Posts tonen met het label Don Bosco. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Don Bosco. Alle posts tonen

woensdag 12 november 2014

Menselijk verhaal

(Gelezen In Tertio Van 29 Oktober 2014)

Salesiaan Piet Stienaers, directeur van Don Bosco Oud-Heverlee, bundelde veertig bezinningen op Bijbelteksten in een boek waarvan de titel als een zucht van dank en verlichting klinkt:

Godzijdank, een menselijk verhaal.

Woord en beeld gaan samen in dit boek, dat evengoed een visueel als een literair werkstuk is. Roel Verleyen tekende voor de foto’s bij de teksten.

Het boek kan besteld worden via www.tertio.be. Het telt 175 blz en kost 18 €.

woensdag 31 maart 2010

Een ware leider

Wanneer in de tijd van de bijbel een nieuwe koning wilde tonen dat hij een krijgshaftig koninkrijk wilde vestigen, zadelde hij een paard, en reed de ronde van de stad. Wanneer hij een vredelievend rijk wilde stichten, liet hij dat blijken door die tocht op een ezel aan te vatten. De zeloten en verzetsstrijders in Jeruzalem verwachtten reeds lang een teken.. Ze hielden nauwgezet in de gaten wanneer de Meester triomfantelijk Jeruzalem zou binnentreden: welke keuze zou Hij maken? Zou Hij de man worden, die met zijn charisma het volk op sleeptouw zou nemen voor een revolutie die de Romeinse bezetter zou verjagen? Meer dan anderen lette Judas, de huurmoordenaar, op een signaal. Groot was zijn ontgoocheling toen de Meester zich aanbood, gezeten ‘op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin’. Jezus zou dus geen revolutionaire leider worden, maar een vredelievende Messias, die nooit een wapen ter hand zou nemen. Het lot was geworpen, de sanctie zou nu spoedig volgen. Die dag zelf tekende Jezus zijn doodvonnis.
(Uit ‘Op Weg naar Pasen’ Jaar C [2010] van Robert Riber in samenwerking met Don Bosco Centrale VZW)

dinsdag 23 maart 2010

De Waarheid

De Waarbeid, met een hoofdletter, is voor sommigen het lokaas dat leidt naar alle vormen van fanatisme. Slechts dat zijn waarheden die als paden ons zo goed en zo kwaad als mogelijk leiden naar een verrassende werkelijkheid. De waarheid, die Jezus ons voorstelt, wordt bewoond door een inwendig licht, dat als een zon de meest duistere fasen van onze geschiedenis komt verlichten, met name die tijden - dat moeten we toegeven - die ons soms het meest beangstigen. En toch, het is deze waarheid, en zij alleen, die ons laat groeien door voor onze ogen een veld van vrijheid open te gooien die wij nooit wisten te veroveren, maar wel nog steeds te veroveren valt: met de macht van een vuist in de zachte kracht van een hart.
(Uit ‘Op Weg naar Pasen’ Jaar C [2010] van Robert Riber in samenwerking met Don Bosco Centrale VZW)

dinsdag 16 maart 2010

De tederheid van God

We kennen allen ogenblikken in ons bestaan, waarop angst ons de keel toesnoert. Het hart krimpt ineen, de mond wordt droog, we dwalen rond als een spook. Te midden van onze ellende kan ons iemand een woord toespreken dat meer dan hoopgevend klinkt. Spraakkunst en woordenschat weten dit niet te weven; wel drukt het volmaakte nabijheid uit: ‘Ik ben hier voor u!’ Niet met overdonderende almacht, maar in een tederheid vol zekerheid. Geen mirakels, geen overbodige woordkramerij, maar een nabije aanwezigheid die ons laat aanvoelen: waarom was je bang? God is geen schuiloord, geen toevlucht, en nog minder de opvulling van ons tekort, maar Hij is wel de Medelijdende met ons, wanneer wij pijn lijden.
(Uit ‘Op Weg naar Pasen’ Jaar C [2010] van Robert Riber in samenwerking met Don Bosco Centrale VZW)

