woensdag 3 september 2014

Nieuwe vertaling van het Onze Vader

(Gelezen In Tertio Van 20 Augustus 2014 (En In Het Nieuwsblad Van 18 Augustus 2014))

Er komt een nieuwe vertaling van het Onze Vader, voor het eerst voor het hele Nederlandse taalgebied. De invoeringsdatum moet nog worden bepaald, maar de Vlaamse en Nederlandse bisschoppen en de Apostolische Stoel hebben hun goedkeuring al gegeven aan het voorstel dat een gemengde commissie uitwerkte. De nieuwe vertaling luidt:

“Onze Vader, die in de hemel zijt,

uw naam worde geheiligd,

uw rijk kome,

uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren

en breng ons niet in beproeving

maar verlos ons van het kwade.”

Gebed van de week: Laat Uw Rijk Komen

Koning zijt Gij,

Heer van het Rijk

waarnaar wij verlangen.

Zo anders koning,

zo anders rijk.

Een en al liefde,

gegeven aan ons,

uw kinderen,

die in alle vrijheid

de weg mogen gaan

op zoek

naar wat ten diepste gelukkig maakt,

naar wat vrede brengt

in onszelf

en zo ook rondom ons.

Uw Rijk kome!

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx

woensdag 27 augustus 2014

Getuigenissen over Wereldoorlog I in Bertem - deel 3

Herderlijke brief van Zijne Eminentie:

Toelichting: Het betreft hier het herderlijk schrijven van kardinaal Mercier: Patriotisme et Endurance ('Over vaderlandsliefde en standvastige lijdzaamheid') gedateerd Kerstmis 1914 maar eerst op 1 januari daarop gepubliceerd, dat voor spanningen met de bezetter zorgde en het eerste grote conflict uitlokte. In deze kerstboodschap sprak de kardinaal vol lof over het dappere Belgisch leger, dat de Duitsers toch tijdelijk tot staan had kunnen brengen, en onomwonden werden de vernielingen en verwoestingen aangeklaagd die door de binnenrukkende troepen waren aangericht. Hij veroordeelde ook in zeer strenge taal de terechtstelling van onschuldige burgers.
De Duitse gezant bij de Heilige Stoel tekende bij het Vaticaan krachtig protest aan en beschuldigde Mercier van woordbreuk en misbruik van vertrouwen omdat de Duitsers van hem verwacht hadden dat hij “kalmerend” zou optreden, terwijl de kersboodschap zonder meer opruiend was en tot verzet aanhitste. De Duitse gezant drong bij het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken aan op huisarrest voor Mercier en een strenge censuur op zijn correspondentie.(1)

(1) Uit: Herwig De Lannoy, Vaderlandse helden na de ‘Groote Oorlog’. Kardinaal Mercier en burgemeester Dessain.

Wij hadden den brief op het einde van het jaar 1914 ontvangen. Er was in de kerk beletsel dien af te lezen op Nieuwjaarsdag en op zondag 3 januari, vermits wij een predikant hadden doen komen om de voorbereiding der gedurige aanbidding (4 jan.) te prediken.
Op zaterdag 2 januari komt alhier op de pastorij de zuster overste van de Bermhertigheid van Terbanck en zij ontvangt, voor lezing, den Fransen tekst.
Zondag 3 januari, na de vroegmis, twee Duitse onderofficieren komen in het sacristie, met een in machiene-druk geschreven bevel van hun overste,- uit Tervuren: de brief mag niet afgelezen worden en al de exemplaren moeten afgegeven worden onder bedreiging van strenge straffen.
Ik overhandig hun den Vlaamsen tekst en, met een verzoekbriefje van mijnentwege, begeven zij zich naar Terbank om daar den Fransen tekst te gaan opeisen.

Naderhand komt er nog een Duits schrijven van den H. Gouverneur van Brussel en ook nog een Frans bevel van den Commandant van Leuven met herhaling van dezelfde bevelen.
In de kerk van Bertem is de brief niet afgelezen.

