbeek-Dijle 14.6.1933
Zoon van Ferdinand Lava en Julia Vandevoorde, landbouwers in Ruiselede.
Trouwde een eerste maal rond 1903 met Wivina Branson uit Neervelp die hij had leren kennen in Leuven waar hij zijn legerdienst had gedaan. Hij vestigde zich als hoefsmid in Korbeek-Dijle. Met Wivina had hij twee kinderen. Maar Wivina Branson overleed reeds in 1910. Achiel Lava hertrouwde eind 1910 met Maria Paulina Seraphina Meulemans uit Korbeek-Dijle. Met Seraphine had hij vier kinderen, drie vòòr de oorlog en één erna.
In het legerarchief is van hem geen persoonlijk dossier meer te vinden.
Maar zijn achterkleindochter Vera Meulemans heeft er toch nog vertrouwelijke informatie over hem op de kop kunnen tikken.
Op 14.6.1899 trok hij als loteling van de klas 1899 het nummer 34 en werd ingelijfd bij het 4de Regiment Artillerie.
Op 2.10.1899 trad hij in actieve dienst.
Na zijn legerdienst, waarschijnlijk bij wederoproepingen:
- op 1.10.1910 ging hij over naar het 5de Regiment Artillerie
- op 16.12.1913 ging hij over naar het Divisiedepot van de 8ste Legerdivisie
Op basis van een foto van Achiel Lava in blauw legeruniform en met eretekens besloot men in het legerarchief dat hij sergeant moet geweest zijn of zeker toch brigadier.
Als brigadier-hoefsmid kreeg hij de kwalificatie “uitstekende smid” en werd hij vermeld op het legerdagorder.
Op 18.3.1918 werd hij zwaar gewond en hij heeft de rest van de oorlog aan geen gevechten meer deelgenomen.
Vereerd met: 5 frontstrepen (waarschijnlijk voor 3,5 jaren front)
Palm voor persoonlijke verdienste
Oorlogskruis
Leeuw van verdienste
IJzerkruis
Letellier Henri
(Rie Cammoos)
° Korbeek-Dijle 18.4.1885 + Schaffen 22.8.1945
Zoon van Jozef Letellier (Jefke va Zeigels) en Christina De Van. Stiefzoon van Henricus Cammaerts (Aëngke Cammoos).
Trouwde in 1912 met Pauline Deboet uit Korbeek-Dijle. Vóór de oorlog hadden zij één dochter en na de oorlog nog een zoon en een dochter. Henri Letellier was kantonnier in Schaffen van 1909 tot aan zijn dood.
In het legerarchief is van hem geen dossier meer te vinden.
Was vrijwilliger met premie van de klas 1905.
Soldaat in het 9de Linieregiment
Wederopgeroepen voor de oorlog, werd hij ingeschakeld bij de verdediging van Namen. Hij werd er krijgsgevangen genomen en afgevoerd naar een kamp in de buurt van Hannover. Op een van de foto’s die mijn grootouders van hem kregen toegestuurd staat hij in krijgsgevangenenplunje en vermeldt de keerzijde dat hij in het “Hamelnlager” was. Hameln ligt ten zuiden van Hannover.
Op een tweede foto staat hij als voerman met een stel paarden en een Brabantse ploeg. Deze foto is gedateerd op de keerzijde (24.6.16) en vermeldt dat hij bij het “Munsterlager” was. Munster ligt even ten oosten van Soltau, halverwege tussen Hannover en Hamburg. Hij was toen tewerkgesteld op een boerderij.
Wordt vervolgd
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 7
Honnorez Clement
° Korbeek-Dijle 25.2.1884 + Amersfoort (Nederland) 3.12.1914
Zoon van Alfred Honnorez en Josephine Fagot.
Getrouwd met Antonette Rondou van Oud-Heverlee. Zij kregen samen vier kinderen, één zoon en drie dochters. Het jongste kind werd geboren in maart 1914.
Clement Honnorez had als loteling van de klas 1904 op 13.6.1904 het nummer 144 getrokken en werd ingelijfd als milicien.
Op 12.10.1904 trad hij in actieve dienst als soldaat bij het 9de Linieregiment.
Op 29.9.1906 met onbepaald verlof.
Op 23.5.1907 opnieuw onder de wapens.
Op 21.6.1907 met onbepaald verlof.
Op 1.10.1912 bij de Reserve geplaatst.
Op 1.8.1914 wederopgeroepen bij het 9de Linieregiment.
Clement Honnorez was een van de 33.146 Belgische soldaten die na de val van Antwerpen klem geraakt waren tussen het oprukkende Duitse leger en de Nederlandse grens en gevlucht waren naar het neutrale Nederland. De Belgen werden ontwapend in Nederland en ondergebracht in tentenkampen, o.a. in Harderwijk en in Zeist. Clement Honnorez was geïnterneerd in het kamp van Zeist.
