woensdag 31 maart 2010

‘Het geloof helpt mij niet egoïstisch te zijn’

(Gelezen In Tertio Van 17 Maart 2010)
Uit een interview van Jan De Volder met Ecolo-voorzitter Jean-Michel Javaux.
Dat Jean-Michel Javaux, de leider van de Franstalige groenen, ‘uit de kast kwam’ als gelovig christen, lokte bezuiden de taalgrens veel commentaar uit.
In dat bewuste interview van Le Soir onder de kop ‘Ja, ik ben gelovig, ik ga te communie, ik lees het evangelie’ gaat u lang in op uw persoonlijke geloofsbeleving. Dat een politicus dat doet, is eerder uitzonderlijk, en al helemaal voor een Franstalige groene. Bent u verrast door de reacties?
“Ja, want ik maakte nooit een geheim van mijn geloof en werd er al eerder over ondervraagd op tv en in de krant. Ik loop er evenwel niet mee te koop: het beste bewijs is dat het nog zo’n scoop blijkt te zijn, al leid ik al acht jaar de partij. Blijkbaar kan ik de dingen toch uiteen houden en werd ik bij mijn politieke keuzes of bij mijn bestuursmandaat aan de ULB toch niet zo beïnvloed door de clerus of de katholieke dogma’s, zoals sommigen nu vrezen.”
Het onderwerp blijft de gemoederen beroeren. Nogal wat stemmen vinden het niet kunnen dat politici voor hun geloof uitkomen. Alsof hen dat verhindert voor het algemeen belang te ijveren.
“Ik begrijp dat idee van de levensbeschouwelijke neutrale ‘homo politicus’ niet. Natuurlijk moet je in een publieke functie een zekere terughoudendheid in acht nemen. Maar me dunkt dat de burger recht heeft om de mens achter de politicus te kennen. En om de levensbeschouwelijke verschillen te zien. Vandaag profileren velen zich als ‘néo-laïque’: ‘ik respecteer andermans geloofsovertuigingen, maar zelf weet ik het niet, en ik zal mezelf nooit engageren’. Maar kijk naar Herman Van Rompuy, nu voorzitter van de Europese Raad. Hij stak zijn geloofsovertuiging nooit onder stoelen of banken, schreef er zelfs boeken over. Dat verhindert hem niet zich voor het algemeen belang in te zetten en boven de partijen te staan. Voor mij is hij een beetje een model.”
Is de levensbeschouwelijke neutraliteit geen illusie? Nu de zichtbare aanwezigheid van moslims in onze samenleving velen schrik inboezemt, is het dan niet juist heilzaam dat sommigen zich als christen uiten?
“Zeker, vooral als ze geen fundamentalistische houding aannemen, maar open en tolerant zijn en de dialoog aangaan. Ik houd van gesprekken en debatten tussen gelovigen en niet-gelovigen, tussen moslims, joden en christenen. Ons land heeft een andere traditie dan het strikt seculiere Frankrijk. Bij ons speelden godsdiensten altijd een rol in het publieke leven, door de zuilen, door de financiering van overheidswege. Als we de botsing van de beschavingen willen vermijden, zullen we bruggen moeten bouwen. Zoveel problemen zijn wereldwijd vandaag: van de demografische evolutie tot de opwarming van het klimaat. Het heeft geen zin dat we ons terugplooien op onszelf en onze eigen groep. Dat zal ook gewoon onmogelijk blijken.”
Wat betekent uw geloof voor u in de praktijk?
“Ik bid vaak. Alleen. In de kerk hier vlakbij het Flageyplein of in de abdij Ter Kameren. Of nog bij het graf van mijn zoontje, Théo. (Javaux’ eerste zoontje stierf in 2002 op 18 maanden aan wiegendood in de crèche, nvdr.) Mijn drie andere kinderen zijn gedoopt en bereiden zich voor op hun communie. Als ze ouder zijn, kunnen ze zelf beslissen of ze zich laten vormen. Mij helpt het geloof om niet egoïstisch te zijn. Het doet me de zinvragen stellen en geeft zin aan wat ik doe. Ik doe aan politiek omdat ik de wereld beter wil achterlaten voor de volgende generaties. Ik had dat ook via de journalistiek of de kunst kunnen doen, maar ik ben nu eenmaal in de politiek gerold. Ik wil niet op mijn 75ste naar mijn leven terugkijken en vaststellen dat ik alleen goed voor mijn gezin heb gezorgd en af en toe mijn gift aan de arme landen heb overgemaakt. Dat is voor mij te weinig.”
Tot zover Jan De Volder en Jean-Michel Javaux.

Herman Van Rompuy over geloof en politiek

(Gelezen In Tertio Van 17 Maart 2010)
Uit een artikel van Katrien Bruyland.
Een bomvolle kerk van meer dan zeshonderd toehoorders wachtte onlangs op Herman Van Rompuy voor de jaarlijkse decanale geloofsavond in Aalst. Ruim een uur lang sprak Europa’s eerste president de aanwezigen toe over geloof en politiek. Hieronder een passage uit zijn toespraak:
“Zonder te weten dat hij een hogere bestemming had, las ik ooit een woord van de toenmalige kardinaal Joseph Ratzinger: ‘Politiek moet een evenwicht nastreven tussen ethisch idealisme en politiek realisme.’ Dat geldt voor de plaats die elk van u in het leven inneemt. Ethisch idealisme, dat was Christus. Hij ging rechtdoor, zocht geen compromissen met de wereld. Hij heeft daar een zeer hoge prijs voor betaald. Mahatma Gandhi was geen christen maar dacht en handelde op dezelfde manier. Ook hij betaalde daarvoor de prijs. Dat ethisch idealisme is niet ieder van ons gegeven. Maar het moet ons altijd voor ogen staan. Politiek realisme stelt dat je een bepaalde doelstelling niet zuiver volgens je opvattingen kan tot stand brengen.”
“Als je met anderen wil samenwerken, moet je wie een andere mening is toegedaan en ook een stukje van de macht wil, iets toegeven. De politieke realist zoekt een compromis omdat hij iets wil tot stand brengen. Maar bij het politieke realisme moet je goed oppassen. Voor je het weet, ben je je overtuiging verloren of zoek je een compromis om een situatie beheersbaar te maken. Van politiek realisme mag je niet belanden in zuiver pragmatisme.”
Tot zover Katrien Bruyland en Herman van Rompuy.

Quote van de week

(Gelezen In Tertio Van 17 Maart 2010)
“Het is onzin om het debat over het celibaat te verbinden aan dat over de aanpak van seksueel misbruik in de kerk. Denken we nu echt dat door iedereen een partner aan te smeren minder jongeren misbruikt zullen worden? Of dat iedere volwassene die zonder partner of seks door het leven gaat - dat zijn er behoorlijk wat - kinderen zal misbruiken. Ik wou dat het zo simpel was.”
Kinderpsychiater aan de K.U.Leuven Peter Adriaenssens in De Morgen van 13-14 maart.

Pasen 2010

Week 2010-13 - Affiche Pasen 2010

Citaten

Een vriend is iemand die alles van je afweet en toch van je houdt. (Jean de la Bruyère)

Ieder mens moet beschikken over een groot kerkhof om er al de fouten van zijn vrienden in te begraven. (Henry Beecher)

De beste spiegel is een oude vriend. (George Herbert)

Wat je het meest in een vriend waardeert, wordt vaak pas duidelijk als hij er niet meer is. (Kahlil Gibran)

Uit ‘Het grote boek van de Vriendschap’