dinsdag 9 maart 2010

De Wet

Het is waar dat de verleiding sterk is, om met de wet te schipperen. Zeker als hij ons helemaal niet goed uitkomt. En wat meer is, ook wanneer degene die ermee belast is de wet toe te passen, dit doet ten koste van de andere en zijn menselijke waardigheid. Nochtans roept Jezus ons op aandachtig te zijn, niet enkel ten aanzien van de grote wetten, die de samenleving ordenen, maar eveneens ten opzichte van deze die het dagelijks leven ordenen. Maar door de wet te veelvuldig te willen toepassen, en dan ook enkel de wet, loopt men kans hem in zijn wezen uit te hollen. Dan rechtvaardigt helemaal niets meer zijn voortbestaan: het wordt een gokspel, en sommigen nemen het daarbij niet te nauw. De overdrijving doodt de wet. Jezus gaat zelfs nog veel verder, wanneer Hij ons zegt: ‘Niet de mens is gemaakt voor de wet, maar de wet voor de mens!’ Horen moge wie horen kan!
(Uit ‘Op Weg naar Pasen’ Jaar C [2010] van Robert Riber in samenwerking met Don Bosco Centrale VZW)

dinsdag 2 maart 2010

Die moeders toch!

Natuurlijk is hun eigen kind het mooiste en het slimste van alle kinderen ter wereld. Welke moeder droomt zich voor haar kind niet een toekomst vol beloften en heerlijkheden? Natuurlijk vraagt ze niets uitzonderlijks, de moeder van Jacobus en Johannes, zonen van Zebedeüs: een plaatsje rechts en links van Jezus Christus, meer niet! Vast en zeker heeft Jezus moeten glimlachen, die dag, zo ver en ontwapenend gedurfd kan naïeve moederliefde het drijven! Wat is het moeilijk voor deze vrouw de nieuwe politiek van het Rijk Gods te ontrafelen! Ze staat nog ver, deze moeder, van de nieuwe evangelische eisen: ‘Wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn’. Toch blijft het zonderling nog steeds mensen te ontmoeten, die - sprekend van dienstbaarheid - dit blijven verwarren met macht, macht die zij aanwenden ten koste van het Evangelie.
(Uit ‘Op Weg naar Pasen’ Jaar C [2010] van Robert Riber in samenwerking met Don Bosco Centrale VZW)
C.L.

dinsdag 23 februari 2010

Geef me een teken

Wie je ook bent, zegt het lied - Jezus, Rama, Boeddha - geef me een teken.
Heer, zo vaak verlangen we een teken van U.
En God weet hoe Gij niet ophoudt ons voortdurend tekens te schenken, een mensenleven lang…
Blind als we zijn, weten we ze niet te lezen.
Wanhopig zijn we op zoek naar het vreemde en het wonderbaarlijke.
En toch: moedige mannen en vrouwen zijn voor ons een teken.
De tekens van allen die strijden voor meer liefde, rechtvaardigheid en solidariteit.
De tekens ook van de kleine kernen in onze gemeenschap waar de liefde zich ontspint in woorden en zich vertaalt in daden.
Geef ons de genade, Heer, U niet om spectaculaire dingen te vragen, zoals hen die - terecht - in de uitzichtloosheid van hun diepste lijden er niet kunnen aan weerstaan.
Kom, Heer, en neem ons bij de hand want de stille kilte van de ontgoocheling maakt zich meester van ons.
Leer ons de tekens die onze ogen niet steeds weten te onderscheiden, maar die uw aanwezigheid verraden aan de overkant van mirakelen.
(Uit ‘Op Weg naar Pasen’ Jaar C [2010] van Robert Riber in samenwerking met Don Bosco Centrale VZW)

