woensdag 8 oktober 2008

Weerspreuk: Sint-Dionysius

9 oktober: Regen met Sint Denijs
Voorspelt natte winter en weinig ijs.

Zijn geschiedenis was één groot avontuur, hoewel iets te fantastisch, want men ontdekte dat de levens van drie heiligen met dezelfde naam ineengeknutseld waren, en na de boedelscheiding bleef voor Dionysius van Parijs weinig over. Gelukkig maakte zijn dood alles goed. Italiaan van geboorte, werd hij rond 250 met enkele anderen uitgezonden naar Gallië en koos er als basis Lutetia, Parijs, zodat hij als eerste bisschop van die stad de geschiedenis inging. Lang oefende hij dat ambt niet uit. Tijdens een kerkvervolging stierf hij in 258 halverwege de ‘mons martyrum’, martelaarsberg, alias Montmartre, onder het zwaard. Waarna hij opstond, zijn afgeslagen hoofd in zijn handen nam en met grote waardigheid de heuvel afdaalde. Beneden gekomen sloeg hij rechtsaf en wandelde een flink eind verder, tot hij de plek bereikte waar hij wilde rusten. Boven zijn graf bouwde men in latere tijd de abdij Saint-Denis met een immense kerk, waar haast alle Franse koningen werden bijgezet.
Eerlijk gezegd is de voettocht van Dionysius pas rond 800 bedacht in bovengenoemde abdij, tot verhoging van de eigen status. Maar dat is niet het laatste woord over hem. Bij Saint-Denis begint een trend, hij voert de heilige cefaloforen of hoofddragers aan, martelaren die zich na hun terechtstelling met hun losse hoofd naar de gewenste grafplaats begeven. In totaal zijn er twaalf à vijftien cefaloforen bekend, grotendeels Fransen met een uitstraling naar Italië en Engeland, maar gewoonlijk dateert het oudste verslag van lang na hun wandeling. Een aardig voorbeeld is de negenjarige Sint-Justus van Beauvais die omstreeks het jaar 287 werd onthoofd. De jongen ging vervolgens zitten en plaatste zijn hoofd op zijn schoot, alwaar het een aandoenlijk toespraakje hield. Het hoofd belandde in een klooster te Zutphen en verhuisde in de zeventiende eeuw naar Antwerpen. In een hoofdeloos borstbeeld berust het daar nog steeds en elk jaar op 18 oktober herdenkt de Broederschap van de heilige Justus plechtig ‘de verdiensten van zijn martelie’.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

woensdag 1 oktober 2008

Uit Het Archief Van Het Aartsbisdom Mechelen

(kopieerder: Alfons Van Strubarcq)

We schrijven 1777. Sinds 1732 is jonkheer Urbanus Franciscus Josephus Crabeels d’Ormendael heer van Korbeek-Dijle. En sinds 1746 is Jacobus Roekelé de pastoor van het dorp. In juni 1777 overlijdt pastoor Roekelé. Onderpastoor Maurice Sterckendries van Neerijse wordt de bedienaar (deservitor) van Korbeek-Dijle.
De heer van Korbeek-Dijle schrijft een brief aan de aartsbisschop van Mechelen, Joannes-Henricus Kardinaal de Franckenberg, om het godsdienstverval in Korbeek-Dijle aan te klagen en om Maurice Sterckendries aan te prijzen als de man die Korbeek-Dijle weer op het goede spoor kan brengen, als hij er tot pastoor benoemd zou worden.
De brief van Urbanus Crabeels is in het Frans gesteld, een onnavolgbaar, hoogdravend en stroopsmerend pleidooi in vijf volzinnen. Ik heb getracht dit antiek literair hoogstandje in begrijpelijk Nederlands te vertalen, met volgend resultaat, in veertien zinnen:

Urbanus Franciscus Josephus Crabeels, heer van Corbeeck over Deyle, Ormendael, Bouvekercke, enz. heeft de eer uiteen te zetten dat de overwegende karaktertrekken van wijlen de pastoor van Corbeeck over Deyle, overleden in de maand juni laatstleden, waren: zijn onbegrensde goedheid, zijn verregaande familiariteit met de landlieden en zijn voortdurende afwezigheid van de parochie. Hierdoor zijn talloze enorme misbruiken binnengeslopen en hebben er zich geworteld, zoals de openlijke ontering van de zondagen en de feesten, dronkenschap, bijgeloof, raadpleging van waarzeggers, diefstal en allerlei onrechtvaardigheden. De godsdienst en de christelijke deugden schijnen erdoor vernietigd en gebannen uit dit dorp.

