woensdag 31 december 2008

Het Gemeentelijk Onderwijs Te Korbeek-Dijle - Deel 7

zie ook delen 1, 2, 3, 4, 5 en 6: http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek_12.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek_26.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/12/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/12/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek_10.html

7. Jules Paeps

Op 10.9.1939 benoemt de gemeenteraad een tweede onderwijzer, Jules Paeps (°Neerijse 1918) met ingang van 11.9.1939. Jules Paeps was een kleinzoon van Henricus Cammaerts (mijn stiefgrootvader) en zijn eerste vrouw, Ludovica De Coster. Vóór de gemeenteraad van 10 september had Emiel Cappuyns – toen burgemeester – gezegd dat hij “Haëngke Cammoos ging gelukkig maken”. Tot het schooljaar 1938-1939 werd het eerste en tweede studiejaar, voor de jongens en de meisjes samen, gegeven door zuster Rachilda in de meisjesschool. Rond 1935 was de Sint-Reneldisschool in Egenhoven opgericht en werd er, om zuster Rachilda een beetje te ontlasten, een akkoord gesloten tussen de Zusters van Korbeek-Dijle en de directie van de school van Egenhoven dat de jongens van den Dries naar Egenhoven naar school zouden gaan, wat ook geschiedde. Bij de komst van meester Paeps kwam er een einde aan deze regeling en kreeg hij de jongens van het eerste, tweede en derde studiejaar, terwijl meester Hoebrechts alle hogere studiejaren behield. Enkele jongens van den Dries zijn in Egenhoven school blijven lopen. Vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd meester Paeps gemobiliseerd. Vanaf 1.4.1940 werd hij tijdelijk vervangen door Regine Weets uit Leuven. Ik heb het eerste, tweede en derde studiejaar gedaan bij meester Paeps, van 1943 tot 1946. Na de oorlog trouwde meester Paeps met Simonne Van Essche uit Neerijse. Zij kwamen in Korbeek-Dijle wonen en kregen er twee kinderen: Paul, nu tandarts in Leefdaal, en Yvan, nu rustend onderwijzer van de gemeenteschool van Vossem, maar wonend in Neerijse. Meester Paeps was goed geïntegreerd in Korbeek-Dijle. In de volksmond was hij voor iedereen “Popske”. Bij de pensionering van meester Hoebrechts op 1.9.1956 werd meester Paeps schoolhoofd. In zijn vrije tijd was hij een gedreven imker. Hij was gepassioneerd door de bijen. Op 1.9.1975 nam hij ontslag als schoolhoofd.
Op bijgaande foto staat meester Paeps met zijn laatste klas, van het schooljaar 1974-1975, het derde en het vierde studiejaar.


De kinderen zijn: steeds van links naar rechts,
bovenaan: Kris Van Asbroeck, Wilfried Vandenplas en Hans Neckebrouck
midden: Patrick Berthels, Els Vanhoven, Hilde Servaes, Rita Leys en Veerle Letellier
vooraan: Luc Goossens, Mark Berthels, Jan Vanhoven en Patrick Standaert.
Meester Paeps overleed te Neerijse op 15.5.1987.
(wordt vervolgd)
Cyriel Letellier

Weerspreuk: Sint-Silvester

31 december: Silvesterwind met morgenzonneschijn, Geeft zelden goede wijn.
Laten wij beginnen met het slechte nieuws, de vaststaande feiten. De ingrijpende periode van paus Silvester die loopt van januari 314, kort nadat keizer Constantijn de Grote de christenen godsdienstvrijheid had verleend, tot 31 december 335, toen het christendom de hoofdreligie van het Romeinse Rijk was, kan men vrijwel beschrijven zonder Silvester daarin te betrekken. De twee concilies van die tijd, in Arles en Nicea, werden onder keizerlijk toezicht georganiseerd en voorgezeten door diverse bisschoppen, maar niet door de bisschop van Rome, die er evenmin aan deelnam. Men vond het voldoende hem de besluiten toe te zenden, met het verzoek die aan de gemeenten door te geven. Constantijn, zelf niet gedoopt, wilde zoveel mogelijk greep hebben op de Kerk en zag in de paus derhalve een storende factor. Hij liet hem links liggen of hield hem rustig met schenkingen. Zo is de bouw van de Sint-Jan van Lateranen en de Sint-Pieterskerk vooral aan Constantijn te danken. In de oude verslagen over Silvesters pontificaat gaat driekwart van de ruimte dan ook op aan een lijst van geschonken terreinen en gebouwen, want over de bijna 22-jarige duur van zijn bewind viel weinig anders te vertellen.
En nu het goede nieuws, de legende. Een half-absente paus in een zo belangrijke tijd voldeed de mensen immers niet. Constantijn was melaats wat alleen kon worden genezen door een bad in kinderbloed. Maar in de nacht voor het doden van de kleinen verschenen hem Petrus en Paulus met de opdracht, Silvester te laten roepen. Deze doopte de keizer, die ter plekke genas. Spontaan besloot hij de paus het Lateraans paleis te geven, geleidde hem daarheen - Silvester zat te paard, Constantijn hield de teugel - en reikte hem knielend de tiara aan. Later wilde hij hem zelfs de keizerlijke macht overdragen, wat Silvester afwees. Maar toen Constantijn de rijkszetel naar Constantinopel verplaatste, was de paus bereid het gezag over Italië op zich te nemen, wat werd vastgelegd in een decreet, bekend als de Schenking van Constantijn. De legende draaide, in het kort gezegd, de rollen om. Teneinde geloofwaardig te blijven schreef ze Silvester opvallend weinig wonderen toe, haast alleen de opwekking van een doodgeslagen stier, hetgeen hem tot patroon van de veestapel maakte. Mensen stelden zich niet onder zijn hoede.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

woensdag 24 december 2008

Misviering voor de overleden leden van de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia 2008

Op zondag 7 december 2008 trad de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia aan in de kerk van Korbeek-Dijle voor de muzikale opluistering van haar jaarlijkse misviering ter nagedachtenis van haar overleden leden.

Met hun ingetogen en soms jubelende muziek zorgden de muzikanten voor een echte sacrale sfeer in de kerk.
Met dank aan de Harmonie!
C.L.

Het Gemeentelijk Onderwijs Te Korbeek-Dijle - Deel 6

zie ook delen 1, 2, 3, 4 en 5: http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek_12.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek_26.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/12/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/12/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek_10.html

6. Gustaaf Hoebrechts
Op 1.11.1923 trad Gustaaf Hoebrechts als onderwijzer in dienst in Korbeek-Dijle. Hij was benoemd op de gemeenteraad van 22.10.1923. Tot dan was hij hulponderwijzer in Leefdaal. Hij was geboren te Halle-Booienhoven (nu gemeente Zoutleeuw), in een landbouwersgezin, op 12.6.1899. Hij trouwde te Leefdaal met de vijf jaar jongere Irma Verbiest, een bakkersdochter, op 10.9.1924. Zij bleven een tijdje in Leefdaal wonen en kregen er een dochter, Rachel, op 17.4.1925. Vele jaren later kregen zij nog een zoon in Korbeek-Dijle: Raoul, geboren op 6.10.1937. Meester Hoebrechts werd nogal gevreesd door de kinderen want zijn hand stond gevaarlijk los. Hij was ook geen voorbeeld van discretie. Ik heb het meegemaakt dat hij uitriep in de klas: “Het stinkt hier gelijk in een varkensstal”. Geen wonder dat de kinderen hem met een bijnaam bedachten: “den Dikkop”. Maar hij kon ook vriendelijk zijn voor wie bij hem op een goed blaadje stond. Tijdens het schooljaar 1946-1947 zat ik bij meester Hoebrechts in het vierde studiejaar. Ik was een doorgaans brave en vlijtige leerling en ik kon niets verkeerd doen bij hem. Dat was niet altijd zo geweest. Toen ik in het eerste studiejaar zat bij meester Paeps kwam hij eens bij ons toezicht houden terwijl meester Paeps even weg moest. Wij moesten ons stil bezig houden, maar ik was nogal een babbelaar en ik kende de ijzeren discipline van meester Hoebrechts nog niet. Van achter zijn lessenaar gooide hij met zijn regel naar mij. Gelukkig heeft hij mij noch iemand anders geraakt, maar ik moest wel zijn regel oprapen en hem terug bij hem brengen. In het vierde studiejaar kregen wij nog lessen “landbouw” van meester Hoebrechts, o.a. werd daarin uitgelegd hoe je varkenshokken moest reinigen (bijzonder toepasselijk gezien de mening van de meester over zijn klas). Wij kregen ook onze eerste lessen Frans, weeral afgestemd op de landbouw. Beeld je dat nu eens in: de eerste Franse zin die wij te verwerken kregen was: “le cheval est un quadrupède domestique” (het paard is een viervoetig huisdier), niet direct het simpelste Frans.
Tijdens de oorlog 1940-1945 sympathiseerde meester Hoebrechts nogal met de Duitsers – sommigen noemden dat Vlaamsgezindheid. Op een mooie septemberdag na de Bevrijding in 1944 kwamen tijdens de speeltijd twee geüniformeerde en gewapende mannen van de Witte Brigade (het Verzet) de speelplaats opgestapt. Zij kwamen alleen maar de weg vragen. Maar meester Hoebrechts dacht ongetwijfeld dat ze hem kwamen arresteren en hij stond bevend als een riet de twee mannen te woord. Ze hebben hem geen haar gekrenkt, toen niet en ook later niet. Meester Hoebrechts ging met pensioen op 1.9.1956 en overleed te Leefdaal op 3.10.1969.
Hierbij een groepsfoto van de jongensschool, schooljaar 1944-1945:

Steeds van links naar rechts:
Staande achteraan: meester Hoebrechts(+), Victor Vlasselaer(+), Robert Lemmens(+), Jozef Vanderwegen, François Coopmans, Jules Kriegels, Lucien Pelgrims, Julien Vanderveken(+), Cyriel Lemmens(+), Jules Van Brusselen(+), Paul Verstappen, Louis Sterckx, Jan De Greef, Jos Dewit, Romain Pelgrims, Julien Sterckx(+), Robert Vanderveken (met zijn hoofd boven de anderen uit), Karel Harlophe(+) (een beetje vooruit, met donkere vest), Rik Vlasselaer, Frida Vanden Eynde(+) en meester Paeps(+)
Zittend voorlaatste rij: Willy Meulemans, Felix D’Hont, Felix Haesendonck, Urbain Winnepenninckx, Albert Goossens, Louis Vrebos, Jozef Letellier(+) (een beetje boven de anderen uit), Valeer Neckebrouck (een beetje weggezonken), Georges Bruggemans en Romain Vleminckx
Gehurkt of geknield vooraan: René Mommaerts, René Ruelens, Pierre Vanden Eynde(+) (een beetje in tweede linie), Engelbert Beersaerts(+), Felix Schoolmeesters (in tweede linie), Theo Mommaerts, Raymond Mommaerts, Hector D’Hondt (in tweede linie), Albert De Greef, Cyriel Bruggemans, Louis Verstraeten(+) (in tweede linie, gedeeltelijk verborgen achter Cyriel Bruggemans), Herman Schol (wittekop, fel vooruit), Cyriel Letellier, Marcel Sterckx, Jozef Vandenplas (alleen hoofd zichtbaar), Engelbert Neckebrouck, Gaston Van Brusselen, Frans Sterckx en Karel De Greef(+)
Zittend vooraan: Romain Dewit, Jean Crabbé, Michaël Vandezande(+), Robert Sterckx, Achiel Lava, Jean Vrebos en Siegfried De Clerck.
Signaleer mij mogelijke vergissingen zodat ik ze kan rechtzetten.
(wordt vervolgd)
Cyriel Letellier

Spreekwijzen Aan De Schriftuur Ontleend - Deel 4

De hand in eigen boezem steken. Zijn geweten of gemoed onderzoeken en eigen schuld erkennen
Ontleend aan het Boek Exodus hoofdstuk 4. Verzen 6 en 7 luiden als volgt: Ook beval de Heer (aan Mozes): ‘Steek uw hand tussen uw kleed.’ Hij stak zijn hand tussen zijn kleed. En toen hij haar eruit trok zat ze ineens vol witte uitslag, het leek wel sneeuw. De Heer sprak opnieuw: ‘Steek uw hand tussen uw kleed.’ En toen hij haar eruit trok was ze weer als de rest van zijn huid.

Zijn handen in onschuld wassen. Onschuldig zijn, aan iets geen deel hebben.
Ontleend aan het evangelie van Mattheus hoofdstuk 27. Vers 24 luidt als volgt: Toen Pilatus zag dat het niets hielp, maar dat de onrust steeds groter werd, nam hij water en waste zijn handen voor de ogen van het volk. Hij zei: ‘Ik ben onschuldig aan dit bloed. U moet zelf maar zien.’

Zijn harp aan de wilgen hangen. Ophouden met dichten. Of: Ophouden met zijn tot heden verrichte taak.
Ontleend aan Psalm 137. Deze psalm begint als volgt:
Aan de stromen van Babel, daar zaten wij neer,
daar weenden wij tranen, denkend aan Sion;
onze citers hingen al aan de wilgen.

