woensdag 18 juli 2018

Gelezen in TERTIO van 20 juni 2018

1 . Quote:

“Als we onze deuren sluiten, sluiten we eveneens onze geesten en laten we mensen aan de grens achter in onmenselijke omstandigheden”, vindt Bob Vitillo.

De Amerikaan Robert Joseph Vitillo (1946) is sinds 2016 de secretaris-generaal van de International Catholic Migration Commission. Daarnaast is hij kerkelijk adjunct bij het Bureau International Catholique de l’Enfance. (Geert De Cubber)

2 . Paus op bezoek bij de Wereldraad van Kerken

Op 21.6.2018 brengt paus Franciscus een blitzbezoek aan de Wereldraad van Kerken (WCC). Nadat hij door de Zwitserse president ontvangen wordt op de luchthaven van Genève gaat het naar het Oecumenisch Centrum van de WCC, waar de paus tijdens een gebedsdienst de homilie verzorgt. Na de lunch staat een oecumenische ontmoeting met de WCC op het programma. De dag eindigt met een eucharistieviering, waarna Franciscus door de Zwitserse bisschoppen en pauselijke vertegenwoordigers in Zwitserland uitgeleide wordt gedaan. Na zijn voorgangers Paulus VI in 1969 en Joannes Paulus in 1984 is Franciscus de derde paus die de WCC bezoekt. Hij doet dat naar aanleiding van de 70ste verjaardag van dat orgaan. De ontmoeting is aangekondigd als een “oecumenische pelgrimage”. Sinds 1965 onderhoudt het Vaticaan nauwe banden met de WCC. Naast oecumenische thema’s gaat veel aandacht naar de rol die christenen kunnen spelen als vredestichters. Dat laatste gaat zowel de paus als de secretaris-generaal van de WCC, Olav Fykse Tveit, zeer ter harte. (Geert De Cubber)

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Geen geestelijke privétuin

Sacramenten en gebed zijn onvervangbaar. Ze zijn het hartstuk, de stootkracht, de diepste doelmatigheid van het christendom. Als je gebed en sacramenten laat wegvallen, laat je Christus’ kracht niet toe in jezelf en breng je christendom terug tot een ideologie of een filosofie. Het gevaar bestaat dat christenen zich in een geestelijke privétuin van gebed terugtrekken, zonder zichtbaar engagement in het concrete leven. Dat kan niet. Als je écht bidt, word je als met een boemerang teruggeworpen op je omgeving, je medemensen, de maatschappij waarin je leeft. Het christendom heeft twee temperamenten: het temperament van de strijdvaardigheid en de actie, en het temperament van bezinning en contemplatie. Elk met zijn eigen karikaturen en bekoringen. In een echt christelijk leven zijn beide met elkaar vervlochten. Laat het evangelie zuiver en klaar op je afkomen, zonder al te veel interpretaties. Zo kan het effect in je hebben. Maak het vijf minuten stil en laat de tekst in je doordringen, tot helderheid komen, zoals je vijf minuten in de zon zou gaan zitten. Dan zul je merken hoezeer het je leven kan veranderen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw–deel 7

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts (vervolg)

De Mommaerts’en in de politiek

Zoals we reeds schreven was Franciscus Ludovicus Mommaerts (1768-1844) schepen van 1830 tot 1836 onder burgemeester Carolus De Coster. Hij was lid van het Bureel van Weldadigheid van 1819 tot aan zijn dood in 1844.

Bij de verkiezingen van 1839 wordt zijn zoon Joannes Franciscus (Jan Cisses) (1808-1885) tot gemeenteraadslid verkozen. Hij blijft het tot 1860. Op 2.12.1846 wordt hij ook lid van het Bureel van Weldadigheid. Na de verkiezingen van 10.10.1857 wordt Jan Cisses schepen, naast Jef Coeckelberghs, onder burgemeester Remi Prosper Honnorez.

Vanaf begin 1860 blijft Jan Cisses afwezig op de gemeenteraad. Wegens ziekte? Hij overlijdt nochtans pas in 1885.

Na de verkiezingen van 1860 komt zijn broer Philippus (Fluppes) (1804-1869) in zijn plaats als raadslid en schepen en ook als lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1869 komt Joannes Franciscus Mommaerts (Soeë va Fluppes) (1839-1910) als schepen in de plaats van zijn vader die overlijdt op 19.10.1869. Hij neemt ook diens plaats in in het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1872, toen Joseph Honnorez burgemeester werd, bleef Soeë va Fluppes schepen.

Na de verkiezingen van 1881 degradeerde Soeë va Fluppes tot gewoon gemeenteraadslid.

Na het ontslag van burgemeester Joseph Honnorez eind 1883 wordt Soeë va Fluppes opnieuw schepen vanaf 24.2.1884. Vanaf 31.8.1884 treedt hij op als burgemeester en op 22.12.1884 wordt hij benoemd tot burgemeester. Hij overlijdt op 15.3.1910, na ruim 25 jaar burgemeesterschap.

De boer op het Hof van Coeckelberghs in het begin van de jaren 1900, Jozef Mommaerts (Jef va Jan Cisses) (1850-1931) had een neus voor zaken doen in de landbouwwereld. Op 28.11.1905 geeft de gemeenteraad een gunstig gevolg aan zijn vraag voor “het oprichten van eenen graanvuurmolen met moteur van 15 paardenkracht gestookt bij middel van petrololie”, in een gebouw palende aan zijn huis, om het graan van de inwoners te malen.

Na de verkiezingen van 20.10.1907 doet Jozef Mommaerts (Jef va Jan Cisses) daarenboven zijn intrede in de gemeenteraad en hij wordt meteen verkozen tot schepen.

Op 15.3.1910 overlijdt burgemeester Joannes Franciscus Mommaerts (Soeë va Fluppes). Schepen Engelbert De Greef (den Ingel) treedt dan op als dienstdoende burgemeester en vanaf 12.5.1910 als officieel benoemde. Schepen Jozef Mommaerts wordt aangeduid om de functies van ambtenaar van de burgerlijke stand te vervullen. Hij doet dit van april 1910 tot eind 1919. Hij was ook lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na het overlijden van burgemeester Engelbert De Greef wordt Jozef Mommaerts burgemeester benoemd op 15.11.1919 en hij blijft het tot 19.7.1921. Daarna wordt hij gewoon gemeenteraadslid en op 25.10.1925 opnieuw schepen, wat hij blijft tot aan zijn dood op 12.6.1931.

Zijn zoon Louis Mommaerts (1892-1977) wordt gemeenteraadslid van 23.2.1936 tot eind 1938. En daarmee stopten de politieke activiteiten van de Mommaerts’en.

Louis Mommaerts (de Pachter va Coeckelberghs) was ook de laatste landbouwer van het geslacht Mommaerts in Korbeek-Dijle.

woensdag 27 juni 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De grondkleur van christen zijn

Wij christenen mogen niet hopen dat we bij iedereen in de smaak vallen en dat iedereen ons zal prijzen en danken. Als ze niets dan goed van je zeggen, zei Jezus al: ‘Wee u! Want dat deden ze al met de valse profeten.’ Sommige christenen kunnen niet tegen kritiek. Ze betrekken kritiek meteen op de kerk en zeggen: ‘Had de kerk maar niet zoveel fouten, dan zou iedereen wel christen willen zijn.’ De besten zeggen: ‘Had ik maar niet zoveel fouten en schuld, dan zou het met de kerk en haar publieke imago veel beter gaan.’ Misschien. Want fouten houden de mensen tegen. Maar zelfs als de paus perfect was, de bisschoppen en de priesters en ook wij, dan nog zou er tegenstand zijn, en vervolging. Jezus heeft alles goed gedaan, hij had geen fouten. Toch is hij geëindigd op een kruis. Nee, er zit iets in de wereld en in de mens – en in ons allemaal – wat onverklaarbaar is: we verdragen niet dat God is zoals hij is. Dat is het oerkwaad waarover het Boek der Schepping het al heeft. Het is een wezenlijke trek in het portret van elke echte christen: dat hij vervolgd zal worden. En des temeer naarmate hij een betere christen is. ‘Wat ze met mij hebben gedaan,’ zegt Jezus, ‘zullen ze ook met jullie doen.’ De christen lijdt vervolging, dat is de grondkleur van zijn zelfportret.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 24 juni 2018

Agenda bijgewerkt

Bekijk onze bijgewerkte agenda op de agenda-pagina.

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 6

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts (vervolg)

Op 24.11.1862 gaan Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses) en zijn zus Maria Theresia een lening aan op 10 jaar van 3.000 fr van een particulier in Leuven voor notaris Vanorshoven in Tervuren “in geldmunten, hier geteld en waarlijk afgegeven”, ieder voor de helft, aan 5 % ’s jaars. Zij gaven elk een perceel land van respectievelijk ongeveer 1 ha en ongeveer 74 a in onderpand. Mogelijk kochten zij met het geld eigendommen van één van hun broers of zus Maria Coleta om het familiebezit te vrijwaren.

Op 1.12.1873 sluit Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses) een huurovereenkomst (het jachtrecht niet inbegrepen) met Guilielmus Vancampenhout, koopman in gist te Charleroi voor een termijn van 12 jaar vanaf 30.11.1873 tot 30.11.1885, voor twee percelen, samen 1ha 82a 23 ca, voor de jaarlijkse pachtprijs van 250 fr in gangbare gouden of zilveren munten. Pachtprijs per ha: 137,19 fr.

Op 30.5.1885 wordt de nalatenschap van Joannes Franciscus Mommaerts en zijn vrouw Maria Catharina Vermeulen verdeeld onder hun kinderen:

- Coletta (1848-1891)

- Josephus (1850-1931)

- Philippus (1852/ + vóór 1888)

- Angelica (1857-1890)

- Maria (1861-1893)

toen allen ongetrouwd, landbouwers en samenwonende te Korbeek-Dijle.

De nalatenschap omvatte:

-onroerende goederen: 2ha 77a 65ca + een huis met aanhorigheden, samen geschat op 13.122 fr. Voor ieder kind: 2.624,40 fr.

-roerende goederen: vee, paarden, meubels, landbouwgetuig, graan en vruchten op het veld, geschat op: 6.278 fr, min een passieve massa van 8.057,58 fr geeft een negatief saldo van -1.779,58 fr of -355,92 fr per kind.

Op 3.6.1885 schreef Coletta Mommaerts haar testament te Korbeek-Dijle, en dat wordt geregistreerd op 25.3.1891, elf dagen na haar dood op 14.3.1891. Zij geeft al wat zij op hare sterfdag zal nalaten aan haar broers Philippus en Josephus en haar zus Maria en aan de langstlevende onder hen indien er één of meerdere voor haar zouden sterven.

Op 27.4.1900 is er de deling tussen Jozef Mommaerts, Jan Baptist Sterckx (weduwnaar van Angelica Mommaerts), handelende als vader en wettige voogd van Frans en Maria Sterckx, en Jozef Van Geel (weduwnaar van Maria Mommaerts), handelende zo in eigen naam dan als vader en wettige voogd van Herman Van Geel.

De te verdelen goederen zijn: -1ha land in het Overhoutveld

-89a land in de Pompdelle

De verdeling gebeurt als volgt:

- Jozef Mommaerts krijgt: -74a 72ca in het Overhoutveld

-35a 44ca in de Pompdelle

- Jozef Van Geel krijgt: -25a 28ca in het Overhoutveld

-21a 97ca in de Pompdelle

- Frans en Maria Sterckx krijgen (ieder voor de helft): 31a 59 ca in de Pompdelle.

De reeds versnipperde goederen van het Hof van Overbist worden nog maar eens versnipperd. (wordt vervolgd)

woensdag 20 juni 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 5

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts

In de jaren 1600 en 1700 waren de Van Kildonck’s, de Boogaerts’en en vooral de Mommaerts’en de toonaangevende boerengeslachten in Korbeek-Dijle. De Mommaerts’en hebben het nog volgehouden tot in de jaren 1800 en 1900.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 22.10.1830 werd Franciscus Ludovicus Mommaerts (1768-1844) verkozen tot schepen onder burgemeester Carolus De Coster (burgemeester van 1830 tot 1836).

Op 31.10.1835 huwde Carolus De Coster met Maria Theresia Mommaerts, een dochter van Franciscus Ludovicus.

In 1836 kwam er voor beiden een einde aan hun mandaat als burgemeester en schepen.

Op de gemeenteraad van 28.2.1837 werd Franciscus Ludovicus herbenoemd tot lid van het Bureel van Weldadigheid. Hij was er lid van sinds 1819 en bleef lid tot aan zijn dood in 1844.

Een hoogtepunt in de evolutie van de Mommaerts’en was de aankoop door Franciscus Ludovicus en zijn vrouw Maria Elisabeth Decoster (1778-1846) in juni 1839 van het Hof van Overbist aan de Veeweide, samen met de omringende grond tot tegen de Putstraat en een perceel land in de Lazendel, in totaal 4ha 31a 04ca, voor de prijs van 15.000 fr. Zij kochten dat alles van hun schoonzoon Carolus De Coster (1800-1841).

Franciscus Ludovicus Mommaerts was nu eigenaar van zijn boerderij wat zijn voorvaderen niet konden zeggen. Zij waren pachters van hun hoeve. Ook Franciscus Ludovicus was nog pachter geweest van het Hof van Luezenborg-Blyenberg.

Luezenborg was in 1810 afgebroken door Ambrosius Goubau en vervangen door de hoeve Blyenberg.

De ouders van Franciscus Ludovicus, ook pachters van Luezenborg, Petrus Mommaerts (1730-1779) en Catharina Elisabeth Coeckelberghs (1732/+ na 1797) waren het eerste koppel Mommaerts-Coeckelberghs in Korbeek-Dijle. Catharina Elisabeth was de zus van Engelbert Coeckelberghs, grootvader van Josephus Coeckelberghs. Zij kwamen van het Hof van Rotspoel in Egenhoven.

Nadien volgden nog Josephus Coeckelberghs in zijn eerste huwelijk met Maria Catharina Mommaerts, de oudste dochter van Franciscus Ludovicus, en nog later Josephus Mommaerts met Mathilde Coeckelberghs, dochter van Josephus.

Op 15.3.1844 overleed Franciscus Ludovicus Mommaerts en op 24.12.1846 zijn vrouw Maria Elisabeth Decoster.

Op 3.3.1851 werden hun onroerende goederen verdeeld onder hun 8 overlevende kinderen en de twee kinderen van hun overleden dochter:

1 . Philippus Mommaerts (Fluppes), landbouwer en herbergier te Korbeek-Dijle, vader van de latere burgemeester van Korbeek-Dijle, Soeë va Fluppes. Hij bouwde rond 1840 het huis waar nu Erik De Smedt en Sabine Cocquyt wonen.

2 . Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses), landbouwer te Korbeek-Dijle, vader van Jef va Jan Cisses (x Mathilde Coeckelberghs). Jan Cisses had zijn boerderij op de hoek van de Nijvelsebaan en de Kleinebroekstraat.

3 . Josephus Franciscus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle

4 . Joannes Baptiste Mommaerts, landbouwer te Bertem

5 . Maria Theresia Mommaerts, weduwe van Carolus De Coster, landbouwster te Korbeek-Dijle, oprichtster van het kapelletje aan de Veeweide

6 . Joannes Albertus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, stamvader van de kantonniers Mommaerts en de Maginelle’s

7 . Maria Coleta Mommaerts, weduwe van koster Guilielmus Antonius Cappuyns, landbouwster te Korbeek-Dijle. Zij en haar man bouwden rond 1840 het huis waar nu Dirk Van Laer en Carine Lafortune wonen.

8 . Carolus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, medeuitbater met zijn zus Maria Theresia van het Hof van Overbist

9 . Josephus Coeckelberghs, weduwnaar van Maria Catharina Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, handelend als vader en wettige voogd van Maria Elisabeth en Maria Apollonia Coeckelberghs, zijn twee enige en nog minderjarige kinderen uit dit huwelijk.

Er werden ongeveer 20 ha land plus een boerderij verdeeld onder 9 kinderen voor een totale waarde van 84.409 fr, waarbij elk kind een waarde erfde van 9.378,77 fr. Alle erfgenamen staan opgegeven als landbouwer of landbouwster. Zo werden mooie landbouwbedrijven totaal versnipperd. (wordt vervolgd)

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Genezen van de doekoorts

Kunnen we wel ooit gelukkig worden als we het allemaal van onszelf en van onze inzet verwachten? Meer nog: als we het te min vinden van iemand of iets afhankelijk te moeten zijn? Een sleutel voor het geluk is het rustige besef van onze eindigheid, van onze grenzen en van onze beperktheid, en deemoedig uitzien naar wat anderen voor ons doen. Een ervaring van ziekte en hulpeloosheid bewerkstelligt soms echt een stuk bekering. Wie te trots was om zich door anderen te laten helpen, wordt vaak dubbel genezen: bovenop de genezing van het lichaam komt er de heling van de ziel – de ontdekking dat een medemens een gave is, en wederzijdse afhankelijkheid een weldaad. Soms is het ook een stuk psychische genezing van de doekoorts als je verplicht wordt een paar maanden dingen te verwaarlozen die als het ware vanzelfsprekend zijn: geen tijd verliezen, economisch denken, alles zelf willen en kunnen doen. Een kuur doormaken van passiviteit en van bemind worden is heilzaam. Alleszins is het een geestelijke genezing als je begint te ervaren dat God alles voor en in jou doet en dat hij alles ten goede leidt. Het is een complete omwenteling: niet ik ben de zon en God is mijn planeet, maar God is de stabiele zon en ik ben de wentelende aarde. Of zoals Paulus het zei: ‘Het geloof redt, en niet mijn werken’ (cf. Gal 2,16).

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Gelezen in TERTIO van 6 juni 2018

Op 30.5.2018 stemde het Portugese parlement tegen een wet om euthanasie in bepaalde gevallen mogelijk te maken. Dat het werd afgeschoten, is opmerkelijk: de socialisten, die het indienden, zitten mee in de regering.

De stemming in Portugal komt er twee weken nadat de Finse parlementsleden zich ook al tegen legalisering van euthanasie uitspraken. De Finnen geven er veeleer de voorkeur aan palliatieve zorg verder uit te bouwen. (Geert De Cubber)

woensdag 13 juni 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 4

Week 2018-24 - Het kruim deel 40001

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De eerste vijf maten

Er is ooit een neurose geweest van te veel schuldbesef. Nu vraag ik mij af of we niet in een neurose van te weinig schuldbesef zitten: we weten niet meer wat we met ons falen moeten doen, dus denken we er liever niet aan dat we fouten maken. Ieder mens wordt geconfronteerd met zijn begrenzing en zijn falen. Dat is zo’n diepe menselijke ervaring, dat er al op de eerste bladzijden van de bijbel over wordt gesproken. Nu kun je je falen, je zonde negeren en zeggen dat er helemaal geen kwaad is. Je zult merken dat je daar niet mee geholpen bent, want het gevoel van falen komt terug. Of je kunt het generaliseren door te zeggen: kijk, iedereen doet het! Ook dat is geen oplossing. Vergeten of wegduwen ook niet, want het komt naar je terug als een boemerang. Het gevoel van falen verdoven door drank of drugs helpt nog minder. Het geloof biedt de bevrijding dat er ergens iemand is met scheppingscapaciteiten die me vrij kan zeggen: het was verkeerd en het blijft verkeerd, maar ik maak je nieuw. Het juiste doseren van je eigen falen, zodat je ermee kunt leven en het tot een oplossing kunt brengen, is een kunst. En die kunst biedt het christendom je in de verlossing. Daartoe is Jezus gekomen. Zoals je in een toneelstuk van Shakespeare al in de eerste vijf minuten weet wie er op het podium staat, zo weet je dat ook van Jezus. Als hij de eerste keer opkomt in het evangelie, zijn zijn eerste woorden: ‘Bekeer je, geloof in de blijde boodschap, laat je dopen.’ Wij willen graag in de blijde boodschap geloven, maar dat ‘bekeer je’ zint ons niet. Net zoals je bij een muziekstuk van Bach de eerste vijf maten niet kunt overslaan, kan dat echter ook niet bij Jezus.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 6 juni 2018

Gelezen in TERTIO van 23 mei 2018

Eindelijk hulpbisschop voor Vlaams-Brabant

Uit een artikel van Emmanuel Van Lierde

Paus Franciscus benoemde op vrijdag 18 mei Koen Vanhoutte tot hulpbisschop van het aartsbisdom voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen. Dat de keuze op die kanunnik en vicaris-generaal van het bisdom Brugge viel, was voor kerkelijk ingewijden geen echte verrassing.

Koen Vanhoutte werd op 31 augustus 1957 geboren in Oostende en werd in 1983 tot priester gewijd. Hij behaalde een kandidatuur in de wijsbegeerte aan de KU Leuven en een doctoraat in de theologie aan de Gregoriana in Rome. Zijn hele loopbaan is hij verbonden aan het Brugse grootseminarie.

In juli verhuist Vanhoutte naar Mechelen, maar de bisschopswijding vindt pas op zondag 2 september plaats in de Sint-Romboutskathedraal. Aan de vooravond van Pinksteren hoefde de nieuwe hulpbisschop niet lang na te denken over zijn wapenspreuk: Veni sancte Spiritus, kom heilige Geest. “De kerk leeft vanuit de kracht van de Geest. Aan hem dankt ze de genadegaven en hij verbindt ons met elkaar”, sprak Vanhoutte.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Altijd ten bate van een ander

Christus staat in het midden van de kerkgemeenschap, de Geest is haar bloedsomloop en de Vader overstraalt haar met zijn licht. De kerk als gemeenschap is een beeld van wat God is: Vader, Zoon en heilige Geest. In de kerk circuleert dezelfde stroom als in God zelf. Die magnetische stroom wordt opgewekt door de eucharistie. In deze bewegende kring horen alle mensen, over de hele wereld, levend of niet. Druk dit eens uit in juridische termen… De kerk is er nooit voor zichzelf of ten koste van de ander, zij is er altijd ten bate van de ander. Wij zijn niet beter dan ongelovigen, we zijn niet heilig. We zijn er gewoon voor de ander. Er is dus duidelijk een tendens om in de wereld uit te gaan, op een heel bijzondere manier, niet om van de wereld te worden, maar om er voor de wereld te zijn. Elke keer dat de kerk zich in zichzelf keerde, liep het fout. Dat geldt voor alle leven. Om mensen met onze kerk vertrouwd te maken kun je van alles doen. Haar esthetisch aantrekkelijk maken, een menselijk gezicht geven, duiden op haar sociale dimensie… Maar uiteindelijk zullen mensen alleen maar thuis raken in de kerk als ze voelen dat die kerk oneindig veel meer is…

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 30 mei 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 2

1 . Uit het familiearchief van (Joannes) Josephus Coeckelberghs

Het boerenleven van Jef Coeckelberghs

Op 30.6.1842 kocht vader Franciscus Coeckelberghs voor hemzelf en voor zijn zoon Jef, ieder voor de helft, een perceel land van 68a 85ca in het Overhoutveld te Korbeek-Dijle voor de prijs van 2.320 fr. Prijs per ha: 3.370 fr.

De verkoopster was Louisa Isabella Joanna Eugenia Goubau, echtgenote van Petrus Franciscus Godefridus de Fraye de Schiplaeken, gehuisvest te Brussel. Zij was een achternicht van Julia Goubau, de stammoeder van de Honnorez’s.

Deze koop was maar één van de twaalf percelen aangeboden door verkoopster Goubau. Een ander perceel, van 47a 50ca op de Zevenbunders, werd gekocht door Franciscus Ludovicus Mommaerts van het Hof van Overbist.

Op 10.9.1842 koopt vader Franciscus Coeckelberghs 2ha 83a 63ca land op de Kareeloven en in de Groebbestraat te Korbeek-Dijle voor de prijs van 9.650 fr. Prijs per ha: 3.402 fr.

De verkoper is Edouard de Salomon de Friedberg, zoon van Wilhelmina Goubau, een nicht van Julia Goubau.

Uit deze twee verkopen blijkt nog maar eens dat de Goubau’s veel eigendommen hadden verworven in Korbeek-Dijle, zowel vóór als na de Franse Revolutie.

De Goubau’s waren eigenaar van het kasteel van Korbeek-Dijle (gebouwd rond 1750), van het huis waar nu Nicole Honnorez en Luc Cambier wonen (gebouwd op het einde van de jaren 1700) en waarschijnlijk ook van de Voorburg (gebouwd in 1738). Op 11.7.1808 kocht Ambrosius Goubau als “zwart goed” (kerkelijk goed aangeslagen door de Fransen na de Franse Revolutie) het Hof van Luezenborg samen met 31ha 13a land voor de prijs van 38.000 fr. In 1810 bouwde hij op de plaats van Luezenborg een nieuwe boerderij, Blyenberg.

De verkochte goederen in 1842 maakten geen deel uit van de 31ha 13a van Ambrosius Goubau, wiens eigendommen volledig naar zijn dochter Julia Goubau en de Honnorez’s zijn gegaan.

Op 21.5.1848 overlijdt vader Franciscus Coeckelberghs en op 14.5.1850 zijn vrouw Maria Catharina Vandenbosch.

Op 30.12.1850 kopen Josephus Coeckelberghs en zijn zus Joanna Maria, ieder voor de helft, 21a 80ca gelegen in het dorp te Korbeek-Dijle voor de prijs van 800 fr. Prijs per ha: 3.670 fr. Verkoopster is Francisca Coeckelberghs (°1771), weduwe van Guilielmus Van Kildonck, een tante van Josephus en Joanna Maria Coeckelberghs. Er was nóg een zus van hun vader, Clara Coeckelberghs (°1777) die getrouwd was met Henricus Van Der Stappen uit Leefdaal.

Op 29.8.1853 koopt Josephus Coeckelberghs 70a 81ca land in het Overhoutveld voor 3.764 fr. Prijs per ha: 5.316 fr, een sterke stijging van de prijs ten opzichte van de vorige kopen in 1842 en 1850.

Opvallende bepaling uit deze en andere aankoopaktes: “De betaling zal moeten gebeuren in metallieke geldspeciën in dit rijk gangbaar en geenszins in biljetten of papieren munten binnen de twee dagen na de verkoping in de handen en ten kantore van de ondergetekende notaris, Zwaluwstraat 12 te Brussel.”

Op 13.6.1856 verdelen Josephus Coeckelberghs en zijn zus Joanna Maria, echtgenote van Franciscus Goovaerts (stamvader “Volles”) de roerende goederen (meubelen, akkerbouwgerief, beesten, granen op zolder en te velde, beddegoed, kleedsel en lijnwaad) en de schulden van hun ouders:

- roerende goederen ter waarde van: 8.701,50 fr

- schulden ten belope van: 4.866,56 fr waarvan 2.304,06 fr toekomt aan de twee kinderen van Josephus uit zijn eerste huwelijk.

Als zuiver actief blijft er over: 8.701,50 – 4.866,56 = 3.834,94 fr, of 1.917,47 fr voor elk van beiden. Josephus krijgt daarenboven de 2.304,06 fr toekomende aan zijn genoemde kinderen. De afrekening gebeurt in geldspeciën of materialen. (wordt vervolgd)

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Een God met reliëf

De Geest schenkt ons een nieuwe blik op God, met meer diepte. Het geloof in de éne God – de trots en het voorrecht van Israël onder alle volken – groeit uit tot het geloof in een drie-ene God. God de Vader, Zoon en Geest. Dit is de volle waarheid over God die niemand kende. De Geest komt het ons zeggen. Wij christenen zijn er na twintig eeuwen nog niet helemaal mee vertrouwd. We bidden vaak tot God, alsof we nog in het eerste verbond leefden. Of we bidden tot Jezus. Zelden tot de heilige Geest. Bijna nooit bidden we tot de Drie-eenheid. Voor ons heeft God nog altijd zo weinig reliëf: hij blijft vlak en meteen missen we de diepe rijkdom van wat Jezus ons over God kwam zeggen. Ook al is God één en onverdeeld, hij is geen plat vlak waar we tegen aankijken. Waar geen verscheidenheid is, kan geen liefde heersen, want liefde is meerpoligheid, een ‘face à face’. Ook in onze godsbenadering hoort dynamiek te zitten: we gaan met de heilige Geest door de Zoon naar de Vader.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 27 mei 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 3

1 . Uit het familiearchief van (Joannes) Josephus Coeckelberghs

Het boerenleven van Jef Coeckelberghs (vervolg)

Op 17.2.1862 verdelen Hermanus Bruffaerts en Maria Ludovica Haine hun onroerend goed onder hun kinderen: Franciscus Bruffaerts, Maria Theresia Bruffaerts (de tweede echtgenote van Josephus Coeckelberghs) en Anna Maria Bruffaerts (echtgenote van Philippus Penninckx). Philippus Penninckx (1804-1876) woonde met zijn groot gezin op de plaats waar Ciske Sik (alias den Baron) gewoond heeft plus de plaats waar nu Pol Vanderveken woont plus de erachter liggende gronden tot tegen de Nijvelsebaan.

Het onroerend goed van de Bruffaerts’en bestond uit een huis met schuur, stallen en andere aanhorigheden op een perceel van 58a 41ca gelegen langs de Nijvelsebaan tussen de Hollestraat en de Twee Kantjesstraat.

Franciscus krijgt de boerderij op een perceel van 20a 80ca op de hoek van de Hollestraat en de Nijvelsebaan, Anna Maria een perceel land erachter parallel met de Nijvelsebaan van 19a 80ca en Maria Theresia een perceel land langs de Nijvelsebaan tot tegen de Twee Kantjesstraat van 17a 80ca. Franciscus moet aan elk van zijn zussen 500 fr opgeld betalen.

De drie partijen verklaren voorafgaandelijk gedeeld te hebben meubelen, beesten, granen en gelden van de nalatenschap.

Op 2.6.1876 verkoopt Maria Theresia Bruffaerts, echtgenote van Josephus Coeckelberghs, aan haar broer Franciscus 3a 24ca van het land dat zij bekomen had bij de verdeling van 17.2.1862, voor de prijs van 200 fr. Prijs per ha: 6.173 fr.

Op 13.7.1877 sluit Josephus Coeckelberghs een huurovereenkomst met Augustus Carolus Baron d’Overschie, grondeigenaar wonende te Brussel in de Zinnerstraat nr 2, voor het huren van 7ha 28a 60ca land gelegen onder Leefdaal, voor 9 jaar, van 30 november 1877 tot 30 november 1886, voor de prijs van 800 fr per jaar. Pachtprijs per ha: 109,80 fr. Gerekend aan ongeveer 5.000 fr koopprijs per ha gaf de pachtprijs dus een rendement van ongeveer 2 %. Geen bijzonder hoog rendement, wat verklaart waarom veel grondeigenaars toen overstapten naar industriële beleggingen.

Op 25.4.1881 overlijdt Josephus Coeckelberghs.

Op 11.6.1883 is er de deling tussen Maria Theresia Bruffaerts, weduwe van Josephus Coeckelberghs, en de acht kinderen van Josephus: twee uit zijn eerste huwelijk en zes uit zijn tweede huwelijk, het voorkind van Maria Theresia inbegrepen.

De massa der goederen afhangende van de gemeenschap beliep 5ha 35a 04ca met een waarde van 29.170 fr of 5.452 fr per ha. De helft komt toe aan Maria Theresia Bruffaerts, de andere helft aan de acht kinderen.

De massa der goederen voortkomende van de persoonlijke nalatenschap van Josephus Coeckelberghs was:

- een hoeve op 64a 38ca ter waarde van 8.166 fr (aan de prijs per ha hierna moet de hoeve zelf geschat zijn op 4.500 fr)

- 1ha 82a 05ca land ter waarde van 10.365 fr of 5.693 fr per ha.

Maria Theresia erft: 29.170/2 =14.585 fr.

Elk der acht kinderen erven: (29.170/2 + 8.166 + 10.365)/8 = 4.139,50 fr.

In 1886 is er de hernieuwing van de huurovereenkomst van 13.7.1877 voor de periode van 30 november 1886 tot 31 december 1895. De ondertekenaars zijn nu:

- voor Coeckelberghs: de oudste zoon van Josephus, Joannes Franciscus Coeckelberghs (in feite het voorkind van Maria Theresia Bruffaerts)

- voor d’Overschie: de erfgenamen van Augustus Carolus baron d’Overschie, nl. de juffrouwen baronessen d’Overschie verblijvende te Grimbergen.

De oppervlakte is nu 1 ha minder (6ha 28a 60ca) en de jaarlijkse pachtprijs is 100 fr lager, nl. 700 fr.

Op 10.9.1888 koopt zoon Theophiel Coeckelberghs uit de nalatenschap van zijn tante Anna Maria Bruffaerts, weduwe van Philippus Penninckx:

- voor Maria Theresia Bruffaerts, zijn moeder, 14a 35 ca land voor 700 fr. Prijs per ha: 4.878 fr

- voor Joannes Franciscus Bruffaerts, zijn oom, 6a land voor 300 fr. Prijs per ha: 5.000 fr.

Op 25.12.1895 overlijdt Maria Theresia Bruffaerts.

In de herfst van 1897 overlijdt de jongste zoon van Josephus Coeckelberghs, Carolus, door een val uit een appelboom. Hij was 40 jaar en ongehuwd. (wordt vervolgd)

Cyriel Letellier

Gelezen in TERTIO van 16 mei 2018

Dossier herbeginners

1 . “Ik ben geen overijverige christen”

Uit een artikel van Sylvie Walraevens

Herman Van Rompuy en christelijke spiritualiteit vormen geen verrassende associatie. Dat de religieuze interesse van de gewezen “EU-president” zich een weg terug moest banen na jaren van ongeloof, is verrassender. En inspirerend.

Het leergezag van de kerk spreekt Van Rompuy niet sterk aan: “Dat iemand mij zegt wat ik wel en niet mag doen of denken, stuit mij tegen de borst. Mensen kunnen heilig zijn, instellingen nooit. De encycliek Humanae Vitae was voor veel christenen een breekpunt. Ik ben een praktiserend christen en heb de visie van de kerk altijd intellectueel gevolgd, maar ze heeft voor mij geen exclusief moreel gezag. Wie in deze tijden christen blijft, volgt zijn geweten en beslist zelf. Mijn geloof sterkt mijn handelen indirect: ik weet nu des te beter waarom ik het doe, maar heb als gelovige mijn waarden niet moeten aanpassen”.

“Politiek vertaald ben ik voorstander van een gedeconfessionaliseerde christendemocratie: een lekenpartij die gebaseerd is op historisch christelijke waarden, maar zonder referentie aan kerkelijke standpunten. Zo was het kerstprogramma van de CVP in 1945 opgevat. In ethische kwesties maken die waarden wel degelijk het verschil met andere partijen. Het consensusmodel zit in de christendemocratie ingebakken”, zegt Van Rompuy.

2 . “Ik voelde dat ik iets kwijt was”

Uit een artikel van Ludwig De Vocht

Noortje Martens (1982) was elf jaar toen haar vader tot diaken werd gewijd. Haar ouders groeiden in hun geloof, maar een aantal traumatische sterfgevallen deden haar afhaken. Ze ging aan de slag in de bijzondere jeugdzorg tot een burn-out haar twee jaar geleden dwong te stoppen. Dat bracht een proces op gang dat ertoe leidde dat ze in Hasselt een opleiding Pastoraal werker in de zorg ging volgen.

“Onlangs keken we met het gezin naar de documentaire Blue Planet. Ik verwonder me over hoe alles zo ingenieus in elkaar steekt. Ik wordt daardoor overweldigd. Voor mij is God de gewaarwording hoe fantastisch alles in elkaar zit. God is liefde. Dat is mijn drijfveer. Daar begint het voor mij. Ik weet me bemind.”

3 . “Veel te laat heb ik U liefgehad”

Uit een artikel van Frederique Vanneuville

Opgegroeid in een echt katholiek nest liet Lode Caes het geloof toch meer dan eens los. Maar omgekeerd liet het geloof hem niet los en uiteindelijk gaf hij zelfs toe aan de roeping tot het diaconaat.

Opgebrand na een al te actief studentenleven stopte Caes vroegtijdig met zijn studies. Hij kwam toen ook tot het besluit dat het maar eens helemaal gedaan moest zijn met dat geloof. “Ik deed er niets meer mee, het paste niet meer in het plaatje. Ik trok de stekker eruit maart het voelde niet goed, alsof ik niet meer ademde. Ik heb dat flinterdun grondlaagje van geloof verder toch maar ongemoeid gelaten.” Kort daarna volgde een uitnodiging voor een Taizé-reis. Het leek de jongeman een leuk uitje en hij zegde toe. Het werd anders dan hij verwachtte: “Daar heb ik een ommekeer doorgemaakt.” Eenmaal terug thuis hoopte Caes gelijkgestemde zielen te vinden. Een vroegere medestudent van de sociale hogeschool bezorgde hem een lijstje van mensen die hij mocht contacteren. De eerste die hij belde, Rita Vanlangendonck, werd later zijn vrouw. “Eerst de uitnodiging voor de Taizé-reis, dan die namenlijst – het was genade op genade.”

”Ik vergelijk God weleens met een jojo – als je Hem weggooit, komt Hij toch steeds terug. In momenten van crisis bood Hij me soelaas, daarna gooide ik Hem weer weg. Maar op de duur groeide de zekerheid dat God er altijd is. Dat Hij ons bemint. Daar ben je op een gegeven moment geheel van doordrongen.”

woensdag 23 mei 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Ramen en deuren open

Gastvrijheid is onder christenen van groot belang, zowel de materiële gastvrijheid, je huis openen, als de psychologische gastvrijheid, je hart, je geweten en je geest openen voor anderen. Voor kinderen is het van wezenlijk belang te zien dat hun ouders gastvrije mensen zijn. De deur openen voor anderen is fundamenteel voor elke christelijke gemeenschap. Anderen aanvaarden, deuren en ramen openen om iets van je warmmenselijkheid te delen met deze koude wereld… We zouden moeten geloven dat in elke jongere, in elke man of vrouw die in verdriet of wanhoop leeft, Jezus zelf voor onze deur staat. En je zult zien hoe elke bezoeker, zelfs hij die je niet hebt uitgenodigd of die geen heilige is, de sfeer verandert. Want in Jezus’ naam iemand opnemen, wie het ook is, welk verleden hij ook heeft, is Jezus zelf opnemen. En telkens als je samen met anderen aan tafel gaat en iemand het brood breekt is Jezus in je midden. Zelfs als hij na een tijd verdwijnt, weet je dat hij er is.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Pastorij Korbeek-Dijle te koop

Week 2018-20 - 002

OPENBARE VERKOOP

TE RENOVEREN PASTORIE, MET AUTHENTIEK KARAKTER

12a 96ca

en achterliggend

PERCEEL BOS

61a 94ca

Nijvelsebaan 119

KORBEEK-DIJLE

Notarisassociatie BOSMANS & BRUSSELMANS te Heverlee, Van Arenbergplein, 7-8 (016/30.83.70) zal openbaar verkopen, in 2 koopdagen, de volgende onroerende goederen:

GEMEENTE BERTEM 2de afdeling Korbeek-Dijle

KOOP 1 : Een pastorie gestaan en gelegen Nijvelsebaan 119, gekadastreerd wijk B nummer 0239BP0000 voor een oppervlakte volgens meting van 12a 96ca.

Bestaande uit een ruime kelder, op het gelijkvloers een inkomhall, keuken, wc, ruime living en twee ruime kamers, op de tussenverdieping bevindt zich de badkamer, op de 1ste verdieping bevinden zich 4 ruime kamers, op de zolderverdieping is er een mogelijkheid tot het bijmaken van kamers met aanwezigheid van een noodtrap.

KI: nog te bepalen – Onmiddellijk vrij – EPC: 957 kWh/m² jaar

CV op stookolie

Stedenbouwkundige informatie: deels woongebied en deels natuurgebied – vergunning dd. 3/3/97 en 6/3/01 – Gvkvg – Gvkr

KOOP 2: Een perceel bos aanpalend aan voormelde pastorie, gekadastreerd wijk B nummer 0232AP0000 voor een oppervlakte volgens meting van 61a 94ca.

KI: nog te bepalen

Stedenbouwkundige informatie: deels woongebied, deels natuurgebied, deels woonuitbreidingsgebieden en deels gebied voor gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorzieningen – Gv – Gvkvg – Gvkr.

Erfdienstbaarheden van openbaar nut: voet- en jaagpaden, VEN gebied en natuurinrichtingsproject

Te bezichtigen VANAF zaterdag 19 mei, op zaterdagen van 10u tot 12u en op woensdagen van 14u tot 16u.

KOOPDAGEN

Met inmijningspremie van 0,5%

VOORLOPIGE TOEWIJZING: MAANDAG 4 juni 2018 om 14 uur

EINDELIJKE TOEWIJZING: MAANDAG 18 juni 2018 om 14 uur

Telkens in het notarishuis van Leuven, Bondgenotenlaan 134.

Gehuwde bieders dienen BEIDEN aanwezig te zijn en zich te voorzien van trouwboekje en huwelijkscontract.

woensdag 16 mei 2018

Gelezen in TERTIO van 2 mei 2018

1 . Quote

“Vanaf 1 juni zal in elk overheidsgebouw een kruis hangen.”

De Beierse minister-president en christendemocraat Markus Söder vindt de beslissing een heldere bekentenis van zijn regering tot de Beierse identiteit en de christelijke waarden (De Tijd, 24/4).

2 . Zwitserse garde “dapper en trouw” in dienst van de paus

Uit een artikel van Emmanuel Van Lierde

Elk jaar leggen nieuwe Zwitserse gardisten op 6 mei de eed af bereid te zijn in een noodsituatie hun leven op te offeren voor de paus. Dat herinnert aan Il Sacco di Roma, de plundering van Rome door Spaanse en Duitse soldaten op 6 mei 1527. Ook toen gaven Zwitserse wachten hun leven om de paus te redden en in veiligheid te brengen. Van de 189 Zwitserse wachten overleefden er slechts 42 Il Sacco di Roma. Hun kleine leger stond machteloos tegenover de huurlingen van keizer Karel V. Maar ze slaagden er wel in paus Clemens VII langs de geheime gang, de Passetto, van het Vaticaan naar de onneembare Engelenburcht te brengen. Om dat historische gebeuren te gedenken, vindt de plechtige beëdiging van nieuwe gardisten traditioneel plaats op 6 mei, de dag van die plundering van Rome in 1527. Hun leger zelf ontstond in 1506, op verzoek van paus Julius II. Op 22 januari 1506 arriveerden de eerste 150 Zwitsers in Rome om de paus en zijn residentie te beschermen. Al meer dan 500 jaar is dat hun ongewijzigde opdracht en ze doen dat “dapper en trouw”, zoals hun motto luidt.

Naast Zwitsers moeten de rekruten praktiserende katholieken zijn, over een goede gezondheid beschikken en ongehuwde mannen onder de dertig zijn. “Pas na minstens vijf jaar dienst mogen ze huwen, als ze beloven nog minstens drie jaar in dienst te blijven en minstens de rang van korporaal hebben. En ze moeten inderdaad ten volle achter het geloof staan, overtuigd zijn van de leer van de kerk. Er is een aalmoezenier die hun een volwassenencatechismus overhandigt bij hun intrede en bij wie ze met geloofsvragen terechtkunnen. Tijdens hun dienstjaren verdiepen ze beslist hun geloof. We verwachten van hen een grote liefde voor paus en kerk, want ze moeten beide trouw dienen”, zegt legerwoordvoerder Wachtmeister Urs Breitenmoser.

Vooral het kleurrijke renaissance-uniform van de Zwitserse wachten springt bij bezoekers van het Vaticaan in het oog. Toch zijn de gardisten geen folkloristisch relict uit het verleden. “Onder dat uniform zitten jonge en goed opgeleide soldaten. Ze zijn er trots op deel uit te maken van die meer dan 500-jarige traditie, maar tegelijk combineren ze dat erfgoed met de modernste veiligheids- en legertechnieken. Je kunt maar toetreden tot de Zwitserse garde als je de rekrutenschool van het Zwitserse leger doorliep. Daarna volgen ook bij ons twee maanden opleiding. Na het medische onderzoek in het Vaticaan keren de rekruten eerst een maand terug naar Zwitserland voor een opleiding bij de politie van het kanton Tessin in Isone. Ze krijgen er een cursus recht en leren er tactische bewegingen met en zonder wapens.”

“Voorts staan zelfverdediging en het omgaan met lastige mensen op de agenda. De tweede opleidingsmaand vindt in het Vaticaan plaats waar we hen diets maken in onze gewoonten zoals het begroeten, marcheren en omgaan met de hellebaard (middeleeuwse wapenstok met onder de punt bovenaan een bijl en een haak, nvdr). We brengen hun kennis bij over de Vaticaanse locaties, inwoners en bezoekers. Ook een cursus Italiaans staat hen te wachten. Na die twee maanden mag de rekruut zich een hellebaardier noemen. We verwachten dat ze minstens twee dienstjaren blijven en voortdurend krijgen ze bijkomende interne opleidingen”, legt de Wachtmeister uit.

Neires Kermes 2018

Op zondag 29 april 2018 danste KVLV Korbeek-Dijle de line dances mee met KVLV Neerijse. Een prachtig schouwspel!

Week 2018-20 - 004Week 2018-20 - 005Week 2018-20 - 007

De weggeefkast voor boeken van KVLV

Ze staat er! Op het plein vóór de kerk in Korbeek-Dijle. Met een rijke en wisselende inhoud! Op de rustbank kun je zelfs ter plaatse al beginnen te lezen.

Week 2018-20 - kast

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Geënt in Hem

Het doopsel verenigt ons met Christus. Paulus zegt ons dat wij door het doopsel geënt zijn in hem zoals een ent op de wijnstok. Wij leven van zijn sap, wij sterven met hem, we worden verborgen in hem als we ondergedompeld worden in het doopwater, om uiteindelijk met hem op te staan. Alles wat zich in het hart en in de ziel van Christus bevindt, wordt door het doopsel in ons overgegoten volgens onze menselijke capaciteit. Door het doopsel en met Christus kennen wij de Vader, hebben wij hem lief, aanbidden we hem en smeken we hem. We worden zo gelijk aan Christus, dat de Vader, als hij naar Jezus kijkt, ons ziet in hem en ons liefheeft zoals hij Jezus liefheeft. Wat een immens mysterie van het doopsel! En dankzij ons doopsel ontvangen we in de kerk veel broers en zussen, we mogen binnengaan in de grote familie van God.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 13 mei 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 1

1 . Uit het familiearchief van (Joannes) Josephus Coeckelberghs

Wie was Josephus (Jef) Coeckelberghs?

Josephus Coeckelberghs (°Neerijse 1805 / +Korb.D. 1881) was de zoon van Franciscus Coeckelberghs (°Korb.D. 1774 / +Korb.D. 1848) en Maria Catharina Vandenbosch (°Neerijse 1770 / +Korb.D. 1850).

Zijn grootvader Engelbertus Coeckelberghs (° 1739) kwam van Egenhoven, van het Hof van Rotspoel, en trouwde te Korbeek-Dijle met Maria Theresia Van Kildonck (°Korb.D. 1742 / +Korb.D. 1816).

Engelbertus’ “Hof van Coeckelberghs”, op de plaats van de huidige koiwinkel El Patio, behoorde voordien waarschijnlijk toe aan de Van Kildonck’s, zijn schoonfamilie. Dit leid ik af uit de Atlas van de Buurtwegen.
In de Atlas van de Buurtwegen (1845) behoort het domein van het Hof van Coeckelberghs, met inbegrip van het huidige domein van Frans Goovaerts, toe aan Franciscus Coeckelberghs, en het huidige domein van Guy De Coker en Hilde Velghe behoorde toe aan een weduwe Van Kildonck. De grond langs de Nijvelsebaan tussen de Twee Kantjes tot en met het vroegere domein van Jan Van Caudenberg behoorde toe aan Franciscus Coeckelberghs terwijl het domein ernaast, meer de Ruwaalstraat in, toebehoorde aan Guillaume Van Kildonck. Dit wijst op een verdeling van oorspronkelijke Van Kildonckeigendommen tussen Coeckelberghs en Van Kildonck of anders gezegd tussen kinderen Van Kildonck.

De huwelijken van Josephus Coeckelberghs:

Week 2018-21 - Huwelijken J.Coeckelberghs0001

Op 16.4.1837 overlijdt zijn derde dochtertje, 6 dagen oud, en op 27.4.1837 zijn eerste vrouw, 17 dagen na de geboorte van haar derde kind. Josephus blijft achter met twee dochtertjes van respectievelijk 3 jaar en 5 maanden en 1 jaar en 5 maanden.

Maar het leven gaat verder. Op 17 juni 1837 legt Josephus Coeckelberghs de eed af als gemeenteraadslid onder burgemeester Josephus Abts (burgemeester van 1836 tot 1842). Na de verkiezingen van 1839 wordt hij tot schepen benoemd bij koninklijk besluit van 13 januari 1840.

En op 10.11.1842 hertrouwt de 37-jarige Josephus Coeckelberghs met een dochter van zijn overburen, de 28-jarige Maria Theresia Bruffaerts, reeds moeder van een zoontje van 1 jaar en 8 maanden, dat door Josephus wordt erkend. Samen krijgen zij nog tien kinderen waarvan er vijf volwassen werden.

Onder burgemeester Remi Prosper Honnorez (burgemeester van 1843 tot 1872) was hij als schepen ook ambtenaar van de burgerlijke stand van 1843 tot 1856. Op 24 januari 1850 wordt hij daarenboven gekozen tot lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1872 en het overlijden van burgemeester Remi Prosper Honnorez stopt Josephus Coeckelberghs als gemeenteraadslid en schepen, na meer dan 35 jaar onafgebroken politieke activiteit, waarvan 33 jaar als schepen.

Bij de verkiezingen van eind 1884 wordt Eduard Coeckelberghs (1855-1943), een zoon van Josephus, tot gemeenteraadslid verkozen. Maar bij de verkiezingen van 19.10.1890 komt zijn oudere broer Theophiel (1850-1916) in zijn plaats. Na de verkiezingen van 17.11.1895 wordt Theophiel Coeckelberghs schepen en hij blijft het tot eind 1903, wanneer hij ook uit de gemeenteraad verdwijnt. Het einde van de Coeckelberghs’en in de politiek.

woensdag 9 mei 2018

Gelezen in TERTIO van 25 april 2018

1 . Rol De Smedt in “Leuven Vlaams”

Uit een artikel van Leo Declerck, kanunnik van het bisdom Brugge, en Mathijs Lamberigts, decaan van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen (KU Leuven)

De kwestie “Leuven Vlaams” verhitte vijftig jaar geleden de gemoederen, ook in het toenmalige Belgische episcopaat. Met een toespraak pro splitsing wekte bisschop Emiel Jozef De Smedt zowel lof als verbijstering.

Een overzicht van de gebeurtenissen:

Er was de Verklaring van de bisschoppen van 13 mei 1966, waarin sprake was van een verdubbeling – en niet van een overheveling – van Franstalige kandidaturen naar het kanton Waver. Die verklaring had hevige reacties opgeroepen in de Vlaamse publieke opinie, die De Smedt gepoogd had te kalmeren, onder meer door de benoeming van Edward Leemans als commissaris-generaal en van Pieter De Somer als Vlaamse prorector.

Op 14 januari 1968 eiste de Franstalige sectie in Leuven niet alleen dat ze er mocht blijven maar dat ze zelfs mocht uitbreiden. Voor de Vlamingen was de maat vol: er was een algemene revolte in Vlaanderen, niet alleen bij de studenten, maar over het hele Vlaamse land. De regering-Paul Vanden Boeynants liep gevaar. De Inrichtende Overheid zocht naar een oplossing. De Vlaamse bisschoppen met De Smedt als leidsman wilden af van de Verklaring van 13 mei 1966, maar de Waalse bisschoppen en de Franstalige Leuvense overheid weigerden elke vorm van verwijdering uit Leuven. Een ultieme verzoeningsvergadering werd gepland voor 3 februari met de afspraak voordien geen mededelingen te doen aan de pers.

Maar op 2 februari 1968 verklaarde Emiel Jozef De Smedt, bisschop van Brugge, op een provinciale bijeenkomst van de Boerenbond in Kortrijk onomwonden dat hij voorstander was van de overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit naar Wallonië.

De verklaring van de Brugse bisschop op 2 februari was dus werkelijk een donderslag bij heldere hemel. Hij zei in Kortrijk zeer duidelijk: ‘Ik heb mij schromelijk vergist op 13 mei 1966… Als zoon van Vlaams-Brabant ben ik bekommerd om de gaafheid van dit taalgebied niet te laten in gevaar brengen. Ik zal trouw blijven aan het Vlaamse volk”. Voor De Smedt was het ondraaglijk dat hij werd afgeschilderd als een volksvreemde bisschop die zijn volk in de steek had gelaten.

Vrees voor geloofsafval

De Smedt was ervan overtuigd dat er op 3 februari geen oplossing gevonden zou worden en dat ook de politici daartoe niet in staat waren. Hij nam de kritiek van Vlaanderen ernstig, zag die als een reactie tegen de bisschoppen en vreesde voor een sterke geloofsafval in Vlaanderen.

De inrichtende overheid kwam, na de toespraak, niet tot een akkoord. Op 6 februari viel de regering-Vanden Boeynants. Na de verkiezingen besloot de nieuwe regering-Gaston Eyskens tot de overheveling. In Franstalig België, maar ook in het buitenland, verwonderde men zich over de houding van De Smedt, die als eenzijdig en eng flamingantisch gebrandmerkt werd. Maar De Smedt voelde zich vanaf zijn jeugd een Vlaming, zoals vele medestudenten, zonder daarom een Vlaams-nationalist of een fanatieke flamingant te zijn. In de jaren 1950 had hij zich actief ingezet voor het bewaren van een “christelijke maatschappij” in zijn bisdom. Hij was daarenboven een zeer sociale bisschop die te midden van zijn volk aanwezig wilde zijn. Zijn houding in de Leuvense zaak had alles te maken met die betrokkenheid bij zijn gelovigen, met zijn sociale zin en zijn pastorale bewogenheid.

Voor Leuven, maar niet tegen Louvain-la-Neuve

Bisschop Edouard Massaux, rector van de UCL, schrijft dat een belangrijke Vlaamse kerkelijke personaliteit eind jaren 1970 een grote gift schonk voor de bouw van de kerk van Sint-Franciscus van Assisi in Louvain-la-Neuve. De schenker wenste onbekend te blijven, want het was bisschop De Smedt.

2 . “Geschiedenis uitspelen met zin voor toekomst”

Uit een vraaggesprek van Emmanuel Van Lierde met Leuvens rector Luc Sels

Hoe kijkt de KU Leuven vijftig jaar later op mei 1968 terug?

“Zo’n revolte beleven we misschien niet meer, maar ingrijpende omwentelingen maken we voortdurend mee. Vijftig jaar na de splitsing zijn de twee Leuvense universiteiten trouwens meer een symbool van samenwerking tussen de regio’s in dit land, dan van scheiding.”

“Rector Roger Dillemans was de eerste die de UCL omschreef als onze zusteruniversiteit en die sprak over de twee takken van één boom. Zo voelt het vandaag effectief aan en er is een diepgaande toenadering tussen de rectoren en de vicerectoren. Ik zie Vincent Blondel van de UCL veelal meerdere keren per maand. Niets moet, maar veel kan en ik hoop onze samenwerking te versterken. We hebben nog altijd meer gemeen met de UCL dan met sommige Vlaamse universiteiten. Dat merk je ook bij rituelen zoals de stoet der togati. De splitsing leidde tot twee zelfstandige instellingen die vandaag elk in hun taalgebied de sterkste zijn. Je moet toch bewonderen dat daar in die velden een nieuwe stad gebouwd is en dat de UCL evengoed wereldwijd een begrip is geworden. Als ik vooruitkijk, dan denk ik dat we ons sterker samen internationaal kunnen positioneren door in te zetten op driehoeksverhoudingen. Bijvoorbeeld de al bestaande gemeenschappelijke programma’s van de UCL en de – trouwens tweetalige – universiteit van Ottawa breken we nu open naar de KU Leuven. Samen kunnen we nieuwe opportuniteiten creëren. Nog dit jaar reiken we een gezamenlijk eredoctoraat uit.”

“In plaats van een symbool van scheiding te zijn, kunnen de Leuvense zusteruniversiteiten vandaag een symbool van de samenwerking tussen de regio’s zijn en zo kunnen we heel wat betekenen voor Vlaanderen, België en Europa.”

U werd bijna een jaar geleden, op 9 mei, tot rector verkozen. Waar haalt u de mosterd voor uw kijk op de eigenheid van een universiteit?

“Kardinaal John Henry Newman (1801-1890) behoort tot mijn klassiekers. Die laatste nam ferme standpunten in over de relatie tussen universiteit en kerk. Dat moet je maar doen als man van het instituut. Hij wees op de eigenheid van geloof en wetenschap, elk met een eigen dynamiek maar ook met eigen rechten. Zijn waarschuwing voor overspecialisatie inspireert mij het sterkst. Vandaag wordt gehamerd op interdisciplinariteit, maar bij hem zat dat al ingebakken.”

Tot slot, hoe kijkt u aan tegen de K van KU Leuven?

“Die K staat waar ze verdient te staan en ze zal er wat mij betreft in 2025 nog staan. Ik ben blij met de open dialoog met de kerk. We hebben gemeenschappelijke zorgen. De vicerectoren en ik hebben een gemeenschappelijke bestuursvergadering gehad met de kardinaal en de andere Vlaamse bisschoppen. Dat gebeurde in februari een eerste keer en dat wordt herhaald. Alles kan er op tafel komen. Dat is een zinvolle en leerrijke dialoog voor beide partijen. Internationaal behoren de faculteiten Theologie en Filosofie tot de parels aan de kroon van onze universiteit. Ze zijn wereldtop. Dat wil ik zo houden. Ik ben niet van plan ze af te bouwen of te fuseren, ik zou er liever in investeren. Ook onze rol binnen de internationale federatie van katholieke universiteiten (IFCU) en de universitaire ontwikkelingssamenwerking mogen versterkt worden, vind ik.”

“Het idee van de katholieke dialoogschool die theologen Didier Pollefeyt en Lieven Boeve ontwikkelden, kunnen we als houding ook integreren in de universiteit. Het is niet omdat de universiteit op haar katholieke traditie steunt, dat we dat ook van anderen vragen. We vertonen vanuit onze identiteit een constructieve openheid voor andere religies en levensbeschouwingen.”

Kandidaten voor het Vormsel in 2019

Week 2018-19 - 004Week 2018-19 - 005Week 2018-19 - 007Week 2018-19 - 008

Op zondag 22 april 2018 was er in Korbeek-Dijle de viering van het engagement van de Korbeekse jongeren die volgend jaar het vormsel ontvangen. Bij het openingsgebed bad voorganger Gard:

Heer Jezus, Gij hebt uw leerlingen geroepen bij hun naam. Ook ons roept Gij met onze naam om U te volgen. Wij zijn vol goede wil. Wees voor ons een wegwijzer in de grote doolhof van de wereld. Geef ons sterkte en moed. Amen.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: God, een vader en een moeder

Gods vaderschap is zo rijk dat hij twee beelden nodig heeft om het uit te drukken: vaderschap en moederschap. Dat wijst erop hoe rijk zijn liefde is en hoe arm onze middelen zijn om dit unieke vaderschap te verwoorden. Hij is tegelijk vader en moeder. Hij is wet én genade, gebod én medelijden, recht én barmhartigheid. Ons vader- en ons moederschap zijn slechts een afspiegeling van de Vader. Ze zijn als de maan die het licht van de zon opvangt en in verzwakte vorm weerkaatst. De bron van het licht is de zon, het Woord van God. De ware natuur van de Vader wordt alleen maar volledig geopenbaard in de Zoon. God heeft ons zozeer lief dat hij niet ophoudt dichter bij ons te komen, want liefde verdraagt geen afstand. Als Schepper was hij betrekkelijk ver. Als Bevrijder, Wetgever en Trooster krijgt zijn vader- en moederliefde steeds duidelijkere accenten van nabijheid. Maar wanneer God mens wordt, wordt hij zichtbaar en tastbaar. Op het kruis komt hij nog dichter bij ons, want daar vereenzelvigt hij zich met de beproefde mensheid en ondergaat hij uit liefde het lijden en de dood. Ten slotte kan God niet dichter bij ons komen dan door zijn Geest te zenden. Door in ons te wonen verbindt hij zich met ons eigen innerlijk. Hij verblijft in het hart van ieder afzonderlijk en van alle mensen. De liefde van de Vader is heel universeel en tegelijkertijd heel persoonlijk. Is het drama van veel mensen niet dat zij leven zonder een verwijzing naar een God-Vader, omdat zij niet weten dat ze er een hebben?

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 2 mei 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Laat je dragen

Goed vergeven vraagt veel liefde. ‘God alleen kan zonden vergeven.’ Hij alleen weet hoe hij ons weer kan oprichten. We kunnen alleen maar de vergeving die we van hem hebben ontvangen doorgeven. Voor vergeving zijn er net als voor een pianostuk twee handen nodig: een hand van God en een hand van de mens. De ene speelt de melodie, de andere de begeleiding. De melodie is het belangrijkst. De mens moet, net als een vogel bij het vliegen, zijn vleugels uitslaan en zich laten dragen. We moeten ons laten dragen en laten meeslepen door zijn liefde. Zoals iemand geen vader kan zijn zonder zijn eigen vader te aanvaarden, zo kunnen we ook niemand vergeven als we niet aanvaarden zelf vergeving te hebben gekregen. Gods barmhartigheid klopt op de deur van ons hart. Ze klopt hard, maar dwingt niemand.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 25 april 2018

Weggeefkast KVLV

Week 2018-17 - Weggeefkast KVLV 20180001

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Een uur van mijn leven

Menslievendheid is gegrond in het feit dat de arme een mens is zoals wij. Liefde is gegrond in het geloof in de aanwezigheid van Christus in de arme. De oude Adam erkent in de ander ‘been van mijn gebeente, vlees van mijn vlees’. De nieuwe Adam kent het mysterie van de arme: ‘Ik was hongerig, ziek, gevangen… Alles wat je hebt gedaan (of niet), dat heb je voor mij gedaan’ (cf Mt 25). Een kerk worden voor armen is in de eerste plaats luisteren. Tijd geven aan iemand is veel lastiger dan hem geld geven. Het is een groter bewijs van zelfonthechting. 20 euro geven is me onthechten van iets wat uit mijn portemonnee komt. Een uur van mijn leven geven, is iets schenken van mijn ‘duur’, van mijn wezen zelf. Er zouden in onze kerk evenveel luisterpalen moeten staan als er praatpalen langs de autowegen staan. Er is geen betere manier om lief te hebben en weg te kijken van je eigen zelf dan naar een ander te luisteren. Al luisterend ben je niet bij machte te domineren.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 18 april 2018

Gelezen in TERTIO van 4 april 2018: Onversneden evangelisch

Uit een Standpunt van Sylvie Walraevens

De maatschappelijke en politieke draagkracht van het christendom is verwaterd. We hebben van het christendom een softe boodschap gemaakt en dat is nefast voor zijn aantrekkelijkheid. Jezus was geen brave ziel, maar een schenenschopper, een rebel, een luis in de pels. Hij voerde het debat met uitdagende woorden en daden. Hij had lak aan formaliteit en schijnheiligheid. Jezus was radicaal maar nooit extremistisch: vanuit zijn scherpe boodschap trad hij steeds in dialoog.

Kunnen we politiek iets aanvangen met die boodschap? Het christendom heeft op de meeste maatschappelijke thema’s een klare kijk: ecologie, vrede en oorlog, migratie en samenleven, dood en leven, zorg en onderwijs. Met zijn uitgesproken mens- en wereldbeeld en een sterk ethisch appel is het christendom – en bij uitbreiding elke religie – per definitie politiek: het heeft een visie voor de polis, het samenleven in gemeenschap.

Maar hoe zit het met de christendemocratie? Kan en moet zij nog refereren aan het christelijke gedachtegoed? Zeker, en wel op deze manier: niet als “katholieke” partij die kerk en politiek verbindt, maar als vertolker van de uiterst actuele evangelische stem. De christendemocraten verwijzen naar het christendom als hun traditie, maar hun bekentenis mag best wat meer om het lijf hebben dan een obligaat respect voor de oude roots. Laat hen met trots verwijzen naar het actuele en rebelse karakter van de christelijke kijk en met overtuiging een tegenverhaal brengen voor verdraagzaamheid en diversiteit, tegen ongebreidelde consumptie. Moeten ze daarom aan hun vier G’s (Geborgenheid, Gezin, Gezondheid en Geld) – de CD&V-thema’s voor de gemeenteraadsverkiezingen – de G van Geloof toevoegen? Neen, geloof is op zich geen inzet van verkiezingen. Het christendom moet niet als programmapunt gepropageerd worden. Maar het zou wel van branie getuigen de christelijke visie expliciet het bindmiddel van het christendemocratische beleid te noemen. Christelijk in onversneden evangelische zin dan.

Paasviering 2018 in Korbeek-Dijle

Week 2018-16 - 002Week 2018-16 - 003Week 2018-16 - 007Week 2018-16 - 010

Het koor begon de eucharistieviering, voorgegaan door pater Daniel Taillieu, met het mooie intredelied:

Kondig het aan, de Heer is verrezen, zeg aan de wereld dat Jezus leeft.

Dit is de weg die Hij heeft gewezen, dit is de waarheid die Hij geeft.

Dit is het leven voor alle eeuwen! Alleluja! Christus leeft.

Vóór de mis (misschien wat te vroeg voor vele kleintjes?) was er naar goede traditie eierenraap en na de mis paasontbijt aangeboden door de Parochie, de Landelijke Gilde en Kinderonthaal.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De mythe van de onschuld

Een van de grote pathologieën van niet-gelovigen is de mythe van de onschuld. Dat is niet de visie van de bijbel. De gelovige zegt dat de mens goed is, maar daarbij ook gekwetst, gekneusd door de zondeval. Een mensbeeld waaruit de idee van schuld en vergeving verdwenen is, is niet meer christelijk. We mogen zonde en schuld niet teveel benadrukken, maar nu heerst vaak de waan dat wij bijna volmaakt zijn, en dat wat misgaat ‘zeker niet onze schuld is’. Uit zogenaamd respect niets zeggen over falen en allerlei technieken gebruiken die eigenlijk niet verlossen, brengt de mensheid niets bij. Begrip tonen en mild zijn is niet hetzelfde als je excuseren. Je mag mensen niet op hun fouten fixeren, maar je moet ze wel bewust maken van hun fouten en de weg van de vergeving aanwijzen. Dat brengt vreugde en gezond verstand in je menszijn.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 11 april 2018

Charles neemt videoboodschap op voor vervolgde christenen

Uit de Nieuwsbrief van 30 maart van BLAUW BLOED, royaltyprogramma van de Nederlandse Publieke Omroep, met aandacht voor vorstenhuizen van Europa, de Oranjes, de staatsbezoeken, bijzondere koninklijke sieraden, royaltymode en het laatste koninklijke nieuws.

Prins Charles heeft een videoboodschap opgenomen waarin hij de moed van vervolgde christenen eert: “Ik wil met Pasen de standvastigheid eren van hen die vanwege hun geloof worden vervolgd omdat zij trouw blijven aan de ware essentie van hun religie.”

“Met Pasen, als wij terugdenken aan het lijden van Jezus Christus 2000 jaar geleden, denken wij aan de christenen die moeten lijden vanwege hun geloof op vele plekken wereldwijd. Ik wil hen laten weten dat zij zeker niet worden vergeten en dat wij voor hen bidden”, aldus de Britse prins.

Ontmoeting met kerkelijke leiders

De boodschap die op Goede Vrijdag werd verspreid, komt voort uit een ontmoeting die prins Charles heeft gehad met kerkelijke leiders uit het Midden-Oosten, onder wie de paus van de Koptische kerk. Charles spreekt over de gelovigen die de kracht hebben om te bidden voor hun vervolgers en “net als Jezus de vijand vergeven”. Het liefhebben van onze naasten is iets waar we met Pasen, volgens prins Charles, in het bijzonder bij stil kunnen staan.

Gelijkenissen tussen Christendom, Jodendom en Islam

Prins Charles spreekt ook over de gelijkenissen tussen het Christendom, het Jodendom en de Islam. “Eeuwenlang leefden de nakomelingen van Abraham naast elkaar als buren en vrienden.” Ook benoemt hij de unieke rol die Maria speelt in zowel de Bijbel als de Koran.

Chiro KaDee fiere prijswinnaar

Week 2018-15 - 002

In Kerk & leven van 28 maart laatstleden kwam op de foto’s de prijswinnende foto niet goed tot zijn recht. Hierbij een grotere versie met Lander, de hoofdredacteur van Kerk & leven en de afgevaardigde van Canon.

Gelezen in TERTIO van 28 maart 2018

Quote: “Arnaud sprak graag over zijn bekering.”

Volgens pater en geestelijk begeleider Jean-Baptiste uit de abdij van Lagrasse kan de heroïsche daad van luitenant-kolonel Arnaud Beltrame tijdens de aanslag in Trèbes alleen maar verklaard worden vanuit zijn christelijke geloof (La Croix, 25/3).

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De macht van de dood

In ieders leven is het wel eens Goede Vrijdag. Niemand blijft ervan gespaard: onze ouders sterven, een kind, een vriend… En we rouwen, zoals de vrouwen. De eerste troost bieden de dagelijkse bezigheden. Er komt zoveel kijken bij een begrafenis! We denken dat we de steen niet kunnen wegrollen: de steen van de dood is veel te zwaar. We hebben alleen ons geloof: dat brengt ons in een andere wereld, de wereld van God. Hij rolt de steen weg en zegt als we bij een graf komen: ‘Hier is leven, geen dood.’ Ook nu zit er in al de graven van onze geliefden een man in het wit. Niet meer de engel, maar de kerk en haar priester. Ze zeggen: ‘Zoek je je dode? Hij is niet hier, hij leeft!’ Zo machtig is God, dat hij zijn Zoon heeft opgewekt uit de dood. En ook ons en onze geliefden zal God onze Vader doen verrijzen. Wat Jezus overkomen is, overkomt ook onze doden. De dood heeft niet het laatste woord! Maar is dat niet moeilijk te geloven zul je misschien zeggen. Ja, de vrouwen liepen ook weg, ze waren ontdaan. Ze hadden tijd nodig en ook de steun van de apostelen om te geloven. De boodschap van de verrijzenis heeft tijd nodig om in ons door te dringen. Want de steen van de dood is zwaar… Ook wij hebben in ons leven tijd nodig om tot geloof te komen in de prediking van de kerk. Daarom doe ik het steeds opnieuw. Het is in onze tijd té stil rond het verrijzenisgeloof geworden. En toch is het zo: we zijn door het doopsel met Christus aaneengegroeid tot één enkele plant. Kijk naar Christus, naar wat er met hem is gebeurd: hij leeft! En kijk naar je eigen leven en dat van je geliefden: ook wij zullen eens leven bij God! Dan pas zal het voor ons helemaal Pasen zijn.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 4 april 2018

Gelezen in TERTIO van 21 maart 2018

Week 2018-14 - Tertio Paasdoop 20180001

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De zachte kracht van liefde

Het kwaad kon slechts overwonnen worden door een mens die lijdt uit liefde: de lijdende Dienaar. De enige die voor altijd kan genezen, die kan afdalen tot in de diepte van het hart, is Jezus in zijn doodsstrijd voor de mensheid. Dit stille lijden, ogenschijnlijk weinig doeltreffend, is geen toegeving aan het geweld. Het is eigenlijk het grootste ‘geweld’, namelijk dat van de liefde. Je kunt het mysterie van het kwaad niet doeltreffend bestrijden behalve met het mysterie van liefde voor God en voor de mensen. En omdat het kwaad gewelddadig is, kan deze liefde niet anders zijn dan lijden en kruis. Alle andere oplossingen hebben wel waarde, maar ze zijn slechts voorlopig. Het laatste woord ligt elders. De helse cirkel van het kwaad en het geweld kan alleen maar doorbroken worden door een rechtvaardige die sterft zonder bitterheid, met een gebaar van vergeving voor hen die hem doden. Dit alles is alleen maar mogelijk omdat hij zich vol vertrouwen overgeeft in de handen van de Vader… Het mysterie van het kwaad schuilt in ons. Maar wees niet bang: er is vooral het mysterie van Jezus, overwinnaar van het kwaad. Door het doopsel en de heilige Geest hebben wij deel aan de zachte kracht van de liefde die zo eigen is aan de lijdende Dienaar. God roept ons om met hem en in hem dienaars te worden, lijdend voor de wereld. Hij vraagt het aan ieder van ons.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

maandag 2 april 2018

Bedevaart naar Scherpenheuvel 2018

clip_image002

Bedevaart naar Scherpenheuvel

Zoals elk jaar gaat OKRA Korbeek-Dijle ook dit jaar

op bedevaart naar Scherpenheuvel

op maandag 7 mei 2018.

Daarbij is iedereen uitgenodigd,

zowel leden als niet-leden.

Hoe ziet het programma er uit?

Om 12.30 u vertrekken we per auto

aan de kerk van Korbeek-Dijle.

Om 13.30 wonen we de Eucharistie bij in de Mariahal.

Daarna is er vrije tijd.

Om 16.30 u vertrekken we weer huiswaarts.

clip_image004

Deelname is gratis, een fooi voor de chauffeur mag.

Geef wel vóór 1 mei een seintje aan:

Maria Vancampenhout

Tel. 016 47 70 09 of

m.van.campenhout@telenet.be

woensdag 28 maart 2018

Chiro KaDee fiere prijswinnaar

Elke zomer schrijft Kerk & leven een fotowedstrijd uit, in samenwerking met Canon, voor de jeugdgroepen die op kamp gaan: wie de beste kampfoto bezorgt aan Kerk & leven wint een digitaal fototoestel van Canon.

In 2017 was het Chiro KaDee van Korbeek-Dijle die de prijs wegkaapte: met een foto waarop leider Lander Bonkowski in een ijskoud regenwaterbekken sprong en zijn gelaatsuitdrukking boekdelen spreekt. Het verhaal achter de foto was een spel waarbij de eerste die durfde in het bekken springen de winnaar zou zijn van het spel. Terwijl Lander zich ging omkleden om de sprong te wagen was er al iemand anders ingesprongen. Lander kon dus niet meer winnen. Maar men vertelde het hem niet opdat hij zich niet zou bedenken. En dus, Lander sprong! En de fotograaf stond klaar.

Op zondag 11 maart 2018 kwam hoofdredacteur Luk Vanmaercke van Kerk & leven en een vertegenwoordiger van Canon het gewonnen fotoapparaat overhandigen aan Chiro KaDee.
De man van Canon had ook nog twee kaders met een vergrote foto van Lander meegebracht: één om op te hangen in het chirolokaal en één voor Lander.
Ikzelf, als redacteur van Kerk & leven voor Korbeek-Dijle, werd bedacht met twee flessen wijn (voor op één van de volgende vergaderingen van de parochie!).

Proficiat Chiro KaDee, en hartelijk dank aan Canon en Kerk & leven!

Gelezen in TERTIO van 14 maart 2018

1 . Nabij blijven

Uit een Standpunt van Emmanuel Van Lierde

Palliatieve zorg is het antwoord van gelovigen op euthanasie. Dat bleek opnieuw tijdens een zopas door de Pauselijke Academie voor het Leven gehouden congres in Rome. Dokters, verplegers, ethici, theologen en aalmoezeniers uit alle continenten én uit alle wereldgodsdiensten – waar anders trouwens dan in het Vaticaan komt zo’n bont gezelschap bij elkaar? – getuigden er over het omringen van terminale patiënten. Ze wezen op het verschil tussen iemand “helpen sterven” en iemand “helpen aanvaarden dat hij of zij stervende is”. Al zetten de religies de heiligheid van het leven voorop en vinden ze niet dat de mens het recht heeft het leven van een ander of van zichzelf te beëindigen, toch ijveren ze voor de kwaliteit van het leven, verzetten ze zich tegen therapeutische hardnekkigheid, wensen ze de pijn te verzachten en staan ze in voor emotionele, existentiële en spirituele steun.

Staatssecretaris Pietro Parolin had een sterke boodschap voor de deelnemers: “Palliatieve zorg helpt de geneeskunde haar wezenlijke roeping te herontdekken, die er allereerst in bestaat zorg te dragen voor de patiënt. Het is altijd de taak van de dokter zorg te verstrekken, zelfs wanneer het niet meer mogelijk is te genezen”. De kardinaal vervolgde dat “als alle mogelijkheden om iets te ‘doen’ uitgeput zijn het meest belangrijke van menselijke relaties naar boven komt: het ‘zijn’, aanwezig zijn, nabij zijn, aanvaard zijn”. Palliatieve zorg leert dat grenzen niet alleen overwonnen en verlegd, maar soms ook erkend en aanvaard moeten worden. “En dat betekent zieken niet in de steek laten, maar hen nabij blijven en begeleiden”, stelde Parolin.

Rode draad tijdens het congres was sowieso dat palliatieve zorg relationele en barmhartige zorg is waarbij de ander nooit tot last is en de patiënt meer is dan zijn lichaam of ziekte.

“Er is maar één persoon nodig om eenzaamheid te doorbreken”, zei Bart Vanderhaegen, hoofdaalmoezenier van het UZ Gent, in de marge van het congres. De warme nabijheid van één iemand aan het ziekbed kan voldoende zijn om angsten en doodswensen weg te nemen. “Er bestaan vrijwilligers voor eenzame uitvaarten, maar misschien moeten we ook vrijwilligers zoeken die mensen gezelschap willen houden als ze sterven”, merkte topdokter Elisabeth De Waele vorige week in Knack op. Een grote opgave, zeker, maar volgehouden nabijheid aan het sterfbed toont dat liefde sterker is dan de dood.

2 . Kerk is belangrijke speler in sportgeschiedenis

Uit een artikel van Joris Delporte

“Typisch katholieke disciplines bestaan misschien niet, maar de kerk is beslist een belangrijke speler in onze vaderlandse sportgeschiedenis”, stelt (kerk)historicus Dries Vanysacker (KU Leuven). Tijdens de Nacht van de Geschiedenis (Davidsfonds) volgende dinsdag houdt hij een lezing over het “relatieveld” van sport en religie.

De Ronde van Vlaanderen is tegelijk de hoogmis voor wielerliefhebbers en een ware lijdensweg voor deelnemers. Echte kampioenen verrijzen na een inzinking. Supporters bidden voor mirakels en tegenover dopingzondaars tonen we ons doorgaans vol van genade. De beeldspraak liegt er niet om, wielrennen en andere volkssporten associëren velen met religie, meer bepaald het katholicisme.

“Die associatie kwam tot stand in een specifieke historische periode, vanaf het eind van WOII tot de jaren 1960. Dagbladen van katholieke signatuur, waaronder Het Volk en Sportwereld (gaandeweg geïntegreerd in Het Nieuwsblad, nvdr), interesseerden zich toen sterk voor ‘de koers’ en verbonden hun naam aan wielerwedstrijden”, vertelt Dries Vanysacker. “Het bekendste gelovige wielericoon was de Italiaanse kampioen Gino Bartali (1914-2000, nvdr) ofwel ‘de monnik’. Een bijnaam die hij dankte aan zijn lidmaatschap van de ongeschoeide karmelieten in het kader van hun derde orde. Paus Pius XII was alvast onder de indruk, want hij verhief Bartali tot een model van de Katholieke Actie.”

”Aanvankelijk wantrouwden kerkleiders zelfs de wielersport, omdat renners door wedstrijden aan hun zondagsplicht verzaakten. Daarnaast had een peloton veel ‘brute’ jongeren in zijn rangen. Eigenlijk was het wachten op Norbertijn Antoon Van Clé (1891-1955, nvdr) vooraleer een prominente katholiek besefte hoe in de marge van competities zeker kansen lagen voor apostolaat. Die ‘sportpater’ onderhield bijvoorbeeld contacten met wielermonument Albéric – ‘IJzeren Briek’ – Schotte (1919-2004, nvdr), een diepgelovige dwangarbeider van de weg, zoals Eddy Merckx na hem.”

Verzuiling

“Ook in de geschiedenis van het Belgische voetbal speelden katholieken een prominente rol, aangezien het voetbalvirus zich onder meer verspreidde via hun scholen. Lang voor het edele balspel geprofessionaliseerd werd, groeide uit het Luikse jezuïetencollege Saint-Servais de latere topclub Royal Standard de Liège. Huidig tweedeklasser-promovendus Cercle Brugge ontstond bij de lokale broeders xaverianen, waarbij oprichters vooral de liberalen van Club Brugges toenmalige voorloper wensten te counteren”, getuigt Vanysacker. “Naar het beeld van beide West-Vlaamse traditieclubs was onze voetbalwereld sterk ‘verzuild’. Een nog duidelijkere illustratie daarvan leverden twee Mechelse rivalen. Liberaal politicus Oscar Vankesbeeck (1886-1943, nvdr) was de sterke man van Racing Mechelen, terwijl kanunnik Francis Dessain KV Mechelen – ‘Malinwa’ – leidde. Wat bij die laatste bezwaarlijk een protocollaire functie bleek; Dessain – later trouwens nog bondsvoorzitter – betrad graag het veld.”

Heilige Geest in gezond lichaam

“Volgens een deel van onze publieke opinie verwaarloosde de kerk altijd de sportbeoefening. Dat is een zwarte legende. Wie kon de jongste eeuw voorbij aan enkele sportieve pausen, onder wie alpinist Pius XI en voetballer Joannes Paulus II?”

“De positieve houding tegenover lichaamscultuur spreekt in een recenter verleden uit de acties en publicaties van twee Curieorganen. Naast een in 2004 opgerichte sportafdeling binnen het Dicasterie voor Leken, Gezin en Leven, heeft paus Franciscus in 2013 de Pauselijke Raad voor de Cultuur uitgebreid met een sportdienst. Samen buigen die instanties zich over de behoefte aan specifieke pastorale zorg. Ook ethiek staat daar hoog op de agenda, want voor Rome dient competitiesport bovenal humaan te blijven. Doping is uit den boze en tegenstanders verdienen altijd respect; verliezers zijn nooit losers. Het katholicisme geeft dan ook zijn specifieke invulling aan het Latijnse adagium mens sana in corpore sano (een gezonde geest in een gezond lichaam). Op basis van Paulus’ 1 Korintiërs is het gezonde sportieve lichaam een tempel waarin de heilige Geest huist.”

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Een verwend of verwonderd kind?

De eerste teelaarde waarin het christendom of het geloof gezaaid kan worden is de verwondering. Het kenmerkt onze tijd dat mensen alles normaal vinden, evident, dat zij menen ‘recht’ te hebben op zoveel dingen. De mens evolueert naar een type dat zich niet meer verwondert, levend in een wereld van vanzelfsprekendheden, zich niet bewust van het feit dat hij iets gekregen heeft. Hier schuilt het gevaar een ‘vlakke mens’ te worden, die het als normaal beschouwt dat hij leeft, ademt, gezond is, kan spreken, dat de zon opgaat, dat hij voedsel heeft… Zo sterft in deze wereld alle gevoel voor het geheim, voor verwondering, voor geven en ontvangen, voor onverdiend krijgen. Daarom worden zoveel mensen agressief, bitsig, humeurig, zo fundamenteel depressief. De mens gedraagt zich onbewust als een verwend kind. Het idee van ‘geschenk’, van het overstijgen van onze krachten, van intreden in een breder en dieper geheel, kan wegstromen uit onze cultuur tot een vlakke, platte vanzelfsprekendheid. Een mens die zich nooit meer verwondert, is in zijn menselijkheid gefnuikt en defect. Hij is geen mens meer. Uit zo’n cultuur verdwijnt ook de dankbaarheid. Ik denk dat we er alles aan moeten doen om in de wijze waarop we de natuur, de dingen en de mensen voorstellen, het geheim dat ze bevatten, het door God gegeven karakter, te doen uitkomen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 21 maart 2018

Reisverslag Gard Sri-Lanka

Goede morgen vanuit Sri Lanka.

Als je niet zou weten waar dat is, en je atlas nog zoek is: dit is het eiland dat als een grote diamant, of als een traan, naast Zuid-India uit de oceaan opduikt. Beide vergelijkingen zijn realiteit: het land puilt uit van de edelstenen en is redelijk welvarend, maar het heeft ook een pijnlijk dramatische geschiedenis achter de rug.

De oudste bewoners, de Vedda, zijn bijna helemaal verdwenen. Ongeveer zeshonderd jaar voor Christus arriveerden een grote groep Singalezen uit Noord-India. Zijn konden over een droge landstrook stappen die toen nog het eiland verbond met India. Die landbrug is ondertussen onder water gelopen en die Singalezen hebben heel het eiland ingenomen.

Driehonderd jaar later hebben ze zich bekeerd van het Hindoeisme naar het Boeddhisme. Volgens het verhaal was dat onder invloed van prins Mahindra, de zoon van keizer Ashoke van India. Tegelijk werd de stad Anuradhapura het machtigste koninkrijk van het eiland en bleef de hoofdstad voor duizend vijfhonderd jaar.

Maar geleidelijk en eeuwenlang kwamen er ook vele, vele Tamil uit Zuid-India. Zij vestigden zich in het noorden van het eiland en bleven vrome Hindoes. Nu maken ze ongeveer twintig procent uit van de bevolking. Terloops: Sri Lanka is ongeveer tweemaal zo groot als België en heeft ongeveer tweemaal zo veel inwoners.

Er is altijd wel wat inwendige strijd geweest en de hoofdstad heeft zich vaak verplaatst: van Anuradhapura over Polonaruwa, Kandy en de koloniale hoofdsteden naar Kotte sinds de onafhankelijkheid.

Bij het begin van de zestiende eeuw kwamen de Portugezen er aan. Zij bouwden enkele handelsposten langs de kusten omwille van de kaneel. Die groeide hier in overvloed en kon heel duur verkocht worden in Europa. Daar was immers weinig zout of kruiden en dit bracht smaak in het eten! De Portugezen, vurige katholieken, bekeerden heel wat inlanders zodat je nu overal kerken vindt. Zeven procent is nu katholiek. Toen de paus hier vier jaar geleden op bedevaart kwam, had hij tweemaal een half miljoen aanwezigen bij de misvieringen. Het moet gezegd: de geloofsbelijdenissen lopen hier wel wat door mekaar: boeddhisten lopen binnen in de hindoetempels, katholieken bezoeken boeddhistische heiligdommen of hindoes wonen katholieke erediensten bij. Alleen de Moslims houden zich strikt afgezonderd.

Na de Portugezen, kwamen de Nederlanders van de Verenigde Oost-Indie Coompanie (VOC) Zij namen de hele kuststreek in rondom het eiland. Zij waren vurige Calvinisten en zij vervolgden een tijdje de katholieken. Zij bouwden ook enkele forten op de kust, niet om zich te verdedigen tegen de inlanders waarmee ze zaken deden maar om hun andere handelsroutes over zee te verdedigen.

Bij het einde van de achttiende eeuw werden ze verdreven door de Engelsen. Die probeerden ook het binnenland te veroveren. Dat is hun uiteindelijk gelukt na veel strijd en opofferingen, want het Kandy-rijk verschool zich in de bergen, in een tropisch oerwoud. De Britten onteigenden gronden en startten met koffieplantages. Een plantenziekte stelde er een einde aan. Toen probeerden zij met thee, en zie, dat lukte wonderwel. Nog steeds is Ceylonthee (Ceylon is de koloniale naam voor dit eiland) geroemd als een van de beste thee’s. Maar de Singalezen wilden geen slavenwerk doen op de Britse plantages. Daarom brachten de Engelsen Tamil-vrouwkracht als pluksters uit Zuid-India naar de velden in de centrale bergen. De twee groepen Tamil in het land hebben geen verband met elkaar.

De kolonisten bevorderden echter de noordelijke Tamil met beter onderwijs, betere postjes, voordeliger handelsrelaties enzovoort. Als het land in 1948 onafhankelijk wordt, weegt de getalsterkte van de Singalezen (80 % van de bevolking) demokratisch door. Plots zijn de postjes, enzovoort van de Tamil weg en er groeit onrust, meestal vreedzaam. Eén enkele organisatie, de Tamil-tijgers, kiest voor sluipend geweld. Deze situatie doet me sterk denken aan de problemen in Rwanda met Hutu en Tutsi, die tot de genocide geleid heeft.

De regering van overtuigde boeddhistische Singalezen stuurt politie naar het noordelijk gebied en op een nacht worden twaalf van hen in hun slaap afgemaakt. Er volgen drie dagen van wraak, brandstichting en lynchpartijenn in heel het land. De politie en de regering laten betijen.

Dan volgen er jaren van burgeroorlog, blokkades, economische wurging en zo meer. Tot na de aanslagen in New York (nine-eleven) de bankrekeningen van de Tamil Tijgers in het buitenland geblokkeerd werden. In de hardste maffia-stijl persten ze de Tamils af die het geweld ontvlucht waren. Na 2001 hadden de rebellen plots veel minder inkomsten en verzwakte hun slagkracht.

De eindstrijd kwam in 2009 toen de twee legers naar mekaar toe marcheerden met tussen hen in tienduizend ongewapende, weerloze burgers. Vele duizende doden vielen en nog veel meer gekwetsten, naast de militaire slachtoffers. Want vele strijders waren gedwongen tot vechten, eerder dan overtuigden.

Een zucht van opluchting, een kreet van blijdschap ging door het hele land, niet om de overwinning of de nederlaag, maar om het einde van het geweld. En het moet gezegd: de centrale regering doet sindsdien sterk haar best met de wederopbouw. Ik ben nu in het oorlogsgebied van tien jaar geleden en er is niet echt veel oorlogsschade meer te zien. De wegen worden verbeterd, een nieuwe treinverbinding aangelegd, er is electricteit en drinkwater, de elektronische communicatie is vrijwel perfect.

Inderdaad, Ceylon, Sri Lanka, een dikke traan en een grote diamant.

Ik merk dat ik nog niets gezegd heb over mijn persoonlijke ervaringen maar dat laat ik voor een volgende keer. Hierbij zet ik de foto’s van een Boeddhistische stoepa, een Hindoe gopuram en een katholieke kathedraal.

------------------------------------------------

Langs de oceaan naar de bergen.

Reeds twee weken reis ik door Sri Lanka, meestal in een druk programma zen samengeperst tijdsschema.

Het eerste bezoek van de reis duurde slechts een halve dag. Enkele uren om door 1400 jaar geschiedenis te stappen van de eerste hoofdstad Anuradapura. Van de politieke inrichting blijft niet veel meer over, behalve de eerste “Tempel van de Tand”. Die tand erkent men als eentje uit het gebit van de Verlichte, de Boeddha, de grondlegger van het geloof van drie kwart van de Lankanen. Eeuwenlang heerste het gebruik dat wie de tand in bezit had, meteen koning was van het rijk. Die tempel stond in Anuradapura vrij ver weg van het paleis van de koning en kon een uitdager dus vrij gemakkelijk veroveren. De heersers in de latere tijd werden wijzer, en bouwden de tempel steeds dichter bij hun paleis. De huidige, de vijfde Tempel van de Tand stond midden in het paleis van de laatste koning in Kandy. De Britten complotteerden met verraders, namen zijne majesteit gevangen tijdens een staatsgreep van het leger en zetten hem af. Hij stierf in ballingschap. Maar dat is latere geschiedenis.

De religieuze monumenten van de oudste koningsstad waren in de loop der jaren verwaarloosd en werden pas in de laatste eeuw min of meer gerestaureerd. De grote stupa werd bijvoorbeeld herbouwd tot slechts 43 m hoog, dat is maar een derde van het oorspronkelijke gebouw. Dat monument was volledig gevuld met miljoenen bakstenen! Wat verder staat een oude bodi-boom (ficus religiosa), waarvan gezegd wordt dat het een originele zijscheut is van de boom waaronder Sidharta Gautama tot verliching kwam en Boeddha werd. Die scheut is als geschenk aan de koning naar hier gebracht en wordt nog met heel veel eerbied en zorg behandeld. Zijn wijde takken worden gesteund door gouden stutten. Bedevaarders knopen offergeld in witte doekjes en hangen die aan de afsluiting in gebed voor een vurige wens, zoals kinderen, een goede job, een gezond leven.

Belangrijker om te bezoeken is de ontmoetingsplaats van de Indiase prins Mahinda met de toenmalige koning, een wildeman. Mahinda bekeerde de koning tot het vredelievend boeddhisme. De rest van zijn land volgde. Ik schreef het al eerder: bijna alle Singalezen (het volk van de leeuwen) zijn overtuigde, vrome boeddhisten.

Daarna kwam ik in het meest noordelijke puntje van het eiland, de streek van de Tamils, het volk van de tijgers. Zij kwamen uit het meest zuidelijke deel van India en zijn merendeel Hindoe.

Zowel in Jafna al in Trincomalee verstoorde een taifoen mijn plannen: snorkelen en een safari naar de dolfijnen in zee zijn afgelast vanwege de storm. Niet getreurd, want er waren andere dingen te beleven. Op het Nagadeepa-eiland staat een prachtige gopuram. Dat kan je best vergelijken met een kerktoren bij ons: lang voor je een hindoe-tempel ziet, wenkt dit gebouw. Langs vier zijden loopt het geleidelijk spits uit in vele, vele verdiepingen. Ook hier is hij versierd met godenbeelden in de zachtste pasteltinten.

In Jafna zelf heb ik een dagelijkse avondceremonie bijgewoond als de god Vishnoe op zijn rijdier (een zilveren mythische vogel, de garuda) rondgedragen wordt doorheen zijn heiligdom vooraleer hij zich te ruste begeeft met zijn vrouw Laksmi. Alle mannen, ook vreemde toeschouwers, moeten er uit eerbied in bloot bovenlijf lopen. Luid tromgeroffel en het huilen van de kinkhoorn begeleidt die processie. Vele gelovigen vleien zich neer op de grond of kussen de plaats waar de dragers hebben gestapt. Foto’s helaas verboden.

Door de vele regen in Trinco, nam ik tweemaal het avondmaal in een klein restaurantje rechtover het hotel.

- Hoe heet je?

- John.

- Dat is een westerse, een christelijke naam. Ben je christen?

- Ik ben katholiek.

- Ben je van hier?

- Neen, ik kom uit Kandy, maar mijn vrouw is van hier.

- Heb je kinderen?

- Neen, nog niet. We zijn al vier jaar getrouwd.

- Wil je nu al kinderen?

- Ja, heel graag. Maar er komen er geen. Wil je voor mij bidden?

Ik heb het hem beloofd. Beide maaltijden, eentje met garnalen, eentje met vis, waren heerlijk en ik moest met hem op de foto. Als ik de laatste avond buiten stap, loopt hij me achterna en hij vraagt me opnieuw voor hem te bidden. Ik herhaal mijn belofte en raad hem aan in zijn vakantie rustig lang in bed te blijven en van seks te genieten zonder altijd aan kinderen te denken. Als hij binnenkort kinderen zou krijgen, dan blijft hij mij voorzeker eeuwig dankbaar. Voor mijn gebed of voor mijn raad.

Daarna zijn we met hele gezelschap naar Sigiriya gereden. Ik wou er graag de vijfhonderd jaar oude geschilderde nimfen op de rotsen nog eenmaal fotograferen, maar dat is nu verboden. Tegelijk viel de regen met bakken uit de hemel en de nimfen staan 1200 trappen hoog. Ik ben rustig droog in het restaurant gebleven.

’s Anderendaags zouden we de tweede hoofdstad van het land met de fiets bezoeken, maar de nacht voordien kreeg ik ernstige diarree. De volgende dag kwam er een lange busreis. Dus besloot ik een dokter te raadplegen. Want antibiotica zijn hier alleen op voorschrift te krijgen.

Dokters hebben hier geen privépraktijk, maar zijn deel van een polikliniek. Daarbij hoort ook een apotheek. Gelukkig sprak de arts vloeiend Engels, ondervroeg mij, luisterde naar mij, maar gaf dan de uitleg aan de reisleidster. Ik voelde me een beetje kinds. Maar de medicijjman was wel erg geïnteresseerd in de landen waar ik al gereisd had en in de reden waarom mijn Nederlandse begeleidster in Sri Lanka leefde. Toen hij plots mijn leeftijd hoorde, maakte hij zich ongerust en nam nog mijn bloeddruK. Volgens hem was die als van een jonge man. In de apotheek kreeg ik allerhande medicijnen (ook een fles water!) en een rekening van 18.00 € inbegrepen het doktershonorarium.

Dan naar Kandy de voorlaatste hoofdstad en met de huidige Tempel van de Tand. Driemaal daags wordt telkens gedurende een kwartier de buitenste relikwiekast getoond aan het publiek. De tand zit in zeven in elkaar geschoven kasten met zeven sleutels. Zes monniken en de president hebben elk één van de sleutels en moeten dus overleggen als ze de tand zelf willen tonen. Natuurlijk is het trekken, duwen, ellenbogenwerk van gelovigen, toeristen en curieuzeneuzen om bij die relikwie te komen als het deurtje geopend is. Dit was de derde keer dat ik er was en de eerste keer dat ik er in geslaagd ben het te zien EN te fotograferen. Hierbij zit een uiterst zeldzaam beeld van het gouden schrijn!

Ik heb niet verteld van de twee bezoeken aan de natuurparken, want in de komende week, verblijf ik in een derde. Van de twee die ik gezien heb was het eerste het meest indrukwekkende, met grote kuddes olifanten. Ook daarvan laat ik u mee genieten.

Ik wens je nog even het allerbeste. Ayuboya. Tot binnenkort.

------------------------------------------------

Koffie, thee en groenten

Het is mijn voorlaatste dag in Sri Lanka. Nog snel enkele verhaaltjes.

Om te beginnen enig pijnlijk nieuws. Toen ik twee dagen uit Kandy weg was, is er daar een jongetje doodgereden. Spijtig voorval, maar er volgde veel meer. De chauffeur en zijn hulpje waren moslims, het knaapje een singalees, dus hoogstwaarschijnlijk een boeddhist. De ergste nationalistische en/of religieuze fundamentalisten begonnen keet te schoppen. Een menigte is te hoop gelopen en hebben de twee moslims gelyncht. Enkele uren later al is de noodtoestand uitgeroepen en de avondklok ingesteld voor heel het Kandy-gebied. Dit incident toont hoe de verhoudingenin dit land nog steeds op scherp staan, negen jaar na het einde van de burgeroorlog.

In de nasleep zijn uitgaande berichten op Facebook, Twitter, WhatsApp en dergelijke geblokkeerd om uitbreiding van het conflict te voorkomen. Ik heb zonet e-mail geprobeerd en dat lijkt te werken. Zo niet krijg je dit bericht over een paar dagen. Om je gerust te stellen: Hier aan de zuidkust waar ik nu verblijf, is geen probleem.

Toen wij op de weg hierheen stopten voor een snack, kwam er een klas kinderen uit een Islamschool voorbij. Alle schooluniformen in dit land, van staatsscholen, scholen met religieuze inslag, privéscholen, enz. zijn wit. Kijk even heel nauwkeurig naar de foto: jongens en meisjes samen in de klas, de ene juf met, de andere zonder hoofddoek, naargelang ze het zelf willen. Ook die verdraagzaamheidi is deel van Sri Lanka.

Nu terug naar mijn belevenissen. Toen de Britten hier toekwamen in het begin van de negentiende eeuw en ook het binnenland innamen (De Portugezen en de Nederlanders hadden alleen de kust ingenomen met handelsposten) leden ze vreselijk onder de vochtigen hitte. Airconditioning bestond niet en ze waren ‘deftig’ gekleed. Ze leden onder malaria, moeraskoorst, knokkelkoorts en heimwee. Hun ontspanning was whisky, liefst met ijsblolkjes ‘on the rocks’. Het was dus telkens een feest als een schip toekwam met een ijsvoorraad.

Om even te ontsnappen uit die hitte trokken ze de bergen in. Ons reisgezelschap deed dat ook. De kolonisten vonden een onbewoond gebied op 1800 meter hoogte met een eeuwig lenteweertje! Ze hebben bossen gerooid, villa’s gebowd, wegen aangelegd en er inlanders naar toe gebracht om voor hen te werken. Ze creëerden de stad Nuwara Eliya. Even later gingen de koffieplantages ten onder aan een dodelijke plantenziekte, maar net toen had James Taylor zich bekwaamd in het kweken en bereiden van de beste thee. De hoge bergen met een mild klimaat waren de ideale plaats voor deze cultuur en de Ceylon-thee raakte wereldberoemd en werd vooral in Engeland gesmaakt. (Ceylon is de naam die de Britten aan dit eiland gaven.) Dit bleek ook een beste plaats om groenten te kweken op kleine terrasjes. Enkele vierkante meter, telkens een andere variëteit. Deze streek produceert bijna alle groenten voor heel Sri Lanka. Dit is ook de enige plaats op het eiland waar men rozen vindt, elders is het immers te heet. Ik voeg hier twee foto’s daarover bij.

In het Udawalawa Nationaal park waren weer olifanten op de afspraak, maar ook buffels, krokodillen, en veel, veel vogels. Tegelijk bood het park een moment van rust in een druk reisprogramma. Toen ik er drie dage geleden toekwam, vertelde de chauffeur dat het pas de derde regendag was na een droog seizoen. Beide dagen van mijn verblijf zijn er verschillende buien gevallen, maar ons gezelschap had geluk bij de safari: ik zag overal om ons heen donkere wolken en sluiers regen er onder, verschillende jeeps waren drijfnat, op de wegen stonden grote plassen water en wij hielden het droog!

Straks gaan we nog de stad Galle bezoeken, een nederzetting door de Nederlanders voorzien van een fort. Dit oude fort uit de zeventiende eeuw is nog bewoond en is een toeristische attractie geworden, vol winkeltjes met de duurdere souvenirs voor buitenlandse toeristen. Daarna volgt het afscheidsmaal.

Morgen nog een te kort bezoek aan de hoofdstad Colombo. Van daaruit vlieg ik terug.

Tot later. Geniet van en wees dankbaar voor het leven.

Gard

Week 2018-12 - GopuramWeek 2018-12 - Islam schoolWeek 2018-12 - Kathedraal