De aanklagende heer van het tijdelijke van deze plaats is begonnen de ganse draagwijdte van zijn macht te gebruiken om deze misbruiken tot in de kiem te smoren en zijn gerechtsdienaren hebben geen enkele gelegenheid laten voorbijgaan om hetzelfde doel te bereiken. Maar zoals de Geestelijke Macht geen enkele rem kan zetten op de wanorde zonder de hulp van de Tijdelijke macht, kan ook deze laatste niet doeltreffend handelen zonder de assistentie van de eerste.

De aanklager denkt dus in deze huidige omstandigheden dat het absoluut noodzakelijk is dat het dorp van Corbeeck een pastoor krijgt die ijverig is, onvermoeibaar, standvastig, het goede voorbeeld geeft en zich ver houdt van de familiariteit die misprijzen opwekt voor een pastoor. Het moet een pastoor zijn die door zijn gedrag, door zijn prediking en door zijn ijverige onderrichtingen zou trachten de verdwaalde schapen terug te winnen. Terwijl de aanklager van zijn kant door een wederzijdse verstandhouding zich zou bedienen van de wetten in al hun strengheid en van de onweerstaanbare verleiding van het eigenbelang, om de bovenvermelde ondeugden uit te roeien door de vrees voor de straf of de hoop op de beloning.

Met het oog daarop en enkel door zijn geweten bewogen durft aanklager Uwe Excellentie verzekeren van de onvermoeibare ijver, de onwrikbare vastberadenheid, de vastgestelde correctheid, de absolute verwijdering van elke te misprijzen familiariteit en de doordrongenheid met de christelijke onderrichtingen, van de heer Maurice Sterckendries, waarnemend bedienaar van deze parochie en onderpastoor van Neereyssche. Indien aanklager de geestelijke hulp krijgt van deze waardige Geestelijke, die oud-leerling is van uw Aartsbisschoppelijk seminarie, zullen de godsdienst, aan ’t wankelen gebracht in zijn principes, en de christelijke deugden, volledig miskend te Corbeeck, weldra in hun vereiste praktijk hersteld worden.

Het is om deze redenen dat aanklager in zijn hoedanigheid van Heer van het tijdelijke en van vader van zijn vazallen, zich onvermijdelijk verplicht acht de hulp in te roepen van de Spirituele Vader van dit bisdom, van deze aan wie de zielen van dit bisdom zijn toevertrouwd, van zijn Aartsbisschop, in één woord van Uwe Excellentie. Hij smeekt Zijne Excellentie zeer nederig, ten gunste van zijn verdwaalde schapen, door een daad van zijn vaderlijke tederheid en zijn erkende rechtvaardigheid het vacante pastoorsambt toe te kennen aan de heer Maurice Sterckendries, die het nu waarneemt. Hierdoor zou de verenigde geestelijke en tijdelijke macht alle ongeloof en misbruiken in strijd met de christelijke deugden kunnen bannen en in Corbeeck de kalmte, de naleving van de godsdienstplichten en de rechtschapenheid doen herleven. Deze laatste deugden vormen de essentie van de ware godsdienst, het kenmerkend karakter van christenen en het geluk van de Staat.

(Elke alinea hierboven is één zin in de oorspronkelijke Franse tekst!)

Veel succes heeft Urbanus Crabeels met zijn brief bij de aartsbisschop blijkbaar niet gehad. De volgende pastoor van Korbeek-Dijle, van 1778 tot 1779, werd Nicolaus Panny van Sint-Kwintens-Lennik.
Toen ik in Kerk en Leven van 16.7.2008 schreef over de vierde generatie Cappuyns vóór Maria, Guilielmus Cappuyns, die trouwde in 1779 met Anna Catharina Panny uit Sint-Kwintens-Lennik, vond ik het wel vreemd dat die man zo ver van huis, in een tijd met alleen paarden als verplaatsingsmiddel, een vrouw was gaan zoeken. Nu wordt alles duidelijk. Anna Catharina was de zus van de nieuwe pastoor van Korbeek-Dijle en verbleef waarschijnlijk bij haar broer in de Korbeekse pastorie. Zij stamden uit een Lenniks gezin met acht kinderen. Nicolaus (°1744) was de tweede en Anna Catharina (°1745) de derde in de rij.