Het hoofd in de schoot leggen. Zich gewonnen geven.
Ontleend aan het Boek Rechters hoofdstuk 16. Vers 19 luidt als volgt: Zij (Delila) liet Samson op haar schoot inslapen, en riep toen iemand binnen om de zeven vlechten van zijn hoofdhaar af te scheren. Zo slaagde zij erin hem machteloos te maken; hij was zijn kracht kwijt.

Alleen zijn als Job op zijn mesthoop. Eenzaam en verlaten zijn.

Het is een rechte Jonas. Iemand wie op reis weer en wind altijd tegen zijn.

Hij zit te kijken als Jonas in de walvis. Gezegd van iemand die bang, benauwd, bedrukt zit te kijken.

De twee voorgaande spreekwijzen zijn ontleend aan het Boek Jona. Jonas was gevlucht voor de Heer. Maar zijn schip kwam in een hevige storm terecht, die het schip dreigde te breken. De bemanning zei: ‘Kom, laten we het lot werpen om te zien aan wie het ligt dat deze ramp ons treft.’ Zij wierpen het lot en het lot viel op Jonas. Zij vroegen hem: ‘Wat moeten we met u doen om door de zee met rust gelaten te worden?’ De zee werd namelijk steeds stormachtiger. Hij antwoordde hun: ‘Neem mij maar op en smijt mij in zee: dan zal de zee u met rust laten. Ik weet dat het aan mij ligt dat deze hevige storm u heeft getroffen.’
Toen namen zij Jonas op en smeten hem in zee, en de woede van de zee bedaarde.
De Heer zond een grote vis om Jonas te verzwelgen. En Jonas was in de buik van de vis, drie dagen en drie nachten. En in de buik van de vis bad Jonas tot de Heer, zijn God: ‘Ik wil onder lofgezang offers aan U brengen, ik wil mij houden aan mijn gelofte.’ Toen sprak de Heer tot de vis en de vis spuwde Jonas op het droge.

Het zijn allen geen Jozefs. Niet allen weten aan de verzoeking weerstand te bieden.

Judas is nog niet dood. Er zijn nog altijd verraders, snoodaards.
Ontleend aan Marcus hoofdstuk 14. Vers 10 luidt als volgt: Judas Iskariot, een van de twaalf, ging naar de hogepriesters om hem over te leveren.

De kaars onder de korenmaat zetten. Zijn gaven, zijn talenten verborgen houden.
Ontleend aan Mattheus hoofdstuk 5. Vers 15 luidt als volgt: Je steekt een lamp niet aan om haar onder de korenmaat te zetten, maar je zet haar op de kandelaar, en dan schijnt ze voor allen in huis.

Het is een rechte Kaïn. Iemand die wrevelig en nors van aard is.

Het gemeste kalf slachten. Feestelijk uithalen.
Ontleend aan Lucas hoofdstuk 15. Verzen 22 tot 24 luiden als volgt: Maar de vader zei tegen zijn slaven: ‘Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe en ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden. Hij was verloren en is teruggevonden.’ En het feest begon.

Het gouden kalf aanbidden. Zeer gehecht zijn aan rijkdom; rijke lieden vleien.
Ontleend aan het Boek Exodus hoofdstuk 32. Verzen 1 tot 6: Toen Mozes maar wegbleef en niet naar beneden kwam, verdrong het volk zich om Aäron en eiste: ‘Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan. Want die Mozes, die ons uit het land Egypte heeft geleid, wij weten niet wat er met hem aan de hand is.’ Aäron antwoordde hun: ‘Laat uw vrouwen, uw zonen en uw dochters de gouden ringen uitdoen die ze in hun oren dragen en breng die hier.’ Toen deed iedereen zijn gouden oorringen uit en bracht die bij Aäron. Deze nam ze in ontvangst, bond ze in een buidel en maakte er een stierkalf van. Toen riepen ze uit: ‘Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid.’ Toen Aäron dat zag, bouwde hij een altaar voor het beeld en liet bekend maken: ‘Morgen is er feest ter ere van de Heer.’ De volgende ochtend droegen zij in alle vroegte brand- en slachtoffers op. De mensen gingen zitten om te eten en te drinken en stonden op om te spelen.

Cyriel Letellier

woensdag 17 december 2008

Spreekwijzen Aan De Schriftuur Ontleend - Deel 3

Dat is er nog een uit de ark van Noë. Die is zeer oud.

Het is hier de ark van Noë. Wordt gezegd van een groot, gemengd gezelschap.

’t Is een man als David, had hij maar een harp. ’t Is een ferme man, aan wie ongelukkigerwijze de middelen om te helpen ontbreken.

Iemand een doorn in het oog zijn. Iemand voortdurend ergernis veroorzaken.
Ontleend aan Numeri hoofdstuk 33 en Jozua hoofdstuk 23.
Num.33:55 luidt als volgt: Wanneer u echter de bewoners niet uit het land verdrijft, dan zullen degenen die u overlaat, doorns in uw ogen en stekels in uw zijden worden. In het land waar u gaat wonen, zullen zij u onderdrukken.
Joz.23:12,13 luiden als volgt: Want als u zich van Hem afkeert en u aansluit bij de overige volken, als u familiebanden met hen aanknoopt en omgang met hen hebt, dan zult u ondervinden dat de Heer uw God hen niet meer voor u verdrijft. U zult verstrikt raken in hun vallen en netten; een zweepslag in uw zijde, een doorn in uw oog zullen zij zijn, totdat u verdwenen bent uit het heerlijke land dat de Heer uw God u heeft gegeven.

De Eva-natuur afleggen. De vrouwelijke karaktertrekken afleggen.

Hij heeft aan de voeten van Gamaliël gezeten. Hij is door een beroemd leermeester onderwezen.
Ontleend aan de Handelingen der Apostelen hoofdstuk 22 (de verdedigingsrede van Paulus tegenover het volk).
Hand.22:1-7 luiden als volgt: ‘Broeders en vaders, luister nu eens naar mijn verdediging.’ Toen ze hoorden dat hij hen in het Hebreeuws toesprak, werden ze nog stiller. Hij zei: ‘Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar ik ben hier in de stad opgevoed en onderwezen aan de voeten van Gamaliël, stipt volgens de wet van de vaderen. Ik had net zo’n ijver voor God als u vandaag hebt getoond. Ik heb deze weg tot de dood toe vervolgd, mannen en vrouwen heb ik opgepakt en in de gevangenis gezet, zoals de hogepriester en heel het college van oudsten kunnen bevestigen. Ik kreeg zelfs brieven van hen mee voor de broeders in Damascus om ook daar mensen gevangen te nemen en hen ter bestraffing over te brengen naar Jeruzalem. Maar wat gebeurde er? Ik was op weg en naderde Damascus al, toen mij, rond het middaguur, plotseling een fel licht uit de hemel omstraalde. Ik viel op de grond en hoorde een stem tegen mij zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?”
Meer over Gamaliël:
1. Elders in de Handelingen van de Apostelen (hoofdstuk 5) lezen we dat de apostelen voor het Sanhedrin, de raad van oudsten van de Israëlieten, werden gebracht en dat de farizeeër Gamaliël, een van de leden van het Sanhedrin, een wetsleraar die in aanzien stond bij heel het volk, de apostelen toen redde van de dood door te betogen: “Laat u niet in met deze mensen; laat hen begaan. Want als het mensenwerk is wat zij willen en doen, zal het op niets uitlopen; maar komt het van God, dan kunt u hen toch niet vernietigen - anders zou zelfs kunnen blijken dat u zich tegen God verzet.”
2. Op de voorkant van het linker zijluik, bovenaan het Sint-Stefanusretabel in de kerk van Korbeek-Dijle wordt Gamaliël afgebeeld. Hij verschijnt op een nacht aan priester Lucianus en openbaart hem de plaats waar het gebeente van Sint-Stefanus begraven ligt. (Dit situeert zich rond het jaar 400 na Christus.)

Gods water over Gods akker laten lopen. Zich om niets bekommeren.
Ontleend aan Psalm 65 vers 10, dat als volgt luidt:
Met gaven hebt U het land overladen,
U hebt het rijkdom geschonken:
zorg voor zijn graan met uw waterstromen,
water uit de hemel, daar is het toch voor;

Geen haan zal er naar kraaien. Het zal niet aan het licht komen; geen schepsel zal er zich mee bemoeien.
Ontleend aan Matth.26:34,75.
Vers 34:
Jezus zei hem: ‘Ik verzeker je, in deze nacht, nog voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’
Vers 75:
Petrus herinnerde zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat de haan kraait, zul je me drie keer verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bittere tranen.

De Vrijheid Om Me Te Binden

GELEZEN IN TERTIO van 3 december 2008:
(uit een veel omvangrijker artikel van Gaston Durnez)

Gilbert Keith Chesterton (1874-1936) is nog altijd een van de meest geciteerde Engelse auteurs. Zijn geschriften wemelen van de pittige, geestige, paradoxale, dubbelzinnige uitspraken waar wie graag citeert, van smult. Hier een kleine bloemlezing uit Orthodoxie, in de vertaling van Piet Kerstens (Ambo, Baarn, 1970).

*In zover als de godsdienst verdwenen is, is de rede bezig te verdwijnen. Want zij zijn allebei van hetzelfde primaire en op gezag gebaseerde karakter.

*Traditie kan gedefinieerd worden als een uitbreiding van het stemrecht. Traditie betekent het geven van stemrecht aan de meest obscure van alle klassen, namelijk onze voorouders. Het is de democratie van de doden.

*Liefde is niet blind; dat is het laatste wat ze is. Liefde is gebonden; en hoe meer ze gebonden is, des te minder is ze blind.

*Als je een witte paal aan zichzelf overlaat, zal het weldra een zwarte paal zijn. Als je wilt dat hij wit is, zul je hem telkens opnieuw moeten verven.

*Aristocratie is geen instelling; aristocratie is een zonde; in het algemeen een zeer dagelijkse zonde. Het is louter het afdrijven of afglijden van de mensen in een soort van natuurlijke plechtstatigheid en ophemeling van de machtigen, hetgeen de gemakkelijkste en veelvuldigste bezigheid van de wereld is. Een karaktertrek van de grote heiligen is hun vermogen tot luchthartigheid. Engelen kunnen vliegen, omdat zij zichzelf licht kunnen opnemen.

*Wij hebben geen behoefte aan censuur op de pers. Wij hebben een censuur door de pers.

*Ik zou nooit een Utopia kunnen uitdenken of verdragen dat mij de vrijheid niet liet waar ik vóór alles op gesteld ben: de vrijheid om mij tot iets te binden.

*De katholieke leer en tucht mogen dan muren zijn; maar het zijn de muren van een speelplaats.
C.L.

woensdag 10 december 2008

Het Gemeentelijk Onderwijs Te Korbeek-Dijle - Deel 5

5. Karel Mignon

Op 10.3.1895, de dag vóór dat Douven vertrok naar Blanden, werd Karel Mignon ingeschreven in Korbeek-Dijle. Hij kwam van Dilbeek. Hij was onderwijzer-landmeter. Zoals zijn voorganger was hij geboren te Sint-Truiden, en dit op 22.9.1868. Vóór zijn huwelijk heeft Mignon een tijd gelogeerd bij Jef Cappuyns, de vader van Emiel Cappuyns, in de Kerkstraat, waar nu Maurits Meulemans en Lily Lava wonen. Hij trouwde te Neerijse met de ruim 15 jaar jongere Rosalie Bruffaerts (°Neerijse 1883), een nicht van o.a. Kamiel van Fille en de Pachter van Coeckelberghs. Haar moeder was een zus van Fille en Mathilde Coeckelberghs uit Korbeek-Dijle. Karel Mignon en Rosalie Bruffaerts kregen drie kinderen: Marie-Louise (°1906), Lea (°1910) en Rafaël (°1913), alle drie overleden. Meester Mignon was een kleurrijke figuur. Hij was de enige onderwijzer van de gemeentelijke jongensschool en had weinig gezag over de kinderen. Als het wat te gortig werd in de klas dreigde hij ermee Rosalie, zijn vrouw, te zullen roepen. Rosalie was ongetwijfeld de chef van ’t gezin. Albert Honnorez (°1887), een zoon van Alfred Honnorez en Josephine Fagot, later burgemeester van Hoeilaart, was vriend aan huis bij de Mignon’s. Hij woonde nog als enige man in huize Honnorez (nu huize Cambier) van 1909 tot 1912. Huize Honnorez en huize Mignon (het huidige Ter Dijle) liggen in mekaars gezichtsveld. Er werd geroddeld dat Rosalie Mignon zich de avances van de vier jaar jongere Albert Honnorez met volle overgave liet welgevallen. Als Rosalie het raam van haar slaapkamer wijd open zette betekende dat voor Albert dat de kust veilig was en dat hij welkom was bij Rosalie.
De meeste boerenjongens kwamen alleen in de wintermaanden naar school. Bij het begin van de winterperiode als de jongens naar de school begonnen af te zakken, mompelde de meester tussen zijn tanden: “Ze zijn weer daar, de winterkazakken; ze hebben zeker kou buiten; ze komen zich warmen”. Mijn vader vertelde dat in het dialect. Vermoedelijk sprak de meester een soort veredeld dialect. Als hij zich kwaad maakte op een kind riep hij uit: “gij belótse biest” (= gij verdomde beest). Vandaar zijn bijnaam: Belót.
Maurits Van Geel(+) bezorgde mij een foto van de klas van meester Mignon in 1902.

