woensdag 13 augustus 2014

Gebed van de week: Onze Vader

Onze Vader in de hemel,

laat uw naam geheiligd worden,

laat uw koninkrijk komen

en uw wil gedaan worden

op aarde zoals in de hemel.

Geef ons vandaag het brood

dat wij nodig hebben.

Vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij hebben vergeven

wie ons iets schuldig was.

En breng ons niet in beproeving,

maar red ons uit de greep van het kwaad

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx

woensdag 6 augustus 2014

De Tweede Wereldoorlog - deel 4

De Tweede Wereldoorlog (deel 4)

De versterkingsdijk langs de weg naar Oud-Heverlee was voorzien om opgeruimd te worden tussen 1.6.1943 en 30.7.1943 voor de prijs van 210.000 fr. Oud-Heverlee had machtiging gegeven aan Korbeek-Dijle om de leiding der werken te nemen voor het hele traject. Dat werk is toen echter niet uitgevoerd, maar pas jaren na de oorlog.

Op 7.6.1944 schrijft de Provinciaal Commissaris voor den Wederopbouw in Brabant aan de burgemeester dat ingevolge luchtbombardementen spoedeisende maatregelen dienen getroffen met het oog op de publieke veiligheid, maatregelen die het onmogelijk maken prijsvragen voor bouwwerken uit te schrijven noch de nodige toelating in te winnen.

Reeds op 13.5.1943 was er sprake van “bombardementen uit de lucht de laatste tijd”, maar op 7.6.1944 schijnt de oorlogsactiviteit sterk te zijn toegenomen.

Belastingen

Op 20.10.1940 stemt de gemeenteraad voor een tijdperk van 1 jaar (waarschijnlijk voor het jaar 1940) een bijzondere belasting welke overeenstemt met 41 % der bedrijfsbelasting op de wedden, daglonen en pensioenen van de ingezetenen der gemeente, “gezien de noodzakelijkheid de nodige inkomsten te scheppen om het begrotingsevenwicht te behouden.”

Op 12.4.1941 schreef het Algemeen Commissariaat voor de Provincie- en Gemeentefinanciën aan de burgemeester dat wegens het tekort op de begroting aanvullende belastingen moeten geheven worden:

1) aanvullende opcentiemen op de cedulaire (per soort inkomen) inkomstenbelastingen: 30

2) opvoering van den voet der speciale belasting op de wedden en loonen tot 40 % (waarschijnlijk voor het jaar 1941)

Op 23.12.1941 beslist het College met ingang van 1.1.1942 voor een periode van 5 jaar een taks van 25 opcentiemen te heffen op de provinciebelasting op de honden (verlenging van eenzelfde belasting die liep vanaf 1.1.1937).

Op 18.9.1943 beslist het College dezelfde belasting als deze van 20.10.1940 met ingang van 1.1.1944 voor 1 jaar op 30 % te brengen.

Prostitutie

Op 16.4.1941 stuurt de gouverneur volgende brief aan de burgemeesters:

“De secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie zendt mij de missieve waarvan inhoud volgt:

Mijnheer de Gouverneur,

Naar luid van de bepalingen van artikel 1 van het Besluit dd. 3 Januari 1941 (Staatsblad van 16/1/1941) tot herziening en samenschakeling van de beschikkingen, op de ontucht, mag niemand zich tot ontucht prijsgeven, dan in de huizen, te dien einde in bepaalde straten en wijken door het College van Burgemeester en Schepenen toegelaten. Hetzelfde College houdt de lijst der gemachtigde ontuchthuizen.

Dagelijks stel ik vast dat publieke vrouwen van vreemde nationaliteit, die in ontuchthuizen verblijven van inrichting veranderen om dienst te nemen in een andere gelijkaardige inrichting of wel in zekere tabakswinkels of tavernes, die bij de politie algemeen bekend staan als ontuchthuizen.

In de meeste gevallen weet mijn bestuur niet of de huizen, waar die ontuchtvrouwen in dienst treden, al dan niet gemachtigde ontuchthuizen zijn.

Om zich daarvan te overtuigen zijn mijne diensten telkenmale verplicht daaromtrent bij de gemeenteoverheden navraag te doen.

Ten einde dat bezwaar te verhelpen dat de uitvoering belemmert van de maatregelen, welke mijn Bestuur eventueel te treffen heeft ten laste van de vrouwen, van vreemde nationaliteit, die zich aan geheime ontucht overleveren, zoudt gij mij verplichten, Mijnheer de Gouverneur, zoo gij de burgemeesters wildet uitnodigen mij maandelijks de lijst over te maken van de, in hunne stad of gemeente, bestaande gemachtigde ontuchthuizen.

Die lijsten moeten de juiste benaming en het adres van het huis vermelden, alsook de volledige identiteit en de nationaliteit van den houder der inrichting.

Het spreekt vanzelf dat de maandelijksche verzending van die lijsten slechts gevergd wordt, voor zooveel de lijst van de vorige maand niet meer juist den toestand van de in hunne gemeente toegelaten ontuchthuizen zou weergeven.

Ik verzoek U, Heer Burgemeester, te waken op de stipte naleving van huidige onderrichtingen.

De Gouverneur”

Daarbij stuurt de gouverneur op 21.5.1941 een brief aan de Colleges van Burgemeester en Schepenen en aan de burgemeesters met o.a. volgende inhoud:

“Art.5 alinea 2 van het besluit van 3 Januari 1941 tot herziening en samenschakeling der beschikkingen op de ontucht (in het Belgisch Staatsblad van 16 Januari verschenen) schrijft voor dat, ter bestrijding der tuberculose, de ingeschreven publieke vrouwen zich jaarlijks aan een klinisch, bacteriologisch en röntgenologisch onderzoek moeten onderwerpen, in een der lazaretten door den Gouverneur daartoe aangeduid.

Aan hetzelfde onderzoek, voorgeschreven bij art.5 alinea 2, zijn onderworpen, krachtens art.7 van het voormelde besluit:

1) de houders en het dienstpersoneel der ontuchthuizen, zonder onderscheid van geslacht;

2) de echtgenooten en minnaars van publieke vrouwen.

Dit klinisch onderzoek zal plaats hebben, voor de Provincie Brabant, in de hierna vermelde inrichtingen, jaarlijks tusschen 1 en 30 April:

Voor de arrondissementen Brussel en Nijvel:

Anti-Tering dispensarium van Brussel, Priestersstraat 15.

Voor het arrondissement Leuven:

Anti-tering dispensarium van Leuven, 42, Onze Lieve Vrouwstraat.

Uitzonderlijk zal het klinisch, bacteriologisch en röntgenologisch onderzoek voor het loopende jaar geschieden tusschen 15 Juni en 15 Juli 1941.”

Het “oudste beroep ter wereld” geniet nog steeds de aandacht van de gezagsdragers, ook in onze tijd. Begin december 2013 verscheen in de krant: “Het Franse parlement maakt het betalen voor seksuele diensten strafbaar. De parlementsleden hebben daarnaast wel een maatregel herroepen die de prostituees zelf bestrafte.” Hebben de Fransen al geanticipeerd op de nieuwe wet? In dezelfde krant stond het bericht: “De jongste maanden werd in de prostitutiebuurt van Gent nogal wat overlast genoteerd, vooral veroorzaakt door Fransen.”

Arabisch schiereiland telt miljoenen christenen

(Gelezen In Tertio Van 2 Juli 2014)

Uit een artikel van Heidi Verdonck

Terwijl in Irak maar ook elders in het Midden-Oosten de eeuwenoude christelijke aanwezigheid onder druk staat en dreigt te verdwijnen, biedt het Arabisch schiereiland onderdak aan miljoenen christenen afkomstig uit de hele wereld. Met de ontdekking van de olie- en gasvoorraden in de regio kenden de Golfstaten een spectaculaire economische groei. Tijdens de voorbije decennia groeiden de Emiraten uit tot aantrekkingspool en vandaag de dag bestaat de bevolking van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) voor ongeveer 85% uit emigranten. Het aantal christenen wordt er op minstens anderhalf miljoen geschat.

Zowel de gezaghebbers van de emiraten als de vertegenwoordigers van de christelijke gemeenschappen zijn trots op het hernieuwde en levendige kerkleven. Talrijke katholieke erediensten vinden plaats in de Sint-Jozefkathedraal van Abu Dhabi in de VAE op vrijdag en zaterdag – in die regio het weekend -, van ’s morgens tot ’s avonds. De gelovigen kunnen er missen bijwonen in vele talen. De islamitische overheid laat zich graag voorstaan op de goede contacten met de christelijke gemeenschap. Zo is het niet ongebruikelijk dat islamitische notabelen zich voor de christelijke feestdagen in de kerken vertonen. De koptisch-orthodoxe paus, Theodorus II uit Alexandrië, werd begin mei vorstelijk in Abu Dhabi onthaald door de vertegenwoordigers van de staat. Zijn bezoek werd in de media breed uitgemeten, wat niet hoeft te verwonderen wegens de belangrijke rol die de Arabisch sprekende oriëntaals-orthodoxe christenen vervullen als brug tussen de moslims en de christenen in de emiraten.

Gebed van de week - Dag Maria

Dag Maria,

een en al gehoor voor God,

de Heer heeft jou gezien.

Zoveel meer ben jij dan wie ook:

schoot voor het mooiste geschenk aan de wereld:

Jezus.

Maria,

draagster van al het goede,

moeder van onze Heer.

Houd ook ons in gedachten,

wij die nog zoekend zijn,

hier en nu,

maar vooral als het fout dreigt te gaan.

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx

woensdag 16 juli 2014

De Tweede Wereldoorlog - deel 3

Wederopbouw
Geconfronteerd met grote werkloosheid geeft het Commissariaat Generaal voor ’s Lands Wederopbouw op 11.7.1940 richtlijnen voor een programma van werkverschaffing door de Openbare Diensten: er moet o.a. voorrang worden gegeven aan werken die een maximum aan arbeidskrachten en een minimum aan materialen vereisen. De aandacht wordt ook getrokken op het Ministerieel Besluit van 29.6.1940 waarbij aan de burgemeesters het recht verleend wordt de werklozen die een steungeld genieten te verplichten twee volle dagen of vier halve dagen per week te werken.
Op 21.12.1940 meldt de Provinciaal Commissaris aan de burgemeester dat ir. Max Manfroid uit Elsene door hem aangesteld werd voor het ontwerpen van de bruggen over Vaart en Leibeek.
Overwegende dat op het grondgebied van de gemeente Korbeek-Dijle belangrijke schade aangericht werd aan openbare gebouwen welke veroorzaakt werd door oorlogsgeweld, neemt de wnd Commissaris Generaal voor ’s Lands Wederopbouw op 31.7.1941 volgend besluit:
Art. 1: De gemeente Korbeek-Dijle zal voor geheel haar grondgebied een algemeen plan van aanleg opmaken;
Art. 2: Dezelfde gemeente zal bijzondere plannen van aanleg voor de onderscheiden delen van haar grondgebied opmaken.
Op 4.10.1941 vraagt Max Manfroid aan het College geduld voor het herbouwen der twee bruggetjes want de aanbestedingen van het Provinciaal Commissariaat gaan traag.
De aanvang der herstellingswerken aan de kerk wordt vastgesteld op 10.2.1941, en de voorziene einddatum is 10.4.1941. De toelagen zullen alle kosten dekken.
Op 27.6.1941 is er sprake van een probleem van bevoorrading in cement. Waarschijnlijk ook om die reden komt er op 5.8.1942 een verordening van de Militärbefehlshaber in Belgien und Nordfrankreich houdende verbod bouwwerken uit te voeren, zowel openbare als private, die de som van 10.000 fr te boven gaan.
Op 13.10.1941 citeert de provinciegouverneur aan de gemeentebesturen uit een brief van de commissaris-generaal voor ’s Lands Wederopbouw:
Voorwerp: Uitbetaling der toelagen vóór 10 Mei 1940 beloofd voor het uitvoeren van materiële
verbeteringswerken aan lagere- en bewaarscholen
Ik heb de eer U te laten weten dat het voor 1941 te mijner beschikking gestelde krediet van 22.000.000 fr ver van uitgeput is en dat de verbintenissen op dit krediet moeten aangegaan worden vóór 31 December 1941.
Ik zou U dank weten, Mijnheer de Gouverneur, zoohaast mogelijk, dus, in elk geval, vóór 1 November a.s., aan het Commissariaat voor ’s Lands Wederopbouw (Dienst der Schoolgebouwen) al de aanvragen te laten geworden tot uitbetaling der toelagen voor hooger vermelde werken beloofd, met de tot staving nodige bewijsstukken.”
Op 3.8.1942 doet de commissaris-generaal voor ’s Lands Wederopbouw een gelijkaardige oproep via de gouverneur om bewijsstukken tot de uitbetaling van betrokken toelagen in te dienen vóór 1.11.1942.
Zelfs in de barre oorlogstijd bleek het belangrijk voor openbare instellingen dat kredieten “opgebruikt” raken.
Op 20.3.1943 verzoekt Max Manfroid het gemeentebestuur de “Aanvraag tot uitvoering der werken” op te sturen voor de bruggen over Vaart en Leibeek. Wat dus wil zeggen dat na bijna drie jaar de bruggen nog steeds niet hersteld zijn.
De Militärbefehlshaber in Belgien und Nordfrankreich geeft op 27.8.1943 bouwtoelating om ruimingswerken aan de Dijlebrug uit te voeren voor een bedrag van 15.000 fr.
Zie Duitse bouwtoelating hieronder.
clip_image002
De ruimingswerken aan de Dijlebrug werden uitgevoerd van juni tot september 1943 door aannemer Van Obberghen uit Evere voor de som van 16.098,27 fr. Na ruim twee jaar discussie over de uitgevoerde werken en de prijs, met veel heen-en-weergeschrijf tussen de aannemer, de gemeente, het Commissariaat- Generaal voor ’s Lands Wederopbouw en de gouverneur – met uiteindelijk resultaat dat de prijs verminderd werd tot 13.098,00 fr – schrijft het Ministerie van Openbare Werken op 30.11.1945 dat het haar comptabiliteit verzocht heeft deze laatste som uit te keren aan de aannemer.
Begin november 1943 krijgt de burgemeester een brief van het Provinciaal Commissariaat voor den Wederopbouw in Brabant dat Korbeek-Dijle zelf het ereloon mag uitbetalen aan de ontwerper van de herstellingswerken aan de kerk, Victor Broos, bouwmeester te Leuven. De gemeente ontvangt hiervoor 2.299,12 fr. De aannemer was dhr. G.Romain uit Kessel-Lo.
Vorderingsstaat goedgekeurd op 23.11.1943: 58.951,97 fr (eindbedrag).
Op 22.6.1945 schrijft het Ministerie van Openbare Werken aan het College dat het deze som plus 6 % algemene kosten, in totaal 62.489,09 fr eerlang op de postcheckrekening van de gemeente zal storten.
Op 30.10.1944 vraagt architect Victor Broos aan de burgemeester het bedrag van 3.837,00 fr te willen storten op zijn rekening (herinnering aan zijn schrijven van 1.12.1943).
Op 27.11.1944 herinnert Victor Broos het College aan al de werken die hij uitgevoerd heeft in de jaren ’40, ’41 en ’42 en nog geen centiem ereloon ontvangen heeft. Hij vraagt een provisie van 6.000 fr te storten op zijn rekening.
Uit een brief van 15.12.1944 van Victor Broos aan het College blijkt dat Emiel Cappuyns aan Victor Broos plannen gevraagd heeft voor een nieuw gemeentehuis en dat laatstgenoemde schriftelijk opdracht gekregen heeft voor de voorlopige raming op 18.7.1942 (dat is dan door Maurits Neckebrouck). De zaak zal uiteindelijk wel in der minne zijn geregeld.

(wordt vervolgd)

Van Paul Paeps uit Leefdaal kreeg ik volgende reactie op mijn geschrijf in Kerk & leven:

Cyriel, met veel belangstelling volg ik uw artikels over K-D, in Kerk en Leven. Een opmerking over Elisabeth Niethals. Volgens mijn gegevens is Anna Maria Van Essche een dochter van Joannes Francis Van Essche en Lucia Van Beethoven ipv Vanbisthoven. Dit zijn mijn betovergrootouders. Ze hadden elf kinderen. Kind 4 was Anna Maria. Kind 8 was Joanna Catharina Van Essche, overgrootmoeder van o.a. Charly Debaetselier uit Neerijse. Kind 9 was Henricus Van Essche, een voorvader van gemeenteraadslid Kristien Van Essche. Kind 11 was Philippus Van Essche, °18/11/1849, mijn overgrootvader. Bij mijn opzoekingen, nu toch een beetje geleden, kwam ik telkens uit op Lucia Van Beethoven uit Leefdaal, °1806, als zijn moeder. Lucie Vanbeethoven is ook vermeld in het huwelijksboekje van Philippus uit 1886. Verder geraakte ik niet. Van Beethoven is een naam die in Leefdaal voorkomt.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1958 denk ik (ik was toen maar 10 jaar) dat er ook een derde lijst was met alleen Jozef De Coster (Jef van drieskens), zonder verkozen te zijn.
Met vriendelijke groeten.
Paul Paeps
Ik denk dat Paul gelijk heeft over de hele lijn. Beschouw dit dus als een dubbele rechtzetting van mijn artikels in Kerk & leven van 11 juni en 21 mei.

750 jaar Sacramentsdag

(Gelezen in TERTIO van 18 juni 2014)

De imposante basiliek van Saint-Martin op de gelijknamige berg torent hoog boven de “vurige stede” Luik uit. Daar ligt de bakermat van het feest van het heilig sacrament dat op de tweede donderdag na Pinksteren wordt gevierd. Op aandringen van kluizenares Eva van Luik en priorin Juliana van Cornillon vond in die kerk het Fête-Dieu voor het eerst plaats in 1246. Achttien jaar later, in 1264 riep paus Urbanus IV, die nog aartsdiaken in Luik was geweest, het uit tot een feest voor de gehele kerk met de bul Transiturus.(Emmanuel Van Lierde)

Op de zondag na Sacramentsdag ging vroeger overal de processie uit. Nu wordt er in de media zelfs niet meer gesproken over Sacramentsdag. De feestdagen in de kerk die niet ondersteund zijn door een officiële verlofdag verdwijnen uit het collectieve geheugen en ondanks enkele herdenkingspogingen van de kerk in Luik en in Antwerpen is de 750ste verjaardag van Sacramentsdag totaal de mist ingegaan.

Gebed van de week: Herder

Gij kent ons,

Gij hebt zicht op uw kudde.

Gij weet

waar wij gaan en staan,

Gij doorziet ons,

ons denken,

ons doen,

beter dan wijzelf.

Gij kent

de malse weiden,

de wegen naar geluk.

Zelfs uw leven

hebt Gij ons gegeven.

Liefde,

ongezien.

En toch laat Gij ons vrij…

Uit het boek Onderweg van Wies Merckx