woensdag 16 juli 2014

De Tweede Wereldoorlog - deel 3

Wederopbouw
Geconfronteerd met grote werkloosheid geeft het Commissariaat Generaal voor ’s Lands Wederopbouw op 11.7.1940 richtlijnen voor een programma van werkverschaffing door de Openbare Diensten: er moet o.a. voorrang worden gegeven aan werken die een maximum aan arbeidskrachten en een minimum aan materialen vereisen. De aandacht wordt ook getrokken op het Ministerieel Besluit van 29.6.1940 waarbij aan de burgemeesters het recht verleend wordt de werklozen die een steungeld genieten te verplichten twee volle dagen of vier halve dagen per week te werken.
Op 21.12.1940 meldt de Provinciaal Commissaris aan de burgemeester dat ir. Max Manfroid uit Elsene door hem aangesteld werd voor het ontwerpen van de bruggen over Vaart en Leibeek.
Overwegende dat op het grondgebied van de gemeente Korbeek-Dijle belangrijke schade aangericht werd aan openbare gebouwen welke veroorzaakt werd door oorlogsgeweld, neemt de wnd Commissaris Generaal voor ’s Lands Wederopbouw op 31.7.1941 volgend besluit:
Art. 1: De gemeente Korbeek-Dijle zal voor geheel haar grondgebied een algemeen plan van aanleg opmaken;
Art. 2: Dezelfde gemeente zal bijzondere plannen van aanleg voor de onderscheiden delen van haar grondgebied opmaken.
Op 4.10.1941 vraagt Max Manfroid aan het College geduld voor het herbouwen der twee bruggetjes want de aanbestedingen van het Provinciaal Commissariaat gaan traag.
De aanvang der herstellingswerken aan de kerk wordt vastgesteld op 10.2.1941, en de voorziene einddatum is 10.4.1941. De toelagen zullen alle kosten dekken.
Op 27.6.1941 is er sprake van een probleem van bevoorrading in cement. Waarschijnlijk ook om die reden komt er op 5.8.1942 een verordening van de Militärbefehlshaber in Belgien und Nordfrankreich houdende verbod bouwwerken uit te voeren, zowel openbare als private, die de som van 10.000 fr te boven gaan.
Op 13.10.1941 citeert de provinciegouverneur aan de gemeentebesturen uit een brief van de commissaris-generaal voor ’s Lands Wederopbouw:
Voorwerp: Uitbetaling der toelagen vóór 10 Mei 1940 beloofd voor het uitvoeren van materiële
verbeteringswerken aan lagere- en bewaarscholen
Ik heb de eer U te laten weten dat het voor 1941 te mijner beschikking gestelde krediet van 22.000.000 fr ver van uitgeput is en dat de verbintenissen op dit krediet moeten aangegaan worden vóór 31 December 1941.
Ik zou U dank weten, Mijnheer de Gouverneur, zoohaast mogelijk, dus, in elk geval, vóór 1 November a.s., aan het Commissariaat voor ’s Lands Wederopbouw (Dienst der Schoolgebouwen) al de aanvragen te laten geworden tot uitbetaling der toelagen voor hooger vermelde werken beloofd, met de tot staving nodige bewijsstukken.”
Op 3.8.1942 doet de commissaris-generaal voor ’s Lands Wederopbouw een gelijkaardige oproep via de gouverneur om bewijsstukken tot de uitbetaling van betrokken toelagen in te dienen vóór 1.11.1942.
Zelfs in de barre oorlogstijd bleek het belangrijk voor openbare instellingen dat kredieten “opgebruikt” raken.
Op 20.3.1943 verzoekt Max Manfroid het gemeentebestuur de “Aanvraag tot uitvoering der werken” op te sturen voor de bruggen over Vaart en Leibeek. Wat dus wil zeggen dat na bijna drie jaar de bruggen nog steeds niet hersteld zijn.
De Militärbefehlshaber in Belgien und Nordfrankreich geeft op 27.8.1943 bouwtoelating om ruimingswerken aan de Dijlebrug uit te voeren voor een bedrag van 15.000 fr.
Zie Duitse bouwtoelating hieronder.
clip_image002
De ruimingswerken aan de Dijlebrug werden uitgevoerd van juni tot september 1943 door aannemer Van Obberghen uit Evere voor de som van 16.098,27 fr. Na ruim twee jaar discussie over de uitgevoerde werken en de prijs, met veel heen-en-weergeschrijf tussen de aannemer, de gemeente, het Commissariaat- Generaal voor ’s Lands Wederopbouw en de gouverneur – met uiteindelijk resultaat dat de prijs verminderd werd tot 13.098,00 fr – schrijft het Ministerie van Openbare Werken op 30.11.1945 dat het haar comptabiliteit verzocht heeft deze laatste som uit te keren aan de aannemer.
Begin november 1943 krijgt de burgemeester een brief van het Provinciaal Commissariaat voor den Wederopbouw in Brabant dat Korbeek-Dijle zelf het ereloon mag uitbetalen aan de ontwerper van de herstellingswerken aan de kerk, Victor Broos, bouwmeester te Leuven. De gemeente ontvangt hiervoor 2.299,12 fr. De aannemer was dhr. G.Romain uit Kessel-Lo.
Vorderingsstaat goedgekeurd op 23.11.1943: 58.951,97 fr (eindbedrag).
Op 22.6.1945 schrijft het Ministerie van Openbare Werken aan het College dat het deze som plus 6 % algemene kosten, in totaal 62.489,09 fr eerlang op de postcheckrekening van de gemeente zal storten.
Op 30.10.1944 vraagt architect Victor Broos aan de burgemeester het bedrag van 3.837,00 fr te willen storten op zijn rekening (herinnering aan zijn schrijven van 1.12.1943).
Op 27.11.1944 herinnert Victor Broos het College aan al de werken die hij uitgevoerd heeft in de jaren ’40, ’41 en ’42 en nog geen centiem ereloon ontvangen heeft. Hij vraagt een provisie van 6.000 fr te storten op zijn rekening.
Uit een brief van 15.12.1944 van Victor Broos aan het College blijkt dat Emiel Cappuyns aan Victor Broos plannen gevraagd heeft voor een nieuw gemeentehuis en dat laatstgenoemde schriftelijk opdracht gekregen heeft voor de voorlopige raming op 18.7.1942 (dat is dan door Maurits Neckebrouck). De zaak zal uiteindelijk wel in der minne zijn geregeld.

(wordt vervolgd)

Van Paul Paeps uit Leefdaal kreeg ik volgende reactie op mijn geschrijf in Kerk & leven:

Cyriel, met veel belangstelling volg ik uw artikels over K-D, in Kerk en Leven. Een opmerking over Elisabeth Niethals. Volgens mijn gegevens is Anna Maria Van Essche een dochter van Joannes Francis Van Essche en Lucia Van Beethoven ipv Vanbisthoven. Dit zijn mijn betovergrootouders. Ze hadden elf kinderen. Kind 4 was Anna Maria. Kind 8 was Joanna Catharina Van Essche, overgrootmoeder van o.a. Charly Debaetselier uit Neerijse. Kind 9 was Henricus Van Essche, een voorvader van gemeenteraadslid Kristien Van Essche. Kind 11 was Philippus Van Essche, °18/11/1849, mijn overgrootvader. Bij mijn opzoekingen, nu toch een beetje geleden, kwam ik telkens uit op Lucia Van Beethoven uit Leefdaal, °1806, als zijn moeder. Lucie Vanbeethoven is ook vermeld in het huwelijksboekje van Philippus uit 1886. Verder geraakte ik niet. Van Beethoven is een naam die in Leefdaal voorkomt.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1958 denk ik (ik was toen maar 10 jaar) dat er ook een derde lijst was met alleen Jozef De Coster (Jef van drieskens), zonder verkozen te zijn.
Met vriendelijke groeten.
Paul Paeps
Ik denk dat Paul gelijk heeft over de hele lijn. Beschouw dit dus als een dubbele rechtzetting van mijn artikels in Kerk & leven van 11 juni en 21 mei.