woensdag 10 juni 2020
In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Onze taak
Onze taak is de noden te zien en er op in te gaan. De geloofwaardigheid van het evangelie, van Christus’ leven, ligt in onze handen. Mensen zien ons bezig, zien ons bidden, zien ons zorg dragen en zeggen hopelijk: ‘Waarachtig deze man of vrouw is een rechtvaardige’ (Lc 23,47).
Onze taak is leven geven, doen zien, doen inzien, geïnspireerd door de houding van Jezus. Leven geven aan mensen die het niet hebben: aan armen, aan uitzichtlozen, aan mensen zonder toekomst, aan ongelovigen, aan mensen die niemand vertrouwen, aan mensen die vastzitten aan de materie.
Onze taak is het mensen gelukkig te maken. Dit lukt enkel wanneer we zijn als nederigen van hart, zachtmoedigen, hongerenden naar gerechtigheid, barmhartigen, zuiveren van hart, vredestichters. Dit kan niet zonder Jezus. In de Bergrede zegt Hij: ‘Jullie zijn gelukkig als ze jullie uitschelden en vervolgen en je van allerlei kwaad betichten vanwege Mij’ (Mt 5,11).
Onze taak is op pad te gaan, door Christus gezonden, zonder iets mee te nemen, enkel het woord vrede mogen we meenemen (Lc 10,5). Vrede brengen is ‘geluk’ brengen: ‘Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden’ (Mt 5,9).
Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)
woensdag 3 juni 2020
Gelezen in TERTIO van 20 mei 2020: Leo’s revolutie
Uit een standpunt van Emmanuel Van Lierde
Onlangs was het Hemelvaart, tevens het feest van de christelijke arbeidersbeweging. Die gedenkt dat paus Leo XIII in 1891 op die hoogdag zijn encycliek Rerum Novarum afkondigde. Dat schrijven vormt niet alleen het begin van een meer gesystematiseerde sociale leer van de kerk, maar symboliseert ook een koerswijziging van de rooms-katholieke kerk tegenover de moderniteit en de wereld. De door paus Franciscus beoogde hervormingen naar een missionaire, sociale, barmhartige en nederige kerk begonnen eigenlijk bij Leo XIII.
Paus Leo XIII zorgde voor een onverwachte revolutie. Onder zijn voorgangers Gregorius XVI en Pius IX stond de kerk lijnrecht tegenover het modernisme en vervloekte ze de nieuwe rechten en vrijheden.
Op het rechte pad
Maar toen koos het conclaaf in 1878 voor graaf Vincenzo Gioacchino Pecci (1810-1903). Hij zou een overgangspaus worden want voor die tijd had de kardinaal een al hoge leeftijd: 68. De ironie wil dat Leo XIII 25 jaar op de stoel van Petrus bleef zitten en een kast vol encyclieken publiceerde, die een nieuw tijdperk voor de kerk zouden inluiden. Het komt erop neer dat de katholieken vanaf dan de kern van het evangelie gingen herontdekken en in hun traditie bouwstenen vonden om de moderne verworvenheden te accepteren, waarna ze van binnenuit kritiek konden geven op de ontsporingen van de moderniteit vanuit een oprechte bekommernis om de aberraties bij te sturen en de wereld te verbeteren. Dat proces van nieuwe evangelisatie en van het herontdekken van de eigen bronnen, om van daaruit de dialoog met de wereld aan te gaan, kende een hoogtepunt tijdens het Tweede Vaticaans Concilie. Kerk en wereld kunnen van elkaar leren en in die wisselwerking kunnen ze bovendien elkaar op het rechte pad houden. De wereld kan de kerk van dienst zijn om bijgeloof of machtsmisbruik tegen te gaan, de kerk kan omgekeerd bijvoorbeeld wijzen op het onrecht dat een kapitalistische economie teweegbrengt.
In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Inzicht
Deze gave gaat in tegen alle oppervlakkigheid. Het intellect is niet tevreden met uiterlijke verschijningen, met materiële beslommeringen of interesses. Het zoekt het mysterie en wenst het geheim van de mens te ontdekken, te erkennen en te begrijpen in de andere en in de natuur. Het zoekt het goede in moeilijke situaties en ontwikkelt een positieve kijk op de dingen. Het leest, exploreert, zonder vlugge conclusies te trekken.
Het intellect zoekt, maar geeft niet toe aan een ‘ongeveer’, of jammert niet over situaties. Nooit zegt het: ‘Och, er is toch niets aan te doen.’ Het zoekt verder, naar de kern van de zaak, naar objectiviteit.