Dat Urbanus Crabeels de in 1777 overleden pastoor Roekelé als de schuldige voor het vermeende godsdienstverval in Korbeek-Dijle aanwijst, is op zijn minst gezegd erg persoonlijk gekleurd. Pastoor August Bogaerts schrijft in zijn Geschiedenis van Korbeek-Dijle:

Den 31 Mei 1746 wierd pastoor Guilielmus Leemans vervangen door Jacobus Roekelé onderpastoor in Santbergen (tussen Ninove en Geraardsbergen). Niet gemengd geweest zijnde in de moeilijkheden die het pastoraat van E.H. Leemans verbitterden, gelukte het den nieuwen herder de gemoederen te bedaren. In het proces van 1763 der kerk tegen den Z.E.H. Prelaat van St.Michiels, had hij de gemeente aan zijne zijde en de schepenen waren met hem in het proces tegen Meyer De Ridder. Hij stierf den 17 Juni 1777, ’s avonds aan de gevolgen eener geraaktheid.

Over het proces van pastoor Roekelé tegen meier De Ridder was Urbanus Crabeels waarschijnlijk zeer ontstemd, met nijdigheid op pastoor Roekelé tot gevolg.

Conclusie: Ook historische documenten (zoals de brief van Urbanus Crabeels aan de aartsbisschop van Mechelen) moeten met de nodige omzichtigheid worden gelezen.

Cyriel Letellier

OKRA–Korbeek-Dijle Aan De Dis



Op dinsdag 16 september 2008 hielden de OKRA-leden van Korbeek-Dijle hun nazomerfeest in de Parochiale Gebouwen. Op het menu: kip met appelmoes. De honden van sommige leden varen er wel bij. Geen beentje gaat verloren! Er was ook nog taart met koffie, om de overblijvende gaatjes in de magen te vullen.
De ouderdomsdeken van de gepensioneerden, Theofiel Bruggemans, was weer present. Hij vierde op zondag 21 september 2008 zijn 98ste verjaardag! Op de foto’s: de deelnemers slaan een babbeltje in afwachting van het eetmaal.

Weerspreuk: Sint-Michiel

29 september: Trekt vóór Michiel de vogel niet,
Geen winter in ’t verschiet.
De Aartsengelen
God is omgeven door zeven reine geesten, de aartsengelen, die door zijn gedachte en wil zijn geschapen. Van drie kennen wij via de bijbel de naam: Michaël, de aanvoerder van de hemelse legerscharen, Gabriël, de boodschapper, en Rafaël, de begeleider. Omdat wij rond 24 maart over Gabriël zullen spreken, volgen hier notities over de twee anderen.
In een verleden toen de tijd nog niet bestond, kwam de engel Lucifer (lichtdrager) in opstand tegen zijn schepper teneinde diens plaats in te nemen. Er ontbrandde een hemelse veldslag tussen zijn aanhang en de getrouwe engelen onder Michaël, met als ontknoping de val der opstandige engelen in de diepten van de hel. Sedertdien leven zij voort als duivels, met Lucifer als opperduivel Satan, tot God over hen zal beschikken.
In de kunst valt Michaël direct te herkennen: de breedgewiekte engel in wapenrok houdt met lans of zwaard een duivel in bedwang die kronkelt onder zijn voet. Zijn verering begon toen hij in 490 verscheen bij een grot in de Gargano (de spoor van de Italiaanse laars), niet toevallig een oeroude cultusplaats. En van die plek af sprong de militante aartsengel naar andere gebergten, zodat hij het meest in spelonken en op toppen wordt vereerd. Hij is de beschermer van de soldaten, maar komt even logisch voor in exorcisme of duivelbezweringen. Het eenvoudigste exorcisme, ook door leken uit te voeren, is een vijf minuten durend Sint-Michielsgebed dat bij de grot in zijn bedevaartsoord Monte San’ Angelo in de Gargano en zeker ook elders verkrijgbaar is.
Rafaël speelt een bescheidener rol. Hij komt voor in het sprookjesachtige verhaal van Tobias, voor katholieken een der 45 boeken van het Oude Testament, voor protestanten een vroom maar apocrief geschrift. De blinde jood Tobias stuurt zijn zoon, ook een Tobias, op reis om een schuld te innen en als tochtgenoot sluit de door niemand herkende Rafaël zich bij hem aan. Hij regelt een huwelijk voor de jonge man en laat hem een grote vis vangen, waarvan hij de gal moet bewaren om zijn vader te genezen. Inderdaad, ‘toen nam Tobias de gal van de vis en bestreek de ogen van zijn vader, hij deed dat omtrent een half uur en de staar ging hem van de ogen als het vliesje van een ei.’ Dan maakt Rafaël zich bekend als ‘een der zeven engelen die voor de Heer staan’ en vaart op ten hemel, waar hij sindsdien waakt over alle reizigers die hem aanroepen, benevens over het spoorwegpersoneel.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

