Laten we ons niet te druk maken over het leven, we komen er toch niet levend uit!
De geschiedenis van mijn leven, is de geschiedenis van mijn hart!
Het leven is een groot feest, was ik maar uitgenodigd!
Nieuws en informatie over de parochie van Korbeek-Dijle, agenda, voorbije activiteiten, ...
Laten we ons niet te druk maken over het leven, we komen er toch niet levend uit!
De geschiedenis van mijn leven, is de geschiedenis van mijn hart!
Het leven is een groot feest, was ik maar uitgenodigd!
1.‘Hoge verwachtingen kunnen grote ontgoochelingen veroorzaken’
(Uit een artikel van Boudewijn Vanpeteghem)
Verandering, wat is dat? Politici creëren soms hoge verwachtingen en er volgt grote ontgoocheling bij confrontatie met de werkelijkheid. Dat heeft Europees president Herman Van Rompuy verklaard in een toespraak aan de Universiteit Antwerpen.
De voorzitter van de Europese Raad hekelde dat velen denken zich te moeten profileren, gewoonlijk ten koste van anderen. Dat schept hoge verwachtingen: “Wij gaan de verandering brengen.” “De verandering, dat onbestemde woord, dat ik nog altijd niet versta.” Die hoge verwachtingen monden dikwijls uit in grote ontgoocheling door de confrontatie met de werkelijkheid, zei Van Rompuy. “De werkelijkheid is taai en bovendien leven we in een internationale en mondiale omgeving die we ondergaan.” Voor hem moet leiderschap samengaan met vertrouwen dat voortvloeit uit het bereiken van resultaten. Daarom is hij tegen het creëren van overtrokken verwachtingen.
Tot zover Boudewijn Vanpeteghem en Herman Van Rompuy.
2.Priester van vader op zoon
(Uit een artikel van Jan De Volder)
Op 22 mei viert de Russisch-orthodoxe kerk anderhalve eeuw aanwezigheid in ons land. De kerk verzamelt vooral migranten, maar oefent ook op sommige landgenoten een toenemende aantrekkingskracht uit. De betoverende liturgie trekt velen aan.
Pavel Nedossekin is aartspriester verbonden aan de orthodoxe Drievuldigheidskerk in de Brusselse Dansaertwijk: “Wij voelen ons goed in België, waar we erkend zijn en ondersteund worden door de overheid. Toch geven de geseculariseerde leiders hier jammer genoeg weinig aandacht aan de godsdienst. Europa zal zich toch moeten afvragen op welke basis het zijn toekomst wil bouwen.”
In de Byzantijnse traditie is het priesterschap niet gelinkt aan het celibaat. Veruit de meeste priesters zijn gehuwd. Bisschoppen worden evenwel gekozen uit de monniken of andere ongehuwde priesters. Een wijdverspreid fenomeen is dat van de ‘priestergezinnen’: het priesterschap wordt vaak doorgegeven van vader op zoon. Pavel Nedossekin (54), die opgroeide in Jaroslavl, is de zoon van een priester. Ondanks de communistische kerkvervolging onder Nikita Chroetsjov hield ook hij eraan priester te worden, net zoals zijn vijf broers. De twee zussen zijn gehuwd met een priester. Hij heeft een zoon, van wie hij hoopt dat ook hij priester wordt, en een dochter.
Hoe kijkt hij aan tegen het celibataire priesterschap dat de westerse katholieke traditie hoog in het vaandel draagt? “Waren de meeste apostelen van Jezus niet gehuwd? Dat heeft hen toch niet verhinderd hun zending te vervullen.” Toch erkent Nedossekin de eventuele moeilijkheden van het gehuwde priesterschap. “Je moet je vrouw goed kiezen, want zij moet bereid zijn je te volgen. Niet toevallig kent sinds de negentiende eeuw ook het celibataire priesterschap binnen de orthodoxie weer meer waardering.” De orthodoxe priester vindt niet dat de katholieke kerk zich moet inspireren op de oosterse traditie: “Laat ieder bij zijn traditie blijven, dat is het beste.”
Tot zover Jan De Volder en Pavel Nedossekin.
Cursiefje van Frans De Maeseneer
Ik stel me voor, dat je een oude man bent. Dit is een gebrekkige voorstelling, ik weet het, want het gaat me niet om je leeftijd, noch om de datum van je geboorte, noch om het uur van je sterven. Toch stel ik me voor, dat je een oude man bent. In geen geval een tafelspringer, in geen geval een vechter op de eerste frontlijn, niet een gehaast journalist, noch een nerveuze piekeraar.
Je bent iemand die bij de open haard zit en die met wijsheid luistert en met wijsheid spreekt. En er is een refrein in je spreken. Je maakt ons iets duidelijk en het is steeds hetzelfde. Wat je zegt als niet onderrichte leerling is juist, maar het is het wezenlijke niet. Als je evenwel echt weten wil, moet je de blaadjes verwijderen, één na één, zoals bij de artisjok. Dan pas proef je de smaak van de binnenste kern.
Zo praat jij met leerlingen. Over de dingen die ze kennen - dat zijn de buitenste blaadjes - over brood en water en wijn, over tempel en sabbat, over herders en weiden en schapen, over de mens die dood is en toch leeft, over de bruiloft en de bruidegom, over het badhuis en de vijver van Siloam waar de gezonde de gezondene wordt, over de twee stenen tafelen omver en rechtop.
Maar vooral, je spreekt over een groot UUR. Met een koninklijke mens die voeten wast, en een veroordeelde die zijn sterven koninklijk aanvaardt, met een stervende die bidt voor de levenden, met een dode… die te groot is voor het graf, met een belijder die allereerst martelaar is geweest: ik geef mijn leven…
En dan staan we op van de open haard. We hebben iemand ontmoet die ons dromen doet. Als dat de waarheid is, zouden we dan toch niet beter onze netten uitwerpen links van de boot? Zouden we dan toch niet beter onze broodjes en onze visjes roosteren op onze kleine vuurtjes, en delen met elkaar?
Misschien dat we dan leven vinden in overvloed? Misschien dat we dan - eindelijk - kinderen worden van God, volwassen volgens het eeuwenoude boek der wijsheid, volgens de steeds verrassende windstoten van de Geest!
Wat doet het er dan toe te willen speuren naar je naam en je leeftijd? Je bent meer dan een geschiedkundig feit, je bent historie. Je bent alleen maar ouder dan ik, ouder dan elker-ik. Je staat verder in het schouwen van Gods geheim. Voor eeuwig heb geen leeftijd meer, tijdeloos grote profeet!
Als ik je hoor bij de open haard, ben ik geneigd te zeggen: ‘dank u want ik geloof nu diep overtuigd dat het goed is uit te roepen met Petrus: Gij hebt woorden van eeuwig leven, tot Wie zouden wij anders gaan?’
‘Want waar ben ik als Gij niet wijd en zijd
waakt over mij en over al mijn gangen?
Wie zou ik worden waart Gij niet bereid
om als ik val mij telkens op te vangen?
Ik leef niet echt als Gij niet met mij zijt,
ik moet in lief en leed naar U verlangen.’ (H.O.)
Maria bevestigt haar sterk ‘moedermerk’
(Uit het dossier ‘Bedevaartsmaand’ van Ludo Van den Eynden, Jan De Volder en Jos Vranckx)
Maria ontspringt blijkbaar met glans de huidige kerkcrisis. Als oeroud moederbeeld - een echt archetype - trekt de moeder Gods nog altijd sterk mensen aan en zeker de moeders onder hen.
Terwijl priesters en pastorale werkers in de parochies worden geconfronteerd met duidelijk minder kerkgaande mensen, hebben de Vlaamse mariale bedevaartsoorden zoals Oostakker daar geen weerslag van. Er komen daar veel gelovigen en ook niet-kerkse mensen over de vloer. Het Rijke Roomse Leven is definitief voorbij, maar de volksdevotie gaat daar haar eigen gang.
Nieuwkomers en nieuwe Belgen, moslims bijvoorbeeld, komen hier ook. Meer bepaald de Turkse bevolking uit Gent vindt gemakkelijk haar weg naar Oostakker. De devotie voor Myriam, de moeder van de profeet Isa (Jezus), en uitdrukkelijk geëerd in de Koran, is voor hen een aantrekkingspool. Ze gaan naar de grot, branden er theelichtjes. Maar de kerk komen ze niet binnen.
Craig Harline, hoogleraar in Utah (VS), belandde op jonge leeftijd in Vlaanderen als zendeling van de mormonen. Veel succes hadden hij en zijn collega niet met hun bekeringswerk, maar voor Harline had het wel een ingrijpend gevolg. “Ik raakte gefascineerd door de geschiedenis van het katholieke leven in Vlaanderen, de rijkdom van muziek, kunst, tradities en verhalen.” Hij kwam terug en werd onderzoeker aan de KU Leuven.
Een van de verhalen die hij uitdiepte, was Jezus-Eik. Vandaag een toeristische trekpleister voor kriekenlambiek en boterhammen met plattekaas, maar in de 17de eeuw was het Maria-kapelletje in het Zoniënwoud het brandpunt van een turbulente geschiedenis met tal van mirakels. Toch moest Jezus-Eik het uiteindelijk afleggen tegen Scherpenheuvel. “Het was niet zo dat de kerkleiders de vele bedevaarten van die tijd aan de mensen opdrongen”, beklemtoont Harline. “In feite was het omgekeerd. Gewone gelovigen namen het initiatief. Zij hadden ‘iets’ gezien of ervaren en trokken met hun verhaal naar de pastoor of de bisschop. De bisschoppen reageerden door tegelijk warm en koud te blazen. Ze beseften dat het bovennatuurlijke hun grootste troef was in hun strijd tegen het protestantisme dat alleen de Bijbel had, maar tegelijk wilden ze hun tegenstanders geen munitie leveren. Vandaar hun reactie: we gaan die vermeende mirakels grondig onderzoeken, processen-verbaal opmaken en alleen de echte erkennen.” Of hijzelf denkt dat al die genezingen echt zijn gebeurd? “Toch wel, want met bedrog of inbeelding zou het niet zo lang hebben geduurd. Die 17de-eeuwse mensen waren ook niet zo dom. Mirakels hebben trouwens altijd bestaan in het christendom, met de verrijzenis van Jezus als het grootste van allemaal. Geloof maakt mensen ontvankelijk voor wonderen. Jezus zelf zei dat hij geen mirakels kon doen als er geen geloof was.”
“Er gebeuren nog altijd dingen die niemand kan verklaren, daarom blijven bedevaarten bestaan. Dezelfde gebeurtenis is voor de ene mens een wonder en voor de andere niet, en ze hebben allebei gelijk. De ene ziet iets wat de andere niet opmerkt. Het gaat om subjectieve ervaringen, geen enkel ‘mirakel’ wordt door iedereen als zodanig erkend. Een wonder is emotie. Wie het teveel rationaliseert, helpt het om zeep.”
Tot zover het dossier ‘Bedevaartsmaand’.
Een leven zonder liefde is geen leven, het is enkel een bestaan.
Leven is iets wat je moet doen, als je niet kan slapen!
Het leven moet met humor en liefde worden geleefd: liefde om het te begrijpen en humor om het te dragen!