Intellect is de gave van het stil-staan, van kijken met gesloten ogen. Zo zoekt het naar waarheid, recht, zuiverheid. De bron of voedingsbodem van het intellect is het Woord van God. Want is het er uiteindelijk niet om te doen Christus te kennen, ook in al zijn menselijkheid? Christus nodigt immers uit om verder na te denken. Hij opent horizonten, nieuwe perspectieven.
Uiteindelijk geeft het intellect een versnelling meer aan de mens.
Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)
dinsdag 2 juni 2020
woensdag 27 mei 2020
Gelezen in TERTIO van 13 mei 2020
1 . Wereldbijendag
Uit een artikel van Ludwig De Vocht
Sinds 2018 gaat telkens op 20 mei de internationale aandacht uit naar het belang van bijen en andere bestuivers. Wereldbijendag verdient in het huidige Internationale Jaar van de Plantengezondheid extra aandacht want bestuivers zorgen ervoor dat planten zaden krijgen en vruchten dragen. De Shakespeareaanse parafrase To bee or not to be vat het belang van bijen voor onze voedselzekerheid kernachtig samen.
Het Beloofde Land wordt in Exodus 3,8 en 3,17 “een land van melk en honing” genoemd. Het woord “honing” duikt in de Bijbel meer dan 60 maal op, maar over bijenteelt wordt met geen woord gerept. Archeologisch onderzoek heeft intussen aangetoond dat die teelt in Bijbelse tijden wel degelijk bestond en dat de bijen afkomstig waren uit het huidige Turkije.
De bloeiperiode van de bijenteelt in Vlaanderen en Brabant viel in de 16de en de 17de eeuw. Circa 30 tot 40 procent van de huishoudens in de Spaanse Nederlanden beschikte over enkele bijenkorven. Veel van onze voorvaders waren imkers in bijberoep. In de 18de eeuw kwam de bijenteelt evenwel in een crisis terecht, onder meer door de overschakeling van honing naar suiker als zoetstof.
Ambrosius (339-397) is de patroonheilige van de imkers. Een legende vertelt dat boven zijn wiegje een zwerm bijen vloog. Die druppelden honing in de mond van de baby waardoor de redevoeringen van de kerkvader “zoet als honing” zouden worden.
Bijen en hun honing waren symbolen voor welsprekendheid. Bij uitstek zijn Gods woorden en daden “zoeter dan honing” (Psalm 19,11).
2 . Terugkeer van de overheid
Uit een artikel van Frans Van Looveren, theoloog en gepensioneerd adviseur in de Kamer van Volksvertegenwoordigers
De samenleving wordt brutaal geconfronteerd met kwetsbaarheid en vergankelijkheid. We waren dat uit het oog verloren en die vergetelheid vertaalt zich nu in een harde landing.
In de coronacrisis zijn er een aantal onderhuidse verschuivingen aan de gang in onze cultuur. Er wacht ons een nieuw ”normaal”, dat noodgedwongen ernstige correcties zal aanbrengen aan onze manier van denken, leven en voelen.
Dienstmeisje van de markt
Wie trekt vandaag de grenzen? De overheid. Zij is terug. Zij is zichtbaar en voelbaar in het samenscholingsverbod, de hygiënische voorschriften, de gesloten landsgrenzen, de strenge handhaving. Als in de coronacrisis iets duidelijk is geworden, dan wel dat onze collectieve en individuele kwetsbaarheid meer bescherming vergt. Dat vraagt om een sterke(re) overheid. En dat vloekt met de ideologie die in de voorbije decennia mainstream is geworden. De overheid heeft zich “teruggetrokken”, zoals dat heet, en geeft ruimhartig vrij spel aan “de markt” om de maatschappelijke problemen op te lossen. Kortom, zij is zich gaan gedragen als het nederige dienstmeisje van de markt.
Wereldwijd werd in de voorbije jaren beknibbeld op de sociale bescherming, die steeds meer werd weggezet als een hinderlijke lastpost voor de ondernemingslust. De verzorgingsstaat was te duur en werd niet meer beschouwd als een vangnet, maar als een hangmat voor luiwammesen. En wat bleek bij de intocht van corona? Onze samenleving had nagelaten te voorzien in voldoende medisch materiaal om voorbereid te zijn op eventuele rampen. De woonzorgcentra waren niet uitgerust om crisissen aan te kunnen.