De levensomstandigheden in Zeist waren zeer slecht. Ze hadden geen riolering, wat wel erg onhygiënische toestanden veroorzaakte, het eten was er ronduit slecht en in de kantine werden woekerprijzen gevraagd. Er was de kou in de niet verwarmde tenten, terwijl de Nederlandse bewakers wel over verwarmde slaapplaatsen konden beschikken.
De geïnterneerden werden in Zeist ook gedwongen – overigens tegen de internationale regels in – om te werken en het ongenoegen bij de Belgen groeide er uit tot opstandigheid. De bom barstte toen drie Belgische militairen gesnapt werden toen ze in burgerkleding het kamp hadden willen ontvluchten en door de Nederlandse bewakers opgesloten werden.
Hun kampgenoten eisten woedend hun vrijlating en plunderden de kantine toen ze hun zin niet kregen. De opstand escaleerde de volgende dagen en bereikte een hoogtepunt op 3 december 1914, toen het niet bij schelden bleef (“Kaaskoppen!”, “Schiet maar, Kwattasoldaatjes!”). Er werden stenen gegooid naar de Nederlandse bewakers, die inmiddels met geweren klaar stonden en dreigden te schieten.
De bevelvoerende luitenant gaf opdracht om met scherp te schieten op de opstandelingen. Achttien gewonden en acht doden, onder wie Clement Honnorez, vielen er bij de Belgen. Hun makkers vluchtten in paniek weg en een ijzige stilte daalde neer over het kamp. De gewonden werden overgebracht naar het ziekenhuis in Amersfoort, de acht doden begraven op het katholieke kerkhof van het vlakbij Zeist gelegen Soesterberg. Achteraf werden zes van hen, onder wie Clement Honnorez, herbegraven op het Belgisch Militair Ereveld op het kerkhof van Harderwijk, waar ze nog altijd rusten. Een foto van het graf van Clement Honnorez werd mij bezorgd door het gemeentebestuur van Harderwijk.
woensdag 6 mei 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 6
Gauthier Karel
(Sjakke Kaësj)
° Neerijse 23.3.1890 + Neerijse 2.4.1985
Zoon van Ludovicus Gauthier en Ludwina Winnepenninckx
Trouwde in 1929 met Marie Verstraeten uit Korbeek-Dijle, een dochter van Jan Baptist Verstraeten en Maria Ludwina Vandermueren. Zij vestigden zich als landbouwers in Korbeek-Dijle. Zij kregen er in 1931 een dochter, Maria Gauthier, die echter jong overleed in 1958.
Soldaat-milicien van de lichting 1910
Bij het 10de Linieregiment ingelijfd op 22.6.1910
Vanaf 3.10.1910 in het depot, met een kort verblijf (van 5 tot 7 10.1910) in het hospitaal van Leuven.
Met onbepaald verlof op 14.3.1912
Wederoproeping van 3.6.1912 tot 12.6.1912
Nieuwe residentie Bossut-Gottechain, district Leuven, kanton Grez-Doiceau op 19.5.1913
Wederoproeping van 21.8.1913 tot 5.9.1913
Wederoproeping van 4.5.1914 tot 14.5.1914
Bij de oorlogsdreiging terug onder de wapens op 30.7.1914, bij het 30ste Linieregiment
Van 4.8.1914 tot 24.8.1914 aan het front bij Namen
Op 24.8.1914 krijgsgevangen genomen te Bioul, tussen Namen en Dinant, samen met Leon De Greef en Gustaaf Bruffaerts
Krijgsgevangen van 25.8.1914 tot 11.11.1918
Vereerd met: Oorlogskruis
Herinneringsmedaille
Overwinningsmedaille
Geens Joseph Pierre Alphonse
° Leuven 11.1.1886
Zoon van Victor Louis Geens, werkman-meubelmaker, en Marie Thérèse Vermeulen. Zij woonden in Leuven, in de “rue des Cordes”, de Zeelstraat, nr 16.
Getrouwd met Ursula Lauwens (Ursula Poezze) van Korbeek-Dijle. Zij hadden een dochtertje, Maria Geens, geboren te Leuven op 23.8.1907 (en waarschijnlijk als kind overleden), en een zoontje, Maurits Geens, geboren te Korbeek-Dijle op 18.6.1913, maar er reeds overleden op 24.7.1913. Jozef Geens en Ursula Lauwens hebben in Ukkel gewoond en daarna in Korbeek-Dijle, eerst op Veeweide nr.1 en daarna op Kerkstraat nr.7
Hij was handwerker in de statie.
Na de oorlog zijn Jozef en Ursula gescheiden.
Hij woonde dan bij een oom van Ursula, bij Louis De Van (Lewie de Priezer) in de Putstraat.
In 1921 verhuisde hij naar Schaarbeek.
In 1936 was hij dakenreiniger.
Soldaat-milicien bij het 1ste Linieregiment
Op 1.8.1914 terug onder de wapens bij het 21ste Linieregiment
Op 15.10.1914 verwijderd uit de gevechtstroepen
Op 26.10.1914 voorgesteld voor afkeuring en verlof zonder soldij
Op 29.11.1916 binnengegaan in hospitaal St.Emile in Calais
Op 1.12.1916 met verlof zonder soldij tot het einde der vijandelijkheden
Op 31.1.1919 met verlof zonder soldij
Op 19.8.1919 met onbepaald verlof
Op 8.10.1923 kent de directeur van het militair hospitaal hem 15 % werkonbekwaamheid toe en verklaart hem ongeschikt voor de dienst.
