woensdag 1 april 2020

Gelezen in TERTIO van 18 maart 2020

“Het is paradoxaal te bedenken dat de mens beeld is van wat niet in beeld kan worden gebracht”

Uit een artikel van Christophe Brabant (deed studies filosofie en theologie en is leraar aan het Gentse Sint-Barbaracollege).

In het Oude Testament is God de onzichtbare bij uitstek. Niemand kan God zien en in leven blijven. Mozes die vraagt om God te zien, mag Hem “van achteren” (Exodus 33,23) zien. Het Oude Testament huldigt de idee dat van God geen beelden mogen worden gemaakt. Afgodsbeelden getuigen van ontrouw aan de Enige. De profeten drijven de spot met wie afgodsbeelden maken. Ze hakken een boom om, kappen er een beeld uit, vallen ervoor op hun knieën en maken met de rest van het hout vuur om het vlees te garen. Van hetzelfde hout snijdt men een afgodsbeeld en maakt men houtskool. God valt niet af te beelden. Zelfs de Godsnaam – JHWH – waarmee de taal naar God verwijst, wordt niet uitgesproken.

Onrechtstreeks kijken

En toch verschijnt de Onzichtbare in het zichtbare, maar dan dankzij een soort onrechtstreeks kijken. Het scheppingsverhaal beweert dat alle levende wezens, met uitzondering van de mens, geschapen zijn “naar hun soort”. Elke plant en elk dier heeft zijn specificiteit en kent zijn gelijke niet. De mens daarentegen is geschapen naar het beeld en de gelijkenis met God. Het is paradoxaal te bedenken dat de mens beeld is van wat niet in beeld kan worden gebracht. In de mens valt – onrechtstreeks – datgene te zien wat onzichtbaar is en de mens zelf overstijgt.

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Gods verwachtingen

Door het doopsel worden wij geïnitieerd in het leven en de vriendschap van Christus. Daardoor wordt het duidelijk dat de gemeenschap van de gedoopten rond hem samenkomt. We worden geloofsgenoten van hem en van elkaar. De vriendschap met Christus en ons lidmaatschap van het volk van God doen ons ontdekken dat God geen ver verwijderd wezen is. God is op zoek naar ieder mens, maar velen moeten een steun in de rug krijgen om hem te herkennen. Aan ons vraagt Hij om de berg op te gaan om te bidden, zoals Jezus zelf deed na zijn doop en regelmatig aan het einde van de dag. Maar Hij vraagt ook onze stem te verheffen op het publieke forum, in de samenleving, waar de kans zich aandient en waar het nuttig is onze stem te laten horen en op te komen voor het evangelie. En wat is dat dan? Wanneer de leerlingen vragen wat ze moeten doen, zegt Jezus: ‘Geloven in diegene die Mij gezonden heeft’, en later: ‘Dit draag Ik jullie op: dat je elkaar liefhebt’.

Daarover gaat het dus als gedoopten: geloven in de Vader, elkaar liefhebben, meedoen met de gemeenschap van de gelovigen. Dat zal zich het beste uitdrukken in de wekelijkse eucharistieviering en door bij de mensen te getuigen van ons christen-zijn.P

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 25 maart 2020

Gard Vermeulen vanuit Vietnam - deel 3


Verder naar het zuiden.

Als je de landkaart van Vietnam bekijkt, krijg je de indruk van een lang en smal land, uitgerekt als een elastiekje. Of liever, het lijkt op een elegante dame in een lang gewaad. Inderdaad, 1650 km van Noord naar Zuid of, op Europese maat: van Brussel naar de zuidkust van Spanje. Het huidige Vietnam is een samenvoeging van drie delen. In die noordelijke knotsbol, het berggebied, leven sinds eeuwen Viet-mensen-. Ze zijn van Chinese oorsprong en zijn altijd door de Chinezen geregeerd tot even na het jaar duizend. Later nog verschillende keren met kortere of langere tussenpozen. Nog altijd wantrouwt het Vietnamese regime China, ook al zijn ze beiden communistisch. De grote noorderbuur heeft na de samenvoeging van Vietnam in 1975 nog delen van hun land en enkele van hun eilanden ingepikt.


In de lange smalle lendenen van het land ontstond vanaf de tweede eeuw een vissersvolk: de Cham. Godsdienstig hoorden zij bij het Hindoeïsme, terwijl de Viet (en de Khmer, waarover ik het wat verder heb) Boeddhisten zijn. Het koninkrijk Champa groeide, vocht naar het noorden, vocht naar het zuiden, werd groot, maar schrompelde in elkaar vanaf de tiende eeuw. De Viet namen geleidelijk hun plaats in. Nu leven er slechts her en der nog enkele duizenden verarmde Cham. Toch lieten ze enkele prachtige tempels achter. In My Son zijn ze grotendeels kapot geschoten tijdens de vreselijke oorlog. Bij Nha Thrang floreren ze uitbundig. Zij lijken wel opgaande bloemstengels met ontluikende bloemknoppen en doen mij denken aan Indiase voorbeelden.


Die gruwelijke Amerikaans-Vietnamese oorlog heeft ook verschrikkelijk huisgehouden in Son My. In dat dorp waren de weerbare mannen opgeroepen in het leger, of aan de oogst, of vochten bij de Vietcongstrijders. Een peloton Amerikaanse Mariniers kwamen hier naartoe met de foute informatie dat er een grote vijandelijke strijdmacht in het dorp gelegerd was en dat ze deze moesten uitroeien. De eenheid was maar twee maanden in Vietnam en had al twintig kameraden verloren in sluipmoorden, verborgen mijnen, enzovoort, zonder ook maar aan een gevecht deel te nemen. Ze waren opgejut: nu zou het gaan gebeuren, nu zouden ze die onzichtbare vijand te pakken krijgen. Het bevel van de verre commandant was simpel: schieten om te doden op al wat beweegt. Zij vielen het dorp binnen, vonden alleen kinderen, vrouwen en ouderlingen. Het brutale geweld van opgekropte frustratie barstte los. Meer dan vijfhonderd weerloze mensen werden afgeslacht en de hutten in brand gestoken. Bij het bezoek, na het zien van de Nederlandse documentaire, zijn er geen woorden meer, alleen tranen en stilte. Droeve gedachten over de doden, de levenden, de daders en wij allen, getuigen van geweld. Bidden voor vrede.


Het strand is fijn zand, mooi en 3200 km lang. Maar de oceaan is woelig, vreet het zand steeds verder weg. De rode vlag staat slechts 25 meter ver in zee. Na twee dagen rust aan het strand, ben ik verder op weg naar het zuiden. Ik rijd door die grote vruchtbare vlakte, doorsneden met ontelbare kanalen en zijtakken van de Mekong-delta, zoals de Sai Gon rivier.


Vanaf de zeventiende eeuw verzwakte het grote en machtige Cambodjaanse Khmer rijk van Angkor. Het oostelijk deel van hun gebied kwam meer en meer onder Viet invloed en werd vanaf de achttiende eeuw ook bestuurd door hen. Honderd jaar geleden, onder het Franse koloniale bestuur over de twee landen, werd het wettelijk aangehecht bij Cochinchina dat na de nederlaag van de Fransen het zuidelijk deel werd van Vietnam. 


Ho Chi Minhstad dat vroeger Saigon heette, was toen de hoofdstad van Zuid Vietnam en is wellicht de meest levendige en bekende stad van Vietnam. Het ligt midden die groene laagvlakte. Als ik op vrijdagavond toekom in het centrum van de stad kijk ik verbaasd naar die feeërieke verlichting  van miljarden lampjes. Wat een verschil met de donkere straten in 1996. Toen reden er alleen wat fietsers, vaak zonder licht. Nu moet men de verkeerslichten gebruiken om tussen de motoren over te steken, en zelfs dan … Even verwonderd kijk ik rond en merk alleen jongeren die bij elkaar zitten te praten, berichtjes uitwisselen, vrijen of wat zakgeld bijverdienen als motortaxi à la Uber. En verder zijn er de jonge gezinnen met kleine ukjes of iets ouder. Her en der lopen er wat toeristen rond met grote ogen. Dit is een jonge natie met een exploderende bevolking van negen miljoen mensen.


Zaterdagmorgen om zeven uur (de scholen zijn nog gesloten voor de coronakoorts) zie ik een golvende vloot van acht miljoen motoren (!!!) de stad inrijden. Zij weven door elkaar, complexer als een viltmat, zonder elkaar te raken. Soms stoppen ze zelfs voor het rode licht. En wat ze allemaal vervoeren: kippen, groentebergen, stapels dozen, acht butaangasflessen, recycleerafval en natuurlijk het hele gezin, een kleuter vooraan, vader aan het stuur, en een ukje in moeders armen achteraan.

Ik bespaar je nog maar eens een oorlogstafereel in Cu Chi, al koestert het regime die periode als een kleine mishandelde calimero. Maar ik heb wel een lekkere soeplunch gegeten bij de schoonzus thuis van het brandende napalmmeisje van weleer.


