woensdag 7 augustus 2013

Burgemeesters Van Korbeek-Dijle Tussen 1800 En 1976 – deel 1

1. Guilielmus Cappuyns (°Korb.D.1748/+Korb.D.1836) Burgemeester 1800-1825

Guilielmus Cappuyns was de jongste van de acht kinderen van inwijkeling en kuiper van beroep Joannes Cappuyns die zich in Korbeek-Dijle had gevestigd rond 1733.

Guilielmus huwde in 1779 met Anna Catharina Panny uit Sint-Kwintens-Lennik, een zus van de toenmalige pastoor van Korbeek-Dijle, Nicolaus Panny, pastoor van 1778 tot 1779. Guilielmus en Anna Catharina legden de basis van een sterk nageslacht.

Nog vóór 1800 had Guilielmus functies die te vergelijken waren met deze van burgemeester. Hij was meier van de heer van Corbeek van 1780 tot 1785. Van 1794 tot 1800 (na de Franse Revolutie) was hij achtereenvolgens “adjoint de l’agent municipal” en “agent municipal”. In de volkstelling van 1795 wordt hij vermeld met het beroep van griffier (= gemeentesecretaris).

In de “Geschiedenis van Corbeek-Dyle” van pastoor Bogaerts zitten kopies van door Guilielmus Cappuyns eigenhandig geschreven verslagen over het weghalen door de Franse bezetter van de drie klokken van Korbeek-Dijle op 13.1.1797 en over de verkoop door de Fransen van de inboedel van de kerk op 28.10.1799.

Vanaf 1800 (na de staatsgreep door Napoleon) tot 1818 wordt Guilielmus vermeld als ”maire”. Van 1819 tot 1821 als “mayeur” en vanaf 1822 tot augustus 1825 als “meyer”. In 1829 wordt Guilielmus vermeld als grondeigenaar.

Guilielmus Cappuyns was ook koster van 1773 tot omstreeks 1830, toen hij als koster werd opgevolgd door zijn kleinzoon Guilielmus Antonius Cappuyns.

Nog een anekdote over Guilielmus Cappuyns gevonden in het boek van Erik Martens “Uit het verleden van de gemeente Oud-Heverlee”: Ook Cappuyns, meier en koster van Korbeek-Dijle, ontsnapte niet aan de waakzaamheid van de dienaars van de hertog. Op 6 maart 1785 werden hij en Hendrik Belsack uit Egenhoven betrapt en in beschuldiging gesteld om “… in den besloten tydt der jacht feytelyck en sonder eenige permissie in den voormiddagh te jaegen in Heverlee Broeck langst de Deyle jeder met een fusieck, bij hun hebbende een jachthondt …” Cappuyns en Belsack kregen elk een boete van 20 gouden realen.

2. Antonius Penninckx (°Korb.D.1762/+Korb.D.1852) Burgemeester 1825-1830

Zijn vader, Guilielmus, was wever van beroep en als eerste Penninckx in Korbeek-Dijle toegekomen in 1756, mogelijk uit Chastre (tussen Ottignies en Gembloux) waar de ouders van Guilielmus overleden zijn.

Antonius huwde met Maria Elisabeth Vangodtsenhoven uit Oud-Heverlee. Zij bleven kinderloos. Zij woonden waar later veldwachter Ludovicus Ruelens (Piëke de garde) woonde, naast het kerkhof, in de huidige Stationsstraat.

Een neef van Antonius, Philippus Penninckx (1804-1876), woonde met zijn groot gezin op de plaats waar Ciske Sik (alias den Baron) gewoond heeft + de plaats waar nu Pol Vanderveken woont + de er achter liggende gronden tot tegen de Nijvelsebaan. Hij wordt als onderwijzer vermeld in 1830 en als winkelier in 1844.

De oudste dochter van Philippus trouwde met Joannes Franciscus (Susse) Vranckx uit Neerijse die we later als schepen nog zullen tegenkomen in het bestuur van de gemeente (zie 6.).

