woensdag 13 juni 2012

De Vlaamse Gemeentenamen – deel 13

Aarschot:

Samenstelling van Middelnederlands aer/aren/aern = arend en schot = afgeperkte ruimte. Hierbij denken we aan de lage weiden langs de Demer, waar het vee door omheiningen werd ingesloten. Aarschot betekent dus: schutplaats voor vee waar een arend werd gezien.

Diest:

De naam zou afgeleid zijn van het Indo-Europese dheus dat goddelijk, heilig kan betekenen + achtervoegsel -ta. Dan betekent Diest ‘heilige plaats’.

Als werkwoordstam kan dheus ook betekenen stuiven, draaien, dwarrelen. Diest kan dan verklaard worden als plaats waar het bruist, stuift, draait, m.a.w. als plaats aan een waterkolk.

Tienen:

De naam zou voortkomen uit het Voorgermaans deuniom = wat gevlochten, gebonden is, ofwel = de vereerde, de machtige. Tienen betekent dan: de omheinde, versterkte plaats, ofwel de nederzetting van Deunios, de vereerde, de machtige. De toevoeging lemont in de Franse benaming werd nodig geacht om de plaats te onderscheiden van het naburige Thisnes-lez-Hannut.

“Op een kier” met Spencer The Rover

Koen Renders

Op zondag 17 juni 2012 van 14 tot 18 u staat de kerk van Korbeek-Dijle “op een kier” (gratis toegang). Om 16 u is er een niet te missen optreden van Spencer The Rover. Spencer The Rover is singer-songwriter, gitarist, pianist en zanger. De songs die hij brengt uit zijn plaat “The Accident (and other love stories)” zijn voorzien van passende, vaak speelse arrangementen met lichtvoetige ondertoon. Hij zingt deze nummers en begeleidt ze op digitale piano of gitaar.

Maandacht uit Korbeek-Dijle is onze bemiddelaar en onze sponsor die dit optreden heeft mogelijk gemaakt.

Monopolie

Cursiefje van Frans De Maeseneer

Voor één keer consulteer ik niet enkel mijn eigen gemoed. Ik heb namelijk een zeer goed woord gelezen van een Nijmeegse prof. Zijn naam is Peter Nissen. Hij doceert kerkgeschiedenis. Ziehier zijn tekst.

“De kerk heeft geen monopolie meer op de markt van de zingeving. De hedendaagse mens is, als het om zingeving en spiritualiteit gaat, een pelgrim geworden, een zoeker, voortdurend onderweg. Hij vindt inspiratie op allerlei plekken, en in allerlei ervaringen, in en buiten de kerk, in dingen die hij leest en hoort, in muziek en poëzie, in pelgrimages en zoektochten, in de beleving van de natuur, in vormen van meditatie en yoga, in beeldende kunst en film, in reizen en stilzitten, in vrijwilligerswerk en inzet voor mensen in nood, in gesprekken en discussies enz. We zullen nieuwe plekken moeten vinden waar we elkaar kunnen ontmoeten rond het evangelie, rond vragen van zingeving en spiritualiteit, rond de droom van een wereld van gerechtigheid en vrede. Die plekken zijn er, je moet ze alleen goed zoeken.”

Door het citeren van deze tekst zeg ik natuurlijk iets over mezelf. Dat is ook de bedoeling van dit stuk. Vlaanderen en West-Europa zijn vandaag niet langer eensgezind en eenvormig katholiek. Ons monopolie op zingeving is over en out. Wees gerust, ik heb dat niet zomaar beaat kunnen plaatsen in mijn evolutie. Nu ben ik evenwel zo ver gekomen. Wij zijn geen bezitters meer. Wij zijn zoekers geworden. Dat beseffen we langzamerhand wel, maar het gaat nog een stap verder: we leven tussen vele zinzoekende en anderszoekende mensen. We zijn inderdaad één der vele pelgrims geworden.

Pelgrims dus. Een pelgrim is per definitie een mens die ergens heengaat. Hij zoekt iets wat hij niet heeft en niet weet. Zijn eigen solo-bezit van waarheid vertrouwt hij niet langer: het échte ligt ergens, ligt elders. Dat diepe pelgrimsgevoel leeft al sinds eeuwen in mensen. We zijn immers zo arm als we alleen maar steunen op eigen weten. Wat zei Gezelle ook al weer: ‘zo arm als ik en is er geen?’

Daar moeten we vandaag beginnen. Indien we eerlijk willen zijn met onszelf en met de waarheid. Christenen leven niet allereerst van wat ze bezitten en weten. We leven van wat ons nog te wachten staat. Onze God zorgt op Zijn tijd voor verrassingen. Dat is Zijn specialiteit. Daarom speel ik niet graag meer ‘monopolie’. Ik speel liever met Joris en Charlotte.

