woensdag 7 november 2018

Chiro Korbeek-Dijle 75 jaar

Week 2018-45 - Chiro 75 jaar0001

Pastoor Tussen Ijse, Voer En Dijle

Inhaling

Op 22 maart 1986 overleed in zijn pastorij in Neerijse pastoor Pieter Palmaerts. In Korbeek-Dijle wou pastoor Marcel Lievens, toen 79 jaar, op rust gaan. Het aartsbisdom had in die tijd reeds problemen om alle lege plaatsen van parochiepriester op te vullen. Daarom trachtten zij de onderpastoors die er links en rechts nog waren als verantwoordelijke pastoor voor meerdere parochies tegelijk te benoemen. Marcel Struyf, 39 jaar, onderpastoor in Haacht, werd de uitverkoren man om pastoor te worden tegelijkertijd van Neerijse en van Korbeek-Dijle. Marcel kreeg onderdak in de pastorij van Neerijse en zou van daar uit ook Korbeek-Dijle bedienen.

Op zondag 12 oktober 1986 werd hij als pastoor ingehaald in Neerijse. Deken Verdée van Heverlee was er bij, evenals burgemeester Verheyden van Huldenberg en zijn schepenen en, als bezige bijen, uiteraard ook de zusters Philomena en Antonia. De mensen van Neerijse waren blij, na zoveel maanden zonder herder, opnieuw een pastoor in hun midden te hebben. De kerk was te klein om alle opgekomen parochianen en vrienden een plaatsje te bieden voor de eucharistieviering, waarin Marcel Struyf officieel tot pastoor van Neerijse werd aangesteld. Te klein was ook de gemeentelijke feestzaal in Neerijse waar door het gemeentebestuur van Huldenberg een receptie werd aangeboden.

Veertien dagen later, op zondag 26 oktober 1986, werd Marcel Struyf als pastoor ingehaald in Korbeek-Dijle. Om 15u werd de pastoor opgewacht aan de Kleinebroekstraat, aan de grens met Neerijse. In stoet ging het dan naar de kerk waar de aanstellingsmis plaats vond om 16u. Nadien was er een receptie, aangeboden door het gemeentebestuur van Bertem, in de Parochiale Gebouwen. De mensen van Korbeek-Dijle waren in uitbundige feeststemming. ’s Zondags voordien was het afscheid gevierd van pastoor Lievens en de smaak van het vieren had hen helemaal te pakken. Er werd veel gedronken en gedanst. Zelfs de nieuwe pastoor werd verleid tot een dansje met zijn moeder.

clip_image002

Raf De Coster, gemeentesecretaris, heeft toen herhaaldelijk bijkomende drank moeten laten aanrukken. Marcel Struyf, eenvoudig van aard, geboren en opgegroeid in het landelijke Willebringen, kon blijkbaar goed overweg met het gewone volk en genoot onmiddellijk de sympathie van de Korbekenaren.

De kerk van Korbeek-Dijle

Wat hem in Korbeek-Dijle bij zijn eerste kennismaking was opgevallen, was de lamentabele toestand van de kerk. Hij moet toen gedacht hebben: wat een erfenis! Maar, vermits hij van aanpakken weet heeft hij met grote vastberadenheid zijn schouders gezet onder het project, dat reeds lopende was, om de kerk te herstellen. Onder zijn stuwende kracht kwam alles in een stroomversnelling. Er werd een akkoord gesloten met het gemeentebestuur van Bertem: de gemeente zou de restauratie van de buitenkant van de kerk bekostigen en de parochie moest zorgen voor de binnenrestauratie. Honderden mensen hebben ertoe bijgedragen dat de binnenherstelling tot een goed einde kwam. Het is ongelooflijk hoe de bezieling van een pastoor die, in overall, zelf de leiding van de werken nam, talloze Korbekenaren – ook sommigen die zeker niet de dorpel van de kerk plat liepen – ertoe bracht lijfelijk mee te werken of een geldelijke bijdrage te storten of ze te inspireren om de nodige fondsen hier en elders bij mekaar te zoeken. Er was weinig of geen geld bij de start en, al liepen de kosten hoog op, bij de voltooiing van de binnenwerken – en hier waren de nieuwe glasramen inbegrepen - konden alle rekeningen worden betaald. De parochie heeft geen frank moeten lenen. Deze stunt van de pastoor heeft een speciale en blijvende band gecreëerd tussen hem en zijn Korbeekse parochianen. Zie foto van de pastoor in overall met lasbril en gasbrander, toen werkend aan de nieuwe centrale verwarming van de Korbeekse kerk.

clip_image004

Tijdens de werken aan de kerk hadden de misvieringen plaats in de Parochiale Gebouwen. Op paaszaterdag 25 maart 1989 werd voor de eerste maal opnieuw de mis opgedragen in de vernieuwde kerk. Wij kwamen samen om 21u in de Parochiale Gebouwen. Daar werd het vuur gewijd en in stoet werd het H.Sacrament, door fakkels begeleid, overgebracht naar de kerk, waar de plechtige paasviering werd verder gezet.

Tocht naar het Beloofde Land

De pastoor houdt van innovaties. Nadat de schilderwerken van de ondertussen gedroogde kerkmuren waren uitgevoerd – weer met parochiale mankracht – werd op zondag 30 augustus 1992, feest van Sint-Bartholomeus en Korbeekkermis, om 9.30u een openluchtmis opgedragen in het Broek, helemaal op het einde van Ormendaal. Het afgelegen Ormendaal was voordien een beetje verwaarloosd op kerkelijk gebied en kwam nu in het middelpunt van de belangstelling. Na de openluchtmis trok een vernieuwde H.Sacramentsprocessie, met alle attributen eigen aan de tocht naar het Beloofde Land, naar de gerestaureerde kerk. Er van uitgaande dat de Israëlieten toch niet helemaal zonder natte kleren door de Rode Zee zijn getrokken, mogen wij zeggen dat het realiteitsgehalte van onze processie bijzonder hoog was. Bij het vertrek van de processie vielen er een paar druppels, maar geleidelijk aan druppelde het meer en meer en tenslotte regende het pijpenstelen. Maar zonder verpinken werd de geplande tocht, met al haar haltes onderweg, volledig afgewerkt. In de namiddag was er een groot volksfeest voorzien, dat dan wel figuurlijk en letterlijk in het water is gevallen. ’s Zondags daarna, op 6 september 1992, werd de viering van de voltooiing van de restauratiewerken nog eens overgedaan in de kerk, met de gemeentelijke mandatarissen als officiële genodigden, gevolgd door een receptie in de Parochiale Gebouwen.

O.L.Vrouw-ten-Puy-kapel

Ondertussen was de pastoor ook aan ’t werk geschoten in Neerijse. Neerijse bezit naast haar tweetorige neoromaanse kerk nog een zeer mooi gebedshuis in rococostijl, de O.L.Vrouw-ten-Puy-kapel. Bij de vernieuwingswerken van de toren van deze kapel in 1992 stond pastoor Marcel Struyf weer in de frontlinie. Hij stond op een stelling om het koperwerk te solderen als plots zijn gassoldeerbout ontplofte. Dat had een ramp kunnen zijn. Maar O.L.Vrouw moet hem zeker beschermd hebben. Hij kwam er gelukkiglijk met een licht gekwetst oog van af. ’s Anderendaags stond Marcel met een lapje voor zijn geblesseerd oog weeral op de stelling. Het werk moest vooruitgaan. En als permanente mei plaatste Marcel terug een haan bovenop het kruis van de nieuwe toren.

Tien jaar pastoor

Toen Marcel Struyf tien jaar pastoor was in Neerijse en Korbeek-Dijle wilden wij dit niet onopgemerkt laten voorbijgaan. In Neerijse werd hij gevierd in de loop van oktober 1996. In Korbeek-Dijle gebeurde de herdenking op zondag 10 november: een eucharistieviering in het teken van onze dankbaarheid om 9.30 u, gevolgd door een receptie in de kerk. Op die receptie ging het er nogal vrolijk aan toe. In de mis hadden wij als evangelie het verhaal van de bruiloft van Kana gekozen, en bij het begin van de receptie hebben wij met een ingenieus apparaat uitgetest of ook de pastoor water in wijn kon veranderen. Het lukte perfect, tot groot jolijt van alle aanwezigen. Daarmee was de toon van het verdere verloop van de receptie gezet. Nog enkele grappige en lichtvoetige toespraakjes van Maria Maginelle, Steven Poels, Gilbert Vandezande en mijzelf, met de pastoor als (lijdend) voorwerp, hielden de stemming constant op peil. Een geschenk en een etentje rondden deze viering af.

Vijfentwintig jaar priester

Twee jaar later was Marcel Struyf 25 jaar priester. In Korbeek-Dijle werd dit gevierd op zondag 21 juni 1998 met een dankmis in de kerk om 10.30 u, gevolgd door een receptie. De pastoor kreeg twee mooie kazuifels cadeau en werd nog getrakteerd op een etentje.

In Neerijse werd zijn zilveren priesterjubileum gevierd op zondag 11 oktober 1998. Totaal onwetend over wat hem te wachten stond kwam de pastoor tegen 10.30 u naar de kerk om de mis op te dragen. Hij zag en voelde dat er wat gaande was: een bomvolle kerk, heel veel kinderen. Dat was hij niet gewoon. Alvorens de eucharistie te beginnen wou hij toch wat meer weten. Men heeft dan wel een tipje van de sluier moeten lichten. Het werd een viering waarin de schoolkinderen een zeer actieve rol speelden. Na de mis trok iedereen naar de gemeentezaal waar een fotocollage over het leven van de pastoor werd tentoongesteld. Enkele erkenbare attributen werden er bij geplaatst, zoals een man in overall, en, voor de verstokte roker, sigaretten en aanstekers. Maar eerst moest de tentoonstelling plechtig worden geopend. Niet met het klassieke lintjesknippen, nee, voor hun technisch aangelegde pastoor hadden de Neerijsenaren een ijzeren draad gespannen, en een kind bood hem een kniptang aan op een kussen. Hij begreep natuurlijk de zinspeling, maar gekscheerde dat de kniptang toch niet van de beste kwaliteit was. Er werd ook getoast en de pastoor werd met geschenken overladen.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Kruis of dierenriem?

Paulus zegt niet dat wetenschap en techniek, het zoeken naar de geheimen van de natuur en van de mens, de geneeskunde, de communicatie uit den boze zijn. Wel dat dáár het uiteindelijke geluk van de mens niet is gelegen en dat daar de laatste raadsels over zijn wezen niet worden opgelost. Het meester worden over alles leidt tot niets als het niet gedragen wordt door een fundamentele luisterbereidheid naar wijsheid die van veel verder komt. Wat baat het ons heer te zijn over alles, als we daarbij ons kindschap Gods verliezen? Gods pedagogie om ons te verlossen verliep nu eenmaal niet in de vorm van ‘de zegetocht van de rede’ door de geschiedenis van deze wereld, maar over de dwaasheid van het kruis van zijn Zoon. Dit vraagt een hele omwenteling in ons denken, een langzaam aan leren geloven in de verborgen vruchtbaarheid van het kruis. Geloven wij in de ‘arme middelen’ waardoor God vaak het sterkst werkt? Veertig jaar lang heeft de kerk uit Midden- en Oost-Europa niets anders gehad: geen seminaries, geen boeken, geen catechese, geen organisaties en structuren, bijna geen priesters en geen geëngageerde leken. Alleen een intens geloof ‘dat bloed heeft gekost’ heeft de kerk levend gehouden. Ook bij ons is er geen andere weg: niet de macht van de kerk, haar prestige, haar middelen in geld of personeel, haar public relations of haar aanzien kunnen haar redden, alleen een diepe bekering tot meer geloof in de Gekruisigde.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 4 november 2018

Agenda bijgewerkt

Bekijk onze bijgewerkte agenda op de agenda-pagina.

woensdag 31 oktober 2018

Retrobal

Week 2018-44 - Retrobal0001

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De heilige sluimert in je hart

Durf naar je binnenkant te kijken. Want in elk van jullie leeft, als een graankorrel gevallen in de goede grond van je hart, een heilige. Al wie gedoopt is en gelooft, draagt de kiem van een heilige in zich. Je zult misschien zeggen: ‘Ik ben niet heilig, je kent me niet, ik ben een arme zondaar.’ En toch: ‘Al was je kwaad rood als scharlaken, ik, zegt de Heer, maak het wit als sneeuw’ (Js 1,18). De heilige sluimert in je hart. Laat het me bewijzen. Telkens als iemand tot je spreekt, over een arm hart, een zacht, mild en barmhartig hart, dan zeg je diep in jezelf: ‘Ach, was ik maar zo! Ik zou graag zo’n barmhartig hart hebben!’ Dat is de heilige die in je spreekt. Je beste ik dat van God komt. Laat deze heilige voluit in je spreken en laat hem zeggen: ‘God, ik ben arm en zwak, maar kijk me aan, kijk naar mijn binnenkant en red mij!’