Op 7.3.1924 ongeschikt verklaard voor de dienst omwille van epilepsie, en bronchitis waarvan de oorsprong moet liggen bij zijn gestel en die vastgesteld werd buiten de wettelijke termijn. Bijgevolg krijgt hij geen invaliditeitspensioen.
Haesendonck Felix
(Fei Toik)
° Korbeek-Dijle 7.4.1889 + Bertem 29.12.1977
Zoon van Hippolyte Haesendonck (den Toik) en Brigitte Vleminckx
Trouwde in 1913 met Justine Fagot (een dochter van Reike Mandus). Bij hun huwelijk wettigden zij een voorkind (een dochtertje) van Justine en in maart 1914 werd hun nog een zoontje geboren. In 1922 zijn zij wettelijk gescheiden. Felix is niet hertrouwd.
Werkte bij de N.M.B.S.
Behoorde bij de 4de Legerdivisie 13de Linieregiment
Wederopgeroepen bij het 13de Linieregiment op 1.8.1914
Gekwetst aan de IJzer op 19.10.1914 en afgevoerd naar Engeland via het hospitaal van Calais, waar hij verbleef van 19 tot 26.10.1914
Afgekeurd voor de gevechtstroepen op 17.2.1915; geschikt voor garnizoensdienst
Op 19.8.1918 opnieuw aan het front
30% bestendige invaliditeit (verlies van bestanddelen van gehemelte en zacht gehemelte)
Vereerd met 2 frontstrepen
Oorlogskruis met palm
Honnorez Albert
° Korbeek-Dijle 18.11.1887 + Hoeilaart 9.10.1955
Zoon van Alfred Honnorez en Josephine Fagot. Broer van Clement (de in Nederland omgekomen oud-strijder) en Edmond (de grootvader van Nicole).
Trouwde in 1919 met de 42-jarige Nathalie Marie Léontine Depré uit IJzer-Overijse.
Was burgemeester van Hoeilaart van 1927 tot en met 1939. Deed zoals zijn grootvader, Remi Prosper Honnorez: hij voegde bij zijn handtekening de naam van zijn vrouw toe aan de zijne: A. Honnorez-Depré.
Albert Honnorez was liberaal en vrijmetselaar.
Hij werd waarschijnlijk bijgezet in de grafkelder van de familie Honnorez in Korbeek-Dijle.
Heeft zich op 4.8.1914 opgegeven als oorlogsvrijwilliger.
Soldaat bij het 6de Linieregiment en 7de Regiment Artillerie (Bommenlancering). Ook korte tijd bij 1ste en 13de Regiment Artillerie.
Hij heeft de oorlogstijd vooral doorgebracht in verschillende hospitalen (als verpleegde) en in instructiecentra van de artillerie. Hij heeft ook een lange periode – van 5.3.1915 tot 1.8.1916 – verlof zonder soldij gehad.
Op 10.7.1919 met onbepaald verlof.
Vereerd met: 3 frontstrepen
Overwinningsmedaille
Herinneringsmedaille
IJzermedaille
Medaille van oorlogsvrijwilliger
Wordt vervolgd
woensdag 29 april 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 5
De Greef Leon
(Leon va Victoor)
° Korbeek-Dijle 2.4.1890 + Leuven 24.4.1962
Zoon van Victor De Greef (Victoor van de Moeppe) en Maria Theresia Vandermueren
Trouwde met Marie Winnepenninckx. Zij kregen één dochter.
Was hulpsmid bij de NMBS in de stelplaats Leuven.
Soldaat-milicien van de lichting 1910 bij het 10de Linieregiment
Wederopgeroepen op 29.7.1914 bij het 30ste Linieregiment
Krijgsgevangen genomen op 24.8.1914 te Bioul, tussen Namen en Dinant, samen met Gustaaf Bruffaerts en Karel Gauthier.
Gevangenschap in Duitsland tot 2.1.1919
Vereerd met: 1 frontstreep
Oorlogskruis
Herinneringsmedaille
Overwinningsmedaille
Strijderskaart
De Greef Louis
(Lewie den Titte)
° Korbeek-Dijle 26.2.1881 + Korbeek-Dijle 11.9.1970
Zoon van Jacobus Baptist De Greef en Maria Theresia De Kelver.
Trouwde in 1913 met Maria Ludovica Sterckx uit Korbeek-Dijle. Zij kregen één kindje, Wiske, nog vóór de oorlog, en René en Bertha na de oorlog.
Tijdens de oorlog werd moeder Marie op haar boerderij geholpen door haar broer Alfons (Fons va Jan Voenk), die in 1925 zou trouwen met Catharina Bruggemans (Trinet va Merie Spek), een zus van Fille Spek.