Poverello Nieuws Nr.1/2010

Ook in Poverello stellen we vast dat we aan de armoede van onze maatschappij en de individuele vragen die op ons afkomen soms weinig kunnen verhelpen. Op korte termijn kunnen we soms maar heel weinig veranderen, maar toch kan dit na jaren het verschil maken. De aanwezigheid van een broederlijk onthaal, gedragen door vele zeer verschillende mensen, kan veel betekenen, zelfs voor mensen die nog nooit binnen gekomen zijn. Vooral als er vanuit respect vertrouwen ontstaat en liefde groeit.
Uiteindelijk staat men niet (meer) tegenover elkaar als hulpbehoevende en weldoener. We zijn collega’s, mensen, elk met ons eigen verleden en met onze eigen toekomst, die gaandeweg iets voor elkaar betekenen. In de ontmoeting van mensen die een stukje van hun leven delen wordt geven krijgen en krijgen geven. De noodlijdende die ons vraagt ons hart open te stellen, helpt ons op de weg naar het echte geluk. Kan men gelukkig zijn met een gesloten hart? Moeten we niet dankbaar zijn als we al iets voor een ander mogen doen? Wat we zijn, en wat we bezitten hebben we gekregen, en als we ervoor gewerkt hebben dan is het omdat we de kracht en de talenten ervoor hebben gekregen. Onze verantwoordelijkheid ligt erin hoe we omspringen met hetgeen aan ons is toevertrouwd.
Tot zover Poverello Nieuws.

Bolivië, het gastland van Broederlijk Delen 2010 – deel 7

Week 2010-13 - IMG_2103 Week 2010-13- IMG_2739

Broederlijk Delen stelt dit jaar Bolivië onder de spots.
Armoede, vervuiling van het water, afsmelten van de gletsjers: het zijn evenveel groeiende problemen.
Maar tweedekansonderwijs, gemeenschapsopbouw, projecten rond water en politieke drukking trachten daaraan te verhelpen.
In juli en in november 2009 gingen groepen Vlamingen ginds op bezoek. Bij hen was Gard Vermeulen van Korbeek-Dijle. Hij geeft enkele impressies in Kerk+Leven tijdens de veertigdagentijd. Lees maar hieronder.

Van wateraders en pompen

Na de ceremonie rijden we verder tot bij een riviertje.
's Zomers zal het zeker viermaal breder zijn.
Nu stappen we over enkele keien naar de overkant
en vinden een dorpje met zes huizen.

We worden direct naar een waterput geleid met een pomp.
Volgens de man ter plaatse
heeft men de waterader gevonden met de wichelroede.
De demonstratie, uitleg en twijfels hierover zijn vele malen uitgebreider
dan over de werking van de pomp
of de nuttige gevolgen van proper water in het dorp.

Enigen onder ons proberen ook de koperen staven.
Iedereen heeft succes,
iedereen beschikt over verborgen krachten.

Water

In deze Boliviaanse stad vind ik geen flessenwater.

Hoe moet het dan om mijn tanden te poetsen?
Een glas water is toch ieders recht, zelfs van armen of eenzamen.

Hoe moet het dan na een lange reis of een zware dagtaak?
Moet de zwoeger weer naar de rivier, zelfs vervuild of verschraald?

Hoe moet het dan in de keuken?
Hoe kan je zonder vocht de harde groenten tot zachte spijzen koken?

Hoe moet het dan op het veld?
Water is toch de sappige bouwsteen van vrucht en fruit?

Hoe moet het dan met de vissen en het vee?
Voor de ene ontspringt er het leven voor de andere het voedsel.

Hoe moet het met een wereld zonder zuiver water?
Heuvels bekleden zich met bonte sluiers,
met hun wortels in de vochtige bodem.
Over de bergen dondert een waterval,
in de dalen ruisen de beken,
aan het strand zingt de zee.
Aan de oever van het meer fluisteren geliefden
hun geheime dromen in mekaars oren.
In water wordt een kind geboren.

Tot zover Gard Vermeulen