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 24 oktober 2018

Gelezen in TERTIO van 10 oktober 2018

“Hopen is daden stellen”

Uit een vraaggesprek van Sylvie Walraevens met Bleri Lleshi.

Bleri Lleshi, politiek filosoof en jongerenwerker: “Ik wil niemand overtuigen, alleen een andere kijk bieden. Burgers hebben recht op alternatieven voor het dominante wereldbeeld dat eigenbelang, onverschilligheid en verharding propageert.”

Bleri Lleshi’s jongste boek De kracht van hoop is een beklijvend betoog voor engagement, verzet en actieve hoop. De notie “hoop” heeft aan kracht ingeboet, stelt de Albanese Belg vast. “Gelovigen hopen op een leven na de dood – een vaag verlangen -, anderen geven zich over aan een onbestemde toekomst waarvan ze het beste hopen. Zelden zien we hoop als motor voor sociale verandering.”

U neemt het leven van Martin Luther King als leidraad voor uw betoog. Waarom?

“Het hoopvolle, geweldloze verzet van King is mijn grootste inspiratiebron. Belgische jongeren weten nauwelijks nog iets over hem, de best geïnformeerden kunnen nog net ‘I have a dream’ citeren. Verder reikt het niet. Ik wik in mijn boek de mateloze inspiratie belichten die van hem uitging, maar ik breng een andere King dan de softe Santa Claus-versie uit de mainstream media. De Amerikaanse dominee was geen doetje, hij maakte een radicale analyse van zijn samenleving. Hij zag heel helder dat economische ongelijkheid en armoede aan de basis lagen van allerlei andere problemen, zoals ziekte, zelfmoord, oorlog en milieurampen. Zijn boodschap van verzet blijft ongelooflijk actueel, want de ongelijkheid in de huidige wereld had King zich zelfs niet kunnen inbeelden. Dat vandaag acht mannen evenveel bezitten als de 3,6 miljard armste mensen, dat een ceo niet 25 maal – zoals in Kings tijd – maar duizenden keren het loon van zijn laagstbetaalde werknemer verdient, dat bedrijven als Amazon moderne slavernij toelaten… daar moeten we ons tegen verzetten. In naam van een grotere rechtvaardigheid.”

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: ‘Trinitarische’ mensen

Voor sommigen onder ons is de Drie-eenheid het verwarrende pakket van ‘drie-in-één’, veel te complex om er lang bij stil te staan en zonder impact op ons leven van gebed en christelijke praktijk. Zonder dan nog te spreken van die bevreemdende constructie van de ‘driehoek met het alziende oog’ die je vroeger kon zien in veel huiskamers. Anderen vinden het een onbegrijpelijk geheim dat ons verstand ver te boven gaat. En toch! De Drie-eenheid is zoveel meer. Voor elk gebed en voor het hele leven is ze de onuitputtelijke bron om uit te drinken. Christenen zijn ‘trinitarische’ mensen. Omdat heel ons wezen en zijn bevloeid worden door die liefde die ontspringt aan het drie-ene hart van God. We leven uit, van en naar die liefde toe. Uit God zijn wij geboren, door een God van liefde worden we gedragen; naar die haard van liefde zijn wij op weg. De Drie-eenheid is liefde zonder meer. En liefde is onze hartslag en de zenuw van al ons doen en laten. Vanaf ons ontstaan tot aan het einde zijn we gevat in de omhelzing van die liefde, gekoesterd in de heilige Drievuldigheid. Jezus heeft ons niet geleerd trinitarisch te denken, hij leerde ons ermee te leven. De Drie-eenheid woont en leeft in ons hart, lang voordat we er woorden voor hebben gevonden.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 17 oktober 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Een christen met angst?

Godsgeloof schakelt angst niet uit, maar het leert je ermee te leven, en het leert je ook het op te lossen. Als je in God gelooft, heb je wortels. En een van de redenen waarom mensen van deze tijd angstig zijn, is dat wij onze wortels kwijt zijn. Wij staan niet meer in de grond, we staan los. Wie gelooft kent zijn wortels: hij weet waar hij vandaan komt, hij weet dat hij het leven heeft gekregen, dat er ergens binnen in hem een bron is die voortdurend stroomt, die hem in leven houdt en het leven rijker maakt. Een bron die altijd blijft. Dit fundamentele gevoel dat je er niet alleen voor staat, wordt je door God gegeven en maakt je angst leefbaarder. Het neemt die niet weg, maar het neemt wel de dubbele bekoring weg waar een angstig mens aan ten onder kan gaan: de angst willen verdoven en het heil buiten jezelf zoeken in geneesmiddelen of andere sussertjes, in plaats van de bevrijding van je angst te zoeken, niet in iets maar in Iemand. De andere bekoring is dat je helemaal depressief wordt en je laat gaan omdat je verzinkt in eenzaamheid. Die twee gevaren van de angstige mens, die we allemaal zijn in deze moderne tijd, worden door het Godsgeloof bezworen. Omdat God blijft.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 10 oktober 2018

Gelezen in TERTIO van 26 september 2018: “Ervaring van God-Schepper opent deur voor God-Vader”

Uit een vraaggesprek van Sylvie Walraevens met Guy Martinot.

Vijftig jaar geleden ontdekte jezuïet Pierre van Stappen de ruïne van het uitgestorven bergdorp La Viale in de meest Spartaanse streek van Frankrijk: de Lozère. De moeizame heropbouw schonk leven aan een village de prière waar sinds 1968 27.000 zoekers de weldaad proefden van natuurschoon, soberheid, handenarbeid, stilte, gebed en gemeenschapsleven. Vandaag leidt Guy Martinot de gemeenschap.

Guy Martinot (1935) is jezuïet en medebroeder van La Viale-stichter Pierre van Stappen. Hij was jarenlang hoogleraar Sociologie aan de UCL. Martinot is een “Vialois” van het eerste uur en sinds de dood van Van Stappen referent van alle sites van de gemeenschap. Als bezinningsbegeleider – op 83-jarige leeftijd staat de teller op meer dan 700 jeugdretraites – zette hij talloze jongeren op de sporen.

Zet de ervaring van authenticiteit jongeren uiteindelijk op het spoor van de religieuze ervaring?

“Van de bijna 27.000 jongeren en volwassenen die La Viale bezochten, is slechts 2 % pratikerend gelovig. Jongeren verwerpen alles, ook het beeld van God als Vader – ze kennen de zwakten van hun ouders te goed. Daarom moet je niet beginnen met God de Vader, zelfs niet spreken over God, maar hun de ervaring van God-Schepper aanreiken: de pure avondlucht, de indrukwekkende sterrenhemel, de oerkracht van het vuur bij een bosbrand, de wassende rivier tijdens de overstromingen, de groei van de kastanjebomen, de rotsformaties… Plots ervaren ze dan het geluk klein te zijn en overweldigd te worden. In het gewone leven heerst concurrentie om de sterkste, de rijkste, de mooiste te zijn. De ervaring van God-Schepper gooit hun innerlijke leven volledig om: ze zijn niet langer het centrum van de wereld waar al het bestaande in dienst van staat.”

La Viale herstelt vaak waardevolle tradities in eer. Getuige daarvan ook jullie laatste bouwproject: een begijnhof in Brussel. Hoe werd die vervlogen woonvorm een innovatief pastoraal experiment?

Begijnhoven zijn in vele opzichten inspirerend. Ze hebben een aantrekkelijke architectuur: bescheiden maar harmonieus, met mooie binnentuinen en kerken. Bovendien waren zij in het verleden een interessant sociaal project. Door de oorlogen bleven veel vrouwen alleen achter, zonder een noemenswaardige plaats in de middeleeuwse samenleving. Zij hebben zichzelf georganiseerd en gemeenschappen gevormd, met een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van de bisdommen en de kerk. Het begijnenleven kende economische activiteiten zoals kantklossen en had dagelijkse gebeds- en mistijden. Niet zelden vond men er ook een vorm van mystieke waanzin.”

“Dat alles – behalve de mystieke buitenissigheid – kenmerkt ook ons begijnhof: een evangelische groepswoonvorm, die we zonder enige subsidie bouwden om onze vrijheid te vrijwaren. In steden sterven jaarlijks veel mensen in totale eenzaamheid. Dat raakt mij diep en vormde de aanzet voor ons project. Een begijnhof is een dorp in het midden van de stad waar mensen elkaar kennen en solidair leven, terwijl ze volop profiteren van het stadsnetwerk. Voor jonge gezinnen is het bovendien moeilijk een betaalbare woning te vinden. Daarom hebben wij twintig financieel toegankelijke wooneenheden gebouwd. ’s Morgens delen we het ochtendgebed en het ontbijt. Voorts helpen de bewoners elkaar en verzorgen ze de mis, onder andere met een koor. Ze vangen ook enkele vluchtelingen op. De Béguinage Viaduc ademt dezelfde geest als de andere plekken van La Viale: het warme menselijke contact, de soberheid en het kosteloze en hun organische ontwikkeling.”

Jullie verdiepen de christelijke traditie, maar onderhouden tegelijk een jarenlange relatie met moslims. Waarom?

“Onze band met de islam is niet institutioneel, maar vriendschappelijk. Een van onze beste vrienden, priester en vredesactivist Paolo Dall’Oglio, die in Syrië door IS werd ontvoerd en wellicht gedood, pleitte ervoor vooral aandacht te hebben voor de bescheiden pratikerende moslims, hun eerlijke geloof en hun overgave aan God. Net zoals wij in La Viale, bidden zij driemaal per dag en ze vasten jaarlijks. Het zijn mensen met een enorme gastvrijheid. Hun nederige geloof is pure genade voor het Westen dat zich in rijkdom en egoïsme verliest. Ik geloof sterk in de these van Paolo dat er genade schuilt in de ontmoeting met die gewone gelovigen, die niets te maken hebben met het terrorisme – hun schaamte, hun verdriet?”

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Altijd onderweg

De echte evangelist is een ‘mens onderweg’, hij gaat van de ene plaats naar de andere, hij verplaatst zich voortdurend. Bovenal sterft hij zelden in zijn bed… omdat hij zo vaak in tegenspraak is met zijn tijd dat hij er de tol voor betaalt. Het verbaast mij een beetje dat we in ons land zo weinig tegenstand krijgen. Misschien spreken we niet duidelijk genoeg. Dat doet een evangelist wel: hij komt, hij spreekt, hij vertrekt… Natuurlijk begint het werk pas als hij weg is. Mensen die zich bekeren zijn wat uit hun evenwicht: vaak gaat een bekering over emoties: je wordt geraakt. Dan is het tijd dat de herder komt die blootlegt wat er allemaal onder het ogenblik van bekering schuilgaat. De herder is anders dan de evangelist: hij blijft geruime tijd, zoals Jakobus in Jeruzalem. Hij onderricht over God als Schepper, die zijn zoon Jezus heeft gezonden, over het leven van Christus, zijn leer, zijn lijden, sterven en verrijzen, over de kerk en haar sacramenten. We hebben zoveel verschillende charisma’s nodig in onze kerk!