Een eerste identificatiepoging met de hulp van verschillende zeventigplussers gaf volgend resultaat:
1. meester Mignon
2. Kamiel Coeckelberghs (°1892) (Kamiel van Fille)
3. Hubert Fagot (°1893) (den Bekker van Merie van Reike)
4. François Van Geel (°1894) (Swouj van Jef Van Geel die naar
Wanlin uitweek)
5. Louis Mommaerts (°1892) (de Pachter van Coeckelberghs)
6. Eduard Coeckelberghs (°1893) (Warke van Fille)
7. Jules Mommaerts (°1891) (achtergeblevene van oorlog 14-18)
8. Emiel Vranckx (°1894) (Mille van Koëpes)
9. Jozef Meulemans (°1893) (Jef van Dolf)
10. ?
11. Louis Bruffaerts (°1892) (de Witten Boer)
12. Eugène Dewit (°1891) (de dirigent van de fanfare)
13. ?
14. Guillaume Letellier (°1893) (Jom van Lau)
15. Theofiel Vanden Eynde (°1891) (Bompa)
16. Henri Lemmens (°1892) (Tist van Lemmes)
17. Theofiel Haesendock (°1890) (Fille van den Toik)
18. Guillaume Meulemans (°1891) (Jom van Dolf)
19. Herman Van Geel (°1891) (Armand van Jef Van Geel die naar
Frankrijk uitweek)
20. Leon Van Geel (°1893) (Leon van Soeë)
21. Jules Ruelens (°1894) (Juul van Piëke, de man van Bertha van
Merie den Bels)
22. Robert Ruelens (°1892) (Bère van Piëke)
23. André De Greef (°1891) (Reike van Victoor)
24. Ferdinand Vandermueren (°1892) (de champetter)
25. ?
26. Frans Vanderlinden (°1894) (den Teppe van Rikske, alias de
Stole)
27. René De Greef (°1895) (den Ritte)
28. Jean Buekenhout (°1895) (Jean van Reike Kamiel)
29. Louis Van Pee (Roike)
30. Jozef Vandermueren (°1894) (Jef van Fander)
31. ?
32. Simon Sterckx (°1895) (Simon Voenk, alias den Avvekoot)
33. Jules Vlasselaer (°1893) (de Paëlle)
34. Karel Ruelens (°1893) (Sjarel Buuk)
35. Arthur Buekenhout (°1893) (Tuëre van Reike Kamiel)
36. Karel Pelgrims (°1895) (Sjarel van den Baa).
Verbeteringen en/of aanvullingen worden met graagte ontvangen.

Als Mignon niet als de beste onderwijzer stond aangeschreven had hij wel een heel goede reputatie als landmeter. Henri Monival (den Bekker van Tonnekes) vertelde daarover een straf verhaal. Den Bekker had een grensdispuut met de gebruiker van een aanliggend perceel land, en de grenspaal was onvindbaar. Daarom liet den Bekker zijn perceel opnieuw opmeten door meester Mignon. De meester deed zijn werk en op het einde plantte hij zijn jalon in de grond en zei: “Hier moet de paal staan”. Maar de jalon ketste af. De meester had de onvindbare paal juist getroffen!
Meester Mignon overleed te Heverlee op 4.6.1945, en zijn vrouw Rosalie Bruffaerts eveneens te Heverlee op 16.3.1946.
(wordt vervolgd)
Cyriel Letellier

Kerstviering 2008


Chiro Kadee Viert Christus-Koning



Op zondag 23 november 2008 moest de Chiro van Korbeek-Dijle vroeg uit de veren. Om 9 uur was er een woord- en communiedienst in de kerk voorgegaan door oud-chiroleidster Maria Maginelle, die heel goed weet hoe ze het jong chirogeweld in toom kan houden. Vijf jongeren spraken hun engagementswoord uit als leiding. Enkele beelden:

Nadien trokken de chirojongens en -meisjes naar de parochiale gebouwen voor een spaghettifestijn.
C.L.

woensdag 3 december 2008

Het Gemeentelijk Onderwijs Te Korbeek-Dijle - Deel 4

zie ook delen 1, 2 en 3: http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek_12.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek_26.html

4. Theofiel Douven
Op 24.3.1886 wordt Theofiel Douven, komende van Sint-Truiden, als onderwijzer ingeschreven in Korbeek-Dijle. Hij was geboren te Sint-Truiden op 25.3.1864 en vierde in Korbeek zijn 22ste verjaardag. Hij leerde hier Paulina Ronsmans kennen (°Korb.D.1868) en trouwde met haar op 13.3.1889. Paulina Ronsmans was een dochter die Aloïsa Ronsmans nog gekregen had twee jaar nadat zij weduwe was geworden van August Bruffaerts. Theofiel Douven en Pauline Ronsmans kregen in Korbeek-Dijle drie kinderen: Jozef (°19.6.1889/+26.8.1889), Maurits (°1890) en Gabriëlle (°1892).
De gemeenteraad van 25.11.1894 aanvaardde het ontslag van meester Douven vanaf 1.12.1894. Hij was toen 30 jaar en werd onderwijzer in Blanden. Het bevolkingsregister vermeldt dat hij met zijn gezin naar Blanden vertrok op 11.3.1895.
Tot 1897 was Theofiel Douven de enige onderwijzer in de enige school van Blanden, die zowel de meisjes als de jongens opving. De speelplaats was wel opgedeeld in een deel voor de jongens en een deel voor de meisjes. In 1897 kreeg hij assistentie van een hulponderwijzer, Nicolas Hermans, en meester Douven werd hoofdonderwijzer. Hij woonde met zijn gezin naast de school in het toenmalige huis nr.57 in de Bierbeekstraat. Daar kregen Theofiel Douven en Pauline Ronsmans nog drie kinderen: Edgard (°1897), Aline (°1898) en Cecile (°1899). In 1901 had het gezin een meid in dienst. Vanaf 1911 wordt Pauline vermeld als “meesteresse van handwerken”.In 1916 trouwde zoon Maurits Douven met Celina Muylle uit Roeselare. In 1919 verhuisde hoofdonderwijzer Douven met zijn gezin naar de Naamsesteenweg nr.21 omdat zijn huis naast de school werd afgebroken voor uitbreiding van de school.
Dochter Gabriëlle trouwde in 1920 met Emiel Glazemaekers uit Scherpenheuvel, onderwijzer in Vaalbeek. Zij bleef na haar huwelijk naast haar ouders wonen met haar man, in huis nr.20 op de Naamsesteenweg.
De dochters Aline en Cecile trouwden eveneens en verlieten Blanden.
Zoon Edgard, tenslotte, werd onderwijzer, kon aan de slag in Blanden in 1923 bij de pensionering van zijn vader en trouwde in 1927 met Clara Devijver uit Bierbeek. Zij kwamen inwonen bij Theofiel en Pauline.
Aan meester Theofiel Douven werd op de Korbeekse gemeenteraad van 4.4.1923 een pensioen toegekend voor de ruim acht jaar dienst in Korbeek-Dijle. Als hoofdonderwijzer in Blanden werd hij opgevolgd door Nicolas Hermans.
Zijn zoon, meester Edgard Douven, en diens vrouw, Clara, kregen te Blanden drie kinderen: Hilda (°1928), Johan (°1930) en Adriaan (°1933). Edgard werd schoolhoofd te Blanden na meester Hermans in 1932.
Zoon Maurits Douven overleed te Blanden in 1936. Volgens zijn doodsprentje was hij “landbouwscheikundige bestuurder van het stadslaboratorium en het slachthuis te Sint-Niklaas (Waas)”.
Rustend schoolhoofd Theofiel Douven overleed te Blanden in 1942. Zijn vrouw Pauline in 1944. Maar reeds één jaar later, in 1945, overleed ook hun dochter Gabriëlle, kinderloos. Haar man, Vaalbeeks schoolhoofd Emiel Glazemaekers, hertrouwde in 1946 met de Gentse Marie Thérèse Inghels. Zij kregen drie kinderen tussen 1948 en 1953.
Schoolhoofd Edgard Douven ging met pensioen in 1959 en overleed in 1964.
Kleinzoon van Theofiel en Pauline, Johan Douven (°1930), werd bediende en trouwde met Lea Machiels uit Pragen, een gehucht van Oud-Heverlee tussen het Zoet Water en Vaalbeek. Zij vestigden zich te Blanden, in de Bierbeekstraat, dezelfde straat waar Johan’s grootouders oorspronkelijk woonden. Zij kregen er vijf kinderen tussen 1955 en 1963. Eén van hun zonen, Patrick, woont met zijn vrouw en twee kinderen nog steeds in Blanden. Met vier naamdragers blijven de Douven’s dus stand houden in Blanden.
Ik heb Johan Douven (78 jaar) in Blanden bezocht. Een deel van de inlichtingen hierboven komen van hem. Hij vertelde mij ook dat de Douven’s uit Nederlands Limburg afkomstig zijn, uit de streek van Sittard en van de rivier de Douve. Maar hij heeft nog meer verteld over zijn geliefde grootvader, Theofiel Douven, die hem leerde lezen en schrijven nog vóór hij één stap had gezet in de school, het eerste studiejaar, want een kleuterklas kwam er in Blanden pas in 1938.
Theofiel Douven had een diploma (op echt ezelsvel) van “instituteur primaire” (lagere onderwijzer) van de “Ecole normale d’instituteurs de l’Etat à Gand”. Hij was ook gediplomeerd landmeter, met een goede reputatie op het Leuvense Gerecht. En de huizen gebouwd in Blanden vóór de Tweede Wereldoorlog zijn bijna allemaal volgens zijn plannen opgetrokken. Volgens Johan was zijn grootvader een echte Bourgondiër. Hij was bevriend met de uitbater van de Château de Namur, Alexander Binon. Samen dronken zij de beste wijnen en vulden hun pijp met de beste Semoistabak.
Nog volgens Johan hadden (of hebben?) de Blandenaars een beetje een superioriteitsgevoel, ongetwijfeld gevoed door de aanwezigheid van de belangrijke Naamsesteenweg met eertijds een tramlijn en met in Meerdaalwoud een van de eerste stukken betonverharding in België (1934-1936). Zij hadden meer beschaving, vonden zij - misschien mede door het uitstekende onderwijs van de twee meesters Douven - en keken neer op de Haasrodenaars. Zij rijmden en dichtten: “Hadden die van Blanden niet geprot, dan hadden die van Haasrode geen kot”. Of: “Hadden die van Blanden niet gescheten, dan hadden die van Haasrode geen eten”.
(wordt vervolgd)
Cyriel Letellier

Spreekwijzen Aan De Schriftuur Ontleend - Deel 2

Hij heeft Abraham gezien.
Hij is boven de vijftig.
Ontleend aan Joh 8. In hoofdstuk 8 verhaalt Johannes een discussie van Jezus met de Joden. Jezus zegt o.a.: En wat uw vader Abraham betreft: hij verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien, en toen hij die zag was hij vol vreugde. Toen zeiden de Joden: ‘U bent nog geen vijftig jaar en U hebt Abraham gezien?’ Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: van voordat Abraham werd geboren ben Ik.’ Toen scheelde het niet veel of ze hadden Hem gestenigd, maar Hij wist te ontkomen en verliet de tempel.

Weten waar Abraham de mosterd haalt.
Op de hoogte zijn van een zaak, er het fijne van weten.
Deze uitdrukking was oorspronkelijk: ‘Weten waar Abraham de mutsaard haalt.’ Een mutsaard is een bussel fijn gekloofd hout of rijshout.
In Genesis hoofdstuk 22 wordt verhaald dat God aan Abraham vroeg zijn zoon Isaak als brandoffer op te dragen. Abraham kloofde hout voor het brandoffer en trok op weg met zijn ezel, zijn zoon Isaak en twee knechten naar de plaats die God hem aangewezen had.

Met de Adamsvork eten.
Met de vingers eten in plaats van mes en vork te gebruiken.

’t Is een vreemde apostel.

‘t Is een zonderlinge kerel.

Met de apostelpaarden reizen.
Te voet erop uit trekken.

Het is de ware broeder niet.
Hij is niet degene voor wie men hem houdt, niet echt te vertrouwen.
In Genesis hoofdstuk 27 wordt verhaald hoe Jakob zich bij zijn blinde vader Isaak voordeed als zijn oudste broer Esau om hem zijn vaders zegen en de aanstelling als heerser over zijn broers en zijn volk te ontfutselen.

