woensdag 19 november 2014

Gebed van de week: Gebed voor alle mensen

Dank U, Vader,

voor alle mensen om ons heen,

voor zoveel verscheidenheid

en die waaier aan talenten

waarvan wij mogen genieten.

Voor allen bidden wij, Vader,

voor gelovigen en ongelovigen,

zoekers en doeners,

denkers en werkers,

zieken en werklozen,

leiders en volgers,

vervolgden en vervolgers,

vriend en vijand…

Wees hen allen nabij,

toon hen uw goedheid.

Samen bouwen wij aan uw Rijk

waar niemand mag ontbreken.

Dan zal er vrede zijn,

diep in elke mens.

De vrede van de Heer.

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx

woensdag 12 november 2014

De Tweede Wereldoorlog - deel 10

Op 27.9.1938 krijgt de burgemeester van Korbeek-Dijle van eerste wachtmeester Marissens, bevelhebber van het kanton der Rijkswacht van Leefdaal, het bericht dat het stellen van het leger op versterkte vredesvoet bevolen is. Hij wordt verzocht onmiddellijk de personen bijeen te verzamelen die aangeduid zijn om de bevelen der soldaten om hun korps te vervoegen, en de opeisingsbevelen der paarden rond te dragen.

In het “Klasseerboek tot de inschrijving der paarden” van 1939 staat mijn vader met twee zware trekpaarden:

- een onechtzwarte inlandse ruin, Prins, 1,62 m groot, geboren in 1935 en in 1939 geschikt verklaard voor het leger

- een bruine inlandse ruin met ster op kop en witte vlek tussen de neusgaten, Duc, 1,63 m groot, geboren in 1935 en in 1939 geschikt verklaard voor het leger.

Mijn vader heeft ze allebei aan het Belgisch leger moeten afstaan.

*

Nog een anekdote in verband met “de zwarte”: Prins, de zwarte ruin, had de onhebbelijke gewoonte de gevoederde haver uit zijn kribbe op de grond te zwiepen. Daarom had mijn vader aan mijn grootvader gevraagd er een beetje op te letten en “de zwarte” tot de orde te roepen als hij weer aan zijn gezwiep zou beginnen. Mijn grootvader (toen ongeveer 87 jaar) zat achteraan in de stal met een stok in zijn hand, gereed om “de zwarte” tot andere gedachten te brengen bij onbetamelijk gedrag.

Het was zover! Mijn grootvader sprong roepend recht en gaf “de zwarte” een tik tegen zijn achterwerk. Maar “de zwarte” reageerde bliksemsnel en gaf mijn grootvader een keiharde trap. De man was volledig buiten strijd. Hij was een hele tijd bewusteloos, maar is gelukkig zonder blijvende schade volledig hersteld.

*

Om hem uit de nood te helpen mocht mijn vader, na het verlies van zijn twee paarden, een jong paard (een grijze ruin) gebruiken van zijn schoonbroer, Louis Mommaerts (de Pachter va Coeckelberghs). Dat paard heeft hij ook gekocht. Het was een prachtig en verstandig paard waaraan mijn vader haast menselijke eigenschappen toedichtte. Met dat paard in de wagen gespannen zijn wij (mijn ouders, mijn grootouders (langs vaders kant), mijn oudste twee zussen en ikzelf) op de vlucht gegaan in mei 1940. Ik was toen amper drie jaar en heb hiervan zo goed als geen herinneringen.

Normaal bewerkte mijn vader zijn land met een volwassen, opgeleid paard en daarbij een tweejarig veulen. Het veulen werd ook opgeleid, en na een paar jaren, zodra het veulen in staat was om zelfstandig te werken, verkocht mijn vader het oudere paard en kocht dan opnieuw een veulen van 18 maanden à 2 jaar om op te leiden. Mijn vader werkte liever met ruinen dan met merries. Maar zo’n veulen van 18 maanden à 2 jaar, als het een hengst was, was normaal nog niet gecastreerd. Veulens castreren was toen een stiel apart. Mijn vader deed beroep op Charel Voets van Rotselaar, een broer van Fikke Voets, de man van Treis va Lammekes. Hij schreef dan een postkaart naar:

Charel Voets

Veulensnijder

Rotselaar

en de kaart kwam perfect waar ze moest zijn. En een tijdje later stond Charel Voets bij ons op het erf om zijn werk te doen. Het veulen werd daarvoor buiten op wat stro neergelegd en met een viertal mannen vastgehouden.