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 7 oktober 2018

Gelezen in TERTIO van 19 september 2018

1 . In het boek Onder rectoren. Achter de schermen van onze universiteiten van Remi Amkreutz toont Rik Torfs zich bezorgd om de K van de KU Leuven. Door het nutsdenken verliezen de universiteiten volgens hem hun unieke karakter. Leuven is in zijn ogen geen katholieke universiteit meer. “Denk je dat er binnen de inrichtende overheid ooit is gediscussieerd over de traditie, het erfgoed of de toekomst daarvan? Er worden alleen uiteenzettingen over geld en activiteiten gegeven. Een uitwisseling over fundamentele ideeën? Never”, verzucht de kerkjurist.

2 . Op 14 september maakten de Algerijnse bisschoppen bekend dat de zaligverklaring van 19 martelaars van de moslimterreur in hun land in de jaren 1994-1996 plaatsvindt op zaterdag 8 december, feest van de onbevlekte ontvangenis, in het Mariabedevaartsoord van Oran. Het gaat onder anderen om Pierre Claverie, de bisschop van Oran, die omkwam bij een bomaanslag na een gedachtenisviering voor de zeven vermoorde trappisten van Tibhirine die eveneens zalig worden verklaard. Ook de Antwerpse witte pater Charles Deckers en drie confraters die samen in Tizi Ouzou werden vermoord, behoren tot de nieuwe zaligen.

3 . “Je kan niet in God geloven en deel uitmaken van de maffia”, zei paus Franciscus op 15 september bij zijn bezoek aan de Siciliaanse hoofdstad Palermo. “Leven betekent liefde, niet haat en wraak.” De reis stond in het teken van de 25ste verjaardag van de moord op de anti-maffiapriester Pino Puglisi. Die werd in 1993 in Palermo om het leven gebracht, nadat hij zijn leven gewijd had aan het losweken van jongeren uit de handen van de georganiseerde misdaad. In 2013 werd hij zalig verklaard. (Emmanuel Van Lierde)

Scherpenheuvel 2018

Op donderdag 6 september 2018 hielden de fietsers van OKRA Korbeek-Dijle hun jaarlijkse tocht naar het Mariaoord in Scherpenheuvel. Ze oogden allemaal blij en fit. Met de zegen van Maria konden zij de rit naar huis weer aan.

Week 2018-40 - Scherpenheuvel 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Allemaal hetzelfde eindstation?

Er heerst ontmoediging op het missiefront. Daar zijn meerdere oorzaken voor. De meest bedenkelijke is het religieuze relativisme: ‘Waarom nog evangeliseren? Alle godsdiensten zijn toch gelijkwaardig en ze hebben allemaal dezelfde God als eindstation. Neem de trein die voor je deur stopt en stap in de godsdienst van je continent.’ Zo’n redenering vindt geen steun in wat Jezus heeft gewild. Vaticanum II stelt wel dat je tot heil kunt komen in andere godsdiensten als je geweten recht is en je het volgt, maar ook dan gebeurt dit nooit los van Christus. Eerder wijst dit religieuze indifferentisme op de sluipende overtuiging dat godsdienst eigenlijk nog van weinig belang is. Men heeft het gordijn van de hemel al dichtgetrokken en godsdienst herleid tot een facultatieve bezigheid of een stuk cultuur. Soms verliest men de moed omdat er nog zo weinig missionarissen opstaan en gaan – bij ons in elk geval. Dan is de bekoring groot om te denken dat het voorbij is en dat de congregatie het best de sleutel onder de mat kan leggen. Maar is dat wel zo? Het is toch hier dat het charisma van de stichter heeft geleefd! Europa heeft zoveel doorstaan. De jonge kerken kunnen die ervaring best gebruiken. Op voorwaarde natuurlijk dat wij ze hier gelovig doormaken en datgene nooit verliezen waarop alles steunt: Godsvertrouwen. ‘Kleingelovigen,’ zegt Jezus, ‘waarom heb je getwijfeld?’ (Mt 14,31)

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 26 september 2018

Gelezen in TERTIO van 12 september 2018

“Ik transformeer in Phil Bosmans”

Uit een artikel van Ludwig De Vocht

Zaterdag 22 september ging acteur Gène Bervoets in première in Meeuwen-Gruitrode, het geboortedorp van Bosmans, met zijn theatermonoloog over de relevantie van priester-schrijver Phil Bosmans.

Hoe is de organisatie Maandacht bij u terecht gekomen?

“Ik heb in het verleden al drie voorstellingen gespeeld met Maandacht. Ron Reuman van die compagnie had met BZN afspraken gemaakt over activiteiten rond Bosmans. Het is een veel persoonlijkere vertelling geworden dan oorspronkelijk gepland. We hebben samen – ook met mijn vrouw Tine Laureyns – geprobeerd, geschrapt, veranderd. De eerste try-out was op 2 september.”

Hoe waren de reacties?

“De try-out was bij Ron thuis voor een vijftien mensen, onder wie medewerkers van Bond Zonder Naam. Ik vond de reacties fijn. De toehoorders zegden dat ze iets heel anders hadden verwacht. Het is absoluut geen monoloog geworden waarbij ik met het vingertje zwaai. Ik zeg niet: ‘zo moet je de wereld verbeteren’.”

Van 22 september tot 15 december reist Gène Bervoets door Vlaanderen met deze voorstelling.

http://www.maandacht.be/verbeter-de-wereld

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Kijk naar de binnenkant

Kennen priesters en hun gemeenschappen elkaar wel echt? Kijken priesters niet te vaak en te veel naar de buitenkant van de gemeenschap, naar wat onder de zintuigen valt? Dan zien we de kleine kanten: de lauwheid, de zondigheid, de spanningen en conflicten van onze parochianen. We dreigen muurvast te groeien in een oordeel over hen: ‘Ach, er is zo weinig mee te beginnen!’ – vooral in dagen van ontmoediging denken we dat. Laten we naar onze mensen kijken met de blik van het geloof – zij zijn het lichaam van Christus, de tempel van de heilige Geest. God woont in hen, hij heeft hen lief en voor hen gaf Jezus zijn leven. Onze gemeenschappen zijn kostbaar in Gods oog zoals ze zijn. Zij zijn de kerk – die hoef je niet elders te zoeken. Droom niet van een ideale parochie, kijk naar het hart van je parochianen. Tegen de gelovigen zou ik willen zeggen: kijk naar de binnenkant van je priesters. Het zijn mensen, ze hebben hun zwakheden, fouten, temperament en karakter. Ze hebben zelfs hun ontrouw en hun zonde. De apostelen waren ook maar twaalf gewone vissers die op de vlucht sloegen en Jezus verloochenden. Zelfs Petrus. Maar dat heeft Jezus niet belet te zeggen: ‘Weid mijn schapen.’ Jezus keek naar het hart van wie hij riep, hij geloofde in de diepte. Kijk naar het hart van je priesters: ze zijn de gezondenen van Christus, je verlossing komt door hun dienstwerk. De werkelijkheid van het priesterschap is niet te zien door het oog van je lichaam, maar met de blik van het geloof. Kijk naar hun binnenkant: door al hun ontoereikendheid heen is het Jezus zelf die je herder is, die bijeenbrengt, bemoedigt en verzoent.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 19 september 2018

Scherpenheuvel 2018

Op donderdag 6 september 2018 hielden de fietsers van OKRA Korbeek-Dijle hun jaarlijkse tocht naar het Mariaoord in Scherpenheuvel. Ze oogden allemaal blij en fit. Met de zegen van Maria konden zij de rit naar huis weer aan.

Week 2018-38 - Scherpenheuvel 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Binnentreden in een Engelse tuin

Als je God centraal stelt in je leven, ga je ook meer spreken in termen van danken, loven en prijzen. De eisen die je doorgaans aan een ander stelt, worden vervangen door dankbaarheid, omdat je beseft dat je hem of haar hebt ontvangen als een kans, een uitnodiging. Er groeit ook een andere gebedshouding, die van de ontvankelijkheid. Het gebed is de adem van een christen. Zonder gebed ben je een dichtgeklapte mens. Als je je gebed laat wegvallen, voel je je misschien in de eerste periode vrij, maar daarna heb je het gevoel dat je overal alleen voor staat. Dat werkt ontmoedigend – je doorworstelt de ondraaglijke eenzaamheid van Prometheus. De doekoorts en het centraal stellen van onszelf hebben ook onze liturgie aangetast: we willen alle gebeden zelf maken, dingen uitvinden, alternatieve lezingen invoeren… Maar liturgie die door de mensen zelf wordt gemaakt, is een soort toneelspel. Ze lijkt op een Franse tuin waarin de mens alles zelf moet doen. Echte liturgie is als een Engelse tuin: alles is al gegeven en heeft een eigen plaats. Een christen treedt actief binnen in de liturgie, maar wil niet alles zelf maken en doen. Groeien in liturgie is groeien om binnen te treden in het overweldigende (geschonken) woud van de Schrift, in de rijkdom van miljoenen mensen vóór ons, in heel het gebeuren van Christus’ leven, sterven en verrijzen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Klokken luiden voor vrede op 21 september

Het aartsbisdom Mechelen-Brussel neemt samen met vele andere bisdommen in Europa, waaronder alle Belgische, deel aan het initiatief om op vrijdag 21 september 2018 alle kerkklokken te laten luiden tussen 18.00 u en 18.15 u ter gelegenheid van de internationale VN-dag voor de vrede.

zondag 16 september 2018

100 jaar na het einde van WO I

Op zondag 9 september 2018 had in Korbeek-Dijle de inhuldiging plaats van het oud-strijdersbeeld “OVER LEVEN” van beeldhouwer Tjerrie Verhellen. Hierbij foto van de terugkerende soldaat met rugzak, en accordeon aan de voet.

Week 2018-39 - DSC_0815Week 2018-39 - DSC_0819

woensdag 12 september 2018

Korbeekkermis 2018

Tijdens de openluchtmis op zondag 26 augustus 2018 bad de priester bij het openingsgebed:

Heer God,

waar mensen het opnemen voor elkaar,

waar mensen geen vreemden blijven voor mekaar,

waar mensen mekaar een echte thuis bieden,

daar zijt Gij in hun midden.

Geef ons de kracht en de moed om alle mensen,

van welke origine of overtuiging ook,

te zien als uw kinderen.

Zo kunnen we allen samen werken aan een toekomst

waar hoopvol leven is voor iedereen.

De omhaling voor het jeugdhuis van pater Dick Zwarthoed in Ruashi, in Congo, bracht 186,21 € op, waarvoor hartelijk dank!

Hierbij enkel sfeerbeelden van de activiteiten op deze kermiszondag.

Week 2018-37 - 009Week 2018-37 - 012Week 2018-37 - 019Week 2018-37 - 020

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De zus van hoop, geloof en liefde

Spiritualiteit is hunkering naar genezing en verlangen om meer mens te worden. Onze hele tijd zoekt ernaar. Maar er is een weg die zelden bewandeld wordt en een terrein dat braak blijft liggen: dat van het mooie. Zelden of nooit wordt het mooie aangewezen als vindplaats van genezing en humanisering. Schoonheid bergt, als een bron, altijd verrassing en gratuïteit in zich. Ze is daarom de zus van de hoop en haar biotoop. Daarom zal het mooie diep genezend zijn voor de manco’s van onze tijd. Ze kan het verwaarloosde antidotum zijn voor de toxines van vandaag. Het mooie draagt geheugen en dus geloof in zich. Er bestaat geen schoonheid zonder traditie, zonder het voortbouwen op alles wat aan creativiteit werd voortgebracht voordat wij werden geboren. Wie intreedt in de wereld van de kunst, vindt zichzelf terug in gevoelens en emoties, in zoveel mensen die hem voorgingen, met hun vreugde en pijn, hun dromen en hun ontmoedigingen. Hij vindt er vaste grond onder de voeten. Bovendien legt het mooie de link met de toekomst: het leidt binnen in een cultuur van verwachting, verrassing en hoop. Het brengt ons in evenwicht, het bemoedigt en introduceert ons in het rijk van de mogelijkheden. En het mooie zet in beweging. Omdat schoonheid ook symboliek hanteert, is ze een soort hefboom om los te komen uit de inertie en over te gaan tot het handelen. Ze is het voorspel van werkzame liefde. Schoonheid is de kracht, de schittering en het vuur van de waarheid. Ze ligt op het kruispunt van geloof, hoop en liefde.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 5 september 2018

Gelezen in TERTIO van 22 augustus 2018

Eyskens is een vraagtekenzaaier

Uit een artikel van Benoit Lannoo

In zijn zestigste boek, De vraagtekenzaaier, gooit Mark Eyskens weer kwistig rond met aforismen (zinrijke spreuken), woordspelingen en zinvragen. Om die laatste is het hem vooral te doen. “De meeste vragen smeken om antwoorden, maar nemen vrede met het opwerpen van nieuwe vragen.”