Werp uw brood uit op het water.
Geef mild aalmoezen zonder angstvallige bezorgdheid over hetgeen ervan zal terechtkomen.
Ontleend aan Prediker hoofdstuk 11.
Prediker hoofdstuk 11 begint als volgt:
Gooi je brood op het water;
na lange tijd vind je het misschien terug.
Beleg je bezit in zeven of acht zaken;
je weet niet welke ramp de aarde kan treffen.
Niet al je eieren in één korf leggen blijkt dus een aloude en nog brandend actuele wijsheid te zijn. Prediker zou geschreven zijn omstreeks het jaar 200 vóór Christus, mogelijk zelfs meer dan 500 jaar vóór Christus.

Iets van de daken verkondigen. Iets zo algemeen mogelijk bekend maken.
In Matheus hoofdstuk 10 wordt de zending van de apostelen verhaald. Christus voorspelt zijn apostelen veel tegenkanting en geeft hen goede raad en een opdracht mee, o.a.: ‘Wat Ik jullie zeg in het donker, zeg dat in het licht. Wat jullie in het oor gefluisterd krijgen, verkondig dat vanaf de daken.’
Cyriel Letellier

woensdag 26 november 2008

Het Gemeentelijk Onderwijs Te Korbeek-Dijle - Deel 3

zie ook delen 1 en 2: http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek.html, http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek_12.html

3. Ludovicus Mertens

Als onderwijzer in Korbeek-Dijle werd Michaël Cassaer opgevolgd door Ludovicus Mertens. Meester Mertens werd geboren te Mol (prov. Antwerpen) op 8.9.1822. Hij werd ingeschreven te Korbeek-Dijle op 17.11.1854. Meester Mertens was “op kot” bij Coleta Mommaerts, de weduwe van koster Guilielmus Antonius Cappuyns, in het huis op de Nijvelsebaan waar nu Dirk Van Laer woont. Hij leerde hier Joanna Josephina Crabbé (°1826) kennen en trouwde met haar te Korbeek-Dijle op 19.1.1858. Zij was een dochter van Jan Baptist Crabbé en Maria Elisabeth Perluckx, de grootouders van Jan Crabbé (1869-1960) (vele Korbekenaren hebben Jan Crabbé nog gekend). Joanna Josephina Crabbé overleed reeds te Korbeek-Dijle op 26.3.1859 nadat zij het leven had geschonken aan een zoon, Georgius Joannes Baptista Mertens, op 15.1.1859. Georges J.B. was een globetrotter die zich uiteindelijk in Korbeek-Dijle vestigde als serrist-druivenkweker. Hij trouwde met Maria Paulina Buekenhout (°Korb.D.1869) en kreeg met haar in 1902 te Korbeek-Dijle een zoon, Josephus Lodovicus Mertens.
Meester Louis Mertens was hertrouwd te Korbeek-Dijle op 30.5.1861 met Elisabeth Theresia Philippina Deraymaeker (°Leuven 1824), maar met haar had hij geen kinderen meer.
In het bevolkingsregister van 1857-1866 wordt melding gemaakt van Joseph Mertens (°Mol, tien jaar jonger dan en inwonend bij Louis; waarschijnlijk zijn broer) als leerling-onderwijzer.
Het bevolkingsregister van 1881-1889 vermeldt, inwonend bij Alfred Honnorez en Josephine Fagot, Casimir Debruyn (°Werchter 1856) als hulponderwijzer. Hij vertrok naar Werchter op 19.2.1885.
Louis Mertens bleef lange tijd onderwijzer in Korbeek-Dijle en maakte hier de schoolstrijd mee na de liberale schoolwet van 1879. In 1886 ging hij met pensioen. Hij overleed te Korbeek-Dijle op 1.3.1894. Op 12.4.1904 vertrok zijn zoon Georges, toen huidevetter, met zijn gezin, van uit de Kerkstraat nr. 8, naar de Antwerpsesteenweg in Sint-Jans-Molenbeek. Van meester Mertens zijn dus geen nazaten in Korbeek-Dijle overgebleven.
(wordt vervolgd)
Cyriel Letellier

Weerspreuk: Sint-Andreas

30 november: Sint Andries brengt de vries;
Sint Elooi brengt de dooi.
Andreas won zijn brood uit het water als visser op het meer van Galilea. Simon Petrus was zijn broer en Joannes de Doper verkondigde hem de nabije komst van de Messias, de bevrijder van het joodse volk. Als getuige van de doop, die Jezus in de Jordaan van Joannes ontving, zou Andreas korte tijd in de nabijheid van Christus zijn gebleven en Petrus met hem in contact hebben gebracht. Daarom heet hij de eerst-geroepene der twaalf apostelen. De werkelijke vorming van hun groepje viel iets later, toen Jezus de twee broers bij hun vissersboot toeriep dat zij voortaan mensenvissers zouden zijn.
In het evangelie neemt Andreas driemaal het woord en na de laatste keer valt een totale stilte. Zelfs het boek der Handelingen, een verslag van de geboorte der Kerk, zwijgt over hem, wat de traditie verklaart met zijn verblijf in het afgelegen, wilde Scythië aan de Zwarte Zee. Later zou hij gepredikt hebben in Griekenland waar hij in Patras op de Peloponnesus de dood vond. Over hoe dat gebeurde stemmen de schaarse en onzekere documenten althans overeen. Hij stierf na een lijden van twee dagen aan een X-vormig kruis dat men sindsdien een andries- of andreaskruis noemt.
Vooral nadat Patras zijn relieken aan Constantinopel had moeten afstaan, in 357, hoorde Andreas tot de meest vereerde heiligen. Hij werd de schutspatroon van vele beroepen, steden en staten, zoals Schotland (waaraan het Andreaskruis in de Britse vlag herinnert), maar bovenal Rusland. In het jaar 988 trouwde namelijk een Byzantijnse prinses met grootvorst Vladimir van Kiev, op voorwaarde dat zijn land tot het christendom overging. En een meegebrachte relikwie van de apostel deed een nieuwe Andreaslegende ontstaan: na Scythië bezocht hij niet Griekenland, maar de tegenwoordige Oekraïne om zijn bisschopszetel in Kiev te vestigen. En vandaar zou hij tot in Novgorod, ter hoogte van Estland, het evangelie hebben verkondigd. Wat Petrus en Paulus voor het westen waren, was Andreas voor het oosten. Het is aan de kruisen in de orthodoxe kerken te zien: een eindje onder de dwarsbalk daarvan bevindt zich een kleinere, schuine dwarsbalk die als symbool van het andreaskruis eer betuigt aan de eerst-geroepene, de apostel van het oosten. Dat het hoofd van Andreas, eeuwenlang bewaard in Rome, in 1964 door de paus werd overgedragen aan de Grieks-orthodoxe gemeenschap van Patras was dan ook een veel belangrijker gebaar van verzoening dan de christenheid in het westen besefte.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

WOS Korbeek-Dijle Dankt

Dank zij heel wat mensen:
· zij die geholpen hebben
· zij die kwamen eten
· zij die een financiële bijdrage hebben gestort,
konden we met ons WOS-diner een winst boeken van 3.401,07 euro. Dit bedrag zullen we weer verdelen onder onze zeven projecten.Aan iedereen hartelijk dank!

Werkgroep Ontwikkelingssamenwerking Korbeek-Dijle

woensdag 19 november 2008

Amadeus 21 november 2008

KORBEEK-DIJLE VRIJDAG 21/11/08


AMADEUS

Het strijkersensemble Amadeus brengt voor de derde maal een concert in Korbeek-Dijle.

Amadeus ontstaan in de schoot van de stedelijke muziekschool voor muziek woord en dans van Lier en V.Z.W. Kortjakje uit Booischot wordt gevormd door een 25-tal gedreven, jonge muzikanten. Enkele van de orkestleden zijn ondertussen doorgestroomd naar conservatoria voor een professionele muzikale opleiding.


Onder leiding van Wim Meuris brengen zij muziek van ondermeer J.S. Bach, A. Vivaldi, Tchaikovski en van de hedendaagse Finse componist Matti Murto;

Graag nodigen we u uit om deze jongeren aan het werk te zien en te genieten van een greep uit hun klassiek repertorium op vrijdag 21 november a.s. in Sint Bartholomeuskerk te Korbeek-Dijle.

Deuren vanaf 19.30 uur.
Inkom: 8 euro (geen voorverkoop)

Weerspreuk: H.Catharina Van Alexandrië

25 november: Vorst op Sinte Katrien, Is vorst zes weken lang.
De levens van de vroege martelaren mogen zwaar zijn opgedoft, hun bestaan zelf lijdt meestal geen twijfel. Het wordt ondersteund door catacombengraven, inscripties, authentieke brieven en tradities die tot hun eigen tijd teruggaan. Catharina vormt een uitzondering. Tussen haar leven in het begin van de vierde eeuw en het eerste bewijs van verering in de zevende eeuw ligt een zo lange, lege periode dat zij als historisch personage niet geloofwaardig lijkt. Haar feest verdween in de jaren zestig van de algemene kalender en wordt alleen nog in Catharinakerken gevierd, plus door de naaisters en modistes van Parijs, de catherinettes, wier patrones zij is.
Zij was een vorstendochter in Alexandrië, Egypte, begaafd met schoonheid en intelligentie, die op jonge leeftijd tot het christendom overging. Zó intens doorleefde zij de geheimen des geloofs, dat Christus zich met haar verloofde, wat Hij met een ring aan Catharina’s vinger bezegelde. Zij nam toe in goddelijke wijsheid en toen keizer Maxentius de stad bezocht en christenen gevangennam, trad zij onbevreesd voor zijn troon met een uiteenzetting over het ware en het valse geloof. Verbijsterd door haar overredingskracht liet hij vijftig filosofen komen voor een dispuut met de jonge vrouw - niet ouder dan achttien - waaruit zij zegevierend te voorschijn kwam. Om haar zowel te belonen als van de dood te redden beloofde de keizer haar een ereplaats aan zijn hof, indien zij slechts één offer aan de afgoden bracht. Na een weer met redenen omklede weigering ontstak hij in toorn. Eerst liet hij haar in de kerker werpen. Vervolgens zou zij door vier met spijkers bezette raderen worden vermorzeld. Een engel daalde echter neer en bliksemde het raderwerk aan stukken. Velen bekeerden zich. En opdat niet heel Alexandrië naar het christendom zou overlopen beval de keizer Catharina’s onthoofding. Het zwaard scheidde het hoofd van de romp. Er vloeide melk in plaats van bloed, en twee engelen voerden haar kostbare lichaam naar de berg Sinaï, waar het nog heden in het Catharinaklooster rust.
Als patrones van de naaisters, de geleerden en allen die met raderen werken, tot de molenaars toe, hoorde Catharina eeuwenlang tot de meest vereerde heiligen. Na 1900 trad een snelle erosie op. Haar door de wetenschap verworpen legende raakte ook bij het kerkvolk uit de gratie en men droeg de devotie over aan haar naamgenote uit Siëna.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)C.L.

Magisch Kerstbestand (Door Koenraad De Wolf)

Uit TERTIO van 5 november 2008:
Het kerstbestand van 1914, waarbij de soldaten over de frontlinies spontaan met elkaar verbroederden, spreekt nog altijd tot de verbeelding. Maar de daaropvolgende jaren werd dat door de legeroverheid verboden.
In het najaar van 1914 stelde het Duitse leger voor een kerstbestand te sluiten, maar de geallieerden gingen daar niet op in. Op Kerstmis 1914 zwegen de kanonnen langs het 750 kilometer lange front van Nieuwpoort tot Basel: in de eerste plaats door de strenge winter.
Op veel plaatsen vonden - na het zingen van kerstliederen - spontane verbroederingen plaats. Soldaten maakten aan beide kanten van het front van de gelegenheid gebruik hun doden die in het niemandsland lagen, te begraven. Aan Duitse kant namen vooral Saksische en Beierse troepen - maar weinig Pruisen - daaraan deel, terwijl aan de overkant vooral Britse troepen hun doden begroeven, en in mindere mate ook Belgen en Fransen. Soms gingen de soldaten bij de vijand Kerstmis vieren rond een kerstboom en werden cadeaus uitgewisseld.
Op tweede kerstdag vond zelfs een heuse voetbalwedstrijd plaats in het niemandsland tussen beide linies - die door de Duitsers werd gewonnen. De soldaten waarschuwden elkaar wanneer een aanval dreigde. Als de legerleiding een bezoek bracht aan de loopgraven, werd de tegenstander verwittigd en werd boven de hoofden heen en weer geschoten. In Diksmuide vroeg op tweede kerstdag 1914 een regiment van soldaten uit Beieren aan de Belgische soldaten of bij hen een priester aanwezig was. Zij gaven aan de Belgische commandant Lemaire en regimentspriester Sabin Vandermeiren een monstrans terug die was gevonden in de kolenkelder van een veldhospitaal. Die overdracht vond plaats op de dichtgevroren IJzer. Zowel bij de geallieerden als bij de Duitse opperbevelhebbers ontstond daarover grote beroering, omdat zij dat beschouwden als muiterij en hoogverraad.
In 1915 nodigden de Duitsers de geallieerden opnieuw uit voor een kerstbestand. Ondanks de dreigementen van officieren gingen - evenwel op een klein aantal plaatsen - de soldaten daarop in, en opnieuw werd verbroederd. De legerleiding reageerde furieus en in de herfst van 1916 werd aangekondigd dat de artillerie zou worden ingezet wanneer iemand zich vriendschappelijk zou inlaten met de vijand. Lagere officieren en soldaten zouden zelfs standrechtelijk worden geëxecuteerd. Zowel in 1916 als in 1917 vonden dan ook geen kerstverbroederingen plaats.
C.L.