Maar een ander bezoek kon ik niet afwimpelen: het museum van de overblijfselen van de oorlog. Vroeger heette het : Het museum van de Amerikaanse oorlogsmisdaden. De naam is veranderd, maar de inhoud niet. Ik besef maar al te goed hoe het communistisch regime deze en alle andere reizen regisseert en beïnvloedt. De basisidee luidt: Alle misdaden komen van de Amerikanen, alle onschuldige slachtoffers zijn arme Vietnamezen. Larie en apekool natuurlijk. In een ruzie of een oorlog is niemand vrij van schuld.


De lokale gids speelt dat spel mee, anders is hij volgende maand geen gids meer. Breder gezien noemt hij alle prestigieuze verwezenlijkingen en verzwijgt de moeilijkheden. Voorbeeld? Vietnam zou de tweede, soms de eerste exporteur zijn van rijst en de grootste uitvoerder van de beste koffie. Ik kijk naar internet. Vietnam staat voor rijstexport op de vijfde plaats na India, Thailand, Verenigde Staten en Pakistan. De twee eerste landen voeren elk bijna vier keer zo veel uit als Vietnam. Voor koffie staat het land op de vierde plaats na Brazilië, Colombia en Indonesië. Daarenboven produceert Vietnam hoofdzakelijk Robusta bonen, terwijl Arabica het fijnste aroma heeft. Maar dit past niet in het reclamepraatje van het regime.


Vanmorgen ben ik naar een drijvende groothandelsmarkt van landbouwwaren gaan kijken. Het is niet echt een spektakel maar wel een wat achtergebleven “weg” van producent naar verbruiker: De boer brengt per boot zijn waar naar dit deel van de rivier. Even een tussennoot: De rivier die bekend staat als de Mekong splitst hier in negen grote armen met talloze kanaaltjes, zijriviertjes en beekjes er tussenin. Hij heet in het Vietnamees dan ook Cúu Long, de Negen Draken. Terug naar de varende boer. Hij verkoopt aan een groothandel op een grotere boot, die als kenteken in de mast het product draagt waarin hij handelt. Een meloen in de mast? Dan moet je daar zijn om meloenen te kopen en te verkopen. De kleinhandelaars komen later aangevaren, slaan bij elke boot hun voorraad in en varen terug naar hun winkeltje in de stad. Vermits er tientallen toeristenboten komen kijken, zijn er natuurlijk ook boten ingericht als café of restaurant. Zaken blijven zaken!


Over twee dagen verlaat ik Vietnam en blijf nog een paar dagen in Cambodja. Misschien net op tijd. Eergisteren zijn er na een periode zonder, weer dertien gevallen van corona opgedoken, in Hanoi, 1500 km van bij mij weg. De zieken zaten allen op een vliegtuig waarop ook een dame zat, die uit … Italië kwam. Het virus keert nu van Europa weer huiswaarts! Strenger dan in Italië, heeft de regering onmiddellijk allen in quarantaine geplaats, hun familieleden verplicht thuis gehouden en de straat en de wijk afgesloten. Aan de ingang van het hotel hier in het zuiden staat er een fles desinfectant en een thermometer. 36,6 ° geeft mij groen licht!


Net vandaag lees ik in mijn krant: “Angkor Wat, …, lopen leeg”. Het is een financiële ramp voor allen die van het toerisme (moeten) leven. Dat zijn miljoenen mensen wereldwijd, veel meer dan er besmet zijn. Over drie dagen ben ik in Angkor. Als het leeg is, kan ik er niet besmet worden. Deo Volente. Daarna kom ik naar huis. Maar door al die poespas zijn er veel vluchten afgeschaft. Ook voor mij. Ik moet een dag eerder terug keren dan gepland. Het zij zo.


Tot ziens. Gard.





In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Liefde opent het perspectief van Gods Koninkrijk

Wanneer we in het Onzevader bidden ‘uw rijk kome, uw wil geschiede’, dan komt dat nadat we ‘uw naam worde geheiligd’ gebeden hebben. We erkennen dat eigenlijk alles van God afhangt. Dit hebben we gezien in het Oude Testament wanneer Mozes de slang omhoog hield om het volk bijeen te houden (Nu 21, 4-9).

De evangelist Johannes herinterpreteert dat verhaal in het licht van Jezus’ kruisdood (Joh 3, 14). Zoals de slang zal men Jezus omhoog heffen aan het kruis. Door zijn zelfgave bewerkt Hij verzoening en verwerft Hij eeuwig leven. Net als iedereen die in hem gelooft.

De komst van Jezus wijst erop dat de tijd gekomen is om God aan het woord te laten. Hij zegt vaak dat het ‘Koninkrijk van God ophanden is’ (Mc 1, 15). De naam die we aan dit Koninkrijk kunnen geven is ‘liefde’, vanuit het eerste en het tweede gebod. Jezus is gekomen om ons bewust te maken van de liefde van God en ons uit te nodigen deze liefde door te geven.

Om dat te kunnen moeten we herboren worden in de Geest. Daarover zegt paus Franciscus: ‘De Heilige Geest heeft een oneindige verbeelding, juist als Geest van God is Hij in staat om zelfs de meest complexe en onontwarbare knopen van de menselijke geschiedenis te ontwarren’ (Evangelii gaudium, nr. 178).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

zondag 22 maart 2020

Agenda bijgewerkt

Bekijk onze bijgewerkte agenda op de agenda-pagina.

woensdag 18 maart 2020

Hippe gehaakte tas


Beste Ferm-leden,







Nu de lente begint te kriebelen maken we deze

Hippe gehaakte tas







Tijdens onze KVLV-creales op donderdag 2 april 2020 kunnen jullie deze duurzame tas maken!

Kostprijs voor deze les is 13 euro voor Ferm-leden en 18 euro voor niet-leden.

Wij zorgen voor een pakket met daarin T-shirt-garen en haaknaald.

Je kan kiezen tussen volgende kleuren: wit, munt, geel, bordeaux (rood) of roze

We haken deze tas met Hoooked Zpaghetti-garen. Het is een 100% gerecycleerd garen gemaakt van T-shirt textiel. Dit houdt in dat niet alle kleuren steeds voorradig zijn. Bovenstaande kleuren zijn momenteel in voorraad en zijn de nieuwe Ferm-kleuren. Ook de haakpen is gemaakt van gerecycleerd plastic. Deze tas is dus niet alleen hip, maar ook erg duurzaam.

Gelieve in te schrijven vóór 20 maart bij Kristien Peeters (kristien.peeters@telenet.be, tel. 016/47 08 31. Het bedrag mag je storten op rekeningnummer BE13 7343 4601 1739 van Ferm Korbeek-Dijle, met vermelding ‘gehaakte tas’.

We verwachten jullie om 19u30 aan de parochielokalen van Korbeek-Dijle.



Veel creatieve groetjes,

Het Korbeekse Ferm-bestuursteam


Gard Vermeulen vanuit Vietnam - deel 2


Toch nieuwe ervaringen.

Ik schreef het vorige keer al: dit is mijn derde reis in Vietnam. Kan ik dan wel nieuwe ervaringen opdoen? Jawel. De tweede dag al bezocht ik voor het eerst het gebalsemde lichaam van oompje Ho. Dat was een voorspel.

De volgende dag kwam ik in een parelkwekerij terecht. Ik wist wel dat er parels gekweekt woorden, maar hoe? Zal ik je het geheim verklappen? De eerste stap is de kweek van gewone oesters. Er zijn drie soorten die het tot pareloester kunnen scoppen en elk uit een andere streek van de wereld komen, maar allen hier gekweekt worden. Men zaait het zaad in op touwen en hangt ze in het zeewater van de baai van Halong. Ongeveer halfweg hun leeftijd worden ze ingeënt. Dat betekent dat er met een stukje kraal van een andere oester ook een erwtgroot bolletje van oesterschelp ingeplant wordt in de levende drager. De wonde wordt degelijk ontsmet. Dan laat men ze weer in het water, vastgehaakt in een rek dat wat lijkt op de gril waarin men vroeger bakharing bakte. De oesters moeten om de twee maanden opgehaald worden en gereinigd. De helft van hen overleeft de behandeling niet en moet verwijderd worden. Nog eens twee op tien spuwt het vreemde ding uit en slechts drie op tien ontwikkelt een parel na anderhalf, twee of vijf jaar. De tint van de parel is afhankelijk van het ingeplant stukje kraal. Gekweekte parels zijn perfect rond, terwijl de natuurlijke wel wat variëren in kleur en vorm.

Een boottocht tussen de karstbergen van Halong baai heb ik al eerder gemaakt. Het verhaal gaat dat een draak uit de hemel de Vietnamezen ter hulp kwam in een van de talrijke oorlogen uit het verleden en dat dit beest uiteindelijk versteend geraakte in de baai. Toch blijft de tocht in een grot van een der bergen een wow-ervaring midden ingewikkelde stalactieten aan het plafond en stalagmieten op de begane grond. Tussen mijn vijf Nederlandse reisgezellen blijf ik chauvinistisch beweren dat de grotten van Han mooier zijn.