De menselijke kennis, stoelend op de wetenschappelijke methodes van vraagstelling, systematische twijfel en empirische bevestiging, heeft de voorbije eeuwen gescoord en blijft scoren. Bovendien heeft ze zichtbare, materiële resultaten geproduceerd: verbeterde leefomstandigheden, gezondheid en welvaart en afbrokkeling van de beklemming van vele geloofsdogma’s (zie ook voetnota). Maar weten we nu meer of minder? Het ontstaan van gigantische kennis leidt tot de paradox die Eyskens “de wet van de afnemende relatieve kennis” noemt. De grote geleerden van de late middeleeuwen en de renaissance kenden wellicht 50 à 60 procent van wat in hun tijd kenbaar was, terwijl de grootste geleerde vandaag amper nog 0,50 procent van het kenbare kent. Dat is vrij ontmoedigend: in de zogenaamde kennismaatschappij neemt de kennis relatief af.

Nadenkende wezens stellen onvermijdelijk de vraag: “Wat is de zin van dit leven, behalve een poging om het voort te zetten?” Hierop antwoorden de meeste mensen: goed te leven. “Maar wat is goed leven?”, vraagt Eyskens. Voor de meesten is dat gelukkig leven. Dan rijst weer een nieuwe vraag op. Wat is gelukkig leven? Dat is het bereiken en verwezenlijken van zijn wensen. Of wat technischer geformuleerd: zelfverwezenlijking. Maar wat betekent dat weer? Wat pogen mensen te bereiken? Heel uiteenlopende dingen die meestal onder eenzelfde noemer kunnen worden geplaatst: gelukkig zijn. Zo wordt de cirkel gesloten, stelt Eyskens vast. Gelukkig leven betekent datgene bereiken wat je wenst, en wat je wenst te bereiken is een gelukkig leven. Maar wat ons gelukkig maakt, begint alvast met een minimumprogramma: eten, drinken, seks en elementair levenscomfort. Voortleven vereist strijd om schaarse goederen te bemachtigen en veronderstelt inspanning, en concurrentie, wat vaak ontaardt in strijd en oorlog

Wil het menselijke ras overleven, dan moeten individueel en collectief egoïsme en agressiviteit omgeturnd tot verdraagzaamheid en samenwerking. Maar de menselijke natuur verzet zich daartegen. Derhalve – aldus Eyskens – is “een kracht nodig die de mens optilt naar een hogere dimensie van menselijkheid”.

Voetnota: In een vraaggesprek van Sylvie Walraevens met Rik Torfs in dezelfde TERTIO zegt deze laatste o.a.: “Het verleden normatief interpreteren is een dwaling. We vergeten wat een dogma historisch was: het registreren van een gedeeld geloof, als leidraad voor mensen. Niet andersom: vastgelegde geloofspunten die de gelovigen moeten aanvaarden.”

Herdenkingsmonument voor WO I

Samen met het Gemeentebestuur zal het herdenkingsmonument voor WO I op het kerkhof van Korbeek-Dijle worden ingehuldigd, en gezegend door de priester, op zondag 9 september 2018 na de mis van 10.00 u. Het is het beeld ‘Over Leven’ van Bertems kunstenaar Tjerrie Verhellen. Het beeld stelt een soldaat voor die terugkeert van de strijd en zich probeert op te trekken aan enkele positieve ervaringen. Het verhaal achter het beeld met een accordeon aan de voet is gebaseerd op waargebeurde feiten. De originele accordeon is nog altijd in het bezit van de kunstenaar. Het is een verhaal over het leven in oorlogstijd. Een verhaal dat herinnert aan alle inwoners van Korbeek-Dijle tijdens WO I. Het zijn die verhalen, de enkele positieve ervaringen waaruit wij hoop putten dat iets dergelijks nooit meer gebeurt. Positief blijven denken, is de boodschap achter het beeld.

E.H. Marcel Struyf overleden

Week 2018-36 - Marcel Struyf

Het nieuws over het plotse overlijden van onze vroegere geliefde pastoor, Marcel Struyf, heeft ons allen diep getroffen. Van de personeelsdienst van het aartsbisdom kregen wij volgende tekst en foto:

Beste vrienden,

Op dinsdag 21 augustus 2018 overleed te Tienen, priester Marcel Struyf op de leeftijd van 70 jaar. Hij werd geboren te Willebringen op 26 augustus 1947 en werd priester gewijd op 15 juli 1973.

Na zijn wijding begon Marcel Struyf zijn loopbaan als onderpastoor in Haacht.

Van 1986 tot 2005 was hij pastoor voor enkele parochies van de federatie Bertem.

Zijn laatste pastorale opdracht volbracht hij van 2005 tot 2013 in het dekenaat Tienen-Hoegaarden, waar hij verantwoordelijk werd voor zes geloofsgemeenschappen.

Sinds 2013 was hij officieel met pensioen

Heel zijn leven bleef hij heel nauw verbonden met zijn geboortedorp Willebringen, maar ook met zijn familie, zijn moeder, zijn achterneven en –nichten.

Na zijn pensionering werd Marcel de invaller als voorganger in vieringen in de brede regio, altijd goedgemutst en goedlachs, altijd begeesterd door de blijde boodschap.

Marcel Struyf had gouden handen, hij was bezeten door een klusjesmicrobe en hij kon ook veel, plamuren, loodgieterij, schrijnwerkerij. Tijdens zijn seminarietijd maakte hij zich zo al verdienstelijk en die dienstverlening met zijn handen zette hij verder in zijn parochies in de zorg voor de nodige infrastructuur: chirolokalen, scholen. Het was zijn leven.. Hij vond hier zijn voldoening in. Hij deed het graag…

Het ouderlijk huis, waar hij woonde, ging hij zelf verbouwen, maar als er anderen iets kwamen vragen, kwamen zij op de eerste plaats. 

Hij leefde altijd om anderen plezier te doen, zowel geestelijk als materieel.

Zijn uitvaart vond plaats in Boutersem, Sint-Pieters-Banden, Willebringen op zaterdag 25 augustus om 10 u.

Dat deze diepgelovige priester nu mag rusten in de vrede van de Heer. Gedenk hem in uw gebed.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Vernieuwd vertrouwen

We hebben affectieve steunpunten nodig. Ergens moet er iemand zijn die je liefheeft. Immers, hoe kun je vertrouwen krijgen in jezelf als je nooit van iemand vertrouwen hebt ervaren? Zelfvertrouwen is geen vrucht van een gespierd besluit: ‘Ik wil vertrouwen.’ Het steunt op herinnering aan momenten waarin je voelde dat je vertrouwen kreeg. Er bestaat ontrouw uit het verleden, die diepe wonden nalaat: een vriend of een vriendin die weggaat – dat kan je voor een deel verwoesten. Een geliefde die zomaar met je breekt nog meer. Misbruikte liefde kwetst je dieper. Er zijn mensen die doen alsof ze dat basisvertrouwen van anderen wel kunnen missen. Ze noemen dat onafhankelijkheid, op je hoede zijn, ‘cool’. Maar eigenlijk zijn ze verlamd door aarzelingen en onzekerheden. Ze hebben zelf ook geen vertrouwen in andere mensen. Vertrouwen ontvangen kan soms nog een andere naam dragen: vergeving. Vergeving is vertrouwen dat vernieuwd wordt, herbevestigd. Zelfs al ben je gestruikeld en verdien je het eigenlijk niet meer. Zulk vertrouwen, dat niet stuk te krijgen is door de tijd of de onwil, noemt men vergiffenis. Dit is wellicht de sterkste herinnering die maakt dat je anderen vertrouwen kunt schenken, als je zelf eerst vergeving hebt gekregen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 29 augustus 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De natuur van de ware liefde

Het gaat niet goed met de gezinnen. Er zijn meer redenen tot droefheid en bezorgdheid dan tot een jubelende stemming. Er is amper nog een familie waar geen pijn is: onenigheid, scheiding, ontrouw. Er is ontreddering zowel in het denken over de familie als in de praktische beleving. Nog nooit zagen de mensen er zo naar uit om ‘gelukkig te trouwen’ en nog nooit werd het huwelijk – maatschappelijk, wettelijk en filosofisch – zo gerelativeerd. Zijn we niet een beetje ziek? Jawel, maar hoe die ziekte genezen? Vooral door de natuur van de ware liefde weer te ontdekken. Liefde is niet grijpen maar geven, niet possessief maar oblatief (toegewijd). Het vergt levenslange scholing en training om dat te leren. Onze tijd moet weer leren zichzelf te vergeten: aan jezelf denken isoleert, en isolement doodt. We moeten ook weer leren de tijd en de duur tot onze vriend te maken. We kunnen niet meer wachten, laten rijpen, geduld oefenen. Liefde duurt, groeit, ontwikkelt zich. Liefde kan dat alleen maar als ze geborgen en beschermd wordt door de trouw. Bovenal vergt leven in gezinsverband meer dan psychologische vlotheid en sociologische omkadering. Het vergt ook geloof. Profaan en ‘theologaal’ (op God gericht). Uiteindelijk is het krachtigste motief om van elkaar te blijven houden het feit dat we geloven dat vóórdat wij elkaar als man en vrouw hebben gekozen, God ons aan elkaar heeft geschonken. God is de vaste grond om op te bouwen en te blijven staan. Goddelijk geloof dat we voor elkaar bestemd zijn, goddelijke hoop dat we blijvend van elkaar zullen houden en goddelijke liefde die eerst geeft en vergeeft voor ze in zelfontplooiing ontvangt.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 15 augustus 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Met zachte moed

Wat is zachtmoedigheid? Het heeft misschien niets met je temperament te maken, maar met het uitspreken van de woorden van Jezus: ‘Kom allen naar mij toe die afgemat en belast zijn, en ik zal u rust geven’ (Mt 11,28). Ik vraag me af of onze tijd in de eerste plaats niet deze zachtheid nodig heeft, deze tederheid. Dat wil niet zeggen: zwakheid. Een zacht mens is heel erg moedig. Hij is de enige die tot het uiterste gaat. Onze tijdgenoten en wijzelf zijn zo gekwetst: in ons geheugen, in ons verstand. Er zijn wel vijftien verschillende overtuigingen die er prat op gaan de waarheid te verkondigen. Maar vaak leiden ze tot scepticisme. Er zijn ook verwondingen in onze goede wil, want we doen wat we niet willen doen, en we kunnen maar niet realiseren wat we zo graag zouden willen. ‘Wie ben ik toch?’ zei Paulus. ‘Er lijkt in mij een ander mens te leven, er is een innerlijke verscheurdheid, want ik doe niet wat ik wil, en ik doe wat ik verafschuw.’ Al deze verwondingen zijn alleen maar te genezen door een zacht en doorzichtig iemand, een mens die kan luisteren. Onze tijd heeft behoefte aan huisartsen als zielendokters. Huisartsen die kunnen luisteren. Een christen is vanuit zijn roeping zo’n soort huisarts. Hij luistert naar allen en alles met zachtheid, zonder sentimentaliteit, maar met een kwetsbaar oor en hart. Zalig de zachtmoedigen!

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Gelezen in TERTIO van 18 juli 2018

Stad van Reformatie en Volkenbond

Uit een artikel van Geert De Cubber

Genève, aan de boorden van het Meer dat de naam van de stad draagt, is gevormd door haar geschiedenis. Tijdens de Reformatie zette Joannes Calvijn verder wat Maarten Luther in 1517 begon. En in 1919 koos de Volkenbond bij zijn oprichting Genève – in het politiek neutrale Zwitserland – als hoofdzetel.

Die opmerkelijke symbiose van internationale uitstraling en godsdienstgeschiedenis krijgt haar bijzondere weerklank in twee musea: het Musée Internationale de la Réforme (het Internationaal Museum van de Reformatie) en het Rode Kruis Museum. Het eerste ligt in de oude binnenstad, het tweede in de internationale wijk. Ze hebben meer met elkaar gemeen dan we vermoeden. Henri Dunant, de stichter van het Rode Kruis, was een overtuigde protestant. In het Reformatiemuseum staat te lezen dat het Rode Kruis “een van de grootste protestants geïnspireerde liefdadigheidsorganisaties” is.

In de eerste ruimte van het Rode Kruis Museum – Internationaal Rode Kruis en Rode Halvemaan Museum, luidt de volledige naam – kijken twaalf bekende getuigen de bezoeker indringend en in stilte aan. Als begin kan het tellen. Ze vertellen later in het museum elk hun verhaal.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Liefde wordt altijd beantwoord

Vriendschap is een zeldzaam kruid, schreef Maria Rosseels ooit. In onze maatschappij lijkt de typische man-vrouwrelatie, liefst een seksuele relatie, het unieke model van de liefde, terwijl een van de diepste dingen in het leven en in heel de geschiedenis van de mensheid de vriendschap is. Gewone, maar hechte vriendschap tussen twee vrienden of vriendinnen. Je leest het in de bijbel – David en Jonathan – en in de Griekse tragedies en in de toneelstukken van Shakespeare. De bijbel zegt: ‘Een broer die geholpen wordt door zijn broer, is sterk als een burcht.’ We verliezen dit uit het oog, terwijl het zo fundamenteel is: mannen of vrouwen die vrienden zijn door alles heen. Nog verder gaat de liefde als je doet wat Jezus zei: ‘Bemin je vijanden.’ Het lijkt bijna onaanvaardbaar. Maar ergens koesteren wij dat heimwee naar een soort paradijselijke toestand waarin iedereen broer en zus zou moeten zijn en waarin je zelfs je vijanden als broer en zus zou kunnen beschouwen. Moet liefde dan niet beantwoord worden? Ik denk dat alle liefde beantwoord wordt, zelfs de liefde van iemand die zijn vijand bemint en eventueel door zijn vijand neergestoken wordt. Want als je je leven geeft voor je vijanden, ontstaat er in de wereld een overdaad van liefde, waardoor degene die zijn leven geeft voor zijn vijanden op de een of andere manier de wereld verandert. Christus heeft op die wijze de liefde doen beantwoorden. Omdat hij zijn vijanden die onder het kruis stonden heeft bemind over de dood heen, tot en met zijn bloed, kunnen wij ons nu nog christenen noemen. De liefde die toen absurd en nutteloos leek, werd wél beantwoord.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 8 augustus 2018

HET SINT-STEFANUSRETABEL

Week 2018-32 - Retabel Brochure 10001

De kerk van Korbeek-Dijle bezit een kostbaar laat-gotisch snijaltaar dat de geschiedenis van Sint-Stefanus voorstelt. Stefanus was diaken en de eerste martelaar van de jonge kerk.

Op 28.7.1522 werd het retabel door pastoor Egidius (Gillis) Stevens besteld bij schilder Jan Vander Cautheren in Leuven. De aanleiding tot deze opdracht was drievoudig:

- Sint-Stefanus is een van de twee patroonheiligen van de parochie

- Sedert de middeleeuwen bezat de kerk van Korbeek-Dijle belangrijke relieken van deze heilige, en talrijke scharen bedevaarders werden er door aangetrokken

- De pastoor had waarschijnlijk door zijn naam “Stevens” een bijzondere sentimentele band met de heilige Stefanus, alias Sint-Steven.

Veertien dagen voor Kerstmis van hetzelfde jaar 1522 werd het retabel kant en klaar geleverd.

Het retabel omvat een middenstuk uit houtsnijwerk en twee kleine en vier grote zijluiken.

1 . Het middenstuk of eigenlijke retabel

Bestaat uit houtsculpturen die taferelen voorstellen uit het leven van Sint-Stefanus. Schilder Jan Vander Cautheren besteedde dit werk uit aan houtsnijders.

De passer die voorkomt op de zijwanden van de kist wijst op de Brusselse herkomst van het houtsnijwerk.

In de periode 1858-1859 werd het retabel gerestaureerd door de gebroeders Goyers uit Leuven. De beschildering en het verguldsel werden vernieuwd. Aan dit verblijf in Leuven is het te danken dat het retabel niet vernield werd in de kerkbrand van 22 september 1858.

Van links naar rechts zien we volgende vijf taferelen:

1° Aanstelling en wijding van Stefanus tot diaken door de apostelen

2° Stefanus houdt een begeesterde toespraak tot de orthodoxe joden van de Hoge Raad in Jeruzalem, waarbij hij hun verweet de wet van Mozes uitsluitend naar de letter toe te passen en Jezus van Nazareth te hebben afgewezen.

3° Midden boven: de Drie-Eenheid in de rede van Stefanus: ‘Ik zie de hemel geopend en de mensenzoon aan de rechterhand van de Vader’. Dat was een godslastering voor de joden.

Midden centraal: Zij hielden hun oren dicht, begonnen luid te schreeuwen, stormden als één man op hem af, sleurden hem de stad uit en stenigden hem.

Midden linker benedenhoek: De getuigen legden hun kleren neer bij een jongeman, die Saulus heette en die instemde met de moord. Saulus zal na zijn spectaculaire bekering op de weg naar Damascus de latere apostel Paulus worden.

4° Stefanus is na zijn steniging ten gronde gezegen. Zijn lichaam wordt weggenomen door zijn vrienden, onder wie rabbi Gamaliël, in het geheim een volgeling van Christus en latere leermeester van Paulus.

5° Het gouden reliekschrijn, of de kroning en verering van Stefanus.

2 . De voorkant van de geschilderde zijluiken
Deze zijn gewijd aan de vinding en de overbrenging van de relieken van Sint-Stefanus. Het verhaal situeert zich rond het jaar 400 na Christus. Hierover bestaan talrijke bronnen, o.a. de brief die aan priester Lucianus wordt toegeschreven en de “Legenda aurea” (de Gulden Legende ) van Jacobus de Voragine.

1° Boven links: Gamaliël verschijnt op een nacht aan priester Lucianus en openbaart hem de plaats waar het gebeente van Sint-Stefanus begraven ligt
2° Boven rechts: Gamaliël verschijnt aan bisschop Joannes van Jeruzalem, die de toelating zal geven tot ontgraving.
3° Eerste paneel links: De ontgraving heeft plaats onder toezicht van Lucianus. Drie kerkvorsten, waaronder de bisschop van Jeruzalem, treden zingend nader, voorafgegaan door twee diakens. Op de achtergrond de stad Jeruzalem. Rechts boven het interieur van de Sionkerk in Jeruzalem waar Stefanus aartsdiaken was gewijd. De vergulde kist met het lichaam van Sint-Stefanus bevindt zich op het altaar. Een knielende bisschop en priester Lucianus vormen de erewacht.

Vooraan pastoor Egidius Stevens.

Naast de pastoor zien we het monogram (I.C.) van schilder Jan Vander Cautheren

4° Tweede paneel links: stelt de overbrenging van Sint-Stefanus’ lichaam naar Constantinopel voor.

Constantinopel was het vroegere Byzantium en het latere (nu) Istanbul.

Een zekere senator Alexander bouwde te Jeruzalem een kerk, gewijd aan Sint-Stefanus, waarin de relieken van de heilige werden ondergebracht. Bij zijn dood werd de senator, op zijn verzoek, bijgezet naast het lichaam van Sint-Stefanus. Acht jaar later wenste zijn vrouw het lichaam van haar man te laten overbrengen naar Constantinopel.

Per vergissing wordt Sint-Stefanus’ lichaam ingescheept in plaats van dit van de senator.

Als het schip in volle zee is gekomen gebeuren er vreemde dingen: duivels verschijnen rond het schip om het te vernietigen, en het dreigt in een hevige storm te zullen vergaan.

Terwijl de matrozen beefden van angst verscheen de Heilige Stefanus en sprak tot hen: ‘Vrees niets, ik ben met u’. Plots werd alles rustig en de boot kon ongestoord zijn koers verder zetten naar Constantinopel.

5° Eerste paneel rechts van het middenstuk

Intussen was men zich bewust geworden van de vergissing bij de inscheping.

In opdracht van de keizer biedt Constantinopel Sint-Stefanus’ lichaam een luisterrijke ontvangst. De keizer zelf en ook de bisschop zijn aanwezig.

De tot het christendom bekeerde en in Constantinopel verblijvende keizer van het Oost-Romeinse Rijk Theodosius II (was keizer van 408 tot 450) verzocht zijn dochter, prinses Eudoxia die te Rome verbleef en door de duivel bezeten was, naar Constantinopel te komen om er de relieken van Sint-Stefanus aan te raken. Maar de demon in haar riep: ’Als Stefanus niet zelf naar hier komt ga ik niet weg van hier’. Daarop werd met de goedkeuring van de geestelijkheid en van het volk een overeenkomst bereikt met de paus om de relieken van de Heilige Laurentius, die te Rome werden bewaard, te ruilen voor die van de Heilige Stefanus.

Op weg van Constantinopel naar Rome werd aangelegd te Capua, alwaar de inwoners het voorrecht kregen de rechterarm van de heilige te bewaren in een daarvoor speciaal gebouwde kerk. Daarna werd het lichaam van de martelaar verscheept naar Rome waar de relieken in de kerk van ‘San Pietro in vicoli’ zouden worden ondergebracht. Op de weg daarheen moesten de dragers echter stoppen, daartoe gedwongen door een mysterieuze macht. Het was opnieuw de demon in prinses Eudoxia die riep: ‘Stefanus wil rusten naast zijn broeder Laurentius’.

Week 2018-37 - Retabel Brochure 60001

6° Uiterst rechts paneel

Daarom werd Stefanus naast Laurentius gelegd in de crypte van de kerk waar zij halt hadden gehouden. Bovenaan het paneel ziet men de geknielde keizer Theodosius II en zijn dochter Eudoxia die van de duivel was bezeten. De prinses raakt de kist aan en terstond verlaat de duivel (afgebeeld als een kleine draak) het lichaam van de prinses. Toen de Griekse geestelijken daarop het lichaam van Laurentius wilden meenemen werden zij ter aarde gegooid en zij stierven enkele dagen later. Ook hoorden de aanwezigen een stem uit de hemel die sprak: ‘Gelukkig zijt gij Rome dat gij in dezelfde tombe de lichamen van zowel Laurentius als Stefanus moogt bewaren!’.

Week 2018-38 - Retabel Brochure 70001

2 . De achterkant van de geschilderde zijluiken

Stelt wonderbare tussenkomsten voor van Sint-Stefanus bij ziekte en dood.

Hierover bestaan geen geschreven bronnen, maar waarschijnlijk gaat het om wonderen die zich in Korbeek-Dijle zelf hebben voorgedaan.

1° Boven links

Een vrouw strijkt met een pluim helende balsem (Sint-Stefanusolie) aan de borst van de neergezeten vrouw, die op wonderbare wijze geneest.

Week 2018-39 - Retabel Brochure 80001

2° Boven rechts

Een andere vrouw geneest eveneens op wonderbare wijze van een etterende wonde aan het been.

Week 2018-40 - Retabel Brochure 90001

3° Eerste paneel links onderaan

Een zwaar ziek of overleden kind wordt bij het beeld van Sint-Stefanus gelegd en zijn hulp erover afgesmeekt. Het kind geneest of wordt tijdelijk opgewekt uit de dood, voldoende om het doopsel te kunnen ontvangen.

Het kerkje met opengewerkte gevel zou een afbeelding zijn van de toenmalige romaanse kerk van Korbeek-Dijle zoals deze er in 1522 uitzag. In de rechter bovenhoek ziet men een stadspoort, waarschijnlijk een van de stadspoorten van Leuven. In hetzelfde paneel ziet men ook een kerk met een merkwaardige toren met vier hoektorentjes. Waarschijnlijk betreft het hier de Sint-Geertruikerk van Leuven.

Week 2018-41 - Retabel Brochure 100001

4° Tweede paneel vanaf links onderaan

Sint-Stefanus verschijnt zegenend aan het sterfbed van een ongelovige die zich bekeert. De stervende houdt een kaars in zijn handen.

Bemerk in de hand van Sint-Stefanus één van de stenen waarmee hij werd gestenigd.

Week 2018-42 - Retabel Brochure 110001

5° Derde paneel

Een zieke met een doek om het hoofd wordt naar de kerk gebracht. Verder ziet men dezelfde persoon geknield voor het altaar met het beeld van Sint-Stefanus.

Week 2018-43 - Retabel Brochure 120001

6° Vierde paneel

Een vrouw in haar kraambed heeft zopas een levenloos kind ter wereld gebracht. Twee andere vrouwen proberen haar te troosten. Onderaan ziet men de vroedvrouw met het levenloze kind in haar armen. De vroedvrouw brengt het kind naar de kerk voor het beeld van Sint-Stefanus en hier wordt het kind door de voorspraak van de heilige tot leven gewekt.

Week 2018-44 - Retabel Brochure 130001

Als voornaamste stijlkenmerken van het retabel noteren we: zijn verhalend karakter, zijn individualisering van personages en zijn opentrekken van gebouwen. Het geheel doet gotisch en zelfs archaïserend aan.

Het retabel is van groot documentair belang. Het geeft een uitzonderlijk beeld van de materiële cultuur van de late middeleeuwen op gebied van meubilair, kledij, geboorte, ziekte en dood.

Vooral de achterzijde heeft een buitengewone betekenis. Het voorgestelde kerkgebouw is ongetwijfeld geïnspireerd op de toenmalige kerk van Korbeek-Dijle.

Het Sint-Stefanusretabel van Korbeek-Dijle is één van de zeldzame overblijvende kunstwerken van die aard.

Sinds 2015 werd het opgenomen in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap (Topstukkenlijst).

Gelezen in TERTIO van 27 juni 2018

1 . “In ontmoetingen investeren cruciaal”

Uit een artikel van Emmanuel Van Lierde

“Sinds haar oprichting is de jezuïetenorde missionair: ze trekt de wereld in om het geloof te verdedigen en te verspreiden. Dat blijft ook vandaag de opdracht, maar dat kan niet zonder dialoog”, stelt jezuïet Milan Zust, decaan van de faculteit Missiologie van de Pauselijke Universiteit Gregoriana in Rome. Hoe vallen verkondiging en dialoog te rijmen?

Over de oecumene met de orthodoxen

“Het grootste obstakel voor de eenheid zijn niet de theologische verschillen, maar het gebrek aan vertrouwen, veroorzaakt door het grote aantal wonden die opgelopen werden tijdens de eeuwen van scheiding. We hebben allemaal onze vooroordelen en kennen eigenlijk de ander niet goed. Daarom is het cruciaal te investeren in ontmoetingen op alle niveaus: tussen kerkleiders, tussen theologen, maar ook tussen gewone gelovigen uit de diverse kerken, zodat we elkaar beter leren kennen en het vertrouwen herwinnen. Dat vertrouwen is een gave van de Geest, maar het hangt ook van ons af of we die gave in ons leven toelaten of niet. Belangrijk vind ik eveneens de verdieping van ons geloof, elk binnen onze traditie: hoe meer we één zijn met Christus, hoe meer we ook één kunnen zijn met elkaar.”

Over de evangelisatie als opdracht van de kerk

“Jezus zei tot zijn leerlingen: ‘Gaat en verkondigt tot aan het uiteinde der aarde’. Die uitnodiging kreeg door de eeuwen heen verschillende interpretaties. Veel volkeren kregen niet alleen het evangelie maar ook bepaalde culturele vormen opgelegd, waardoor hun cultuur ten gronde werd gericht. Die culturele ‘agressie’ strookte niet met het evangelie. Nu zien we misschien het omgekeerde: uit het grootste respect voor de cultuur van de ander en om de lieve vrede hebben we schrik Christus te verkondigen. Nochtans geldt de zendingsopdracht van Christus ook nu, al moeten onze evangelisatiemethodes uitgezuiverd worden.”

2 . Dienend leiderschap

Uit een artikel van Kris Somers

Recente statistieken van het internationale onderzoeksbureau Gallup tonen aan dat slechts 13 procent van de werkende wereldbevolking voldoening vindt in zijn of haar job. Bovendien geven velen aan dat de oorzaak van hun ontevredenheid niet ligt bij het werk maar bij de baas. Tertio ging op zoek naar een leiderschapsstijl die past bij een christelijk mens- en wereldbeeld en vond: dienend leiden.

Voor organisatiecoach Roeland Broeckaert zijn leidinggevenden architecten van een cultuur waarin zowel klanten als medewerkers centraal staan. Een inspirerende leider zorgt voor binding, hard voor resultaten, zacht voor mensen.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Een tocht van de mens naar God

De tocht van Abraham is het prototype van de heilsgeschiedenis. Onze voorvaderen in het geloof trokken niet naar heiligdommen zoals de omringende volkeren. Er was geen reisroute naar een vaste plek uitgestippeld, ze moesten op Gods aanwijzing naar ‘elders’, naar een open en mysterieuze toekomst. De latere bijbelse pelgrimstochten naar Jeruzalem en de christelijke bedevaarten naar bepaalde plaatsen ontlenen hun zin aan dit ‘elders’ waar God op ons wacht. De bijbel situeert vanaf het begin de oorsprong van de trektocht van Gods volk in het goddelijke initiatief: God roept en vraagt van de mens een onvoorwaardelijk geloof. Zo moet iedereen wegtrekken uit ‘zijn heidense land’. De uittocht is het prototype geworden van de christelijke bedevaart. Je kunt een grote of een kleine bedevaart doen, een minibedevaart zelfs, zoals de kruisweg in je kerk. Maar in welke vorm ook, het gaat altijd om een tocht van de mens naar God die hem roept. Over de ontmoeting met de Heer ‘in geest en waarheid’ (Joh 4,23), in de vreugde van een zuiver hart. Het gaat om een gemeenschappelijke route en een gezamenlijk loskomen van gevestigde toestanden. Het gaat om een kerkgebeuren: op weg gaan naar een ‘communio’ die de kerk opbouwt. Elke bedevaart biedt ons de gelegenheid om elkaar in gebed te dragen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 18 juli 2018

Gelezen in TERTIO van 20 juni 2018

1 . Quote:

“Als we onze deuren sluiten, sluiten we eveneens onze geesten en laten we mensen aan de grens achter in onmenselijke omstandigheden”, vindt Bob Vitillo.

De Amerikaan Robert Joseph Vitillo (1946) is sinds 2016 de secretaris-generaal van de International Catholic Migration Commission. Daarnaast is hij kerkelijk adjunct bij het Bureau International Catholique de l’Enfance. (Geert De Cubber)

2 . Paus op bezoek bij de Wereldraad van Kerken

Op 21.6.2018 brengt paus Franciscus een blitzbezoek aan de Wereldraad van Kerken (WCC). Nadat hij door de Zwitserse president ontvangen wordt op de luchthaven van Genève gaat het naar het Oecumenisch Centrum van de WCC, waar de paus tijdens een gebedsdienst de homilie verzorgt. Na de lunch staat een oecumenische ontmoeting met de WCC op het programma. De dag eindigt met een eucharistieviering, waarna Franciscus door de Zwitserse bisschoppen en pauselijke vertegenwoordigers in Zwitserland uitgeleide wordt gedaan. Na zijn voorgangers Paulus VI in 1969 en Joannes Paulus in 1984 is Franciscus de derde paus die de WCC bezoekt. Hij doet dat naar aanleiding van de 70ste verjaardag van dat orgaan. De ontmoeting is aangekondigd als een “oecumenische pelgrimage”. Sinds 1965 onderhoudt het Vaticaan nauwe banden met de WCC. Naast oecumenische thema’s gaat veel aandacht naar de rol die christenen kunnen spelen als vredestichters. Dat laatste gaat zowel de paus als de secretaris-generaal van de WCC, Olav Fykse Tveit, zeer ter harte. (Geert De Cubber)

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Geen geestelijke privétuin

Sacramenten en gebed zijn onvervangbaar. Ze zijn het hartstuk, de stootkracht, de diepste doelmatigheid van het christendom. Als je gebed en sacramenten laat wegvallen, laat je Christus’ kracht niet toe in jezelf en breng je christendom terug tot een ideologie of een filosofie. Het gevaar bestaat dat christenen zich in een geestelijke privétuin van gebed terugtrekken, zonder zichtbaar engagement in het concrete leven. Dat kan niet. Als je écht bidt, word je als met een boemerang teruggeworpen op je omgeving, je medemensen, de maatschappij waarin je leeft. Het christendom heeft twee temperamenten: het temperament van de strijdvaardigheid en de actie, en het temperament van bezinning en contemplatie. Elk met zijn eigen karikaturen en bekoringen. In een echt christelijk leven zijn beide met elkaar vervlochten. Laat het evangelie zuiver en klaar op je afkomen, zonder al te veel interpretaties. Zo kan het effect in je hebben. Maak het vijf minuten stil en laat de tekst in je doordringen, tot helderheid komen, zoals je vijf minuten in de zon zou gaan zitten. Dan zul je merken hoezeer het je leven kan veranderen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw–deel 7

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts (vervolg)

De Mommaerts’en in de politiek

Zoals we reeds schreven was Franciscus Ludovicus Mommaerts (1768-1844) schepen van 1830 tot 1836 onder burgemeester Carolus De Coster. Hij was lid van het Bureel van Weldadigheid van 1819 tot aan zijn dood in 1844.

Bij de verkiezingen van 1839 wordt zijn zoon Joannes Franciscus (Jan Cisses) (1808-1885) tot gemeenteraadslid verkozen. Hij blijft het tot 1860. Op 2.12.1846 wordt hij ook lid van het Bureel van Weldadigheid. Na de verkiezingen van 10.10.1857 wordt Jan Cisses schepen, naast Jef Coeckelberghs, onder burgemeester Remi Prosper Honnorez.

Vanaf begin 1860 blijft Jan Cisses afwezig op de gemeenteraad. Wegens ziekte? Hij overlijdt nochtans pas in 1885.

Na de verkiezingen van 1860 komt zijn broer Philippus (Fluppes) (1804-1869) in zijn plaats als raadslid en schepen en ook als lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1869 komt Joannes Franciscus Mommaerts (Soeë va Fluppes) (1839-1910) als schepen in de plaats van zijn vader die overlijdt op 19.10.1869. Hij neemt ook diens plaats in in het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1872, toen Joseph Honnorez burgemeester werd, bleef Soeë va Fluppes schepen.

Na de verkiezingen van 1881 degradeerde Soeë va Fluppes tot gewoon gemeenteraadslid.

Na het ontslag van burgemeester Joseph Honnorez eind 1883 wordt Soeë va Fluppes opnieuw schepen vanaf 24.2.1884. Vanaf 31.8.1884 treedt hij op als burgemeester en op 22.12.1884 wordt hij benoemd tot burgemeester. Hij overlijdt op 15.3.1910, na ruim 25 jaar burgemeesterschap.

De boer op het Hof van Coeckelberghs in het begin van de jaren 1900, Jozef Mommaerts (Jef va Jan Cisses) (1850-1931) had een neus voor zaken doen in de landbouwwereld. Op 28.11.1905 geeft de gemeenteraad een gunstig gevolg aan zijn vraag voor “het oprichten van eenen graanvuurmolen met moteur van 15 paardenkracht gestookt bij middel van petrololie”, in een gebouw palende aan zijn huis, om het graan van de inwoners te malen.

Na de verkiezingen van 20.10.1907 doet Jozef Mommaerts (Jef va Jan Cisses) daarenboven zijn intrede in de gemeenteraad en hij wordt meteen verkozen tot schepen.

Op 15.3.1910 overlijdt burgemeester Joannes Franciscus Mommaerts (Soeë va Fluppes). Schepen Engelbert De Greef (den Ingel) treedt dan op als dienstdoende burgemeester en vanaf 12.5.1910 als officieel benoemde. Schepen Jozef Mommaerts wordt aangeduid om de functies van ambtenaar van de burgerlijke stand te vervullen. Hij doet dit van april 1910 tot eind 1919. Hij was ook lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na het overlijden van burgemeester Engelbert De Greef wordt Jozef Mommaerts burgemeester benoemd op 15.11.1919 en hij blijft het tot 19.7.1921. Daarna wordt hij gewoon gemeenteraadslid en op 25.10.1925 opnieuw schepen, wat hij blijft tot aan zijn dood op 12.6.1931.

Zijn zoon Louis Mommaerts (1892-1977) wordt gemeenteraadslid van 23.2.1936 tot eind 1938. En daarmee stopten de politieke activiteiten van de Mommaerts’en.

Louis Mommaerts (de Pachter va Coeckelberghs) was ook de laatste landbouwer van het geslacht Mommaerts in Korbeek-Dijle.

woensdag 27 juni 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De grondkleur van christen zijn

Wij christenen mogen niet hopen dat we bij iedereen in de smaak vallen en dat iedereen ons zal prijzen en danken. Als ze niets dan goed van je zeggen, zei Jezus al: ‘Wee u! Want dat deden ze al met de valse profeten.’ Sommige christenen kunnen niet tegen kritiek. Ze betrekken kritiek meteen op de kerk en zeggen: ‘Had de kerk maar niet zoveel fouten, dan zou iedereen wel christen willen zijn.’ De besten zeggen: ‘Had ik maar niet zoveel fouten en schuld, dan zou het met de kerk en haar publieke imago veel beter gaan.’ Misschien. Want fouten houden de mensen tegen. Maar zelfs als de paus perfect was, de bisschoppen en de priesters en ook wij, dan nog zou er tegenstand zijn, en vervolging. Jezus heeft alles goed gedaan, hij had geen fouten. Toch is hij geëindigd op een kruis. Nee, er zit iets in de wereld en in de mens – en in ons allemaal – wat onverklaarbaar is: we verdragen niet dat God is zoals hij is. Dat is het oerkwaad waarover het Boek der Schepping het al heeft. Het is een wezenlijke trek in het portret van elke echte christen: dat hij vervolgd zal worden. En des temeer naarmate hij een betere christen is. ‘Wat ze met mij hebben gedaan,’ zegt Jezus, ‘zullen ze ook met jullie doen.’ De christen lijdt vervolging, dat is de grondkleur van zijn zelfportret.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 24 juni 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 6

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts (vervolg)

Op 24.11.1862 gaan Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses) en zijn zus Maria Theresia een lening aan op 10 jaar van 3.000 fr van een particulier in Leuven voor notaris Vanorshoven in Tervuren “in geldmunten, hier geteld en waarlijk afgegeven”, ieder voor de helft, aan 5 % ’s jaars. Zij gaven elk een perceel land van respectievelijk ongeveer 1 ha en ongeveer 74 a in onderpand. Mogelijk kochten zij met het geld eigendommen van één van hun broers of zus Maria Coleta om het familiebezit te vrijwaren.

Op 1.12.1873 sluit Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses) een huurovereenkomst (het jachtrecht niet inbegrepen) met Guilielmus Vancampenhout, koopman in gist te Charleroi voor een termijn van 12 jaar vanaf 30.11.1873 tot 30.11.1885, voor twee percelen, samen 1ha 82a 23 ca, voor de jaarlijkse pachtprijs van 250 fr in gangbare gouden of zilveren munten. Pachtprijs per ha: 137,19 fr.

Op 30.5.1885 wordt de nalatenschap van Joannes Franciscus Mommaerts en zijn vrouw Maria Catharina Vermeulen verdeeld onder hun kinderen:

- Coletta (1848-1891)

- Josephus (1850-1931)

- Philippus (1852/ + vóór 1888)

- Angelica (1857-1890)

- Maria (1861-1893)

toen allen ongetrouwd, landbouwers en samenwonende te Korbeek-Dijle.

De nalatenschap omvatte:

-onroerende goederen: 2ha 77a 65ca + een huis met aanhorigheden, samen geschat op 13.122 fr. Voor ieder kind: 2.624,40 fr.

-roerende goederen: vee, paarden, meubels, landbouwgetuig, graan en vruchten op het veld, geschat op: 6.278 fr, min een passieve massa van 8.057,58 fr geeft een negatief saldo van -1.779,58 fr of -355,92 fr per kind.

Op 3.6.1885 schreef Coletta Mommaerts haar testament te Korbeek-Dijle, en dat wordt geregistreerd op 25.3.1891, elf dagen na haar dood op 14.3.1891. Zij geeft al wat zij op hare sterfdag zal nalaten aan haar broers Philippus en Josephus en haar zus Maria en aan de langstlevende onder hen indien er één of meerdere voor haar zouden sterven.

Op 27.4.1900 is er de deling tussen Jozef Mommaerts, Jan Baptist Sterckx (weduwnaar van Angelica Mommaerts), handelende als vader en wettige voogd van Frans en Maria Sterckx, en Jozef Van Geel (weduwnaar van Maria Mommaerts), handelende zo in eigen naam dan als vader en wettige voogd van Herman Van Geel.

De te verdelen goederen zijn: -1ha land in het Overhoutveld

-89a land in de Pompdelle

De verdeling gebeurt als volgt:

- Jozef Mommaerts krijgt: -74a 72ca in het Overhoutveld

-35a 44ca in de Pompdelle

- Jozef Van Geel krijgt: -25a 28ca in het Overhoutveld

-21a 97ca in de Pompdelle

- Frans en Maria Sterckx krijgen (ieder voor de helft): 31a 59 ca in de Pompdelle.

De reeds versnipperde goederen van het Hof van Overbist worden nog maar eens versnipperd. (wordt vervolgd)

woensdag 20 juni 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 5

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts

In de jaren 1600 en 1700 waren de Van Kildonck’s, de Boogaerts’en en vooral de Mommaerts’en de toonaangevende boerengeslachten in Korbeek-Dijle. De Mommaerts’en hebben het nog volgehouden tot in de jaren 1800 en 1900.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 22.10.1830 werd Franciscus Ludovicus Mommaerts (1768-1844) verkozen tot schepen onder burgemeester Carolus De Coster (burgemeester van 1830 tot 1836).

Op 31.10.1835 huwde Carolus De Coster met Maria Theresia Mommaerts, een dochter van Franciscus Ludovicus.

In 1836 kwam er voor beiden een einde aan hun mandaat als burgemeester en schepen.

Op de gemeenteraad van 28.2.1837 werd Franciscus Ludovicus herbenoemd tot lid van het Bureel van Weldadigheid. Hij was er lid van sinds 1819 en bleef lid tot aan zijn dood in 1844.

Een hoogtepunt in de evolutie van de Mommaerts’en was de aankoop door Franciscus Ludovicus en zijn vrouw Maria Elisabeth Decoster (1778-1846) in juni 1839 van het Hof van Overbist aan de Veeweide, samen met de omringende grond tot tegen de Putstraat en een perceel land in de Lazendel, in totaal 4ha 31a 04ca, voor de prijs van 15.000 fr. Zij kochten dat alles van hun schoonzoon Carolus De Coster (1800-1841).

Franciscus Ludovicus Mommaerts was nu eigenaar van zijn boerderij wat zijn voorvaderen niet konden zeggen. Zij waren pachters van hun hoeve. Ook Franciscus Ludovicus was nog pachter geweest van het Hof van Luezenborg-Blyenberg.

Luezenborg was in 1810 afgebroken door Ambrosius Goubau en vervangen door de hoeve Blyenberg.

De ouders van Franciscus Ludovicus, ook pachters van Luezenborg, Petrus Mommaerts (1730-1779) en Catharina Elisabeth Coeckelberghs (1732/+ na 1797) waren het eerste koppel Mommaerts-Coeckelberghs in Korbeek-Dijle. Catharina Elisabeth was de zus van Engelbert Coeckelberghs, grootvader van Josephus Coeckelberghs. Zij kwamen van het Hof van Rotspoel in Egenhoven.

Nadien volgden nog Josephus Coeckelberghs in zijn eerste huwelijk met Maria Catharina Mommaerts, de oudste dochter van Franciscus Ludovicus, en nog later Josephus Mommaerts met Mathilde Coeckelberghs, dochter van Josephus.

Op 15.3.1844 overleed Franciscus Ludovicus Mommaerts en op 24.12.1846 zijn vrouw Maria Elisabeth Decoster.

Op 3.3.1851 werden hun onroerende goederen verdeeld onder hun 8 overlevende kinderen en de twee kinderen van hun overleden dochter:

1 . Philippus Mommaerts (Fluppes), landbouwer en herbergier te Korbeek-Dijle, vader van de latere burgemeester van Korbeek-Dijle, Soeë va Fluppes. Hij bouwde rond 1840 het huis waar nu Erik De Smedt en Sabine Cocquyt wonen.

2 . Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses), landbouwer te Korbeek-Dijle, vader van Jef va Jan Cisses (x Mathilde Coeckelberghs). Jan Cisses had zijn boerderij op de hoek van de Nijvelsebaan en de Kleinebroekstraat.

3 . Josephus Franciscus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle

4 . Joannes Baptiste Mommaerts, landbouwer te Bertem

5 . Maria Theresia Mommaerts, weduwe van Carolus De Coster, landbouwster te Korbeek-Dijle, oprichtster van het kapelletje aan de Veeweide

6 . Joannes Albertus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, stamvader van de kantonniers Mommaerts en de Maginelle’s

7 . Maria Coleta Mommaerts, weduwe van koster Guilielmus Antonius Cappuyns, landbouwster te Korbeek-Dijle. Zij en haar man bouwden rond 1840 het huis waar nu Dirk Van Laer en Carine Lafortune wonen.

8 . Carolus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, medeuitbater met zijn zus Maria Theresia van het Hof van Overbist

9 . Josephus Coeckelberghs, weduwnaar van Maria Catharina Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, handelend als vader en wettige voogd van Maria Elisabeth en Maria Apollonia Coeckelberghs, zijn twee enige en nog minderjarige kinderen uit dit huwelijk.

Er werden ongeveer 20 ha land plus een boerderij verdeeld onder 9 kinderen voor een totale waarde van 84.409 fr, waarbij elk kind een waarde erfde van 9.378,77 fr. Alle erfgenamen staan opgegeven als landbouwer of landbouwster. Zo werden mooie landbouwbedrijven totaal versnipperd. (wordt vervolgd)

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Genezen van de doekoorts

Kunnen we wel ooit gelukkig worden als we het allemaal van onszelf en van onze inzet verwachten? Meer nog: als we het te min vinden van iemand of iets afhankelijk te moeten zijn? Een sleutel voor het geluk is het rustige besef van onze eindigheid, van onze grenzen en van onze beperktheid, en deemoedig uitzien naar wat anderen voor ons doen. Een ervaring van ziekte en hulpeloosheid bewerkstelligt soms echt een stuk bekering. Wie te trots was om zich door anderen te laten helpen, wordt vaak dubbel genezen: bovenop de genezing van het lichaam komt er de heling van de ziel – de ontdekking dat een medemens een gave is, en wederzijdse afhankelijkheid een weldaad. Soms is het ook een stuk psychische genezing van de doekoorts als je verplicht wordt een paar maanden dingen te verwaarlozen die als het ware vanzelfsprekend zijn: geen tijd verliezen, economisch denken, alles zelf willen en kunnen doen. Een kuur doormaken van passiviteit en van bemind worden is heilzaam. Alleszins is het een geestelijke genezing als je begint te ervaren dat God alles voor en in jou doet en dat hij alles ten goede leidt. Het is een complete omwenteling: niet ik ben de zon en God is mijn planeet, maar God is de stabiele zon en ik ben de wentelende aarde. Of zoals Paulus het zei: ‘Het geloof redt, en niet mijn werken’ (cf. Gal 2,16).

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Gelezen in TERTIO van 6 juni 2018

Op 30.5.2018 stemde het Portugese parlement tegen een wet om euthanasie in bepaalde gevallen mogelijk te maken. Dat het werd afgeschoten, is opmerkelijk: de socialisten, die het indienden, zitten mee in de regering.

De stemming in Portugal komt er twee weken nadat de Finse parlementsleden zich ook al tegen legalisering van euthanasie uitspraken. De Finnen geven er veeleer de voorkeur aan palliatieve zorg verder uit te bouwen. (Geert De Cubber)

woensdag 13 juni 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 4

Week 2018-24 - Het kruim deel 40001

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De eerste vijf maten

Er is ooit een neurose geweest van te veel schuldbesef. Nu vraag ik mij af of we niet in een neurose van te weinig schuldbesef zitten: we weten niet meer wat we met ons falen moeten doen, dus denken we er liever niet aan dat we fouten maken. Ieder mens wordt geconfronteerd met zijn begrenzing en zijn falen. Dat is zo’n diepe menselijke ervaring, dat er al op de eerste bladzijden van de bijbel over wordt gesproken. Nu kun je je falen, je zonde negeren en zeggen dat er helemaal geen kwaad is. Je zult merken dat je daar niet mee geholpen bent, want het gevoel van falen komt terug. Of je kunt het generaliseren door te zeggen: kijk, iedereen doet het! Ook dat is geen oplossing. Vergeten of wegduwen ook niet, want het komt naar je terug als een boemerang. Het gevoel van falen verdoven door drank of drugs helpt nog minder. Het geloof biedt de bevrijding dat er ergens iemand is met scheppingscapaciteiten die me vrij kan zeggen: het was verkeerd en het blijft verkeerd, maar ik maak je nieuw. Het juiste doseren van je eigen falen, zodat je ermee kunt leven en het tot een oplossing kunt brengen, is een kunst. En die kunst biedt het christendom je in de verlossing. Daartoe is Jezus gekomen. Zoals je in een toneelstuk van Shakespeare al in de eerste vijf minuten weet wie er op het podium staat, zo weet je dat ook van Jezus. Als hij de eerste keer opkomt in het evangelie, zijn zijn eerste woorden: ‘Bekeer je, geloof in de blijde boodschap, laat je dopen.’ Wij willen graag in de blijde boodschap geloven, maar dat ‘bekeer je’ zint ons niet. Net zoals je bij een muziekstuk van Bach de eerste vijf maten niet kunt overslaan, kan dat echter ook niet bij Jezus.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 6 juni 2018

Gelezen in TERTIO van 23 mei 2018

Eindelijk hulpbisschop voor Vlaams-Brabant

Uit een artikel van Emmanuel Van Lierde

Paus Franciscus benoemde op vrijdag 18 mei Koen Vanhoutte tot hulpbisschop van het aartsbisdom voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen. Dat de keuze op die kanunnik en vicaris-generaal van het bisdom Brugge viel, was voor kerkelijk ingewijden geen echte verrassing.

Koen Vanhoutte werd op 31 augustus 1957 geboren in Oostende en werd in 1983 tot priester gewijd. Hij behaalde een kandidatuur in de wijsbegeerte aan de KU Leuven en een doctoraat in de theologie aan de Gregoriana in Rome. Zijn hele loopbaan is hij verbonden aan het Brugse grootseminarie.

In juli verhuist Vanhoutte naar Mechelen, maar de bisschopswijding vindt pas op zondag 2 september plaats in de Sint-Romboutskathedraal. Aan de vooravond van Pinksteren hoefde de nieuwe hulpbisschop niet lang na te denken over zijn wapenspreuk: Veni sancte Spiritus, kom heilige Geest. “De kerk leeft vanuit de kracht van de Geest. Aan hem dankt ze de genadegaven en hij verbindt ons met elkaar”, sprak Vanhoutte.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Altijd ten bate van een ander

Christus staat in het midden van de kerkgemeenschap, de Geest is haar bloedsomloop en de Vader overstraalt haar met zijn licht. De kerk als gemeenschap is een beeld van wat God is: Vader, Zoon en heilige Geest. In de kerk circuleert dezelfde stroom als in God zelf. Die magnetische stroom wordt opgewekt door de eucharistie. In deze bewegende kring horen alle mensen, over de hele wereld, levend of niet. Druk dit eens uit in juridische termen… De kerk is er nooit voor zichzelf of ten koste van de ander, zij is er altijd ten bate van de ander. Wij zijn niet beter dan ongelovigen, we zijn niet heilig. We zijn er gewoon voor de ander. Er is dus duidelijk een tendens om in de wereld uit te gaan, op een heel bijzondere manier, niet om van de wereld te worden, maar om er voor de wereld te zijn. Elke keer dat de kerk zich in zichzelf keerde, liep het fout. Dat geldt voor alle leven. Om mensen met onze kerk vertrouwd te maken kun je van alles doen. Haar esthetisch aantrekkelijk maken, een menselijk gezicht geven, duiden op haar sociale dimensie… Maar uiteindelijk zullen mensen alleen maar thuis raken in de kerk als ze voelen dat die kerk oneindig veel meer is…

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 30 mei 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 2

1 . Uit het familiearchief van (Joannes) Josephus Coeckelberghs

Het boerenleven van Jef Coeckelberghs

Op 30.6.1842 kocht vader Franciscus Coeckelberghs voor hemzelf en voor zijn zoon Jef, ieder voor de helft, een perceel land van 68a 85ca in het Overhoutveld te Korbeek-Dijle voor de prijs van 2.320 fr. Prijs per ha: 3.370 fr.

De verkoopster was Louisa Isabella Joanna Eugenia Goubau, echtgenote van Petrus Franciscus Godefridus de Fraye de Schiplaeken, gehuisvest te Brussel. Zij was een achternicht van Julia Goubau, de stammoeder van de Honnorez’s.

Deze koop was maar één van de twaalf percelen aangeboden door verkoopster Goubau. Een ander perceel, van 47a 50ca op de Zevenbunders, werd gekocht door Franciscus Ludovicus Mommaerts van het Hof van Overbist.

Op 10.9.1842 koopt vader Franciscus Coeckelberghs 2ha 83a 63ca land op de Kareeloven en in de Groebbestraat te Korbeek-Dijle voor de prijs van 9.650 fr. Prijs per ha: 3.402 fr.

De verkoper is Edouard de Salomon de Friedberg, zoon van Wilhelmina Goubau, een nicht van Julia Goubau.

Uit deze twee verkopen blijkt nog maar eens dat de Goubau’s veel eigendommen hadden verworven in Korbeek-Dijle, zowel vóór als na de Franse Revolutie.

De Goubau’s waren eigenaar van het kasteel van Korbeek-Dijle (gebouwd rond 1750), van het huis waar nu Nicole Honnorez en Luc Cambier wonen (gebouwd op het einde van de jaren 1700) en waarschijnlijk ook van de Voorburg (gebouwd in 1738). Op 11.7.1808 kocht Ambrosius Goubau als “zwart goed” (kerkelijk goed aangeslagen door de Fransen na de Franse Revolutie) het Hof van Luezenborg samen met 31ha 13a land voor de prijs van 38.000 fr. In 1810 bouwde hij op de plaats van Luezenborg een nieuwe boerderij, Blyenberg.

De verkochte goederen in 1842 maakten geen deel uit van de 31ha 13a van Ambrosius Goubau, wiens eigendommen volledig naar zijn dochter Julia Goubau en de Honnorez’s zijn gegaan.

Op 21.5.1848 overlijdt vader Franciscus Coeckelberghs en op 14.5.1850 zijn vrouw Maria Catharina Vandenbosch.

Op 30.12.1850 kopen Josephus Coeckelberghs en zijn zus Joanna Maria, ieder voor de helft, 21a 80ca gelegen in het dorp te Korbeek-Dijle voor de prijs van 800 fr. Prijs per ha: 3.670 fr. Verkoopster is Francisca Coeckelberghs (°1771), weduwe van Guilielmus Van Kildonck, een tante van Josephus en Joanna Maria Coeckelberghs. Er was nóg een zus van hun vader, Clara Coeckelberghs (°1777) die getrouwd was met Henricus Van Der Stappen uit Leefdaal.

Op 29.8.1853 koopt Josephus Coeckelberghs 70a 81ca land in het Overhoutveld voor 3.764 fr. Prijs per ha: 5.316 fr, een sterke stijging van de prijs ten opzichte van de vorige kopen in 1842 en 1850.

Opvallende bepaling uit deze en andere aankoopaktes: “De betaling zal moeten gebeuren in metallieke geldspeciën in dit rijk gangbaar en geenszins in biljetten of papieren munten binnen de twee dagen na de verkoping in de handen en ten kantore van de ondergetekende notaris, Zwaluwstraat 12 te Brussel.”

Op 13.6.1856 verdelen Josephus Coeckelberghs en zijn zus Joanna Maria, echtgenote van Franciscus Goovaerts (stamvader “Volles”) de roerende goederen (meubelen, akkerbouwgerief, beesten, granen op zolder en te velde, beddegoed, kleedsel en lijnwaad) en de schulden van hun ouders:

- roerende goederen ter waarde van: 8.701,50 fr

- schulden ten belope van: 4.866,56 fr waarvan 2.304,06 fr toekomt aan de twee kinderen van Josephus uit zijn eerste huwelijk.

Als zuiver actief blijft er over: 8.701,50 – 4.866,56 = 3.834,94 fr, of 1.917,47 fr voor elk van beiden. Josephus krijgt daarenboven de 2.304,06 fr toekomende aan zijn genoemde kinderen. De afrekening gebeurt in geldspeciën of materialen. (wordt vervolgd)

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Een God met reliëf

De Geest schenkt ons een nieuwe blik op God, met meer diepte. Het geloof in de éne God – de trots en het voorrecht van Israël onder alle volken – groeit uit tot het geloof in een drie-ene God. God de Vader, Zoon en Geest. Dit is de volle waarheid over God die niemand kende. De Geest komt het ons zeggen. Wij christenen zijn er na twintig eeuwen nog niet helemaal mee vertrouwd. We bidden vaak tot God, alsof we nog in het eerste verbond leefden. Of we bidden tot Jezus. Zelden tot de heilige Geest. Bijna nooit bidden we tot de Drie-eenheid. Voor ons heeft God nog altijd zo weinig reliëf: hij blijft vlak en meteen missen we de diepe rijkdom van wat Jezus ons over God kwam zeggen. Ook al is God één en onverdeeld, hij is geen plat vlak waar we tegen aankijken. Waar geen verscheidenheid is, kan geen liefde heersen, want liefde is meerpoligheid, een ‘face à face’. Ook in onze godsbenadering hoort dynamiek te zitten: we gaan met de heilige Geest door de Zoon naar de Vader.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)