Het “marktisme” maakte al veel slachtoffers door stijgende ongelijkheid, burn-outs en depressies. Maar pas nu zien we welke gigantische puinhoop het neoliberale samenlevingsmodel heeft veroorzaakt. En het is moeilijk te geloven dat dat model de coronacrisis overleeft. Al bij de financiële crisis in 2008 beet de slang in haar eigen staart. In 2020 heeft zij zich gewurgd. En daar moeten we geen traan om laten.
Toekomstbeeld
De overheid mag niet langer de slaafse maîtresse zijn van de markt. Een sterkere overheid is nodig die ruimte laat voor de economie en ze waar nodig ook stimuleert. Tegelijkertijd moet zij evenwel de grenzen van diezelfde economie strenger bewaken in naam van het collectieve belang. Veel doortastender dan ze in de voorbije jaren deed, moet zij de sociale, medische en economische bescherming, alsook het bestrijden van de armoede ter harte nemen.
In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Jongeren en hun vragen
Jongeren zoeken een warm nest, vriendschap en gemeenschap.
In deze kring willen ze iets bijleren, zich spiegelen aan anderen, hun hart toevertrouwen aan het hart van mensen die hen vertrouwen. Intimiteit tegelijk met een onderdompeling in de grote samenleving, is wat ze zoeken. Ze zijn, zoals tijdens de Wereldjongerendagen, bereid om in de intimiteit van de aanbidding bij God te zitten, maar ook om mee te zingen en te dansen met de massa.
Voor volwassenen is het van belang te weten wat jongeren zoeken, elk moment opnieuw. Daarom moeten ze bij hen aanwezig zijn. Alleen wie ‘present’ is, met hart en ziel, kan het juiste woord op het juiste moment tegen de juiste persoon spreken.
Dat is een grote taak voor ouders, opvoeders, leerkrachten, schoolbestuurders en jeugdleiders.
Jongeren verlangen uitgedaagd te worden, ook op het vlak van geloof. Wie de lat te laag legt, bereikt maar kort succes. Om te stimuleren moet de lat juist iets hoger liggen dan wat een jonge mens zonder veel inspanning kan realiseren. Dit is het basisprincipe van onderwijs en wetenschappelijke opleiding, waarom zou dat dan ook niet gelden voor de geloofsverkondiging?
Jongeren zitten met vragen. Ze vinden dikwijls geen woorden om ze goed uit te drukken. Veel minder misschien nog hebben ze de vertrouwenspersonen bij wie ze zich stamelend kunnen uiten. Wie is hen nabij en stelt de juiste vragen zoals Jezus deed in zijn ontmoeting met de Samaritaanse vrouw aan de waterput? Hij werd voor haar bron van levend water.
Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)
woensdag 20 mei 2020
In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Inzet voor arm en klein
Solidariteit veronderstelt een mentaliteit die eigenbelang overstijgt. Een nabijheid bij zieken en armen, gevoeligheid voor de grote problemen van armoede en onderdrukking, leidt tot concrete bewogenheid tegenover noodlijdende mensen. Dat bevordert een geest van gelijkwaardigheid onder mensen. Solidariteit duikt ook op bij grootschalige problemen zoals rampen, onderontwikkeling, hongersnood, uitbuiting. Ze inspireert allerlei initiatieven, bevordert vrijwilligerswerk en bouwt aan een nieuwe relatie tussen persoon en maatschappij. Dat gebeurt zowel dichtbij als veraf, op grote en op kleine schaal.
Voor een christen betekent het ook bewust deelnemen aan het breken van het brood in de eucharistie. Het breken van het brood is een uitnodiging tot delen met de mens in nood. De geëngageerde christen vindt daarin de inspiratie om zich ten dienste te stellen van de mens in nood. Het lot van alle broeders en zusters wordt daarmee beschouwd als een gedeelde verantwoordelijkheid voor elke christen. Niemand wordt geroepen tot een leven van uitsluitend gebed of verkondiging, de dienst aan de evenmens in nood is een essentieel en integraal deel van het christelijk engagement.
Na een nacht van gebed, trok Jezus eropuit om de mens in zijn reële situatie te ontmoeten, te bemoedigen en te genezen. Zelfs de contemplatieve monnik en slotzuster beleeft de dienst aan de wereld op een heel intense, weliswaar eigen, manier. Spontaan dienstbetoon wordt zelfs beschouwd als een duidelijk teken van een authentieke roeping.
Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)
woensdag 13 mei 2020
In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Maria door Vlaanderen gedragen
De Kerk heeft Maria steeds veel eer bewezen. Het gelovige volk vond in haar een grote toegankelijkheid tot het diepste mysterie dat in elke mens verborgen zit. De relatie met God wordt inderdaad door Maria bemiddeld. Johannes getuigt dat zij het was die de aanzet gaf voor het eerste wonderlijke teken in Kana. De wijn die uit de waterkannen geschonken werd, was de allerbeste.
Doorheen de geschiedenis van het Vlaamse volk, en niet alleen bij ons, heeft Maria in de huiskamer haar plaats gekregen. Op de schouw staat het beeldje van Maria. Maar ook in het openbaar wilde de gelovige gemeenschap getuigenis afleggen. Maria werd in processie door de door de straten van dorpen en steden gedragen. Kapelletjes, groot en klein, werden gebouwd en aan de gevel van woningen hing men Mariabeelden in een kleine nis.
De volksdevotie rond de processies heeft heel wat kunst- en ambachtsontwikkeling meegebracht. Er werden muziekstukken voor de fanfare en Marialiederen gecomponeerd, er werden uniformen voor de groeperingen gemaakt, zonder te spreken over de prachtige gewaden voor het Mariabeeld zelf. Overal werden grotten van Lourdes gebouwd, families kwamen samen in het huis waar de processie voorbij trok en vierden het Mariafeest aan tafel. Deze traditie mag niet verloren gaan en dient, waar mogelijk, op een of andere wijze voortgezet te worden. Op Moederdag mag de ‘grote moeder’ niet in de schaduw komen te staan.
Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)
woensdag 6 mei 2020
In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: De eerste gemeenschap start rond Maria
In haar aanwezigheid in het Cenakel, wellicht ook bij het avondmaal – alhoewel het nergens gezegd wordt – maar zeker toen de leerlingen samen waren na de verrijzenis, zien we de vorming van de eerste christengemeenschap rond Maria. Waarom? Zij verwees als moeder steeds weer naar haar zoon. De leerlingen beschouwden, contempleerden, Jezus in haar.
Diezelfde leerlingen, behalve Johannes, waren allemaal weggelopen of ze hadden afstand gehouden. Maria integendeel was de weg van het kruis gegaan. Zij had veel intenser meegeleefd met wat Jezus overkomen was dan de leerlingen. Zij had ook een diepere beleving van het gebeuren van de verrijzenis. Dit alles was voorspeld bij de opdracht in de tempel en het woord van Simeon: ‘Ook door uw ziel zal een zwaard gaan’ (Lc 2,35), en was een gevolg van de gebeurtenis in Kana en haar meestappen heel de tijd met hem. Op twaalfjarige leeftijd was Jezus zoek, de ouders ondergingen lijdzaam dat Hij hun ontglipte. Onder het kruis leed ook zij onder de zweep van de Romeinse soldaten.
Na de kruisiging en de dood nam zij Jezus op in haar armen (piëta). Zij is erbij bij het bezoek van de Verrezene aan de leerlingen. Zij heeft constant deel aan het luisteren naar zijn Woord en aan het ‘delen van zijn brood’. Gevraagd over zijn moeder zegt Jezus: ‘Mijn moeder en broers zijn diegenen die het Woord horen en het beleven.’ Maria heeft heel haar leven geluisterd en ernaar geleefd.
Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)
woensdag 29 april 2020
Genieten van de natuur
Stef Van Wambeke schoot weer prachtige natuurfoto’s. Op de ene richt hij zijn camera van op de Bredeweg naar de Bertemseweg toe met bloeiend koolzaad vooraan en Leuven en Heverlee op de achtergrond. Op de andere duikt hij van op de Bertemseweg in een diepe en bloeiende holle weg, de Vloedgroep, richting den Dries, de grens van Korbeek-Dijle en Heverlee.