St-Marcus- en Kruisprocessie
Op woensdag 21 april, zetelende aan het bureel van het Voedingscomiteit, ontvang ik ter lezing een Duitse brief van de Duitse overheid van Leuven. Ik verklaar aan den onderofficier dat ik niet begrijp wat er gevraagd wordt; de officier wijst mij in zijn kalender 25 april: Marcus; welnu, vraag ik, wat is het verlangen van uwe overheid: hij geeft mij geen uitleg.
Op vrijdag 23 april moet ik om 10 uur, te Leuven voor den Landsturmoverste verschijnen.
Ik word daar zeer streng berispt en ook bedreigd en zelfs beschuldigd van opruiing van het volk.
Ik heb dat alles heel koelbloedig en verduldig aangehoord.
Daarna heb ik gevraagd welke de bevelen waren van de Duitse overheid aangaande de kruisprocessie en dan eerst heb ik geweten dat er geen muziek, geen nationale vanen, geen manifestaties mochten gebeuren en dat het toegelaten was rond de kerk met kruis en litanie van alle Heiligen de kruisprocessie te doen.
Ik heb dan, met kennis van zaken, de Duitse brief ondertekend, zoals mij te Leuven, en niet te Bertem, gevraagd is geweest.

25 april – Met de grootste ingetogenheid en godsvrucht heeft de kruisprocessie, na de hoogmis, op het kerkhof, plaats gehad, met deelneming van gans het volk dat in de hoogmis tegenwoordig was.

10 – 11 -12 mei –Kruisdagen: idem

5 juni - Processie H. Sacrament: idem

Wij hebben nog een Duitse brief ontvangen, sprekende over ‘Walfarten’ en verbiedende dat er muziek, nationale vlaggen en andere zaken van dien aard in voorkomen.
Wij hebben zulk bevel onderhouden.

Voor den onderzoeksrechter
De burgemeester van Bertem verklaart aan mijne meid, op 4 mei, in mijne afwezigheid dat ik, bij de Duitse overheid, na de noen tussen 2 ½ en 4 ½ moet gaan; het is, zegde hij, recht over ’t Bureel waar ik vroeger had moeten verschijnen in de Statiestraat te Leuven.
Ik gehoorzaam aan dit bevel, en van 2 uur tot 5 uur ben ik daar van het ene bureel naar het andere gelopen en daar vruchteloos gewacht en nergens wist men dat ik daar moest komen.

Bij den secretaris van ’t Civilcommissarie laat ik mijn kaartje en beloof ’s anderendaags om 9 uur daar terug te zijn om te vernemen waar men mij verlangt te spreken.
‘s Avonds om 7 uur verneem ik op de pastorij dat ik ’s anderendaags, te 9 uur, bij den onderzoeksrechter, Statiestraat, moet verschijnen. Ik wist niet dat zulk bureel bestond en ik had er ook geen achterdocht op, vermits er aan de deur geen opschrift te lezen was. Ook op de burelen van den Kriegschef, Civilcommissar en Gerecht wist men mij zulks niet aan te wijzen.
5 mei, 9 uur kom ik op het eerste verdiep; ik word gebracht op ene slaapkamer en mag er wachten tot ¼ voor 12 ure (Belgisch uur).
Te 11 ¾ (Belgisch uur) word ik bij den heer Onderzoeksrechter binnengebracht : welke was nu de zaak?
Twee inwoners van Bertem: Fr. Van der Veken en Gits zijn door het Voedingscomiteit gestraft met beroving van wekelijkse bloem voor hun huisgezin. Waarom is dat gedaan?
Antwoord: die zaak is sedert bijna twee maanden in het Comiteit beslist en mijn geheugen laat mij in de steek waarvoor juist die twee personen gestraft geweest zijn.
Ik heb zulke verklaring moeten ondertekenen. Daarmede was de zaak afgelopen.