Met hoe weinig gegevens de postbodes toentertijd de bestemmeling vonden is nu niet meer te geloven. Dat kwam doordat de postbodes hun uitreikingsgebied door en door kenden. Zij kenden iedereen, zelfs de kinderen. Zo gebeurde het in Korbeek-Dijle dat Warreke de facteur ’s middags nog op ronde was als de school uit was en wij naar huis stapten. Dan riepen wij naar de facteur: “Warreke, hedde niks voor mij?” En warempel, Warreke zocht dan in zijn brieventas en toverde nu en dan een brief te voorschijn voor de ouders van één van de vragende kinderen. En die mocht de brief dan meenemen naar huis. Wat een tijd! Nu toch wel een kleine 70 jaar geleden.

*

* *

Terug naar de paarden. Mijn vader moest met zijn oudste paard, zijn prachtpaard, naar de Duitse opeising van 15.3.1941 in Leuven. Het was daar uiteraard een grote drukte van boeren met hun paarden uit de grote omgeving van Leuven en ook van toeschouwers die kwamen voor het spektakel. Terwijl zij aanschoven voor de monstering deed als een lopend vuurtje het gerucht de ronde dat de Duitsers geen controlelijsten hadden en men dus de monstering kon omzeilen. Mijn vader en Victor Beersaerts (de Kwint) waagden hun kans. Zij gingen verder met hun paard maar weken dan onopvallend zijwaarts uit en mengden zich tussen het publiek en de begeleiders die met hun paarden af en aan liepen, achter de rug van de Duitse controleurs, en schoven dan weer aan bij degenen die hun paard wel hadden getoond.

Hun truc was gelukt. Mijn vader zijn prachtpaard was gered. Ook andere boeren die helemaal niet naar de monstering waren gegaan waren ontsnapt aan de opeising.

Maar op 1.4.1941 kregen de burgemeesters al het verwijt van de overheid dat zij de onderrichtingen niet nauwkeurig opgevolgd hadden zodat talrijke landbouwers verwaarloosd hadden hun paarden aan te bieden, (en inspelend op het schuldgevoel van de ontwijkers) waardoor andere landbouwers het enige paard dat zij hadden hebben moeten afstaan.

Bij een volgende opeising beschikten de Duitsers wel over controlelijsten en heeft mijn vader zijn geliefd paard wel moeten afgeven. Hij kreeg daarvoor een matige vergoeding maar moest toch op zoek naar een nieuw veulen. Daarvoor trok hij naar Limelette in Waals-Brabant, naar een gareelmaker afkomstig uit Neerijse, Lewie Poerre, die veel contact had met de Waalse boeren uit de omgeving en wist waar een veulen te koop stond. Hij begeleidde de kooplustige Vlaamse boeren naar die boerderijen en trad op als tolk bij de onderhandelingen over de verkoopsvoorwaarden van het veulen.

(wordt vervolgd)

Menselijk verhaal

(Gelezen In Tertio Van 29 Oktober 2014)

Salesiaan Piet Stienaers, directeur van Don Bosco Oud-Heverlee, bundelde veertig bezinningen op Bijbelteksten in een boek waarvan de titel als een zucht van dank en verlichting klinkt:

Godzijdank, een menselijk verhaal.

Woord en beeld gaan samen in dit boek, dat evengoed een visueel als een literair werkstuk is. Roel Verleyen tekende voor de foto’s bij de teksten.

Het boek kan besteld worden via www.tertio.be. Het telt 175 blz en kost 18 €.

Gebed van de week–Dienaar?

Heer,

geef ons de moed

om ons klein genoeg te wanen

voor het werk van de dienaar,

opdat Gij voor de mensen zichtbaar wordt,

groter dan ons hart!