Een andere dochter van Philippus trouwde met Prosper Hendrickx uit Blanden die eveneens schepen zal worden (zie 7.).

Dokter Frantz Penninckx (°Leuven 1900/+Leuven 1951) was een achterkleinzoon van Philippus Penninckx.

Antonius Penninckx was burgemeester van begin september 1825 tot 22 oktober 1830.

*

* *

De kieswetgeving

Alle gegevens over de kieswetgeving in mijn onderhavige “geschiedenis” heb ik geput uit het artikel “Keus in Asse”, van de hand van dr.hist. Jaak Ockeley, dat het nr.3 van het driemaandelijks tijdschrift van de Koninklijke Heemkring ASCANIA vzw, jaargang 55 - 2012, volledig inneemt.

I. Het cijns- en capaciteitskiesstelsel 1830-1895

A. De cijns- en capaciteitsperiode 1830-1836

Het decreet van 8 oktober 1830 van het Voorlopig Bewind bepaalde dat in het nieuwe België zowel de burgemeester als de schepenen en de gemeenteraadsleden zouden worden verkozen.

Verkiesbaar waren zij die de Belgische nationaliteit bezaten en 25 jaar oud waren. De voorwaarden om te mogen deelnemen aan deze verkiezing waren echter vrij restrictief. Stemgerechtigd was elke Belg, genaturaliseerde Belg of persoon die gedurende zes jaar effectief het grondgebied bewoonde, voluit 25 jaar oud was en cijns betaalde (de belastingen van een echtgenote mochten bij die van haar man worden gevoegd; die van een weduwe bij haar zoon). Daarnaast waren er nog capaciteitskiezers die kiesrecht bezaten uit hoofde van hun functie of op basis van hun diploma. Een relatieve meerderheid volstond om verkozen te zijn.

(Een eerste wijziging van de kieswet komt er in 1836: zie verder)

3. Carolus De Coster (°Korb.D.1800/+Korb.D.1841) Burgemeester 1830-1836

Op 22 oktober 1830 was er rechtstreekse verkiezing van de burgemeester, twee schepenen en vier gemeenteraadsleden. Wie het meeste stemmen haalde was burgemeester. Het was Carolus De Coster (30 jaar), herenboer. De volgende twee scores werden schepenen. Het waren: Franciscus Ludovicus Mommaerts (62 jaar) (°Korb.D.1768/ +Korb.D.1844), eerst pachter van het Hof van Luezenborg (wat later Blyenberg werd) en later eigenaar en uitbater van het Hof van Overbist, en Guilielmus Vermeulen (42 jaar) (°Korb.D.1788/ +Korb.D.1867), herbergier.

Guilielmus is een zoon van de eerste Vermeulen in Korbeek-Dijle en de stamvader van alle Vermeulenfamilies die er nadien in Korbeek-Dijle geweest zijn, met uitzondering van de familie Raf Vermeulen die woont Nijvelsebaan 168.

Carolus De Coster stamde uit de familie van de pachters - en later (in 1783) eigenaars - van het Hof van Overbist aan de Veeweide. Hij trouwde in 1835 met Maria Theresia Mommaerts, een dochter van schepen Franciscus Ludovicus Mommaerts.

In 1839 kocht ex-schepen Mommaerts het Hof van Overbist van zijn schoonzoon, ex-burgemeester Carolus De Coster en hij werd er de exploitant van. Carolus De Coster werd brouwer in Leuven maar overleed twee jaar later op 41-jarige leeftijd. Zijn weduwe, Theresia Mommaerts, liet het Mariakapelletje aan de Veeweide bouwen in 1855.

Carolus De Coster was burgemeester van 23 oktober 1830 tot oktober 1836.

Dit is een eerste van een ganse reeks stukjes die ik zal publiceren in Kerk & leven. Vermits ik maar gemeenteraadsverslagen ter beschikking had vanaf 1836 is de tekst over de eerste drie burgemeesters eerder beperkt. Over de volgende burgemeesters en hun regeerperiode zal ik veel meer kunnen vertellen.

Cyriel Letellier