Raf Van der Donckt

Gelezen In Tertio Van 13 Augustus 2014

1.Op vrijdag 1 augustus 2014 publiceerde de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst een nieuwe richtlijn over de vredeswens tijdens de eucharistie. Die moet voor de Vaticaanse Congregatie met grotere waardigheid worden uitgevoerd. “Bekende en wereldlijke groetgebaren moeten vervangen kunnen worden door andere, meer toepasselijke”, luidt het. De ritus hoeft ook niet in elke eucharistie plaats te vinden. Gelovigen worden aangespoord hun wens te beperken tot hun onmiddellijke buren. Priesters worden gevraagd het altaar niet te verlaten. (Geert De Kerpel)

2.Het Russisch-orthodoxe patriarchaat in Moskou staat volledig achter het Russische embargo van landbouwproducten uit Europa en de Verenigde Staten. Voor Vsevolod Chaplin, verantwoordelijk voor de externe relaties van het patriarchaat, moet de crisis met het Westen “Russen aansporen om het met minder te stellen, niet langer de normen van de westerse consumptie na te streven en een nieuw politiek en maatschappelijk systeem uit te bouwen, gebaseerd op de Russische waarden.” (Geert De Kerpel)

3.Beloftevolle kerk met sterke sociale inzet

Naar aanleiding van het pausbezoek aan Zuid-Korea had Emmanuel Van Lierde een gesprek met de Gentse bisschop, Luc Van Looy, die als salesiaan jarenlang in Zuid-Korea werkzaam was. Hij kent als geen ander in Vlaanderen de kerk en de samenleving van dat Aziatische land. Van 1964 tot ’68 verbleef hij een eerste periode in Korea, verbonden aan een weeshuis. Ook van 1972 tot ’84 werkte hij in Zuid-Korea. Eerst als leraar moraal en godsdienst in het secundair onderwijs, daarna als verantwoordelijke studentenpastoraal voor Oost-Azië, provinciaal en voorzitter van de hogere oversten in Korea.

Een van de redenen van het bezoek van paus Franciscus aan Azië is de spectaculaire groei van het aantal christenen in Azië. Vooral in Zuid-Korea springt de toename in het oog, al zijn daar nauwelijks missionarissen aan het werk. Sinds 1960 steeg het aantal inwoners van 20 naar 50,2 miljoen, de protestanten groeiden van 2 naar 17 procent van de bevolking en katholieken van 0,5 naar 10,7 procent of zo’n 5,4 miljoen mensen. Jaarlijks zijn er zo’n 130.000 volwassenendopen naast 25.000 kinderdopen. De paus ontmoette tijdens zijn reis niet alleen de bisschoppen, religieuze gemeenschappen en religieuze leiders van Korea, maar ook bisschoppen uit heel Azië. Het gaat dus om de hele regio en niet alleen om een specifiek land.

Gist in het deeg

Christenen werden in Zuid-Korea daadwerkelijk de brandstof die de motor van de samenleving draaiende houdt. De helft van de presidenten sinds 1978 waren christenen. Onder hen de huidige presidente Park Geun-hye. De paus bezocht haar en de andere politieke leiders. Luc Van Looy: “Ze is gedoopt en liep school in een katholiek college. Ik gaf nog een conferentie aan haar. Ook haar familie is katholiek. Het zijn trouwens vooral de vrouwen die zich engageren. Eigenlijk is dat ook bij ons zo. Vrouwen dragen de kerk, de verenigingen en het sociale leven.”

Lekenkerk

Meer dan priesters of missionarissen waren het in Korea altijd leken die instonden voor vitale geloofsgemeenschappen. Het was trouwens ook aan leken te danken dat het christendom vanaf 1784 vaste voet aan de grond kreeg in Korea. Op de agenda van de pausreis stond niet toevallig een ontmoeting met vooraanstaande leken. “Er waren al vijfduizend gedoopten voor de eerste priester er aankwam. Leken die door de gemeenschappen werden uitgekozen, gingen er voor. Toen Rome daar van hoorde, sloegen ze in paniek en stuurden een Chinese priester want het kon toch niet dat leken priestertaken op zich namen. Meteen brak een barre tijd aan want Korea dat zich toen in de invloedsfeer van China bevond, aanvaardde geen vreemde inmenging. Wie het christendom van buitenaf binnenbracht, was zogezegd tegen de natie en haar cultuur. Die antinationalisten moesten eraan en er vielen massa’s martelaren”, betreurt Van Looy.

Tot zover Emmanuel Van Lierde en Luc Van Looy.

4.Anarcho-communistische kracht van christendom

Uit een artikel van Kristien Justaert van het Centre for Liberation Theologies van de KU Leuven.