woensdag 24 september 2008

Sint-Cecilia Barbecuet



Op zaterdag 6 september 2008 hield de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia van Korbeek-Dijle haar jaarlijkse barbecue. Er was zeer veel volk op afgekomen. Het is duidelijk: veel muzikanten betekent veel familie en vrienden die graag hun steentje bijdragen. Maar ook het optreden van de jeugdharmonie met de leerling-muzikanten, onder leiding van Hans Dewit, heeft zijn aantrekkingskracht. Dit maal traden zij op in een sportieve sfeer. Het Chinees olympisch decor was volledig ontworpen en opgesteld door Pol Vanderveken en Jaak Neckebrouck. De jeugdharmonie heeft momenteel 17 muzikantjes. Zij worden ondersteund door 5 spelers uit de grote harmonie.
Wij wensen Sint-Cecilia nog veel succes toe.
C.L.

Godsdienstleraar Secundair Onderwijs

(naar een artikel van Emmanuel Van Lierde in TERTIO van 3.9.2008)
Vroeger, pakweg 50 jaar geleden, waren godsdienstleraars in het secundair onderwijs priesters. Van de leken die hen opgevolgd hebben zou men logischerwijze denken dat ze gelovig zijn en participeren aan het kerkelijke leven. Voor een groot deel is dat ook zo. Maar als we de resultaten van een enquête onder de godsdienstleraars bekijken komen we wel tot verrassende vaststellingen.De enquête werd uitgevoerd door theoloog Didier Pollefeyt en norbertijn Chris Jeunen van het Centrum voor academische lerarenopleiding van de faculteit Godgeleerdheid van de KU Leuven. De enquête leverde veel geruststellende positieve resultaten op, maar ik wil nu speciaal eens de negatieve facetten onder ogen nemen, omdat ze zo haaks staan op wat een christen verwacht van een godsdienstleraar.


- Qua levensbeschouwing zijn 1,23 % van de godsdienstleraars atheïst (godloochenaar) of agnost (iemand die niet gelooft dat men door de rede het bestaan van een god kan aantonen) en 1,22 % hebben een andere geloofsopvatting dan de christelijke;
- Qua deelname aan de liturgie gaan 21,47 % alleen naar de kerk bij speciale gelegenheden zoals huwelijken en begrafenissen;
- 19,57 % vindt dat geloofsbeleving niet noodzakelijk is voor hun functie;
- 7,05 % vindt dat geloven niet nodig is om godsdienst te geven;
- 39,57 % voelt zich als godsdienstleerkracht niet gesteund in hun taak door de kerk;
- 16,51 % heeft niet het gevoel dat het kerkelijk beleid achter het godsdienstleerplan staat;
- van 9,23 % is de globale appreciatie van het huidige godsdienstleerplan negatief;
- Als er een nieuw leerplan komt vinden 38,65 % een beter omlijnde christelijke benadering niet wenselijk;
- Als er een nieuw leerplan komt vinden 23,08 % een levensbeschouwelijke verbreding (minder uitgesproken christelijk) wenselijk.

Cyriel Letellier

OKRA Herfst 2008

OKRA,
55-plussers komen samen.

En de “A” staat voor actief.
Daarom stelt het Trefpunt Korbeek-Dijle voor:

Het Herfstprogramma

- 25 september: Reis naar Gent (Stadswandeling, maaltijd, boottocht, vrije tijd, vieruurtje)
Inschrijvingen zijn afgesloten
- 26 september 14.00 u in Antwerpen, Konigin Elisabethzaal: OKRA zingt
Deelname 14.00 €. Trein 4.00 €
- Zondag 19 oktober 14.00 u Seniorenbal in Winksele Delle
- 20, 21, 23 en 24 oktober: Initiatie Nordic Wandelen in Bertem.
Kostprijs 21.00 €, alles inbegrepen. 2.50 € vermindering voor CM-leden;
- 28 oktober 14.00 u Voordracht “Humor in het dagelijks leven” door Piet Van Otterdijk
in CM Platte Lostraat in Kessel Lo (met de auto) 3.00 €
- 5 november om 14.00 u: Voordracht “Zalig Slapen, fris ontwaken”
In de Parochiale Gebouwen. Met taart en koffie. 2.00 €
- 16 december 14.30 u: Kerstmaaltijd. Hier in de Parochiale Gebouwen.
Met presentatie van de vakanties in 2009
- 13 januari om 14.00 u Nieuwjaarsconcert met Marc Meersman
In Scherpenheuvel. Met auto

Een uitgebreid programma …
Er zit wellicht ook iets in voor jou!
Word of blijf lid in 2008.
Er volgt nog meer, meer, meer …