Een gelijkaardig karstlandschap mag ik ook wat verder bewonderen. Uit het vlakke land, met rijstvelden en wat kleine riviertjes, rijzen ook bergen op als een brokkelige muur midden de vlakte. Daar ben ik gaan varen. De dame achteraan in de boot lag lui achterover en roeide met de voeten!

De volgende nieuwe ervaring was eerder pijnlijk of droevig. Tijdens de Vietnamees-Amerikaanse oorlog lieten de Noord-Vietnamese troepen hun bevoorrading van Noord naar Zuid lopen langs veldwegen of paden door de bossen. De Amerikaanse inlichtingdiensten wisten die ongeveer liggen en bombardeerden ze duchtig. Met nog meer uithoudingsvermogen herstelden jonge vrouwen die wegen zo snel mogelijk: putten vullen, hopen grond weer wegwerken, alles aandammen: ’s anderendaags konden de militaire konvooien er weer over rijden. Tijdens zulke werken kwamen tien ongehuwde vrouwen om door een welgemikte bom. Hun herinnering wordt levendig gehouden met een reusachtig monument dicht bij hun graven. Vele Vietnamezen, diep doordrongen van de eerbied en de plicht tegenover voorouders, komen bloemen zetten en wierookstaafjes branden bij de graven van deze vrouwen zonder nakomelingen en dus verstoken van de gepaste eerbewijzen.

Tam Coc is een dorpje van zeshonderd mensen in die vreselijke zone. Om zich te beschermen tegen de bommenregen groeven ze, zoals elk ander dorp, onderaardse gangen uit met inhammen, voor elk gezin eentje: twee bij één meter voor een gezin van vijf personen. Er was ook een school voorzien voor de kinderen en een hospitaal met materniteit. Zeventien kinderen zagen het ‘levenslicht’ onder de grond. De eerste twee gangen werden gegraven op tien en vijftien meter diepte. Toen de vijand bommen ging gebruiken die zich tot zeventien meter diep in de grond boorden voor ze ontploften, maakten ze een derde pijp op drieëntwintig meter. Alles was handenarbeid en ‘s nachts werd de aarde gestort in de oceaan, zodat die boel niet zichtbaar was uit de lucht. Ik ben in de mollenpijpen niet binnen geweest, want zolang kan ik niet meer gebogen rondlopen. De Vietnamezen zijn hooguit 1.65 m groot.

Luxueuzer was het leven en vooral de dood van de keizer in Hué. Dat was de hoofdstad in de negentiende en begin twintigste eeuw. De keizer was echter machteloos onder de Franse heerschappij. De voorlaatste van de rij, Khai Diem, was een verslaafd gokker. Naar het voorbeeld van zijn voorgangers begon hij tijdens zijn leven al het eigen graf in te richten. De kostbaarste materialen, het mooiste landschap, de beste architecten en de verfijnste kunstenaars waren nauwelijks goed genoeg. De kosten rezen hemelhoog en hij vroeg de Fransen om de belastingen te verhogen van handelaars, werklieden, simpele mensen. Het ongenoegen steeg en de communistische partij ontkiemde. De man was ziekelijk en overleed voor zijn mausoleum klaar was. Het is een juweeltje geworden in XXXL-formaat. Er zijn een tiental van deze gebouwen in de omgeving, voor elke keizer een, met enkele uitzonderingen.

Nu ben ik in Hoi An, een ouderwets stadje, waarvan de vroegere zeehaven verzand is. De handel is opgeschoven naar Da Nang, vijfentwintig kilometer verder. Alle Amerikaanse oorlogsbodems legden daar aan als enige toegankelijke haven en werkten als een magneet op noordelijke bombardementen. Zo is Hoi An gespaard gebleven: een geluk bij een ongeluk. Nu is het overrompeld door toeristenzaken: souvenirwinkeltjes, restaurants , massagesalons, kledingzaken en enkele oude gebouwen. Ook met honderden feeërieke lampionlichtjes ’s avonds.

Terwijl de wereld siddert en beeft van de coronaziekte, blijft Vietnam opvallend gespaard. Vorige keer heb ik je verteld waarom. Misschien mag ik schuchter suggereren dat de heibel overdreven is. Want het aantal doden wereldwijd is miniem, vergeleken met een jaarlijkse griepepidemie en de overledenen zijn zeer vaak mensen op hoge leeftijd die wellicht al eerder verzwakt waren. Weliswaar lijkt het besmettingsrisico groter dan bij griep, maar ik voel me hier nog heel goed bij.

Nu de Chinezen reisverbod hebben gekregen van hun eigen regering en de Zuid-Koreaanse vluchten naar Vietnam geschrapt zijn, zijn de grote toeristenstromen verdwenen. Het is hier dus vrij rustig. Ik reis nog wel wat verder en houd je op de hoogte.


Bekendmaking door de aangestelde verantwoordelijke van de parochie van het resultaat van de oproep tot kandidaten voor het lidmaatschap van de kerkraad

Overeenkomstig artikel 7 § 1 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële

organisatie en werking van de erkende erediensten, werd aan alle belangstellenden

meegedeeld

-dat er drie vacatures zijn binnen de kerkraad van de kerkfabriek Sint-Pieter te Bertem (gemeente Bertem).

Kandidaturen dienden schriftelijk ingediend te zijn vóór 01/02/20.

De hierna volgende personen - alfabetisch gerangschikt - hebben zich tijdig kandidaat gesteld:

1. Hendrik Fierens, A.E. Verbiststraat 7, 3060 Bertem

2. Raf Van der Donkt, Corbielaan 29, 3060 Bertem

3. André Vanderveken, Egenhovenstraat 24/0113, 3060 Bertem.

-dat er drie vacatures zijn binnen de kerkraad van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus

te Korbeek-Dijle (gemeente Bertem).

Kandidaturen dienden schriftelijk ingediend te zijn vóór 01/02/20.

De hierna volgende personen - alfabetisch gerangschikt - hebben zich tijdig kandidaat gesteld:

1. Marc Frederickx, Veeweide 17, 3060 Korbeek-Dijle

2. Cyriel Letellier, Nijvelsebaan 207, 3060 Korbeek-Dijle

3. Etienne Van Wambeke, Kleine Hollestraat 11, 3060 Korbeek-Dijle.

-dat er drie vacatures zijn binnen de kerkraad van de kerkfabriek Sint-Lambertus

te Leefdaal (gemeente Bertem).

Kandidaturen dienden schriftelijk ingediend te zijn vóór 01/02/20

De hierna volgende personen - alfabetisch gerangschikt - hebben zich tijdig kandidaat gesteld:

1. Lieve Ronsmans, Neerijse steenweg 14, 3061 Leefdaal

2. Henri Simonart, Slagberg 3, 3061 Leefdaal

3. Guido Veeckmans, L. Van Buekenhoudtstraat 22, 3061 Leefdaal.

Overeenkomstig artikel 7 § 3 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële

organisatie en werking van de erkende erediensten, kan binnen de vijftien dagen na de dag

van deze bekendmaking tegen de kandidaten bezwaar ingediend worden bij de door de bisschop aangestelde verantwoordelijke van de genoemde parochies, deken Patrick Maervoet, Jules Vandenbemptlaan 2, 3001 Heverlee. En dit voor 1/04/2020.

Opgemaakt op 29/02/2020. te Bertem.

Deken Patrick Maervoet,

door de bisschop aangestelde verantwoordelijke van de parochies Sint-Pieter Bertem te Bertem,

Sint-Lambertus, Leefdaal, Bertem

en Sint-Bartholomeus, Korbeek-Dijle, Bertem.

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Diepste pastorale motivatie

Het komt erop aan dat wij ‘verbonden met Jezus zoeken wat Hij zoekt, liefhebben wat Hij liefheeft. Uiteindelijk zoeken wij de glorie van de Vader, wij leven en werken ‘tot lof van de heerlijkheid van zijn genade’ (Ef 1,6). Als wij ons helemaal en altijd willen inzetten, dienen we iedere andere motivatie te overstijgen. Dit is het uiteindelijke motief, het diepste, het grootste, de hoofdreden en de ultieme zin van al de rest. Het is de glorie van de Vader die Jezus heeft nagestreefd zijn leven lang’ (Evangelii gaudium, nr.267).

Ik vraag mij af tijdens deze voorbereidingstijd naar Pasen in het bijzonder, welk gebed eigenlijk het onze zou moeten zijn: ‘Uw rijk kome, uw wil geschiede.’

In het Onzevader worden wij binnengeleid in de mentaliteit die Jezus bezielde. We leren zijn pastorale bewogenheid tot de onze te maken, namelijk om je alleen te laten leiden ‘door de wil van hem die Mij gezonden heeft’ (Joh 5,30). De toegankelijkheid van Jezus voor de mensen langs de weg vindt daar zijn oorsprong. Hij verwacht ook van ons dat wij ‘het menselijke leed aanraken en in contact treden met het concrete bestaan van de ander’ (Evangelii gaudium, nr.270), in het bijzonder van de arme en noodlijdende.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

Gard Vermeulen vanuit Vietnam - deel 1

Weer in Vietnam

Toen ik in 1996 voor het eerst landde in Hanoi, hoofdstad van Vietnam, stonden er op het vliegveld vier burgervliegtuigen naast vele oorlogstuigen. Twee van die vier behoorden bij de president van Algerije, die toen op staatsbezoek was. De grenspolitie werkte in een grote houten keet, waarin zes houten hokjes stonden met op elke tafel rechts vooraan de kepie van de beambte. Hij keek de formulieren na, scande het paspoort en wachtte op groen licht van hogerhand om me door te laten. Nu staat er een ruim modern gebouw, sober en netjes, voor een efficiënte en snelle afhandeling van de mensenstroom.

Dit is de derde keer dat ik dit land bezoek, de laatste keer was negen jaar geleden. Toch ontdek ik steeds nieuwe dingen. Zo heb ik voor de eerste keer Ho Chi Minh gezien in levende, neen dode en gebalsemde lijve. Hij is de meest bekende Vietnamees, symbool van de vrijheidsstrijder tegen de Franse kolonisator en de Amerikaanse indringer van de twintigste eeuw.

Maar de geschiedenis gaat natuurlijk veel verder terug. De Chinezen hebben dit stuk van de wereld al overheerst lang voor onze tijdrekening. Ze zijn dan ook de meest gehate tegenstrever van de Vietnamezen, zij het in zwijgzame stilte. Pas in de elfde eeuw slaagde een generaal er in het Noordelijke deel van het huidige land in te palmen en zich tot keizer te laen kronen. Het verhaal gaat dat een visser ooit een zwaard uit het water haalde en het aan de krijger overhandigde. Het bleek machtige, magische krachten te bezitten. Na de overwinning eiste een grote schildpad het zwaard op . Het dier bracht het naar de diepten van het Kiem meer in het centrum van Hanoi. Daar ligt het nog steeds verborgen volgens de legende.

In de volgende eeuwen kwamen de Chinezen weer, werden weer uitgedreven, breidde de keizer zijn macht uit naar het zuiden waar hij de Champa versloeg, nog later de Khmer gedeeltelijk verdreef uit het verste zuiden van het huidige land. Tot in de achttiende eeuw het huidige Vietnam een geheel werd.

Toen, in negentiende eeuw, kwamen de Fransen. Zij veroverden ook het nabijgelegen Laos en Cambodja en noemden het Indochina. Een jonge man waarvan de vader in de administratie werkte van de marionet-keizer, kreeg de beste opleiding in de hoofdstad van toen. Hij rebelleerde samen met vele andere studenten tegen de Franse overheersing, raakte in de gevangenis en kwam weer vrij, maar mocht het land niet meer verlaten. Toch wou hij weten waarom het Westen zoveel machtiger was dan het Oosten. Hij werd kok op een intercontinentale vrachtboot onder een valse naam. Hij verbleef in Londen, in Amerika, in Frankrijk en na de communistische revolutie in Rusland. Daar stichtte hij de Vietnamese communistische partij. Zijn tweede valse naam was Ho Chi Minh.

Tijdens de tweede wereldoorlog was hij weer in Vietnam, dat nu onder de voet gelopen was door de Japanners. Hij zocht en vond bondgenoten in China en … Amerika. Na de nederlaag van Japan, riep hij op 2 september 1945 de onafhankelijkheid uit van Vietnam. Maar zo hadden de Fransen het niet begrepen en zij bezetten het land opnieuw. De strijd vond zijn hoogtepunt in de slag om Dien Bien Phu in 1953. Frankrijk lag verlamd in de touwen en er kwam een vredesverdrag dat het land voorlopig in twee splitste en waarbij er verkiezingen zouden georganiseerd worden. De Verenigde Staten zagen het ijzeren gordijn in Europa vanaf 1946, het beleg van Berlijn in 1948, de overwinning van Mao Tse Toeng in China in 1949, de Koreaanse oorlog vanaf 1950. Zij vreesden de val van een andere dominosteen.

Amerika zetten een marionettenregering op in het zuiden en verhinderden de volksraadpleging. Corruptie, machtsmisbruik, onderdrukking was er schering en inslag. En er waren weer eens buitenlandse heersers. Ho Chi Minh begon een guerrillaoorlog tegen de Yankees. Die hadden maar twee antwoordden: een bommenregen uit de lucht en de “search and destroy” actie op het land. Wellicht herinner je je nog die foto van het naakte meisje, huilend van de pijn met nog een flard brandend linnen aan de arm: napalm! Er kwam een golf van protest wereldwijd. Het einde van de zestiger jaren was ook de tijd van de flower power: bedrijf de liefde, niet de oorlog. Hoe meer burgers de Amerikanen doodden, hoe meer ondergrondse strijders zich bij de Vietcong voegden.

In volle oorlog, op 2 september 1969, verjaardag van de onafhankelijkheidsverklaring, stierf Ho Chi Minh. Uiteindelijk trokken de Amerikanen zich terug en lieten de slangenkuil over aan het Zuid Vietnamese regime, dat compleet verslagen werd op 30 april 1973. 1 mei kon gevierd worden, ook in Saigon, dat nu Ho Chi Minh Stad heet.

Maar hier eindigt de geschiedenis niet. De Chinezen -weer zij!- betwistten de noordelijke grens en vele eilanden. Zij vielen Vietnam aan en er moest een overeenkomst gesloten worden tussen een grootmacht en de kleine buur. In buurland Cambodia heerste Pol Pot met een schrikbewind. Vele familieleden van slachtoffers woonden in het zuiden van Vietnam. Tenslotte is Vietnam er binnen gevallen om de druk van die zijde te verlichten, maar kwam in de knel, want nu was het zelf een bezetter.

We zijn veertig jaar verder en het land bloeit open. Daar vertel ik je later over.

Ik vermoed dat je je zorgen maakt over mij, zo dicht bij de oorsprong van de coronaziekte. Toch nog duizend kilometer er vandaan. Ik lees inderdaad de angstaanjagende berichten over China, het cruiseschip in Japan, de uitbreiding in Italië, de flop met de Belgische passagiers van de Westerdam die uit Cambodia kwamen en vrolijk met trein en bus naar huis reisden.

Hier is alles vrij rustig. De zestien geregistreerde gevallen zijn allen genezen en kunnen anderen niet meer besmetten. Bovendien worden er drastische maatregelen genomen. Bijvoorbeeld: Chinezen en bezoekers die in China geweest zijn, worden in alle hotels geweigerd. Mondmaskers zijn verplicht bij het bezoek van het mausoleum van Ho Chi Minh. Aan de meeste ingangsdeuren worden de handen verplicht gedesinfecteerd of wordt je temperatuur gemeten. Met onze bus reist ook een sympathieke goedlachse jobstudent die als hoofdtaak heeft om bij elke instap of uitstap een gulp ontsmettingsgel in je handen te spuiten. Ik voel me voorlopig veilig. Tussendoor helpt het kereltje met moeilijke op- of afstappen op een boot of in een grot. Ik word hier op handen gedragen. Ouderdom krijgt hier respect en heeft zo zijn voordelen.

Door de epidemie zijn er veel minder reizigers, zowel in de hotels, bij de bezienswaardigheden als op de vliegtuigen. Cathhay Pacific heeft om de andere dag een vlucht afgeschaft, waardoor mijn medereizigers een dag langer in Vietnam moeten blijven. Ik ga door naar Cambodia en kom op de verwachtte tijd terug. Vier ingeschreven personen hebben die verlenging aangegrepen om hun reis te annuleren, wellicht onderduims om het risico op het virus te ontwijken. Zo trekken we nu door het land in een grote moderne bus met zes toeristen, een lokale gids en een Nederlandse reisleidster, een chauffeur en het hulpje. We worden prima in de watten gelegd.

woensdag 11 maart 2020

Gelezen in TERTIO van 26 februari 2020

1 . Bemin de joden

Uit een Standpunt van Emmanuel Van Lierde

Laten we ons in de komende veertigdagentijd bijzonder bewust zijn van mogelijke aanzetten tot antisemitisme in de christelijke traditie en daar tegen ingaan, bijvoorbeeld tijdens de homilie. Laten we dit jaar bijzonder waakzaam zijn bij het lezen of beluisteren van de Schriftlezingen.

Aswoensdag en Goede Week

Zo luidt het op Aswoensdag tot twee keren toe dat je niet moet bidden of aalmoezen geven zoals de huichelaars en de schijnheiligen dat doen in de synagogen (Mattheüs 6, 1-6,16-18). Als we zoiets horen, moeten we er ons goed van bewust zijn dat Jezus sprak tot zijn medegelovigen, tot andere joden. Als we die uitspraken vandaag correct willen interpreteren, zouden we synagogen beter door kerk vervangen. De hypocrieten tot wie Jezus zich richt, zijn we zelf. Zoals altijd worden we uitgedaagd de Schrift op ons leven te leggen, veeleer dan op dat van anderen. We moeten niet de splinter in het oog van de ander zien, maar de balk in eigen oog. De Bijbel dient niet om anderen te veroordelen, wel om onszelf onder Gods oordeel te plaatsen.

Ook de passieverhalen die tijdens de Goede Week worden voorgelezen of de passiespelen die her en der worden opgevoerd, kunnen ongewild het antisemitisme voeden. Je kunt de kruisdood van Christus noch alle in Jezus’ tijd levende, noch de nadien geboren joden in de schoenen schuiven. De catechismus van het Concilie van Trente stelde dat christelijke zondaars meer schuld trof voor de dood van Christus dan die enkele joden die haar uitlokten. Christus stierf immers voor onze zonden. Denk ook aan het gedicht van calvinist Jacob Revius: “’t en zijn de joden niet, Heer Jesu, die u kruisten, ik bent, o Heer, ik bent die u dit heb gedaan”. Herkennen we onszelf in Petrus, Judas of de massa die roept: “Kruisig Hem!”?

Zelfkritisch zijn

De evangelies plaatsen twee soorten mensen tegenover elkaar: zij die de wet correct naleven en de zondaars. Laten we onszelf niets wijsmaken alsof we aan de goede kant staan. In ieder van ons zit een heilige en een zondaar. De Schrift nodigt ons uit vooral zelfkritisch te zijn. De veertigdagentijd is een kans om in de spiegel te kijken en de anderen extra te beminnen, ook de joden.

2 . Op zondag 23 februari werd in de Gentse Sint-Baafskathedraal trappist Lode Van Hecke tot bisschop gewijd in opvolging van Luc Van Looy. In zijn homilie vraagt kardinaal Jozef De Kesel de wijdeling dat hij “de ziel van een monnik” zou behouden als bisschop. “Je bent een open iemand, een vrij iemand. Je komt van elders, niet uit de vertrouwde klerikale middens. Het geeft je juist nieuwe ogen”, merkt De Kesel verder op. In zijn dankwoord stelt Van Hecke dat “wie de kerk als moeder heeft, nergens vreemdeling is”. Hij groet in het bijzonder ook de politici met wie hij hoopt samen op te komen tegen armoede en onnodig lijden en voor meer rechtvaardigheid en vrede.

3 . In zijn boodschap voor de veertigdagentijd die Kerknet op 24 februari in het Nederlands publiceerde, herinnert paus Franciscus de gelovigen eraan dat Pasen geen gebeurtenis uit het verleden is, maar altijd aanwezig is en ons in staat stelt “het lichaam van Christus in zoveel lijdende mensen te zien”. Behalve tot gebed spoort de paus ook aan tot delen en tot aandacht voor “de structurele aspecten van ons economische leven”. In dat laatste past de geplande ontmoeting van jonge economen, ondernemers en changemakers van 26 tot 28 maart in Assisi. (Frederique Vanneuville)

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: De vreugde van het evangelie

Het verhaal van Abraham die op vraag van de Heer wegtrekt uit zijn vertrouwde omgeving, heeft in de geschiedenis van de Kerk missionarissen gemotiveerd om uit hun land te vertrekken om het evangelie te brengen ver van huis. Deze missionaire opdracht is vandaag een belangrijk thema voor paus Franciscus. ‘Wij zijn allemaal geroepen tot een nieuw missionair naar buiten treden. Ieder christen en iedere gemeenschap zal dienen te onderzoeken welke weg de Heer vraagt te gaan. Maar allen zijn we geroepen om op deze oproep in te gaan: weg te trekken uit ons eigen comfort om moedig iedereen die verwijderd is van het geloof tegemoet te treden in het licht van het evangelie’ (Evangelii gaudium, nr.20). We herinneren ons ook dat Jezus tegen zijn leerlingen zei: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de buurt’ (Mc 1,38). Eropuit trekken, niet stil zitten, je niet opsluiten in je eigen beslommeringen… zijn allemaal oproepen die we constant horen van paus Franciscus. En hij geeft het voorbeeld. Hij verbindt dit met de vreugde, met gelukkig zijn. ‘Er is meer vreugde in het geven dan in het ontvangen,’ zegt de Schrift. Die vreugde vindt haar oorsprong in de kennis geliefd te zijn door God. De missionaire beweging start ook van die liefde, die we niet voor onszelf alleen kunnen houden, maar moeten doorgeven aan anderen, vooral dan aan die mensen die van liefde of welvaart verstoken blijven, aan de armen, en aan diegenen die ver van geloof of Kerk verwijderd leven. Paus Franciscus noemt dit: ‘Naar buiten treden en het evangelie verkondigen aan iedereen: op alle plaatsen, bij elke gelegenheid, zonder aarzelen, twijfel of angst. De vreugde van het evangelie is voor alle mensen: niemand wordt uitgesloten’ (Evangelii gaudium, nr.23).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

zondag 8 maart 2020

Twintig jaar TERTIO

Het ganse nummer van 19 februari 2020 is gewijd aan de geschiedenis van het weekblad.

Hierbij enkele grepen uit de inhoud van de hand van Emmanuel Van Lierde, Frederique Vanneuville, Sylvie Walraevens, Geert De Cubber en Ludwig De Vocht.

Op 16 februari 2000 verscheen de eerste editie van het christelijk opinieweekblad Tertio met een huidige oplage van 6.000.

De spilfiguren bij de oprichting van Tertio waren: Toon Osaer, toenmalig woordvoerder van kardinaal Danneels, en de toenmalige directeur van uitgeverij Halewijn Jo Cornille.

Breed draagvlak

“Al noemden we het toen nog niet zo, we wilden dat Tertio een ‘verbindend’ project zou zijn. We wilden niet in polemiek of polarisatie belanden, zoals in Nederland toen het geval was”, vertelt Osaer. Om die verbinding te bewerken werd gezocht naar een zo breed mogelijk draagvlak, niet alleen onder religieuzen en bij de bisdommen, maar ook in het christelijke middenveld en bij katholieke burgers, zowel individuen als families. Osaer vindt het belangrijk te beklemtonen dat er van in het begin over werd gewaakt om Tertio te definiëren als een niet-kerkelijk project. “Jo en ik zetelden wel in de raad van bestuur en door onze functie waren we allebei vertrouwensmensen van de kardinaal en de bisschoppen, maar we zaten daar geenszins omdat de kerk greep wou hebben op het geheel.”

Pauselijke felicitaties

Het hoogtepunt uit de 20-jarige geschiedenis van Tertio is en blijft zonder twijfel het interview dat dit weekblad mocht hebben met paus Franciscus op donderdag 17 november 2016. Door de jaren heen kon Tertio ook in het Vaticaan een stevige reputatie opbouwen en het blad wordt in Rome beslist gevolgd. Dat blijkt onder meer uit de brief die staatssecretaris Pietro Parolin in naam van paus Franciscus op 16 januari schreef aan Gents bisschop Luc Van Looy.

Vertaling van de brief

“Aan Mgr. Luc Van Looy,

bisschop-referent voor de media

van de Belgische bisschoppenconferentie

Ter gelegenheid van de 20ste verjaardag van de oprichting van het weekblad Tertio , sluit de Heilige Vader zich aan bij de vreugde en de dankzegging van uzelf, zij die er werken en de lezers. Hij verzekert u daarbij van zijn geestelijke nabijheid en zijn gebed. Hij dankt God voor deze gebeurtenis die getuigt van deze 20 jaar, die toelieten aan dit kwalitatieve weekblad om zich een reputatie te smeden. Zijn naam ontlenend aan de apostolische brief Tertio Millennio Adveniente van paus Johannes Paulus II (10 november 1994), wenste Tertio in een steeds meer geseculariseerd medialandschap de stem van de christelijke intellectuelen in de publieke debatten te laten horen en te versterken. Paus Franciscus drukt de wens uit dat deze gelukkige verjaardag de journalisten in staat zal stellen een nieuwe adem te vinden in hun engagement en in hun inspiratie, in dienst van het geloof en de kerk. Hij vraagt aan de heilige Geest, door bemiddeling van de maagd Maria, hen te helpen getuigen van de jeugdigheid en de vreugde van het evangelie, en hen te helpen een cultuur van ontmoeting en dialoog met allen te versterken. Vanuit die hoop verleent hij u van ganser harte de apostolische zegen, alsook aan de journalisten, het personeel en de lezers van het weekblad Tertio.

+ Kardinaal Pietro Parolin

Staatssecretaris van Zijne Heiligheid”

Woorden van Rik Torfs

“Gelovigen spreken over ‘keuzekatholicisme’, over geloof als een individuele zaak, en benadrukken voortdurend dat ze een minderheid zijn. Dat laatste is een vaststelling, maar betekent nog niet dat je daarin moet berusten. Ik ben voor een wild expressief christendom. Dat is het toch van nature? De Blijde Boodschap nodigt uit ons enthousiasme te delen met anderen, net zoals we geestdriftig kunnen vertellen over een geweldige film of een sterke tentoonstelling. We moeten ons als christenen niet schamen; ik voel me alvast niet persoonlijk verantwoordelijk voor fouten die ooit door de kerk werden begaan.”

Woorden van Bert Claerhout, eerste hoofdredacteur, van 2000 tot 2007

“Welke richting moeten we uit? Hoe komt dat over? In het begin was dat moeilijk. We werden wat in de conservatieve hoek geduwd. Na ons memorabele interview met Steve Stevaert (zie Tertio nr. 196 van 12/11/’03, nvdr) is alles veranderd. Stevaert stond op dat ogenblik op zijn politieke hoogtepunt. ‘Ik ben tegen onverschilligheid en voor volle kerken’, zei hij toen bij ons. ‘Tertio, fijn blad, lees ik graag’, zei hij ook in De zevende dag. Plots waren we als het ware ‘ontsmet’.”

Woorden van Ludo Van den Eynden (85 jaar), waakt al 20 jaar over het taalgebruik en de kwaliteit van de artikels

“Het niveau dat Tertio nu haalt, is geleidelijk gegroeid. De afstand tussen de eerste nummers en de huidige is enorm. De kwaliteit is sterk toegenomen, maar soms is het niveau te hoog. Voor een gemiddelde lezer zijn sommige stukken zware kost, een vorm van filosofie. Er zou terug een ietwat plezierige maar intelligente kolom in mogen. Een soort ontspannend cursiefje van niveau met zachte ironie zou een aanwinst zijn.”

Wafelverkoop WOS Korbeek-Dijle 2020

Hartelijk dank aan alle mensen die ons op één of andere manier gesteund hebben bij de wafelverkoop, hetzij door te bakken, te verkopen, maar zeker zij die onze wafels blijven appreciëren en ze kopen.

Samen hebben we 2.385 euro bijeengebracht.

Zo kunnen wij onze vrienden in Congo, Kenia, Guatemala en Nicaragua weer een steuntje in de rug geven.

Onze hartelijke dank en hopelijk tot volgend jaar.

WOS Korbeek-Dijle

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Nieuwe evangelisatie: catechese en vergeving

Het is opvallend hoe vaak Jezus spreekt over het einde, over her rijk dat zal komen, over glorie en over verdoemenis. Uit onze catechese en homiletiek is de verwijzing naar de ‘uitersten’, naar de uiteindelijke zin van het leven, of beter: naar het leven na de dood, vaak verdwenen. In de gebeden van de eucharistieviering wordt voortdurend daarnaar verwezen. Denk alleen maar aan de formule ‘tot in de eeuwen der eeuwen’. Het perspectief van het rijk der hemelen is nochtans de grote verwachting, de basis van onze hoop.

Een ander vergeten element is de vergeving van de zonden. We lezen er overheen in de teksten van de liturgie. Zonde wordt beschouwd als een oude term: er is geen zonde meer. En toch is het geen oude realiteit. De kranten staan er dagelijks vol van in een samenleving die gebouwd wordt op beschuldiging en repressie. Het Onzevader zegt: ‘Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren.’ Durven wij die laatste zin nog wel uitspreken? Is het waar dat we tegen God zeggen dat wij onze schuldenaren vergeven? Nochtans is dat de boodschap van de Verrezene, Hij heeft de zonde en de dood overwonnen.

De nieuwe evangelisatie is door de bisschoppensynode van 2012 opnieuw in de startblokken gezet. De inspiratie voor hun slotboodschap is de ontmoeting van Jezus met de vrouw aan de put van Jacob. Hij komt bij ons zitten, Hij blijft in het dorp, zodat we zeggen: ‘Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt; we hebben hem zelf gehoord en nu weten we: dit is werkelijk de Redder van de wereld’ (Joh 4,42). Het komt erop aan ‘te erkennen dat Jezus het initiatief neemt om ons te ontmoeten, en dit voor te stellen in al zijn schoonheid en eeuwige nieuwheid aan de afgeleide en verwarde harten en geesten van de mannen en vrouwen van onze tijd, bovenal aan onszelf… Deze schoonheid moet in het bijzonder zichtbaar zijn in de handelingen van de heilige liturgie, bovenal in de zondagse eucharistie… Het is vandaag nodig oases in de woestijn van het leven te scheppen’ (Uit de slotboodschap van de synode in 2012, nr. 3).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 4 maart 2020

Arte Amanti op 7 maart in Korbeek-Dijle

Op zaterdag 7 maart komt Arte Amanti naar de kerk van Korbeek-Dijle. Jonathan van der Beek uit Veltem-Beisem en zijn hoornkwartet krijgen de eer het concert als Jong Talent te starten. Nadien laat je je betoveren door violiste Iona Cristina Goicea en pianist Boris Kusnezov, beiden internationale top.

Iona Cristina Goicea is een van de meest uitstekende violistes van haar generatie. Ze won meerdere internationale prijzen waaronder de prestigieuze Koningin Elisabethwedstrijd in 2019. Ze trad op in bekende concerthuizen en festivals over heel de wereld. Als soliste trad ze op met het Belgisch Nationaal Orkest, de Auckland Philharmonia, de Indianapolis Symphony… Naast haar carrière als soliste is ze ook een begeesterde kamermuzikante.

Ook pianist Boris Kusnezov won de ene na de andere internationale competitie, o.a. de Duitse Muziek Competitieprijs in 2009. Naast zijn optreden als solist kreeg hij een bijzondere passie voor kamermuziek en liedbegeleiding. Intussen speelt Boris Kusnezov wereldwijd concerten in diverse bezettingen voor kamermuziek en met grote solisten.

Het concert op 7 maart begint om 20 uur. De deuren openen om 19 uur. Kaarten kosten 12 euro en kan u kopen aan het onthaal in het gemeentehuis.

Meer info: vrijetijd@bertem.be of tel. 016 49 97 71.

woensdag 26 februari 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Vlaanderen missieland?

Reeds in 1943 werd in Frankrijk een boek gepubliceerd met als titel: La France, pays de mission? Kerk is inderdaad missie. Om echter aan het idee ‘missiegebied’ te wennen is meer nodig. Realistisch gezien is het wél zo, vermits vele mensen vervreemd zijn geraakt van het kerkgebeuren en van het evangelie. Past hier de uitspraak van de evangelist Lucas dat we moeten ‘zoeken en redden wat verloren is’ (Lc 19,10)?

De missie-ervaring leert ons dat de kennis van de Schrift essentieel is. Elke bijeenkomst van de gelovigen zou moeten beginnen met een Schriftlezing en commentaar daarop. In onze gemeenschappen ontbreekt vaak een Bijbelcultuur. Vandaar dat we geen woorden hebben om over geloof te spreken. We durven blijkbaar niet uitkomen voor ons geloof, onze vieringen zijn soms vlak en zonder enthousiasme, er wordt dan maar weinig ‘gemeenschap gevierd’. We kunnen nog wel bouwen op een culturele ondergrond die christelijk is en op wat vandaag nog uit een relatief ondiepe ondergrond opgediept kan worden. Maar expliciete verkondiging is echt wel nodig en dringend.

Mensen hebben het recht om Christus te ontmoeten en hem te leren kennen. Groeiende geloofsinteresse is te merken bij sommige jongeren die een frisse nieuwsgierigheid tonen. Nieuwe bewegingen vinden langzaam hun weg en elk jaar dienen zich meer catechumenen aan. De houding van gelovigen is bepalend voor de toekomst van de Kerk in Vlaanderen en de collegialiteit en samenwerking onder de vrijgestelden staat garant voor een geloofwaardige Kerk.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 19 februari 2020

Een ferme Maria Lichtmis


Op zondag 2 februari 2020 was er in de kerk van Korbeek-Dijle een woord- en communiedienst als herdenking van de opdracht van de Heer in de tempel. De dienst werd verzorgd door Ferm (het vroegere KVLV) en voorgegaan door Maria Maginelle.

Bij de zegening van de kaarsen baden wij samen:



God, Gij zijt de bron en het begin van alle licht. Als Gij spreekt dan wijkt het duister, dan wordt ons leven helder. Wij vragen U: zegen deze kaarsen en verhoor het gebed van ons allen. Mogen deze kaarsen licht en warmte brengen in de gezinnen die ze branden. Mogen ze ons eraan herinneren bij dagen van vreugde en verdriet, dat U het bent die voor ons zorgt en ons brengt naar de plaats waar licht en vreugde blijven tot in eeuwigheid.



Hierbij enkele foto’s van de viering.







In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Kerk-zijn morgen: samen zoeken naar waarheid

De Kerk verlangt dat alle mensen gelukkig zijn. Dat was het ook wat Jezus bedoelde: dat mensen het leven mogen vinden en integraal mens kunnen zijn. Geluk heeft dan ook persoonlijke, relationele, professionele, sociale, politieke en mystieke aspecten. Jezus beleefde dat zelf en daarom voelden andere mensen zich gelukkig bij hem. Hij was letterlijk ‘geloof-waardig’. Een goed mens berekent niet. Een oprecht mens zegt wat hij doet en doet wat hij zegt.

Geloofwaardigheid en waarachtigheid horen samen. Waarachtigheid betekent: in de waarheid staan. Het is een belangrijke taak van de Kerk: samen zoeken naar de waarheid.

Niemand gaat trouwens graag om met leugenaars. Liegen is iets wat een natuurlijke afkeer of walging doet ontstaan. Liegen leidt tot nog meer leugens, om te zeggen dat men niet gelogen had.

De vraag naar waarheid staat nochtans in onze genen geschreven. De Schrift vertelt hoe het volk van God, van Abraham tot Joannes de Doper, op zoek was naar waarheid. Maar het verloor zich dikwijls in leugen en bedrog. Of het verloor zich in wetten en bepalingen waarmee het krampachtig de uitverkiezing van Jahwe wilde vasthouden.

Hoe bevrijdend was de komst van Jezus? Hij heeft laten zien wat de Schepper bedoelde met de mens. Wat is de waarheid in verband met de mens? In Jezus’ leven vinden we ‘antropologie’, de waarheid over de mens.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

zondag 16 februari 2020

woensdag 12 februari 2020

Gelezen in TERTIO van 22 januari 2020: De geur van zweet

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Incarnatie

Delen in het leven van de mensen is halt houden bij de zieken en gekwetsten: daar ging de aandacht van Jezus naartoe. Dit principe maakt van de Kerk een gemeenschap die aandacht heeft voor de kleinen, de zieken, eerder dan een gemeenschap die met zichzelf bezig is. Het model van de barmhartige Samaritaan wijst erop dat de in zichzelf gekeerde priester en leviet geen verlossing brachten. Ze waren enkel bezig met zichzelf en met wat de Wet hen gebood of verbood.

Christus was bij dag een en al oor voor zijn mensen en ’s nachts ging Hij op de berg bidden, converseren met zijn Vader. Dat is wat paus Benedictus XVI ons meegaf: ‘De eucharistieviering is niet af indien ze niet gevolgd wordt door dienstbaarheid, door diaconie.’ Het zou geen teken van incarnatie zijn indien we de liefde die we van God ontvangen hebben alleen maar voor onszelf zouden houden en niet doorgeven. Eucharistie is het lichaam van Jezus breken en delen als brood en het bloed drinken als wijn. Zo leren we onszelf te delen met anderen. Toen Hij de voeten van de leerlingen gewassen had, was zijn commentaar: ‘Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat jullie ook zo zouden doen.’ En na de instelling van de eucharistie klonk het: ‘Doe dit tot mijn gedachtenis.’ Toen de menigte te eten moest gegeven worden met vijf broden en twee vissen zei Hij: ‘Geven jullie henzelf te eten.’ Zo concreet raakt God ons aan.

Incarnatie is luisteren, contempleren. Daaruit groeit de pastorale houding van luisteren naar het Woord van God en tegelijkertijd naar de mensen. Reeds in Exodus sprak God: ‘Ik heb de roep van het volk gehoord’ en in het Nieuwe Testament lezen we: de goede herder kende de stem van zijn schapen en de schapen kenden zijn stem. Christus is ook geïncarneerd in de zieke, de arme, de hulpbehoevende. Zei Hij niet: ‘Watje aan de minsten van de mijnen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan’?

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 5 februari 2020

Gelezen in TERTIO van 22 januari 2020: “In Calais zie je overal prikkeldraad”

Uit een artikel van Kelly Keasberry

In juni verruilde de oud-katholieke* priester Johannes Maertens Calais voor Londen. Een bewuste keuze nadat hij drie en een half jaar ooggetuige was van de situatie van vluchtelingen: “Ik had een break nodig, ik kon al het lijden niet meer aan. Eerst ben ik teruggekeerd naar het oud-katholieke klooster in Temse voor rust, maar daarna ben ik naar Londen vertrokken omdat ik niet volledig niets kon doen.”

“In Calais heb ik enorm veel menselijk lijden gezien”, getuigt de priester. “Er zijn momenten geweest waarop ik genoeg had van al dat lijden, waarop ik vroeg aan God: ‘Waarom grijpt U niet in? Beëindig dat toch, die menselijke vrijheid, want we kunnen er niet mee om’. Je ziet politieagenten die gedwongen worden om ontmenselijkende dingen te doen. Je ziet hoe men tegemoet probeert te komen aan reële vragen, maar tegelijkertijd is er de druk van de politiek, van de kiezer die geen vluchtelingen wil. Een overheid de enerzijds voorziet in toiletten en voedselbedeling en anderzijds tentenkampen vernietigt, heeft mij wel een beetje mijn geloof doen verliezen in overheden en hoe we zulke problemen ooit via een georganiseerde democratie moeten oplossen. De democratie is het beste systeem dat we hebben, maar wel een dat mensen verdeelt. We moeten als maatschappij toch eens serieus nadenken over hoe we polarisering kunnen tegengaan en een democratie creëren die mensen samenbrengt.”

*Oud-katholieke kerken danken hun ontstaan aan de afwijzing van het Romeinse kerkcentralisme. Later wezen zij ook het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid en het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis af.

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Geloven is …

Geloven is verder kijken, loslaten, de moed hebben op te trekken.

Geloven is goed weten vanwaar je vertrekt en met wie je op weg gaat.

Geloven is zorgen voor anderen, oog hebben voor anderen. Het verhaal van Kaïn en Abel, al bij het begin van de mensheid, wijst op de verantwoordelijkheid voor het geluk van onze broeders en zusters.

Geloven is ook klaar staan voor de reis, zoals het uitverkoren volk, het avondmaal gebruiken als ze volledig uitgerust zijn voor de tocht, of zoals Elia die veel moest eten omdat de reis lang zou zijn.

Geloven is een relatie opbouwen met God, de Vader van alle mensen, en van bij hem naar de mensen toegaan.

Geloven is de stem erkennen die zegt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem’.

Geloven doet men samen, leert men samen, deelt men samen. Pas dan is de stem te horen die de leerlingen op Tabor hoorden, pas dan is het mogelijk om met hem op te trekken naar Jeruzalem.

Geloven is geen geheim. Mensen moeten kunnen zien wat christenen motiveert om te leven en te handelen.

Geloven is ‘de ogen gefixeerd houden op Jezus’. Dit komt tot uitdrukking in het eucharistisch samenleven in onze gemeenschappen. Bij dat eucharistisch gebeuren hoort ook de voetwassing en Jezus spreekt er met zijn leerlingen over de verhouding tot zijn Vader.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 29 januari 2020

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Met de Herder

We bevinden ons met de apostelen aan de oever van het meer en Jezus spreekt de verantwoordelijke, namelijk Petrus, aan (Joh 21, 15-17): ‘Simon heb je me lief, meer dan de anderen?’ Die antwoordt in naam van al de anderen: ‘U weet, Heer, dat ik u bemin.’

De vraag van Jezus betekent: ‘Ben je nog gebonden aan je zelfzucht, aan je eigen ideeën en grillen of geef je totale prioriteit aan mij, je Schepper en Verlosser? Heb je vertrouwen in mijn leiderschap? Ben ik je vreugde?’ Ons enige goede antwoord daarop luidt: ‘De Heer is mijn Herder en ik wil geen ander, omdat ik weet dat Hij mij langs veilige paden leidt’(Ps 23). Op onze beurt willen we dat geluk ook aanbieden aan kwetsbare mensen. We doen dit enkel en alleen omwille van zijn naam, niet om onze verdiensten te etaleren. Gratis omdat Hij ons roept. Herder zijn van mensen is nooit zomaar een beroep. We zijn gezonden ‘in nomine Patris’, ‘in de naam van de Vader’. Niet uit eigenbelang en zelfs niet in het belang van de Kerk. Geleid door de Vader, kunnen we gerust op weg gaan, ‘naar grazige weiden, naar vredig water, met olie gezalfd, voorzien van een boordevolle beker’(Ps 1), op zoek naar het verloren schaap (Lc 15, 4-6). Met zijn stok en zijn staf gaan we op weg ‘om het verloren dier te zoeken, het gewonde te verbinden, het zieke te sterken’ (Ez 34,16).

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 22 januari 2020

Luister je rijk


Het concert van de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia in de kerk van Korbeek-Dijle op zaterdag 4 januari was een groot succes. Je kon niet rijk worden van de tombolaprijzen, maar de uitmuntende muziek, de versiering van de kerk, de originele presentatie en de gulle ontvangst maakten ons een prachtervaring rijker. Proficiat aan de chef, de muzikanten en de vele medewerkers!
Met dank aan Stef Van Wambeke voor de foto’s.








In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: De identiteit van de christen

Op zoek naar de identiteit van de christen, toont Lucas ons hoe Jezus zichzelf voorstelde toen Hij het woord nam in de synagoge. Waartoe was Hij gekomen? Wat zei de profeet reeds van hem? Reeds lang voor hem was het duidelijk: ‘De Geest van de Heer God rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd’ (Jes 61,1).

Daartoe zijn wij gedoopt en gevormd, opdat voor de wereld duidelijk zij dat de Geest van God in ons is en wij daarvan getuigen. Om aan de armen de blijde boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen, aan blinden het licht in hun ogen, om verdrukten in vrijheid te laten gaan.

Allen worden wij daartoe geroepen: om anderen gelukkig te maken, om aandacht te hebben voor lijdenden, voor mensen die niet vrij zijn, die gevangen zitten in gewoontes, passies of slavernijen. Dat heeft Christus zijn hele leven gedaan, en zo kunnen wij een jaar afkondigen dat de Heer welgevallig is.