Aan het begin van de zomer deed de paus een gewaagde, fundamentele uitspraak. In een interview met het Romeinse dagblad Il Messaggero zei Franciscus dat communisten verborgen christenen zijn en dat ze de vlag van de christenen, die van de armen, in feite hebben gestolen. Met zijn verwijzing naar het communisme als theorie en praktijk die de ongelijkheid en uitbuiting van mensen wil afschaffen door te ijveren voor een klasseloze en staatloze maatschappij en een gemeenschappelijk bezit van alle productiemiddelen, vestigt Franciscus de aandacht op een bevrijdende stroming binnen het christendom die zo oud is als de traditie zelf, maar die al te vaak in de marge is gebleven. Het communisme waarnaar hij verwijst is niet het ideologische communisme dat we spontaan met Karl Marx, Jozef Stalin, Mao en de Koude Oorlog associëren. Dat soort communisme manifesteerde zich in de recente geschiedenis door zijn bureaucratische controle, schendingen van de mensenrechten en soms absurde propagandamechanismen en censuur, waardoor deze ideologie achteraf gezien niet meer levengevend bleek dan pakweg het kapitalisme dat er voor in de plaats is gekomen. In de marges van het christendom heeft daarentegen door de eeuwen heen altijd een vorm van anarcho-communistische interpretatie van het evangelie standgehouden, ook al werd ze vaak verketterd. Het is deze revolutionaire kracht waarop de paus ons wijst.

Onderbouw

Op dit punt overschrijdt Franciscus de grenzen van de morele bovenbouw – de concrete levenstips – en begeeft hij zich op het niveau van de structurele ongelijkheden in de onderbouw. De structurele oplossingen die zich in deze onderbouw bevinden, zo suggereert hij, maken deel uit van het wezen van het christendom. Daarom kunnen communisten “verborgen christenen” worden genoemd. De anarcho-communistische kracht van het christendom uit zich bijvoorbeeld daar waar Jezus het over het laatste oordeel heeft in Mattheus 25,35: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven…” en wanneer Paulus het gemeenschappelijke leven van de eerste christengemeenschappen beschrijft in bijvoorbeeld Handelingen 5, 1-12: “Er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk”, of in Handelingen 2, 44-45: “Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk; ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte.”

Geen externe autoriteit

Er is geen nood aan een externe autoriteit, want het christelijke communisme berust op een innerlijke transformatie. Zo begrijpen we waarom de paus met zijn daden en uitspraken probeert aan te sturen op dat laatste proces: de eerste stap in de strijd tegen armoede en ongelijkheid, is de innerlijke transformatie door de liefde Gods heen. Alleen deze politiek van liefde kan het communisme waar Christus en velen in zijn navolgers voor stonden, bewerkstelligen.

Tot zover Kristien Justaert.

Gelezen In Tertio Van 13 Augustus 2014

1.Op vrijdag 1 augustus 2014 publiceerde de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst een nieuwe richtlijn over de vredeswens tijdens de eucharistie. Die moet voor de Vaticaanse Congregatie met grotere waardigheid worden uitgevoerd. “Bekende en wereldlijke groetgebaren moeten vervangen kunnen worden door andere, meer toepasselijke”, luidt het. De ritus hoeft ook niet in elke eucharistie plaats te vinden. Gelovigen worden aangespoord hun wens te beperken tot hun onmiddellijke buren. Priesters worden gevraagd het altaar niet te verlaten. (Geert De Kerpel)

2.Het Russisch-orthodoxe patriarchaat in Moskou staat volledig achter het Russische embargo van landbouwproducten uit Europa en de Verenigde Staten. Voor Vsevolod Chaplin, verantwoordelijk voor de externe relaties van het patriarchaat, moet de crisis met het Westen “Russen aansporen om het met minder te stellen, niet langer de normen van de westerse consumptie na te streven en een nieuw politiek en maatschappelijk systeem uit te bouwen, gebaseerd op de Russische waarden.” (Geert De Kerpel)

3.Beloftevolle kerk met sterke sociale inzet

Naar aanleiding van het pausbezoek aan Zuid-Korea had Emmanuel Van Lierde een gesprek met de Gentse bisschop, Luc Van Looy, die als salesiaan jarenlang in Zuid-Korea werkzaam was. Hij kent als geen ander in Vlaanderen de kerk en de samenleving van dat Aziatische land. Van 1964 tot ’68 verbleef hij een eerste periode in Korea, verbonden aan een weeshuis. Ook van 1972 tot ’84 werkte hij in Zuid-Korea. Eerst als leraar moraal en godsdienst in het secundair onderwijs, daarna als verantwoordelijke studentenpastoraal voor Oost-Azië, provinciaal en voorzitter van de hogere oversten in Korea.

