woensdag 20 augustus 2014

Gebed Van De Week: Onze Vader in de hemel

Zo hebt Gij, Jezus,

onze Schepper aangesproken

en getoond hoe Hij ons nabij wil zijn

vanuit de hemel,

-oord van altijddurende gelukzaligheid-

als een vader én een moeder

-ik zal er zijn voor u-

wat er ook gebeurt.

Help mij naar U op te kijken, Heer,

in de hemelse verwachting

dat bij U alles goed wordt,

dat ik bij U thuis kan komen,

dat ik er bij U mag zijn zoals ik ben:

kind van U,

mijn Vader

en onze Vader…

Vandaag

en alle komende dagen,

tot in eeuwigheid!

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx

woensdag 13 augustus 2014

Getuigenissen over Wereldoorlog I in Bertem - deel 1

Door een toevallige, omstandigheid kreeg Raf Van der Donckt inzage in "Parochiale Verslagen", opgemaakt na de WOI en onlangs toegankelijk gemaakt via digitale weg. Hij verwerkte de tekst enigszins, zodat hij voor ons leesbaarder is geworden, waarvoor onze hartelijke dank. Wij willen jullie deze getuigenissen niet onthouden nu de inhoud extra betekenis krijgt aangezien het exact 100 jaar geleden is dat Wereldoorlog I begon.

Vooraf

Vrij snel na de wapenstilstand van de ‘Groote Oorlog’, op 15 mei 1919, werd door de Belgische bisschoppen het initiatief genomen om alle parochies aan te schrijven en aan de pastoors te vragen een uitgebreide vragenlijst schriftelijk te beantwoorden.

Uit de toelichtingen bij die vragenlijst, maar ook reeds uit de titel (Aanteekeningen, dienstig voor het opmaken der Kerkgeschiedenis in België gedurende den grooten oorlog- 1914 - 18) blijkt dat het de vicarissen van de bisdommen er op de eerste plaats om te doen was feitenmateriaal te verzamelen over het wedervaren van alle Belgische kerkgemeenschappen tijdens de oorlogsjaren. En ze benadrukten dat ze een objectieve kerkgeschiedenis voor ogen hadden en dat daarbij de regels van de historische kritiek moesten worden toegepast:

‘Het zal wel overbodig zijn eraan te herinneren dat Wij hier het materiaal samenbrengen voor een streng wetenschappelijk werk en niet voor een oorlogspublicatie: dus kalme uiteenzetting en zakelijke inhoud worden verlangd. Het mag ons niet kunnen verweten worden dat wij partijdig oordeel hebben gestreken.’ ..

En verder:

.. Wezen wij dus onbevooroordeeld en oprecht, nauwkeurig en nauwgezet. Wanneer het feiten geldt waarvan gij geen ooggetuige waart, zult gij bij de meest geloofweerdige persoonen getuigenissen inwinnen, de getuigenissen met elkander vergelijken, om door herhaaldelijk ondervragen tot de meest mogelijke zekerheid te komen.’

Maar, al wordt het in de toelichting niet met zo veel woorden gezegd, deze vragenlijst zal ongetwijfeld ook de bedoeling gehad hebben, een betrouwbare inventaris op te stellen van zowel de gedragingen, van de wan- en misdaden van de bezetter maar ook van de vernielingen en schadegevallen die ze al die jaren hadden veroorzaakt. Een instrument, m. a. w. om achteraf oorlogschadeclaims te kunnen staven.

Van de honderden verslagen die op de bisdommen werden afgeleverd konden we er slechts enkele doornemen, maar daaruit blijkt alvast dat, zoals kon verwacht worden, de respons van de pastoors heel verscheiden is. Sommigen houden zich nauwgezet aan de vragenlijst en geven uitgebreide antwoorden en vullen veelal aan met commentaren en bedenkingen. Andere maken er zich van af met een bondige opsomming van gegevens, terwijl weer andere de voorgeschreven regels van objectiviteit gemakshalve vergeten en hun antwoord in de vorm van een pamflet verpakken. We komen daar op terug als we het over Korbeek-Dijle zullen hebben.