Ik hou van mensen… die niet weten.

woensdag 6 juni 2012

Op een kier

Op zondag 20 mei 2012 gaf Astrid Desantoine, een beloftevolle studente aan het Lemmensinstituut, ter gelegenheid van de ‘Op een kier’-dag, een prachtig en zeer gesmaakt harprecital in de kerk van Korbeek-Dijle. Met veel dank, Astrid!

Week 2012-23 - Op een kier 20.5.2012 01

Jezus, een keitoffe vriend!

Op zondag 20 mei 2012 deden Fien, Glen, Jelle, Maud en Michiel hun Eerste Communie in de kerk van Korbeek-Dijle.

Bij de schuldbelijdenis bad Fien:

Liefste Jezus,

Jij staat in mijn vriendenboek.

Toch vergeet ik U soms te danken voor alles wat

ik zomaar gratis krijg: de zon en de regen,

de bloemen en de bomen…

Wees niet langer boos op mij,

ik wil weer een keidankbaar meisje zijn.

Als openingsgebed baden de ouders:

Goede God,

U kent elk van onze kinderen bij hun naam.

U houdt van hen zoals ze zijn: hun stralende ogen,

hun lieve lach, hun spelende handen,

hun goede en minder goede kanten.

Wij danken U voor al dat moois, voor al die

schitterende talenten die onze kinderen rijk zijn.

God, geef ons dat wij dankbaar zijn en dat wij hen bijstaan

om deze talenten goed te gebruiken.

Week 2012-23 - 1e Communie 2012 01Week 2012-23 - 1e Communie 2012 02Week 2012-23 - 1e Communie 2012 05

Waarom zijn mensen zo moe?

(Cursiefje van Frans De Maeseneer)

Het woord komt uit een lied van Jules De Corte. Hij was een Nederlander, een liedjesman. Hij was blind. Hij zag heel klaar. Zijn ‘waaromlied’ ken ik bijna helemaal uit het hoofd. Waarom zijn de bergen zo hoog? Waarom zijn de mensen zo moe? Wij zijn al zo lang op de weg naar de vrede toe. Daarom… Waarom zijn wij westeuropese mensen zo moe? Wat hebben wij te veel, wat hebben wij te weinig?

Toon Hermans was een romantische clown, een bewuste positivo. Vandaag wordt hij soms afgedaan als een soft-poëet, als een soft-predikant. Toch kon hij ook stout zijn. Bij voorbeeld: waarom zijn de mensen zo moe? Zijn antwoord: omdat we te weinig werken. Als trap tegen ons zere been, als uitdaging is dat niet mis.

Soms zijn mensen wel moe van het werken. Dan vallen ze in slaap voor de buis en draaien ze haast vanzelf in bed. Dat is oergezond maar het wordt een zelden geproefd privilege. De meesten onder ons zijn moe zonder te veel te werken. We zijn zo vaak moe. Zelfs indien we negen uren hebben geslapen, staan we op… en we zijn meteen moe. De nacht heeft ons niet opgeladen of niet afgeladen. De nacht heeft ons niet ‘uitgerust’. De slaap doet kennelijk niet zijn werk. Er is iets wat ons onbekwaam maakt om te rusten, om op adem te komen of om onze tweede adem te vinden. Kijk, een lift voor zes personen verdraagt er eventueel zeven, maar tien is té. Een brievenbus kan vele krantjes en reclames en brieven verdragen, maar ééns, op een dag, kan er geen velletje papier meer bij. Trop is teveel.

Daarom zijn de mensen zo moe! We zijn moe van teveel. Te veel beelden, te veel info, te veel discussies, te veel geweld en intolerantie, te veel ingewikkeldheid. En dat kan de gewone burger met zijn gewone klieren en spieren niet aan. Onze infocapaciteit wordt overvraagd. Bovendien worden we verplicht om tegenover alles en nog veel meer een standpunt in te nemen. Onlangs schreef een Vlaamse Jezuïet een boek: ‘moe van te moeten kiezen’. Een schitterende titel! Dat is de vinger op onze wonde. In sporttermen gezegd: de mensen moeten voortdurend in de rode cijfers gaan om de koers te kunnen volgen. Het multi-aanbod is te zwaar. Daarom zijn de mensen zo moe.

En dat is nog niet alles: het is ons niet toegestaan ons terug te trekken op een eilandje van troost. Je zou bijna een held moeten zijn om de duizenden prikkels niet te voelen. De wereld is te ‘grootmaats’ voor meneer en mevrouw van de Schoolstraat 17. Ze hebben al last genoeg om zichzelf en de twee kinderen uit hun schoot. De overdruk is te groot.

Praat dan maar over Jezus en de profeten.

Schitterende Gezegdes Over Het Leven – deel 2

Alles wat ik over het leven heb geleerd, kan ik samenvatten in drie woorden: het gaat verder!!

Wat sommigen hun leven noemen is alleen maar: een manier om de tijd door te brengen!

Mijn pad ging niet altijd over rozen, maar paardenbloemen zijn ook mooi!