Een van de redenen van het bezoek van paus Franciscus aan Azië is de spectaculaire groei van het aantal christenen in Azië. Vooral in Zuid-Korea springt de toename in het oog, al zijn daar nauwelijks missionarissen aan het werk. Sinds 1960 steeg het aantal inwoners van 20 naar 50,2 miljoen, de protestanten groeiden van 2 naar 17 procent van de bevolking en katholieken van 0,5 naar 10,7 procent of zo’n 5,4 miljoen mensen. Jaarlijks zijn er zo’n 130.000 volwassenendopen naast 25.000 kinderdopen. De paus ontmoette tijdens zijn reis niet alleen de bisschoppen, religieuze gemeenschappen en religieuze leiders van Korea, maar ook bisschoppen uit heel Azië. Het gaat dus om de hele regio en niet alleen om een specifiek land.

Gist in het deeg

Christenen werden in Zuid-Korea daadwerkelijk de brandstof die de motor van de samenleving draaiende houdt. De helft van de presidenten sinds 1978 waren christenen. Onder hen de huidige presidente Park Geun-hye. De paus bezocht haar en de andere politieke leiders. Luc Van Looy: “Ze is gedoopt en liep school in een katholiek college. Ik gaf nog een conferentie aan haar. Ook haar familie is katholiek. Het zijn trouwens vooral de vrouwen die zich engageren. Eigenlijk is dat ook bij ons zo. Vrouwen dragen de kerk, de verenigingen en het sociale leven.”

Lekenkerk

Meer dan priesters of missionarissen waren het in Korea altijd leken die instonden voor vitale geloofsgemeenschappen. Het was trouwens ook aan leken te danken dat het christendom vanaf 1784 vaste voet aan de grond kreeg in Korea. Op de agenda van de pausreis stond niet toevallig een ontmoeting met vooraanstaande leken. “Er waren al vijfduizend gedoopten voor de eerste priester er aankwam. Leken die door de gemeenschappen werden uitgekozen, gingen er voor. Toen Rome daar van hoorde, sloegen ze in paniek en stuurden een Chinese priester want het kon toch niet dat leken priestertaken op zich namen. Meteen brak een barre tijd aan want Korea dat zich toen in de invloedsfeer van China bevond, aanvaardde geen vreemde inmenging. Wie het christendom van buitenaf binnenbracht, was zogezegd tegen de natie en haar cultuur. Die antinationalisten moesten eraan en er vielen massa’s martelaren”, betreurt Van Looy.

Tot zover Emmanuel Van Lierde en Luc Van Looy.

4.Anarcho-communistische kracht van christendom

Uit een artikel van Kristien Justaert van het Centre for Liberation Theologies van de KU Leuven.

Aan het begin van de zomer deed de paus een gewaagde, fundamentele uitspraak. In een interview met het Romeinse dagblad Il Messaggero zei Franciscus dat communisten verborgen christenen zijn en dat ze de vlag van de christenen, die van de armen, in feite hebben gestolen. Met zijn verwijzing naar het communisme als theorie en praktijk die de ongelijkheid en uitbuiting van mensen wil afschaffen door te ijveren voor een klasseloze en staatloze maatschappij en een gemeenschappelijk bezit van alle productiemiddelen, vestigt Franciscus de aandacht op een bevrijdende stroming binnen het christendom die zo oud is als de traditie zelf, maar die al te vaak in de marge is gebleven. Het communisme waarnaar hij verwijst is niet het ideologische communisme dat we spontaan met Karl Marx, Jozef Stalin, Mao en de Koude Oorlog associëren. Dat soort communisme manifesteerde zich in de recente geschiedenis door zijn bureaucratische controle, schendingen van de mensenrechten en soms absurde propagandamechanismen en censuur, waardoor deze ideologie achteraf gezien niet meer levengevend bleek dan pakweg het kapitalisme dat er voor in de plaats is gekomen. In de marges van het christendom heeft daarentegen door de eeuwen heen altijd een vorm van anarcho-communistische interpretatie van het evangelie standgehouden, ook al werd ze vaak verketterd. Het is deze revolutionaire kracht waarop de paus ons wijst.