Soldaat bij het 25ste Regiment Plaats Batterij Fort van Wilrijk
Bij de val van Antwerpen moest hij vluchten naar Nederland. Hij verklaarde hierover:
Den 4de Augustus 1914 binnengeroepen in den dépot van St.Anneken (Antwerpen); vandaar zijn we gestuurd naar het Fort van Wilrijk waar we van den 8 tot 10de Oktober geschoten hebben op de Duitschers; dan op orders van onzen Luitenant hebben wij moeten de vlucht nemen omsingeld van den vijand om ons in de Klinge* over te geven (aan de Nederlandse grenswacht) daar wij verder niet meer weg geraakten, op 10 Oktober 1914.
*De Klinge is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Sint-Gillis-Waas. Het dorp grenst aan het Nederlandse Clinge in Zeeuws-Vlaanderen.
Louis De Greef werd met zijn eenheid door de Nederlanders ontwapend en geïnterneerd in het kamp van Kampen aan de benedenloop van de rivier de IJssel in de provincie Overijssel.
Na zijn repatriëring na de oorlog werd hij gedemobiliseerd op 1.2.1919.
De Greef Raymond
° Huldenberg 28.11.1893 + Londerzeel 9.8.1977
Zoon van Aloysius (Lewie) De Greef (een broer van den Ingel) en Elvire De Grauwe. In de periode 1911-1919 woonden zij in het huis waar nu Gilbert Vandezande en Clemence Vander Hulst wonen. Gilbert heeft eind de jaren 1950 in zijn tuin nog een fles gevonden met oorlogsbrieven van Raymond aan zijn ouders. Deze laatsten hebben ze ongetwijfeld willen verstoppen voor de Duitsers want de brieven waren gesmokkeld van het IJzerfront via Nederland naar Korbeek-Dijle. De vader van Gilbert, Jules Vandezande, heeft de brieven terugbezorgd aan zijn goede vriend Raymond. Jules en Raymond waren beiden zanger geweest in de Sint-Stevensgilde.
Raymond trouwde met Maria De Keersmaecker. Zij kregen één zoon en drie dochters
1ste sergeant bij de 2de Legerdivisie 6de Linieregiment
Gehospitaliseerd van 15.10.1918 tot 22.12.1918
Met onbepaald verlof op 15.8.1919
Vereerd met 8 frontstrepen
Medaille van de IJzer
De Keyzer Frans
(de Kaëzer)
° Leefdaal 27.4.1883 + Korbeek-Dijle 8.1.1966
Zoon van Carolus De Keyzer en Paulina Mommens.
Trouwde in 1910 een eerste maal met Maria Ludovica Vanderseypen. Met haar had hij één dochter. Maar Maria Ludovica overleed reeds begin 1913. Het dochtertje werd opgevangen door haar grootouders in Leefdaal.
Twee broers van Frans De Keyzer, Emiel (°1894) en August (°1896), hebben zijn boerderij in Korbeek-Dijle tijdens de oorlog draaiende gehouden. Zo hebben zij allebei in Korbeek-Dijle een vrouw gevonden. Emiel trouwde met Amelie Deboet, een dochter van Pië Deboet. En August trouwde met Clementine Vrijdags, een dochter van Woikes.
Na de oorlog, in 1920, hertrouwde Frans De Keyzer met Mathilde Clementine Deridder uit Oud-Heverlee. Met haar kreeg hij nog een dochter en een zoon. De zoon, Maurice, overleed in 1943 op 20-jarige leeftijd door oorlogsomstandigheden. De dochter, Marie, trouwde met veldwachter René Bruggemans.
Milicien van de lichting 1903
Soldaat 2de klas bij het 1ste Linieregiment
Op 12.10.1903 in actieve dienst
Op 1.7.1904 soldaat 1ste klas
Op 30.9.1905 met onbepaald verlof
Op 19.6.1907 wederopgeroepen
Op 17.7.1907 met onbepaald verlof
Op 1.8.1914 opgeroepen voor de oorlog
In april 1915 overgegaan naar de 63ste Compagnie Genie-arbeiders
Op 15.8.1915 overgegaan naar de Hulptroepen van de Genie
Op 1.4.1919 gedemobiliseerd
Vereerd met 7 frontstrepen
IJzermedaille*
Oorlogskruis met palm (ontvangen op 14.1.1922; K.B. van 17.11.1924)
* werd verleend bij deelname aan de gevechten aan de IJzer van 17 tot 31 oktober 1914
Wordt vervolgd
woensdag 22 april 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 4
Creffier Jan Baptist
(Jan van Del)
° Korbeek-Dijle 12.1.1880 + Korbeek-Dijle 20.8.1922
Zoon van Petrus Josephus Creffier en Adelia (Del) Magdalena Van de Zande.
Trouwde onmiddellijk na de oorlog, in maart 1919, met Joanna Catharina Vandebeeck (Trien den Ruis) uit Bertem. Jan en Trien hadden voor de oorlog reeds een kind en zij kregen na de oorlog in Korbeek-Dijle, op de Veeweide, nog twee kinderen.