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx

woensdag 5 november 2014

De Tweede Wereldoorlog - deel 9

Duitse opeisingen

Met een brief van 9 bladzijden van 11.11.1940 meldt de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën aan de burgemeester welke voorlopige regeling werd getroffen voor de betaling door de Belgische Schatkist, langs de gemeenten om, van de opeisingen van het Duitse leger.

Een greep uit het Tarief der Duitse opeisingen:

Logementen (per dag en per man, gas, water, verlichting, lijnwaad, ’t wassen en ’t bedienen inbegrepen):

- soldaten met bed: 3 fr

- onderofficieren: 4 fr

- adjudanten: 6 fr

- lagere officieren: 8 fr

- hogere officieren: 12 fr

plus 2 fr per plaats zo de verwarming mee opgeëist wordt.

Paarden, slachtvee, aardappelen, melk, eieren, graan, stro tot zelfs de wol van geschoren schapen moesten geleverd worden aan de bezettende overheid tegen de prijs van de reguliere markt, bepaald door de bezettende overheid uiteraard.

Opeising van paarden

Op 5.3.1941 stuurt de provinciegouverneur een brief aan de burgemeester:

“Op bevel van de Duitsche Militaire Overheid, heb ik de eer U te melden dat deze, op 15 Maart 1941 zal overgaan tot de opeisching van een zeker aantal paarden.
Het beloop van deze opeischingen zal door de Duitsche Overheid kontant en in belgische munt uitbetaald worden. (Nvdr: Alleen reeds door het al of niet gebruik van hoofdletters bewijst de Belgische administratie hoe laag haar zelfrespect op dat moment was gevallen.)

De paarden uwer gemeente, ’t zij 72 beesten ongeveer (van 3 jaar en ouder), dienen bijeengebracht den 15 Maart 1941 te 9 uur ’s morgens te LEUVEN, in de middendreef der Geldenaakse vest.

De op te eischen dieren moeten voorgesteld worden, voorzien van teugels en halster alsook van een snoer van ongeveer 2 m. lengte; zij dienen net gepoetst, geroskamd, gevoed en voorzien zijn geweest van drank.

De hoefijzers moeten in zeer goede staat zijn.

De drachtige merries welke binnen de acht dagen een veulen moeten werpen en de merries met een veulen van minder dan twee weken oud dienen nochtans aan de opeischingscommissie niet voorgesteld. De eigenaars moeten hieromtrent wel een getuigschrift van het gemeentebestuur voorleggen.

De paarden die den ouderdom van 3 jaar niet hebben bereikt alsook de hengsten en de paarden die van het gebruik der 2 oogen beroofd zijn, moeten niet voorgesteld worden, maar hun eigenaars zullen de stukken ter bewijsvoering der voormelde eigenschappen moeten voorleggen.

Insgelijks zullen de eigenaars die slechts één paard bezitten dit aan de Commissie voorstellen en het bewijs leveren dat zij geen ander paard hebben.”

*

* *

De interesse van de legers in paarden – ook het Belgische leger – blijkt uit de gemeentelijke vijfjaarlijkse registers “lijsten voor de telling der paarden en voertuigen” die jaarlijks moesten worden aangevuld of aangepast ten behoeve van de “Mobilisatie van het Leger”. Ik vond reeds een dergelijk register voor het jaar 1906. In het register van 1925-1929 bijvoorbeeld werden de eigenaars vermeld met een gedetailleerde beschrijving (in het Frans) van hun paard(en) (ouder dan 3 jaar) en gerangschikt per klasse van paarden. Samengevat vermeldt dit register:

-zadelpaarden: -5 ruinen (4 Belgische, 1 Ierlander)

-gewone trekpaarden die desnoods als zadelpaarden kunnen dienen:

-8 ruinen (4 Belgische, 4 Ierlanders)

-3 merries (2 Belgische, 1 Ierlander)

-gewone trekpaarden:

-8 ruinen (5 Belgische, 3 Ierlanders)

-8 merries (8 Belgische)

-zware trekpaarden:

-12 ruinen (10 Belgische, 1 Ierlander, 1 Engelse)

-20 merries (20 Belgische)

Totalen: -33 ruinen (23 Belgische, 9 Ierlanders, 1 Engelse)

-31 merries (30 Belgische, 1 Ierlander)

Van deze beschreven paarden waren er in 1929 nog 3 zadelpaarden en 54 trekpaarden aanwezig. De eigenaars van de zadelpaarden waren: Frans Vrijdags (Woikes), Frans Ruelens (de Nezze) en Adolf Berthels (Dolf van den Bettel). 36 boeren hadden 1 trekpaard, 9 boeren hadden 2 trekpaarden (de paarden minder dan 3 jaar niet meegerekend).