De originele oorlogsverslagen worden bewaard in de archiefdepots van de respectievelijke bisdommen, maar werden onlangs door het Algemeen Rijksarchief digitaal verwerkt, waardoor ze nu op een gemakkelijk bereikbare manier (via het internet) toegankelijk zijn geworden voor de onderzoekers en belangstellenden.

Nu, precies honderd jaar later, zullen ze ongetwijfeld de aanzet vormen tot een meer gedetailleerd onderzoek van de oorlogsjaren die in zo vele steden en gemeenten blijvende sporen hebben nagelaten.

Sommige verslagen hebben een eerder anekdotisch karakter, maar verschaffen toch vaak interessante wetenswaardigheden voor de plaatselijke geschiedenis. De verslagen van de drie parochies van onze gemeente Bertem kunnen we in deze categorie onderbrengen.

Andere, en hierbij denken we aan de ‘Decanale verslagen’ van de dekenij Leuven, zijn heel wat minder vrijblijvend. Ze bevatten immers ooggetuigenverslagen van de brandstichting op de Oude Markt op die beruchte dinsdag 25 augustus 1914. Toen gingen onder andere de Lakenhalle en de daarin gehuisveste Universiteitsbibliotheek in de vlammen op, en dit onheil werd daags nadien gevolgd door wat we een genocide onder de Leuvense burgerbevolking durven noemen: er vielen 209 slachtoffers en ruim 1000 panden werden in de as gelegd.

In wat volgt houden we het bij een glimp van het wedervaren van wat de generatie vóór ons tijdens die bange jaren overkwam in de parochies Bertem, Leefdaal, en Korbeek-Dijle.

Parochie van Berthem bij Leuven

Enige nota’s aangaande de gebeurtenissen alhier sedert augustus 1914

2 augustus: De pastoor begint, in de parochie, met een inschrijvingslijst ten voordele der huisgezinnen, waarvan een lid voor de verdediging van het vaderland is opgeroepen. Door bemiddeling van een Comiteit, wiens voorzitter de Burgemeester is, wordt er van de verzamelde som 753 fr, 560 fr uitgedeeld in bloem zijnde 2000 kilogr. Aan 28 fr den zak: blijft in kas 193 fr.

19 augustus: Het grootste gedeelte der inwoners van Bertem vlucht langs Leefdaal, naar Duisburg en IJzer en ook naar de Cinquantenaire te Brussel.

Om 5 uur namiddag: de eerste Duitse soldaten verschijnen in Bertem op de baan Leuven - Tervuren, komende van Leuven

Tussen Bertem en Leefdaal zijn er Belgische soldaten, men hoort de kanonnen, de mitrailleuren, de geweerschoten: er zijn twee Belgische soldaten gedood, één Belgische soldaat gekwetst, één Duitse officier en één Duitse soldaat gedood. Twaalf woningen (pachthoeven en werkmanswoningen) worden in brand gestoken door de Duitse soldaten die in de die huizen, waarvan de inwoners gevlucht waren, zijn gaan zoeken of er geen Belgische soldaten in verborgen waren.

‘s Nachts worden al de huizen, die op de Grote Baan zijn gelegen, in de afwezigheid der inwoners leeggeplunderd.

20 augustus: ‘s Morgens om 5 uur ontmoet de pastoor een Duitse soldaat van ’t rood Kruis die de weg naar het klooster vraagt om daar een Belgische gekwetste soldaat, genaamd Lehoucq heen te brengen; deze is erg getroffen en na bediend te zijn van de H.H. Sacramenten sterft hij er na 8 dagen en wordt in den hof van het klooster begraven.

‘s Morgens zijn er in de kerk juist drie personen: de pastoor, de onderpastoor en de meid; er wordt niet geluid en de twee missen worden gelezen: de een dient de mis van den anderen

‘s Middags om 5 minuten voor 12 komt iemand van het klooster het verbod der Duitsers bekend maken over ’t klokkenluiden: de pastoor spoedt zich naar de kerk, maar onderweg komt hij een Hoofdman tegen, die in goed Frans hem het verbod bekend maakt er bij voegende dat zulks een teken van verraad is om het leger aan de vijand aan te kondigen en dat zulks gans den tijd van den oorlog verboden is; hij meldt ook dat ze de klokzelen hebben afgesneden.

Van 20 augustus tot 30 september zijn er tot 7 keer toe Duitse officieren of onderofficieren op de pastorij gelogeerd en gevoed geweest: allen hebben uitdrukkelijk, en vele schriftelijk, verklaard dat zij zeer tevreden waren over de ontvangst die ze op de pastorij genoten hebben.

26 augustus: Het Duits Rood-Kruis komt tegen den avond in Bertem aan. Zij zijn uitgerust en nemen allen te samen hun inkwartiering in de gemeentescholen. Zij vertellen ons dat in Leuven de burgers op de soldaten geschoten hebben en dat er vele Duitse soldaten gedood en gekwetst zijn: dat de stad gaat gebombardeerd worden en, inderdaad, men ziet de vlammen boven Leuven.

Zij eisen dat de pastoor, evenals de heren Burgemeester en Deruyter, met hen in de school overnachten als gijzelaars.

Ziehier ons nachtverblijf: in den gang van een klas liggen 3 bussels stro, er zijn 3 stoelen en een tafel tot onze beschikking; de deur gaat op slot en een schildwacht er voor; den gansen nacht geen oog geslapen en elk is op zijnen stoel blijven zitten.

Gelukkig te half vijf mocht ik naar de pastorij gaan en daar heb ik nog een uurtje gerust tot half 6.

27 augustus: Vluchtelingen uit Leuven

Den gansen voornoen is de Grote Steenweg vol volk dat uit Leuven vlucht: het was een droevig zicht: mannen, vrouwen, kinderen, ouderlingen, gebrekkigen, wereldlijken en geestelijken, paters en zusters daar allen ondereen te zien voorbij trekken. Daar tussendoor trokken dan nog, om nog meer schrik te verwekken, de Duitse soldaten voort. Men heeft me verteld dat arme weeskinderen van 6, 7, 8, 9 jaren die ook in groot getal vluchtten gezamenlijk op den rand van den weg op hunne knieën gingen zitten en de handen omhoog staken om bescherming, wanneer ze de Duitse soldaten zagen aankomen. De officieren deden ze recht staan en wierpen hun koekjes toe.

Op de pastorij belandden er achtereenvolgens:

1° Een oud moedertje van Leuven van 85 jaren

2° Meer dan 300 weeskinderen van’ Bermhertigheid Heverlee’

3° 20 zusters der Bermhertigheid Heverlee

4° 52 zusters redemptoristinnen

5° 25-tal burgers

6° 5 priesters

Zo had ik meer dan 400 personen op de pastorij te logeren.

Share Fair

Week 2014-33 - sharefair

Gebed van de week: Onze Vader

Onze Vader in de hemel,

laat uw naam geheiligd worden,

laat uw koninkrijk komen

en uw wil gedaan worden

op aarde zoals in de hemel.

Geef ons vandaag het brood

dat wij nodig hebben.

Vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij hebben vergeven

wie ons iets schuldig was.

En breng ons niet in beproeving,

maar red ons uit de greep van het kwaad

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx

woensdag 6 augustus 2014

De Tweede Wereldoorlog - deel 4

De Tweede Wereldoorlog (deel 4)

De versterkingsdijk langs de weg naar Oud-Heverlee was voorzien om opgeruimd te worden tussen 1.6.1943 en 30.7.1943 voor de prijs van 210.000 fr. Oud-Heverlee had machtiging gegeven aan Korbeek-Dijle om de leiding der werken te nemen voor het hele traject. Dat werk is toen echter niet uitgevoerd, maar pas jaren na de oorlog.

Op 7.6.1944 schrijft de Provinciaal Commissaris voor den Wederopbouw in Brabant aan de burgemeester dat ingevolge luchtbombardementen spoedeisende maatregelen dienen getroffen met het oog op de publieke veiligheid, maatregelen die het onmogelijk maken prijsvragen voor bouwwerken uit te schrijven noch de nodige toelating in te winnen.

Reeds op 13.5.1943 was er sprake van “bombardementen uit de lucht de laatste tijd”, maar op 7.6.1944 schijnt de oorlogsactiviteit sterk te zijn toegenomen.

Belastingen

Op 20.10.1940 stemt de gemeenteraad voor een tijdperk van 1 jaar (waarschijnlijk voor het jaar 1940) een bijzondere belasting welke overeenstemt met 41 % der bedrijfsbelasting op de wedden, daglonen en pensioenen van de ingezetenen der gemeente, “gezien de noodzakelijkheid de nodige inkomsten te scheppen om het begrotingsevenwicht te behouden.”

Op 12.4.1941 schreef het Algemeen Commissariaat voor de Provincie- en Gemeentefinanciën aan de burgemeester dat wegens het tekort op de begroting aanvullende belastingen moeten geheven worden:

1) aanvullende opcentiemen op de cedulaire (per soort inkomen) inkomstenbelastingen: 30

2) opvoering van den voet der speciale belasting op de wedden en loonen tot 40 % (waarschijnlijk voor het jaar 1941)

Op 23.12.1941 beslist het College met ingang van 1.1.1942 voor een periode van 5 jaar een taks van 25 opcentiemen te heffen op de provinciebelasting op de honden (verlenging van eenzelfde belasting die liep vanaf 1.1.1937).

Op 18.9.1943 beslist het College dezelfde belasting als deze van 20.10.1940 met ingang van 1.1.1944 voor 1 jaar op 30 % te brengen.

Prostitutie

Op 16.4.1941 stuurt de gouverneur volgende brief aan de burgemeesters:

“De secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie zendt mij de missieve waarvan inhoud volgt:

Mijnheer de Gouverneur,

Naar luid van de bepalingen van artikel 1 van het Besluit dd. 3 Januari 1941 (Staatsblad van 16/1/1941) tot herziening en samenschakeling van de beschikkingen, op de ontucht, mag niemand zich tot ontucht prijsgeven, dan in de huizen, te dien einde in bepaalde straten en wijken door het College van Burgemeester en Schepenen toegelaten. Hetzelfde College houdt de lijst der gemachtigde ontuchthuizen.

Dagelijks stel ik vast dat publieke vrouwen van vreemde nationaliteit, die in ontuchthuizen verblijven van inrichting veranderen om dienst te nemen in een andere gelijkaardige inrichting of wel in zekere tabakswinkels of tavernes, die bij de politie algemeen bekend staan als ontuchthuizen.

In de meeste gevallen weet mijn bestuur niet of de huizen, waar die ontuchtvrouwen in dienst treden, al dan niet gemachtigde ontuchthuizen zijn.

Om zich daarvan te overtuigen zijn mijne diensten telkenmale verplicht daaromtrent bij de gemeenteoverheden navraag te doen.

Ten einde dat bezwaar te verhelpen dat de uitvoering belemmert van de maatregelen, welke mijn Bestuur eventueel te treffen heeft ten laste van de vrouwen, van vreemde nationaliteit, die zich aan geheime ontucht overleveren, zoudt gij mij verplichten, Mijnheer de Gouverneur, zoo gij de burgemeesters wildet uitnodigen mij maandelijks de lijst over te maken van de, in hunne stad of gemeente, bestaande gemachtigde ontuchthuizen.

Die lijsten moeten de juiste benaming en het adres van het huis vermelden, alsook de volledige identiteit en de nationaliteit van den houder der inrichting.

Het spreekt vanzelf dat de maandelijksche verzending van die lijsten slechts gevergd wordt, voor zooveel de lijst van de vorige maand niet meer juist den toestand van de in hunne gemeente toegelaten ontuchthuizen zou weergeven.

Ik verzoek U, Heer Burgemeester, te waken op de stipte naleving van huidige onderrichtingen.

De Gouverneur”

Daarbij stuurt de gouverneur op 21.5.1941 een brief aan de Colleges van Burgemeester en Schepenen en aan de burgemeesters met o.a. volgende inhoud:

“Art.5 alinea 2 van het besluit van 3 Januari 1941 tot herziening en samenschakeling der beschikkingen op de ontucht (in het Belgisch Staatsblad van 16 Januari verschenen) schrijft voor dat, ter bestrijding der tuberculose, de ingeschreven publieke vrouwen zich jaarlijks aan een klinisch, bacteriologisch en röntgenologisch onderzoek moeten onderwerpen, in een der lazaretten door den Gouverneur daartoe aangeduid.

Aan hetzelfde onderzoek, voorgeschreven bij art.5 alinea 2, zijn onderworpen, krachtens art.7 van het voormelde besluit:

1) de houders en het dienstpersoneel der ontuchthuizen, zonder onderscheid van geslacht;

2) de echtgenooten en minnaars van publieke vrouwen.

Dit klinisch onderzoek zal plaats hebben, voor de Provincie Brabant, in de hierna vermelde inrichtingen, jaarlijks tusschen 1 en 30 April:

Voor de arrondissementen Brussel en Nijvel:

Anti-Tering dispensarium van Brussel, Priestersstraat 15.

Voor het arrondissement Leuven:

Anti-tering dispensarium van Leuven, 42, Onze Lieve Vrouwstraat.

Uitzonderlijk zal het klinisch, bacteriologisch en röntgenologisch onderzoek voor het loopende jaar geschieden tusschen 15 Juni en 15 Juli 1941.”

Het “oudste beroep ter wereld” geniet nog steeds de aandacht van de gezagsdragers, ook in onze tijd. Begin december 2013 verscheen in de krant: “Het Franse parlement maakt het betalen voor seksuele diensten strafbaar. De parlementsleden hebben daarnaast wel een maatregel herroepen die de prostituees zelf bestrafte.” Hebben de Fransen al geanticipeerd op de nieuwe wet? In dezelfde krant stond het bericht: “De jongste maanden werd in de prostitutiebuurt van Gent nogal wat overlast genoteerd, vooral veroorzaakt door Fransen.”

Arabisch schiereiland telt miljoenen christenen

(Gelezen In Tertio Van 2 Juli 2014)

Uit een artikel van Heidi Verdonck

Terwijl in Irak maar ook elders in het Midden-Oosten de eeuwenoude christelijke aanwezigheid onder druk staat en dreigt te verdwijnen, biedt het Arabisch schiereiland onderdak aan miljoenen christenen afkomstig uit de hele wereld. Met de ontdekking van de olie- en gasvoorraden in de regio kenden de Golfstaten een spectaculaire economische groei. Tijdens de voorbije decennia groeiden de Emiraten uit tot aantrekkingspool en vandaag de dag bestaat de bevolking van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) voor ongeveer 85% uit emigranten. Het aantal christenen wordt er op minstens anderhalf miljoen geschat.

Zowel de gezaghebbers van de emiraten als de vertegenwoordigers van de christelijke gemeenschappen zijn trots op het hernieuwde en levendige kerkleven. Talrijke katholieke erediensten vinden plaats in de Sint-Jozefkathedraal van Abu Dhabi in de VAE op vrijdag en zaterdag – in die regio het weekend -, van ’s morgens tot ’s avonds. De gelovigen kunnen er missen bijwonen in vele talen. De islamitische overheid laat zich graag voorstaan op de goede contacten met de christelijke gemeenschap. Zo is het niet ongebruikelijk dat islamitische notabelen zich voor de christelijke feestdagen in de kerken vertonen. De koptisch-orthodoxe paus, Theodorus II uit Alexandrië, werd begin mei vorstelijk in Abu Dhabi onthaald door de vertegenwoordigers van de staat. Zijn bezoek werd in de media breed uitgemeten, wat niet hoeft te verwonderen wegens de belangrijke rol die de Arabisch sprekende oriëntaals-orthodoxe christenen vervullen als brug tussen de moslims en de christenen in de emiraten.

Gebed van de week - Dag Maria

Dag Maria,

een en al gehoor voor God,

de Heer heeft jou gezien.

Zoveel meer ben jij dan wie ook:

schoot voor het mooiste geschenk aan de wereld:

Jezus.

Maria,

draagster van al het goede,

moeder van onze Heer.

Houd ook ons in gedachten,

wij die nog zoekend zijn,

hier en nu,

maar vooral als het fout dreigt te gaan.

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx