woensdag 25 april 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 10

Brussel:
Samengesteld uit broek en zele en betekent: woonplaats bij het moeras. Reeds vroeg werd in de Middelnederlandse benaming -ks- geassimileerd tot s.

Halle:
Te verklaren uit Germaanse halha = bocht in of van hoogland. Halle ligt beneden op een hoek hoogland aan de samenvloeiing van de Zenne met de Grobbegracht.

Vilvoorde:
Het eerste lid is de Germaans persoonsnaam Filo. Voorde betekent: doorwaadbare plaats. Dus: Vilvoorde = doorwaadbare plaats van Filo.

Dietrich Bonhoeffer

Cursiefje van Frans De Maeseneer

Wanneer je deze naam en deze mens niet kent, dan is dat alleen maar jammer. Jammer maar helaas. Dietrich Bonhoeffer is namelijk een grote theologische meneer. Een Duitser. Een lutherse protestant. Getekend door de tweede wereldoorlog. Geen kamergeleerde. Geen droge professor. Misschien was hij veroordeeld dat ooit eens te worden? Maar… de oorlog en het Hitlerregime hebben hem gekneed en omgesmeed tot een radicale, stoute denker. Hij heeft, letterlijk door de omstandigheden gedwongen, op vele barricades gestaan. Op den duur kon hij niet meer nazeggen wat hij op school had geleerd: het leven had hem opgevorderd om een andersdenkende te worden. Letterlijk een protesteerder, een protestant. Hij heeft voor deze keuze ook de duurste prijs betaald. Hij werd opgehangen, naakt. Op 9 april 1945.

Maar eerst dit: deze zoon uit een gegoede, burgerlijke familie, was een uiterst getalenteerd mens, een geboren chef, een primus die niet superieur was, een prins, een broeder die altijd eenzaam was omdat hij méér was. Een soort godenkind, voorbestemd om ooit eens een luthers bisschop te worden of een kerkleider. Hij was tot zoveel voorbestemd. Hij is echter niets van dat alles geworden. Hij is uiteindelijk enkel maar martelaar geworden. Enkel maar?

Hij heeft, me dunkt, één waarheid geleerd: christelijk geloven valt niet altijd samen met godsdienst. Indien u het me toestaat, wil ik daar even op doorgaan. Godsdienst is hoe dan ook organisatie, instituut, systeem. Godsdienst wil hoe dan ook het geloven van mensen in goede en juiste banen leiden. Godsdienst houdt gelovigen op het rechte pad. Dat is voor de overgrote meerderheid van de christelijke stervelingen een weldaad, een houvast.

Totdat de omstandigheden ons dwingen om aan dat systeem, aan dat instituut te gaan twijfelen. Op een gegeven ogenblik biedt de godsdienst niet langer het beloofde houvast: het leven is sterker. Nood breekt wet. Trouw aan het eigen geweten breekt brave volgzaamheid.

Dat is volgens mij de betekenis van Bonhoeffer: hij had plots in levenden lijve in Duitsland de farao uit Egypte ontmoet. En hij weigerde resoluut om een dienaar te worden van dit soort grove schijnmacht. Christelijk geloof kan immers lief zijn en meegaand. Het kan ook braaf zijn en compromissen sluiten, en vele mensen terwille zijn terwille van laagdrempelig mededogen. Maar…  misschien zullen we ook eens moeten leren nee te zeggen. Ergens zijn er grenzen aan de compromissen die wij voortdurend sluiten.

Misschien, dames en heren, word ik ooit nog eens stout? Dan heb ik de boeken van Bonhoeffer niet voor niets gelezen. Deze man werd gedood omdat hij zijn waarheid niet wilde inslikken. Het laatste compromis was er teveel aan. Een groot mens toch.

De compromisvraag is voor mij een levensvraag.

Een lied in de bomen

Van alle kanten komt het licht,
met een ontwapenende vrolijkheid.
Het heeft de aarde aangestoken.

Hoog en onzichtbaar in de bomen
wordt een lied gezongen dat de ziel geneest.
Over de hoop die onontvreemdbaar wordt.
Over de liefde die met zachte kracht
de dood kan overwinnen.

Als het onooglijke zaad het nieuwe
zo veelvuldig in zich draagt,
waarom dan jij niet, lieve mens?
Jij, al geboren met dat grenzeloze
in de ogen.

Paaseieren Rapen 2012

Naar jaarlijkse traditie was het op paaszondag 8 april 2012 weer eierenraap in Korbeek-Dijle. Gevolgd door een woord- en communiedienst en een lekker paasmaaltijdje.

Week 2012-17 - Pasen 2012 02Week 2012-17 - Pasen 2012 03Week 2012-17 - Pasen 2012 04

woensdag 18 april 2012

Mijn platte land - Deel 2: Het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan

(Een column van Pieter Bos uit LOKAAL, het halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten van 1 mei 2009, maar nog steeds brandend actueel)