woensdag 27 januari 2010

Don Bosco Vlaanderen

(Gelezen In Don Bosco Vlaanderen Van Jan.Febr.2010)
Johan Vanpée is een jonge salesiaan van Don Bosco, diensthoofd van de Universitaie Parochie in Leuven. Hij is de zoon van een vriend-jaargenoot van mij tijdens mijn studies aan de KU-Leuven.
Welke is de visie van Johan op onze tijd?
“Mensen zijn op zoek naar zingeving, maar vinden die niet in de Kerk. Velen zoeken er zelfs niet meer. Een teken aan de wand. Soms denk ik dat we, als Kerk, te veel de waarheid in pacht hebben, dat we het grote levensmysterie, dat we God noemen, te veel hebben gedefinieerd en ingeblikt in menselijke woorden en begrippen. Of dat we althans die indruk geven. ‘Geloven’ wordt dan ‘het onderschrijven van enkele religieuze beweringen’ en daar wordt je niet onmiddellijk warm van. Wij [salesianen] stellen ons graag op als een ‘collega-zoeker’, die leert, eerder dan als iemand die weet.”
Ter voorbereiding van zijn feest op 31 januari bidden de vereerders van Don Bosco volgend noveengebed:
Heer God, het is een wonder van uw goedheid
dat Gij mensen wilt nodig hebben
om uw heil voor deze wereld te voltooien.
Zo hebt Gij Jan Bosco geroepen
en hem begeleid op de weg die de Uwe was.
Levend vanuit zijn liefde voor de jeugd
werd hij een teken en aanreiker
van uw liefde voor elke mens.
Ook vandaag nog nodigt Gij ons uit
om in zijn spoor te treden.
Daarom durven wij U bidden, God:
vorm ons tot gezinnen en gemeenschappen
waarin jongeren tot oprecht bewogen burgers
en eerlijke, echte christenen kunnen opgroeien.
Maak onszelf tot dienstbare, gegeven mensen
die beschikbaar zijn voor wie in nood verkeren.
En moge Jan Bosco voor ons allen een aansporing en uitdaging blijven
om zijn evangelische levenswijze
tot de onze te maken
door Christus Jezus, onze Heer.

dinsdag 29 september 2009

75 jaar Don Bosco Oud-Heverlee

Week 2009-40 - 75j Don Bosco OH  0002 Week 2009-40 - 75j Don Bosco OH 0037 Week 2009-40 - 75j Don Bosco OH 0057 Week 2009-40 - 75j Don Bosco OH 0068 Week 2009-40 - 75j Don Bosco OH 0086 Week 2009-40 - 75j Don Bosco OH 0139

Na de academische zitting op vrijdag 11 september en de speelse namiddag op zaterdag 12 september vierden de salesianen van Don Bosco hun 75 jaar aanwezigheid in Oud-Heverlee met een plechtige openluchtmis op zondagnamiddag 13 september 2009. De eucharistieviering werd voorgegaan door monseigneur Luc Van Looy, bisschop van Gent en salesiaan. Acht salesianen assisteerden hem en vele tientallen salesianen uit gans Vlaanderen, allemaal in witte albe, vormden een erehaag rond het altaar.
Bij het grote dankgebed bad mgr. Van Looy:

God wij danken U
om de weelde van uw schepping,
in kleur en klank,
in leven en vriendschap aan ons geschonken.
Wij danken U
voor deze jarenlange salesiaanse aanwezigheid
in Oud-Heverlee,
voor alles wat hier aan genade en liefde mogelijk was.

Gij zijt nooit ver weg
waar mensen gelukkig zijn met elkaar,
Gij zijt nooit ver weg
waar mensen in verbondenheid met elkaar leven.
Gij zijt nooit ver weg
waar mensen het leven vieren
in het brood dat ze eerlijk delen met elkaar
en in de wijn waarmee ze elkaars levensdorst lessen.
Voor dat alles danken wij U.