Onderbouw

Op dit punt overschrijdt Franciscus de grenzen van de morele bovenbouw – de concrete levenstips – en begeeft hij zich op het niveau van de structurele ongelijkheden in de onderbouw. De structurele oplossingen die zich in deze onderbouw bevinden, zo suggereert hij, maken deel uit van het wezen van het christendom. Daarom kunnen communisten “verborgen christenen” worden genoemd. De anarcho-communistische kracht van het christendom uit zich bijvoorbeeld daar waar Jezus het over het laatste oordeel heeft in Mattheus 25,35: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven…” en wanneer Paulus het gemeenschappelijke leven van de eerste christengemeenschappen beschrijft in bijvoorbeeld Handelingen 5, 1-12: “Er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk”, of in Handelingen 2, 44-45: “Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk; ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte.”

Geen externe autoriteit

Er is geen nood aan een externe autoriteit, want het christelijke communisme berust op een innerlijke transformatie. Zo begrijpen we waarom de paus met zijn daden en uitspraken probeert aan te sturen op dat laatste proces: de eerste stap in de strijd tegen armoede en ongelijkheid, is de innerlijke transformatie door de liefde Gods heen. Alleen deze politiek van liefde kan het communisme waar Christus en velen in zijn navolgers voor stonden, bewerkstelligen.

Tot zover Kristien Justaert.

Gebed Van De Week: Laat uw naam geheiligd worden

Heilig zijt Gij, Heer,

volmaakt

verheven

ver weg en toch dichtbij

echt en oprecht.

In uw nabijheid

komt alles tot volle wasdom.

Dat voel ik, Heer,

als uw Blijde Boodschap klinkt,

als Jezus ons nabij mag komen,

als uw Geest in ons ademt of vurig brandt.

Wees ons nabij, Heer,

dat uw naam geheiligd wordt

in ons samen zijn

en in ons samen leven.

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx

woensdag 20 augustus 2014

Getuigenissen over Wereldoorlog I in Bertem - deel 2

Voeding: De eerwaarde zusters redemptoristinnen hebben mij geen last bezorgd: zij zorgden voor zich zelf.

De weeskinderen, de zusters en anderen moesten gevoed worden en ziehier hoe ’t gebeurde: vooraleer ’t weeshuis te verlaten, hadden de wezen, voorzien van een handdoek, elk een brood uit de bakkerij medegenomen: voor zoveel er daar waren: en zo gebeurde het dat er van donderdags ’s middags tot zaterdag ’s morgens omtrent brood genoeg voor handen was.

Zaterdag ’s morgens begon de nood:

Er was in de parochie geen brood te krijgen om twee redenen: 1° de vluchtelingen hadden alle voorraad weggehaald en 2° er was geen gist te krijgen om brood te bakken.

Wanneer de pastoor na de 2de mis uit de kerk thuis kwam, vernam hij dat de kinderen allen een stukje brood, met wat gelei op, ontvangen hadden, maar dat er nog 40 overschoten die niets hadden gekregen omdat er niets meer over was. Moeder Beatrice, met de tranen in de ogen, legt hem die droevige en teleurstellende vaststelling uit en, vooraleer zelf iets te eten, is de pastoor weg op straat, loopt de huizen af om iets te vinden.

Na wat links en rechts rondgelopen te hebben, komt hij bij een pachter en dan nog bij een anderen, die elk een brood bezitten dat zij verlegen zijn te durven geven, omdat het, bij gebrek aan gist, mislukt is in ’t bakken. De pastoor zegt dat hij overgelukkig is het te mogen aannemen en hij trekt er mee naar huis.

Nevens de pastorij komt hij bij de schoonmoeder van den bakker en daar lukt hij erin nog 5 zwarte beschimmelde broden vast te krijgen, die de Duitsers daags te voren voor hun paarden te slecht hadden bevonden; zo is ’t gelukt dat iedereen toch een stukje brood voor zijn ontbijt ontvangen heeft.

