woensdag 28 maart 2007

Lente-eetmaal 2007

De parochiale verenigingen van Korbeek-Dijle danken alle sympathisanten die hebben deelgenomen aan het lente-eetmaal van zondag 11 maart 2007. Ook degenen die een geldelijke bijdrage hebben gestort danken wij van harte.



In de tweede helft van april beginnen we met de vernieuwingswerken aan de parking van de Parochiale Gebouwen.
C.L.

donderdag 22 maart 2007

Wiegjesdag

Op zondag 4 maart 2007 was het Wiegjesdag in Korbeek-Dijle. Bij het binnenkomen van de kerk kreeg iedereen een “voetje”, om op weg te gaan naar Jezus, met de uitnodiging daarop zijn naam te schrijven en het voetje mee naar binnen te nemen. Na het evangelie over “Jezus de kindervriend” zei de priester:
Wij ouders willen onze kinderen ook naar Jezus brengen. Wij willen samen met onze kinderen op weg blijven gaan naar God toe. Symbolisch leggen wij de “voetjes” van de dopelingen op de weg naar Jezus.

En terwijl iedereen zijn “voeten” rond die van de dopelingen legde, bad de doopselbegeleidster:
Goede Jezus, wij nemen deze kinderen in de parochie op om er vertrouwvol naar jou begeleid te worden en er, bij vallen en opstaan, steeds liefdevol aangenomen te worden. Als wij vermoeid geraken of ontmoedigd, herinner ons dan hoe jij de vermoeidheid opzij geschoven hebt.

Op het einde van de mis bad iedereen samen:
Vader, wij danken U dat wij hier samen met onze familie dit feest mogen vieren. Wij zijn blij dat U met ons op weg wil gaan. Samen stappen zetten is altijd gemakkelijker dan alleen. Laat deze kinderen opgroeien tot toffe mensen die proberen van onze wereld een mooie en gelovige wereld te maken.
C.L.

Hosties

Enkele weken geleden schakelden wij over in onze kerk naar een andere vorm van hosties, die, menen wij, meer gelijkenis vertoont met brood, het brood dat bij de consecratie het lichaam van Christus wordt.

woensdag 7 maart 2007

Teerfeest Landelijke Gilde 2007

Op zondag 18 februari hield de Landelijke Gilde van Korbeek-Dijle haar jaarlijks teerfeest in de Parochiale Gebouwen.

Naar goede traditie was de ontvangst stijlvol en het viergangenmenu overvloedig en lekker. De tombola en de verkoop per Amerikaans opbod ontbraken evenmin.


Proficiat aan de werkers van de Landelijke Gilde. Doe zo verder!
C.L.

Eerste Vrouwelijke Chiroproost Els Van Doren

Onder deze titel verscheen in het christelijk opinieweekblad TERTIO van 14 februari 2007 een artikel van de hand van Katrien Verreyken. Het gaat over de Bertemse Els Van Doren, dochter van Willem Van Doren(+) en Magda Vanderwegen.

Hierna enkele fragmenten uit het artikel:
Els Van Doren (33) werd door de Vlaamse bisschoppen benoemd tot nieuwe nationale proost van Chirojeugd Vlaanderen. Niet alleen wordt ze de eerste vrouwelijke proost, met haar kiest de grootste jeugdbeweging in Vlaanderen voor het eerst ook iemand die geen priester is.
Els Van Doren studeerde sociaal-cultureel werk en volgde een opleiding praktijkbegeleiding in het pastoraat. Ze werkte tien jaar als stafmedewerkster voor jeugdpastoraal op de jeugddienst van het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen. Vorig jaar werd ze ziekenhuispastor in het Sint-Erasmus- en Stuivenbergziekenhuis in Antwerpen.
Na een jaar belde Chirojeugd Vlaanderen Van Doren op en vroeg haar als proost te solliciteren.
Van Doren werd aangenomen en werd zo de eerste vrouw en de eerste niet-priester in die functie.
“Als Chiro proberen we”, aldus Els, “zoveel mogelijk rekening te houden met ieders overtuiging. Maar het is ook belangrijk dat we een duidelijke identiteit aannemen, zodat iedereen weet waarvoor we staan en zodat we ons zichtbaar maken als christelijk geïnspireerde en geëngageerde jeugdbeweging. Het zijn immers die waarden die we – in alle openheid en met respect voor andere visies – willen uitdragen en waarmaken. Een jeugdbeweging die zich slechts vaag profileert, verliest een deel van haar kracht. Vanuit onze eigen identiteit kunnen we gemakkelijker met elkaar in dialoog gaan.”
Tot zo ver TERTIO. Nog een hartelijke proficiat aan Els. Dat zij mag slagen als bruggenbouwer tussen Chiro en kerk.
C.L.

woensdag 28 februari 2007

Siske Geys en Betteke Noë


Franciscus Geys (°Bertem 1840/+Leuven 1925), schoenmaker van beroep, en Elisabeth Noë (°Bertem 1838/+Bertem 1920) waren mijn overgrootouders langs moeders moeders kant. Zij waren ook de overgrootouders van mijn zussen (uiteraard): Aline, Frieda en Christiane Letellier; van mijn nichten en kozijns: Richard, Alma, Omer en Willy Carels, Margriet, Guillaume, Simonne, Jos, Frans, Godelieve en Firmin Matthys; van mijn achternichten en achterkozijns: Gaby Putseys (x Kamiel Vanden Plas), Lisette Putseys (x Maurice Vandebeeck(+)) en Arlette Putseys (x François Hendrickx), Pierre Geys(+)(x Irène Carels, de ouders van dokter Luc Geys en de grootouders van Stefanie, Hans en Elien Geys) en Jef Geys (x Angèle Carels, de ouders van Anne Geys).

De andere Geys’en in Bertem en Leefdaal stammen niet af van Siske Geys, maar van zijn kozijn: Louis Joseph Geys, beeldhouwer, geboren te Heverlee in 1837 en getrouwd met Anne Catherine Sterckx, geboortig van Wilsele. Robert Geys(+)(x Mina Vranckx, de ouders van Christiane Geys) en zijn zus Elise Stephanie uit Bertem, en Julia en Emerence Geys uit Leefdaal zijn kleinkinderen van Constantinus Geys (°Heverlee 1866)(x Elisabeth Stephania Van Laer), een zoon van Louis Joseph.
Michaël Geys in Bertem is een achterkleinzoon van Albert Georges Geys, (°Heverlee 1871)(x Maria Sidonia Latoir), een andere zoon van Louis Joseph.

Alle Geys’en in Bertem en Leefdaal, en de bovengenoemde Letellier’s, Carels’en, Matthys’en, Putseys’en, en andere nakomelingen van vrouwelijke Geys’en, zijn dus afstammelingen van de grootouders van Siske Geys en Louis Joseph Geys: Philippus Jacobus Geys (Flup Gaës) (°Heverlee 1763/+Heverlee 1823) en Joanna (Wagne) De Hertoghe (°Terlanen/+Heverlee 1836). Flup en Wagne waren de pachters op “het pachthof van Boogaerts” (het Hof Ter Munck) in de Veldstraat in Egenhoven.

Siske Geys en Betteke Noë woonden in Bertem, in de huidige Ferd. Vanlaerstraat, in de buurt van “het Zwart Schaap” en “het Smal”, twee plaatsen waar “het” toentertijd nog “toverde”. Veel onheil werd door onze voorouders toegeschreven aan toverij, zeker ook in de tijd van Flup Geys en Wagne De Hertoghe. Op het Hof Ter Munck in Egenhoven hadden zij een hele tijd te kampen met zware tegenslag, alle koebeesten stierven er, de een na de ander. De mensen hadden er geen zinnige verklaring voor, en dus staken ze het maar op toverij.

Betteke Noë was de dochter van Petrus Noë (°Bertem 1784/+Bertem 1868) en Elisabeth Bastets (°Bertem 1796/+Bertem 1869). Petrus, kleermaker van beroep, was soldaat geweest onder Napoleon. Volgens de familieoverlevering zou hij, de oorlogsverrichtingen kotsbeu, zoals talloze andere Vlaamse jongens, het Franse leger op een bepaald moment de rug hebben toegekeerd. Na de definitieve nederlaag van Napoleon in de slag van Waterloo (18.6.1815), wou hij getuige zijn van de gruwelijke sporen die de strijd op het slagveld had nagelaten. Hij ging te voet van Bertem naar Waterloo. Daar waagde hij zich echter te dicht bij de grafdelvers. Hij werd opgepakt en moest drie dagen en drie nachten mee helpen doden begraven.

Betteke Noë was al ver in de twintig en maakte nog geen aanstalten om te trouwen, zodat haar ouders zich zorgen begonnen te maken. Haar moeder zei haar: “Jade Bet, wa goide gaë doe, sèves kaume de weivenees oep aa af”, en ze wilde haar koppelen aan een of andere jonge gast. Maar Bet reageerde koppig: “En met daan traaf ek tóch ni”. En dan leerde ze Siske Geys kennen. “Met daan zaak koenne traven emme van den ieste kië dak mei hum oëtging”, aldus Betteke Noë.

Siske Geys was maar drie maanden gast geweest bij een meester-schoenmaker. Toen brak hij zijn been, op dezelfde plaats waar het nog eens gebroken was. Hij heeft daarmee lange tijd in het gasthuis gelegen en er een blijvende handicap aan overgehouden. Ondertussen stond zijn huis vol materiaal om te herstellen zodat hij niet langer bij een meester kon gaan werken. Hij nam dan maar zelf een meester in dienst tot hij de stiel onder de knie had. Van een club jagers die allemaal met natte voeten in hun stamcafé kwamen was er één die zijn schoenen niet moest uitdoen want zijn voeten waren nog kurkdroog. De anderen konden het niet geloven tot hij zijn voeten toonde en uitlegde dat zijn schoenen van Siske Geys kwamen. Sedertdien ging heel de club bij Siske Geys hun schoenen laten maken. Ook voor meester Lambrechts moest hij altijd de schoenen maken, zelfs als Siske al bij zijn zoon Jef woonde in Leuven, die ook schoenmaker was.
Siske Geys kocht zijn zoolleder aan de rol bij Pira in Leuven. Het overleder van de schoenen was, in verschillende maten gereed gesneden, ook te koop bij Pira, in bokskalfsleder voor de mannenschoenen en in chevreau (geitenleer) voor de vrouwenschoenen. Onder de oorlog 14-18 was er eens een rol leder gepikt uit de kelder van Siske Geys. Nadat eerst een vagebond ten onrechte werd verdacht, kon de echte dief toch vrij snel worden ontmaskerd.

Siske Geys was een zeer sociaal en levenslustig man. Pië Pinnoy, een kozijn van Siske Geys, kwam zijn koegarelen laten herstellen bij Siske Geys en hij moest van zijn vrouw Wis vlug terug naar huis komen, maar Pië bleef babbelen met Siske tot middernacht over hunnen jongen tijd. En dan konden ze lachen en hadden ze plezier. Siske Geys zong ook altijd. Hij kende wel honderd liedjes. Hij kon de mensen soms iets wijsmaken, voor de farce. Hij speelde ook toneel. Gebeurtenissen naspelen (revue) was zijn specialiteit. Met kinderen gekscheerde hij graag. Wederzijdse onschuldige plagerijtjes waren schering en inslag, zoals het opdreunen van een versje door Charel Bruggemans en andere rakkers uit de buurt: “Siske Gaës mokt ons waës da Betteke Van Es een toeëveres es”.
Maar Siske was ook een man met een dichterlijke ziel. Hij prees zichzelf en andere ambachtslieden gelukkig: “Ermen duvel pereknecht, gelukkige man da nen ambacht kan”.
Bijna al deze verhalen komen van mijn moeder, Elisa Laes, die haar grootouders op de handen droeg.

Cyriel Letellier

woensdag 21 februari 2007

Lichtmis 2007

Op zondag 4 februari verzorgde KVLV-Korbeek-Dijle haar jaarlijkse lichtmisviering in de kerk. Bij elk van de voorbeden werd een kaarsje aangestoken.


Eén van de voorbeden, uit het leven van vandaag gegrepen, viel op:
We steken een kaarsje aan voor alle mensen die zich niet de laatste GSM of supersnelle computer met een flitsende internetverbinding kunnen veroorloven. Dat wij de deur van onze KVLV-afdeling nooit sluiten voor hen. Laten wij bidden.


Na de voorbeden sprak de priester het wijdingsgebed uit over de kaarsen:
God, Gij zijt de bron en het begin van alle licht.
Zo horen wij reeds in het verhaal van de schepping.
In de tempel zijt Gij Simeon, een rechtvaardig mens, tegemoet gekomen. Gij hebt zijn verwachtingen vervuld, door U aan alle mensen te laten kennen.
Wij vragen U, zegen deze kaarsjes en verhoor het gebed van deze mensen die hier bij elkaar en bij U zijn. Het kwaad en de tegenslag werpen ook op ons leven een schaduw.
Laat het licht van Uw Woord al onze schaduwen verdrijven, zodat hoop en vreugde ons gegeven worden door Uw belofte.
Mogen wij U dat vandaag vragen, door Jezus Uw Zoon en onze Broeder, voor alle dagen van ons leven tot in eeuwigheid?


CL