dinsdag 1 juni 2010

Als God in Frankrijk

Ik denk niet dat de uitdrukking ‘leven als God in Frankrijk’ ontstaan is bij de seizoenarbeiders. Ze klinkt eerder wat dromerig en ze hoort helemaal niet thuis in de drukte en de jacht die we dagelijks zien of meemaken. Je moet wel wat fantasie hebben om je als een god te wanen in een vakantieland.
Toch spreekt het tot onze verbeelding. Meer nog, er zijn momenten dat we dergelijke ervaringen ondergaan. Liggend in een zetel, genietend van de zon boven ons en de stille rust rondom ons, alsof alles ons kan gestolen worden, maar dan liefst figuurlijk. Er zijn ogenblikken dat we de zorgen en verantwoordelijkheden aan anderen kunnen en mogen overlaten. We moeten niet altijd alles zelf doen. Wie droomt er niet van, al is het maar voor even, met een gerust hart alle dagelijkse beslommeringen te vergeten? We werken graag, we hebben graag onze bezigheid, maar liefst niet altijd. Want we hebben toch niet alles in de hand.
Even leven als een god is niet alles zelf willen doen, maar de dingen ook laten gebeuren. Het is zoals drijven op de golven, meewaaien met de wind of verwijlen bij het bewegen van de wolken. Het gebeurt, zonder dat we er ook maar een vinger moeten naar uitsteken. Het leven gaat zijn gang en jij mag daar deelgenoot van zijn. Toch geweldig: alsof je uitgenodigd bent op een feest en alleen maar je benen onder tafel moet schuiven. Zo kan het besef groeien dat jij het niet bent die alles doet draaien.
Het klinkt misschien paradoxaal, maar leven als God in Frankrijk is vooral beseffen dat jij niet de Schepper bent. Je bent een schepsel, dat door de Schepper omhelsd wordt. En net zoals God in het scheppingsverhaal tot vijf maal toe ziet dat het goed is, zo mogen wij het leven verder zetten. Zien dat het goed is, waarbij we in elk van de twee betekenissen even veel tijd steken: Ervoor zorgen dat het goed is maar ook geloven en blijven vertrouwen dat dit leven - ook met zijn weerhaken en valkuilen - de moeite waard is. Helemaal niet vermoeiend!