Als verloofde van Jan kreeg Trien in juni 1917 en december 1918 een behoorlijke financiële steun van de overheid.
Onder de wapens op 1.8.1914.
Jan Creffier was soldaat bij het Regiment Artillerie Vestingen 11de Batterij 2de Kompanie Cappellen.
Bij de verdediging van Antwerpen ingesloten door de Duitsers en gevlucht naar Nederland.
Geïnterneerd in Nederland van 10.10.1914 tot 20.12.1918.
Gedemobiliseerd op 1.2.1919.
Jan stierf veel te jong op 42-jarige leeftijd. Zijn doodsprentje vermeldt: “Hij streed voor zijn land en stierf als slachtoffer van den oorlog.”
Creffier Joannes Joseph
(Jef van Del)
° Korbeek-Dijle 15.12.1886 + Leuven 1.12.1960
Zoon van Petrus Josephus Creffier en Adelia (Del) Magdalena Van de Zande.
Trouwde in 1909 met de Korbeekse Justina Maria Clara Vandezande (een dochter van Rikske). Zij kregen zes kinderen: vijf vóór de oorlog, allen geboren in Korbeek-Dijle – de jongste in november 1914 – en één geboren in Bertem lang na de oorlog, in 1931.
Was vrijwilliger met premie van de klas 1907.
Soldaat bij het 5de Linieregiment 2de Bataljon. 4de Compagnie
Van 1 augustus 1914 tot 30 juli 1916: 25ste Linieregiment
Jef Creffier vocht te Rotselaar en bij de verdediging van Antwerpen
Van 31 juli 1916 tot 2 april 1919: K.T.F.Télégraphe
52 maanden aanwezigheid aan het front
Op 2.4.1919 met onbepaald verlof
90% invaliditeit
Twee strijdmakkers, Jaak Stroobants uit Herent en Vital Crabbé uit Bertem, getuigen dat Joseph Creffier heeft deelgenomen aan de IJzerslag
Vereerd met 8 frontstrepen
Oorlogskruis met Palm
IJzerkruis
Overwinningsmedaille
Herinneringsmedaille 1914-1918
Vuurkruis
Medaille van Ridder in de Orde van Leopold II
Creffier Louis
(de Wietre van Del)
° Korbeek-Dijle 10.8.1884 + Leuven 28.5.1960
Zoon van Petrus Josephus Creffier en Adelia (Del) Magdalena Van de Zande.
Trouwde in 1910 met Anastasie (Sie) Vandervorst van Heverlee-Dries. Louis en Sie kregen drie kinderen voor de oorlog en nog één na de oorlog.
Louis werkte als hulpelektricien bij de RTT.
Was vrijwilliger met premie van de klas 1905.
Op 14.9.1905 soldaat 2de klas bij het 3de Linieregiment Kompanie Arbeiders.
Op 14.9.1907 met onbepaald verlof.
Op 31.8.1909 opnieuw onder de wapens.
Op 29.9.1909 met onbepaald verlof.
Op 1.8.1914 gemobiliseerd.
In april 1915 overgegaan naar de Telegrafisten T.T.A.
Op 14.2.1919 met onbepaald verlof.
Vereerd met: 8 frontstrepen
Oorlogskruis met palm
De Greef Joseph
(Jef van den Ingel)
° Korbeek-Dijle 12.4.1893 + Leuven 3.8.1965
Zoon van Engelbert De Greef (den Ingel) en Maria Theresia Vermeulen
Had vijf broers en vijf zussen. Twee broers zijn jong gestorven.
Joseph De Greef trouwde in 1926 met Julia Lambert uit Leuven. Zij kregen een zoon en een dochter.
Op 20.7.1919 werd hij door de gemeenteraad als tijdelijke gemeentesecretaris van Korbeek-Dijle aangesteld, en op 10.8.1919 door dezelfde raad tot secretaris benoemd.
Brigadier-milicien van de lichting 1913 bij de legerdivisie Cavalerie, 1ste Regiment Gidsen
52 maanden aanwezigheid aan het front
Gewond op 18.10.1918 en geëvacueerd naar het hospitaal van Calais
Gedemobiliseerd op 30.9.1919
Vereerd met 8 frontstrepen
Oorlogskruis met palmen
IJzerkruis
Vuurkruis
2 vermeldingen
Verwondingsstrepen
Medaille van Ridder in de Kroonorde met zwaarden (K.B. van 8.4.1951)
Wordt vervolgd
woensdag 15 april 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 3
Bruffaerts Pierre Gustave
(Nolle van den Boer)
° Korbeek-Dijle 20.8.1890 + Leuven 19.6.1934
Zoon van Joannes Franciscus Bruffaerts (den Boer) en Maria Amelia Lefever
Trouwde met Berthina Lauwens. Zij hadden één dochter, Maria Bruffaerts.
Soldaat bij het 10de Linieregiment (tijdens de oorlog: 30ste Linieregiment)
Op 24.8.1914 krijgsgevangen genomen te Bioul, tussen Namen en Dinant, samen met Leon De Greef en Karel Gauthier.