God heeft ons zijn Geest gegeven, vandaar dat wij volgens zijn voorbeeld in het leven kunnen staan. De boodschap is dat wij als christenen zodanig leven dat de hele samenleving er beter van wordt, zoals zuurdeeg in de massa die het brood doet rijzen, en zoals zout dat eten smaak geeft, of zoals licht dat ons doet zien. De bron van dit zuurdeeg, van het zout en het licht dat wij zijn in de samenleving, vinden we in het breken van het brood en het delen van de wijn als het lichaam en het bloed van Christus.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 15 januari 2020

Wafelenbak 2020 WOS





WOS
Werkgroep
Ontwikkelings-
Samenwerking.


Tradities moeten in ere gehouden worden, … vooral als ze goed zijn. Velen hebben het al jaren geleden ondervonden: de wafels van de WOS zijn lekker, want ze zijn zelfgebakken met grootmoeders kwaliteit!

En ze geven een kijk op de grote wereld! Met de opbrengst worden immers missionarissen en ontwikkelings-projecten gesteund in Congo (Don Bosco, Karmel, Congodorpen), Kenia (Don Bosco), en Guatemala (Annonciaden Huldenberg); ook het project van onze dorpsgenoot Valeer Neckebrouck in Nicaragua. Zulke jaarlijkse traditie moet alle kansen krijgen …     
En de prijs?       5.00 Euro voor een pak met zes wafels. Dat is een weggevertje!

In Korbeek-Dijle bieden we de wafels huis aan huis aan in de namiddag van zondag 26 januari 2020 en van zondag 2 februari 2020. We beginnen de eerste zondag in het centrum van het dorp en werken naar de buitenranden toe. We kunnen niet iedereen die ene zondag bedienen en de mensen op de Beek en op de Dries kunnen ons de tweede zondag verwachten. Ze moeten echter niet ongerust zijn. Ook dan worden de wafels weer vers gebakken!

Als U de wafels graag op een ander ogenblik hebt tussen 24 januari en 2 februari 2020 mag u bestellen zoals hieronder is vermeld.

Iedereen buiten Korbeek-Dijle      
of wie er op een ander moment wil… kan bestellen!    

We leveren ze dan in de week bij U thuis af. U kunt telefoneren of e-mailen naar Van Neck-Maginelle Maria 016 47 18 54 maria.maginelle@gmail.com of naar Vermeulen Gard 016 47 70 62 gard@telenet.be.

Smakelijk, en bedankt voor uw steun,

De Werkgroep Ontwikkelings-Samenwerking

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Liefde wordt gedeelde verantwoordelijkheid

Armoede drukt zich uit in termen van voedsel, water, kleding, werkgelegenheid, eerlijke verloning, ontwikkelingsmogelijkheden, erkenning van de waardigheid van ieder mens. Armoede wordt steeds in contrast gezien met rijkdom en welvaart, met mogelijkheden die zich aanbieden. De beste manier om aan ontwikkeling te doen is opvoeding, omdat die de waarde van mensen en dingen duidelijk maakt en de mogelijkheden die in de mens aanwezig zijn kan doen bloeien. Paus Franciscus voegt eraan toe dat ‘de ergste discriminatie waaronder de armen lijden, het gebrek aan geestelijke aandacht is. Ze hebben nood aan God’(Evangelii gaudium,nr.200).

Het algemeen goed zal ook daarmee in verband dienen gebracht te worden. En om daartoe te komen zal een mentaliteit van ‘delen met elkaar’ en ‘globale interesse’ moeten groeien. Solidariteit dient broederlijkheid te worden, en liefde wordt gedeelde verantwoordelijkheid. In christelijke termen kunnen we stellen dat het dank zij de armen is dat men christen wordt, omdat door de dienstbaarheid die men aan hen besteedt de ware zin, het waarmerk van het christendom ontwikkeld wordt. Mensen zijn geschapen om zorg te dragen voor elkaar, dat is reeds duidelijk op de eerste bladzijden van de Bijbel. Mensen delen in een gemeenschappelijk lot. Mens-zijn wordt gemeenschap-zijn.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)

woensdag 8 januari 2020

Oproep door de aangestelde verantwoordelijke van de parochie tot kandidaten voor het lidmaatschap van de kerkraad Sint-Bartholomeus van Korbeek-Dijle

Overeenkomstig artikel 7 § 1 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, wordt aan alle belangstellenden meegedeeld dat er drie vacatures zijn binnen de kerkraad van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus te Korbeek-Dijle (gemeente Bertem).

Enkel de personen die beantwoorden aan de hierna volgende voorwaarden, komen in aanmerking om lid te zijn van de kerkraad:

1° rooms-katholiek zijn;

2° de volle leeftijd van 18 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de verkiezing;

3° in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn van de gemeente of van een van de gemeenten van de gebiedsomschrijving van de parochie (voor de parochie Sint-Bartholomeus betreft het de gemeente Bertem).

Uitsluitend schriftelijke kandidaturen komen in aanmerking. Zij moeten vóór 1 februari 2020 ingediend zijn bij:

Kerkfabriek Sint-Bartholomeus
ter attentie van Letellier Cyriel

Nijvelsebaan 207

B-3060 Korbeek-Dijle

De poststempel of de datum van ondertekening voor ontvangst geldt hierbij.

Kandidaturen dienen vergezeld te zijn van een kopie van de identiteitskaart (voor- en achterzijde of zo het om een elektronische identiteitskaart gaat, een afdruk ervan met adresgegevens), dit met het oog op de controle van de voorwaarden 2° en 3°.

Na 1 februari 2020 zullen de naam, voornaam en volledig adres van de kandidaten bekendgemaakt worden door uithanging in de parochiekerk van de parochie Sint-Bartholomeus te Korbeek-Dijle.

Opgemaakt op 31 december 2019 te Korbeek-Dijle

Maervoet Patrick,

door de bisschop aangestelde verantwoordelijke van de parochie Sint-Bartholomeus te Korbeek-Dijle (gemeente Bertem).

Gelezen in TERTIO van 18 december 2019: Het christendom als minderheidsbeweging

Uit een interview van Frederique Vanneuville met Stefan Paas, hoogleraar missiologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Theologische Universiteit Kampen.

Stefan Paas aan het woord:

“De machteloze minderheidsbeweging die het christendom bij zijn ontstaan was, werd door een speling van de geschiedenis in de 4de eeuw de heersende doctrine die de theologie van de macht leverde. Daardoor gebeurden veel goede dingen: er kwamen ziekenhuizen, scholen en universiteiten. Toch is de vraag: willen we daarnaar terug? Of willen we dat er iets nieuws komt? Ikzelf ben geneigd tot dat laatste. We moeten loskomen van het restauratiedenken. Het experiment van een christelijke cultuur hebben we al gehad. Het christendom komt beter tot zijn recht als minderheidsbeweging en tegenstem van de macht dan als vertegenwoordiger van de macht. Als missioloog denk ik dat voor het christendom in het Westen dit de belangrijkste zoektocht is: hoe ontkomen aan zowel nostalgiedenken als aan een vaag soort relativisme of moedeloosheid dat het allemaal zal verdwijnen? Ik geloof dat er een vitale christelijke presentie zal zijn en blijven en dat onze westerse samenleving die op een bepaalde manier ook nodig zal hebben, als bron van vitaliteit. Vandaag evolueren we naar samenlevingen die zo pluralistisch zijn dat bijna elke stroming een minderheid is en dat geen enkele cultuur, overtuiging of levensbeschouwing de dominante is, ook niet de christelijke. Op zich is dat niet verkeerd. Wellicht zit daar de ruimte voor christelijk getuigenis in de toekomst.”

In de naam van de Vader, met Luc Van Looy: Is Europa ziek?

Een bijzonder actueel ziektebeeld is de angst als gevolg van de migratie. Europa heeft een veelheid van culturen. Men zou vermoeden dat dit ten voordele is van een integratie van de verschillen, van talen en volken. Toch is het moeilijk diegene die afkomstig is uit andere gebieden, dichtbij of veraf, gastvrijheid te bieden. Miljoenen mensen van vreemde origine leven in Europa met een onzeker statuut. Waarom zijn we bang om hen in onze kring op te nemen? Zolang er een zo duidelijke kloof bestaat tussen de economische welvaart van het Noorden en het Zuiden is een migratie naar welvaartsstaten onvermijdelijk. Ons marktsysteem en de vlotte internationale communicatie nodigen hen uit.

Er is echter een belangrijk positief aspect aan de migratie waarvan we ons meer bewust moeten worden: het leert ons de eenheid van de mensenfamilie en het universele welzijn te ontdekken. Dat vraagt echter een serieuze inspanning. We moeten ons hoeden voor de strategie van de zondebok. Het is menselijk dat we een ‘common enemy’ zoeken als oorzaak van alle kwalen. Maar een ‘clash of civilizations’ mag geen nieuw vijandsbeeld scheppen in de periode na de koude oorlog. Veel belangrijker is de zoektocht naar lotsverbondenheid. Dit wil zeggen dat de traditionele Europeanen evenals de migranten, moeten leren samenleven in een gemeenschappelijk huis.

Uit het boek: In de naam van de Vader, 365 fragmenten uit homilieën en toespraken van MGR. LUC VAN LOOY (uitgegeven door Halewijn in 2018)