Na de mis was er nog een indrukwekkend en zeer gesmaakt optreden van de Merchtemse steltenlopers.
C.L.

woensdag 4 februari 2009

Don Bosco

Over Don Bosco (1815-1888) (feestdag op 31 januari), een relatief jonge heilige, vond ik geen weerspreuk, maar ik laat wel Wim Zaal over hem aan het woord:

De negentiende eeuw vereerde de Vooruitgang, ook al vermorzelde haar zegekar miljoenen levens. Wie ze trachtte te redden, anders dan met een kom soep, wekte ergernis omdat hij het vooruitgangsgeloof en de maatschappelijke orde ondermijnde. De tegenwerking die Don Bosco ondervond - laster, mishandeling, zelfs moordaanslagen - bevestigt zijn formaat.
Giovanni Bosco uit Noord-Italië was een durfal, en veel te lenig van lichaam en geest om uit goed priesterhout te zijn gesneden. De tijdgeest vroeg van een zielzorger wijding en troost, geen durf en affront. Pas na strubbelingen werd Giovanni in 1841, kort voor zijn zesentwintigste, gewijd en kon hij zich ‘don’ laten noemen. Benoemd tot aalmoezenier in Turijn, werd hij een half jaar na zijn wijding aangeklampt door een vijftienjarige, half verhongerde jongen. Hij bezorgde hem een maaltijd en een kwartier voor de nacht, zodat er een week later zes op de stoep stonden, ouderloos, werkeloos, brodeloos. De modder aan de zegekar. Niemand deed iets voor hen, Don Bosco moest wel. Hij trok balspelend door de stad, maar priester en schoffies werden overal verjaagd (‘schaamt u zich niet’). Hij klampte vermogende mensen aan, maar na één gift hielden zij de beurs dicht. Hij zocht patroons die de jongens werk en onderdak wilden geven, maar kreeg meestal nul op het rekest. Intussen groeide zijn lompenleger tot driehonderd pauperskinderen aan. De burgers voelden zich bedreigd, de priesters achtten zich in hun wijding en troost miskend. Slechts hier en daar een concessie: hij kreeg een schuur als jeugdhonk, een loods als slaapzaal. Daar tegenover vijandschap: hij werd bespioneerd en bedreigd, zelfs met het gekkenhuis. Een tijdlang was zijn moeder als onvermoeibare spaghettikookster de enige die hem bijstond.
Uiteindelijk kwam door milddadigheid, begrip en hard werken (Don Bosco preekte en schreef een fors bedrag bijeen) het ‘oratorium’ tot stand, een centrum met een volks- en ambachtsschool en allerhande opleidingen. Toch was het eerste oogmerk niet de jongens aan werk te helpen. De religieuze en sociale vorming van mensen met een eigen verantwoordelijkheid stond voorop, waarbij een ‘opvoeding zonder straf’ - maar via aanmoediging, persoonlijke aandacht en eerlijke liefde - Don Bosco’s ideaal was. Weinig gezagsuitoefening, veel begeleiding.
Toen zijn werk een bredere vlucht nam stichtte hij de sociëteit van salesianen (genoemd naar François de Sales) met priesters en lekenbroeders die voor de jeugd en de armen zouden werken. Later volgde ook een zusterscongregatie. Don Bosco’s leven voor de rechteloze mensen eindigde in 1888 en opeens noemden zijn vijanden hem heilig. De salesianen werken nu over de hele wereld in de jeugdzorg, in beroepsscholen, onder lepralijders, onder etnische minderheden. En Don Bosco’s ideeën over opvoedkunde (voor de rest was hij conservatief) hebben tot heden toe invloed.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)

Don Bosco was blijkbaar een geestesgenoot van Vincenzo Pallotti, over wie ik verleden week Wim Zaal aan het woord liet, en wiens leven en werk veel gelijkenis vertoont met dat van Don Bosco.
C.L.