”Na te Eghezé met mijn compagnie met de Duitsers gevochten te hebben, alwaar wij verscheidene gewonden hadden, moesten wij ons terugtrekken voor de overmacht van de vijand rond Namen; gedurende deze terugtocht hadden wij gedurende drie dagen trapsgewijze te vechten met de vijand; te Béhoul werden wij omsingeld door een grote overmacht van het Duits leger; na uiterste poging van verdedigingen en afgesneden van alle terugtocht, moesten wij ons overgeven op maandag 24.8.1914 rond 12 u.”
Gedemobiliseerd op 10.9.1919.
Hij overleed na een lange ziekte waarvan hij beweerde, volgens zijn vrouw Berthine, ze opgedaan te hebben tijdens zijn krijgsgevangenschap in Duitsland. Maar pogingen tot het bekomen van een invaliditeitspensioen waren mislukt.
Postuum werd hem 1 frontstreep toegekend op 20.11.1934.
Buekenhout Arthur
(Tuëre va Reike)
° Korbeek-Dijle 7.12.1893
Zoon van Désiré Buekenhout (Reike Kamiel) en Elisabeth Crabbé
Oudere broer van Georges en Germaine Buekenhout
Trouwde met Maria Carolina Loos en vestigde zich in Eppegem
Was douanebeambte.
Onder de wapens geroepen op 15.9.1913 bij het 10de Linieregiment
Was Clairon (Trompetter)
Werd gekwetst te Boninne op 23.8.1914 en gevangen genomen te Bioul
In hospitaal van Namen van 24 tot 29.8.1914
Naar kamp van Soltau gevoerd op 29.8.1914 en nog zes weken verpleegd in het hospitaal van Soltau (in het N. van Duitsland, ten oosten van Bremen, in Niedersachsen)
Terug in België op 20.1.1919
Met onbepaald verlof op 23.8.1919
Vereerd met 1 frontstreep
Kruis van Ridder in de Orde van Leopold II met zwaard
Coeckelberghs Camille
(Kamiel va Fille)
° Korbeek-Dijle 13.3.1892 + Korbeek-Dijle 6.1.1971
Zoon van Theophile Coeckelberghs (Fille van de Daël) en Joanna Maria Van Geel
Trouwde in 1922 met Philomène Van Eylen uit Wilsele. Zij kregen één dochter en twee zonen.
Soldaat-milicien van de lichting 1912, vóór de oorlog bij het 10de Linieregiment, tijdens de oorlog bij het 30ste Linieregiment, telkens 1ste Bataljon 4de Compagnie
Aanwezigheid in het korps:
- van 1.10.1912 tot 30.12.1913
- 14 dagen kamp in 1914, vóór de oorlog
- van 30.7.1914 tot 14.8.1919
Anciënniteitsstreep toegekend op 1.5.1917 na een zeer gunstige beoordeling van zijn hiërarchische oversten: gedrag en wijze van dienen zeer goed.
Creffier Joannes Franciscus
(Frans van Del)
° Korbeek-Dijle 10.2.1882
Zoon van Petrus Josephus Creffier en Adelia (Del) Magdalena Van de Zande.
Trouwde in 1906 met Maria Ludovica Rosalia Crabbé uit Leefdaal. Zij hadden een zoon en twee dochters, waarvan de jongste geboren werd op 10.8.1914, juist na het uitbreken van de oorlog. Zij woonden in Sint-Verone, dicht bij de kapel, maar op 18.1.1926 weken zij uit naar Frankrijk, naar de gemeente La Romieu in het departement Gers (regio Midi-Pyrénées) om er als landbouwers de hoeve Caoulet te gaan uitbaten.
Wikipedia vertelt mij: La Romieu telt 539 inwoners (in 2007) en heeft een oppervlakte van 27,8 km2 (6,75 maal groter dan Korbeek-Dijle). Het is een belangrijke halte op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella.
Soldaat van de lichting 1902 bij de Genietroepen
In het begin van de oorlog bij het 12de Linieregiment; op het einde van de oorlog bij het Vervoerkorps
Gedemobiliseerd op 1.2.1919.
Had geen recht op de Vuurkaart omdat hij geen 9 maanden (maar slechts 7) deelgenomen had aan de krijgsverrichtingen tijdens de bewegingsoorlog (begin en einde van de oorlog, met ertussen de stellingenoorlog aan de IJzer). De Vuurkaart gaf recht op een verhoging van de frontstreeprenten.
Alle oud-strijders kregen na de oorlog 75 fr per maand aanwezigheid aan het front en 50 fr per maand achter het front, in gevangenschap in Duitsland of geïnterneerd in Nederland.
Vereerd met 8 frontstrepen.
Wordt vervolgd
woensdag 8 april 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 2
Hieronder vertel ik wat meer bijzonderheden over de verschillende oud-strijders. Ik heb er nog zeven bijgevoegd: vijf geboren in Korbeek-Dijle maar reeds uitgeweken vóór de oorlog of vlak erna: Frans Creffier, Joseph Creffier, Albert Honnorez, Henri Letellier en Jozef Meulemans, één geboren in Neerijse maar na zijn huwelijk in Korbeek-Dijle komen wonen, Karel Gauthier, en één geboren in Oud-Heverlee, maar na zijn huwelijk komen wonen in Korbeek-Dijle, August Vandezande.