Je zou denken dat men dat het Gerustru zou noemen. Maar neen. Te veel logica mag men nu ook weer niet verwachten. Het ding wordt het Ge-Er-Es genoemd.
Elk Ge-Er-Es is natuurlijk anders, maar op een bepaalde ondoorgrondelijke manier toch ook altijd weer hetzelfde. Zo kan je er - bijvoorbeeld - een huis op bouwen dat voorziet in invulbebouwing, een techniek afgekeken van de tandheelkunde, die al eerder ervaring opdeed met kies-pijn. Invulbebouwing is er op gericht de overgebleven gaten op te vullen.
Eenmaal die klus geklaard, begint het echte werk. Het buitengebied is nu binnengebied geworden, want ingesloten door bebouwde randen. Wat vroeger uitbreiding zou zijn geweest, kan nu inbreiding worden genoemd. Of verdichting. Of allebei. Eigenlijk doet het er ook niet toe. Het belangrijkste is dat er gebouwd kan worden. Dat kan van zodra de kinderen van de landbouwer, intussen zelf tot mest weergekeerd, uit onverdeeldheid treden. Onverdeeldheid, nog zo’n woord. Een mens zou denken: als ze het eens zijn, zijn ze niet verdeeld, dus onverdeeld. Maar woorden bedriegen, ik zei het al. Eenmaal uit onverdeeldheid kan het stuk grond verkocht worden.
Daar heeft de projectontwikkelaar op gewacht. De projectontwikkelaar ontwikkelt projecten. Hij heeft zijn naam dus niet gestolen.
Al de rest wel, zeggen sommigen. Maar ik niet. Ik zit in de Gecoro. En daar zit ik samen met mensen die bovenste beste banden hebben met projectontwikkelaars: notarissen, architecten, landmeters, stedenbouwkundigen,… Laat die projectontwikkelaars maar doen, zeggen zij, die weten het zelf toch wel het best, anders waren ze al lang failliet.
Daar zit logica in, geef toe. Ik moet het ze trouwens nageven: ze gaan grondig te werk, die projectontwikkelaars. Eerst rijden ze alles plat, platter, platst. Tot er alleen nog platteland overblijft, inderdaad. En daarna slaan ze aan het ontwikkelen.
Dat heet dan plattelandsontwikkeling.
Zo zie je maar. Ruimtelijke ordening, het lijkt ingewikkelder dan het is.

‘Geloof is een verhaal van normen en waarden’

(Uit een vraaggesprek van Boudewijn Vanpeteghem met Wouter Beke)
(Gelezen In Tertio Van 4 April 2012)
De kerk moet een stem in het kapittel hebben bij de hedendaagse invulling van waarden die de politiek in dwingende normen omzet. Dat vindt CD&V-voorzitter Wouter Beke. Hij stelt dat de plaats die de kerk in de samenleving bekleedt, billijk is en dat ze die plaats moet benutten.

U citeert: “Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt, aan God wat aan God toekomt.” Wat bedoelt u daarmee?
“De vraag naar de verhouding tussen geloof en politiek is 2000 jaar geleden al beantwoord. Ieder heeft een eigen rol. Dat zit geworteld in onze christelijke cultuur en is een van de fundamenten van onze democratie; net zoals het principe van de subsidiariteit in de ordening van onze samenleving.”

Voor u moet elk zijn plaats kennen en hebben. Hoezo?
“Dat ‘hebben’ gaat over actief pluralisme. We zijn geen lekenstaat zoals Frankrijk. Wij erkennen verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen, en we ondersteunen die actief omdat ze een maatschappelijke rol spelen.”

Hoe zit het met de plaats van de kerk?
“Die moet er zijn en is er ook. Het komt er voor de kerk op aan haar plaats voldoende te benutten.”

Betekent dit dat ze zich meer in het publieke debat moet moeien, bijvoorbeeld over het budget, de vluchtelingen, de armoede enzovoort?
“De kerk heeft in al die domeinen een rol te spelen omdat ze met waarden te maken hebben. Vertrekkend van die waarden kan de kerk duiding geven over de maatschappelijke betekenis en gevaren.”

De kerk als baken van waarden?
“De kerk heeft veel aan maatschappelijke invloed verloren door het pedofilieschandaal. Ze heeft vooral een rol te spelen in de macro-ethiek, bijvoorbeeld wanneer het gaat over solidariteit, zorg, het verbinden en versterken van mensen.”

U zegt: “Problematisch wordt het wanneer de politiek in de plaats van de kerk probeert te komen.” Doet de politiek dat? Zo ja, waar zit het probleem?
“Neen, ik heb niet het gevoel dat de politiek dat vandaag doet. Politiek vertaalt waarden in normen die bindend worden voor iedereen. Onze sociale zekerheid bijvoorbeeld maakt solidariteit en verantwoordelijkheid verplicht. Voor mij is het wel te eng wanneer alleen waarden tellen waarvoor normen zijn uitgewerkt. Heel wat waarden van wat al dan niet geoorloofd is, liggen niet vast in wetten en decreten. En maar goed ook. Normen volstaan niet; er is tevens een onderbouw nodig waardoor ze maatschappelijke inbedding krijgen. Overigens is het de vraag wat waarden zoals verantwoordelijkheid, solidariteit, personalisme en rentmeesterschap vandaag betekenen.”

Wat is uw antwoord op die vraag?
(denkt na) “Dat de kerk die invulling mee vorm moet kunnen geven. Onze in belangrijke mate christelijke traditie en cultuur spelen hierbij een rol en daarbij zijn parabels belangrijk zoals die van de talenten en de barmhartige Samaritaan. Waarden en normen zijn abstract; we moeten ze concreet beleven en uitdragen.”

Ik weet het niet

Ik weet het niet.
Maar het sneeuwt
kersenbloesemblaadjes in mijn tuin.
De zon gooit het
op een akkoordje met de regen.
En niets of niemand
houdt het leven tegen.

(woorden van Kris Gelaude)