Mijn grootvader, Henri Cammaerts, staat in de lijst van eigenaars van zware trekpaarden met een ruin, Belgisch trekpaard, met de naam Duc, voskleurig (un alezan) met een witte vlek op het voorhoofd (une pelote en tête), 1,60 m groot en geboren in 1925, in goede conditie in 1929.

De grootvader van mijn vrouw, toenmalig burgemeester Louis De Bontridder, staat in twee lijsten met drie paarden:

-lijst van de gewone trekpaarden die desnoods als zadelpaarden kunnen dienen:

-1 merrie, Belgisch trekpaard, met naam Lisa, bruinkleurig (bai brun) met kleine witte sok aan linker achterbeen (une petite balzane postérieure gauche), 1,55 m, geboren in 1910, in goede conditie in 1925 en 1926, ongeschikt daarna

-lijst van de zware trekpaarden: -1 merrie, Belgisch trekpaard, met naam Pauline, zwart, 1,62 m, geboren in 1916, in goede conditie (van 1925 tot 1929)

-1 merrie, Belgisch trekpaard, met naam Lot, voskleurig met witte streep (une liste) vooraan op het hoofd, 1,59 m, geboren in 1918, in goede conditie in 1925 en 1926, verkocht op 22.10.1926 aan Louis Meulemans uit Bierbeek.

(wordt vervolgd)

Gelezen In Tertio Van 22 Oktober 2014

1.De databank parochiekerken is voortaan online doorzoekbaar via de website van het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC). Er zijn onder meer gegevens in te vinden over de identificatie, typering en stijl, geschiedenis, relaties met onder andere organisaties en personen en beschermingsstatus van de Vlaamse parochiekerken. Meer info: http://crkc.be/databank-parochiekerken.

2.De Ugandese aartsbisschop Cyprian Kizito Lwanga van Kampala vraagt gelovigen elkaar tijdens de vredeswens niet langer de hand te schudden. Bisschop Anthony Borwah van het Liberiaanse bisdom GBarnga onderstreept dat ebola helaas slechts een van de vreselijke plagen is die zijn volk momenteel treft naast onder meer polygamie, migratie, werkloosheid, gebrek aan vaderfiguren, huiselijk geweld, kindhandel en sekstoerisme.

3.In ons land werd vorig jaar 37.854 keer gehuwd, een daling met 10,3 procent tegenover 2012. De nuptialiteit – het aantal huwelijken in verhouding tot de gemiddelde bevolking – daalt zelfs tot het historisch laagste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog. Het aantal verklaringen van wettelijk samenwonen stijgt tot 79.323. Wie huwt, doet dat steeds later. De gemiddelde leeftijd bij het eerste huwelijk bedraagt nu 32,2 jaar voor de man en 29,8 jaar voor de vrouw.

4.Het slotdocument van de buitengewone bisschoppensynode werd op 18 oktober goedgekeurd. De 183 aanwezige synodevaders stemden over alle 62 paragrafen afzonderlijk. Drie blijken geen tweederdemeerderheid te hebben gehaald: twee over het verbod op communie voor echtgescheidenen, een over de houding van de kerk tegenover homoseksuelen.

(Geert De Kerpel)

Gebed van de week: Storm

In tijden van wanhoop

mogen wij geloven

dat Gij bij ons zijt,

onzichtbaar aanwezig,

grenzeloos vertrouwend

dat iemand ons thuis brengt,

rust geeft en vrede.

Het oude is voorbij,

het nieuwe is er al.

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx