woensdag 26 september 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Kijk naar de binnenkant

Kennen priesters en hun gemeenschappen elkaar wel echt? Kijken priesters niet te vaak en te veel naar de buitenkant van de gemeenschap, naar wat onder de zintuigen valt? Dan zien we de kleine kanten: de lauwheid, de zondigheid, de spanningen en conflicten van onze parochianen. We dreigen muurvast te groeien in een oordeel over hen: ‘Ach, er is zo weinig mee te beginnen!’ – vooral in dagen van ontmoediging denken we dat. Laten we naar onze mensen kijken met de blik van het geloof – zij zijn het lichaam van Christus, de tempel van de heilige Geest. God woont in hen, hij heeft hen lief en voor hen gaf Jezus zijn leven. Onze gemeenschappen zijn kostbaar in Gods oog zoals ze zijn. Zij zijn de kerk – die hoef je niet elders te zoeken. Droom niet van een ideale parochie, kijk naar het hart van je parochianen. Tegen de gelovigen zou ik willen zeggen: kijk naar de binnenkant van je priesters. Het zijn mensen, ze hebben hun zwakheden, fouten, temperament en karakter. Ze hebben zelfs hun ontrouw en hun zonde. De apostelen waren ook maar twaalf gewone vissers die op de vlucht sloegen en Jezus verloochenden. Zelfs Petrus. Maar dat heeft Jezus niet belet te zeggen: ‘Weid mijn schapen.’ Jezus keek naar het hart van wie hij riep, hij geloofde in de diepte. Kijk naar het hart van je priesters: ze zijn de gezondenen van Christus, je verlossing komt door hun dienstwerk. De werkelijkheid van het priesterschap is niet te zien door het oog van je lichaam, maar met de blik van het geloof. Kijk naar hun binnenkant: door al hun ontoereikendheid heen is het Jezus zelf die je herder is, die bijeenbrengt, bemoedigt en verzoent.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 19 september 2018

Scherpenheuvel 2018

Op donderdag 6 september 2018 hielden de fietsers van OKRA Korbeek-Dijle hun jaarlijkse tocht naar het Mariaoord in Scherpenheuvel. Ze oogden allemaal blij en fit. Met de zegen van Maria konden zij de rit naar huis weer aan.

Week 2018-38 - Scherpenheuvel 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Binnentreden in een Engelse tuin

Als je God centraal stelt in je leven, ga je ook meer spreken in termen van danken, loven en prijzen. De eisen die je doorgaans aan een ander stelt, worden vervangen door dankbaarheid, omdat je beseft dat je hem of haar hebt ontvangen als een kans, een uitnodiging. Er groeit ook een andere gebedshouding, die van de ontvankelijkheid. Het gebed is de adem van een christen. Zonder gebed ben je een dichtgeklapte mens. Als je je gebed laat wegvallen, voel je je misschien in de eerste periode vrij, maar daarna heb je het gevoel dat je overal alleen voor staat. Dat werkt ontmoedigend – je doorworstelt de ondraaglijke eenzaamheid van Prometheus. De doekoorts en het centraal stellen van onszelf hebben ook onze liturgie aangetast: we willen alle gebeden zelf maken, dingen uitvinden, alternatieve lezingen invoeren… Maar liturgie die door de mensen zelf wordt gemaakt, is een soort toneelspel. Ze lijkt op een Franse tuin waarin de mens alles zelf moet doen. Echte liturgie is als een Engelse tuin: alles is al gegeven en heeft een eigen plaats. Een christen treedt actief binnen in de liturgie, maar wil niet alles zelf maken en doen. Groeien in liturgie is groeien om binnen te treden in het overweldigende (geschonken) woud van de Schrift, in de rijkdom van miljoenen mensen vóór ons, in heel het gebeuren van Christus’ leven, sterven en verrijzen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Klokken luiden voor vrede op 21 september

Het aartsbisdom Mechelen-Brussel neemt samen met vele andere bisdommen in Europa, waaronder alle Belgische, deel aan het initiatief om op vrijdag 21 september 2018 alle kerkklokken te laten luiden tussen 18.00 u en 18.15 u ter gelegenheid van de internationale VN-dag voor de vrede.

zondag 16 september 2018

100 jaar na het einde van WO I

Op zondag 9 september 2018 had in Korbeek-Dijle de inhuldiging plaats van het oud-strijdersbeeld “OVER LEVEN” van beeldhouwer Tjerrie Verhellen. Hierbij foto van de terugkerende soldaat met rugzak, en accordeon aan de voet.

Week 2018-39 - DSC_0815Week 2018-39 - DSC_0819

woensdag 12 september 2018

Korbeekkermis 2018

Tijdens de openluchtmis op zondag 26 augustus 2018 bad de priester bij het openingsgebed:

Heer God,

waar mensen het opnemen voor elkaar,

waar mensen geen vreemden blijven voor mekaar,

waar mensen mekaar een echte thuis bieden,

daar zijt Gij in hun midden.

Geef ons de kracht en de moed om alle mensen,

van welke origine of overtuiging ook,

te zien als uw kinderen.

Zo kunnen we allen samen werken aan een toekomst

waar hoopvol leven is voor iedereen.

De omhaling voor het jeugdhuis van pater Dick Zwarthoed in Ruashi, in Congo, bracht 186,21 € op, waarvoor hartelijk dank!

Hierbij enkel sfeerbeelden van de activiteiten op deze kermiszondag.

Week 2018-37 - 009Week 2018-37 - 012Week 2018-37 - 019Week 2018-37 - 020

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De zus van hoop, geloof en liefde

Spiritualiteit is hunkering naar genezing en verlangen om meer mens te worden. Onze hele tijd zoekt ernaar. Maar er is een weg die zelden bewandeld wordt en een terrein dat braak blijft liggen: dat van het mooie. Zelden of nooit wordt het mooie aangewezen als vindplaats van genezing en humanisering. Schoonheid bergt, als een bron, altijd verrassing en gratuïteit in zich. Ze is daarom de zus van de hoop en haar biotoop. Daarom zal het mooie diep genezend zijn voor de manco’s van onze tijd. Ze kan het verwaarloosde antidotum zijn voor de toxines van vandaag. Het mooie draagt geheugen en dus geloof in zich. Er bestaat geen schoonheid zonder traditie, zonder het voortbouwen op alles wat aan creativiteit werd voortgebracht voordat wij werden geboren. Wie intreedt in de wereld van de kunst, vindt zichzelf terug in gevoelens en emoties, in zoveel mensen die hem voorgingen, met hun vreugde en pijn, hun dromen en hun ontmoedigingen. Hij vindt er vaste grond onder de voeten. Bovendien legt het mooie de link met de toekomst: het leidt binnen in een cultuur van verwachting, verrassing en hoop. Het brengt ons in evenwicht, het bemoedigt en introduceert ons in het rijk van de mogelijkheden. En het mooie zet in beweging. Omdat schoonheid ook symboliek hanteert, is ze een soort hefboom om los te komen uit de inertie en over te gaan tot het handelen. Ze is het voorspel van werkzame liefde. Schoonheid is de kracht, de schittering en het vuur van de waarheid. Ze ligt op het kruispunt van geloof, hoop en liefde.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 9 september 2018

Agenda bijgewerkt

Bekijk onze bijgewerkte agenda op de agenda-pagina.

woensdag 5 september 2018

Gelezen in TERTIO van 22 augustus 2018

Eyskens is een vraagtekenzaaier

Uit een artikel van Benoit Lannoo

In zijn zestigste boek, De vraagtekenzaaier, gooit Mark Eyskens weer kwistig rond met aforismen (zinrijke spreuken), woordspelingen en zinvragen. Om die laatste is het hem vooral te doen. “De meeste vragen smeken om antwoorden, maar nemen vrede met het opwerpen van nieuwe vragen.”

De menselijke kennis, stoelend op de wetenschappelijke methodes van vraagstelling, systematische twijfel en empirische bevestiging, heeft de voorbije eeuwen gescoord en blijft scoren. Bovendien heeft ze zichtbare, materiële resultaten geproduceerd: verbeterde leefomstandigheden, gezondheid en welvaart en afbrokkeling van de beklemming van vele geloofsdogma’s (zie ook voetnota). Maar weten we nu meer of minder? Het ontstaan van gigantische kennis leidt tot de paradox die Eyskens “de wet van de afnemende relatieve kennis” noemt. De grote geleerden van de late middeleeuwen en de renaissance kenden wellicht 50 à 60 procent van wat in hun tijd kenbaar was, terwijl de grootste geleerde vandaag amper nog 0,50 procent van het kenbare kent. Dat is vrij ontmoedigend: in de zogenaamde kennismaatschappij neemt de kennis relatief af.

Nadenkende wezens stellen onvermijdelijk de vraag: “Wat is de zin van dit leven, behalve een poging om het voort te zetten?” Hierop antwoorden de meeste mensen: goed te leven. “Maar wat is goed leven?”, vraagt Eyskens. Voor de meesten is dat gelukkig leven. Dan rijst weer een nieuwe vraag op. Wat is gelukkig leven? Dat is het bereiken en verwezenlijken van zijn wensen. Of wat technischer geformuleerd: zelfverwezenlijking. Maar wat betekent dat weer? Wat pogen mensen te bereiken? Heel uiteenlopende dingen die meestal onder eenzelfde noemer kunnen worden geplaatst: gelukkig zijn. Zo wordt de cirkel gesloten, stelt Eyskens vast. Gelukkig leven betekent datgene bereiken wat je wenst, en wat je wenst te bereiken is een gelukkig leven. Maar wat ons gelukkig maakt, begint alvast met een minimumprogramma: eten, drinken, seks en elementair levenscomfort. Voortleven vereist strijd om schaarse goederen te bemachtigen en veronderstelt inspanning, en concurrentie, wat vaak ontaardt in strijd en oorlog

Wil het menselijke ras overleven, dan moeten individueel en collectief egoïsme en agressiviteit omgeturnd tot verdraagzaamheid en samenwerking. Maar de menselijke natuur verzet zich daartegen. Derhalve – aldus Eyskens – is “een kracht nodig die de mens optilt naar een hogere dimensie van menselijkheid”.

Voetnota: In een vraaggesprek van Sylvie Walraevens met Rik Torfs in dezelfde TERTIO zegt deze laatste o.a.: “Het verleden normatief interpreteren is een dwaling. We vergeten wat een dogma historisch was: het registreren van een gedeeld geloof, als leidraad voor mensen. Niet andersom: vastgelegde geloofspunten die de gelovigen moeten aanvaarden.”

Herdenkingsmonument voor WO I

Samen met het Gemeentebestuur zal het herdenkingsmonument voor WO I op het kerkhof van Korbeek-Dijle worden ingehuldigd, en gezegend door de priester, op zondag 9 september 2018 na de mis van 10.00 u. Het is het beeld ‘Over Leven’ van Bertems kunstenaar Tjerrie Verhellen. Het beeld stelt een soldaat voor die terugkeert van de strijd en zich probeert op te trekken aan enkele positieve ervaringen. Het verhaal achter het beeld met een accordeon aan de voet is gebaseerd op waargebeurde feiten. De originele accordeon is nog altijd in het bezit van de kunstenaar. Het is een verhaal over het leven in oorlogstijd. Een verhaal dat herinnert aan alle inwoners van Korbeek-Dijle tijdens WO I. Het zijn die verhalen, de enkele positieve ervaringen waaruit wij hoop putten dat iets dergelijks nooit meer gebeurt. Positief blijven denken, is de boodschap achter het beeld.

E.H. Marcel Struyf overleden

Week 2018-36 - Marcel Struyf

Het nieuws over het plotse overlijden van onze vroegere geliefde pastoor, Marcel Struyf, heeft ons allen diep getroffen. Van de personeelsdienst van het aartsbisdom kregen wij volgende tekst en foto:

Beste vrienden,

Op dinsdag 21 augustus 2018 overleed te Tienen, priester Marcel Struyf op de leeftijd van 70 jaar. Hij werd geboren te Willebringen op 26 augustus 1947 en werd priester gewijd op 15 juli 1973.

Na zijn wijding begon Marcel Struyf zijn loopbaan als onderpastoor in Haacht.

Van 1986 tot 2005 was hij pastoor voor enkele parochies van de federatie Bertem.

Zijn laatste pastorale opdracht volbracht hij van 2005 tot 2013 in het dekenaat Tienen-Hoegaarden, waar hij verantwoordelijk werd voor zes geloofsgemeenschappen.

Sinds 2013 was hij officieel met pensioen

Heel zijn leven bleef hij heel nauw verbonden met zijn geboortedorp Willebringen, maar ook met zijn familie, zijn moeder, zijn achterneven en –nichten.

Na zijn pensionering werd Marcel de invaller als voorganger in vieringen in de brede regio, altijd goedgemutst en goedlachs, altijd begeesterd door de blijde boodschap.

Marcel Struyf had gouden handen, hij was bezeten door een klusjesmicrobe en hij kon ook veel, plamuren, loodgieterij, schrijnwerkerij. Tijdens zijn seminarietijd maakte hij zich zo al verdienstelijk en die dienstverlening met zijn handen zette hij verder in zijn parochies in de zorg voor de nodige infrastructuur: chirolokalen, scholen. Het was zijn leven.. Hij vond hier zijn voldoening in. Hij deed het graag…

Het ouderlijk huis, waar hij woonde, ging hij zelf verbouwen, maar als er anderen iets kwamen vragen, kwamen zij op de eerste plaats. 

Hij leefde altijd om anderen plezier te doen, zowel geestelijk als materieel.

Zijn uitvaart vond plaats in Boutersem, Sint-Pieters-Banden, Willebringen op zaterdag 25 augustus om 10 u.

Dat deze diepgelovige priester nu mag rusten in de vrede van de Heer. Gedenk hem in uw gebed.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Vernieuwd vertrouwen

We hebben affectieve steunpunten nodig. Ergens moet er iemand zijn die je liefheeft. Immers, hoe kun je vertrouwen krijgen in jezelf als je nooit van iemand vertrouwen hebt ervaren? Zelfvertrouwen is geen vrucht van een gespierd besluit: ‘Ik wil vertrouwen.’ Het steunt op herinnering aan momenten waarin je voelde dat je vertrouwen kreeg. Er bestaat ontrouw uit het verleden, die diepe wonden nalaat: een vriend of een vriendin die weggaat – dat kan je voor een deel verwoesten. Een geliefde die zomaar met je breekt nog meer. Misbruikte liefde kwetst je dieper. Er zijn mensen die doen alsof ze dat basisvertrouwen van anderen wel kunnen missen. Ze noemen dat onafhankelijkheid, op je hoede zijn, ‘cool’. Maar eigenlijk zijn ze verlamd door aarzelingen en onzekerheden. Ze hebben zelf ook geen vertrouwen in andere mensen. Vertrouwen ontvangen kan soms nog een andere naam dragen: vergeving. Vergeving is vertrouwen dat vernieuwd wordt, herbevestigd. Zelfs al ben je gestruikeld en verdien je het eigenlijk niet meer. Zulk vertrouwen, dat niet stuk te krijgen is door de tijd of de onwil, noemt men vergiffenis. Dit is wellicht de sterkste herinnering die maakt dat je anderen vertrouwen kunt schenken, als je zelf eerst vergeving hebt gekregen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 29 augustus 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De natuur van de ware liefde

Het gaat niet goed met de gezinnen. Er zijn meer redenen tot droefheid en bezorgdheid dan tot een jubelende stemming. Er is amper nog een familie waar geen pijn is: onenigheid, scheiding, ontrouw. Er is ontreddering zowel in het denken over de familie als in de praktische beleving. Nog nooit zagen de mensen er zo naar uit om ‘gelukkig te trouwen’ en nog nooit werd het huwelijk – maatschappelijk, wettelijk en filosofisch – zo gerelativeerd. Zijn we niet een beetje ziek? Jawel, maar hoe die ziekte genezen? Vooral door de natuur van de ware liefde weer te ontdekken. Liefde is niet grijpen maar geven, niet possessief maar oblatief (toegewijd). Het vergt levenslange scholing en training om dat te leren. Onze tijd moet weer leren zichzelf te vergeten: aan jezelf denken isoleert, en isolement doodt. We moeten ook weer leren de tijd en de duur tot onze vriend te maken. We kunnen niet meer wachten, laten rijpen, geduld oefenen. Liefde duurt, groeit, ontwikkelt zich. Liefde kan dat alleen maar als ze geborgen en beschermd wordt door de trouw. Bovenal vergt leven in gezinsverband meer dan psychologische vlotheid en sociologische omkadering. Het vergt ook geloof. Profaan en ‘theologaal’ (op God gericht). Uiteindelijk is het krachtigste motief om van elkaar te blijven houden het feit dat we geloven dat vóórdat wij elkaar als man en vrouw hebben gekozen, God ons aan elkaar heeft geschonken. God is de vaste grond om op te bouwen en te blijven staan. Goddelijk geloof dat we voor elkaar bestemd zijn, goddelijke hoop dat we blijvend van elkaar zullen houden en goddelijke liefde die eerst geeft en vergeeft voor ze in zelfontplooiing ontvangt.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 15 augustus 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Met zachte moed

Wat is zachtmoedigheid? Het heeft misschien niets met je temperament te maken, maar met het uitspreken van de woorden van Jezus: ‘Kom allen naar mij toe die afgemat en belast zijn, en ik zal u rust geven’ (Mt 11,28). Ik vraag me af of onze tijd in de eerste plaats niet deze zachtheid nodig heeft, deze tederheid. Dat wil niet zeggen: zwakheid. Een zacht mens is heel erg moedig. Hij is de enige die tot het uiterste gaat. Onze tijdgenoten en wijzelf zijn zo gekwetst: in ons geheugen, in ons verstand. Er zijn wel vijftien verschillende overtuigingen die er prat op gaan de waarheid te verkondigen. Maar vaak leiden ze tot scepticisme. Er zijn ook verwondingen in onze goede wil, want we doen wat we niet willen doen, en we kunnen maar niet realiseren wat we zo graag zouden willen. ‘Wie ben ik toch?’ zei Paulus. ‘Er lijkt in mij een ander mens te leven, er is een innerlijke verscheurdheid, want ik doe niet wat ik wil, en ik doe wat ik verafschuw.’ Al deze verwondingen zijn alleen maar te genezen door een zacht en doorzichtig iemand, een mens die kan luisteren. Onze tijd heeft behoefte aan huisartsen als zielendokters. Huisartsen die kunnen luisteren. Een christen is vanuit zijn roeping zo’n soort huisarts. Hij luistert naar allen en alles met zachtheid, zonder sentimentaliteit, maar met een kwetsbaar oor en hart. Zalig de zachtmoedigen!

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Gelezen in TERTIO van 18 juli 2018

Stad van Reformatie en Volkenbond

Uit een artikel van Geert De Cubber

Genève, aan de boorden van het Meer dat de naam van de stad draagt, is gevormd door haar geschiedenis. Tijdens de Reformatie zette Joannes Calvijn verder wat Maarten Luther in 1517 begon. En in 1919 koos de Volkenbond bij zijn oprichting Genève – in het politiek neutrale Zwitserland – als hoofdzetel.

Die opmerkelijke symbiose van internationale uitstraling en godsdienstgeschiedenis krijgt haar bijzondere weerklank in twee musea: het Musée Internationale de la Réforme (het Internationaal Museum van de Reformatie) en het Rode Kruis Museum. Het eerste ligt in de oude binnenstad, het tweede in de internationale wijk. Ze hebben meer met elkaar gemeen dan we vermoeden. Henri Dunant, de stichter van het Rode Kruis, was een overtuigde protestant. In het Reformatiemuseum staat te lezen dat het Rode Kruis “een van de grootste protestants geïnspireerde liefdadigheidsorganisaties” is.

In de eerste ruimte van het Rode Kruis Museum – Internationaal Rode Kruis en Rode Halvemaan Museum, luidt de volledige naam – kijken twaalf bekende getuigen de bezoeker indringend en in stilte aan. Als begin kan het tellen. Ze vertellen later in het museum elk hun verhaal.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Liefde wordt altijd beantwoord

Vriendschap is een zeldzaam kruid, schreef Maria Rosseels ooit. In onze maatschappij lijkt de typische man-vrouwrelatie, liefst een seksuele relatie, het unieke model van de liefde, terwijl een van de diepste dingen in het leven en in heel de geschiedenis van de mensheid de vriendschap is. Gewone, maar hechte vriendschap tussen twee vrienden of vriendinnen. Je leest het in de bijbel – David en Jonathan – en in de Griekse tragedies en in de toneelstukken van Shakespeare. De bijbel zegt: ‘Een broer die geholpen wordt door zijn broer, is sterk als een burcht.’ We verliezen dit uit het oog, terwijl het zo fundamenteel is: mannen of vrouwen die vrienden zijn door alles heen. Nog verder gaat de liefde als je doet wat Jezus zei: ‘Bemin je vijanden.’ Het lijkt bijna onaanvaardbaar. Maar ergens koesteren wij dat heimwee naar een soort paradijselijke toestand waarin iedereen broer en zus zou moeten zijn en waarin je zelfs je vijanden als broer en zus zou kunnen beschouwen. Moet liefde dan niet beantwoord worden? Ik denk dat alle liefde beantwoord wordt, zelfs de liefde van iemand die zijn vijand bemint en eventueel door zijn vijand neergestoken wordt. Want als je je leven geeft voor je vijanden, ontstaat er in de wereld een overdaad van liefde, waardoor degene die zijn leven geeft voor zijn vijanden op de een of andere manier de wereld verandert. Christus heeft op die wijze de liefde doen beantwoorden. Omdat hij zijn vijanden die onder het kruis stonden heeft bemind over de dood heen, tot en met zijn bloed, kunnen wij ons nu nog christenen noemen. De liefde die toen absurd en nutteloos leek, werd wél beantwoord.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 8 augustus 2018

HET SINT-STEFANUSRETABEL

Week 2018-32 - Retabel Brochure 10001

De kerk van Korbeek-Dijle bezit een kostbaar laat-gotisch snijaltaar dat de geschiedenis van Sint-Stefanus voorstelt. Stefanus was diaken en de eerste martelaar van de jonge kerk.

Op 28.7.1522 werd het retabel door pastoor Egidius (Gillis) Stevens besteld bij schilder Jan Vander Cautheren in Leuven. De aanleiding tot deze opdracht was drievoudig:

- Sint-Stefanus is een van de twee patroonheiligen van de parochie

- Sedert de middeleeuwen bezat de kerk van Korbeek-Dijle belangrijke relieken van deze heilige, en talrijke scharen bedevaarders werden er door aangetrokken

- De pastoor had waarschijnlijk door zijn naam “Stevens” een bijzondere sentimentele band met de heilige Stefanus, alias Sint-Steven.

Veertien dagen voor Kerstmis van hetzelfde jaar 1522 werd het retabel kant en klaar geleverd.

Het retabel omvat een middenstuk uit houtsnijwerk en twee kleine en vier grote zijluiken.

1 . Het middenstuk of eigenlijke retabel

Bestaat uit houtsculpturen die taferelen voorstellen uit het leven van Sint-Stefanus. Schilder Jan Vander Cautheren besteedde dit werk uit aan houtsnijders.

De passer die voorkomt op de zijwanden van de kist wijst op de Brusselse herkomst van het houtsnijwerk.

In de periode 1858-1859 werd het retabel gerestaureerd door de gebroeders Goyers uit Leuven. De beschildering en het verguldsel werden vernieuwd. Aan dit verblijf in Leuven is het te danken dat het retabel niet vernield werd in de kerkbrand van 22 september 1858.

Van links naar rechts zien we volgende vijf taferelen:

1° Aanstelling en wijding van Stefanus tot diaken door de apostelen

2° Stefanus houdt een begeesterde toespraak tot de orthodoxe joden van de Hoge Raad in Jeruzalem, waarbij hij hun verweet de wet van Mozes uitsluitend naar de letter toe te passen en Jezus van Nazareth te hebben afgewezen.

3° Midden boven: de Drie-Eenheid in de rede van Stefanus: ‘Ik zie de hemel geopend en de mensenzoon aan de rechterhand van de Vader’. Dat was een godslastering voor de joden.

Midden centraal: Zij hielden hun oren dicht, begonnen luid te schreeuwen, stormden als één man op hem af, sleurden hem de stad uit en stenigden hem.

Midden linker benedenhoek: De getuigen legden hun kleren neer bij een jongeman, die Saulus heette en die instemde met de moord. Saulus zal na zijn spectaculaire bekering op de weg naar Damascus de latere apostel Paulus worden.

4° Stefanus is na zijn steniging ten gronde gezegen. Zijn lichaam wordt weggenomen door zijn vrienden, onder wie rabbi Gamaliël, in het geheim een volgeling van Christus en latere leermeester van Paulus.

5° Het gouden reliekschrijn, of de kroning en verering van Stefanus.

2 . De voorkant van de geschilderde zijluiken
Deze zijn gewijd aan de vinding en de overbrenging van de relieken van Sint-Stefanus. Het verhaal situeert zich rond het jaar 400 na Christus. Hierover bestaan talrijke bronnen, o.a. de brief die aan priester Lucianus wordt toegeschreven en de “Legenda aurea” (de Gulden Legende ) van Jacobus de Voragine.

1° Boven links: Gamaliël verschijnt op een nacht aan priester Lucianus en openbaart hem de plaats waar het gebeente van Sint-Stefanus begraven ligt
2° Boven rechts: Gamaliël verschijnt aan bisschop Joannes van Jeruzalem, die de toelating zal geven tot ontgraving.
3° Eerste paneel links: De ontgraving heeft plaats onder toezicht van Lucianus. Drie kerkvorsten, waaronder de bisschop van Jeruzalem, treden zingend nader, voorafgegaan door twee diakens. Op de achtergrond de stad Jeruzalem. Rechts boven het interieur van de Sionkerk in Jeruzalem waar Stefanus aartsdiaken was gewijd. De vergulde kist met het lichaam van Sint-Stefanus bevindt zich op het altaar. Een knielende bisschop en priester Lucianus vormen de erewacht.

Vooraan pastoor Egidius Stevens.

Naast de pastoor zien we het monogram (I.C.) van schilder Jan Vander Cautheren

4° Tweede paneel links: stelt de overbrenging van Sint-Stefanus’ lichaam naar Constantinopel voor.

Constantinopel was het vroegere Byzantium en het latere (nu) Istanbul.

Een zekere senator Alexander bouwde te Jeruzalem een kerk, gewijd aan Sint-Stefanus, waarin de relieken van de heilige werden ondergebracht. Bij zijn dood werd de senator, op zijn verzoek, bijgezet naast het lichaam van Sint-Stefanus. Acht jaar later wenste zijn vrouw het lichaam van haar man te laten overbrengen naar Constantinopel.

Per vergissing wordt Sint-Stefanus’ lichaam ingescheept in plaats van dit van de senator.

Als het schip in volle zee is gekomen gebeuren er vreemde dingen: duivels verschijnen rond het schip om het te vernietigen, en het dreigt in een hevige storm te zullen vergaan.

Terwijl de matrozen beefden van angst verscheen de Heilige Stefanus en sprak tot hen: ‘Vrees niets, ik ben met u’. Plots werd alles rustig en de boot kon ongestoord zijn koers verder zetten naar Constantinopel.

5° Eerste paneel rechts van het middenstuk

Intussen was men zich bewust geworden van de vergissing bij de inscheping.

In opdracht van de keizer biedt Constantinopel Sint-Stefanus’ lichaam een luisterrijke ontvangst. De keizer zelf en ook de bisschop zijn aanwezig.

De tot het christendom bekeerde en in Constantinopel verblijvende keizer van het Oost-Romeinse Rijk Theodosius II (was keizer van 408 tot 450) verzocht zijn dochter, prinses Eudoxia die te Rome verbleef en door de duivel bezeten was, naar Constantinopel te komen om er de relieken van Sint-Stefanus aan te raken. Maar de demon in haar riep: ’Als Stefanus niet zelf naar hier komt ga ik niet weg van hier’. Daarop werd met de goedkeuring van de geestelijkheid en van het volk een overeenkomst bereikt met de paus om de relieken van de Heilige Laurentius, die te Rome werden bewaard, te ruilen voor die van de Heilige Stefanus.

Op weg van Constantinopel naar Rome werd aangelegd te Capua, alwaar de inwoners het voorrecht kregen de rechterarm van de heilige te bewaren in een daarvoor speciaal gebouwde kerk. Daarna werd het lichaam van de martelaar verscheept naar Rome waar de relieken in de kerk van ‘San Pietro in vicoli’ zouden worden ondergebracht. Op de weg daarheen moesten de dragers echter stoppen, daartoe gedwongen door een mysterieuze macht. Het was opnieuw de demon in prinses Eudoxia die riep: ‘Stefanus wil rusten naast zijn broeder Laurentius’.

Week 2018-37 - Retabel Brochure 60001

6° Uiterst rechts paneel

Daarom werd Stefanus naast Laurentius gelegd in de crypte van de kerk waar zij halt hadden gehouden. Bovenaan het paneel ziet men de geknielde keizer Theodosius II en zijn dochter Eudoxia die van de duivel was bezeten. De prinses raakt de kist aan en terstond verlaat de duivel (afgebeeld als een kleine draak) het lichaam van de prinses. Toen de Griekse geestelijken daarop het lichaam van Laurentius wilden meenemen werden zij ter aarde gegooid en zij stierven enkele dagen later. Ook hoorden de aanwezigen een stem uit de hemel die sprak: ‘Gelukkig zijt gij Rome dat gij in dezelfde tombe de lichamen van zowel Laurentius als Stefanus moogt bewaren!’.

Week 2018-38 - Retabel Brochure 70001

2 . De achterkant van de geschilderde zijluiken

Stelt wonderbare tussenkomsten voor van Sint-Stefanus bij ziekte en dood.

Hierover bestaan geen geschreven bronnen, maar waarschijnlijk gaat het om wonderen die zich in Korbeek-Dijle zelf hebben voorgedaan.

1° Boven links

Een vrouw strijkt met een pluim helende balsem (Sint-Stefanusolie) aan de borst van de neergezeten vrouw, die op wonderbare wijze geneest.

Week 2018-39 - Retabel Brochure 80001

Gelezen in TERTIO van 27 juni 2018

1 . “In ontmoetingen investeren cruciaal”

Uit een artikel van Emmanuel Van Lierde

“Sinds haar oprichting is de jezuïetenorde missionair: ze trekt de wereld in om het geloof te verdedigen en te verspreiden. Dat blijft ook vandaag de opdracht, maar dat kan niet zonder dialoog”, stelt jezuïet Milan Zust, decaan van de faculteit Missiologie van de Pauselijke Universiteit Gregoriana in Rome. Hoe vallen verkondiging en dialoog te rijmen?

Over de oecumene met de orthodoxen

“Het grootste obstakel voor de eenheid zijn niet de theologische verschillen, maar het gebrek aan vertrouwen, veroorzaakt door het grote aantal wonden die opgelopen werden tijdens de eeuwen van scheiding. We hebben allemaal onze vooroordelen en kennen eigenlijk de ander niet goed. Daarom is het cruciaal te investeren in ontmoetingen op alle niveaus: tussen kerkleiders, tussen theologen, maar ook tussen gewone gelovigen uit de diverse kerken, zodat we elkaar beter leren kennen en het vertrouwen herwinnen. Dat vertrouwen is een gave van de Geest, maar het hangt ook van ons af of we die gave in ons leven toelaten of niet. Belangrijk vind ik eveneens de verdieping van ons geloof, elk binnen onze traditie: hoe meer we één zijn met Christus, hoe meer we ook één kunnen zijn met elkaar.”

Over de evangelisatie als opdracht van de kerk

“Jezus zei tot zijn leerlingen: ‘Gaat en verkondigt tot aan het uiteinde der aarde’. Die uitnodiging kreeg door de eeuwen heen verschillende interpretaties. Veel volkeren kregen niet alleen het evangelie maar ook bepaalde culturele vormen opgelegd, waardoor hun cultuur ten gronde werd gericht. Die culturele ‘agressie’ strookte niet met het evangelie. Nu zien we misschien het omgekeerde: uit het grootste respect voor de cultuur van de ander en om de lieve vrede hebben we schrik Christus te verkondigen. Nochtans geldt de zendingsopdracht van Christus ook nu, al moeten onze evangelisatiemethodes uitgezuiverd worden.”

2 . Dienend leiderschap

Uit een artikel van Kris Somers

Recente statistieken van het internationale onderzoeksbureau Gallup tonen aan dat slechts 13 procent van de werkende wereldbevolking voldoening vindt in zijn of haar job. Bovendien geven velen aan dat de oorzaak van hun ontevredenheid niet ligt bij het werk maar bij de baas. Tertio ging op zoek naar een leiderschapsstijl die past bij een christelijk mens- en wereldbeeld en vond: dienend leiden.

Voor organisatiecoach Roeland Broeckaert zijn leidinggevenden architecten van een cultuur waarin zowel klanten als medewerkers centraal staan. Een inspirerende leider zorgt voor binding, hard voor resultaten, zacht voor mensen.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Een tocht van de mens naar God

De tocht van Abraham is het prototype van de heilsgeschiedenis. Onze voorvaderen in het geloof trokken niet naar heiligdommen zoals de omringende volkeren. Er was geen reisroute naar een vaste plek uitgestippeld, ze moesten op Gods aanwijzing naar ‘elders’, naar een open en mysterieuze toekomst. De latere bijbelse pelgrimstochten naar Jeruzalem en de christelijke bedevaarten naar bepaalde plaatsen ontlenen hun zin aan dit ‘elders’ waar God op ons wacht. De bijbel situeert vanaf het begin de oorsprong van de trektocht van Gods volk in het goddelijke initiatief: God roept en vraagt van de mens een onvoorwaardelijk geloof. Zo moet iedereen wegtrekken uit ‘zijn heidense land’. De uittocht is het prototype geworden van de christelijke bedevaart. Je kunt een grote of een kleine bedevaart doen, een minibedevaart zelfs, zoals de kruisweg in je kerk. Maar in welke vorm ook, het gaat altijd om een tocht van de mens naar God die hem roept. Over de ontmoeting met de Heer ‘in geest en waarheid’ (Joh 4,23), in de vreugde van een zuiver hart. Het gaat om een gemeenschappelijke route en een gezamenlijk loskomen van gevestigde toestanden. Het gaat om een kerkgebeuren: op weg gaan naar een ‘communio’ die de kerk opbouwt. Elke bedevaart biedt ons de gelegenheid om elkaar in gebed te dragen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 18 juli 2018

Gelezen in TERTIO van 20 juni 2018

1 . Quote:

“Als we onze deuren sluiten, sluiten we eveneens onze geesten en laten we mensen aan de grens achter in onmenselijke omstandigheden”, vindt Bob Vitillo.

De Amerikaan Robert Joseph Vitillo (1946) is sinds 2016 de secretaris-generaal van de International Catholic Migration Commission. Daarnaast is hij kerkelijk adjunct bij het Bureau International Catholique de l’Enfance. (Geert De Cubber)

2 . Paus op bezoek bij de Wereldraad van Kerken

Op 21.6.2018 brengt paus Franciscus een blitzbezoek aan de Wereldraad van Kerken (WCC). Nadat hij door de Zwitserse president ontvangen wordt op de luchthaven van Genève gaat het naar het Oecumenisch Centrum van de WCC, waar de paus tijdens een gebedsdienst de homilie verzorgt. Na de lunch staat een oecumenische ontmoeting met de WCC op het programma. De dag eindigt met een eucharistieviering, waarna Franciscus door de Zwitserse bisschoppen en pauselijke vertegenwoordigers in Zwitserland uitgeleide wordt gedaan. Na zijn voorgangers Paulus VI in 1969 en Joannes Paulus in 1984 is Franciscus de derde paus die de WCC bezoekt. Hij doet dat naar aanleiding van de 70ste verjaardag van dat orgaan. De ontmoeting is aangekondigd als een “oecumenische pelgrimage”. Sinds 1965 onderhoudt het Vaticaan nauwe banden met de WCC. Naast oecumenische thema’s gaat veel aandacht naar de rol die christenen kunnen spelen als vredestichters. Dat laatste gaat zowel de paus als de secretaris-generaal van de WCC, Olav Fykse Tveit, zeer ter harte. (Geert De Cubber)

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Geen geestelijke privétuin

Sacramenten en gebed zijn onvervangbaar. Ze zijn het hartstuk, de stootkracht, de diepste doelmatigheid van het christendom. Als je gebed en sacramenten laat wegvallen, laat je Christus’ kracht niet toe in jezelf en breng je christendom terug tot een ideologie of een filosofie. Het gevaar bestaat dat christenen zich in een geestelijke privétuin van gebed terugtrekken, zonder zichtbaar engagement in het concrete leven. Dat kan niet. Als je écht bidt, word je als met een boemerang teruggeworpen op je omgeving, je medemensen, de maatschappij waarin je leeft. Het christendom heeft twee temperamenten: het temperament van de strijdvaardigheid en de actie, en het temperament van bezinning en contemplatie. Elk met zijn eigen karikaturen en bekoringen. In een echt christelijk leven zijn beide met elkaar vervlochten. Laat het evangelie zuiver en klaar op je afkomen, zonder al te veel interpretaties. Zo kan het effect in je hebben. Maak het vijf minuten stil en laat de tekst in je doordringen, tot helderheid komen, zoals je vijf minuten in de zon zou gaan zitten. Dan zul je merken hoezeer het je leven kan veranderen.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw–deel 7

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts (vervolg)

De Mommaerts’en in de politiek

Zoals we reeds schreven was Franciscus Ludovicus Mommaerts (1768-1844) schepen van 1830 tot 1836 onder burgemeester Carolus De Coster. Hij was lid van het Bureel van Weldadigheid van 1819 tot aan zijn dood in 1844.

Bij de verkiezingen van 1839 wordt zijn zoon Joannes Franciscus (Jan Cisses) (1808-1885) tot gemeenteraadslid verkozen. Hij blijft het tot 1860. Op 2.12.1846 wordt hij ook lid van het Bureel van Weldadigheid. Na de verkiezingen van 10.10.1857 wordt Jan Cisses schepen, naast Jef Coeckelberghs, onder burgemeester Remi Prosper Honnorez.

Vanaf begin 1860 blijft Jan Cisses afwezig op de gemeenteraad. Wegens ziekte? Hij overlijdt nochtans pas in 1885.

Na de verkiezingen van 1860 komt zijn broer Philippus (Fluppes) (1804-1869) in zijn plaats als raadslid en schepen en ook als lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1869 komt Joannes Franciscus Mommaerts (Soeë va Fluppes) (1839-1910) als schepen in de plaats van zijn vader die overlijdt op 19.10.1869. Hij neemt ook diens plaats in in het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1872, toen Joseph Honnorez burgemeester werd, bleef Soeë va Fluppes schepen.

Na de verkiezingen van 1881 degradeerde Soeë va Fluppes tot gewoon gemeenteraadslid.

Na het ontslag van burgemeester Joseph Honnorez eind 1883 wordt Soeë va Fluppes opnieuw schepen vanaf 24.2.1884. Vanaf 31.8.1884 treedt hij op als burgemeester en op 22.12.1884 wordt hij benoemd tot burgemeester. Hij overlijdt op 15.3.1910, na ruim 25 jaar burgemeesterschap.

De boer op het Hof van Coeckelberghs in het begin van de jaren 1900, Jozef Mommaerts (Jef va Jan Cisses) (1850-1931) had een neus voor zaken doen in de landbouwwereld. Op 28.11.1905 geeft de gemeenteraad een gunstig gevolg aan zijn vraag voor “het oprichten van eenen graanvuurmolen met moteur van 15 paardenkracht gestookt bij middel van petrololie”, in een gebouw palende aan zijn huis, om het graan van de inwoners te malen.

Na de verkiezingen van 20.10.1907 doet Jozef Mommaerts (Jef va Jan Cisses) daarenboven zijn intrede in de gemeenteraad en hij wordt meteen verkozen tot schepen.

Op 15.3.1910 overlijdt burgemeester Joannes Franciscus Mommaerts (Soeë va Fluppes). Schepen Engelbert De Greef (den Ingel) treedt dan op als dienstdoende burgemeester en vanaf 12.5.1910 als officieel benoemde. Schepen Jozef Mommaerts wordt aangeduid om de functies van ambtenaar van de burgerlijke stand te vervullen. Hij doet dit van april 1910 tot eind 1919. Hij was ook lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na het overlijden van burgemeester Engelbert De Greef wordt Jozef Mommaerts burgemeester benoemd op 15.11.1919 en hij blijft het tot 19.7.1921. Daarna wordt hij gewoon gemeenteraadslid en op 25.10.1925 opnieuw schepen, wat hij blijft tot aan zijn dood op 12.6.1931.

Zijn zoon Louis Mommaerts (1892-1977) wordt gemeenteraadslid van 23.2.1936 tot eind 1938. En daarmee stopten de politieke activiteiten van de Mommaerts’en.

Louis Mommaerts (de Pachter va Coeckelberghs) was ook de laatste landbouwer van het geslacht Mommaerts in Korbeek-Dijle.

woensdag 27 juni 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De grondkleur van christen zijn

Wij christenen mogen niet hopen dat we bij iedereen in de smaak vallen en dat iedereen ons zal prijzen en danken. Als ze niets dan goed van je zeggen, zei Jezus al: ‘Wee u! Want dat deden ze al met de valse profeten.’ Sommige christenen kunnen niet tegen kritiek. Ze betrekken kritiek meteen op de kerk en zeggen: ‘Had de kerk maar niet zoveel fouten, dan zou iedereen wel christen willen zijn.’ De besten zeggen: ‘Had ik maar niet zoveel fouten en schuld, dan zou het met de kerk en haar publieke imago veel beter gaan.’ Misschien. Want fouten houden de mensen tegen. Maar zelfs als de paus perfect was, de bisschoppen en de priesters en ook wij, dan nog zou er tegenstand zijn, en vervolging. Jezus heeft alles goed gedaan, hij had geen fouten. Toch is hij geëindigd op een kruis. Nee, er zit iets in de wereld en in de mens – en in ons allemaal – wat onverklaarbaar is: we verdragen niet dat God is zoals hij is. Dat is het oerkwaad waarover het Boek der Schepping het al heeft. Het is een wezenlijke trek in het portret van elke echte christen: dat hij vervolgd zal worden. En des temeer naarmate hij een betere christen is. ‘Wat ze met mij hebben gedaan,’ zegt Jezus, ‘zullen ze ook met jullie doen.’ De christen lijdt vervolging, dat is de grondkleur van zijn zelfportret.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 24 juni 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 6

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts (vervolg)

Op 24.11.1862 gaan Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses) en zijn zus Maria Theresia een lening aan op 10 jaar van 3.000 fr van een particulier in Leuven voor notaris Vanorshoven in Tervuren “in geldmunten, hier geteld en waarlijk afgegeven”, ieder voor de helft, aan 5 % ’s jaars. Zij gaven elk een perceel land van respectievelijk ongeveer 1 ha en ongeveer 74 a in onderpand. Mogelijk kochten zij met het geld eigendommen van één van hun broers of zus Maria Coleta om het familiebezit te vrijwaren.

Op 1.12.1873 sluit Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses) een huurovereenkomst (het jachtrecht niet inbegrepen) met Guilielmus Vancampenhout, koopman in gist te Charleroi voor een termijn van 12 jaar vanaf 30.11.1873 tot 30.11.1885, voor twee percelen, samen 1ha 82a 23 ca, voor de jaarlijkse pachtprijs van 250 fr in gangbare gouden of zilveren munten. Pachtprijs per ha: 137,19 fr.

Op 30.5.1885 wordt de nalatenschap van Joannes Franciscus Mommaerts en zijn vrouw Maria Catharina Vermeulen verdeeld onder hun kinderen:

- Coletta (1848-1891)

- Josephus (1850-1931)

- Philippus (1852/ + vóór 1888)

- Angelica (1857-1890)

- Maria (1861-1893)

toen allen ongetrouwd, landbouwers en samenwonende te Korbeek-Dijle.

De nalatenschap omvatte:

-onroerende goederen: 2ha 77a 65ca + een huis met aanhorigheden, samen geschat op 13.122 fr. Voor ieder kind: 2.624,40 fr.

-roerende goederen: vee, paarden, meubels, landbouwgetuig, graan en vruchten op het veld, geschat op: 6.278 fr, min een passieve massa van 8.057,58 fr geeft een negatief saldo van -1.779,58 fr of -355,92 fr per kind.

Op 3.6.1885 schreef Coletta Mommaerts haar testament te Korbeek-Dijle, en dat wordt geregistreerd op 25.3.1891, elf dagen na haar dood op 14.3.1891. Zij geeft al wat zij op hare sterfdag zal nalaten aan haar broers Philippus en Josephus en haar zus Maria en aan de langstlevende onder hen indien er één of meerdere voor haar zouden sterven.

Op 27.4.1900 is er de deling tussen Jozef Mommaerts, Jan Baptist Sterckx (weduwnaar van Angelica Mommaerts), handelende als vader en wettige voogd van Frans en Maria Sterckx, en Jozef Van Geel (weduwnaar van Maria Mommaerts), handelende zo in eigen naam dan als vader en wettige voogd van Herman Van Geel.

De te verdelen goederen zijn: -1ha land in het Overhoutveld

-89a land in de Pompdelle

De verdeling gebeurt als volgt:

- Jozef Mommaerts krijgt: -74a 72ca in het Overhoutveld

-35a 44ca in de Pompdelle

- Jozef Van Geel krijgt: -25a 28ca in het Overhoutveld

-21a 97ca in de Pompdelle

- Frans en Maria Sterckx krijgen (ieder voor de helft): 31a 59 ca in de Pompdelle.

De reeds versnipperde goederen van het Hof van Overbist worden nog maar eens versnipperd. (wordt vervolgd)

woensdag 20 juni 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 5

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts

In de jaren 1600 en 1700 waren de Van Kildonck’s, de Boogaerts’en en vooral de Mommaerts’en de toonaangevende boerengeslachten in Korbeek-Dijle. De Mommaerts’en hebben het nog volgehouden tot in de jaren 1800 en 1900.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 22.10.1830 werd Franciscus Ludovicus Mommaerts (1768-1844) verkozen tot schepen onder burgemeester Carolus De Coster (burgemeester van 1830 tot 1836).

Op 31.10.1835 huwde Carolus De Coster met Maria Theresia Mommaerts, een dochter van Franciscus Ludovicus.

In 1836 kwam er voor beiden een einde aan hun mandaat als burgemeester en schepen.

Op de gemeenteraad van 28.2.1837 werd Franciscus Ludovicus herbenoemd tot lid van het Bureel van Weldadigheid. Hij was er lid van sinds 1819 en bleef lid tot aan zijn dood in 1844.

Een hoogtepunt in de evolutie van de Mommaerts’en was de aankoop door Franciscus Ludovicus en zijn vrouw Maria Elisabeth Decoster (1778-1846) in juni 1839 van het Hof van Overbist aan de Veeweide, samen met de omringende grond tot tegen de Putstraat en een perceel land in de Lazendel, in totaal 4ha 31a 04ca, voor de prijs van 15.000 fr. Zij kochten dat alles van hun schoonzoon Carolus De Coster (1800-1841).

Franciscus Ludovicus Mommaerts was nu eigenaar van zijn boerderij wat zijn voorvaderen niet konden zeggen. Zij waren pachters van hun hoeve. Ook Franciscus Ludovicus was nog pachter geweest van het Hof van Luezenborg-Blyenberg.

Luezenborg was in 1810 afgebroken door Ambrosius Goubau en vervangen door de hoeve Blyenberg.

De ouders van Franciscus Ludovicus, ook pachters van Luezenborg, Petrus Mommaerts (1730-1779) en Catharina Elisabeth Coeckelberghs (1732/+ na 1797) waren het eerste koppel Mommaerts-Coeckelberghs in Korbeek-Dijle. Catharina Elisabeth was de zus van Engelbert Coeckelberghs, grootvader van Josephus Coeckelberghs. Zij kwamen van het Hof van Rotspoel in Egenhoven.

Nadien volgden nog Josephus Coeckelberghs in zijn eerste huwelijk met Maria Catharina Mommaerts, de oudste dochter van Franciscus Ludovicus, en nog later Josephus Mommaerts met Mathilde Coeckelberghs, dochter van Josephus.

Op 15.3.1844 overleed Franciscus Ludovicus Mommaerts en op 24.12.1846 zijn vrouw Maria Elisabeth Decoster.

Op 3.3.1851 werden hun onroerende goederen verdeeld onder hun 8 overlevende kinderen en de twee kinderen van hun overleden dochter:

1 . Philippus Mommaerts (Fluppes), landbouwer en herbergier te Korbeek-Dijle, vader van de latere burgemeester van Korbeek-Dijle, Soeë va Fluppes. Hij bouwde rond 1840 het huis waar nu Erik De Smedt en Sabine Cocquyt wonen.

2 . Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses), landbouwer te Korbeek-Dijle, vader van Jef va Jan Cisses (x Mathilde Coeckelberghs). Jan Cisses had zijn boerderij op de hoek van de Nijvelsebaan en de Kleinebroekstraat.

3 . Josephus Franciscus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle

4 . Joannes Baptiste Mommaerts, landbouwer te Bertem

5 . Maria Theresia Mommaerts, weduwe van Carolus De Coster, landbouwster te Korbeek-Dijle, oprichtster van het kapelletje aan de Veeweide

6 . Joannes Albertus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, stamvader van de kantonniers Mommaerts en de Maginelle’s

7 . Maria Coleta Mommaerts, weduwe van koster Guilielmus Antonius Cappuyns, landbouwster te Korbeek-Dijle. Zij en haar man bouwden rond 1840 het huis waar nu Dirk Van Laer en Carine Lafortune wonen.

8 . Carolus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, medeuitbater met zijn zus Maria Theresia van het Hof van Overbist

9 . Josephus Coeckelberghs, weduwnaar van Maria Catharina Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, handelend als vader en wettige voogd van Maria Elisabeth en Maria Apollonia Coeckelberghs, zijn twee enige en nog minderjarige kinderen uit dit huwelijk.

Er werden ongeveer 20 ha land plus een boerderij verdeeld onder 9 kinderen voor een totale waarde van 84.409 fr, waarbij elk kind een waarde erfde van 9.378,77 fr. Alle erfgenamen staan opgegeven als landbouwer of landbouwster. Zo werden mooie landbouwbedrijven totaal versnipperd. (wordt vervolgd)

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Genezen van de doekoorts

Kunnen we wel ooit gelukkig worden als we het allemaal van onszelf en van onze inzet verwachten? Meer nog: als we het te min vinden van iemand of iets afhankelijk te moeten zijn? Een sleutel voor het geluk is het rustige besef van onze eindigheid, van onze grenzen en van onze beperktheid, en deemoedig uitzien naar wat anderen voor ons doen. Een ervaring van ziekte en hulpeloosheid bewerkstelligt soms echt een stuk bekering. Wie te trots was om zich door anderen te laten helpen, wordt vaak dubbel genezen: bovenop de genezing van het lichaam komt er de heling van de ziel – de ontdekking dat een medemens een gave is, en wederzijdse afhankelijkheid een weldaad. Soms is het ook een stuk psychische genezing van de doekoorts als je verplicht wordt een paar maanden dingen te verwaarlozen die als het ware vanzelfsprekend zijn: geen tijd verliezen, economisch denken, alles zelf willen en kunnen doen. Een kuur doormaken van passiviteit en van bemind worden is heilzaam. Alleszins is het een geestelijke genezing als je begint te ervaren dat God alles voor en in jou doet en dat hij alles ten goede leidt. Het is een complete omwenteling: niet ik ben de zon en God is mijn planeet, maar God is de stabiele zon en ik ben de wentelende aarde. Of zoals Paulus het zei: ‘Het geloof redt, en niet mijn werken’ (cf. Gal 2,16).

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Gelezen in TERTIO van 6 juni 2018

Op 30.5.2018 stemde het Portugese parlement tegen een wet om euthanasie in bepaalde gevallen mogelijk te maken. Dat het werd afgeschoten, is opmerkelijk: de socialisten, die het indienden, zitten mee in de regering.

De stemming in Portugal komt er twee weken nadat de Finse parlementsleden zich ook al tegen legalisering van euthanasie uitspraken. De Finnen geven er veeleer de voorkeur aan palliatieve zorg verder uit te bouwen. (Geert De Cubber)

woensdag 13 juni 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 4

Week 2018-24 - Het kruim deel 40001

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: De eerste vijf maten

Er is ooit een neurose geweest van te veel schuldbesef. Nu vraag ik mij af of we niet in een neurose van te weinig schuldbesef zitten: we weten niet meer wat we met ons falen moeten doen, dus denken we er liever niet aan dat we fouten maken. Ieder mens wordt geconfronteerd met zijn begrenzing en zijn falen. Dat is zo’n diepe menselijke ervaring, dat er al op de eerste bladzijden van de bijbel over wordt gesproken. Nu kun je je falen, je zonde negeren en zeggen dat er helemaal geen kwaad is. Je zult merken dat je daar niet mee geholpen bent, want het gevoel van falen komt terug. Of je kunt het generaliseren door te zeggen: kijk, iedereen doet het! Ook dat is geen oplossing. Vergeten of wegduwen ook niet, want het komt naar je terug als een boemerang. Het gevoel van falen verdoven door drank of drugs helpt nog minder. Het geloof biedt de bevrijding dat er ergens iemand is met scheppingscapaciteiten die me vrij kan zeggen: het was verkeerd en het blijft verkeerd, maar ik maak je nieuw. Het juiste doseren van je eigen falen, zodat je ermee kunt leven en het tot een oplossing kunt brengen, is een kunst. En die kunst biedt het christendom je in de verlossing. Daartoe is Jezus gekomen. Zoals je in een toneelstuk van Shakespeare al in de eerste vijf minuten weet wie er op het podium staat, zo weet je dat ook van Jezus. Als hij de eerste keer opkomt in het evangelie, zijn zijn eerste woorden: ‘Bekeer je, geloof in de blijde boodschap, laat je dopen.’ Wij willen graag in de blijde boodschap geloven, maar dat ‘bekeer je’ zint ons niet. Net zoals je bij een muziekstuk van Bach de eerste vijf maten niet kunt overslaan, kan dat echter ook niet bij Jezus.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 6 juni 2018

Gelezen in TERTIO van 23 mei 2018

Eindelijk hulpbisschop voor Vlaams-Brabant

Uit een artikel van Emmanuel Van Lierde

Paus Franciscus benoemde op vrijdag 18 mei Koen Vanhoutte tot hulpbisschop van het aartsbisdom voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen. Dat de keuze op die kanunnik en vicaris-generaal van het bisdom Brugge viel, was voor kerkelijk ingewijden geen echte verrassing.

Koen Vanhoutte werd op 31 augustus 1957 geboren in Oostende en werd in 1983 tot priester gewijd. Hij behaalde een kandidatuur in de wijsbegeerte aan de KU Leuven en een doctoraat in de theologie aan de Gregoriana in Rome. Zijn hele loopbaan is hij verbonden aan het Brugse grootseminarie.

In juli verhuist Vanhoutte naar Mechelen, maar de bisschopswijding vindt pas op zondag 2 september plaats in de Sint-Romboutskathedraal. Aan de vooravond van Pinksteren hoefde de nieuwe hulpbisschop niet lang na te denken over zijn wapenspreuk: Veni sancte Spiritus, kom heilige Geest. “De kerk leeft vanuit de kracht van de Geest. Aan hem dankt ze de genadegaven en hij verbindt ons met elkaar”, sprak Vanhoutte.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Altijd ten bate van een ander

Christus staat in het midden van de kerkgemeenschap, de Geest is haar bloedsomloop en de Vader overstraalt haar met zijn licht. De kerk als gemeenschap is een beeld van wat God is: Vader, Zoon en heilige Geest. In de kerk circuleert dezelfde stroom als in God zelf. Die magnetische stroom wordt opgewekt door de eucharistie. In deze bewegende kring horen alle mensen, over de hele wereld, levend of niet. Druk dit eens uit in juridische termen… De kerk is er nooit voor zichzelf of ten koste van de ander, zij is er altijd ten bate van de ander. Wij zijn niet beter dan ongelovigen, we zijn niet heilig. We zijn er gewoon voor de ander. Er is dus duidelijk een tendens om in de wereld uit te gaan, op een heel bijzondere manier, niet om van de wereld te worden, maar om er voor de wereld te zijn. Elke keer dat de kerk zich in zichzelf keerde, liep het fout. Dat geldt voor alle leven. Om mensen met onze kerk vertrouwd te maken kun je van alles doen. Haar esthetisch aantrekkelijk maken, een menselijk gezicht geven, duiden op haar sociale dimensie… Maar uiteindelijk zullen mensen alleen maar thuis raken in de kerk als ze voelen dat die kerk oneindig veel meer is…

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

woensdag 30 mei 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 2

1 . Uit het familiearchief van (Joannes) Josephus Coeckelberghs

Het boerenleven van Jef Coeckelberghs

Op 30.6.1842 kocht vader Franciscus Coeckelberghs voor hemzelf en voor zijn zoon Jef, ieder voor de helft, een perceel land van 68a 85ca in het Overhoutveld te Korbeek-Dijle voor de prijs van 2.320 fr. Prijs per ha: 3.370 fr.

De verkoopster was Louisa Isabella Joanna Eugenia Goubau, echtgenote van Petrus Franciscus Godefridus de Fraye de Schiplaeken, gehuisvest te Brussel. Zij was een achternicht van Julia Goubau, de stammoeder van de Honnorez’s.

Deze koop was maar één van de twaalf percelen aangeboden door verkoopster Goubau. Een ander perceel, van 47a 50ca op de Zevenbunders, werd gekocht door Franciscus Ludovicus Mommaerts van het Hof van Overbist.

Op 10.9.1842 koopt vader Franciscus Coeckelberghs 2ha 83a 63ca land op de Kareeloven en in de Groebbestraat te Korbeek-Dijle voor de prijs van 9.650 fr. Prijs per ha: 3.402 fr.

De verkoper is Edouard de Salomon de Friedberg, zoon van Wilhelmina Goubau, een nicht van Julia Goubau.

Uit deze twee verkopen blijkt nog maar eens dat de Goubau’s veel eigendommen hadden verworven in Korbeek-Dijle, zowel vóór als na de Franse Revolutie.

De Goubau’s waren eigenaar van het kasteel van Korbeek-Dijle (gebouwd rond 1750), van het huis waar nu Nicole Honnorez en Luc Cambier wonen (gebouwd op het einde van de jaren 1700) en waarschijnlijk ook van de Voorburg (gebouwd in 1738). Op 11.7.1808 kocht Ambrosius Goubau als “zwart goed” (kerkelijk goed aangeslagen door de Fransen na de Franse Revolutie) het Hof van Luezenborg samen met 31ha 13a land voor de prijs van 38.000 fr. In 1810 bouwde hij op de plaats van Luezenborg een nieuwe boerderij, Blyenberg.

De verkochte goederen in 1842 maakten geen deel uit van de 31ha 13a van Ambrosius Goubau, wiens eigendommen volledig naar zijn dochter Julia Goubau en de Honnorez’s zijn gegaan.

Op 21.5.1848 overlijdt vader Franciscus Coeckelberghs en op 14.5.1850 zijn vrouw Maria Catharina Vandenbosch.

Op 30.12.1850 kopen Josephus Coeckelberghs en zijn zus Joanna Maria, ieder voor de helft, 21a 80ca gelegen in het dorp te Korbeek-Dijle voor de prijs van 800 fr. Prijs per ha: 3.670 fr. Verkoopster is Francisca Coeckelberghs (°1771), weduwe van Guilielmus Van Kildonck, een tante van Josephus en Joanna Maria Coeckelberghs. Er was nóg een zus van hun vader, Clara Coeckelberghs (°1777) die getrouwd was met Henricus Van Der Stappen uit Leefdaal.

Op 29.8.1853 koopt Josephus Coeckelberghs 70a 81ca land in het Overhoutveld voor 3.764 fr. Prijs per ha: 5.316 fr, een sterke stijging van de prijs ten opzichte van de vorige kopen in 1842 en 1850.

Opvallende bepaling uit deze en andere aankoopaktes: “De betaling zal moeten gebeuren in metallieke geldspeciën in dit rijk gangbaar en geenszins in biljetten of papieren munten binnen de twee dagen na de verkoping in de handen en ten kantore van de ondergetekende notaris, Zwaluwstraat 12 te Brussel.”

Op 13.6.1856 verdelen Josephus Coeckelberghs en zijn zus Joanna Maria, echtgenote van Franciscus Goovaerts (stamvader “Volles”) de roerende goederen (meubelen, akkerbouwgerief, beesten, granen op zolder en te velde, beddegoed, kleedsel en lijnwaad) en de schulden van hun ouders:

- roerende goederen ter waarde van: 8.701,50 fr

- schulden ten belope van: 4.866,56 fr waarvan 2.304,06 fr toekomt aan de twee kinderen van Josephus uit zijn eerste huwelijk.

Als zuiver actief blijft er over: 8.701,50 – 4.866,56 = 3.834,94 fr, of 1.917,47 fr voor elk van beiden. Josephus krijgt daarenboven de 2.304,06 fr toekomende aan zijn genoemde kinderen. De afrekening gebeurt in geldspeciën of materialen. (wordt vervolgd)

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Een God met reliëf

De Geest schenkt ons een nieuwe blik op God, met meer diepte. Het geloof in de éne God – de trots en het voorrecht van Israël onder alle volken – groeit uit tot het geloof in een drie-ene God. God de Vader, Zoon en Geest. Dit is de volle waarheid over God die niemand kende. De Geest komt het ons zeggen. Wij christenen zijn er na twintig eeuwen nog niet helemaal mee vertrouwd. We bidden vaak tot God, alsof we nog in het eerste verbond leefden. Of we bidden tot Jezus. Zelden tot de heilige Geest. Bijna nooit bidden we tot de Drie-eenheid. Voor ons heeft God nog altijd zo weinig reliëf: hij blijft vlak en meteen missen we de diepe rijkdom van wat Jezus ons over God kwam zeggen. Ook al is God één en onverdeeld, hij is geen plat vlak waar we tegen aankijken. Waar geen verscheidenheid is, kan geen liefde heersen, want liefde is meerpoligheid, een ‘face à face’. Ook in onze godsbenadering hoort dynamiek te zitten: we gaan met de heilige Geest door de Zoon naar de Vader.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 27 mei 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 3

1 . Uit het familiearchief van (Joannes) Josephus Coeckelberghs

Het boerenleven van Jef Coeckelberghs (vervolg)

Op 17.2.1862 verdelen Hermanus Bruffaerts en Maria Ludovica Haine hun onroerend goed onder hun kinderen: Franciscus Bruffaerts, Maria Theresia Bruffaerts (de tweede echtgenote van Josephus Coeckelberghs) en Anna Maria Bruffaerts (echtgenote van Philippus Penninckx). Philippus Penninckx (1804-1876) woonde met zijn groot gezin op de plaats waar Ciske Sik (alias den Baron) gewoond heeft plus de plaats waar nu Pol Vanderveken woont plus de erachter liggende gronden tot tegen de Nijvelsebaan.

Het onroerend goed van de Bruffaerts’en bestond uit een huis met schuur, stallen en andere aanhorigheden op een perceel van 58a 41ca gelegen langs de Nijvelsebaan tussen de Hollestraat en de Twee Kantjesstraat.

Franciscus krijgt de boerderij op een perceel van 20a 80ca op de hoek van de Hollestraat en de Nijvelsebaan, Anna Maria een perceel land erachter parallel met de Nijvelsebaan van 19a 80ca en Maria Theresia een perceel land langs de Nijvelsebaan tot tegen de Twee Kantjesstraat van 17a 80ca. Franciscus moet aan elk van zijn zussen 500 fr opgeld betalen.

De drie partijen verklaren voorafgaandelijk gedeeld te hebben meubelen, beesten, granen en gelden van de nalatenschap.

Op 2.6.1876 verkoopt Maria Theresia Bruffaerts, echtgenote van Josephus Coeckelberghs, aan haar broer Franciscus 3a 24ca van het land dat zij bekomen had bij de verdeling van 17.2.1862, voor de prijs van 200 fr. Prijs per ha: 6.173 fr.

Op 13.7.1877 sluit Josephus Coeckelberghs een huurovereenkomst met Augustus Carolus Baron d’Overschie, grondeigenaar wonende te Brussel in de Zinnerstraat nr 2, voor het huren van 7ha 28a 60ca land gelegen onder Leefdaal, voor 9 jaar, van 30 november 1877 tot 30 november 1886, voor de prijs van 800 fr per jaar. Pachtprijs per ha: 109,80 fr. Gerekend aan ongeveer 5.000 fr koopprijs per ha gaf de pachtprijs dus een rendement van ongeveer 2 %. Geen bijzonder hoog rendement, wat verklaart waarom veel grondeigenaars toen overstapten naar industriële beleggingen.

Op 25.4.1881 overlijdt Josephus Coeckelberghs.

Op 11.6.1883 is er de deling tussen Maria Theresia Bruffaerts, weduwe van Josephus Coeckelberghs, en de acht kinderen van Josephus: twee uit zijn eerste huwelijk en zes uit zijn tweede huwelijk, het voorkind van Maria Theresia inbegrepen.

De massa der goederen afhangende van de gemeenschap beliep 5ha 35a 04ca met een waarde van 29.170 fr of 5.452 fr per ha. De helft komt toe aan Maria Theresia Bruffaerts, de andere helft aan de acht kinderen.

De massa der goederen voortkomende van de persoonlijke nalatenschap van Josephus Coeckelberghs was:

- een hoeve op 64a 38ca ter waarde van 8.166 fr (aan de prijs per ha hierna moet de hoeve zelf geschat zijn op 4.500 fr)

- 1ha 82a 05ca land ter waarde van 10.365 fr of 5.693 fr per ha.

Maria Theresia erft: 29.170/2 =14.585 fr.

Elk der acht kinderen erven: (29.170/2 + 8.166 + 10.365)/8 = 4.139,50 fr.

In 1886 is er de hernieuwing van de huurovereenkomst van 13.7.1877 voor de periode van 30 november 1886 tot 31 december 1895. De ondertekenaars zijn nu:

- voor Coeckelberghs: de oudste zoon van Josephus, Joannes Franciscus Coeckelberghs (in feite het voorkind van Maria Theresia Bruffaerts)

- voor d’Overschie: de erfgenamen van Augustus Carolus baron d’Overschie, nl. de juffrouwen baronessen d’Overschie verblijvende te Grimbergen.

De oppervlakte is nu 1 ha minder (6ha 28a 60ca) en de jaarlijkse pachtprijs is 100 fr lager, nl. 700 fr.

Op 10.9.1888 koopt zoon Theophiel Coeckelberghs uit de nalatenschap van zijn tante Anna Maria Bruffaerts, weduwe van Philippus Penninckx:

- voor Maria Theresia Bruffaerts, zijn moeder, 14a 35 ca land voor 700 fr. Prijs per ha: 4.878 fr

- voor Joannes Franciscus Bruffaerts, zijn oom, 6a land voor 300 fr. Prijs per ha: 5.000 fr.

Op 25.12.1895 overlijdt Maria Theresia Bruffaerts.

In de herfst van 1897 overlijdt de jongste zoon van Josephus Coeckelberghs, Carolus, door een val uit een appelboom. Hij was 40 jaar en ongehuwd. (wordt vervolgd)

Cyriel Letellier

Gelezen in TERTIO van 16 mei 2018

Dossier herbeginners

1 . “Ik ben geen overijverige christen”

Uit een artikel van Sylvie Walraevens

Herman Van Rompuy en christelijke spiritualiteit vormen geen verrassende associatie. Dat de religieuze interesse van de gewezen “EU-president” zich een weg terug moest banen na jaren van ongeloof, is verrassender. En inspirerend.

Het leergezag van de kerk spreekt Van Rompuy niet sterk aan: “Dat iemand mij zegt wat ik wel en niet mag doen of denken, stuit mij tegen de borst. Mensen kunnen heilig zijn, instellingen nooit. De encycliek Humanae Vitae was voor veel christenen een breekpunt. Ik ben een praktiserend christen en heb de visie van de kerk altijd intellectueel gevolgd, maar ze heeft voor mij geen exclusief moreel gezag. Wie in deze tijden christen blijft, volgt zijn geweten en beslist zelf. Mijn geloof sterkt mijn handelen indirect: ik weet nu des te beter waarom ik het doe, maar heb als gelovige mijn waarden niet moeten aanpassen”.

“Politiek vertaald ben ik voorstander van een gedeconfessionaliseerde christendemocratie: een lekenpartij die gebaseerd is op historisch christelijke waarden, maar zonder referentie aan kerkelijke standpunten. Zo was het kerstprogramma van de CVP in 1945 opgevat. In ethische kwesties maken die waarden wel degelijk het verschil met andere partijen. Het consensusmodel zit in de christendemocratie ingebakken”, zegt Van Rompuy.

2 . “Ik voelde dat ik iets kwijt was”

Uit een artikel van Ludwig De Vocht

Noortje Martens (1982) was elf jaar toen haar vader tot diaken werd gewijd. Haar ouders groeiden in hun geloof, maar een aantal traumatische sterfgevallen deden haar afhaken. Ze ging aan de slag in de bijzondere jeugdzorg tot een burn-out haar twee jaar geleden dwong te stoppen. Dat bracht een proces op gang dat ertoe leidde dat ze in Hasselt een opleiding Pastoraal werker in de zorg ging volgen.

“Onlangs keken we met het gezin naar de documentaire Blue Planet. Ik verwonder me over hoe alles zo ingenieus in elkaar steekt. Ik wordt daardoor overweldigd. Voor mij is God de gewaarwording hoe fantastisch alles in elkaar zit. God is liefde. Dat is mijn drijfveer. Daar begint het voor mij. Ik weet me bemind.”

3 . “Veel te laat heb ik U liefgehad”

Uit een artikel van Frederique Vanneuville

Opgegroeid in een echt katholiek nest liet Lode Caes het geloof toch meer dan eens los. Maar omgekeerd liet het geloof hem niet los en uiteindelijk gaf hij zelfs toe aan de roeping tot het diaconaat.

Opgebrand na een al te actief studentenleven stopte Caes vroegtijdig met zijn studies. Hij kwam toen ook tot het besluit dat het maar eens helemaal gedaan moest zijn met dat geloof. “Ik deed er niets meer mee, het paste niet meer in het plaatje. Ik trok de stekker eruit maart het voelde niet goed, alsof ik niet meer ademde. Ik heb dat flinterdun grondlaagje van geloof verder toch maar ongemoeid gelaten.” Kort daarna volgde een uitnodiging voor een Taizé-reis. Het leek de jongeman een leuk uitje en hij zegde toe. Het werd anders dan hij verwachtte: “Daar heb ik een ommekeer doorgemaakt.” Eenmaal terug thuis hoopte Caes gelijkgestemde zielen te vinden. Een vroegere medestudent van de sociale hogeschool bezorgde hem een lijstje van mensen die hij mocht contacteren. De eerste die hij belde, Rita Vanlangendonck, werd later zijn vrouw. “Eerst de uitnodiging voor de Taizé-reis, dan die namenlijst – het was genade op genade.”

”Ik vergelijk God weleens met een jojo – als je Hem weggooit, komt Hij toch steeds terug. In momenten van crisis bood Hij me soelaas, daarna gooide ik Hem weer weg. Maar op de duur groeide de zekerheid dat God er altijd is. Dat Hij ons bemint. Daar ben je op een gegeven moment geheel van doordrongen.”

woensdag 23 mei 2018

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Ramen en deuren open

Gastvrijheid is onder christenen van groot belang, zowel de materiële gastvrijheid, je huis openen, als de psychologische gastvrijheid, je hart, je geweten en je geest openen voor anderen. Voor kinderen is het van wezenlijk belang te zien dat hun ouders gastvrije mensen zijn. De deur openen voor anderen is fundamenteel voor elke christelijke gemeenschap. Anderen aanvaarden, deuren en ramen openen om iets van je warmmenselijkheid te delen met deze koude wereld… We zouden moeten geloven dat in elke jongere, in elke man of vrouw die in verdriet of wanhoop leeft, Jezus zelf voor onze deur staat. En je zult zien hoe elke bezoeker, zelfs hij die je niet hebt uitgenodigd of die geen heilige is, de sfeer verandert. Want in Jezus’ naam iemand opnemen, wie het ook is, welk verleden hij ook heeft, is Jezus zelf opnemen. En telkens als je samen met anderen aan tafel gaat en iemand het brood breekt is Jezus in je midden. Zelfs als hij na een tijd verdwijnt, weet je dat hij er is.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

Pastorij Korbeek-Dijle te koop

Week 2018-20 - 002

OPENBARE VERKOOP

TE RENOVEREN PASTORIE, MET AUTHENTIEK KARAKTER

12a 96ca

en achterliggend

PERCEEL BOS

61a 94ca

Nijvelsebaan 119

KORBEEK-DIJLE

Notarisassociatie BOSMANS & BRUSSELMANS te Heverlee, Van Arenbergplein, 7-8 (016/30.83.70) zal openbaar verkopen, in 2 koopdagen, de volgende onroerende goederen:

GEMEENTE BERTEM 2de afdeling Korbeek-Dijle

KOOP 1 : Een pastorie gestaan en gelegen Nijvelsebaan 119, gekadastreerd wijk B nummer 0239BP0000 voor een oppervlakte volgens meting van 12a 96ca.

Bestaande uit een ruime kelder, op het gelijkvloers een inkomhall, keuken, wc, ruime living en twee ruime kamers, op de tussenverdieping bevindt zich de badkamer, op de 1ste verdieping bevinden zich 4 ruime kamers, op de zolderverdieping is er een mogelijkheid tot het bijmaken van kamers met aanwezigheid van een noodtrap.

KI: nog te bepalen – Onmiddellijk vrij – EPC: 957 kWh/m² jaar

CV op stookolie

Stedenbouwkundige informatie: deels woongebied en deels natuurgebied – vergunning dd. 3/3/97 en 6/3/01 – Gvkvg – Gvkr

KOOP 2: Een perceel bos aanpalend aan voormelde pastorie, gekadastreerd wijk B nummer 0232AP0000 voor een oppervlakte volgens meting van 61a 94ca.

KI: nog te bepalen

Stedenbouwkundige informatie: deels woongebied, deels natuurgebied, deels woonuitbreidingsgebieden en deels gebied voor gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorzieningen – Gv – Gvkvg – Gvkr.

Erfdienstbaarheden van openbaar nut: voet- en jaagpaden, VEN gebied en natuurinrichtingsproject

Te bezichtigen VANAF zaterdag 19 mei, op zaterdagen van 10u tot 12u en op woensdagen van 14u tot 16u.

KOOPDAGEN

Met inmijningspremie van 0,5%

VOORLOPIGE TOEWIJZING: MAANDAG 4 juni 2018 om 14 uur

EINDELIJKE TOEWIJZING: MAANDAG 18 juni 2018 om 14 uur

Telkens in het notarishuis van Leuven, Bondgenotenlaan 134.

Gehuwde bieders dienen BEIDEN aanwezig te zijn en zich te voorzien van trouwboekje en huwelijkscontract.

woensdag 16 mei 2018

Gelezen in TERTIO van 2 mei 2018

1 . Quote

“Vanaf 1 juni zal in elk overheidsgebouw een kruis hangen.”

De Beierse minister-president en christendemocraat Markus Söder vindt de beslissing een heldere bekentenis van zijn regering tot de Beierse identiteit en de christelijke waarden (De Tijd, 24/4).

2 . Zwitserse garde “dapper en trouw” in dienst van de paus

Uit een artikel van Emmanuel Van Lierde

Elk jaar leggen nieuwe Zwitserse gardisten op 6 mei de eed af bereid te zijn in een noodsituatie hun leven op te offeren voor de paus. Dat herinnert aan Il Sacco di Roma, de plundering van Rome door Spaanse en Duitse soldaten op 6 mei 1527. Ook toen gaven Zwitserse wachten hun leven om de paus te redden en in veiligheid te brengen. Van de 189 Zwitserse wachten overleefden er slechts 42 Il Sacco di Roma. Hun kleine leger stond machteloos tegenover de huurlingen van keizer Karel V. Maar ze slaagden er wel in paus Clemens VII langs de geheime gang, de Passetto, van het Vaticaan naar de onneembare Engelenburcht te brengen. Om dat historische gebeuren te gedenken, vindt de plechtige beëdiging van nieuwe gardisten traditioneel plaats op 6 mei, de dag van die plundering van Rome in 1527. Hun leger zelf ontstond in 1506, op verzoek van paus Julius II. Op 22 januari 1506 arriveerden de eerste 150 Zwitsers in Rome om de paus en zijn residentie te beschermen. Al meer dan 500 jaar is dat hun ongewijzigde opdracht en ze doen dat “dapper en trouw”, zoals hun motto luidt.

Naast Zwitsers moeten de rekruten praktiserende katholieken zijn, over een goede gezondheid beschikken en ongehuwde mannen onder de dertig zijn. “Pas na minstens vijf jaar dienst mogen ze huwen, als ze beloven nog minstens drie jaar in dienst te blijven en minstens de rang van korporaal hebben. En ze moeten inderdaad ten volle achter het geloof staan, overtuigd zijn van de leer van de kerk. Er is een aalmoezenier die hun een volwassenencatechismus overhandigt bij hun intrede en bij wie ze met geloofsvragen terechtkunnen. Tijdens hun dienstjaren verdiepen ze beslist hun geloof. We verwachten van hen een grote liefde voor paus en kerk, want ze moeten beide trouw dienen”, zegt legerwoordvoerder Wachtmeister Urs Breitenmoser.

Vooral het kleurrijke renaissance-uniform van de Zwitserse wachten springt bij bezoekers van het Vaticaan in het oog. Toch zijn de gardisten geen folkloristisch relict uit het verleden. “Onder dat uniform zitten jonge en goed opgeleide soldaten. Ze zijn er trots op deel uit te maken van die meer dan 500-jarige traditie, maar tegelijk combineren ze dat erfgoed met de modernste veiligheids- en legertechnieken. Je kunt maar toetreden tot de Zwitserse garde als je de rekrutenschool van het Zwitserse leger doorliep. Daarna volgen ook bij ons twee maanden opleiding. Na het medische onderzoek in het Vaticaan keren de rekruten eerst een maand terug naar Zwitserland voor een opleiding bij de politie van het kanton Tessin in Isone. Ze krijgen er een cursus recht en leren er tactische bewegingen met en zonder wapens.”

“Voorts staan zelfverdediging en het omgaan met lastige mensen op de agenda. De tweede opleidingsmaand vindt in het Vaticaan plaats waar we hen diets maken in onze gewoonten zoals het begroeten, marcheren en omgaan met de hellebaard (middeleeuwse wapenstok met onder de punt bovenaan een bijl en een haak, nvdr). We brengen hun kennis bij over de Vaticaanse locaties, inwoners en bezoekers. Ook een cursus Italiaans staat hen te wachten. Na die twee maanden mag de rekruut zich een hellebaardier noemen. We verwachten dat ze minstens twee dienstjaren blijven en voortdurend krijgen ze bijkomende interne opleidingen”, legt de Wachtmeister uit.

Neires Kermes 2018

Op zondag 29 april 2018 danste KVLV Korbeek-Dijle de line dances mee met KVLV Neerijse. Een prachtig schouwspel!

Week 2018-20 - 004Week 2018-20 - 005Week 2018-20 - 007

De weggeefkast voor boeken van KVLV

Ze staat er! Op het plein vóór de kerk in Korbeek-Dijle. Met een rijke en wisselende inhoud! Op de rustbank kun je zelfs ter plaatse al beginnen te lezen.

Week 2018-20 - kast

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: Geënt in Hem

Het doopsel verenigt ons met Christus. Paulus zegt ons dat wij door het doopsel geënt zijn in hem zoals een ent op de wijnstok. Wij leven van zijn sap, wij sterven met hem, we worden verborgen in hem als we ondergedompeld worden in het doopwater, om uiteindelijk met hem op te staan. Alles wat zich in het hart en in de ziel van Christus bevindt, wordt door het doopsel in ons overgegoten volgens onze menselijke capaciteit. Door het doopsel en met Christus kennen wij de Vader, hebben wij hem lief, aanbidden we hem en smeken we hem. We worden zo gelijk aan Christus, dat de Vader, als hij naar Jezus kijkt, ons ziet in hem en ons liefheeft zoals hij Jezus liefheeft. Wat een immens mysterie van het doopsel! En dankzij ons doopsel ontvangen we in de kerk veel broers en zussen, we mogen binnengaan in de grote familie van God.

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)

zondag 13 mei 2018

Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw - deel 1

1 . Uit het familiearchief van (Joannes) Josephus Coeckelberghs

Wie was Josephus (Jef) Coeckelberghs?

Josephus Coeckelberghs (°Neerijse 1805 / +Korb.D. 1881) was de zoon van Franciscus Coeckelberghs (°Korb.D. 1774 / +Korb.D. 1848) en Maria Catharina Vandenbosch (°Neerijse 1770 / +Korb.D. 1850).

Zijn grootvader Engelbertus Coeckelberghs (° 1739) kwam van Egenhoven, van het Hof van Rotspoel, en trouwde te Korbeek-Dijle met Maria Theresia Van Kildonck (°Korb.D. 1742 / +Korb.D. 1816).

Engelbertus’ “Hof van Coeckelberghs”, op de plaats van de huidige koiwinkel El Patio, behoorde voordien waarschijnlijk toe aan de Van Kildonck’s, zijn schoonfamilie. Dit leid ik af uit de Atlas van de Buurtwegen.
In de Atlas van de Buurtwegen (1845) behoort het domein van het Hof van Coeckelberghs, met inbegrip van het huidige domein van Frans Goovaerts, toe aan Franciscus Coeckelberghs, en het huidige domein van Guy De Coker en Hilde Velghe behoorde toe aan een weduwe Van Kildonck. De grond langs de Nijvelsebaan tussen de Twee Kantjes tot en met het vroegere domein van Jan Van Caudenberg behoorde toe aan Franciscus Coeckelberghs terwijl het domein ernaast, meer de Ruwaalstraat in, toebehoorde aan Guillaume Van Kildonck. Dit wijst op een verdeling van oorspronkelijke Van Kildonckeigendommen tussen Coeckelberghs en Van Kildonck of anders gezegd tussen kinderen Van Kildonck.

De huwelijken van Josephus Coeckelberghs:

Week 2018-21 - Huwelijken J.Coeckelberghs0001

Op 16.4.1837 overlijdt zijn derde dochtertje, 6 dagen oud, en op 27.4.1837 zijn eerste vrouw, 17 dagen na de geboorte van haar derde kind. Josephus blijft achter met twee dochtertjes van respectievelijk 3 jaar en 5 maanden en 1 jaar en 5 maanden.

Maar het leven gaat verder. Op 17 juni 1837 legt Josephus Coeckelberghs de eed af als gemeenteraadslid onder burgemeester Josephus Abts (burgemeester van 1836 tot 1842). Na de verkiezingen van 1839 wordt hij tot schepen benoemd bij koninklijk besluit van 13 januari 1840.

En op 10.11.1842 hertrouwt de 37-jarige Josephus Coeckelberghs met een dochter van zijn overburen, de 28-jarige Maria Theresia Bruffaerts, reeds moeder van een zoontje van 1 jaar en 8 maanden, dat door Josephus wordt erkend. Samen krijgen zij nog tien kinderen waarvan er vijf volwassen werden.

Onder burgemeester Remi Prosper Honnorez (burgemeester van 1843 tot 1872) was hij als schepen ook ambtenaar van de burgerlijke stand van 1843 tot 1856. Op 24 januari 1850 wordt hij daarenboven gekozen tot lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1872 en het overlijden van burgemeester Remi Prosper Honnorez stopt Josephus Coeckelberghs als gemeenteraadslid en schepen, na meer dan 35 jaar onafgebroken politieke activiteit, waarvan 33 jaar als schepen.

Bij de verkiezingen van eind 1884 wordt Eduard Coeckelberghs (1855-1943), een zoon van Josephus, tot gemeenteraadslid verkozen. Maar bij de verkiezingen van 19.10.1890 komt zijn oudere broer Theophiel (1850-1916) in zijn plaats. Na de verkiezingen van 17.11.1895 wordt Theophiel Coeckelberghs schepen en hij blijft het tot eind 1903, wanneer hij ook uit de gemeenteraad verdwijnt. Het einde van de Coeckelberghs’en in de politiek.

woensdag 9 mei 2018

Gelezen in TERTIO van 25 april 2018

1 . Rol De Smedt in “Leuven Vlaams”

Uit een artikel van Leo Declerck, kanunnik van het bisdom Brugge, en Mathijs Lamberigts, decaan van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen (KU Leuven)

De kwestie “Leuven Vlaams” verhitte vijftig jaar geleden de gemoederen, ook in het toenmalige Belgische episcopaat. Met een toespraak pro splitsing wekte bisschop Emiel Jozef De Smedt zowel lof als verbijstering.

Een overzicht van de gebeurtenissen:

Er was de Verklaring van de bisschoppen van 13 mei 1966, waarin sprake was van een verdubbeling – en niet van een overheveling – van Franstalige kandidaturen naar het kanton Waver. Die verklaring had hevige reacties opgeroepen in de Vlaamse publieke opinie, die De Smedt gepoogd had te kalmeren, onder meer door de benoeming van Edward Leemans als commissaris-generaal en van Pieter De Somer als Vlaamse prorector.

Op 14 januari 1968 eiste de Franstalige sectie in Leuven niet alleen dat ze er mocht blijven maar dat ze zelfs mocht uitbreiden. Voor de Vlamingen was de maat vol: er was een algemene revolte in Vlaanderen, niet alleen bij de studenten, maar over het hele Vlaamse land. De regering-Paul Vanden Boeynants liep gevaar. De Inrichtende Overheid zocht naar een oplossing. De Vlaamse bisschoppen met De Smedt als leidsman wilden af van de Verklaring van 13 mei 1966, maar de Waalse bisschoppen en de Franstalige Leuvense overheid weigerden elke vorm van verwijdering uit Leuven. Een ultieme verzoeningsvergadering werd gepland voor 3 februari met de afspraak voordien geen mededelingen te doen aan de pers.

Maar op 2 februari 1968 verklaarde Emiel Jozef De Smedt, bisschop van Brugge, op een provinciale bijeenkomst van de Boerenbond in Kortrijk onomwonden dat hij voorstander was van de overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit naar Wallonië.

De verklaring van de Brugse bisschop op 2 februari was dus werkelijk een donderslag bij heldere hemel. Hij zei in Kortrijk zeer duidelijk: ‘Ik heb mij schromelijk vergist op 13 mei 1966… Als zoon van Vlaams-Brabant ben ik bekommerd om de gaafheid van dit taalgebied niet te laten in gevaar brengen. Ik zal trouw blijven aan het Vlaamse volk”. Voor De Smedt was het ondraaglijk dat hij werd afgeschilderd als een volksvreemde bisschop die zijn volk in de steek had gelaten.

Vrees voor geloofsafval

De Smedt was ervan overtuigd dat er op 3 februari geen oplossing gevonden zou worden en dat ook de politici daartoe niet in staat waren. Hij nam de kritiek van Vlaanderen ernstig, zag die als een reactie tegen de bisschoppen en vreesde voor een sterke geloofsafval in Vlaanderen.

De inrichtende overheid kwam, na de toespraak, niet tot een akkoord. Op 6 februari viel de regering-Vanden Boeynants. Na de verkiezingen besloot de nieuwe regering-Gaston Eyskens tot de overheveling. In Franstalig België, maar ook in het buitenland, verwonderde men zich over de houding van De Smedt, die als eenzijdig en eng flamingantisch gebrandmerkt werd. Maar De Smedt voelde zich vanaf zijn jeugd een Vlaming, zoals vele medestudenten, zonder daarom een Vlaams-nationalist of een fanatieke flamingant te zijn. In de jaren 1950 had hij zich actief ingezet voor het bewaren van een “christelijke maatschappij” in zijn bisdom. Hij was daarenboven een zeer sociale bisschop die te midden van zijn volk aanwezig wilde zijn. Zijn houding in de Leuvense zaak had alles te maken met die betrokkenheid bij zijn gelovigen, met zijn sociale zin en zijn pastorale bewogenheid.

Voor Leuven, maar niet tegen Louvain-la-Neuve

Bisschop Edouard Massaux, rector van de UCL, schrijft dat een belangrijke Vlaamse kerkelijke personaliteit eind jaren 1970 een grote gift schonk voor de bouw van de kerk van Sint-Franciscus van Assisi in Louvain-la-Neuve. De schenker wenste onbekend te blijven, want het was bisschop De Smedt.

2 . “Geschiedenis uitspelen met zin voor toekomst”

Uit een vraaggesprek van Emmanuel Van Lierde met Leuvens rector Luc Sels

Hoe kijkt de KU Leuven vijftig jaar later op mei 1968 terug?

“Zo’n revolte beleven we misschien niet meer, maar ingrijpende omwentelingen maken we voortdurend mee. Vijftig jaar na de splitsing zijn de twee Leuvense universiteiten trouwens meer een symbool van samenwerking tussen de regio’s in dit land, dan van scheiding.”

“Rector Roger Dillemans was de eerste die de UCL omschreef als onze zusteruniversiteit en die sprak over de twee takken van één boom. Zo voelt het vandaag effectief aan en er is een diepgaande toenadering tussen de rectoren en de vicerectoren. Ik zie Vincent Blondel van de UCL veelal meerdere keren per maand. Niets moet, maar veel kan en ik hoop onze samenwerking te versterken. We hebben nog altijd meer gemeen met de UCL dan met sommige Vlaamse universiteiten. Dat merk je ook bij rituelen zoals de stoet der togati. De splitsing leidde tot twee zelfstandige instellingen die vandaag elk in hun taalgebied de sterkste zijn. Je moet toch bewonderen dat daar in die velden een nieuwe stad gebouwd is en dat de UCL evengoed wereldwijd een begrip is geworden. Als ik vooruitkijk, dan denk ik dat we ons sterker samen internationaal kunnen positioneren door in te zetten op driehoeksverhoudingen. Bijvoorbeeld de al bestaande gemeenschappelijke programma’s van de UCL en de – trouwens tweetalige – universiteit van Ottawa breken we nu open naar de KU Leuven. Samen kunnen we nieuwe opportuniteiten creëren. Nog dit jaar reiken we een gezamenlijk eredoctoraat uit.”

“In plaats van een symbool van scheiding te zijn, kunnen de Leuvense zusteruniversiteiten vandaag een symbool van de samenwerking tussen de regio’s zijn en zo kunnen we heel wat betekenen voor Vlaanderen, België en Europa.”

U werd bijna een jaar geleden, op 9 mei, tot rector verkozen. Waar haalt u de mosterd voor uw kijk op de eigenheid van een universiteit?

“Kardinaal John Henry Newman (1801-1890) behoort tot mijn klassiekers. Die laatste nam ferme standpunten in over de relatie tussen universiteit en kerk. Dat moet je maar doen als man van het instituut. Hij wees op de eigenheid van geloof en wetenschap, elk met een eigen dynamiek maar ook met eigen rechten. Zijn waarschuwing voor overspecialisatie inspireert mij het sterkst. Vandaag wordt gehamerd op interdisciplinariteit, maar bij hem zat dat al ingebakken.”

Tot slot, hoe kijkt u aan tegen de K van KU Leuven?

“Die K staat waar ze verdient te staan en ze zal er wat mij betreft in 2025 nog staan. Ik ben blij met de open dialoog met de kerk. We hebben gemeenschappelijke zorgen. De vicerectoren en ik hebben een gemeenschappelijke bestuursvergadering gehad met de kardinaal en de andere Vlaamse bisschoppen. Dat gebeurde in februari een eerste keer en dat wordt herhaald. Alles kan er op tafel komen. Dat is een zinvolle en leerrijke dialoog voor beide partijen. Internationaal behoren de faculteiten Theologie en Filosofie tot de parels aan de kroon van onze universiteit. Ze zijn wereldtop. Dat wil ik zo houden. Ik ben niet van plan ze af te bouwen of te fuseren, ik zou er liever in investeren. Ook onze rol binnen de internationale federatie van katholieke universiteiten (IFCU) en de universitaire ontwikkelingssamenwerking mogen versterkt worden, vind ik.”

“Het idee van de katholieke dialoogschool die theologen Didier Pollefeyt en Lieven Boeve ontwikkelden, kunnen we als houding ook integreren in de universiteit. Het is niet omdat de universiteit op haar katholieke traditie steunt, dat we dat ook van anderen vragen. We vertonen vanuit onze identiteit een constructieve openheid voor andere religies en levensbeschouwingen.”

Kandidaten voor het Vormsel in 2019

Week 2018-19 - 004Week 2018-19 - 005Week 2018-19 - 007Week 2018-19 - 008

Op zondag 22 april 2018 was er in Korbeek-Dijle de viering van het engagement van de Korbeekse jongeren die volgend jaar het vormsel ontvangen. Bij het openingsgebed bad voorganger Gard:

Heer Jezus, Gij hebt uw leerlingen geroepen bij hun naam. Ook ons roept Gij met onze naam om U te volgen. Wij zijn vol goede wil. Wees voor ons een wegwijzer in de grote doolhof van de wereld. Geef ons sterkte en moed. Amen.

Wijsheid en geloof van Godfried Danneels: God, een vader en een moeder

Gods vaderschap is zo rijk dat hij twee beelden nodig heeft om het uit te drukken: vaderschap en moederschap. Dat wijst erop hoe rijk zijn liefde is en hoe arm onze middelen zijn om dit unieke vaderschap te verwoorden. Hij is tegelijk vader en moeder. Hij is wet én genade, gebod én medelijden, recht én barmhartigheid. Ons vader- en ons moederschap zijn slechts een afspiegeling van de Vader. Ze zijn als de maan die het licht van de zon opvangt en in verzwakte vorm weerkaatst. De bron van het licht is de zon, het Woord van God. De ware natuur van de Vader wordt alleen maar volledig geopenbaard in de Zoon. God heeft ons zozeer lief dat hij niet ophoudt dichter bij ons te komen, want liefde verdraagt geen afstand. Als Schepper was hij betrekkelijk ver. Als Bevrijder, Wetgever en Trooster krijgt zijn vader- en moederliefde steeds duidelijkere accenten van nabijheid. Maar wanneer God mens wordt, wordt hij zichtbaar en tastbaar. Op het kruis komt hij nog dichter bij ons, want daar vereenzelvigt hij zich met de beproefde mensheid en ondergaat hij uit liefde het lijden en de dood. Ten slotte kan God niet dichter bij ons komen dan door zijn Geest te zenden. Door in ons te wonen verbindt hij zich met ons eigen innerlijk. Hij verblijft in het hart van ieder afzonderlijk en van alle mensen. De liefde van de Vader is heel universeel en tegelijkertijd heel persoonlijk. Is het drama van veel mensen niet dat zij leven zonder een verwijzing naar een God-Vader, omdat zij niet weten dat ze er een hebben?

Uit het boek: Een jaar met kardinaal Godfried Danneels (uitgegeven in 2009)