Tien Beste Uitvindingen Van 2008

Gelezen In Het Nieuwsblad Van 6 November 2008:
Tot de top-tien van beste uitvindingen behoren volgens het weekblad Time de ZEVEN NIEUWE HOOFDZONDEN.
Uit onze catechismus leerden wij kennen als de zeven hoofdzonden (zonden die andere zonden en ondeugden voortbrengen): hoogmoed, jaloersheid (of nijd), onkuisheid, luiheid (of traagheid), woede (of gramschap), gulzigheid en gierigheid.
In maart 2008 kwam het Vaticaan met zeven nieuwe hoofdzonden opzetten:
· buitensporig rijk zijn
· armoede in de hand werken
· sociaal onrecht in stand houden
· de wetten van de bio-ethiek overtreden
· experimenteren met menselijke embryo’s
· drugs gebruiken
· de aarde vervuilen.
C.L.

woensdag 12 november 2008

Klein Belgisch Woordenboek - Deel 2

zie ook deel 1: http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/08/klein-belgisch-woordenboek.html
Gaston d’Urnay
Bankiers: Nu zo velen in hun blootje staan, kan misschien ook hier een naaktkalender steun bieden.
Crematie: Grafmakers klagen steen en been.
Fuif: Naam voor cultureel evenement.
Leeftijdsgrens: De enige Europese grens die nog streng wordt bewaakt.
Naakte ontslagen: De enige vorm van naaktheid die niet meer mag.
Spreuk, voor de VRT: De ene zijn bloot, is de andere zijn brood.
Titel voor politieroman: De basiliek van Koekelberg.
Uit de kleren: Jongste Vlaamse emancipatiekreet.
Rookverbod: Mag men de pijp nog aan Maarten geven?
Vrije meningsuiting: Moderne media nemen geen blad voor hun kont.
Zeldzaamheid: Kalender met landschapsfoto’s.
C.L.

Weerspreuk: H.Elisabeth Van Thüringen

19 november: Sinte Liesbeth doet verstaan, Hoe de winter zal vergaan.
Als Hongaarse koningsdochter was zij een politiek ruilobject. Al op haar derde werd bedisseld met wie ze zou trouwen, met Hendrik, de oudste zoon van de landgraaf van Thüringen, en daarvoor verhuisde zij op haar vierde, in 1211, naar het kasteel van de landgraaf, de Wartburg. Hendrik stierf, maar geen nood, zij werd als dertienjarig meisje de bruid van de volgende zoon, Lodewijk. Ook hij had ruilobjecten nodig. Op haar achttiende was Elisabeth al moeder van drie kinderen. Ja, het zat haar mee. Drie geslaagde bevallingen en een liefhebbende man met begrip voor eigenaardigheden die slecht bij haar positie pasten, want elke morgen daalde zij de trappen van de Wartburg af om de armen brood te brengen. Dat hoorde een edelvrouw niet te doen. Liefdadigheid mocht, maar zelf de hutten van dagloners en lijfeigenen binnengaan - mensen aan wie ook de Kerk zich niets gelegen liet liggen - kwam bijna op een ondermijning van de sociale orde neer. Vooral het spijzigen van de armen tijdens een hongersnood, ten koste van de overdaad op de burcht zelf, zette kwaad bloed. En zodra Lodewijk haar niet meer kon beschermen omdat hij op kruistocht ging, kwam zijn vrouw in de knel. Zijn jongere broer, nu de baas, bespotte Elisabeth waar het personeel bijstond. Toen zij eens met haar voorschoot vol broden de trappen afging naar het dorp, hoonde hij: ‘Zo, worden de varkens weer vetgemest?’ Zij opende haar voorschoot - hij lag vol bloeiende rozen.
Ook dat rozenwonder kon haar niet redden na de verpletterende tijding dat Lodewijk onderweg aan koorts was gestorven. Daarmee verloor zij haar status. Zijn broer werd landgraaf en Elisabeth, een weduwe van twintig, kon weer dienen als ruilobject. Nee, niet opnieuw! Zij nam haar lot in eigen handen. Of lag de zaak anders? Al geruime tijd stond zij onder invloed van de dweepzuchtige monnik Konrad von Marburg, die de jonge vrouw zo zuiver als een engel wilde maken door haar vernederingen en kwellingen op te leggen, een sadist die haar zelfs beet als zij van het rechte spoor afweek. Mede door zijn inblazingen besloot zij de Wartburg te verlaten, haar kinderen bij een klooster af te geven en verder als boetelinge te leven. Half verhongerd en zich geselend leidde zij een pover bestaan tot haar een restje van haar bruidsschat werd uitgekeerd, waarvan zij in Marburg een hospitaaltje bouwde. Vervallen tot een schaduw van zichzelf verpleegde zij de zieken tot haar gepijnigde lichaam in 1231 de dienst opzegde.De wereld heeft de tragiek van haar bestaan niet willen onthouden, maar het rozenwonder vertelt men nog door.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

Het Gemeentelijk Onderwijs Te Korbeek-Dijle - Deel 2

zie ook deel 1: http://korbeek-dijle.blogspot.com/2008/11/het-gemeentelijk-onderwijs-te-korbeek.html

2. Michaël Cassaer
Vanaf 1849 heeft de gemeente beroep gedaan op onderwijzers die voor hun taak waren opgeleid. De eerste was Michaël Cassaer (°Antwerpen 1826/+Hoeilaart 1892). Hij werd ingeschreven in het bevolkingsregister van Korbeek-Dijle in juli 1849. In Korbeek-Dijle leerde hij zijn vrouw kennen. Hij trouwde als 25-jarige op 16.1.1851 met de zeven jaar oudere Antonia (Antonette) Debontridder, jongste dochter van Guilielmus Debontridder en Philippina Bruffaerts, landbouwers op Heverlee-Dries. Op 14.12.1851 kregen zij een zoon, Henri, die echter reeds overleed op 2.1.1852. Zij zijn nadien kinderloos gebleven. Michaël Cassaer ruilde zijn onderwijstaak in Korbeek-Dijle met deze in Steenokkerzeel. Hij en zijn vrouw Antonette Debontridder vertrokken naar Steenokkerzeel op 30.8.1854.
Een tweede onderwijzer, een “hulponderwijzer”, Henri Cassaer, eveneens geboren te Antwerpen, drie jaar jonger dan Michaël, waarschijnlijk zijn broer, was enkele maanden later dan Michaël in Korbeek-Dijle toegekomen, woonde bij hem en Antonette in, en vertrok samen met hen naar Steenokkerzeel.
Later werd Michaël waarschijnlijk onderwijzer in Hoeilaart. Hij overleed in Hoeilaart op 16.1.1892 en Antonette in Korbeek-Dijle op 26.1.1898.
In 1894 had Antonette haar testament opgemaakt, dat na haar dood werd uitgevoerd. Zij liet al haar bezittingen na aan de kinderen van haar nicht en neef, Philippina Debontridder en Franciscus Debontridder, die met mekaar waren getrouwd. Deze laatsten waren de overgrootouders van mijn vrouw Lea Debontridder, haar broers en zussen en haar kozijn Robert en nicht Nelly, van Mathilde Vanderveken en haar broers en zus, van Roger Van Asbroeck en zijn broers en zussen en van Nicole Honnorez en haar broer en zus. Dat testament heeft veel stof doen opwaaien in de familie Debontridder. Toen ik in 1985 de “Stamboom van het Ruwaalse Geslacht Debontridder”, met commentaar in boekvorm, publiceerde, was de rancune bij sommige afstammelingen van de in het testament van 1894 over het hoofd geziene neven en nichten nog duidelijk aanwezig. Andere nazaten konden dat testament op een luchtige manier relativeren. Maar toch spraken zij er over. Het moet een bom geweest zijn in de familie, waarvan de ontploffing meer dan negentig jaar heeft nagezinderd.

Cyriel Letellier

woensdag 5 november 2008

Het Gemeentelijk Onderwijs Te Korbeek-Dijle - Deel 1

1. Kosters als onderwijzers
In zijn Geschiedenis van Korbeek-Dijle schrijft pastoor Bogaerts: Eene der bijzonderste verplichtingen des kosters, zoo hij zich daar toe bekwaam kende, was de dorpskinderen het onderwijs te geven.
Uit een kerkrekening van 1572 blijkt dat hier schoolkinderen waren, dus ook een school. De toen bestaande school werd uitzonderlijk gegeven door pastoor Joannes Haeys. Normaal hing het bestaan van een school af van de bekwaamheid van de koster om onderwijs te geven. Zo stelden de kerkvisitaties (= jaarlijkse onderzoeken van de deken naar de toestand van een parochiekerk in zijn decanaat) van 1597 en 1633 vast dat er in die jaren geen school meer was in Korbeek-Dijle.
Sinds de aanstelling van koster Hendrik Neefs (koster van 1641 tot 1650) werd het onderwijs heringevoerd. Maar deze koster werd afgezet wegens slecht gedrag. Hij werd beschuldigd van overspel. De kosters die na hem kwamen gaven ook onderwijs aan de kinderen. Onder hen koster Philips De Greef (koster van 1656 tot 1711). Als rentmeester van kerk en H.Geest werd hij echter in gebreke gesteld en in 1701 gedurende een maand gevangen gezet. Een geestelijke, Eugenius Mac Carthy, heeft hem een tweetal jaren vervangen. De volgende koster was Andries Van Dijck (°Berg 1689), oud-overgrootvader van o.a. mijn vrouw Lea De Bontridder (= 7 generaties vóór haar). Na zijn overlijden werd hij in 1773 opgevolgd door Guilielmus Cappuyns (°Korb.D.1748/ +Korb.D.1836). Naast koster was Guilielmus Cappuyns ook lange tijd burgemeester en gemeentesecretaris van Korbeek-Dijle. Die drie functies lieten hem waarschijnlijk niet toe zich ook nog veel met het onderwijs van de kinderen bezig te houden. In 1812 werd ene Guilielmus Josephus Taymans (26 jaar) als onderwijzer vermeld. Maar in 1815 was die al herbergier in Huldenberg. Zoon Guilielmus Antonius Cappuyns (°Korb.D.1785/ +Korb.D.1843) wordt eenmalig (in 1815) vermeld als onderwijzer, en verder als winkelier, herbergier en landbouwer. In 1830 wordt Philippus Penninckx (26 jaar) als onderwijzer betiteld. Verder was Philippus winkelier en landbouwer. Hij was de overgrootvader van dokter Frantz Penninckx (°Leuven 1900/ +Leuven 1951).
De volgende koster, Guilielmus Antonius Cappuyns (Gillam Cappuyns den Jongen) (°Meerbeek 1810/ +Korb.D.1849), was een kleinzoon van koster-burgemeester Guilielmus Cappuyns. Hij was de laatste koster die tegelijk ook nog onderwijzer was.
Cyriel Letellier

Weerspreuk: Sint-Martinus Van Tours

11 november: Nevels in Sint Maartensnacht, brengen winters kort en zacht.
Het gebeurde rond het jaar 335. Martinus, een jonge onderofficier in de Romeinse cavalerie, reed op een winterse middag naar zijn garnizoensstad Amiens, waar bij de poort een vrijwel naakte bedelaar zat.
De ruiter voelde medelijden maar had geen geld en deed daarom het enige wat hij kon. Hij greep zijn zwaard en kliefde zijn rode mantel doormidden om de man te kleden. En in de daaropvolgende nacht ontving hij een droomgezicht van Christus, met de halve mantel bekleed en tot de engelenkoren zeggend: ‘Martinus, die niet eens gedoopt is, heeft mij hier vanmiddag mee bedekt.’
(Als kind vond ik een halve mantel nogal karig. Pas later begreep ik de handelwijze van Sint-Maarten. De mantel was dienstkleding en als militair mocht hij zijn uniform niet afleggen. Alleen door de stof in tweeën te snijden was én het gebod der naastenliefde én aan het dienstvoorschrift voldaan.)
Martinus was een catechumeen of doopleerling. Het kon destijds jaren duren voor iemand zich liet dopen, want al wiste de doop alle zonden uit, je latere kwaad raakte je veel moeilijker kwijt. Waarschijnlijk werd hij na zijn diensttijd volwaardig lid van de Kerk. Hij trok als lekenprediker half Europa door en stichtte vervolgens in Midden-Frankrijk een kluizenaarskolonie. Na de dood van de bisschop van Tours in 371 wilde het volk Martinus als opvolger verheffen, ook al was hij geen priester en voelde hij er niets voor. Hij sloeg voor de vrome meute op de vlucht, verborg zich in een ganzenhok en net toen de mensenmassa daarlangs kwam begonnen de dieren te gakken. Martinus werd ontdekt, meegevoerd en ijlings tot bisschop gewijd. In een tijd dat de kerkvorsten zich al sterk op hun waardigheid lieten voorstaan - hun gezag steeg in de mate waarin het Romeinse Rijk verviel - bleef hij in monnikspij lopen en in een houten optrekje aan de Loire wonen, zeer tot ongenoegen van zijn ambtsbroeders. Voor het volk was hij echter een held. Hij reisde stad en land af om mensen te bekeren, bestreed het bijgeloof, maar had voldoende tact om heidense feesten liever een christelijk tintje te geven dan ze te verbieden. Bij zijn dood in 397 bezat hij al een grote vermaardheid, nog aangewakkerd doordat een verre kennis een levensbeschrijving in het licht gaf die duizend jaar lang populair bleef. Het boek bewees immers dat niet alleen de woestijnvaders grote dingen vermochten, maar dat het westen even machtige wonderdoeners voortbracht. Na de tijd der martelaren kreeg de Europese Kerk door die biografie een nieuw zelfbewustzijn.
Sint-Maarten werd een volksheilige. Er kwam op zijn verjaardag gans op tafel en het aantal afbeeldingen van de mantelklievende ruiter is niet te tellen. Meestel zit Martinus dan op een schimmel omdat hij de winter inluidt. Op 11 november ging het vee op stal, begon de slacht en mocht de kachel aan. Als laatste feest voor de donkere tijd inspireerde de dag ook tot kinderoptochten met lichtjes, waarbij de deelnemers werden beloond met geschenkjes van de oogst, appels, noten of koek. In veel plaatsen bestaan die Maartensstoeten nog. Ook in ons taaleigen leeft de heilige voort. De Merovingische koningen bezaten een stuk van zijn mantel, cappa, dat was ondergebracht in een heiligdom, de cappella. Daarvan komen de woorden kapel en kapelaan.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

woensdag 29 oktober 2008

Spreekwijzen Aan De Schriftuur Ontleend - Deel 1

Hij leeft als in Abrahams schoot. (Hij leeft in ongestoorde voorspoed; hij leeft een rustig en aangenaam leven.)
Ontleend aan het Sint-Lucasevangelie, hoofdstuk 16. Ik citeer vanaf vers 19 tot en met vers 31:
Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen, en elke dag uitbundig feestvierde. Aan zijn poort lag een zekere Lazarus; hij was arm en zat onder de zweren. Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel, maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren. Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven. In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot. “Vader Abraham,” riep hij, “heb medelijden met me; stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water, en er mijn tong mee te verkoelen, want ik lijd hevig in dit vuur.” Maar Abraham zei: “Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad en Lazarus altijd slecht; nu wordt hij hier getroost en jij lijdt pijn. Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof; al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken, hij zou het niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen.” Maar de rijke zei: “Dan, Vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen, want ik heb nog vijf broers. Laat hij hen gaan waarschuwen, zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn.” Maar Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten; daar moeten ze naar luisteren.” Maar hij zei: “Nee, Vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt, dan zullen zij zich bekeren.” Maar Abraham antwoordde: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de doden opstaat.”
Ter gelegenheid van de feestdag van Sint-Lucas op 18 oktober schreven wij in Kerk en Leven van 15 oktober o.a.: “De auteur (Sint-Lucas) ontpopt zich als een verteller met een voorkeur voor pittige verhalen en parabels.” Met het verhaal hiervoor doet Lucas zijn naam en faam alle eer aan.
C.L.

woensdag 22 oktober 2008

Geloof Stimuleert Goede Gezondheid

(uit een artikel van Peter Vande Vyvere)
Almaar meer onderzoek wijst op een positief verband tussen echt beleefd religieus geloof en gezondheid en het kunnen omgaan met ziekte en tegenspoed. Geloof en hoop versterken het afweersysteem. Het aanslepende negativisme tegenover de christelijke wortels van onze cultuur is dan ook nefast voor de volksgezondheid. Wij zijn gezonder dan ooit, heet het. De levensverwachting is nog nooit zo hoog geweest, maar de bevolking trekt intussen massaal naar arts en ziekenhuis en slikt elk jaar meer pillen. Er wordt een stijging van twintig procent verwacht in 2008. De conclusie is dat overheid, cultuur en media de spirituele en sociale krachtbronnen van onze samenleving dringend moeten herontdekken en respecteren.
De kerk zou vanuit het joods-christelijke mensbeeld de begrippen ‘zielzorg’ en ‘heling’ een nieuwe invulling moeten geven en haar kernactiviteit opnieuw ter harte moeten nemen: het geluk en de vrijheid van de mens.
C.L.

Weerspreuk: Simon En Judas

28 oktober: Is Simon en Judas voorbij, Dan is de winter kort nabij.
Zij zijn alleen van verre waar te nemen, twee stipjes in een grote stilte. Van alle twaalf apostelen ontwijken Simon de IJveraar en Judas Thaddeus (een ander dan Judas Iskariot die zijn meester verried!) de menselijke blik het best. Een opvallend zwijgen omgeeft hen en slechts één van beiden stelt in het Joannesevangelie één enkele vraag... die zonder antwoord blijft. Judas, niet Iskariot, zei tot Jezus: ‘Heer, hoe komt het dat gij uzelf aan ons openbaart en niet aan de wereld?’, een rechtstreekse vraag naar de motieven van Gods handelen, naar zijn raadsbesluiten zoals men dat noemt, en door Jezus afgewimpeld met: ‘Indien iemand mij liefheeft zal hij mijn woord bewaren.’
Na de hemelvaart van Christus en de neerdaling van de Heilige Geest die de apostelen het inzicht in de waarheid verleende (jaarlijks herdacht op het pinksterfeest) trokken zij uit over de wereld. Simon preekte het geloof in Egypte, Judas Thaddeus in Mesopotamië, zegt de traditie, en na een aantal jaren reisden zij getweeën naar Perzië. Daar vond Simon de dood hetzij door kruisiging of door het afzagen van zijn ledematen – hij wordt gewoonlijk afgebeeld met een zaag – en zou Judas doodgeknuppeld zijn. Alles is echter even onzeker. Voor Simon ontstond een beperkte verering als patroon van houthakkers en iedereen die met een zaag werkt. Judas daarentegen die zijn naam tegen had (en daarom in enkele talen Jude heet) bleef als enige apostel buitenspel. Geen stad of gilde, zelfs bijna geen kerk, stelde zich onder zijn bescherming. Het duurde achttien eeuwen voor hij het stilzwijgen verbrak, en hoe!, want er vestigde zich een sterke devotie tot Judas als redder in hopeloze zaken, al kan een heilige met een knuppel als attribuut geen zachte heelmeester zijn. Anders gezegd, men vereert hem, maar het aanroepen gebeurt alleen in uiterste nood. Hij heeft het laatste woord na de wanhoop. Hij trekt iemand op aan één enkel haar. Dichtte Paul Claudel:
Hij is als dokter zo’n halve slager.
Hij snijdt er maar alles uit
bij de zondaar, van de duivel bezeten.
Aan de ziel zit altijd nog een stuk huid.
In tientallen steden (vooral in Frankrijk, de V.S. en Oost-Europa) vind je één kerk met een beeld van de apostel, altijd omringd door kaarsen, door gelovigen schichtig begroet, en zwijgend bereid zijn geduchte knots te heffen, het laatste wapen van de laatste heilige.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

woensdag 15 oktober 2008

Belgen Meest Overtuigd Van Filantropie

Het Nieuwsblad van 1 oktober 2008:
Belgen zijn meer dan andere Europeanen overtuigd dat filantropie nodig is om grote problemen aan te pakken. Dat blijkt uit een studie in opdracht van de Koning Boudewijnstichting, die dinsdag werd voorgesteld op de eerste Dag van de Filantropie. Voor 81 procent van de Belgen is filantropie essentieel om het hoofd te bieden aan de huidige uitdagingen op wereldvlak. Gemiddeld is 70 procent van de Fransen, Engelsen, Spanjaarden, Italianen en Duitsers er even sterk van overtuigd. Vooral de Belgen met een hoger inkomen pleiten voor menslievendheid, gevolgd door gepensioneerden, managers en vrouwen boven 35 jaar. (belga)

God Verlicht De Pijn

Het Nieuwsblad van 1 oktober 2008:
Wie een rotsvast geloof in God heeft, kan meer pijn verdragen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Britse Oxford Universiteit. De wetenschappers kwamen tot deze conclusie na een test met gelovigen en atheïsten die en reeks elektroshocks toegediend kregen. Het onderzoek moest duidelijk maken hoe katholieken in het verleden langdurige martelingen konden doorstaan. Twaalf katholieken hielden een plaatje van Maria vast en konden de pijn negeren. De atheïsten, die hetzelfde plaatje vasthielden, lukte dat niet. De onderzoekers sluiten niet uit dat niet-gelovigen de pijn ook kunnen negeren als zij een plaatje krijgen van iets dat zij als positief ervaren. (jolo)

Weerspreuk: Sint-Lucas

18 oktober: Wie met Lucas rogge zaait, ’t Jaar daarop met genoegen maait.
Over het oude Palestina is men goed geïnformeerd, maar buiten de evangeliën heeft men nooit iets over Jezus Christus aangetroffen. Dat wil niet zeggen dat hij een verzonnen personage is. De levens van bijvoorbeeld Petrus en Paulus zijn redelijk goed gedocumenteerd en de grote lijnen van de nieuwe religie stonden in de eerste eeuw al uitgetekend. Maar de witte plek wat Christus zelf betreft dwingt ertoe de evangeliën anders te bekijken dan vroeger, minder door een theologische bril en meer vanuit de betekenisleer. Ze blijken dan vier variaties op een thema te zijn, vier verhalen met afwijkend perspectief.
Van de schrijver van het derde evangelie en de Handelingen der apostelen, Lucas, valt wel iets met zekerheid te zeggen. Op grond van zijn taalgebruik en visie moet hij een Griek zijn geweest, geen jood en evenmin een directe getuige van Jezus’ optreden. Hij kan heel goed, zoals de traditie zegt, door Paulus zijn bekeerd en in elk geval heeft tussen hen een langdurige omgang bestaan. Alles wijst erop dat de geloofsverkondiger diverse missiereizen in het gezelschap van Lucas heeft gemaakt. Als diens beroep wordt geneesheer genoemd. Na de dood van de apostel moet de arts, uitgerust met meer intellectuele bagage dan de overige christenen, besloten hebben om in alle rust de geschiedenis van Jezus en de apostelen zo compleet en levendig mogelijk op schrift te stellen. De teksten van Mattheus en Marcus kende hij al. Hij had in de loop van de jaren veel bijzonderheden gehoord van ooggetuigen en het is zelfs denkbaar dat hij Maria, de moeder van Jezus, heeft ondervraagd, want zij treedt nergens zo sterk op de voorgrond als in het Lucasevangelie, dat rond het jaar 90 ontstaan is. De auteur ontpopt zich als een verteller met een voorkeur voor pittige verhalen en parabels. Zo komt het kerstverhaal met herders en engelen alleen bij Lucas voor, net als de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. En hij tekent Christus als iets zachter, iets lieflijker dan Mattheus en Marcus. Hij heeft duidelijk een ‘definitief’ evangelie voor een breed, niet-joods publiek willen schrijven.
Dat werd beloond: geen evangelie heeft zoveel schilders geïnspireerd als het zijne. Door zijn levendige stijl ging men Lucas zelfs voor een schilder houden en in combinatie met de plaats van Maria in zijn werk ontstond de legende dat hij haar nu en dan geportretteerd had. Zogeheten Lucasmadonna’s (oosterse iconen die men in Europa niet kon thuisbrengen) zijn nog in verschillende kerken te vinden. Hij werd de schutspatroon van kunstenaars, verenigd in Sint-Lucasgilden, waarvan het wapen altijd was bekroond met zijn symbool, een ossenkop.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

donderdag 9 oktober 2008

Europeanen blijven christendom genegen

Gelezen In Tertio Van 24 September 2008:
(een artikel van Jan De Volder)
Europeanen blijven meer religieus dan vaak gedacht. Jongeren zijn niet minder religieus dan ouderen. Europeanen staan open voor allerlei vormen van spiritualiteit en maken een sterke scheiding tussen geloof en politiek. Dat blijkt uit de Religion monitor van de Duitse Bertelsmann Stiftung die vorige week in Brussel werd voorgesteld op de studiedag Hoe religieus is Europa?
Drie vierden van de ondervraagden (74 procent) in Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Oostenrijk, Polen en Zwitserland zegt dat ze ‘religieus’ zijn, een vierde zelfs ‘heel religieus’. Italianen (89 procent) en Polen (87 procent) scoren het hoogst, Fransen (54 procent) het laagst. Meer dan de helft van de Europeanen praktiseert geregeld en 61 procent zegt te bidden. Het valt op dat katholieken ferventer hun geloof beleven dan protestanten. Interessant is dat de jongere generatie (18-29 jaar) niet minder religieus is dan de oudere bevolking.
“Het christelijk geloof heeft nog veel invloed in Europa”, besluiten de onderzoekers. “De bindende rol van de godsdienst tussen de EU-naties onderling mag niet worden onderschat.”
“Volgens sommigen is Europa geen christelijke club”, zegt Philipp Hildman van Bertelsmann. “Maar de realiteit suggereert toch iets anders.” Volgens het onderzoek is de rol van het geloof in de politieke keuzes en in de intiemste aspecten van het persoonlijke leven dan weer beperkt. Slechts 27 procent zegt dat religie hun politieke voorkeur beïnvloedt en 35 procent zegt dat het een rol speelt bij hun beleving van seksualiteit. De geloofsbeleving van de Europeanen is niet sektarisch. Zo gaat 92 procent akkoord met de stelling dat er waarschijnlijk een kern van waarheid in elk geloof schuilt. Steeds meer mensen staan ook open voor niet-institutionele vormen van godsdienstbeleving, zoals persoonlijke meditatie.
In totaal werden per land telkens een duizend mensen geïnterviewd. In Europa waren zij voor het overgrote deel christen, slechts een kleine minderheid behoorde tot een andere godsdienst.Internationaal blijft Amerika, met 89 procent van de inwoners die een geloof aanhangen, religieuzer dan Europa. Met 99 procent hebben India en Nigeria de gelovigste bevolking van de aarde. Met 51 procent gelovigen is Rusland het meest geseculariseerd.

woensdag 8 oktober 2008

Japan krijgt katholieke premier

Gelezen In Tertio Van 24 September 2008:
Voor het eerst krijgt Japan een rooms-katholieke premier. Taro Aso, voormalig minister van Buitenlandse Zaken, werd maandag door de regerende Liberaal Democratische Partij (LDP) in Japan gekozen als partijleider. In principe volgt Aso vandaag, woensdag, Yasuo Fukuda op als premier. De 68-jarige Aso wil de belastingen verlagen om de stagnerende economie van Japan meer dynamiek te geven. In het buitenlandbeleid stond Aso bekend als een conservatieve nationalist, die een harde lijn tegenover het communistische Noord-Korea voorstaat. Japan telt 125 miljoen inwoners, die voor het merendeel het shintoïsme en het boeddhisme aanhangen. Slechts 1,2 procent van de bevolking is katholiek. (RKnet)

Jezus’ boodschap ook vandaag nog explosief

Gelezen In Tertio Van 24 September 2008:
(Uit een vraaggesprek van Geert Van Oven met cineast Paul Verhoeven)
Naast cinema kent Nederlands grootste filmregisseur Paul Verhoeven nog een levenslange fascinatie: Jezus van Nazaret. In het gelijknamige boek gaat Verhoeven expliciet op zoek naar Jezus als mens. Ook al is Verhoeven een non-believer (hij gelooft niet in het levensverhaal van Jezus zoals voorgesteld in de evangelieteksten), hij wijst op een dimensie van Jezus die ook believers niet aan hen mogen laten voorbijgaan. Dit blijkt o.a. uit zijn antwoord op de vraag:
Hoe staat u nu zelf tegenover Jezus?
“Ik ben een fan van Jezus. Hij had een gigantische charismatische kracht en er zijn tal van dingen door die man gezegd waar nog altijd niemand naar wil luisteren. Als ze me zouden vragen: ‘Wat moet ik vandaag met Jezus als niet-gelovige?’, dan antwoord ik: lees de parabels. Zo’n parabel als die van de Barmhartige Samaritaan bevat een enorm explosieve boodschap, namelijk: je vijand is de goede en jij bent de slechte. Voor die Samaritaan moet je je anno 2008 een Palestijn voorstellen die een Joodse man op de weg vindt. Terwijl Ariel Sharon en anderen eromheen lopen, gaat die Palestijn naar de Jood toe en helpt hem. In die tijd moet dat verhaal mensen echt geschokt hebben. Nationalistisch als we zijn, beschouwen we onszelf graag als het bevoorrechte volk, en dan komt iemand doodleuk vertellen dat de vijand eigenlijk de betere is. Jezus’ parabels wekken ontroering en verwarring en juist dat gevoel kan mensen tot verandering van denken, tot ‘inkeer’ aanzetten.”

Weerspreuk: Sint-Dionysius

9 oktober: Regen met Sint Denijs
Voorspelt natte winter en weinig ijs.

Zijn geschiedenis was één groot avontuur, hoewel iets te fantastisch, want men ontdekte dat de levens van drie heiligen met dezelfde naam ineengeknutseld waren, en na de boedelscheiding bleef voor Dionysius van Parijs weinig over. Gelukkig maakte zijn dood alles goed. Italiaan van geboorte, werd hij rond 250 met enkele anderen uitgezonden naar Gallië en koos er als basis Lutetia, Parijs, zodat hij als eerste bisschop van die stad de geschiedenis inging. Lang oefende hij dat ambt niet uit. Tijdens een kerkvervolging stierf hij in 258 halverwege de ‘mons martyrum’, martelaarsberg, alias Montmartre, onder het zwaard. Waarna hij opstond, zijn afgeslagen hoofd in zijn handen nam en met grote waardigheid de heuvel afdaalde. Beneden gekomen sloeg hij rechtsaf en wandelde een flink eind verder, tot hij de plek bereikte waar hij wilde rusten. Boven zijn graf bouwde men in latere tijd de abdij Saint-Denis met een immense kerk, waar haast alle Franse koningen werden bijgezet.
Eerlijk gezegd is de voettocht van Dionysius pas rond 800 bedacht in bovengenoemde abdij, tot verhoging van de eigen status. Maar dat is niet het laatste woord over hem. Bij Saint-Denis begint een trend, hij voert de heilige cefaloforen of hoofddragers aan, martelaren die zich na hun terechtstelling met hun losse hoofd naar de gewenste grafplaats begeven. In totaal zijn er twaalf à vijftien cefaloforen bekend, grotendeels Fransen met een uitstraling naar Italië en Engeland, maar gewoonlijk dateert het oudste verslag van lang na hun wandeling. Een aardig voorbeeld is de negenjarige Sint-Justus van Beauvais die omstreeks het jaar 287 werd onthoofd. De jongen ging vervolgens zitten en plaatste zijn hoofd op zijn schoot, alwaar het een aandoenlijk toespraakje hield. Het hoofd belandde in een klooster te Zutphen en verhuisde in de zeventiende eeuw naar Antwerpen. In een hoofdeloos borstbeeld berust het daar nog steeds en elk jaar op 18 oktober herdenkt de Broederschap van de heilige Justus plechtig ‘de verdiensten van zijn martelie’.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

woensdag 1 oktober 2008

Uit Het Archief Van Het Aartsbisdom Mechelen

(kopieerder: Alfons Van Strubarcq)

We schrijven 1777. Sinds 1732 is jonkheer Urbanus Franciscus Josephus Crabeels d’Ormendael heer van Korbeek-Dijle. En sinds 1746 is Jacobus Roekelé de pastoor van het dorp. In juni 1777 overlijdt pastoor Roekelé. Onderpastoor Maurice Sterckendries van Neerijse wordt de bedienaar (deservitor) van Korbeek-Dijle.
De heer van Korbeek-Dijle schrijft een brief aan de aartsbisschop van Mechelen, Joannes-Henricus Kardinaal de Franckenberg, om het godsdienstverval in Korbeek-Dijle aan te klagen en om Maurice Sterckendries aan te prijzen als de man die Korbeek-Dijle weer op het goede spoor kan brengen, als hij er tot pastoor benoemd zou worden.
De brief van Urbanus Crabeels is in het Frans gesteld, een onnavolgbaar, hoogdravend en stroopsmerend pleidooi in vijf volzinnen. Ik heb getracht dit antiek literair hoogstandje in begrijpelijk Nederlands te vertalen, met volgend resultaat, in veertien zinnen:

Urbanus Franciscus Josephus Crabeels, heer van Corbeeck over Deyle, Ormendael, Bouvekercke, enz. heeft de eer uiteen te zetten dat de overwegende karaktertrekken van wijlen de pastoor van Corbeeck over Deyle, overleden in de maand juni laatstleden, waren: zijn onbegrensde goedheid, zijn verregaande familiariteit met de landlieden en zijn voortdurende afwezigheid van de parochie. Hierdoor zijn talloze enorme misbruiken binnengeslopen en hebben er zich geworteld, zoals de openlijke ontering van de zondagen en de feesten, dronkenschap, bijgeloof, raadpleging van waarzeggers, diefstal en allerlei onrechtvaardigheden. De godsdienst en de christelijke deugden schijnen erdoor vernietigd en gebannen uit dit dorp.

De aanklagende heer van het tijdelijke van deze plaats is begonnen de ganse draagwijdte van zijn macht te gebruiken om deze misbruiken tot in de kiem te smoren en zijn gerechtsdienaren hebben geen enkele gelegenheid laten voorbijgaan om hetzelfde doel te bereiken. Maar zoals de Geestelijke Macht geen enkele rem kan zetten op de wanorde zonder de hulp van de Tijdelijke macht, kan ook deze laatste niet doeltreffend handelen zonder de assistentie van de eerste.

De aanklager denkt dus in deze huidige omstandigheden dat het absoluut noodzakelijk is dat het dorp van Corbeeck een pastoor krijgt die ijverig is, onvermoeibaar, standvastig, het goede voorbeeld geeft en zich ver houdt van de familiariteit die misprijzen opwekt voor een pastoor. Het moet een pastoor zijn die door zijn gedrag, door zijn prediking en door zijn ijverige onderrichtingen zou trachten de verdwaalde schapen terug te winnen. Terwijl de aanklager van zijn kant door een wederzijdse verstandhouding zich zou bedienen van de wetten in al hun strengheid en van de onweerstaanbare verleiding van het eigenbelang, om de bovenvermelde ondeugden uit te roeien door de vrees voor de straf of de hoop op de beloning.

Met het oog daarop en enkel door zijn geweten bewogen durft aanklager Uwe Excellentie verzekeren van de onvermoeibare ijver, de onwrikbare vastberadenheid, de vastgestelde correctheid, de absolute verwijdering van elke te misprijzen familiariteit en de doordrongenheid met de christelijke onderrichtingen, van de heer Maurice Sterckendries, waarnemend bedienaar van deze parochie en onderpastoor van Neereyssche. Indien aanklager de geestelijke hulp krijgt van deze waardige Geestelijke, die oud-leerling is van uw Aartsbisschoppelijk seminarie, zullen de godsdienst, aan ’t wankelen gebracht in zijn principes, en de christelijke deugden, volledig miskend te Corbeeck, weldra in hun vereiste praktijk hersteld worden.

Het is om deze redenen dat aanklager in zijn hoedanigheid van Heer van het tijdelijke en van vader van zijn vazallen, zich onvermijdelijk verplicht acht de hulp in te roepen van de Spirituele Vader van dit bisdom, van deze aan wie de zielen van dit bisdom zijn toevertrouwd, van zijn Aartsbisschop, in één woord van Uwe Excellentie. Hij smeekt Zijne Excellentie zeer nederig, ten gunste van zijn verdwaalde schapen, door een daad van zijn vaderlijke tederheid en zijn erkende rechtvaardigheid het vacante pastoorsambt toe te kennen aan de heer Maurice Sterckendries, die het nu waarneemt. Hierdoor zou de verenigde geestelijke en tijdelijke macht alle ongeloof en misbruiken in strijd met de christelijke deugden kunnen bannen en in Corbeeck de kalmte, de naleving van de godsdienstplichten en de rechtschapenheid doen herleven. Deze laatste deugden vormen de essentie van de ware godsdienst, het kenmerkend karakter van christenen en het geluk van de Staat.

(Elke alinea hierboven is één zin in de oorspronkelijke Franse tekst!)

Veel succes heeft Urbanus Crabeels met zijn brief bij de aartsbisschop blijkbaar niet gehad. De volgende pastoor van Korbeek-Dijle, van 1778 tot 1779, werd Nicolaus Panny van Sint-Kwintens-Lennik.
Toen ik in Kerk en Leven van 16.7.2008 schreef over de vierde generatie Cappuyns vóór Maria, Guilielmus Cappuyns, die trouwde in 1779 met Anna Catharina Panny uit Sint-Kwintens-Lennik, vond ik het wel vreemd dat die man zo ver van huis, in een tijd met alleen paarden als verplaatsingsmiddel, een vrouw was gaan zoeken. Nu wordt alles duidelijk. Anna Catharina was de zus van de nieuwe pastoor van Korbeek-Dijle en verbleef waarschijnlijk bij haar broer in de Korbeekse pastorie. Zij stamden uit een Lenniks gezin met acht kinderen. Nicolaus (°1744) was de tweede en Anna Catharina (°1745) de derde in de rij.

Dat Urbanus Crabeels de in 1777 overleden pastoor Roekelé als de schuldige voor het vermeende godsdienstverval in Korbeek-Dijle aanwijst, is op zijn minst gezegd erg persoonlijk gekleurd. Pastoor August Bogaerts schrijft in zijn Geschiedenis van Korbeek-Dijle:

Den 31 Mei 1746 wierd pastoor Guilielmus Leemans vervangen door Jacobus Roekelé onderpastoor in Santbergen (tussen Ninove en Geraardsbergen). Niet gemengd geweest zijnde in de moeilijkheden die het pastoraat van E.H. Leemans verbitterden, gelukte het den nieuwen herder de gemoederen te bedaren. In het proces van 1763 der kerk tegen den Z.E.H. Prelaat van St.Michiels, had hij de gemeente aan zijne zijde en de schepenen waren met hem in het proces tegen Meyer De Ridder. Hij stierf den 17 Juni 1777, ’s avonds aan de gevolgen eener geraaktheid.

Over het proces van pastoor Roekelé tegen meier De Ridder was Urbanus Crabeels waarschijnlijk zeer ontstemd, met nijdigheid op pastoor Roekelé tot gevolg.

Conclusie: Ook historische documenten (zoals de brief van Urbanus Crabeels aan de aartsbisschop van Mechelen) moeten met de nodige omzichtigheid worden gelezen.

Cyriel Letellier

OKRA–Korbeek-Dijle Aan De Dis



Op dinsdag 16 september 2008 hielden de OKRA-leden van Korbeek-Dijle hun nazomerfeest in de Parochiale Gebouwen. Op het menu: kip met appelmoes. De honden van sommige leden varen er wel bij. Geen beentje gaat verloren! Er was ook nog taart met koffie, om de overblijvende gaatjes in de magen te vullen.
De ouderdomsdeken van de gepensioneerden, Theofiel Bruggemans, was weer present. Hij vierde op zondag 21 september 2008 zijn 98ste verjaardag! Op de foto’s: de deelnemers slaan een babbeltje in afwachting van het eetmaal.

Weerspreuk: Sint-Michiel

29 september: Trekt vóór Michiel de vogel niet,
Geen winter in ’t verschiet.
De Aartsengelen
God is omgeven door zeven reine geesten, de aartsengelen, die door zijn gedachte en wil zijn geschapen. Van drie kennen wij via de bijbel de naam: Michaël, de aanvoerder van de hemelse legerscharen, Gabriël, de boodschapper, en Rafaël, de begeleider. Omdat wij rond 24 maart over Gabriël zullen spreken, volgen hier notities over de twee anderen.
In een verleden toen de tijd nog niet bestond, kwam de engel Lucifer (lichtdrager) in opstand tegen zijn schepper teneinde diens plaats in te nemen. Er ontbrandde een hemelse veldslag tussen zijn aanhang en de getrouwe engelen onder Michaël, met als ontknoping de val der opstandige engelen in de diepten van de hel. Sedertdien leven zij voort als duivels, met Lucifer als opperduivel Satan, tot God over hen zal beschikken.
In de kunst valt Michaël direct te herkennen: de breedgewiekte engel in wapenrok houdt met lans of zwaard een duivel in bedwang die kronkelt onder zijn voet. Zijn verering begon toen hij in 490 verscheen bij een grot in de Gargano (de spoor van de Italiaanse laars), niet toevallig een oeroude cultusplaats. En van die plek af sprong de militante aartsengel naar andere gebergten, zodat hij het meest in spelonken en op toppen wordt vereerd. Hij is de beschermer van de soldaten, maar komt even logisch voor in exorcisme of duivelbezweringen. Het eenvoudigste exorcisme, ook door leken uit te voeren, is een vijf minuten durend Sint-Michielsgebed dat bij de grot in zijn bedevaartsoord Monte San’ Angelo in de Gargano en zeker ook elders verkrijgbaar is.
Rafaël speelt een bescheidener rol. Hij komt voor in het sprookjesachtige verhaal van Tobias, voor katholieken een der 45 boeken van het Oude Testament, voor protestanten een vroom maar apocrief geschrift. De blinde jood Tobias stuurt zijn zoon, ook een Tobias, op reis om een schuld te innen en als tochtgenoot sluit de door niemand herkende Rafaël zich bij hem aan. Hij regelt een huwelijk voor de jonge man en laat hem een grote vis vangen, waarvan hij de gal moet bewaren om zijn vader te genezen. Inderdaad, ‘toen nam Tobias de gal van de vis en bestreek de ogen van zijn vader, hij deed dat omtrent een half uur en de staar ging hem van de ogen als het vliesje van een ei.’ Dan maakt Rafaël zich bekend als ‘een der zeven engelen die voor de Heer staan’ en vaart op ten hemel, waar hij sindsdien waakt over alle reizigers die hem aanroepen, benevens over het spoorwegpersoneel.
(Uit Alle Heiligen van Wim Zaal)
C.L.

woensdag 24 september 2008

Sint-Cecilia Barbecuet



Op zaterdag 6 september 2008 hield de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia van Korbeek-Dijle haar jaarlijkse barbecue. Er was zeer veel volk op afgekomen. Het is duidelijk: veel muzikanten betekent veel familie en vrienden die graag hun steentje bijdragen. Maar ook het optreden van de jeugdharmonie met de leerling-muzikanten, onder leiding van Hans Dewit, heeft zijn aantrekkingskracht. Dit maal traden zij op in een sportieve sfeer. Het Chinees olympisch decor was volledig ontworpen en opgesteld door Pol Vanderveken en Jaak Neckebrouck. De jeugdharmonie heeft momenteel 17 muzikantjes. Zij worden ondersteund door 5 spelers uit de grote harmonie.
Wij wensen Sint-Cecilia nog veel succes toe.
C.L.

Godsdienstleraar Secundair Onderwijs

(naar een artikel van Emmanuel Van Lierde in TERTIO van 3.9.2008)
Vroeger, pakweg 50 jaar geleden, waren godsdienstleraars in het secundair onderwijs priesters. Van de leken die hen opgevolgd hebben zou men logischerwijze denken dat ze gelovig zijn en participeren aan het kerkelijke leven. Voor een groot deel is dat ook zo. Maar als we de resultaten van een enquête onder de godsdienstleraars bekijken komen we wel tot verrassende vaststellingen.De enquête werd uitgevoerd door theoloog Didier Pollefeyt en norbertijn Chris Jeunen van het Centrum voor academische lerarenopleiding van de faculteit Godgeleerdheid van de KU Leuven. De enquête leverde veel geruststellende positieve resultaten op, maar ik wil nu speciaal eens de negatieve facetten onder ogen nemen, omdat ze zo haaks staan op wat een christen verwacht van een godsdienstleraar.


- Qua levensbeschouwing zijn 1,23 % van de godsdienstleraars atheïst (godloochenaar) of agnost (iemand die niet gelooft dat men door de rede het bestaan van een god kan aantonen) en 1,22 % hebben een andere geloofsopvatting dan de christelijke;
- Qua deelname aan de liturgie gaan 21,47 % alleen naar de kerk bij speciale gelegenheden zoals huwelijken en begrafenissen;
- 19,57 % vindt dat geloofsbeleving niet noodzakelijk is voor hun functie;
- 7,05 % vindt dat geloven niet nodig is om godsdienst te geven;
- 39,57 % voelt zich als godsdienstleerkracht niet gesteund in hun taak door de kerk;
- 16,51 % heeft niet het gevoel dat het kerkelijk beleid achter het godsdienstleerplan staat;
- van 9,23 % is de globale appreciatie van het huidige godsdienstleerplan negatief;
- Als er een nieuw leerplan komt vinden 38,65 % een beter omlijnde christelijke benadering niet wenselijk;
- Als er een nieuw leerplan komt vinden 23,08 % een levensbeschouwelijke verbreding (minder uitgesproken christelijk) wenselijk.

Cyriel Letellier

OKRA Herfst 2008

OKRA,
55-plussers komen samen.

En de “A” staat voor actief.
Daarom stelt het Trefpunt Korbeek-Dijle voor:

Het Herfstprogramma

- 25 september: Reis naar Gent (Stadswandeling, maaltijd, boottocht, vrije tijd, vieruurtje)
Inschrijvingen zijn afgesloten
- 26 september 14.00 u in Antwerpen, Konigin Elisabethzaal: OKRA zingt
Deelname 14.00 €. Trein 4.00 €
- Zondag 19 oktober 14.00 u Seniorenbal in Winksele Delle
- 20, 21, 23 en 24 oktober: Initiatie Nordic Wandelen in Bertem.
Kostprijs 21.00 €, alles inbegrepen. 2.50 € vermindering voor CM-leden;
- 28 oktober 14.00 u Voordracht “Humor in het dagelijks leven” door Piet Van Otterdijk
in CM Platte Lostraat in Kessel Lo (met de auto) 3.00 €
- 5 november om 14.00 u: Voordracht “Zalig Slapen, fris ontwaken”
In de Parochiale Gebouwen. Met taart en koffie. 2.00 €
- 16 december 14.30 u: Kerstmaaltijd. Hier in de Parochiale Gebouwen.
Met presentatie van de vakanties in 2009
- 13 januari om 14.00 u Nieuwjaarsconcert met Marc Meersman
In Scherpenheuvel. Met auto

Een uitgebreid programma …
Er zit wellicht ook iets in voor jou!
Word of blijf lid in 2008.
Er volgt nog meer, meer, meer …

woensdag 17 september 2008

De Joodse Kalender

In Kerk en Leven van 9.2.2005 en 23.3.2005 verscheen reeds het verhaal van de oude Romeinse kalender, van de juliaanse kalender, van de gregoriaanse kalender, van de republikeinse kalender en van de islamitische kalender. Van deze laatste vertelde ik nog dat de ramadan, de islamitische vastenmaand, elk jaar ongeveer 11 dagen vooruitschuift. Welnu, dit jaar 2008, begon de ramadan reeds op 1 september.
De joodse jaartelling begint bij de schepping, die volgens de joden in 3761 vóór Christus plaatsvond. De huidige joodse kalender is waarschijnlijk door patriarch Hillel II in het jaar 358 na Christus – het joodse jaar 4119 – geïntroduceerd.
De joodse dag begint met zonsondergang. Daarom beginnen sjabbat en alle feestdagen met het verdwijnen van het daglicht en eindigen zij (’s anderendaags ’s avonds) bij het verschijnen van drie sterren aan de hemel.
De joden volgen een maankalender met twaalf maanden van afwisselend 29 en 30 dagen. Dat aantal hangt samen met de omloop van de maan om de aarde die 29,5 dagen duurt. Iedere joodse maand begint en eindigt met de nieuwe maan.
Twaalf (maan)maanden tellen 354 dagen. Het zonnejaar – dat is gebaseerd op de omloop van de aarde om de zon – heeft circa 365 dagen. Dus is er een tekort van elf dagen van het maanjaar t.o.v. het zonnejaar. Om te voorkomen dat de joodse feestdagen, die seizoensgebonden zijn, gaan schuiven door het zonnejaar wordt zeven keer in de negentien jaar een maand toegevoegd aan het joodse jaar. Dat gebeurt in het 3de, 6de, 8ste, 11de, 14de, 17de en 19de jaar. Op die manier blijft het joodse jaar in de pas lopen met de maanstanden én met het zonnejaar.
Bij de vrij ingewikkelde berekening van de joodse kalender zal in werkelijkheid blijken dat een jaar 353, 354 of 355 dagen heeft en een schrikkeljaar 383, 384 of 385 dagen.
Het religieuze nieuwjaar, Rosj Hasjana, wordt gevierd in de zevende maand, Tisjri, meestal in september, dit jaar (2008) op 30 september en 1 oktober. Vanaf die maand begint ook de jaartelling. Dit heeft te maken met het bijzondere getal zeven; net zoals sjabbat de zevende dag van de week is. De eerste maand is echter Nisan (ongeveer overeenkomend met april).

Cyriel Letellier

Louis Poelmans





Van 1978 tot 1983 was Limburger en salesiaan Louis Poelmans directeur van Don Bosco Oud-Heverlee. Zo hebben wij hem leren kennen. En wij hebben verder met hem contact gehouden toen hij directeur werd van de Don Boscoschool in Halle en later van deze in Hechtel.
Na zijn pensionering in het onderwijs werd hij pastoor van Kleine-Brogel, een deelgemeente van Peer. Ondanks enkele (overwonnen) gezondheidsproblemen wou hij toch nog, vooraleer op rust te gaan, als pastoor de viering meemaken van 100 jaar Sint-Ursulakerk in zijn parochie. Van februari tot december 2008 hebben er een tiental festiviteiten plaats gehad of zijn nog gepland. Op zaterdag 30 augustus was er in de afgeladen volle kerk om 14.00 u een plechtige en fijn verzorgde eucharistieviering, gevolgd door een muzikaal feest met eten en drinken naar hartelust op de parking van de parochiale feestzaal. Wij waren er bij en wij hebben er van genoten. Hieronder op de foto, genietend van een drankje, zittend van links naar rechts: Louis Poelmans (in profiel), zijn broer Jef (met rug naar de camera), ook een salesiaan van Don Bosco, Jos Claes, provinciaal van de Vlaamse en Nederlandse salesianenprovincie, mijn vrouw Lea en dochter Veerle.