In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Doe maar wat Hij u zeggen zal
Het wonder op de bruiloft in Kana is een manifestatie van Jezus (Joh 2, 1-12). Het gaat niet enkel over water en wijn op een bruiloft, wel over een gelegenheid om de messiaanse wijn aan te bieden. Maria staat voor de mensheid die op verlossing wacht. De wijn is de verwijzing naar het nieuwe Sion. Maria staat voor het volk dat tekenen – mirakelen – wil zien. Jezus brengt het op niveau van zijn goddelijke opdracht, ontvangen van de Vader. Niet een mens, zelfs niet Maria, bepaalt zijn uur. Wel de Vader. Niet vrienden of familie leiden ons leven, God doet dat. Maria en Jezus benaderen het moment op twee verschillende niveaus: wijn voor de genodigden en de wil van de Vader. De verwijzing naar het Laatste Avondmaal is hier aanwezig. Maria is middelares: van ‘vlees’ naar ‘Geest’. ‘Leg alles in handen van Jezus: doe wat hij u zal zeggen.’ Dat heeft Maria reeds gedaan, ze heeft haar eigen lichaam gegeven als moeder voor de redding van de wereld. Hier wordt de samenwerking Jezus-Maria publiek. Het water dat diende voor de zuivering wordt wijn voor de eucharistie, een heel nieuwe zuivering, die niet stil staat bij de zonden maar ze vergeeft. We kijken hier niet naar het verleden maar naar de toekomst. De kleinen komen centraal te staan, alleen de dienaren wisten het. Zij zijn de eersten in het nieuwe verbond. Zij vroegen niets!
In het boek Exodus zegt het volk Israël tegen Mozes: ‘Alles wat de Heer zegt zullen wij volbrengen’ (Ex 19, 8a). Laten we ons uitdagen door deze woorden en ons afvragen wat Hij ons zegt en hoe wij erop kunnen antwoorden.
Paus Franciscus zegt hierover: ‘Wij staan vandaag voor de uitdaging een passend antwoord te geven op de dorst naar God bij vele mensen… Als ze in de kerk geen spiritualiteit vinden die hen geneest, hen bevrijdt en hen vervult van leven en vrede en hen tegelijkertijd oproept tot een solidaire verbondenheid en missionaire vruchtbaarheid, worden ze uiteindelijk bedrogen door een aanbod dat niet humaniseert en geen eer geeft aan God (Evangelii gaudium, nr.89). Het gaat dus niet enkel over een individuele opdracht maar ook over de gemeenschap van de Kerk die ‘alles wat God zegt moet volbrengen’.
Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)
woensdag 22 april 2020
In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Liefde, diep in ons gegrift
Het verhaal van Jezus’ lijden, sterven en verrijzenis is telkens opnieuw beklijvend. Hoezeer een bepaalde mentaliteit vandaag zou willen reageren tegen de aanwezigheid van God, van Christus, toch blijft het een verhaal dat de hele wereld aanspreekt. Het past zodanig op ons mensenleven dat we het telkens weer opnieuw willen horen. Wat sommigen ook beweren, de getuigenissen van de leerlingen dat Christus leeft zijn als een kracht die de hele wereld inpalmt. En die kracht vermindert niet met de tijd.
Is dit misschien het beste bewijs dat wij mensen eigenlijk niet enkel tevreden zijn met wat ons alle dagen omringt? Het lijkt telkens weer dat wij zoeken naar wat van boven is, naar het mysterie, naar God. We mogen misschien soms twijfelen aan het bestaan van God, we horen wel eens zeggen dat de verrijzenis een fabeltje is, toch duikt in ons binnenste telkens weer de vraag op naar zijn levende aanwezigheid.
Pasen betekent dat Christus niet in de dood kon blijven. Hij kon niet zonder ons. Hij moest bij ons terugkomen. Het betekent evenzeer dat wij niet zonder hem kunnen. Hoezeer we ons ook van hem verwijderen, het verlangen naar hem komt telkens weer terug. Zou dat zoiets zijn als een verliefdheid, een liefde die diep in ons gegrift staat? Paus Franciscus spreekt van een verliefdheid als basis, als conditie, voor iemand die de boodschap van het evangelie wenst door te geven. We kunnen niet anders dan naar dit grote verhaal van lijden, dood en verrijzenis te luisteren!
Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)
woensdag 15 april 2020
In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Een Kerk die naar buiten treedt
Spreken is moeilijk, vooral wanneer je zelf kwetsbaar bent. En wie is dat niet? ‘Spreken is zilver’ zegt men, ‘en zwijgen is goud’. Toch moet men als gelovige naar buiten komen, niet met zichzelf, maar met diegene die de wil doet van de Vader. Hij heeft het lijden van al de slachtoffers van de zonde van Adam op zich genomen ofschoon Hij zelf zonder zonden was. Zo heeft Hij ons verlost. Hoe moeilijk dit ook is en hoe schril het soms afsteekt bij wat we er zelf van kunnen maken of bij datgene waarmee we dag na dag geconfronteerd worden, het is wel degelijk van belang dat we de verlossende boodschap van Jezus moedig verkondigen.
Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)