Ik heb ze eerst ingedeeld in drie groepen:
- Deze die de oorlog hebben meegemaakt aan de IJzer
- Deze die de oorlog in krijgsgevangenschap hebben doorgebracht in Duitsland
- Deze die geïnterneerd zijn geweest in Nederland
1.Aan de IJzer: Camille Coeckelberghs
Frans Creffier
Joseph Creffier
Louis Creffier
Joseph De Greef
Raymond De Greef
Frans De Keyzer
Joseph Geens (afgekeurd)
Felix Haesendonck
Albert Honnorez
Achiel Lava
Joseph Meulemans
Karel Ruelens
Theofiel Vanden Eynde
Guillaume Vandenplas
August Vandezande
Herman Van Geel
2. In Duitsland: Louis Berthels
Gustaaf Bruffaerts
Arthur Buekenhout
Leon De Greef
Karel Gauthier
Henri Letellier
Jules Mommaerts (overleden na de wapenstilstand aan de Spaanse griep)
Leopold F. Vandermueren
Leon Van Geel
Victor Verstraeten
Constant Vranckx
Jozef Vranckx
Prosper Vranckx
Guillaume Vrijdags
3. In Nederland: Jan Creffier
Louis De Greef
Clement Honnorez (neergeschoten in december 1914 in interneringskamp)
Individuele verhalen (in alfabetische volgorde)
Berthels Louis
(Lewie de Scheper)
° Korbeek-Dijle 13.7.1877 + Korbeek-Dijle 16.2.1946
Zoon van Antoon Berthels en Coleta Van Effe. Broer van Marie Berthels (x Jozef Van Geel), Emiel Berthels (Mille Bettel) en Constant Berthels (de Stanje).
Trouwde in 1902 met Anna Maria Rongé uit Korbeek-Dijle. Zij kregen zeven kinderen waarvan er drie als baby overleden. Als 37-jarige huisvader moest Louis Berthels vertrekken naar de oorlog. Hij liet zijn vrouw achter met vier kinderen van respectievelijk 9, 6, 4 en 2 jaar oud.
Soldaat in het 13de Linieregiment (Vestingen) 1ste Bataljon 5de Kompanie
Wederopgeroepen op 4.8.1914
Krijgsgevangen genomen te Bioul (tussen Namen en Dinant) op 24.8.1914
Weggevoerd naar Soltau (in het N. van Duitsland, ten oosten van Bremen, in Niedersachsen)
Gerepatrieerd op 4.1.1919
Gedemobiliseerd op 1.2.1919
Vereerd met: 1 frontstreep
Overwinningsmedaille
Herinneringsmedaille van de Oorlog 1914-1918
Kunstdiploma
Over zijn gevangenneming legde Louis op 12.2.1935 volgende verklaring af:
Wij hebben bezijden het fort van Malonne den pas gehouden tot 23/8/1914; hebben de Duitschers den doortocht versperd en er dapper gestreden; voor de overmacht vijanden moesten wij wijken en werden omsingelt en gevangen genomen met de overschot van het Bataljon op 24/8/1914 te Bioul in den nanoen, zulks volgens op bevel onzer oversten die alle verdere bloedvergieten onnodig achte.
Constant Vranckx die in dezelfde compagnie was bij haar overgave verklaart:
Ik ondergetekende verklaar dat na in Malonne gestreden te hebben den 23sten augustus 1914 achteruit zijn gegaan met mijne compagnie, en hebben gemarscheerd tot ’s anderendaags den 24 tot rond drie uren en hebben ons dan in de handen van den vijand moeten overleveren.
woensdag 1 april 2015
Korbeekse Oud-Strijders van Wereldoorlog I – Deel 1
Drie materiële getuigen van officieel eerbetoon aan de oud-strijders 14-18 van Korbeek-Dijle zijn nog aanwezig in de publieke ruimte van Korbeek-Dijle:
-een beeld “Moeder van Smarten” in de kerk, dat geldt voor alle omgekomen oud-strijders 14-18, met eronder de tekst:
AAN ONZE HELDEN
1914-1918
Niemand heeft
grootere liefde
dan degene die
zijn leven geeft
voor zijne vrienden
JO.XV.13
-een gedenkplaat in de kerk als herinnering aan de achtergebleven oud-strijders Clement Honnorez en Jules Mommaerts
-een verzamelplaat van pasfoto’s in het Ontmoetingscentrum Ter Dijle van 27 oud-strijders die vanuit Korbeek-Dijle vertrokken naar de oorlog; deze plaat hing vóór de fusie in het gemeentehuis.
De grootste foto in het midden is van 1ste sergeant Raymond De Greef, de middelgrote foto erboven van brigadier (sergeant?) Achiel Lava en de middelgrote foto eronder van brigadier Jozef De Greef. Maar ook Herman Van Geel was sergeant (kleine foto links van Raymond De Greef) en Karel Ruelens was brigadier (kleine foto rechts van Raymond De Greef.