Daarna is men bij den bakker gaan uitzien om brood te doen bakken en zo heeft men in die nood-wendigheid kunnen voorzien.

Drinken: Van langs alle kanten kwamen de boeren, op verzoek van den pastoor, met melk voor de kinderen en alles uit zuiver medelijden, want het was gratis; er waren dagen dat er meer dan 100 liters melk op de pastorij waren.

Noen- en avondmaal: aardappelen en rode, witte, groene kolen in stomp gereedgemaakt en dat in een 100-tal jatten opgediend en met de 10 vingers opgepeuzeld, zittende op het gras; daarbij voor elk weesje een stukje koud vlees, dat op voorhand gesneden was en, door de goedheid der Overste van het klooster van Bertem liefdadig was aangebracht: ziedaar wat de Engelse jeugd een picknick noemt.

Logeren: er zijn vijf benedenplaatsen in de pastorij: de zaal, de spreekplaats, de zitplaats, dekeuken, de achterkeuken: oppervlakte 144 vierkante meters; daarbij de gang, de trappen, de palier: daar logeerde al dat volk op wat hooi gelegen en op de planchers en de trappen; de zolder was ingenomen door de zusters redemptoristinnen die sliepen ook op hooi; en de kamers werden gedeeld door ’t oud moederke, twee zieke zusters, de geestelijken en den pastoor en onderpastoor.

Bezoek van Duitse officier

Tegen den avond van vrijdag of zaterdag kwam er een Duitse officier de poort der pastorie te paard binnengereden wanneer gans het voorplein der pastorij vol lag met weeskinderen. Hij vraagt naar kamers om te overnachten.

De pastoor, hem al dat volk tonende, zegt hem dat hij nog plaats te weinig heeft om 400 personen onderdak te bezorgen en dat de officier toch niet kan eisen dat die kinderen onder den bloten hemel moeten slapen. De officier vertrekt zeggende dat hij met den avond eens zal terugkomen zien. En inderdaad, wanneer de kinderen reeds op hun hooi lagen kwam hij zien en moest bekennen dat het “schön, schön” was.

Dagverblijf: de hof is verdeeld in 2 delen: de voorhof is voor de weeskinderen; daar liggen ze op het gras; het achterste gedeelte werd voorbehouden aan de zusters redemptoristinnen.

In de kerk: Stichtend voorbeeld was het gedrag der vluchtelingen: bijna 2000 H. Communies uitgedeeld; de inwoners van Bertem hebben ze bewonderd met tranen van aandoening in de ogen

.

Geschenken: de Bertemnaren brachten voor de weeskinderen manden vol appelen, peren, pruimen; zelfs op een dag, ‘s zondags, zijn al de vluchtelingen die op de pastorij waren, vergast geweest op een trosje druiven (’t was niet groot) uit de serres van den koster.

Vertrek: Op 1 september vertrokken de weeskinderen, op 2 september. de zusters redemptoristinnen. Drie weken na ’t vertrek hebben de zusters van Bermhertigheid 4000 kil. aardappelen bij de parochianen rond gehaald voor hunne weesjes.

Opeisingen: Met of zonder oorlogsbons, zijn er bij de inwoners,gedurende de oorlogsmaanden veel opeisingen gedaan door het Duits leger van paarden, vee en voedsel.

Luiden der klokken: Reeds in januari werd in de stad Leuven het luiden der klokken door de Duitsche overheid toegelaten.

Diezelfde maand werd de koster van Bertem naar de Commandatur van Leuven gezonden met een schriftelijke aanvraag, ondertekend door de pastoor en de overste van het klooster, om een schriftelijke toelating te bekomen om de klokken te mogen luiden.

Mondeling wordt de toelating gegeven maar schriftelijk geweigerd.

Einde februari: een vriend uit Leuven heeft onze schriftelijke aanvraag op de Commandatur aangeboden en bekomen dat er een schriftelijke toelating opgetekend wordt, zodat wij den 1en keer, na 182 dagen stilzwijgendheid, den 28 februari om half twee voor het zondags lof konden luiden. Einde maart herbegint men in het klooster ook het klokkengelui.

Raf Van der Donckt