Nog eens alle foto’s van links naar rechts:
1ste rij: Ferdinand Vandermueren
Jozef Vranckx
Jozef Geens
Clement Honnorez
Jules Mommaerts
Guillaume Vrijdags
2de rij: Prosper Vranckx
Jan Baptist Creffier
Achiel Lava
Victor Verstraeten
Constant Vranckx
3de rij: Leon De Greef
Herman Van Geel
Raymond De Greef
Karel Ruelens
Theofiel Vanden Eynde
4de rij: Leon Van Geel
Kamiel Coeckelberghs
Jozef De Greef
Louis Berthels
Guillaume Vandenplas
5de rij: Gustaaf Bruffaerts
Frans De Keyzer
Felix Haesendonck
Louis Creffier
Louis De Greef
Arthur Buekenhout
Wordt vervolgd
dinsdag 1 december 2009
Oud-Strijders Van Korbeek-Dijle
Rachel Dottermans bezorgde mij bijgaande foto. Hij werd genomen ergens tussen de jaren 1966 en 1970. Naast Oud-strijders (of hun echtgenote) staat er ook het toenmalige gemeentebestuur op.
Steeds van links naar rechts:
Bovenste rij:
-raadslid Maurits Fagot (1925-1995)
-schepen Constant Berthels (1908-1994)
-burgemeester Louis Vandermueren (1930-2009)
-oud-strijder 40-45 Jules Vanderlinden (1911-1997)
-O.S. 40-45 Jules Vermeulen (1911-2002)
-O.S. 40-45 Frans Bruggemans (1903-1977)
-O.S. 40-45 François Van Neck (1908-1983)
-raadslid en O.S. 40-45 Jan Baptist Letellier (1920-1996)
-raadslid Marcel Devijver (1910-1985)
-schepen Gustaaf Haine ontbreekt op de foto
Middenste rij:
-O.S. 40-45 Kamiel Bruggemans (1914-1996)
-raadslid Louis Crabbé (1903-1994)
-O.S. 40-45 Frans De Greef (1901-1982)
-O.S. 40-45 Albert Vanderlinden (1919-2001)
-O.S. 40-45 Kamiel Van Geel (1907-1989)
-O.S. 40-45 Frans D’Hont (1901-1971)
-O.S. 40-45 en vaandrig Constant Vanderstappen (1907-2001)
-O.S. 40-45 Willem Vanderstappen (1910-1980)
-O.S. 40-45 Alfons Carels (1909-1989)
-O.S. 40-45 Prosper Poeckens (1902-1990)
Zittend:
-O.S. 14-18 Karel Ruelens (1893-1970)
-O.S. 14-18 Karel Gauthier (1890-1985)
-O.S. 14-18 Kamiel Coeckelberghs (1892-1971)
-Celine Vanderwegen (1894-1982), weduwe van O.S. 14-18 Theofiel Vanden Eynde (1891-1966)
-Aline Van Geel (1897-1981), weduwe van O.S. 14-18 Ferdinand Vandermueren (1892-1961).
Ik wil nog een kleine anekdote vertellen. Rarebekkentrekker en fantast Constant Vanderstappen (Stakke Schoen) pakte, na de oorlog, graag uit met zijn ‘heldendaden’ tijdens de oorlog. Bij ons thuis (op Ormendaal) rond de Leuvense stoof vertelde hij in geuren en kleuren volgend verhaal: In 1940 was hij krijgsgevangen genomen door de Duitsers, naar Duitsland gevoerd en daar tewerkgesteld op een boerderij. Op een zekere dag was hij aan ’t ploegen met een koppel paarden. Een Duitse soldaat kwam hem controleren op het veld. Die controle beviel Stakke niet. Hij kreeg ruzie met de Duitser. Op de duur raakten zij slaags. Stakke haakte bliksemsnel een ‘onschaa’* af, sloeg daarmee de Duitser neer, wierp hem in de ploegvoor en ploegde hem onder. Voilà, opgeruimd staat netjes! Het was toen bij ons een beetje de zoete inval want Stakke was amper klaar met zijn verhaal of Julie Vandezande (Deulleke) kwam binnen. Op een verbaasde toon riep zij uit: “Wa ne pestoeër es ie na oont preike?” Over pastoors en preken wist Deulleke alles. Zij was getrouwd met Pestoeër van den Dars. Op de uithoek Ormendaal woonden toen een heleboel sympathieke mensen die misschien wat raar overkwamen. In het Dorp stond men een beetje wantrouwig tegenover alles wat van den Dries kwam (Ormendaal is een stuk van den Dries). Als er nieuws verteld werd dat afkomstig was van iemand van Ormendaal, zei men: “Ge moet eut ni voets vertelle-n-è, want het komt van den Dries.”
* Voor ‘onschaa’ zie mijn boek ‘Een Geschiedenis van Korbeek-Dijle’ blz.289.
Cyriel Letellier